|
Bolsterturfs natuur B o l s t e r t u r f s n a t u u r De oude bok en zijn geliefde 16 April 2003, ook deze dag struinde ik door bunt en hei De woensdag was bijna te mooi om een lentedag te kunnen zijn, zo heel vredig en sereen. Fel maar uiterst aangenaam warmde de lentezon de Strabrechtse hei. Pas half april leek het wel hoogzomer. Wel was het voorjaarswindje nog wat fris. Een jubelende wulp en hoog aan de hemel tierelierende leeuwerikjes hadden daar geen last van. Die wedijverden in het ijle blauw. Die hadden het te druk met zingen van de meest melodieuze liefdesbetuigingen.Een paar keer hoorde ik een haanfazant kokken in een berkenbosje en soms snaterde een wijfjeszoekende wilde woerd richting vennen aan me voorbij. Maar de eendjes broeden in april. Ze hebben zo'n lastpak van een woerd midden lente niet nodig aan hun lijf. Ze zitten dan goed verstopt op hun nest. Stil te wachten tot hun kroost zich zal aandienen. Elk voorjaar heeft een eendenmoeder het weer razend druk met het grootbrengen van minstens zeven, soms wel zeventien, jonkies. Op de grens van wei en berkenbossage stond hij er opeens: de oude reebok. Half in de schaduw verborgen. Als altijd heel wantrouwend, beducht op gevaar. Waar de schaduw van een hoge eikenstam hem niet raakte toverde de zon een lichtkrans op zijn nog grauwe winterdos. Zijn forse en regelmatige zesender bastgewei leek in het felle zonlicht tussen de toch al lange oren een hoger spits toelopend kroontje. Voor hem in het gras lag zijn geliefde: een smalree, een bekoorlijke, malse, jonge geit. Twee weien verderop, richting Lierop, laveide eergisteren een oude geit met onder haar hoede een bokkalfje. Kroost van haar en deze zesender? In februari zag ik hem een paar keer bij deze grote geit met ietwat grijs gezicht. Liet hij nu moeder en kalf in de steek voor een rankere, frissere en jongere bloem? Ik vraag me af, waar hij dit bekoorlijk smalree opscharrelde. Misschien komt ze van de kanten van Someren. Of misschien woonde ze tot voor kort in de hei onder Sterksel. De ouwe bok, de ouwe geit en het kalf kende ik dus al, maar 't smalree had ik nog nooit gezien. Deze zomer gaat hij vast achter haar aanjakkeren, in wijde kringen en grote achten prentend in hei en bunt, om dan, na lange en wilde achtervolgingen, haar keer op keer te bestijgen. En daarna zal zij dan komend voorjaar een kalfje zogen. Of misschien baart ze wel een geitje en een bokje. Heel soms krijgt een reegeit wel drie kalfjes. En wie weet doet deze slimme, ouwe deugniet ook nog pogingen om voor of na het bevruchten van zijn nieuwe liefde ook een kalfje bij de ouwe rekke te verwekken. Nog maar een paar maanden, dan wordt ook dit knopbokje door de moeder een paar dagen in de steek gelaten. Ja, ik vraag me nu ook af, of deze sterke zesender na of tijdens het avontuur met de jonge geit ook de moeder van zijn zoon van vorig jaar weer gaat beminnen. O, deze bok is groot en sterk en vierkant. Hij duldt geen rivalen in de buurt. De schriele spitsbok en de magere gaffelaar joeg hij al weg. Overal in de omtrek geselde hij de bast van jonge berken- en dennenboompjes. En links en rechts trapte hij in woeste buien mos en graspollen uit de grond. Hij is hier de koning van de hei. Zijn gebied heeft hij duidelijk afgebakend. Wee de jongere of minder sterke bok die het waagt ook maar in de buurt van zijn geliefde te komen. HÌj, koning reebok, is de grootste en sterkste. Hij zal aanvallen, achtervolgen en verjagen tot de snoodaards vluchten. Maar deze heerser van de hei kan maar op één plaats tegelijk zijn. De gaffelaar en de spitser zullen straks in de zomer op de loer liggen... Jagen op een vrouwtje en vechten om dat wijfje, Bolsterturf 2003
|