|
Bolsterturfs natuur

B o l s t e r t u r f s n a t u u r
Soldaat versus sersjant
_small.jpg)
Op 31 maart 1967 kreeg op het bobbelige excercitieterrein, dat bezijden de meest gore en vunzige kazerne van Nederland ligt, een dienstplichtig rekruut een uitbrander van een van zijn leermeesters in het doden, een sersjant, die niet over hem tevreden was en hem als volgt bij zich riep: ‘Boon uittreden!’
Boon trad uit, slofte naar de sersjant, ging in de houding staan, groette sloom, en zei: ‘Soldaat Boon meldt zich, sersjant Feeln.’
Sersjant Felen sprong in de houding, beantwoordde snel en sierlijk de groet van zijn ondergeschikte, en schreeuwde: ‘Verdomme Boon, hep jij soms te veel gezope…? Spreek Boon! Spreek!’
‘Mien voetn doen zo zeer, sersjant.’
‘Dan loop je maar op blote pote, Boon! En nu geen gekluns meer, begrepe!?’
‘Ja s… sersjant, maar mien voetn…’
‘Verdomme… Af-mel-de Boon! Af-mel-de! Af-mel-de! Af-mel-de!’
‘V… V… Verder n… n… n… nog iets van uw orders, sersjant Feeln?’
‘Fele…! Verdomme Boon…! Nee! Eh… ja! Morge marcheer jij op blote pote, Boon! Wel effe je stelte wasse voor je aantreedt.’
‘S… S… Soldaat B… B… Boon m… meldt zich af, s… sersjant F… Feeln.’
Boon groette uiterst traag en met bleekwit gezicht. In het dennenbos achter de soldaten schaterlachte een ekster. Felen, op zijn beurt, groette niet; die tierde, met alsmaar roder wordende kop, tegen de andere manschappen van het wachtende, door de dialoog ook wat lawaaierig geworden, peloton:
‘Koppe dicht…! Verdomme! Koppe dicht...!’
Boon slofte terug naar zijn vaste plaats in het achterste gelid.
Felen brulde: ‘Geeft acht! Voorwaarts mars! Links-rechts-Links-rechts-Links-rechts... Hė Boon! Sinds wanneer hep jij twee linkerpote...!? Links-rechts-Links-rechts-Links- rechts…’
De volgende morgen, tijdens de ‘feestelijke’ huldiging van een ouwe, grijze, norse kolonel, - de aubade vond plaats op het grote, rechthoekige plein, dat aan de voorzijde van de kazerne gelegen is, - trad, deze keer onuitgenodigd en een paar blote voeten tonend aan de ganse compagnie, Boon in een korte pauze van de muziek uit en begaf zich naar Felen, die, tussen collega’s groepscommandanten, vόόr de compagniescommandant en dichtbij de kolonel, diens echtgenote en nog een aantal minder hoge officieren, stond aangetreden. Boon marcheerde nu met kwieke, echt militaire pas. Zijn een halve maat te kleine glimmend gepoetste, bruine dienstschoenen met daarin twee groene kousen stonden op de plaats rust tussen de gniffelende rekruten in het achterste gelid. Hij sprong in de houding, salueerde zoals het een goed krijgsman betaamt, en schreeuwde: ‘Sodaat Boon meldt zich, sersjant Fele.’
Felen schrok zichtbaar, slikte een verdomme in, en fluisterde:
‘Soldaat Boon…? U…’
‘Mien pootn doen zonder schoenn niet zeer, sersjant Fele.’
‘Afmelde Boon! Af-mel-de!’
Boon staarde de sersjant aan en zweeg.
Toen zei Felen, die zich zichtbaar niet op zijn gemak voelde, Boon voor, met rood hoofd en heel duidelijk articulerend: ‘Verder nog iets van uw orders…? Verder nog iets van uw orders…??’
‘Nee sersjant Fele! Verder is er niėts van mijn orders!!’
De compagnie lag dubbel, de kolonel was boos, Boon kreeg een douw en het peloton een andere sersjant.
Bolsterturf 1991

Bolsterturf © bolsterturf.nl
|