<<<<<<<<<<<<<< Home >>>>>>>>>>>>>>
Stukjes tekst, video's en foto's van bos, hei en waterkant; over grasduinen en struinen in natuur en veld, over zon en wind en buiten zijn
IntroHoofdpaginaInhoudsopgaveNatuurdagboekRecentVideoHoogzitten en jachthuttenMuziekGedichtenOver bolsterturf en Bolsterturf

Bolsterturfs natuur

B o l s t e r t u r f s  n a t u u r

Zaterdagavond - Zondagmorgen

1.
zaterdagavond, 4 september 2004
Zaterdagavond, nazomeravond. Je was naar de hei. Je zwom in het verboden ven. Nu ben je weer thuis, je hebt je laptoppie op schoot en je zit rechtop in een luie stoel. Je bent moe van 't struinen en van 't zwemmen, en je baalt en typt. De kabel gaat door 't open raam naar 't stopcontact. Je kijkt en luistert naar de houtduifdoffer, die zich uitslooft op 't droefgrijze pannendak aan de and're kant van 't tuintje. De duifjes willen niks van hem weten. Toch blijft hij het proberen. Je denkt: die duif is zo mogelijk nog dommer dan ik...

Ja, je zit buiten, je denkt aan vroeger en je denkt aan haar die er nu niet kan zijn, wil zijn... En je weet het toch zo goed: het leven duurt maar even...., maar je wil zijn, altijd zijn, eeuwig zijn... en harder zijn dan een kei: je drinkt gewoon je oude dure port, want alcohol verzacht en doet alle zeer vergeten. En je vergeet gemakshalve dat 't vergeten is voor even maar.

Je knipoogt naar de zon die elke avond weer verdwijnt - zoals ze al eeuwen elke avond doet - langzaam maar zeker wegzakken achter 't pannendak aan de overzij. Nee, dat pannendak was er vroeger niet. Ze, de zon, zinkt dus gewoon onder de horizon, die vertelijn die je tegenwoordig in 't overvolle Nederland bijna nergens meer kan zien...!

Je beseft dat ook jijzelf verdwijnen zal, wegzakken in de overvolle tijd. Wie zal je missen? De tijd gaat snel, te snel, maar 't is je tijd nog niet. En je bent te gezond, je voelt je piepjong, dan weer blij, dan weer vrij..., ach, te vaak gebonden moedeloos. Maar toch, je houdt van haar... Vergeten wil je nu, vergeten, alles vergeten, niets meer weten, alles en iedereen vergeten, slapen, maar je kan het niet...

Er loopt een zonnige nazomerdag van zon en slechtheid en zonden teneinde. Straks komt de nacht...

Stil maar met open ogen lig je straks in bed... Aan wie denk jij dan?

Ik ga douchen want ik voel me kloooooooote...

 2.
zondagmorgen, 5 september 2004
Zondagmorgen, nazomermorgen. Je was al vroeg naar de hei. Je zwom in 't koude water van het diepst verboden ven. Je zag de zon opkomen over hoge sparrentoppen. Je hoorde wilde eenden overwieken toen je schoolslag zwom, en drijvend op de rug volgden je ogen een boomvalkje dat  libellen najoeg.

Nu ben je weer thuis, je hebt je laptoppie op schoot en je zit rechtop in een luie stoel. Je voelt je fit van 't reeën kijken en van 't zwemmen, en je waant je vijfentwintig en je typt met plezier. De kabel gaat door 't open raam naar 't stopcontact. Je kijkt en luistert naar een houtduifdoffer, die vrolijk koert en buigt op 't zonbeschenen, zo vriend'lijk grijze pannendak aan de and're kant van 't tuintje. Jij en de duifjes kijken toe, je glimlacht als je dan die duifjes tripp'len ziet, vrolijk heen en weer. Ze hebben al gelegd en gebroed dit jaar; je denkt: de jongen zullen zich te goed doen op de pasgemaaide graanakkertje.

Ja, je zit buiten, je denkt aan de jaren die je goed en gezond doorleefde en de jaren die nog komen gaan, en je denkt weer aan die borsten in dat blauwe truitje. Ach, je weet het toch zo goed: je hebt niks te klagen. Het leven is voor jou ook vandaag weer blij en fijn.., en met goede wil en wat geluk zullen er nog heel veel goede jaren met blije dagen voor je komen. Je bent gelukkig, want je hebt je boek en je gedachten en je weet van beminnen en van houden van. Je drinkt tevree je kopje dure koffie, dat is toch zo lekker bij je boterhammen met sjem en appelstroop. En je kijkt naar je mooie, lieve vrouw die dut in haar luie stoel, de mooie zongebruinde borsten bloot... Getrouwde kerels deugen niet, want even later dagdroom je opeens van and're blote borsten, vreemde borsten in een grote roze bra. Even kijk je in de zon, die - heel langzaamaan - aan 't klimmen is naar 't zuiden toe. 't Schemert roze voor je ogen, 't schemert roze door 't zachte blauw van 'n grof gehaakt truitje. En dan lach je opeens. Heel hard. Je vrouw schrikt op en vraagt verwonderd...

Mooi boek, zeg je en je leest weer verder in je mooie boek: ''Het kind. En de vrouw, de moeder. Dat is er zo een, die heeft misschien ergens in de buurt van de Badaf ook wel in een huis van kisten en planken gewoond. Maar borsten als dat mens heeft, prachtige volle borsten, ze kan haar kind volop zogen. En ze heeft de warmte van haar handen. Het kind schreit bij de moeder. De kluizenaar hoort dat. Eens zag hij, hoe mild het gezicht was van de vrouw, toen ze mee alle aandacht neerkeek op het kind, dat ze zoogde. Ze houdt het, de rug is gekromd, het hoofd hangt omlaag, d'r armen zijn krachtig en zwaar rondom het kind. Het kind. Vanuit een hoek in het schaars doorbloeid dagdonker stelt de kluizenaar zijn vraag: 'Waar blie dieje mens van oe?' "

Je glimlacht als je denkt: was ik een kluizenaar. Een kluizenaar heeft alle tijd en alle vrouwen, om van te dromen. En je peinst: de tijd rent niet langzamer voor een kluizenaar. De tijd gaat altijd snel, te snel, maar 't is - hoe gelukkig toch - je tijd nog niet. Je bent gezond, je voelt je piepjong, je bent blij en vrij van 't werk vandaag..., en je weet het toch zo goed: je kan niet alles hebben wat je hebben wil..., ach, 't is maar goed dat je dat niet alles hebben kan.
Je wil genieten, je kan genieten. Je geniet. Je geniet van het buiten zijn, het zitten in de zon; je geniet van de doffer en de duifjes, van je koffie, van je boterham; je geniet van de borsten van je vrouw, van je gedachten, van je boeken. Maar de zomer zal nu vlug voorbij zijn. Ach, je vindt dat helemaal niet erg, want vandaag is 't leven voor jou simpelweg genieten. Je glimlacht als je - in een ander boek - weer eens die ene regel leest die je zo mooi vindt: ''En toen dachten wij aan 't voorjaar dat zou komen na die winter en voelden ons weer onsterfelijk en helemaal niet droevig meer.'' Ja, als je je vijfentwintig waant, voel je je onsterfelijk.

En straks mag je mee, de parkietjes van je dochter gaan verzorgen. Ze belde op uit Spanje, ''de parkietjes..., ... ik heb voor pa een portje klaargezet, 't staat in de kelderkast.''

'k Heb er een hekel aan, maar  'k ga me even scheren..., want anders mag ik straks niet mee naar het huis met de parkietjes en de port.

Bolsterturf


Bolsterturf © bolsterturf.nl

IntroHoofdpaginaInhoudsopgaveNatuurdagboekRecentVideoHoogzitten en jachthuttenMuziekGedichtenOver bolsterturf en Bolsterturf
Stukjes tekst, video's en foto's van bos, hei en waterkant; over grasduinen en struinen in natuur en veld, over zon en wind en buiten zijn
<<<<<<<<<<<<<< Home >>>>>>>>>>>>>>