<<<<<<<<<<<<<< Home >>>>>>>>>>>>>>
Stukjes tekst, video's en foto's van bos, hei en waterkant; over grasduinen en struinen in natuur en veld, over zon en wind en buiten zijn
IntroHoofdpaginaInhoudsopgaveNatuurdagboekRecentVideoHoogzitten en jachthuttenMuziekGedichtenOver bolsterturf en Bolsterturf

Bolsterturfs natuur

B o l s t e r t u r f s  n a t u u r

Dagboek mei 2005

39
Dertig graden in caravanschaduw

Waar 't gister zwaar bewolkt was, trakteert lentemaand mei op de eerste zomerdag 2005 een overdosis zonneschijn. Dertig graden in caravanschaduw. En dat zomaar ineens, van de ene op de andere dag, zomaar zonder geleidelijke overgang.

Wandelen. Van de parkeerplaats 't dichtst bij de Verboden Vennen helemaal naar de camping. Bij 't Ondiep Eilandven rusten we uit. 't Zit fijn op een daar door de gemeente neergepoot bankje.
Een wulp jubelt, vanaf de hei komt zijn stem - gaaf en zuiver - aantrillen over 't bos. Op het water wat wilde eendenwoerden, maar de Canadese gent van vorige week is nergens meer te bekennen.
Een wit kwikstaartje verzamelt nestmateriaal uit venoever en pal boven ons begint een roodborst te zingen. Samen met 't groene kikkerkoor overstemt zijn fel en snerpend melodietje het monotoon loeigejank van een landbouwmachine. 't Is zondag, maar de boeren hebben 't nu te druk om naar de kerk te gaan. Het gras moet gemaaid.

Wanneer Fox aangeeft genoeg te hebben van 't pozen, haasten we ons dorstig - we hebben zin in ander vocht dan venwater -  naar de caravan.

Gehaast terug van caravan naar parkeerplaats. Fox heeft nog een onmoeting met een ree en met wat konijnen, maar daar storen de blauwen, de koekoek en 't klein zangvogelvolk zich niet aan.

Bolsterturf, zondag 1 mei 2005

40
Eén zwaluw

Vanmorgen is 't weer al weer omgeslagen. Geen zon nu, maar - na regenbuien - 'n dik grijs wolkendek.

Tijdens uitstapje met Fox nergens 'n ree te bekennen. Ook geen haas of konijn. De bosranden lijken van alle wild verlaten, maar de spechten maakt dat niks uit. Die roepen, lachen en roffelen er, naar 't schijnt met veel plezier, juist luider om.

Op weg terug naar huis zie ik vanuit de auto even een zwaluw, eentje maar. Hij vliegt bij 'n ouwe boerderij boven wei. Huis- of boerenzwaluw. 't Vogeltje is te vlug en te ver, niet preciezer te identificeren.

Bolsterturf, maandag 2 mei 2005

41
Onweer in het moeras

Donker, dreigend de lucht, maar Fox en ik gaan er toch op uit. 'Vannacht heeft 't veel geregend, dus het zal wel droog blijven.'

Groenvoorzieners schoffelen langs de rondweg door (niet om) het dorp. En verderop, waar 't moeras begint, zijn twee werknemers van staatsbosbeheer bezig met het cultivateren van hoog onkruid tussen eikenaanplant.

De kieften roepen onrustig en als Fox blaft naar een kudde stille jonge koeien, spatten twee bonte wilde eendenwoerden uit een sloot. Ik zie een ree, beetje rood van dos al, met kromme rug staan op een weitje, maar het ziet mij ook.

't Begint wat nat te worden. Een milde, zachte meiregen. Niet erg, denk ik, en fiets verder, 't moeras in. 't Klein grut zingt niet, de kieften en kraaien roepen niet, zelfs de haanfazanten zijn stil.

Een felle wind rukt op uit 't westen en het rommelt in donkergrijs geworden lucht. Twee blauwe reigers flappen met wind mee loomsnel voorbij. En dan geselt - van 't ene moment op 't andere - de onweersbui moeras en Fox en mij. In 'n paar mins ben ik zeiknat. De groene trui hangt loodzwaar om m'n lijf en onweerwater loopt m'n schoenen in. Fox reageert schichtig op de donder. Ik tel tot tien, maar 't bliksemt nog niet. Ik bid een schietgebedje en duik een greppel in. En dan zijn er opeens het weerlicht en wat regels van een gedicht:

"Mijn hart werd plotsling wit en heet,
't was of ik zelf werd omgesmeed.
Ik heb het angstig ondergaan
ik kwam er sterk en nieuw vandaan."

Uit een gedicht van Maria Vasalis

Ik miste de gele vogels en de vlerken. En de mannen van staatsbosbeheer en hoveniersbedrijf lachten me uit, maar het ergste van alles was, dat ze d'r hondje een grote knuf maar mij moppers gaf.

Bolsterturf, dinsdag 3 mei 2005



41a
Van kleur verschoten zwammetjes

Zwammetjes op een ouwe achtertuinse bierton.
Gisteravond waren ze oranje, maar over nacht
verschoten ze van kleur.

Bolsterturf, dinsdag 3 mei 2005

42
Meidoorn na reebokkroon

17.00 uur
Het regende zowat de hele dag, maar nu is het even droog. Zo'n vijftig meter voor me beweegt wat in het lange gras van 't moerasweitje. Een ree? Vlug 't cameraatje op ultra zoom en... knip.
Dan besluit m'n kameraadje om een rondje te gaan rennen door 't lange gras. Weg reebokoren. En weg reebokkroon.

17.30 uur
Zomaar een puinweggetje, 't moeras in naar wat schapenweitjes. In de berm ervan allerhande bomen en struiken, eiken en lijsterbes en brem en een verdwaalde appelboom en heel veel berken met te mooie witte stammen. En dan staat er zomaar ook een meidoorn tussen.

Bolsterturf, woensdag 4 mei 2005

43
Nog niet geplet

Hemelvaart. Bevrijdingsdag. Veertig dagen na pasen, pasen zo vroeg dit voorjaar, pasen toen in 't bos nog nauw'lijks bloemen bloeiden en boomtakken niet pronkten met duizendkleurig groen. Ja, 't is hemelvaart en 't is bevrijdingsdag en knalgeel bloeit de brem , wijl de meidoorn - die wel vijfhonderd lentes worden kan - liefwit bloesemt en de lelietjes-der-dalen met zware zoete geur bedwelmen.>

Ik zit in groene leliekring. Ik adem lelies, snuif de witte klokjes die vervagen, en dan ben ik weer achttien en ik luister naar mijn vader: 'We moesten gaan liggen in het zand. Spiernaakt. De neus in de kont van die voor jou. De groene mannen liepen langs de rij en schoten soms.'

Hemelvaart. Bevrijdingsdag. Twee feestdagen in één. Veel fietsers en wandelaars op de bospaden. De twee mieren met hun grote groene rups waren nog niet geplet toen ik ze op de foto zette.

Bolsterturf, donderdag 5 mei 2005

44
Ochtenduurtje moeras

06.30 Begin van 'n rondje auto om 't moeras. Heel veel blauwe duiven tussen rijweg en fietspad. Het schijnt, dat ze daar het best hun kostje kunnen vinden. Bijna klapt er eentje tegen de pindaruit. Eén maar ligt platgereden.

06.35 Heer Haanfazant staat parmantig te pronken in ruige berm. Zijn haremdames pikken en krassen om hem heen naar eetbaars.

06.40 Lampe (zo noemen jagers een haas) in de wei. Hij huppelt over gevaarlijk boerenjagersgebied. Gelukkig is het mei en de jacht niet los (jagers zeggen in oktober: de jacht gaat los).

06.45 Fel contrast van groen en zwart tussen gras- en bouwland. En overal hongerige zwarte kraaien, glanzend zwarte rovers op matzwarte akkers met sprietjes maïs in lange rijen. Op gras zie je kraaien ontiegelijk veel beter.

06.50 Spreeuw achtervolgt huismus. Ze zien alleen mekaar en missen maar net de pinda.

06.55 De wilde konijnen zijn nog op. Fox ziet er een paar in de wegberm en joekert van rakverlangen.

07.00 Ik zet de pinda in de berm. We stappen uit, lopen een moerasweg in. Aan die weg één houten woninkje. Voorbij dat huisje van zekere mr. Vogelaar (zo heet i niet echt!) wordt het pad een puinzooimodderpoel, want heel de nacht regen en de arbeiders van staatsbosbeheer reden er met terreinwagens diepe sporen in.

07.05 Fox loopt zo'n dertig meter voor. Ik spied links en rechts naar reeën. Opeens een stem: 'Zittt..!' Voor Fox staan en man met rode jas en een grote herdershond. Vlug roep ik m'n hondje bij me. Hij moet beschermd, omdat hij soms denkt een leeuw of lynx te zijn.
Ik verontschuldig me bij de jonge man, want hij had zijn hond wèl aangelijnd: 'Sorry, ik had u niet gezien'. 'Geeft niks. Niks aan de hand.'

07.10 Opeens gluurt de zon door grote grauwwit beetje oranje wolken. 't Klein vogelvolk zingt, fluit en tiereliert. Stil flappen reigers over en twee koekoeken roepen naar mekaar.

07.25 Een zwangere reegeit kijkt naar Fox en mij en ik naar haar. Fox ziet haar niet. Ik lijn hem aan en loop door. 't Is mei en in mei en juni worden de reekalfjes geboren.

Bolsterturf, vrijdag 6 mei 2005

45
Kinderen voorbij meischimmel op mos

Zeven mei. Rauw herfstweer. Wolken, hagel, wind en regen. Bloeide niet vandaag de brem felgeel en pronkten niet berken en lorken met zachtgroene tooi, zou je denken dat 't eind oktober is.

Leeg en verlaten de hei, maar dan, als altijd onverwacht, rijst een haas. 'Wref wref wref...,' gaat Fox er achter aan. Wanneer hazemans een hoek slaat, stuift de hond rechtdoor. Als hij gedraaid is, verdwijnt de haas juist achter 't walletje van een greppel.
Vrouw roept: 'Kretsjjj..., ik hoorde hem afzetten. Hij sprong precies voor m'n voeten weg.' En dan is Fox terug en wijst hij feilloos de plek aan waar de langoor rees.

Tussen dophei van een laag stukje terrein mos. Tussen het mos witte en gele kale plekken: woekerende schimmel. En over hei en bunt en mos en schimmel niets dan wolken, harde wind en regen. Klote weer, want niet goed voor jonge hazen en konijnen.

Bulderwind doet 't buntgras buigen en een fikse bui klettert op 't al kliedernatte kale bruine landschap, maar dan komen met wind mee vrolijk blije kinderstemmen aangewaaid. Een rij stille paarden trekt, keurig over 't ruiterpad, aan ons voorbij in wind en regen. De bruine en zwarte paarden, ze hebben bijna allemaal kinderen op hun brede ruggen, jongens en meisjes uit rijden gegaan onder begeleiding van drie volwassenen. De grote mensen groeten 'middag', maar de jeugd is uitbundig en druk en doet en zwaait en roept.
Vrouw en ik, we worden er ook blij van, en we voelen opeens niet meer de regen en de wind. 

Bolsterturf, zaterdag 7 mei 2005

46
De heer van de reewildvereniging

Moederdag. Heel de dag dochters over de vloer. Schoonzoons ook. Maar 's avonds nog samen met moeder en het hondje een rondje moeras gedaan.

We zagen van alles en nog wat. Wilde eendenwoerden, spelende konijnen, twee schreeuwreigers, kraaien, kauwen, eksters en gaaien. Allerhande zangertjes deden hun best en in het late zonlicht vlogen een vleermuis en wat zwaluwtjes. 'Kijk,' zei ze, 'de zwaluwtjes lijken nu zwartwitter dan overdag.'

Een heer met groene hoed, groene jas, groene broek en bruine schoenen stond met een kijker een kaalslag af te turen. Zijn hond, een jonge Duitse staander, zat braaf naast hem.
'Staat er nog een ree?' vroeg ik. 'Nu springt hij af,' antwoordde de heer wat sjaggie. Vrouw en ik keken hem onschuldig aan, Fox gromde 'ns tegen het jachthondje en toen liepen we maar door.

'Volgende week zit i misschien in een hoogzit op boerengrond en knalt hem af,' opperde ik, nadat we doorgelopen waren. Echtgenote zei daarop: 'Wat een verschil! Hij in zijn keurig groen tenue met hoed. Jij in haveloze broek en beige rafeltrui en met zwarte wollen sokken in sandalen. Geen wonder dat je vaak kouwe voeten hebt.'

Toen vrouw en ik het moeras uitwandelden, stapten juist twee Polen uit een ouwe gammele opel. Ze liepen naar de grote aspergeakker bij het op instorten staande golfplaten schuurtje. Ze keken even naar de akker, waarop tussen de bedden met asperges het water meer dan enkelhoog stond.
'Ja mannen', zei ik, 'jullie moeten morgenvroeg laarzen meebrengen'. De Polen antwoordden niet.

'Doe Fox even aan de lijn. Daar staat een groene jeep.' 'Het is de auto van de man die naar de reebok keek, kijk maar op de voorruit.' Op de voorruit van de jeep twee stickers: eentje met de tekst 'Reewildbeheer' en op de ander stond www.reewild.nl.

Bolsterturf, zondag 8 mei 2005

47
Dagje caravandak

Caravandak lek. Dakdekker gebeld. 't Dak bleek slecht en moest vernieuwd. Afspraak gemaakt voor vandaag.

Vanmorgen om acht uur scheen de zon, maar 't bleef niet de hele dag droog. Echt lullig weer was het, want net toen de oude daklaag was verwijderd, viel uit plots zwart geworden hemel een plensbui van jewelste.

Hard gewerkt om 't oud mastiek te verwijderen. Daarna, na de plensbui dus, waterzuigen met een grote waterzuiger. En toen onderlaag spijkeren, zodat de dakdekker meteen kon beginnen met branden.

'k Type dit met blaren in m'n handen en anderhalve blauwe vinger, maar 't was best fijne arbeid! Eens echt hard werken met je spieren en je handen bezorgt je rust en een fijn gevoel. En de dakdekker was, ik bedoel: is een vakman. Zulke mannen zijn de mannen die ik benijden kan. Ik kan zo bij hem beginnen, zei hij, maar nee, dat doe ik toch maar liever niet.

Fox lag op 't grasveldje voor de caravan en observeerde de dakdekker en zijn hulpje voor vandaag. Opeens zag ik m'n hondje nergens meer. Roepen en fluiten was vergeefs. Gelukkig kwam de campingbeheerder al gauw met hem aan. Hij had achter een wild konijntje en een eekhoorn aangezeten.
'Heel 't park over,' zei de beheerder, maar dat laatste geloof ik dus niet.

Bolsterturf, maandag 9 mei 2005

48
Regen, hagel en een enkele onweersbui

Heel de dag klote weer: regen, hagel en een enkele onweersbui bij tien graden maar. Tussen vijf en zeven even naar de camping. Onderweg en terug geen ree gezien, ook geen haas of konijn. Nee, zowat niks waargenomen, maar toch...: zwaluwtjes zwierden onder wolkenluchten, vinkenmannen riepen hun 'sies-ke-wiettt', muggen dansten boven grote plassen en heer Haan Fazant stond - statig, fier - tussen een groepje blauwe duiven te pronken in moeraswegberm.

Bolsterturf, dinsdag 10 mei 2005

49
Kaarsjes en wollegras

Een meimiddag met koude wind en grauwe en witte wolkenluchten. 't Meizonnetje lukt het alsmaar niet om door te breken. In het waaien van de gure lentedag wachten Calluna en Erica, allebei in bruine rok en met grijze kousen aan, op licht en warmte. Wulp, boompieper en leeuwerik zingen niet. 'k Hoor alleen vinken en een roodborst. Maar wie, denk ik opeens, stak in deze den de kaarsjes aan?

De Wollegrasjes dansen in de wind. Ze dansen met gebogen hoofd, maar ze dansen gracieus en lief en sierlijk, boven het koude water waar ze wachten  - zo geduldig - op de zonnefee.
't Zo zonder zon zo donk're water, tussen en onder het fletsgroen plantengewirwar, spiegelt licht noch warmte. En nergens zwemt een eend of danst een mug en naar 't schijnt zijn alle kikkers weer gaan slapen. Nog even, denk ik, en ik ruik een Trol.

Ik kijk uit over de hei en zie diepe sleuven, greppels, sloten. En ik ben opeens weer jonge jongen en mag met vader mee naar 't veen. Turf steekn. Ik zie hem bonken en ik zie hem steken, graven in het bruine veen. Hij steekt de turven en vlijt ze in nette rijen neer, maar dan springt Fox tegen me op. Lief likt hij mijn handen en brengt me weer terug in 't nu.

Bolsterturf, woensdag 11 mei 2005

50
Kwaakmoeder en kroost

Eindelijk! Een regenloze dag, zelfs geen bui. Ik volg een beekje door 't moeras en 'k zie blauwe bloempjes tussen heel veel groen. Die kleine, blauwe bloemetjes, ze zijn zo mooi, zo diepblauw, maar mij ook zo onbekend. Hoe ze heten? Ik weet het niet. 'k Heb naar hun naam gezocht in m'n wilde plantenboek, maar 't zijn er tè veel die heel erg lijken op mekaar.

De lente vordert. De paardebloemen kleuren de weiden niet meer geel. Die zijn bijna allemaal klaar met bloeien. Inmiddels is de wind doende met 't verspreiden van hun zaadjes. Maar nu zien slootkanten en weiden toch weer geel, geel en goud van boterbloemen.

Een dikke hommel is druk bezig op een smeerwortelbloem. 't Is een aardhommel.
'Kijk pap, dit is een aardhommel met wit achterlijf,' zei m'n jongste dochter eens tegen me, 'je hebt ook steenhommels, die hebben een meer rood lijf.'

Her en der pinsterbloemen. Niet zo veel, nee, lang niet zo uitbundig staan ze er als dat ze vroeger in weiden en langs sloten stonden, maar helemaal verdwenen zijn ze gelukkig niet.
En dan zie ik een heel allenig violetachtig, de kleur ervan zweeft ergens tussen paars en rose, vijflobbig bloemetje. Het groeit tussen varens en andere planten in de beekwal. Ook voor dit plantje heb ik geen naam.

Zowat alle eikenstammen langs de beek hebben schors met opvallend veel bruinrood onder aan de stam. Dit rood maakt, vind ik, de tot nu toe koude en natte lente wat vrolijker.
En dan valt m'n oog op een grote ronde struik op zo'n honderd meter. Een kleiner ronder struikje groeit ervoor. Wilgen, wilde struiken, niet gesnoeid of in mooie vorm geknipt, maar gewoon zo gegroeid.

Een plots gefladder en gekwaak. Fox heeft een eend met kuikens ontdekt. Hij wil de sloot in, maar mag dat niet van me. Sjaggie kijkt hij toe hoe ik kwaakmoeder en kroost op de foto zet.

Bolsterturf, donderdag 12 mei 2005

51
Merelzang en kastanjebloei

Om vijf uur laat ik Fox uit. De ijsheiligen zijn (nog) niet gekomen deze lente. Toch is de schemermorgen koud, 't is maar een graad of vijf.
Op de daken zingen merels en de kastanjebomen staan vol met grote matwitte kaarsen, evenzovele matwitte bloemen.
Dan is Fox uitgepiest en gepoept heeft i ook. Tijd voor hem en mij om nog 'n paar uur te gaan slapen .

51a
Fluitenkruid, gele lis, koekoeksbloem en moerasvergeet-mij-nietje

Wanneer ik opsta is het elf uur en schijnt de zon, maar tegen vieren in de namiddag zit de lucht potdicht met grijze wolken. 't Regent net niet als ik met Fox ga fietsen. Even nog 't moeras in. Fox is blij en trekt alsmaar aan de lijn, maar in 't moeras mag hij los lopen en raak rakken. In no time is i kliedernat.

Overal in bermen en weiden komen we langs fluitenkruid. Het bloeit volop met grote schermen wit. Deze plant levert een grondstof voor antikanker medicijnen. Dit wist ik vroeger niet; wel dat konijnen het lusten en dat je er fluitjes van kan maken door met een scherp mesje een lengtesnee in de stengel te kerven.

Wat is dat? Midden in een zompig weitje een grote felgele dotterbloem? Ik ga poolshoogte nemen, haal twee natte voeten en ontdek dat het de bloem is van een gele lis. De enige lis die bloeit tussen honderden andere.

Heel de middag roept een koekoek, maar of hij weet heeft van de koekoeksbloem? Ook vraag ik me af, of de koekoeksbloem koekoeksbloem heet omdat ze - fel lichtroze - bloeit als de koekoek roept?

Overal rontelom in 't natte weitje het zachte blauw van moerasvergeet-mij-nietjes. Deze lieve, nietige plantjes staan daar zomaar zachtblauw te wezen tussen paarse dovennetels, tussen gele boter- en roze koekoeksbloemen, tussen allerhande grassen, lissen en riet.

Het leven is kort. Elke lente duurt maar even.
'Dag. Het is niet anders. Het spijt me.'
'Vergeet-me-niet.'
Vergeten kan heel moeilijk zijn.

Bolsterturf, vrijdag 13 mei 2005

52
Tarwe

Reekalfjes worden geboren in mei en juni. Rikkes en bokken snoepen dan overdag niet meer op graanakkers en kruidenweitjes. Alle vrouwtjes hebben zich teruggetrokken om te bevallen, in bramenwildernis of in stille donkerte van dicht sparrenbos.
En de mannetjes? Die rusten uit in gezelschap van 'n lieftallig smalree, die verzamelen kracht voor de bronst, straks van half juli tot half augustus.

Een rikke draagt veertig weken. Da's veel langer dan de dracht van een dam- of edelhert. Haar draagtijd is van gelijke duur als die van een mens, maar onwikkelt een mensje zich geleidelijk aan, bij reeën groeit de vrucht in het begin maar heel langzaam, om dan vanaf januari haast te maken.

Onderweg van huis naar camping parkeer ik de pinda bij het enig tarweakkertje langs de route. Heel dit voorjaar laveiden er reeën, maar nu loopt er niet eentje die zich tegoed doet aan de, inmiddels zo'n twintig centimeter hoge, tarwescheuten.
Dan stap ik uit en pak een schop en een vuilniszak uit de kofferbak. Ik loop een eindje de tarweakker in en vul de zak met jonge tarweplantjes.

De tarweplantjes met kluit, ik heb ze zo gezet. Boerendochtervrouw staat er bij en glimlacht om de rog en mij. Ze zet ondertussen koffie. 'Vroeger had vader elk jaar rog,' keuvelt ze, 'voor het strooi. En ook haver voor het paard, voor onze Grijze.' En dan kijkt zij naar mijn haar en vertelt zij van dertig, vijfendertig, veertig jaar terug. En na 't verplanten verhaal ik, van lopen langs kilometers korenvelden, herinnering aan grote, meer lange dan brede veenkoloniale graanakkers en de rode zesenderbok die naar me toe kwam in stille windstille zomerdag, '... we zagen mekaar toen nog niet, maar de aren golfden waar hij liep...'

Waar zowat alle akkers hier in de buurt vol zullen staan met gifgroene, meer dan manshoge maïs bemest met biozeik, ligt er van 't zomer her en der in 't Brabants landschap - heel sporadisch - nog een klein, lief gouden graanakkertje verstopt.
Wij praten en wij lachen en wij heffen ons glas bier:
'Niemand zal het vinden, ons tarweakkertje!'

Bolsterturf, zaterdag 14 mei 2005

53
Terreinwagen scheurt over bospaden, kinderen voorin

Na een nacht en morgen en voormiddag met heel veel regen wandelen we over de bosweg, baasje, bazinnetje en hondje. In de eerste zonnestralen van de pinksterdag speelt vrolijk Foxje door grote plassen. Een grote zwarte kater zit midden op het zandpad. Hij ziet ons aankomen en gaat er in volle ren vandoor. Fox ziet hem niet. Die heeft het even te druk met snuffen aan wat over is van een zwarte kraai. 'Misschien te veel vergif gegeten', opper ik. Maar dan zijn we de kraai al weer vergeten en genieten we van het pad, van de akkers en weiden rechts, van het bos links en van de warme zon. Het meizonnetje, ze schijnt in je gezicht, ze maakt je blij en ze tovert dwarrelflarden witte nevel over 't stille land.

Een zwarte terreinwagen komt aangescheurd. Voor de auto ons bereikt, stuurt de chauffeur het ding een zijpad, de bossen in.

't Is alles mooi en fris rontelom, alle bomen en struiken inmiddels meigroen, maar in de bosrand ligt plaatselijk veel afvalhout van 't ruwweg bomen omdoen, dood hout met op dat hout felgele zwammetjes die glimmen en glanzen als de zon er op schijnt, zwammetjes die 't heel goed doen in deze natte mei.

Een merelman is zich aan 't wassen in een plas. Hij fladdert op als de terreinwagen er weer aan komt. Net voor de plas draait ook deze keer de bestuurder een smaller bospad in.

'Kijk eens, wat mooi! De hulst bloeit.' En dan zie ik ook het kleine boompje met z'n tere witte bloempjes. Het is maar een hulstboompje van niks, beschadigd stammetje heeft het, 't is verminkt door boswerkers, maar dat maakt de bloemetjes en de puntige bladeren en de schimmel op de bladeren er niet minder mooi om.

In het bos ligt een honderden meters lange dikke zwarte slang. 'Waarom ligt deze slang hier?' 'Ik weet het niet. Misschien door soldaten achtergelaten bij einde oefening.'
Het is druk op de slang. Mieren gebruiken het hoogst liggende deel er van als snelweg. 'Toch wel rare snuiters, die mieren.' 'Ja, ze houden niet rechts en ze houden niet links.'

Als we staan te lachen om de mieren, wat dom van ons is, komt de terreinauto voor de derde keer op ons af. Het is een grote, brede, zware, snelle wagen. Deze keer mindert de chauffeur vaart en rijdt ons voorbij. Ik roep: 'Ik hoop dat je tegen een boom knalt..!'
Ik maak een paar foto's, en dan zie ik ze door de lens: de man achter 't stuur, en ook voorin drie lachende kinderen. Achter in de auto zit een vrouw. Zij zwaait en lacht.

Even later lopen we door het bos naar de parkeerplaats. Roodborstjes en vinken zingen, een holenduifje koert ver weg en dichtbij roept de koekoek. En dan staan er waar we het grote zandpad bereiken, naast de sporen van de terreinauto, de hoefafdrukken van een rennend ree in 't zand. Heel duidelijk zijn ook de bijhoefjes getekend in het natte, bruinzwarte pad. Een ree dat gewoon loopt - niet rent - laat die kleine voetdeeltjes niet achter.

'Dat ree vluchtte voor ons, niet voor de terreinauto,' zeg ik. 'En ach, ik wis de foto's van scheurende man met vrouw en kinderen, want politie, staatsbosbeheer en ambtenaren zijn mijn vrienden niet.' 'Ja,' antwoordt ze, 'ze zijn de bedenkers en oppassers van de groene bordjes.'

Bolsterturf, zondag 15 mei 2005

54
Merelmoeder

Mientje, de zwarte poes mauwt aan de achterdeur. Ik laat haar buiten.
Merelmoeder zit bang zenuwachtig te doen. Ze tjekkert en ze tjakkert. En haar verenpakje is verfomfaaid.
Haar jonkies zitten onder de seringen, tussen de wilde aardbeien in de achtertuin.
Poes heeft pech. Vlug jaag ik haar weer naar binnen.

Bolsterturf, maandag 16 mei 2005

55
Vinkenman, duikelkievit en versierde sparretjes

Een natte mei. Een koude mei. Vandaag net dertien graden op plaatsen waar wel de wind maar de zon niet komen kan.

Waar 't moeras begint staat een perceeltje jonge sparretjes, kerstboompjes. De eigenaar had ze al ver voor vorig jaar kerst versierd met feloranje labeltjes, maar hij is vergeten om te rooien en verkopen. (Leven doet hij nog wel, want 'k zag hem gister lopen .)
De labeltjes wapperen in de wind. De vogeltjes zijn er helemaal niet bang van. Ze storen er zich gewoon niet aan. Ze zingen luid en blij. Duidelijker kan 't niet blijken, dat ze het fijn vertoeven vinden in dit paradijsje met oranje versierde kerstboompjes.

Een vinkenman zit in een sparrentop. Pa vink kijkt naar mij, terwijl hij zingt. Pas als hij op de foto staat, vliegt hij weg, naar andere, hogere top.

Fox snuft en scharrelt wat over een kale wei aan de andere kant van de sloot. Plots duikt en dwarrelt een kievit vlak boven hem. Het is pa kievit die probeert zijn jonkies te beschermen.
Foxie snapt er nix van als ik hem bij me roep en aanlijn, maar thuis krijgt hij een varkensoor en hij gromt, als ik doe of ik 't weer af wil pakken, onboos naar mij.

Bolsterturf, dinsdag 17 mei 2005

56
Koolmezen, muggen, bomen en riet in spel van zon en wind

Te voet op weg naar het moeras wijs ik Fox een reiger op een pas geploegde akker. Als hij fanatiek het land op rent en de grote blauwe vogel aanblaft, flapt die stil en loom en laag over een kuddetje herkauwende keuterboerenkoeien weg, om een paar honderd meter verder weer muizen te gaan vangen.

Het moeras is stil. Te stil. 't Lijkt wel of de kikkers het te koud vinden om te kwaken. En zingen doen de vogeltjes verre van uitbundig. Hier en daar tiereliert een roodborst en maar een enkele vinkenman laat weten, dat wat hem betreft het toch echt wel lente is.

Dàt het lente is bewijzen ook twee meesjes in het struikgewas van 't puinpaadje door 't moeras. Ze hippetakken zenuwachtig door 't gebladerte, en ze schelden Fox en mij uit. Stilzitten kunnen ze niet, lijkt het wel.

Dan, o ramp, zomaar uit het niets van 't zompig moeras gekomen, zoemen honderden muggen en, erger nog, duizenden kleine kriebelvliegjes rond m'n oren. En mezenma en mezenpa blijven te keer gaan. De aandacht moet worden afgeleid van hun jonkies, die ergens verborgen tussen takkenwirwar zitten. Vooral pa mees maakt kabaal als was hij een vlaamse gaai, wat helemaal niet nodig is, want Fox is verwend, die blieft geen vogelgrut.
De mezen schelden en hippetakken, en de muggen prikken en de vliegjes jeuken in oren en neus. Ik doe mijn best, maar 't zenuwengedoe van de mezen en 't steken van de muggen, en vooral 't kriebelen van de vliegjes, maken fotograferen bijkans onmogelijk. Die klote insecten! Ze zoemen rond je hoofd, ze kruipen in je hemd en broek en ze zuigen in je nek, wangen, handen en neus. En als dan eindelijk de ouders mees allebei in beeld zijn, blijkt achteraf de camera op nachtstand te staan. Maar één meesje bleef er voor u over.

Maar dan, groot en fel en gul, schijnt Mei's avondzonnetje over het moeras. Het tovert gouden gloed over elzen en wilgen en grassen en lisdodden en boterbloemen en 't lijkt of het, even verder in nat weitje, een reepje geel riet wit aan 't schilderen is. De muggen dansen in het licht, ze zijn nu minder agressief, maar als er weer een witte wolk 't moeras verdonkert, begint het luider zoemen en 't bloed prikken overnieuw. Ik sla er één dood, ik sla er twee dood, ik sla er drie dood, ik sla er tien dood en ik ga wild met m'n handen door m'n haar. Fox wrijft met een voorpootje over z'n neus en steekt z'n koppie in de natte, bruine blarenbrij van een poel, waarop een dikke laag stuifmeel. Heel z'n snoet ziet geel en grauw. En dan rennen we, vluchten we, naar de donkerte van een sparrenbosje verderop. Fox is er eerder dan ik.

Zo zit 't meizonnetje verstopt achter grote witte wolken, zo tovert het licht en schaduw op bodem en bomen aan de overzij van 't witrieten weitje. Overal rontelom bonte mengeling van licht en schaduw. Het anders droef en donker moerasgeboomte, het lijkt wel dronken van avondwind en zonnelicht die vrolijk rond hun stammen spelen.

Bolsterturf, woensdag 18 mei 2005

57
Vier uren moeras en ommelanden

Een zonnige en winderige meidag. Met fiets en Fox vier uur lang - we verstoppen soms de fiets en lopen dan allebei - naar 't moeras. Overal zijn vogels druk doende. Nog in het dorp zingt een merelman op een schoorsteen en achtervolgt een spreeuw een huismus. De mus duikt een rododendron in. Wat verderop scharrelt 'n groepjes spreeuwen op pas gemaaid grasland. Weer andere spreeuwen ruziën in de hoge eikenbomen. Uit die eiken komen ook de blijde en hoge stemmetjes van kauwen. En als altijd is op akkers en weiden de zwarte kraai present. Met grote regelmaat zie je hem bijna overal. Zo zie je er eentje zitten op pas gemaaide wei, gitzwart op lichtgroen; zo krijgt er eentje laag boven de grond een paar kieviten op z'n dak, en zo duikt hij op zijn beurt in hogere luchten bijna op een buizerd.

Fox en ik lopen een puinweggetje af, de moerassen in. De gele lissen staan nu allemaal in knop, elke dag zijn het er meer geworden die geel bloeien. En het glanzender geel van boterbloemen pronkt overal in groene wei.

Het muggen- en vliegenvolkje plaagt vandaag niet, maar als Fox door 't lange gras langs de wegkant loopt, zwermen ze in grote wolken hoog, om zonder steken of vervelen weer neer te dalen tussen 't groen.

Heel zo nu en dan vliegt er, wat onzeker nog, een libel. Ik zie een kleine rode en een dikke blauwgroene. Ze zijn pas verpopt. De libellen houden goed afstand, want telkens als ik net de camera op macro heb, vliegen ze weer een eindje verder. En in 't moeras kan ik ze niet volgen.

Na een uurtje uitrusten en luisteren naar koekoek, vinken en mezen en roodborstjes en nog heel veel vogels meer, o heerlijk luieren in vork van dikke, horizontale eikenstam - de boom waaide tijdens oktoberstorm paar jaar terug om -, gaan we verder. Fox wil eigenlijk nog niet gaan, want die is loeiend druk met het graven naar muizen. 'Kom op', zeg ik tegen hem, 'laat die muizen nou maar. In 't kerstbomenbosje waar we naar toe gaan zitten veel konijnen.'

Een kwartiertje later jakkert Fox achter de beloofde konijnen. Hij jaagt er eentje een berg plastic in. 'k Denk dat die konijnen nog zo dom niet zijn en dachten: onder plastic op opgehoogde grond blijf je beter droog. Maar of die konijnen er nou echt weet van hebben dat ze wonen in kunstmatig opgehoogde grond?
Je houdt het niet voor mogelijk wat voor rommel boeren en tuinders kunnen maken! Het is een zooitje van jewelste op de grens van sparrenbosje en moeras. Hier ligt een rol roestig prikkeldraad, daar deels vergaan plastic, daar ouwe kisten en palen en planken en daar een hoop door moeder natuur groen geverfde electriciteitsbuizen in koepelvorm.

Er zit alsmaar een vogeltje te zingen tussen de sparretjes, maar ik kan hem nergens spotten. Scharrelend tussen de kerstboompjes zie ik hem even later toch, op een plek waar ik hem niet verwachtte: zingend in een wilgenbosje een meter of dertig uit de moerasrand. Maar vogelmans ziet mij ook. Hij vliegt 't moeras in. Vijf mins later is hij terug, nu zit hij in een sparretje. Ik waag een afstandschot. Raak! Hoe heet dit vogeltje? Rietzanger?
Ik weet het: sparzangers bestaan niet, maar 't was net of hij voorkeur voor het wilgenbosje had.

't Is - ondanks de rommel op de grens van sparretjes en moeras - een vrolijk gedoetje in het voorjaarsveld. Verborgen tussen de naaldboompjes die voor kerstboom moeten gaan spelen, zie en hoor ik fazanten, houtduiven, groene spechten, vinken, mezen, merels, witte kwikstaarten, gaaien, kraaien, kauwen, eenden en nog veel andere vogels, door de 20x50 ontwaar ik zelfs een boomkruipertje.

Juist als ik het restant van een sparrenstammetje bekijk, t' ziet rood en bruin en geel en wit en zwart en blauw en grauw en slijmerig en glibberig, komt Fox aanzetten met een half verdroogd stinkvogeltje. Wanneer ik 't af wil pakken houdt hij zijn kaken stijf. Tsja, eigen schuld, dikke bult, ik pak hem in z'n nekvel en hou hem hoog tot hij het laat vallen. Ik wil niet hebben, dat hij iets doods oppakt, maar als hij 't toch (nog) doet moet 't kunnen, vind ik, want mijn smaak hoeft de zijne niet te zijn.

Vier dennenkegels hangen in een kerstsparretje. Ze vallen me op, omdat ze zo groot zijn voor zo'n klein boompje en omdat er aan de andere boompjes geen vier kegels hangen. Fox interesseert zich er niet voor. Hij wil verder gaan, want alle konijnen zitten inmiddels onder de grond. Een Fox is niet moe te krijgen, lijkt het wel.

Ik loop met Fox langs de moerasrand. Daar is van alles te zien. Bloemen en planten en struiken en bomen in overvloed. Het is er allemaal: hoge eiken, struikgewas en kleine bloemetjes als het vergeet-me-nietje. Ja, het groeit en bloeit hier in dit stukje paradijs. En in het akkerland langs de sloot staan de voeten van hazen, konijnen, reeën en vossen. Fox vreet van louter baldadigheid maar wat hazenknikkers op.

Langs de sloot bloeit fluitenkruid en zuring door mekaar heen. Fluitenkruid waar wij jongens vroeger fluitjes uit sneden en zuring waar we op kauwden, gewoon omdat we het lekker wilden vinden.

Ik zie een struik met mooie witte bloemetjes. Ze staan bijeen, rond een tros kleinere groene bolletjes. De bladeren zijn getand. (Ik kon de naam niet vinden. Net als bij vogels en paddenstoelen zijn er zo heel veel bloemen en planten die op mekaar lijken.)

In de moerasrand hangt, hoog, een woekering van blad en takjes. Het is geen vogelnest, 't is een wirwar van geheimzinnig donkergroen. 't Hangt stil en stevig naast twee bomen die samen een X schrijven tussen lichter groen. Een ziekte van de boom? Een schimmel? Een gezwel? Door 't vele blad zie ik de takjes niet.

Te laat terug naar huis laveit een smalree op een weitje. De jongedame doet zich tegoed aan bloemetjes en kruiden. Ik fiets door, want de camera zit in de fietstas en afstappen wil ik niet. Ze zou schrikken en er vandoor gaan. (Anders dan Fox verjaag ik niet met opzet.) Fox en ik passeren haar op nog geen twintig meter.

Bolsterturf, donderdag 19 mei 2005

58
Moerasmeikikkers

Grote witte wolken boven het moeras. Tussen moeras en wolken torent de dode boom. Eens was hij eik en machtig. Hoeveel jaren keek hij uit over moer en water? Tijd, natuur en leven wachten met laten vallen. Als de zon doorbreekt lijkt de boom hoger dood, droever dood.
Rond de eik is alles groen. Voor 't oog droefgroen bij regen, blijgroen als wind en zon over riet en bladeren strelen. En heel de middag hoor je de koekoeksroep tegen achtergrondgeraas van snelverkeer.

De natuur lijkt vrede en een en al vriendelijkheid, maar is dat niet. Ik observeer een grote spin. Bij regen eet de spin een vlieg, bij zonneschijn een andere vlieg. Vechten om het bestaan? Eten en gegeten worden: waarom toch moet dat zo zijn?

We lopen over het met puin bedekte pad, dieper het moeras in. En dan zie ik ze weer, de madeliefjes die al weken blij bloeien op één centimeter harde zwarte grond en heel veel puin.

Fox is op kikkerjacht. Hij jaagt de kikkers uit de ruigte en het lange gras. Hij bijt ze niet, want weet dat zoiets niet mag. Moeraskikkers, ze zijn niet groen, ze zijn niet bruin, ze hebben zó veel kleuren, dat je ze vaak helemaal niet ziet.

Bolsterturf, vrijdag 20 mei 2005

59
Vinken en vinkenzetters

03.13 uur
Ik ben op 't werk. Ik zet de tv aan.
Ik zap naar het nieuws van gisteren.
Er staan een aantal kistjes naast mekaar op een weg.
Bij elk kistje staat een stoel.
Op de stoelen zitten mannen, in de kistjes vinken.
Van de vinken wordt verwacht dat ze sieskewieten,
want het is mei en dan leggen alle vogeltjes een ei.
Elke man turft het aantal keren sies-ke-wiet van buurmans vink.
Er heeft nog nooit een vink gewonnen.
'Domme dierenbeulen,' zucht ik, 'laat die vinken
toch vliegen' en ik klik vinken en vinkenzetters weg.

05.15 uur
Ik zit in mijn burostoel op het overdekt balkon.
De regen ruist. Een uiltje roept en een merel zingt.
Toch is de morgen stil.

Ik luister in de stilte. Ik hoor de blije merelmelodieën
en uit duizend kistjes 't luider verlangend sieskewieten.

Bolsterturf, zaterdag 21 mei 2005

60
Houtduiven doen het voor het kamerraam

Ik moet naar 't postkantoor. Fox mag met me mee. Ik open voor hem het pindaportier. De hond heeft door, dat de reis deze keer niet naar bos of hei zal zijn en maakt geen haast. Als hij een achterpoot optilt, om op z'n gemakje tegen de stam van de esdoorn schuin links voor het grote kamerraam te pissen, fladdert een dikke blauwe houtduifdoffer de boom in, de snavel vol takjes.
Ik kijk omhoog, en dan zie ik zijn duivinnetje op het nest zitten. 'Die is eitjes aan het leggen,' zeg ik tegen Fox. Vooruit, vlug de auto in. En even wachten nu.' Ik loop naar binnen en pak de camera.

Juist als mevrouw Houtduif is geknipt, komt haar man weer aan. Hij gaat op haar zitten en maakt een nummertje. Ze verdwijnt helemaal onder zijn groot en donzig vet lijf. Op de foto zie je hem heel groot. Zij zit onder hem, verborgen achter de esdoornbladeren - ze kent duidelijk meer fatsoen dan d'r man - en plat gedrukt tegen 't platte nest. Nou ja, geeft allemaal niks, want zij doet haar best met leggen en broeden en de eitjes moeten wel bevrucht en duiven hebben geen gordijnen . 't Is niet veel zaaks, zo'n plat duivennest. Je kijkt er van onderen af zo door heen, tegen de buik van mevrouw Houtduif aan. Aanstaande pa moet nog maar wat takjes bij gaan zoeken.

Bolsterturf, zondag 22 mei 2005

61
Gesprekje met werknemer van staatsbosbeheer

Wij liepen over een heidepad. We keken naar wollegras en zonnedauw en we luisterden naar krekels, vogeltjes en kikkers. Plots zei jij: 'Een groene auto..! Lijn Fox aan..!'

Loos alarm. Een gewone werknemer van staatsbosbeheer bleek bezig met 't opschonen van het pad. De brave man raapte net een stuk of tien, in de hei naast 't pad gegooide, lege colablikje op. We groetten de braverik en kletsten en wandelden verder.

Wij liepen terug over een ander pad, een breder pad door 't aan de hei grenzend grove dennenbos. Een groene auto kwam ons achterop. Fox was keurig aangelijnd, toen dezelfde auto van daarnet ons bereikte. Wij maakten de nauwe doorgang vrij, maar dezelfde gewone arbeider van staatsbosbeheer stopte het vehikel, stak z'n zongebruinde kop door 't raam en vroeg:
'Mag ik u wat vragen?'
Dat mocht.
'Heeft u de gele route gelopen?'
'Nee,' zei ik, 'wij lopen nooit een route.'
'Hoezo?' vroeg jij.
'Er kwamen klachten over obstakels', antwoordde de bos- en heiarbeider en stapte uit om een dwars over 't pad liggend boomstammetje in de open laadbak van 't groen terreinwagentje te kieperen.
'Ach,' zei ik toen, terwijl ik de cabine van 't groen autootje monsterde - op de duozit lag een veldkijker -, 'er lopen hier soms maffen rond in wit overhemd en met witte pantalon aan.'
'Ja,' vulde jij aan, 'vorige week nog sprong Foxie met vier vuile voeten hoog tegen zo'n kakmeneer.'
De gewone werknemer van staatsbosbeheer en jij en ik moesten opeens heel hard lachen. En toen hadden wij met hem een kort maar leuk gesprek. Na het gezellig praten reed hij weer langzaam verder, speurend naar obstakels. Jij en ik, we lachten en genoten in de dennen.
'Zo zie je maar weer,' zei jij, 'er werken bij staatsbosbeheer ook heel gewone, heel eerlijke mensen.'
'Ja,' moest ik toegeven, 'vorige week zag ik deze man nog zwoegen achter een cultivator, was hij gras en onkruid aan het omdoen tussen boompjesaanplant. Ja, er werken bij staatsbosbeheer ook gewone mensen.'
'Tuurlijk hebben ze daar niet allemaal zulke dienstkloppers als Jap Smits,' glimlachte jij, 'deze gewone werkman zal niet gaan beweren dat je 'm de keel dicht kneep.'
'Ach ja, weet ik wel, 't zijn bij 't staatsbos gelukkig niet allemaal van die fanatieke groene agenten, niet allemaal mensen zoals deze boswachter die op 't politieburo beweerde, dat ik hem bij de keel greep toen hij aan me zat, omdat wij het met een aan ons toe te kennen flauwekulbekeuring niet eens waren.'
'Hou er nu maar over op...'
'Hoezo? Waarom?'
'Omdat die man in opdracht handelde. En omdat die hulpofficier van justitie zijn leugentjes geloofde?'
'Maar ze hadden pech, dat de officier een en ander seponeerde, en ach, vijftig euro moeten betalen omdat Foxie wat heen en weer rende is veel goedkoper dan aan een advocaat eigen risico en zo te moeten betalen.'
'En een dag vrij te moeten nemen om voor de rechter te verschijnen. Maar hebben we 't hierover al niet te vaak gehad?'
'Ja, maar wat een geluk dat we toen nog niet omhoog zaten met de identificatieplicht, want dan waren we honderd euro meer kwijtgeraakt.'

Wij eten aanstaande zaterdagavond uit. Chinees of Indisch of zo. En we drinken er dan een wijntje bij. 't Mag alles bij mekaar en inclusief grote fooi - soms is zelfs een gierige turf royaal -  het boetegeld voor in saamhorigheid niet voldoen aan de identificatieplicht gaan kosten.

Bolsterturf, maandag 23 mei 2005

62
Behang stomen en ruzie na verdwalen

Heel de morgen en voormiddag behang van slaapkamermuren gestoomd. Kasten verzet, bedden versjouwd. En maar stomen. Zij verfde ondertussen de muren wit en geel en zo. 'k Werd er een beetje droevig van, niet van haar, ook niet van de kleuren, maar van 't saaie stomen.

Na stomen, verven en douchen samen met haar en Foxie naar de bossen achter de benzinepomp. 'Dit is fijner om te doen, nietwaar?' 'Zeikerd..!'

We kwamen langs een dode boom met heel veel grote gaten. Uit één zo'n gat kwam een kabaal van jewelste. 'Jonge spechten', zei ze. 'Het kunnen ook andere vogeltjes zijn,' gaf ik terug. 'Nee,' zei zij, ' 't zijn spechten.' Opeens kwam er uit het gat een koppie gekeken, een bont koppie met rood petje op. En toen kwam het vogeltje er helemaal uit en vloog weg. 'Je hebt gelijk. Het zijn jonge bonte spechten,' gaf ik toe.

We wandelden een uur en toen kregen we zomaar opeens een beetje ruzie om niks. Zij wilde linksaf terug en ik rechtsaf. En bij de volgende kruising van zandwegen wilde ik rechts en zij links. Hoe het ook zij, we kozen verkeerd en kwamen een paar kilometer te ver naar rechts bij een lege parkeerplaats uit.

Ach, ik maakte het weer goed. 'Daar staat een bankje. Rust maar fijn ff uit, want je hebt zowat de hele dag geschilderd. Ik haal de auto wel. Ga je mee, Foxie?' Fox keek me smerig aan en ging bij haar zitten.

't Was maar een half uur heen en een paar mins terug. En toen, weer een half uurtje later, thuis gekomen in de warme Brabantse lenteavond, trakteerde zij op toastjes met allerhande kaas en met zalm en tonijn. En ik ontkurkte twee flessen wijn, een Griekse rode en een Griekse witte, en toen proostten we en keken we naar mekaar en naar de muggen snappende gierzwaluwtjes -  soms vlogen die heel laag door de tuin - en praatten we nog lang over onze dochters, slaapkamerkleuren, het werk, de camping, Foxie en de katten en ik weet niet meer over wat allemaal nog meer. Ver na twaalven gingen we slapen met de krekels en geiten van Kalavasos. Kleuren zag ik toen niet meer.

Bolsterturf, dinsdag 24 mei 2005

63
Pa of ma meerkoet met kroost

Pa en ma meerkoet lieten er hun oog op vallen: piepklein vennetje in hoek van weiland grenzend aan parkeerplaats bij bos. Het ondiep watertjes - vorig zomer stond het even droog - is omrasterd met schrikdraad vijf draden hoog. Geen mens die over die stroomdraden stapt of springt, en geen hond die er onder door kruipt. Maar de koeien zullen er wel van balen, van die draden, want die kunnen zo ook niet bij het vennetje, er niet bij lente- en zomerhitte even lekker in badderen.
Maar meerkoeten zijn maar vogels, kleiner en onbeduidender dan koeien, mensen en honden. Pa en ma meerkoet liepen of vleugelflapten naar het watertje toe. Ze deden hun best, ze bouwden hun huis van takjes en plantendeeltjes. Pa deed zelfs zijn uiterste best en ma legde daarna eitjes.

En zo kon het gebeuren dat na wandeling rond de Verboden Vennen - we wouen net haar auto in - ze opeens zei: 'Hee, ik hoorde een meerkoet'. 'Kan niet', antwoordde ik. 'Jawel, ik weet 't zeker... Kijk daar..! Daar lopen ze..!' En toen zag ik ze ook in de wei: pa of ma meerkoet met kroost.

Bolsterturf, woensdag 25 mei 2005

64
Geen schelp maar berkenzwam

Ik vond hem in het moeras. Hij lijkt op een grote schelp, maar hij is een berkenzwam, een hout etende parasiet. Hij heeft zich net boven de bodem - anderen zitten vaak onbereikbaar hoog -  verankerd, in met groene en bruine lentewieren en -mossen begroeide en door insecten aangevreten witgrauwe stam van een verdronken boom.

Onder deze berkenzwam met schelpvorm, meestal zijn berkenzwammen 'gewoon' rond of ovaal en plat, woonde tot vanmorgen elf uur vijftien een familie muis. De kleine knagertjes verhuisden gedwongen, want Fox kreeg lucht van ze en verjoeg ze uit hun holletje.

Bolsterturf, donderdag 26 mei 2005

65
Moerasmeinachtwandeling

Donkeravond. Het loopt tegen tienen. De zon verdween achter dorp en bomen, maar overal naar 't westen toe tovert ze de late avondhemel geel en rood en olijf en purper en oranje. Geel nog 't meest. 't Spelen van licht en donker geeft naar 't dorp toe aan lucht en ruimte fel contrast, want zwart en bruin en met vergulde kruinenrand staan, als dood zo stil, elzen, eiken en wilgen voor deze vlammengloed van ondergaande zon.
Fox struint en ik wandel, door moerasschemer, over de door jagers en staatsbosbeheer kapot gereden puinweg. En ik kijk uit over de stille weitjes van bloemen en kruiden en grassen tussen moeras en dorp.
Een late vink si-si-si-sies-ke-wiet, voor de laatste keer vandaag, in een kwijnende berk. Een koolmees pinkt nog even alarm als ik voorbij zijn goed verstopte holwoninkje in de stam van 'n andere halfdooie berk loop. En dan wordt het stil rontelom. Stil, maar niet te stil, want er is het eeuwig snelverkeergeraas. En ook is er nog 't pijnlijk zoemen van, naar ik me na zo'n prik of tien verbeeld, honderden miljoenen muggen.
Ik smeer gezicht en handen in met muggenolie. Fox protesteert als ik hem er ook mee inwrijf. En dan zet ik me op een ouwe populierenstomp. Ik zit en wacht en hoop op een rikke met gevlekt kalfje.

De wei blijft reewildleeg. Wel krast en nog een kraai, flapt er een reiger voorbij en snateren er eenden in de stekelbaarsjessloot.
Ik tuur door de kijker. 't Is al te donker voor de lichtzwakke 20x50. Maar wat is dat? Een grote driehoek voor de kerk? Verkeersbord? Triangel?
De techniek is machtig: wat je met het blote oog niet ziet, zie je met kijker en camera wel.

Wat meer westelijk dan de kerk torent de televisietoren, baken voor vliegtuigen, padvinders en stropers, hoger met zijn rode lampen en nog hoger witter licht.
Op de foto's lijkt de toren lager dan de kerk, zelfs lager dan de bomen. Dat komt, zeg ik tegen mezelf, omdat ogen, duisternis en techniek bedriegen.

Ook bij nacht bloeien bramenbloemen wit.
Fox wil de grote braamstruikwirwar in. Hij ruikt zeker een konijn. Ik probeer hem te flitsen tegen achtergrond van bramenbloemen, maar hij blijft niet staan en duikt de stekelstruiken in.
Gelukkig komt, zoals altijd, Fox ook deze keer weer zonder buit uit de stekelige wildernis te voorschijn. Hij mag in lente en zomer wel zoeken en voorstaan, maar niet lukraak jakkeren en al helemaal niet pakken en bijten! Soms scheelde het niet veel, of een haasje of konijntje was gesneuveld, maar de enige beestjes die door zijn toedoen de dood vonden waren drie muizen. Die drie moest ik uit zijn bekkie halen, omdat hij ze niet zomaar af wilde geven. Hij had ze (nog) niet doodgebeten, maar ze hadden door het niet willen afgeven wel geleden. Reden voor me om de muisjes de nek om te draaien.

Eenmaal uit de bramen snuffelt Fox over 't pad. Het is inmiddels zo donker geworden, dat ik hem vaak helemaal niet meer zie.
Dan hoor ik hem graven.  Dichterbij gekomen zie ik hem dabben in de berm van 't pad. Meestal gaat hij zodra ik de camera op hem richt er bij staan alsof hij elke dag tien keer een pak slaag krijgt, maar nu heeft hij even niks in de smiezen. Het is een 'schot' op goed geluk. Juist als de camera klikt en flitst springt hij vooruit in poging om een muis te vangen.

Tsja, hoe leer ik Fox om een gevangen muis niet te beschadigingen, maar graag af te geven? En het is natuurlijk wel hartstikke onnatuurlijk om een fox niet te laten jakkeren, niet te laten jagen en niet te laten bijten.
Ik ben er nog niet uit, maar 't zal me lukken om Fox honderd procent wildrein te krijgen, want een fox is niet dommer dan een herder, bouvier of rottweiler.

Bolsterturf, vrijdag 27 mei 2005

66
Bont kabaal uit rond gaatje

Jonge grote bonte spechten. Je hoort ze al van ver. Ze kwetteren en kwitteren aan één stuk door. Ze maken echt een kabaal van jewelste. En na twee uur zoeken zitten ze vanmiddag in een dode bosrandberk, vier meter boven de bosbodem.

Als ik op twintig meter van het spechtennest op de ouders sta te wachten, fladderen en lawaaien die onrustig door het dicht gebladerte van de bosrandbomen, maar ik zie de bonte vogels nergens. Maar dan opeens ontdek ik er toch eentje. Die zit in het dichte groen te wachten tot de klote vogelaar is opgerot.

Ik trek me een tiental meters terug en dan komt pa of ma specht aan met snavel vol insecten. Maar nog durft de vogel zijn huis niet in.
'Hoogste tijd om op te krassen, Turf,' zeg ik tegen mezelf. Ik laat de spechten gerust en loop weg. En ik glimlach als ik dan meteen achter me de jonkies in de berkenstam tekeer hoor gaan.

Ik snapte er vanmiddag in 't bos niks van. Pa of ma specht had een veel minder rood voorhoofd dan de jonkies specht, die één voor één uit het ronde gat in de dode berk kwamen kijken. Thuisgekomen van 't plaatselijk Chinees restaurant - vrouw en ik genoten bier, cointreau, ijs, koffie en een verrukkelijke Kantonese rijsttafel, 't was vijfentachtig euro plus twee euro fooi - heb ik het opgezocht in een vogelboek: 'De jongen van de grote bonte specht hebben hetzelfde rode petje op als volwassen kleine bonte spechten.'

Bolsterturf, zaterdag 28 mei 2005

67
Zondagmiddagwandeling door moeras

                                             
Van links naar rechts: distel, smalbladige weegbree, vergeet-me-nietjes en koekoeksbloemen

Vrouw en ik zaten buiten te lezen tot buurman en buurvrouw rechts begonnen met herrie maken. Hun gloedjenieuwe grote dure zomertent moest opgezet en dat viel zo te horen helemaal niet mee. Gelukkig kregen ze meteen al hulp van overburen rechts en omdat ik twee rechterhanden heb en herrie haat, leek het me verstandig om een wandeling voor te stellen. 
De mountainbikes en Fox' hondenkarretje staan geparkeerd in ons campingschuurtje, twintig automins van huis, en vrouw vond het te warm om de auto te pakken. Daarom koos ze voor een moeraspadwandeling.

We zagen een vuurrode kever op een braamstruikblad. Thuis gekomen zocht ik op internet naar de naam van dit insect. Ik heb er (nog) geen naam voor kunnen vinden.
Echt een ellende dat computerzoeken. Type je bij voorbeeld als zoekopdracht 'rode kever' in, dan krijg je alleen maar stokoude min of meer rode volkswagentjes te zien, maar wat ik na ingave 'kevers en torren' wel nog elders vond, vond in mijn gedachten waren regels uit een gedichtje met kevers en torren en jouw glimlach, een kippenvel strelende spriet.

"Gelegen, genegen, voor lief
genomen, ’t natte matras
van kevers en torren,
voor dag en voor dauw,
voor kussen, de jas."

Uit een gedicht van Marcel Berendsen

Terwijl vrouw bloemen en grassen plukte - om te drogen en voor in vazen - fotografeerde ik haar en ook nog wat bloemetjes.

Bolsterturf, zondag 29 mei 2005

68
Domme eigenwijze jonge torenkraai

Een domme en door iedereen te vangen vogel. Stil en zwart zit de jonge kauw midden op de gele zandweg,  Zijn ouders lawaaien in de hoge bermeiken als ik op hem toe stap. Hij kijkt me met donkerhelle oogjes aan, maar loopt niet weg.
Pas als ik me buk om te pakken, hipt hij telkens een eindje de verkeerde kant op, richting wei. Hij probeert te vliegen, maar komt niet van de grond. Een staart heeft hij nauwelijks. Zijn vleugeltjes fladderen onbeholpen.
Hij moet hier weg, denk ik, want komen jongens langs, of een hond, is hij de klos.
Als ik op hem duik, gaat zijn snavel open als een blikschaar, hij krijst maar pikt niet. Ook de ouders gaan te keer, in het veilig eikengroen.
Zo te zien is de jonge torenkraai nergens gewond. Ik loop een meter of twintig het bos in en zet hem op een lage tak.

Een domme, eigenwijze en door iedereen te vangen vogel. Twee uur later zit de jonge kleine kraai weer op het zandpad. Zowat op 't zelfde plekkie. En ook de ouders gaan weer tekeer, alsof ik een wilde kat ben die hun spruit verslinden wil.

Even denk ik: ' 'k Neem hem mee,' maar dan draai ik me om en loop door.

En nu, achter het toetsenbord en voor de monitor met naast me een groot glas bier, verwijt ik mezelf, dat ik hem niet honderd meter ver 't bos in verhuisde.

Bolsterturf, maandag 30 mei 2005

69
Racebaan door Drents veenrestant

Na tweehonderdvijftig en een halve kilometer draaide jij halfweg Schoonebeek - Erica je agilaatje rechtsaf de Veenschapsweg op. 'Twintig is nu hard genoeg,' zei ik, 'zet de airco maar uit, doen we de ruiten open'.
We spiedden naar wild en vogels. We zagen akkers met bieten, aardappels en graangewassen. En we zagen kleine stukjes wei met schapen en paarden. En vooral ook veel veenrestanten zagen we. Grote en kleine stukken ruigte, met daar boven uitbundige begroeiing van jonge berken.
'Kijk! Een haas tussen de erpel.' 'En daar, even verderop in bente, staat een haanfazant.' 'Hee, wat gek! Daar zitten twee zwanen in rog of gerst.'
'Tùùùùùùùùùùùùùùùt..!!!' Een bestelbusje kwam ons achterop en scheurde met een bloedgang voorbij. 'Nou zeg, die rijdt zeker honderddertig.' 'Een idioot!' gromde ik. Nog drie auto's flitsten voorbij. 'Klootzakken,' grauwde ik, 'waarom moeten jullie hier zo jakkeren?' 'Sjonge zeg, wat een racebaan,' zei jij, 'kom, laten we liever gaan wandelen.'
Je reed je auto naar een restantje hoogveen. We parkeerden op een brede dam, zo'n dam die de wieke langs de weg doormidden snijdt. Voor we geparkeerd stonden op die dam, kwamen nog drie auto's achterop en ook een paar ons tegemoet. 'Sjonge, 't is hier in dit afgelegen hoekje Drente drukker dan bij ons binnendoor van H... naar E...,' zei jij. 'Ja', zei ik, 'hier zouden helemaal geen auto's moeten kunnen komen. 'k Zie er graag een paar de weg afvliegen.'
Tijdens het verwisselen van schoenen kwam de biebbus richting Weiteveen langs getuft, terwijl de andere kant op twee vrachtauto's naar Nieuw-Amsterdam toe denderden. En drie snelle scheurijzertjes, die de stille vrede van het veen in flarden jankten, scheurden de vrachtwagens voorbij.

We liepen het veld in, zuidwaarts. De zon scheen lief en warm in onze gezichten en de regenwolken dreven allemaal voorbij, ook aan de zon. Over een smal en gezellig zandpad gingen we, een pad waar geen auto's kunnen komen, een pad langs een aole wieke.
Oude eiken staan langs die wieke, veel eiken in schuine hoek met de oever. Zwaar hingen de groene takken in het bruine water. Er zaten waterhoentjes tussen die takken, en eenden, en meerkoeten. En in ruigte van eiken, lijsterbes, bramen, bunt en hei en berkengrut zong en tierelierde het rontelom.

We staken een NAMweg over waarvan ik de naam niet meer weet. We gingen langs een teerweggetje tussen akkers, naar Middendorp toe. In de rechterberm van dat weggetje is het elke lente rijke weelde van bomen en struiken. Ongestoord mogen daar hoge essen en eiken groeien, en ook vlier en braam en meidoorn en lijsterbes en wilde roos en kamperfoelie.
'Lijn Fox even aan! Daar komt een auto.' We stonden met Fox, net op tijd aangelijnd, in de berm, toen een als boer uitziende man met flinke vaart voorbij rammelde. Hij zat in een zwarte mercedes, gedeukt en roestig. 'Het was een boer,' zei ik, 'maar verd..., wat een klootzak, hij remde niet eens bij!' 'Ja,' beaamde jij, 'het ìs een boer en een èchte.'

Jij wees naar het midden van het ruw geteerde weggetje: 'Kijk, wat lief! Een huisjesslak!' 'U heeft veel geluk gehad', voegde ik de slak toe toen ik hem op de foto zette, 'het had zowat niks gescheeld of Uwes vloog nu platgeplet in 't rond.' 'Praat niet zo gek', lachte jij, en je pakte de slak en zette die neer in de berm waarnaar hij op weg was, aan de dikke gladde voet van een hoge oude es.

Toen kwamen we bij een bordje pionierroute en waren we in Middendorp. Een kiosk. Veel onkruid en veel gras. En verder oude schuren en oude stallen en oude bomen en oude boerderijen nog bewoond door echte boeren.
'... maar er zijn al weer meer verbouwde boerderijen dan de vorige keer.' 'Ja, die zijn van mensen uit de stad.' 'Ja, hier hebben ze een dure paardenwagen en een splinternieuwe landrover.' 'Ik zie het, maar wat een lelijk jong w..f zat er naast die ouwe gozer met bolhoed en dikke p..s.'

We lieten Fox kennis maken met een veulentje, en met lammetjes. Eentje had een gebroken pootje, maar 't was stevig en goed verbonden. En toen we even later via 'n ander, een niet verhard pad Middendorp verlieten, begon het te gieten van de lenteregen en zagen we onder onze éne grote groene plu alleen nog maar het pad en mekaar.

Bolsterturf, dinsdag 31 mei 2005

index mei 2005
0039 01-05-05 Dertig graden in caravanschaduw
0040 02-05-05 Eén zwaluw
0041 03-05-05 Onweer in het moeras

0041a 03-05-05 Van kleur verschoten zwammetjes
0042 04-05-05 Meidoorn na reebokkroon
0043 05-05-05 Nog niet geplet
0044 06-05-05 Ochtenduurtje moeras
0045 07-05-05 Kinderen voorbij meischimmel op mos
0046 08-05-05 De heer van de reewildvereniging
0047 09-05-05 Dagje caravandak
0048 10-05-05 Regen, hagel en een enkele onweersbui
0049 11-05-05 Kaarsjes en wollegras
0050 12-05-05 Kwaakmoeder en kroost
0051 13-05-05 Merelzang en kastanjebloei
0051a 13-05-05 Fluitenkruid, gele lis, koekoeksbloem en moerasvergeet-mij-nietjes
0052 14-05-05 Tarwe
0053 15-05-05 Terreinwagen scheurt over bospaden, kinderen voorin
0054 16-05-05 Merelmoeder
0055 17-05-05 Vinkenman, duikelkievit en versierde sparretjes
0056 18-05-05 Koolmezen, muggen, bomen en riet in spel van zon en wind
0057 19-05-05 Vier uren moeras en ommelanden

0058 20-05-05 Moerasmeikikkers
0059 21-05-05 Vinken en vinkenzetters
0060 22-0505 Houtduiven doen het voor het kamerraam
0061 23-05-05 Gesprekje met werknemer van staatsbosbeheer
0062 24-05-05 Behang stomen en ruzie na verdwalen
0063 25-05-05 Pa of ma meerkoet met kroost
0064 26-05-05 Geen schelp maar berkenzwam
0065 27-05-05 Moerasmeinachtwandeling
0066 28-05-05 Bont kabaal uit rond gaatje
0067 29-05-05 Zondagmiddagwandeling door moeras
0068 30-05-05 Domme eigenwijze jonge torenkraai
0069 31-05-05 Racebaan door Drents veenrestant


Bolsterturf © bolsterturf.nl

IntroHoofdpaginaInhoudsopgaveNatuurdagboekRecentVideoHoogzitten en jachthuttenMuziekGedichtenOver bolsterturf en Bolsterturf
Stukjes tekst, video's en foto's van bos, hei en waterkant; over grasduinen en struinen in natuur en veld, over zon en wind en buiten zijn
<<<<<<<<<<<<<< Home >>>>>>>>>>>>>>