|
Bolsterturfs natuur B o l s t e r t u r f s n a t u u r Dagboek juni 2005
70 We stonden perplex. We waren verbaasd. We verwonderden ons om wat we zagen. Rogge. Rogge gezaaid tussen aanplant van jong bos. De rog verbergt de jonge boompjes. Je moet weten dat er boompjes staan. Weet je 't niet, dan zie je de boompjes ook niet. Thuisgekomen ging ik naar de zolder. Zaaibak zoeken. Bolsterturf, woensdag 1 juni 2005
71 Het zit op 't recreatieveldje bij de Verboden Vennen-parkeerplaats. Zwarte dot op groen. Zwarter dan een kauw of roek. En net zo groot als een volwassen kauw, en het doet net zo dom als 't kauwtje dat vorige week midden op de zandweg zat. Fox stuift er op af. Kraaienjong spert de snavel wijd. En dan breekt de kraaienhel los. Pa en ma komen hun jong te hulp. Ze vliegen laag over, ze krassen en schreeuwen en dreigen en duiken. Ik dirigeer kraaienjong 't veldje over naar de bosrand. Groot en fors is het, groot en fors voor een jonge kraai. En bang, maar ook brutaal. 't Gaat niet in rap tempo, welnee, kraaienjong loopt uitdagend langzaam, telkens bangbrutaal omkijkend. Ik help het een beetje om vooruit te komen met de neus van m'n schoen. Dan geeft het wat commentaar en fladdert een paar meter. Een dikke vijftig meter het bos in hipt het op een lage tak. We kijken mekaar eens aan. 'Je hebt geluk, zwarte kraaienjong,' zeg ik. 'Was ik jager, draaide ik je kop van je romp.' Het knippert 'ns met boze oogjes, maar houdt de snavel dicht. 'Sjonge toch,' vraag ik, 'wat ben je eigenlijk? Hij of zij? En waarom loopt een kraai en hipt een ekster?' Dan draai ik me om en laat het, ik bedoel: hem of haar, gerust. Bolsterturf, donderdag 2 juni 2005
72 Een mooie lentemiddag en een mooie dierentuin, maar 't is helemaal niet druk in Zoo Overloon. Het is vandaag dan ook maar een gewone doordeweekse dag en nog geen zomervakantie. We toeven dik drie uur in 't park. Als we min of meer de bordjesroute lopen, zie ik het meteen: hier hebben de dieren het naar de zin. Pa en ma kameel zijn blij met hun lief veulentje en een waterzwijn ligt voor gaas en schrikdraad heerlijk te genieten van het zonnetje. Het doet even de ogen open, kijkt en knipoogt naar me, en gaat dan weer verder dutten. 'Wat een leventje,' zucht ik, 'die hoeft nooit te werken.' Jij glimlacht en zegt: 'Wil je met 'm ruilen?' Bij de pelikanen is het een dolle boel. Die zijn aan 't spelen, met vis en met mekaar. 'Kijk', wijs ik, 'ze hebben allemaal glunderoogjes en een smile rond de snavel'. 'Getver,' antwoord jij, 'die ene pakte net 'n dooie haring of zo. Nou zwemt i rond met die vis in z'n keelzak.' 'Ieder zijn meug,' lach ik. 'Geef mij maar een biefstuk pelikaan.' 'Zeur niet zo. Je lust niet eens kip.' Als we helemaal aan de achterkant van 't park naar albino herten en een dito kangoeroe staan te kijken, zie ik een jonge vrouw in spijkerrok op een bankje zitten. Ze heeft blonde haren en gezonde bruine benen. 'Hee dokus! Verkijk je verstand niet! De herten staan dààrrr..! Kom, gaan we naar de apen. Dan heb je wat te kijken!' De apen zaten allemaal op eilandjes. Ze waren niet erg druk. 't Zal daarvoor wel te warm geweest zijn. Sommigen lagen te slapen, anderen waren mekaar aan 't vlooien. En een paar moeders sjouwden met hun kleintjes. De overige apen zaten sloom achter mekaar aan te vangen. Alleen het grootste mannetjes was erg druk. Die deed niks anders dan op alle vrouwtjes klimmen. 'Wat heb jij toch? Verkijk je verstand nou niet..!' Er zijn veel vogels die schuw zijn, waar je bijna niet bij kan komen om een foto van te maken. Eén van de pluspunten van een dierentuin is, dat die voor mensen zo bange vogels tussen mensen, apen, kamelen en giraffen wel durven poseren. Eksters, kraaien, duiven, merels, zwaluwen en mussen, vrij rondvliegende vogels, je vind ze volop in dierenparken. 'Kijk, boerenzwaluwtjes. Ze vliegen de geitenstal in. Maak 'ns een foto.' Maar niet alleen de vrije vogels, ook de onvrije vogels doen het goed in dierentuin Overloon. De ooievaars stappen er rond alsof ze er parkeigenaar zijn. En de flamingo's dansen en dromen en slapen er. 'Kijk,' zeg ik, 'ze dansen op twee maar slapen op ene poot.' 'Nou, die ene staat duidelijk op twee te pitten.' 't Zijn niet alleen de dieren die het goed doen in zoopark Overloon. Ook de vlinders en de vlindertuin, de kruiden in de kruidentuin, de cactussen in de - hoe raad je het! -cactussenkas en de bomen in het park en in de bomencirkel doen het er goed. Op weg naar de uitgang komen we langs een struik met pruimen. Ik pluk er eentje en bijt er in. 'Bah, niet te vreten.' 'Het zijn geen pruimen, sufferd. Voor pruimen is het nog veel te vroeg.' Even later haal ik voor jou en mij koffie met gebak. 'Alsjeblieft, en als ik straks thuis alsnog stofzuig, ben je dan niet meer boos op me?' 'Nee,' lach jij, 'ik vond het fijn vanmiddag want je kan zien dat ze hier in Overloon niet alleen aan geld, maar ook aan dieren denken.' Bolsterturf, vrijdag 3 juni 2005
73 Toen we van huis gingen regende het. Toen we uit de auto stapten rommelde het tussen grijze en zwarte wolken. Toch gaan we wandelen. Groene regenjassen aan en groene paraplu's mee. De bui gaat zoals hij kwam. Opeens schijnt weer de zon. Bolsterturf, zaterdag 4 juni 2005
74 Guur weer, helemaal niet lekker lentewarm. Waar anders op zondagmiddag de Verboden Vennen-parkeerplaats flink bezet is, staan er nu maar tien auto's. Boven de Verboden Vennen roepen kokmeeuwen. Als ik uit het bos stap en zon en vennen voor me zie, zit er een groepje op de oever. Ze zijn schuw, de meeuwen. Als ik een foto van ze wil maken, gaan ze allemaal meteen op de wieken. Ze verkassen naar een ven wat verderop. Ach, ze schijten veel, en da's heel slecht voor de zuiverheid van 't verboden zwemwater, maar ze zullen wel weer gauw vertrekken. Voor hen is er geen broedgelegenheid hier. De vennen zijn te diep en te kaal. Ze kunnen hier niet veilig en ongestoord nestelen. Voor zwemmen vind ik het vandaag te koud. Bolsterturf, zondag 5 juni 2005
75 Het jubelt in het lentebos. Blije stemmen van vrolijke kinderen. Drie juffen en zo'n dertig leerlingetjes spelen bij het Grootst Verboden Ven. Ze geven met hun rode en blauwe en gele truien en broeken en jassen, en ook met hun lachen en hun blij zijn, fleur aan de te koude lentedag. Dan gaan we verder, want ik kwam voor de rode reebok. We lopen richting bosrand. Plots duikt Fox van 't pad, staat hij voor, één pootje parmantig hoog, z'n koppie gefixeerd op een kindervuist klein, bruin mini turfje met lange plat in het nekje liggende oortjes. 'n Jong haasje. Even denk ik aan een foto, maar dan lijn ik m'n hondje vlug aan en loop verder. 'Fox volg..!' Hij kijkt keer op keer om en wil eigenlijk niet mee, maar als ik even met 'm ga spelen is hij 't haasje zo vergeten. 'Je bent braaffff. Grote jongen ben je. Je stond prima voor. Je pakte het haasje niet op. Vanavond mag je weer ff mee naar de buurkonijnen. Als je je nou ook niet meer druk maakt om vreemde katten, ben je geslaagd.' Voorbij een groepje berkenbomen en aan de rand van adelaarsvarens zie ik twee groengele vogeltjes een grove den invliegen. 't Is bijna altijd 't zelfde met die vogeltjes: ze blijven nooit eens stilzitten. Toch lukt het me om er eentje van te knippen, zelfs driemaal te knippen. Het andere vogeltje, een geler, het mannetje? zat half achter een tak en tuurlijk stelde die klote camera scherp op de tak. (Hoe fijn toch dat een camera niet kan praten!) Gelukkig laten de adelaarsvarens, waar Fox inmiddels al helemaal in verdwijnt, zich makkelijker fotograferen. En 't zelfde geldt voor bloemen, bomen en struiken. Wat verderop heeft Fox weer wat gevonden. Opnieuw staat hij voor. Een jonge kauw zit voor z'n pootjes, hipt weg en krast van angst. Dat horen zijn ouders. Die gaan fladderen door de hoge eiken en dennen en ze maken luid kabaal, alsof Fox en ik hun spruit gaan vermoorden. Fox aangelijnd lopen we langs het miniweitje, niet ver van de parkeerplaats. En dan zie ik hem. Hij staat naar ons te kijken. Ik sis: 'Fox afffff...' Als de hond plat gaat, gaat de kop van de bok hoog. Ik sta als de dood zo stil. Hij ook. Wij kijken mekaar aan, de bruine bok (het is pas lente, misschien wordt hij roder in de zomer) en ik. Klik... en klik... en klik... en klik.... En dan komen over 't smalle pad de kinderen aangejoeld, ook op weg naar de parkeerplaats. De reebok blaft 'bö bö'. Tweemaal een diepe blaf. Als je zijn stem niet kent, denk je dat je een hond hoort. De bok springt af. Fox vliegt overeind en wil er achteraan. Niks daarvan! Man en hond rennen naar de auto, want 't is weer veel te laat geworden. Bolsterturf, maandag 6 juni 2005
76 Matig geïnteresseerd ruikt erpel aan de voetafdruk. Een vos! Die is hier langs gekomen, heeft door dit hoge gras gelopen. Vanmiddag pas misschien, zo te zien op muizenjacht. Ik speurde daarnet ook al vossenvoetjes in het geel zand van 't bospad en zette m'n hond op 't spoor. Erpel is niet groot, zestien kilo weegt hij. Toch zijn zijn voetafdrukken veel groter dan van een vos, die hooguit de tien kilo haalt. Het rammelt achter me. Ik kijk om. Ik zie een man op een fiets. Een niet lange, magere man. Een zo op 't oog wat ongewone man op een heel gewone fiets, helemaal geen mountainbike of zo. Keihard trapt hij me voorbij, met kromme rug en flinke vaart door het rulle zand, 't moeras tegemoet. In het voorbijgaan kijkt hij me strak aan, maar groeten doet hij niet. Even zie ik zijn smal, diepbruin getint gezicht, zie ik in zijn gele tanden, zijn lichtblauwe ogen. Dan is hij al voorbij. Hij heeft een blauwe broek aan en een versleten donkerbeige regenjas, maar het regende de hele dag nog niet. De lucht ziet blauw met zon en alleen maar witte wolken. Buizerds. Op hun grote en brede vleugels zweven ze op de thermiek. Ze glijden, naar 't schijnt langzaam, over bos en akkers, en heen en terug over de jakkeraar op zijn ouwe fiets, en over de jakkerbulderbaan naar oost en west. Bolsterturf, dinsdag 7 juni 2005
77 Zowat de hele dag en avond gelezen. Ook wat geschreven. Bolsterturf, woensdag 8 juni 2005
78 Een hoogzit in 't moeras. Daar neergepoot door een jager die ik wel 'ns ontmoette. Heel aardige man. Hij plaatste de hoge zit om met (kogel)buks en al op te klimmen en daarna met die buks een reebok te gaan schieten. Jacht en natuurbeheer. Ik zou willen, dat men wild en natuur eens wat meer liet toedoen hier in Nederland, maar zo veel mensen, zo veel meningen. Even voorbij de hoogzit viel tijdens oktoberstorm 2002 een eik dwars over het moeraspad. Al drie jaar ligt hij gestrekt, geveld, deze oude eik. Toen hij werd omvergeblazen, namen zijn wortels een grote, platte kluit grond mee omhoog. Die kluit staat nog altijd overeind, twee meter hoog en drie meter breed, nee hoger, breder, als een met moerasgrond gevulde staande hoepel vol voedsel. Ook heeft de eik nog een paar wortels die de aarde ingaan, maar de hoepelkluit kalft af. De wortels in de hoepel komen steeds meer bloot te liggen. De zon krijgt er vat op. Maar doodgaan wil de boom nog niet. Hij vecht voor zijn leven. Elk jaar opnieuw botte hij toch weer uit en vormde hij blad. Achter de omgewaaide eik is een voor mensen zowat ontoegankelijk vogel- en reewildparadijs. Niemand kan daar zomaar komen, het is daar een wildernis van moer en water en ruige walletjes met elzen, wilgen, bramen en berken. Niemand wil daar komen, niemand behalve Erpel en zijn baas en misschien een jager. Vandaag kan ik er onmogelijk heen, want het water staat hoog en ik heb geen kaplaarzen bij me en de sloten zijn te breed en de zompige putten te diep en de muggen zijn me te kwaad om even uit de kleren te gaan en er naar toe te waden. Bolsterturf, donderdag 9 juni 2005
79 We waagden ons in het hol van de leeuw. We gingen wandelen in Japs domein, zomaar lopen over de grote, stille heide en over de zandverstuiving, de Galgenberg van staatsbosbeheerboswachter Jap. Jap heeft de goede gewoonte om overdag actief te zijn. Heel regelmatig rijdt hij in z'n groene autootje de grote stille heide op. En dan parkeert hij dat autootje op een mooi strategisch plekje, fijn in de schaduw van groene berken en sparren. Zo kan hij met z'n verrekijker heel de hei afkijken en hoeft hij alleen maar geduld te hebben, braaf te wachten op elke onverlaat die de euvele moed heeft om de gebaande paden te verlaten of om de hond niet aan de lijn te hebben. Wil je gaan liggen vrijen in de hei, of loopt je hondje los, speelt het beestje blij om je heen, rent en springt het vrolijk door de hei en over de bentepollen, dan ziet Jap dat door zijn verrekijker en dan ben je de klos. Dan houdt hij je even later staande, desnoods aan, immers het bewijs zit tussen de glazen van z'n verrekijker. We staan bij een hoofdingang naar de grote heide. 'Jawel, een geoorde fuut... En er zitten kogelgaten in de borden.' 'Sjonge zeg, ze gingen er dwars doorheen.' Bolsterturf, vrijdag 10 juni 2005
80 Druk druk druk druk druk. Tussentijdse weekendvergadering van het werk, met koffie, etentje en borreltje. Vrouw wil nieuwe lamellen en nieuwe vloerbedekking. De aansluiting van de campinggasfles lekt en de oude dakbedekking van de caravan moet nog opgeruimd. Druk doende met het opruimen van de dakzooi, rent er opeens een eekhoorntje heel 't gazon over, een roodbruin met op de flanken grote grijze vlekken. Erpel ziet het beestje niet. Die ligt te pitten. Heel de middag zat hij achter konijnen aan. Bolsterturf, zaterdag 11 juni 2005
81 Een laag bakstenen muurtje en wat bakstenen traptreden. Herinnering aan een bordes. Zomaar midden in de bossen. Dit is het enige wat zichtbaar over is van een oude boerderij, of misschien was het een duur herenhuis. Doorheen de alles overwoekerende bosvegetatie zie je hier en daar nog de, nu ouderwetse, blauwe en bruine tegels. Die zijn vastgemetseld op oud geworden, maar nog knoerhard beton. En achter de vloeren van het hoofdgebouw is de rechthoek van een schuur of paardenstal. Even verderop staan daar grote rododendronstruiken. Die doen het goed. Die doen het keigoed in het stille bos, in dit zalig stukje bos waar zelden mensen komen. Ze vielen me op toen ik bij het ondiep Eilandven stond. Twee berkenbomen. De één propvol blad en de ander kaler. Eerst dacht ik aan eik plus berk, maar dichtbij gekomen bleken het toch echt twee berken te zijn. 'Zou ik berk willen zijn?' vraag ik aan mezelf als ik even later wandel tussen bos en rog, maar ik vergeet de vraag al gauw. Een paar pieperachtige vogeltje vliegen uit de rog, de randdennen in. Klein en grijs zijn ze, met overlangse zwarte streepjes en een beetje kuif. Erg schuw zijn ze niet, maar wel voorzichtig. En ze willen maar niet op de foto. Ze vliegen telkens heen en weer, van boom naar boom. Het lukt me niet om er dicht bij te komen. Dan, op mijn weg naar de pinda, boven ven en bos opeens, heel even maar, een rappe rover met lange staart achter een duif. 'Domme valk, die is toch veel te groot voor jou!' denk ik. Als de duif de bossen in duikt, geeft de boomvalk de achtervolging op. Hij zwenkt en zwiert wat over 't ven en gaat dan, hoger in 't blauwwit, jagen op muggen en libellen. Bolsterturf, zondag 12 juni 2005
82 De bomen met de rode strepen. Ze waren allemaal al gemerkt, ten dode aangetekend. In de laatste winter, in februari, of eerder nog, toen er wat sneeuw in Brabant lag en het vroor, is de ambtenaar met het grote rode potlood langs geweest. De hazen en reeën rontelom het Keelven, in 't bosgebied tussen provinciale weg en Sterksel, hadden toen nog geen jongen en de vogels geen eieren en kaal grut. Laatste herfst en winter stonden de gemerkte bomen nog allemaal overeind, stil geduldig, wachtend op de lente, de lente die komt na elke winter, de lente die warmte brengt en milde regen, de lente die komt met nieuw jong leven. Vogels nestelden in dit natuurontwikkelingsproject Keelven e.o. Ze legden eitjes en voerden hun kwabben. En haasjes en reekalfjes werden er door hun moeders gezoogd en, vanwege zaag- en kapgeweld, in de steek gelaten. Toen het - weekje terug ongeveer - volop lente geworden was, bijna zomer al, werden mannen naar het bos gestuurd. Die mannen deden en doen wat hun door Bosgroep Zuid Nederland of de gemeente Someren werd opgedragen. Die mannen denderden en denderen met zware machines en kettingzagen de bossen in. Ze zaagden en zagen alle met rood gemerkte bomen om. Sommige bomen, een paar maar, die met blauwe stip, moesten beslist blijven staan. Maar veel bomen die niet moesten omgezaagd werden en worden vernield. Kapot gemaakt. De bosarbeiders jakkerden en jakkeren met zware wagens en bomentanks dennetjes en berken plat. Gewoon er overheen walsten en walsen ze. Nu liggen die boompjes groen en plat. Zo eren zij het Somerens bosbeleid. Een eikenboom op een mini eilandje. Hij staat relatief veilig. Hem kunnen motorzagen niet bereiken. Maar ach, hij zal toch doodgaan. Het hem door de geleerde ambtenaren ten dorpshuize Someren toegemeten grondgebiedje is te klein. Dit eilandje kalft af. Het kabbelend venwater heeft er z'n grip op. De wortels van de eik proeven al dat water. Hij zal verdrinken, of door schimmels worden geveld. Als ik bijna bij m'n pinda ben, is daar een groep spreeuwen. Op de wei bij de parkeerplaats. De spreeuwen doen me ergernis en politiek en ambtenarenonbenul vergeten. Zij maken zich niet druk om bomen. Ze reppen zich over de wei, rap door 't groen. Eentje komt op me toe. Hij is de enige die op de foto wil. Dames en heren politici en ambtenaren van de gemeente Someren, U bent goed in bos- en bomenborden, maar U geeft blijk geen inzicht te hebben in dier- en boomvriendelijk beleid. En U hebt geen gevoel en eerbied voor de natuur, want met grof geweld bosbomen kappen hartje lente, dat is 'NOT DONE'. Bolsterturf, maandag 13 juni 2005
83 Eén dik wit schaap en vier magere zwarte schapen. Paar dagen terug stonden ze te blaten in de late avond, aan de rand van 't moeras, in een weitje in het onland. Ik liep naar ze toe en zij kwamen op mij toe en schapen en ik schaarden ons rond een oude, donkerblauwe ton waar water in zou moeten zitten. Die blauwe ton, zo oud en zo leeg, een stokoude blauwe ton meer groen en bruin dan blauw. Het is een grauwbruin en geelgroen geworden blauwe ton, bruin en geel en groen van verdroogde, dode mossen en wieren, want de junizon is sterk en heet. Op het ruige, onverharde pad naar 't onland kwam ik - maar vijf mins voordat ik de schapen hoorde blaten - een zwarte bmw tegen. Daar zaten twee mannen in. De eigenaar van het stukje onland was één van hen. De andere man ken ik niet. Waren die twee de auto niet uit geweest? Vergaten zij om naar de schapen te kijken? Hadden ze zelf erge dorst en zin in bier? Waarom vulden zij ton en emmer niet? Ik vulde emmer en ton. Vandaag, terug in 't onland, was de ton daar nog, flink minder gevuld, maar emmer en schapen waren weg. De schapen. Verkocht? Geslacht? Bolsterturf, dinsdag 14 juni 2005
84 Wilde kamperfoelie. Deze klimplant bloeit nu volop. Zijn grote, gele trompetbloemen zijn een lust voor 't oog. Ze vallen me op als ik - speurend naar reeën - over een halfverhard pad het moeras in loop. Hoe mooi opvallend zijn ze toch! Al dat kamperfoeliegeel tegen achtergrond van groen en van witte bramen- en vlierbloesem! Goudgele weelde! En ze ruiken zo sterk, die kamperfoelietrompetjes, wel zo sterk en krachtig als lelietjes-der-dalen, maar 't is toch een heel andere geur. Minder moeilijke geur, minder geprononceerde geur, vind ik. Aahhh, wat is het toch ontiegelijk moeilijk om geuren te duiden. Ik las, dat kamperfoelie 's nachts het sterkst geurt en dat de grote pijlstaartvlinder gek op kamperfoelie is, maar de vlinders schijnen het vandaag te nat of te koud te vinden om nectar te gaan zuigen. Ik zie er niet eentje. Wel vind ik reeënprenten op het pad. Erpel snuffelt er 'ns aan. Die heeft een reukzin zeker duizend keer zo goed als de mijne, maar voor bloemen interesseert hij zich nul komma nul. Wel voor reeën, maar voor deze hoefafdrukjes heeft hij weinig belangstelling. Ze zijn te oud. Dan duikt hij een braamstruik in en gaat achter een konijntje aan. Ik roep hem terug en geef hem een van thuis meegenomen spierbot. Trots houdt hij het tussen de kaken. Tot we twintig mins later thuis zijn. Bolsterturf, woensdag 15 juni 2005
85 Hooibeestjes in en boven bloemenweeldewei. Op maar tien minuten fietsen van huis. De roestbruine vlindertjes spelen en dartelen over grassen en bloemen, maar ze houden me goed in de smiezen. Het lijkt wel of ze kunnen kijken met hun grote vleugeloog! Telkens als ik de camera richt, fladderen ze al weer naar een andere boter-, zuring of weegbreebloem. Als Erpel even een sprintje trekt, gewoon van louter dolligheid, wolken er tientallen uit kleur- en pollenrijke bloemen- en grassenovervloed. Rode zuring en gele boterbloemen lokken met bonte, felle kleur, maar de hooibeestjes trekken 't meest op de meer bescheiden, smalle weegbreebloemen. Ik kijk op m'n horloge, half zes al. Ik pluk één koekoeksbloem en doe die in de fietstas. Dan lijn ik Ep aan en fiets naar huis. Ook hij heeft haast, want honger. Bolsterturf, donderdag 16 juni 2005
86 'n Donkere en sombere, maar zachte lentemorgen. Tussen zeven en acht met Erpel op stap. Uit egaalgrauwe lucht valt soms wat motregen. Op de hoge zandrug, waarachter het moeras begint, spelen wat konijntjes. Erpel ziet ze en rakt ze hun holletjes in. Een roodborst zingt, hard en schel, en in de rietkragen doen de rietzangers goed hun best, maar wat zijn de muggen kwaad! Ze steken in mijn hoofd, handen, armen en benen. Ik kijk uit over 't hoge gras van een drassig weitje en vind wat ik zoek op ongeveer zeventig meter voor me: een ree. Het is een bok. Ik zie zijn oren en geweitje als hij even z'n koppie heft om te zekeren. Hij zekert vaak. En hij speelt verstoppertje. Zo zie ik hem helemaal niet en zo zie ik zijn (aan boombast bruin geschuurde) kroon tussen de lange, beweeglijke oren. Door de kijker zijn de stangetjes iets hoger dan de oren. Hij is een gaffelbok, een reebok met aan elke stang twee enden. 'Het is wat ver voor een foto. En de grashalmen staan in de weg. Kom op, Erpel! Vrij..! Zoekkkk..!' Ep rakt het lange gras in. Hij verdwijnt er in, maar hij springt hoog en hoog. Hij danst op z'n achterpootjes om over het gras heen te kunnen kijken. Dan wordt hij gezien. De gaffelaar schiet de dekking in. Ik zie hem in de zoeker van de camera, maar de dekking is vlakbij. Twee, drie grote sprongen en weg is bokmans. Ik was te langzaam, of hield onvoldoende voor. In het quick view venstertje van de camera staan alleen maar grassen en wilgen. Dan hoor ik hem. 'Bö bö bö'. Ep wil op hem af, achter hem aan. 'Hier..!!! ... Sorry Ep, hij is zo wel genoeg geschrokken. Misschien redde jij hem. Is hij nog voorzichtiger geworden. Krijgt hij deze zomer niet de kogel.' Een kwartier later. Op het weitje waar vorige week één wit schaap en de drie zwarte schapen dorst stonden te hebben, staat nu een rode reeigeit. Zij laveit rustig en zekert minder vaak dan de bok van daarnet. Ik besluit haar te besluipen en gebied Erpel 'Afffff..!'. Ik wou te vlug, ik was te onvoorzichtig. Ik was niet mug- en niet vlieg- en niet brandnetelbestendig. En ik was weer te langzaam. Op de foto staan alleen maar twee ranke, rode achterbenen. Bolsterturf, vrijdag 17 juni 2005
87 Een zomerse lentedag. Tussen drie en vijf met vrouw en Erpel over de hei gewandeld. Er liep daar verder geen mens. Op de fiets- en voetpaden was het drukker. We zaten op een houten bankje aan een doorgaande zandweg en zagen mensen voorbij komen, de meesten stug kijkend en bejaard. Kinderen waren er niet bij. Maar een enkeling groette. En ook zagen we twee karren volgeladen met schreeuwerige campinggasten. Voor de karren sjokten kleine, stille, bruine paarden. Blijer werden we er niet van. We lagen in de hei, in hoge hei bij een ondiep ven. Reigers waren daar aan het kikkervangen. Telkens wanneer Erpel het water in rende, gingen de reigers op brede wieken hoog, om wat verderop weer kikkers te gaan vangen. We liepen over de hei naar de parkeerplaats. Fel en heet brandde de zon. Erpel had er geen last van. Hij rakte links en rechts door hei en bunt, en ook door greppel, sloot en ven. Bolsterturf, zaterdag 18 juni 2005
88 Gierzwaluwtjes. Zwarte silhouetjes tegen 't avondblauw. Elke avond kijk ik even naar ze, maar niet 't hele jaar door. Ze zijn bij ons van half mei tot eind juni, een dikke maand maar, om eitjes te leggen in slordige nestjes, met speeksel tegen de gevels van wat oude dorpshuizen vastgeplakt. Overwinteren doen ze in Afrika. Ze zijn er al, de jonge gierzwaluwen. Je kan ze herkennen aan hun mattere teint en aan hun langzamer vliegen. En als je dan 's avonds naar ze kijkt, ze ziet zwieren en kringen en wentelen en glijden en muggenhappen, dan kan het gebeuren dat er ook een uil, vleermuis, buizerd, boomvalk of sperwer langs komt. Of een groot, laag vliegend vliegtuig, of een luchtballon, zo'n groot, felkleurig, nijdig sissend rond geval met een mandje mensen bungelend eronder. Erpel haat luchtballonnen. Hij verschoot er als puppy van, toen hij zat te dromen in de tuin. En als dan zo'n ballon over glijdt en als Erpie dan gaat blaffen, dan blaft sjaggie buurman rechts tegen Erpie, en dan zeg ik proost en drink een glaasje ongezoet op de tolerantie. Bolsterturf, zondag 19 juni 2005
89 'Ik was even naar de camping. 't Is me allemaal te kaal.' 'Joehoeee, ik ben thuisss...' 'Turf! Hier komen!' 'Poes? Poes, poeoes, poeoeoes? Brammetje? Brammetje? Brammetjeeeee? Kom maar lieve Brammetje, krijg je leverworstjes van het vrouwtje.' Bolsterturf, maandag 20 juni 2005
90 half tien in de avond van de langste dag. We waren naar de camping. Jij gaf struiken, bomen en bloemetjes water. Erpel groef naar konijnen. En hij snoepte van hun keuteltjes, maar hield daar mee op toen hij een knauwbot kreeg. Nu zijn we weer thuis, zitten we buiten, in de achtertuin. Jij met een witbiertje en ik met mix van rivella en bavaria pils. Gierzwaluwtjes zwieren hoog boven ons. Lager in de lucht, en meer naar 't westen toe, roeien roeken en kauwen, de ondergaande zon voorbij, noordwaarts. Een brutale mussenman strijkt neer op de schutting. Hij gluurt over m'n schouder mee: 'Nu, plotseling, ging hij tot haar kamer, waar zij na den eten een ogenblik was, vóor het thee-uur, waar hij haar dikwijls vond om met haar te zijn, een moment alleen, en hij vond haar: zij zat lusteloos in een stoel, en de kamer was donker, ...' Bolsterturf, dinsdag 21 juni 2005
91 Zonnewendezomerweer. Lome middaghitte zindert over de akkertjes en weitjes tussen huis en hei, maar gras en maïs hebben geen grote dorst. De boeren hebben hun beregeningsinstallaties, grote, lompe, hoge bouwsels. Die pompen grondwater op en waaieren het tientallen meters in de rondte. Op de hei staan de kleinste kikkerpoeltjes al weer droog. Als Erpel en ik het borstenven naderen, staan daar reigers te wachten op magere kikkers. Overal waar een week geleden nog zompjes waren, is nu de bodem groen en rood, rood van duizenden zonnedauwtjes die ook aan 't wachten zijn, op mugjes en vliegjes. Maar naar 't borstenven toe bloeit tussen bunt en berkjes de dophei rozepaars. Erpel en ik staan in de boezem van het borstenven. Ep rakt de borsten rond en vlijt zich dan, een paar meter uit de oever, in het donkere, koele water. Ik kijk naar hem en naar twee zwarte kraaien. De kraaien zetten zich in de kale takken van een grote, dooie berk. 'Zolang die twee daar zitten, hebben wij de hei voor ons alleen', zeg ik tegen Ep. 'Kom op, gaan we samen zwemmen.' Ik schop m'n sandalen uit, hang hemd en broek en broekje over een grote rus en waad het water in. De eerste tien meter zijn ondiep. Opeens wordt het dieper, staat het water tot aan mijn nek. En dan zwem ik twee rondjes borst. Vier Erpelpootjes roeien met me mee. Wat kokmeeuwen krijsen boven me. Da's niet erg, want de kraaien blijven rustig zitten. In 't midden van de rechterborst kan ik weer staan. Tussen m'n tenen voel ik wier. Ik kijk naar benee en zie voorbij een wurmpje twee blote voeten. Heel onduidelijke voeten, heel wazige, alsof ze van een ander zijn. Dan duik ik en zwem een eindje door het wier. Boven me reppen Erpies pootjes. Hij is me kwijt, maar weet dat ik altijd weer boven kwam, ook in dieper water. En als ik dan boven kom en hij op mijn schouders klimt, me likt over hoofd en ogen, voel ik me heel even een kleine god, Neptunes zonder vork. Bolsterturf, woensdag 22 juni 2005
92 'Hoeveel jaar is ze nou bij ons geweest? Bolsterturf, donderdag 23 juni 2005
93 'Tserrr tserrr tserrrrrr...' Een drukte van belang in de kamperfoelie langs het puinweggetje naar 't moeras. Pa en ma winterkoning geven net hun kroost vliegles als Erpel en ik langs komen. Bolsterturf, vrijdag 24 juni 2005
94 Phegeavlinders. Midden in de mooie zomerdag fladderen ze rond de Verboden Vennen. Het lijkt wel of ze dronken zijn, zo onbeholpen, zo stuurloos verplaatsen ze zich. Veel lijken er halfdood te zijn. Sommigen zijn zeker dood, die liggen kikdood op de bosbodem. De vlinders, ze hangen aan elkaar en aan de bosgrassprieten. Ze zijn aan 't paren, hun lange achterlijven raken mekaar. Ze paren schaamteloos en overal, zomaar langs de paden. Suf van lust laten ze zich op de foto zetten. Bolsterturf, zaterdag 25 juni 2005
95 Steekvlammen, o gezellin, 'k Speelde Willem Zwijger, Nachtuil wekte U. Traag Bolsterturf, zondag 26 juni 2005
96 Het is mooi, zonnig weer. We lopen van de parkeerplaats naar de Verboden Vennen en komen voorbij een bankje in de bosrand. 'Er ligt een man onder dat bankje.' Op de vennen zaten wat eenden. Verder was er niks te zien dan een paar witte kwikjes en gewone vinkjes, plus wat gaaien en kraaien. Toen we op weg naar de auto weer langs het bankje kwamen, lagen de mannen allebei in de bosjes. Eentje snurkte. 'Hij lijkt wel een varken.' Bolsterturf, maandag 27 juni 2005
97 In de late avond even met Ep naar het schapenweitje in 't moeras gegaan. Op een haas, een kraai en vliegen en muggen na, was 't groen stukkie onland leeg. Bolsterturf, dinsdag 28 juni 2005
98 Zacht getik op 't plat dak. Welkome zomerregen. Verder is de nanacht stil. Opeens, heel onverwacht, is daar het knarsend ietwat sissend tetetetet-kssjkssj-tetet van de zwarte roodstaart. Ik kijk omhoog, ik zie beton en steen, maar nergens vogel. Dan gaat de telefoon. Ik moet weer aan het werk. Bolsterturf, woensdag 29 juni 2005
99 Een drukke dag. Schuur opgeruimd. Zolder opgeruimd. Tuin gedaan. Grof vuil aan de weg gezet: veertig euro lichter. Ik loop met Ep en fiets met lekke band naar de fietsenmaker. (Ik fiets niet.) Het is stil in 't dorp. Paar auto's maar bij de weg. Ik kom voorbij kastanjebomen en linden. De kastanjes zijn uitgebloeid en vormen vrucht. De linden geuren zacht en zoet. Bolsterturf, donderdag 30 juni 2005
0070 01-06-05 Weggemoffeld tussen roggehalmen 0071 02-06-05 Zwarte kraaienjong 0072 03-06-05 Middagje dierentuin Overloon 0073 04-06-05 Zaterdagmiddagheideonweerregenwandeling 0074 05-06-05 Kokmeeuwen boven verboden vennen 0075 06-06-05 Kinderen, haasje, reebok en kanarieachtig vogeltje 0076 07-06-05 Kraaien belagen buizerds 0077 08-06-05 Lezen en esdoorn schuin achter achtertuin 0078 09-06-05 Hoogzit bij horizontale eik 0079 10-06-05 Kogelgaten in Japs domein 0080 11-06-05 Campingeekhoorn en -konijnen 0081 12-06-05 Er stond vroeger een herenhuis of boerderij 0082 13-06-05 Gemeente Someren liegt eigen bosbeheer 0083 14-06-05 Eén dik wit schaap en vier magere zwarte 0084 15-06-05 De wilde kamperfoelie bloeit 0085 16-06-05 Hooibeestjes in bloemenweeldewei 0086 17-06-05 Reebok en reegeit niet op de foto 0087 18-06-05 De dood van een heidehagedisje 0088 19-06-05 Gierzwaluwtjes kijken in de achtertuin 0089 20-06-05 Vrouw, kater en vlier 0090 21-06-05 half tien in de avond van de langste dag 0091 22-06-05 Zonnewendezomerborstenzwempartij 0092 23-06-05 In memoriam Freya 0093 24-06-05 Lentekoninkjes in kamperfoelie 0094 25-06-05 Parende phegeavlinders 0095 26-06-05 Uw witte rok trok ik omlaag 0096 27-06-05 Bezopen tekenverzamelaars 0097 28-06-05 Muggenprooi 0098 29-06-05 Roodstaart en zomerregen 0099 30-06-05 Met kersen naar de fietsenmaker
|