|
Bolsterturfs natuur

B o l s t e r t u r f s n a t u u r
Dagboek augustus 2005

131
Samen zwemmen
010805_small.jpg) 010805_small.jpg) 010805_small.jpg)
'Wef wef wef wef wef.'
Op weg naar het diepst verboden ven rakt Erpel een ree uit rijpe rog. Ik laat hem maar z'n gang gaan. We hebben haast en we zijn druk met lopen en kletsen.
'Moet je Erpel niet terug roepen?'
'Nee, is niet nodig. 't Is een grote bok. Ep komt zo terug.'
'Ik vind dat gerak van 'm naar niks...'
'Lekker die rog, maar de korrels zijn wel erg hard.'
'Waarom eet je rog? Vind je 't lekker?'
'Ja, erg lekker.'
'Nou, kauwen dan maar... Kijk, de hei begint te bloeien.'
'Ja, 't is augustus en dan bloeit de calluna.'
'Ja, toch zo mooi, al dat roze.'
'Ja, maar ik hou niet zo van roze.'
'Waarom niet?'
'Omdat ik 't een decadent kleurtje vind.'
'Ow...? En mijn roze bra dan?'
. . .
'Wef wef wef wef wef.'
Halfweg het diepst verboden ven jaagt Erpel achter een groot haas. In hoge sprongen rakt hij achter de langoor aan. Jij kijkt wat ongerust, maar ook nu laten we hem maar doen. Het is een groot haas dat vlugge haken kan slaan en dat in hei veel sneller is dan Erpel.
'Hij kefte vijf keer.'
'Ja, Ep keft altijd vijf keer als hij ergens achter aan zit... Maar als hij kan inhalen, keft hij ook..., als hij er vlak achter zit..., meestal dan een keer of twee, drie... Als hij vaker keft dan vijf keer, roep ik hem terug.'
'Ik wil niet dat hij iets vangt en dood bijt.'
'Hij kan een jong haas of konijn vangen, maar hij kan niet bijten.'
'Oh...? kan Ep niet bijten? Hij heeft echt geen kunstgebit, hoor!'
'Hij leerde nooit om iets dood te bijten... Ik roep 'm terug voordat hij bijten kan.'
'Flauwekul! Ik wil niet dat je hem laat rakken.'
'Dat rakken is z'n lust en z'n leven. Dat ga ik hem niet afpakken.'
'Je gaat maar meer met hem fietsen... Je doet niks anders dan achter die klote computer zitten.'
'Ah...'
. . .
'Wef wef wef wef wef.'
Weer zit Erpel achter een haas aan.
'Roep 'm terug!'
'Erpulllllllllllll hierrrrrrrrrr!... ... Hij luistert beter dan jij.'
'De enige die nooit luistert ben jij!'
'Ow...!'
'Maak 'ns wat foto's van de hei.'
'Ze bloeit nog niet volop.'
'Geeft niet, maak toch maar.'
'Speel ik wel wat met de kleuren. Je kan kleuren manipuleren.'
'Hoezo?'
'Via de instellingen van de camera.'
'Ja, zal best. Kijk 'ns wat de zwaluwtjes laag vliegen.'
''t Is bewolkt..., 't zal wel gaan regenen.'
'Welnee joh, het eerste uur zeker nog niet.'
'Ik zou wel een hele nacht met je willen zwemmen.'
'Droomde je daarom zo de laatste nachten?'
'Dromen?.. Ik?'
'Ja, jij!... Zal wel komen, omdat je halve nachten achter je computer zit.'
'Ow... Kijk, het water is rimpelloos en we zijn fijn alleen.
'Weet je zeker dat er hier nooit iemand komt?'
'Vanaf 't pad zijn we niet te zien tot we in 't water zijn... Ik zwem hier bijna alle dagen met Erpel.'
'Maar er komen toch vogelaars hier?'
'Jawel, maar 't wordt al donker... Dit ven is diep, meer dan drie meter op sommige plekken.'
'Misschien hadden we toch beter naar ons kleine vennetje kunnen gaan?'
'Welnee schat, hier is 't veel lekkerder... Na een paar mins vind je 't heerlijk.'
'Wat?... Ow, het water natuurlijk... 't Ziet er wel idyllisch uit hier.'
'Kom op! Wie er 't eerste in ligt...' ...
. . .
Bolsterturf, maandag 1 augustus 2005

132
Drie keer mis

Oude rikke staat voor moerasvarens. Ik zie haar vrij laat, ga door de knieën, sis Erpel af, bewonder haar even door de kijker, haal de camera uit de tas, zet het ding aan, zoom in, stel scherp en... net voor de klik verdwijnt mevrouw ree in varen-, wilgen- en elzenwildernis.

Reebok drijft rikke. Twee rode schichten tussen stammen en takken. Ik richt... en dan schiet Eppie aan. 'Erpulllllll!... hierrrrrrr!...' schreeuw ik. 'Piep,' zegt de camera. In het venstertje quick view alleen maar gras, bomen en lucht.

Twee reeoren steken uit boven slootrandgras, tussen twee akkers maïs. Met knipklare camera wachten Erpel en ik in maïsrand of het ree misschien het bospad zal willen betreden. Na een paar minuten wachten, komen twee kleppende mountainbikers langs. De oren verdwijnen in de maïs.
Bolsterturf, dinsdag 2 augustus 2005

133
Heftig onweer
Toen wij bij windstilte uit jouw auto stapten en aanliepen, scheen de zon in witte wolkjeshemel; toen we - half uur later - terug renden, rommelde een onweer en woei een herfstige zomerwind door dennen- en sparrentoppen en regenden paardenogen uit donkerblauwe lucht. Op wind en regendroppen op plu's en het monotoon achtergrondgeluid van snelverkeer over E-zoveel na, werd het bang stil rontelom. Lauwe regen kletterde, alsmaar harder, alsmaar luider. En alsmaar dichter opeen, spatten paardenogen op. De wind rukte aan onze plu's, die vervormden in dit noodweer. En wij waren dom gekleed. Jouw gele blouse omsloot je borsten nauwer nu; je bruine, blote benen leken witter mooi, je lippen roder nat. Angstig blikte jij omhoog, naar donkerblauwe lucht en bliksemflitsen. Ik keek met je mee. Daar boven waaide een wilde wolkenwind zwarter wolken in het blauw. Wij omhelsden elkaar, voelden even wind en regen niet. Maar de donderbui hing - dreigend donker - boven ons. Niets dan bomen en struiken en wind en regen en weerlichten bewoog. Erpeltje vergat te rakken. Schuw en bedrukt zat hij stil tussen ons in nat te worden, z'n koppie aan de grond, z'n staartje onder zich. En de regen riegelde op ons en bos en plassen, en de wind werd strak en hard en sloopte onze groene pluutjes. Zangvogeltjes kwitterden niet meer, niet één houtduif koerde en kikkers durfden niet te kwaken. Alle leven hield zich stil en schuil.
Wij dachten: donder en bliksem! misschien gaan we dood. Telkens als na helleschichten donder knetterde, keken wij in elkaars blauwe ogen en waren we samen bang.
Bolsterturf, woensdag 3 augustus 2005

134
Parende juffers en schaduw
290705_small.jpg)
Ze vliegen kop aan kont, een bruine en een blauwe juffer - stille mini helikoptertjes in zomerzonneschijn. Soms raken ze het water, worden er eitjes gelegd. Meteen stijgen ze weer op, wentelwieken ze aan mekaar gekoppeld, alsmaar heen en weer over rimpelloos venoppervlak.
Ik zag maar twee juffers die vast zaten aan mekaar. Hun schaduwen zag ik niet. Op de foto zie ik wel de zonnebeeltenissen, zijn opeens drie, vier waterjuffers aan het vrijen, zie ik een kwartetje, een triootje.
Zou de bruine juffer zich plat op 't water hebben uitgestrekt, zouden juffers en één schaduw een perfecte driehoek hebben gevormd. Deze zomer wil ik gaan wachten aan het water en zo'n perfecte driehoek van twee juffers creëren.
Bolsterturf, donderdag 4 augustus 2005

135
Eventjes onder witte wolkjes naar 't moeras
  
Eventjes onder witte wolkjes naar 't moeras. Jij plukt bloemen, Erpie scharrelt om ons heen en ik maak foto's, van hem en natuur en jou. Jij houdt van roze. Vandaag ben je in 't roze en pluk je roze. De roze distel, zeg je, vind je 't mooist. Bijna raken je wangen, je lippen de ronde, roze bloem als je een witte plukt. Je moppert op een vlieg die je te vlug af is, grijze vlieg die neervalt op roze bloem. Ik erger me aan de vlieg, want mis zo jouw lippen op de bloem. Te veel grijze vliegen, denk ik. Maar de hemel blauwt met witte wolkjes, ook in 't greppeltje. En het frisgroene zomeronlandgras, het lichter groene augustusriet, de witte en roze en gele bloemen die uitbundig bloeien, en de bruin met rode, kleine kruiden tussen al die bloemen en al die grassen, en de zoembijtjes en de irritante vliegjes en de fladdervlinders, het is allemaal toch zo mooi om te zien.
Ben gerust, 'k vergat niet om 't meest naar jou te kijken. Ik glimlach als je bukt en roze plukt aan greppelrand. De bloemen en je benen en je rok en armen en je blouse, het is alles zo mooi en wit en blond en bruin en roze, sexy ook. En het water is zo helder, zo verliefd doorschijnend lichtblauw. Ik zie je benen, billen, rok, blouse en hoofd twee keer als ik je knip.
Bolsterturf, vrijdag 5 augustus 2005

136
Calluna bloeit in augustus
060805_small.jpg) 060805_small.jpg)
Begin augustus. Vandaag was ik op de hei, de bloeiende hei. Na Erica's roze, kwam, komt Calluna met meer en ander, donkerder, roze. Het teer, zacht roze van Erica wordt al, heel-lang-zaam-aan, herfstig dor en bruin. Erica, de dophei, ze bloeit op ietwat natte gronden, ze bloeide uitbundig dit jaar, maar is helaas - het lijkt: de tijd, je leven gaat alsmaar sneller naarmate je je er meer bewust van wil zijn, moet zijn, bent - bijna helemaal uitgebloeid. Nu is het Calluna, de struikhei, die andere hei, die bloeit. Calluna, dat is hogere en stuikerigere en hardere hei die groeit op drogere vlakten en die, op wat bomen en struiken, vliegdennen en brem en berken en jeneverbessen, en het buntgras, een andere vijand van haar, na, alles overwoekert, meer en agressiever dan dophei dat doet, met een zee van roze. Roze, de kleur van bloeiende hei. Ook kleur van vrouwelijkheid, tederheid, fijngevoeligheid, zachtheid, sensibiliteit, emotionaliteit, sentimentaliteit en, lees ik in Copernic, van vurig verlangen en onvoorwaardelijke liefde. Ach, dit rijtje gevoelige woorden vond ik, toen ik in mijn pjoeterhok intypte: 'Kleuren en hun betekenis' en daarna klikte op 'Search for exact phrase'.
Ik glimlach om het rijtje woorden gevonden door de zoekmesjien, maar waarom plaagt me nu weer: 'Ik denk aan jou languit liggend in roze hei'? (Hoe leest U deze zin?)
Bolsterturf, zaterdag 6 augustus 2005

137
Fel, wit licht na schemernevel
 
Nevel en schemer. Aan rand van moeras staan koeien, grote spokenschimmen, bijna onzichtbaar in een wei. Tussen moeras en bos is de nevel minder dicht. Opeens staat er een ree op het pad, te ver om te zien of het een bok of geit is. Ik kan één foto maken van het bruinrood dier. Na de knip verdwijnt het langzaam naar rechts, de dekking in.
 070805_small.jpg)
Lisdodde. Eén bruine sigaar, één allene dol voor dichtbije eikenboom, mist en verwegge wolken en bossen. Waterdropjes hangen aan zijn lange, smalle, puntbladeren. Boven eik en dodden, dikke honderd meter verderop, staan er meer omhoog te wijzen. Ze wijzen naar een wilde lucht. Als ik omkijk, zie ik wilder lucht, donkerblauwer, dreigender. En tussen licht- en donkerblauw de regenboog.
 
Wit en groen en blauw en geelroodbruin. Kale, dode, witte berken achter wei, blauwig riet, bruingeel bloeiende maïs en een lichtgroene en donkergroene boom. Daar achter donkerblauwe bossen boven lichtblauwe hemel. En dan, vijf mins later, is er de zomerzon en loopt Erpeltje door een bundel fel, wit licht.
Bolsterturf, zondag 7 augustus 2005

138
Tussen koffie en twaalfuurtje

Tussen koffie en twaalfuurtje drie kwartier het moeras in. Het is er stil. Niets te beleven. Waar Erpel snuft aan 'n vossenspoor fotografeer ik vogelpoep. Braakballen kan ik niet vinden. 'k Denk dat de daders duiven zijn.

In maar heel klein beetje drassig onlandweitje tussen wilgen en elzen tiert het riet. 't Is fijn om tussen de stengels door te lopen. Ook Erpel vindt dat heerlijk. Opeens beweegt het riet en schiet Erpel vooruit. Kriskras zit hij achter een dier aan. Wat is het? Vos? Haas? Ik zal het nooit weten, want kan geen sporen lezen, geen leger (rustplaats van haas) vinden en Ep kan niet praten.
Bolsterturf, maandag 8 augustus 2005

139
Pluizenzee

Stil en geel ligt 't laag moeras te dromen in doordeweekse morgen. Nu, begin augustus, ogen nog bijna alle bomen frisgroen, slechts een enkele kleurt al goud of bruin. Wat verzopen berken staan kaal en dood tegen blauw met witte wolkjeslucht, hun takken wijzen als stijve armen naar alle richtingen. Die bladerloze bomen vallen het meest op. Naar hen kijken maakt je droef. Die dode stammen en takken, zij laten je denken aan mensen die je kende maar niet meer bij je zijn.

Berenklauwen voor donkergroen bos, aan rand van lichter groene wei. Zij pronken na hun bloei met allerhande tinten: bruin en grijs en groen en geel en zwart en wit. Zij wachten op de herfst die spoedig komen zal, en zij laten je denken aan je vader en moeder in een verzorgingshuis, aan jezelf in zo'n klote tehuis, maar nog klapwiekt een houtduifdoffer schuin omhoog, om dan - verliefde blauwe vogel in zomerblauwe lucht - te glijden naar zijn duifje in dicht sparrengroen. Die doffer denkt zeker dat het nog lente is nu de zomer lijkt op herfst. Zijn roe-kroè koe-koe - roegroè-gr-gr roe-kroè koe-koe - koek maakt je weer blij.
 
Erpel en ik struinen tussen sloot en maïs. Opeens ben ik hem kwijt. Ik loop een eind terug en zie hem dan in de verte met z'n koppie aan de grond. Hij heeft iets gevonden. Maar wat? Hij komt niet op mijn fluiten, hij luistert niet als ik hem bij me roep. Dan schreeuw ik, bulder ik: 'Erpullllllllllllll..! Patsamme..! Hierrrrrrrrrrrr..!!' Dat helpt. Nu komt hij onmiddellijk aangerend en gaat keurig voorzitten. Met een dood haasje tussen z'n kaken geklemd, kijkt hij me uitdagend aan. Het lijkje heeft geen koppie meer, en de uit Eps bekkie bungelende pootjes zien er uit alsof half uitgedroogd en half verrot. Ik laat hem z'n vondst maar houden, probeer niet af te pakken, vraag ook niet of hij los wil laten. Ik weet dat hij de kaken stijf op mekaar zal houden en heb geen zin om met hem te gaan vechten. Hij verplaatst het dode beestje - slachtoffertje van kraai of parasiet of ??? - een dikke kilometer, speelt er zo nu en dan even mee, tot hij met de neus op een vosspoor tussen maïsstengels duikt en het laat vallen.
 
Voor de maïs staan allerhande bloemen aan slootrand. Fluitenkruid doet haar best om over de maïs heen te kijken, maar redt dat niet. Dat fluitenkruid, het is bijna uitgebloeid, zijn witte bloemen worden alsmaar grijzer, zachtgrijs met zweem van roze. En voor het fluitenkruid staan andere bloemen, bloemen waarvan de naam me niet te binnen wil schieten, vrij hoog kruid, onkruid, zo mooi, zo uitbundig roze en paars.
 
En dan schiet Ep de maïs uit en een onland pluizenzee in, een zee van zachtwitte pluizen. Pluizen van paardebloemen en van distels. Ze waaien op de wind, het moeras in, honderd, duizend, honderdduizend pluizen. En in die pluizenzee een blij en hel wef wef wef.
Bolsterturf, dinsdag 9 augustus 2005

140
Vluggertje moeras
Tussen eten, pissen, poepen, douchen, verlangen naar vrijen, vergaderen, slapen en werken door half uurtje naar 't moeras. Ik ben even vrij, maar jij bent er niet, want je moet werken: voor je dure auto; voor je rode bankstel; voor je nieuwe tv, mountainbike en wasmesjien; voor lipstick, nylons en dure rokken; voor uitjes met vriendinnen en dochters, voor Rhodos, Kreta, Cyprus en de Kanarie eilanden en weet ik veel voor wat alles nog meer, voor tripjes en luxe die ik niet hoef. Nee, ik wil het niet meer: me vervelen in overvolle vliegtuigen en in hete, verre landen; sjokken over onvruchtbare, kale bergen; zwemmen in een warme, zoute zee; flaneren over overvolle herrieboulevards; shoppen in souvenirwinkeltjes; zitten op terrasjes, nippen aan ouzo, raar bier zuipen en me verslikken in vurige wijn. Ik heb het allemaal overleefd en hoef niet meer naar de Middellandse zee terug. Weet je nog van die bootreis, van die bezopen dikke Zweedse die van de reling boven op me sprong? Ik kwam net boven van een duik naar de bodem. Bijna was ik toen verzopen. Sjonge zeg, geef mij voortaan maar heivenwater en twaalf maanden hutje op de godvergeten hei, desnoods in de caravan.
Nee, jij kan niet mee vandaag. Erpeltje wel, die wil altijd mee, mag altijd mee. Maar o, het moet alles vlug vandaag, zelfs het verlangen. O, ik kan werken haten. Vergaderen haat ik altijd. En ik gun me niet de nodige slaap, want er is het pijnlijk denken aan. En wat ook erg is: met mijn ouder van dagen worden, lijken mijn dagen korter dan toen ik jongen was, ook sneller voorbij te gaan, te snel voorbij.
Erpel en ik lopen over een puinpad 't moeras in. Rust en stilte rontelom (prachtwoord vind ik het: rontelom), slechts zo nu en dan verstoord door een gebeurtenisje: een kikker plonst een kroossloot in; een eend wiekt op uit dezelfde sloot; een roodborst pinkelt een alarmpje; een blauwe reiger lawaait over, onder een meer lawaaierige straaljager door. Zo'n piloot in herrieding, vroeger kon ik hem benijden. Nu niet meer. Een reiger kent groter vrijheid.
Na reiger en vliegtuig is er dan weer de stilte, waan ik me in moerashemel als ik zit op de stam van een stervende, omgewaaide eik en mijn ogen sluit. Maar dan komt er een trekker aan met lawaaimesjien, gaat een jonge boer gras en stilte kapot maaien. Ook op de boer ben ik niet jaloers, hij is slaaf van zijn bedrijf. Nee, ik voel wèl jalouzie: om zijn jeugd, zijn jong van jaren zijn. Ach, ik ben gewoon tevreden ontevree, want te gezond, zag de verre landen en weet wat verliefdheid, wat haat en wat liefde is.
Door maaiherrie heen dagdroom ik van jou en mij, droom ik ons weer verliefd wandelen in stil, niet nat moeras. Hand in hand wandelen. Ik met geur van bronst en Paco Rabanne; jij met reuk van vrouw plus vleugje Rose Estée Lauder. Ja, ik denk graag aan jou languit liggend op droog mos, want 'k ben een ouwe lul die voor altijd jong bij jou wil zijn. Ook aan en op de Mediterranee.
Bolsterturf, woensdag 10 augustus 2005

141
Avondnevel na middagregen
 
Ik kijk naar blauwe vloeken in nevellandschap: gisteren gemaaid gras verpakt in blauwe folie. Ik tel wel dertig van die vloeken. Ze werden achtergelaten op het land, door herriemesjien en boer. Als ik me omdraai, is opeens mijn uitzicht fabelachtig, zie ik tussen bomenrij een V gevuld met zomerlucht onder dreigend donk're donderbui.
 
Een wei waar ik reeën in vermoed blijkt reeleeg. Links zie ik een houten hoogzit tussen dicht gebladerte, rechts koeien in nevelflard. Veel te eten hebben deze koeien niet, want 't is onlandwei en varkensoren zijn niet te vreten.
 
In schemer en nevel een ver weg ree in schuine slootkant. Ik kan het niet fotograferen, want de afstand is erg groot en maïs, riet, grassen en onkruiden staan tussen lens en ree. Dan maar in tijgersluipgang door het natte gras. Na vijftig meter kruipen, knip ik reerug en reekont. Als ik dikke honderd meter ben gevorderd, begint een gaai te schelden. Het ree kijkt op en om. Vlug knip ik. Dan springt het af, over de sloot de bosrand in.
Bolsterturf, donderdag 11 augustus 2005

142
Reetjes voor koeien aan de draad
120805_small.jpg) 120805_small.jpg) 
Jonge, tere, frisgroene boompjes tussen rijpe rogge. Deze rogge is overrijp. Zal men haar maaien, en zo ja, hoe dan? Een maaimesjien zal ongetwijfeld de jonge boompjes die tussen het koren groeien beschadigen. Sommige van die boompjes krijgen al herfstkleuren, worden al bruin en geel. Ik stap het koren in en loop naar het hoogste boompje. En dan zie ik waarom de bladeren al verkleurden: een reebok veegde zijn geweitje aan het stammetje. Hij schuurde de bast rondom weg.

Achter mij hoog opgaand bos. Over rog en boompjes heen een wei met roodbonte koeien en een grote groep canadaganzen. In de lucht meer ganzen. En achter koeien en ganzen weer hoge bosbomen. Op het geluid van ganzen na, hoor ik alleen maar het voorbij razen van auto's over provinciale weg. Maar dan begint een gaai te schelden. De vogel laat me glimlachen.
 
Op weg naar de verboden vennen, valt mijn oog op een boomstam die bezig is heel langzaamaan te vergaan. Bezig zijn om te vergaan? Kan dat wel? vraag ik me af. Nee, het kan niet, vind ik. De stam ondergaat immers het vergaan, zonder het te voelen, want ze is dood. Als je vergaat, heb je daar zelf geen weet van. Dan ben je er immers niet meer.
Op de vermolmde, door kevers aangevreten stam groeit écht groen mos. Het lukt me niet om die intens groene kleur exact te vangen in een foto.
Over het mos komt een viervleugelige libel aangezweefd. Het is maar een libelleke van niks, nogal klein en eenvoudig van kleur. Hoe ze heet weet ik niet, en 'k gun me niet de tijd om haar naam te zoeken. Toch is ze mooi, heel mooi, met haar zachtbruin en geel en zwart.
120805_small.jpg) 120805_small.jpg) 120805_small.jpg) 120805_small.jpg)
Op het hoge gele zand tussen de verboden vennen bloeit de struikhei, maar de hei is kaler en eentoniger geworden. Men kapte zowat alle vliegdennetjes en berkjes weg. Die dennetjes en berkjes liggen op hoopjes dood te gaan. Opeens valt mijn oog op een pol zuiver witte hei. Ik maak er twintig foto's van. Twee keer eerder vond ik witte hei, maar dat was dophei, dit is struikhei, geen Erica, maar Calluna.
 
Bijna vergeet ik Erpel. Hij loopt wat, te ver weg, rond te scharrelen. Ik roep hem bij me. Hij komt meteen. 'Zit Erpel.' Hij gehoorzaamt braaf. Ik wil een foto maken van hem bij witte hei. Ik doe mijn best om hem vrolijk en enthousiast te laten kijken. 'Kijk, Ep. Dit is witte hei. Mooi hè?' Erpel kijkt me aan, alsof hij zeggen wil: 'Hoepel op, man! Kan mij dat klote polletje wit nou schelen!' Dan gooi ik een stok die toevallig daar ligt in de hei weg en speel met hem. Samen rennen we over de hei; samen rollen we door de hei, maar nièt over 't polletje wit.

Op weg terug naar huis nadert over maïs en bos een donderbui. De lucht wordt met de minuut donkerder. En het begint wat te waaien, een vreemde, warme wind. Gelukkig ben ik al bijna bij de pinda. Ik ren en haal de auto met droge kleren aan.
120805_small.jpg)
Bijna de bossen uit, zie ik in de vroege avond twee reekalfjes in een bosrandwei. Hun moeder is nergens te bekennen. Die is zeker met een bok aan het dollen, ergens in het donk're bos. Als een rekke zin in seks heeft, laat ze gewoon haar kindjes een hele dag, of nog langer? in de steek. De kalfjes laveien onder het dreigend onweer. Ze zekeren weinig en lijken niet bang te zijn. Terwijl ik naar ze kijk, zoekt een van hen op het gemakje de dekking op. Het ander blijft nog laveien. Achter hem en pal voor het bos staat een groepje roodbonte koeien aan de draad. Dan begint het harder te waaien, te regenen ook. Met het eerste weerlichten rent het reetje de bosrand in.
Bolsterturf, vrijdag 12 augustus 2005

143
Zaterdagmiddagje wandelen in De Klencke

De Klencke, een havezate (ridderhofstede) bij Oosterhesselen in de provincie Drente. Jij, Ep en ik wandelen bijna drie uur door de omgeving daar. Nou ja, wandelen, ook vandaag rakte Ep meer dan dat i wandelde. We volgen de rode route. Alles of veel in de omgeving daar, behoort tot de natuurgebieden van Vereniging Natuurmonumenten. Deze vereniging kreeg het uitgestrekte landgoed geschonken van de laatste bewoonster.

Na wat lichte irritatie over iets dat op de bordjes staat gedrukt: 'Honden mogen ook hier alleen aangelijnd mee!' lopen we aan, Ep keurig aan het lijntje en zo met ons keurig de route volgend. De rode pijltjes leiden ons de eerste dikke honderd meter langs verhard fietspad en geteerde, brede weg voor auto's. We willen geen platgereden hondje, maar een vrolijk levend Eppie, dus blijft Ep keurig aangelijnd. De route gaat maar een heel klein stukje door bos en juist in dat stukje bos is een man bezig met een bosmaaier. Daarom mag Ep ook in het bos niet los. We lopen flink door om z.s.m. uit de herrie en tussen akkerlandjes en weilandjes te geraken.
130805_small.jpg) 130805_small.jpg)
Als we komen bij grasland tussen bos, mag Ep vrij. Hij rent heen en weer. Snift en snuft links en rechts op en langs de paden, doet in drie uur echter geen wild op. Niks. Geen ree, geen haas, geen vos, geen patrijs, geen fazant, geen eend, geen gans. Wel zitten er veel reigers op de weiden, mollen- en muizenvangers.
'Volgens mij wordt hier flink gestroopt.'
'Ja, denk ik ook. Heb jij al reeprenten gezien?'
'Nee, nog niks, ook geen veegboompjes of krabplaatsen... Kijk, de lijsterbessen zijn hier veel uitbundiger dan bij ons.
'Ja, hier heeft het veel meer geregend, zo te zien. Wacht, ik maak een foto van de bessen.'
'Ja, toe maar... Zal niet meevallen want het waait behoorlijk.'
'Geeft niet..., lukt me wel.'
' ...
 
'Kijk eens, wat mooi! Al die kattenstaarten langs de slootrand. En hier heb je leeuwenbekjes. Zet je die ook ff voor me op de foto?'
'Ja hoor, vroeger had je ze veel meer, kattenstaarten en leeuwenbekjes... Je ziet ze nauwelijks meer... Waar zijn ze toch gebleven?... Moderne landbouw is klote.'
'Ja, da's waar, maar kijk, hier is een veegboompje.'
'Ja, warempel, je hebt gelijk. Zit hier toch minstens één ree.'
'Er zitten er heus wel meer. Ook bij ons zie je ze niet alle dagen.'
'Maar bij ons in de bleke bossen vind je veel meer prenten, legers en veegboompjes.'
'Zeur niet zo... Je lijkt wel een klein jongetje dat z'n zin niet krijgen kan.'
'Ow... Hoezo?'
' ...
 
Dan leidt de route ons over smaller paadjes door korenveldjes.
'Sjonge zeg, kijk toch eens! Het is hier echt wel super klote weer geweest.'
'Super klote?'
'Ja, deze gerst is plat geregend en plat gewaaid. Niet meer te oogsten. Nou ja, wel goed voor duiven, fazanten en patrijzen.'
'Zie jij die dan?'
'Nee, maar zal wel toeval wezen. Klote zo weinig wild en vogels. Echt klote.'
'Als je nog één keer klote zegt, mag je tegen jezelf praten.'
'Ow..., sorry... Maar wel heel mooi, hè, al die kamille en al die korenbloemen..., zo mooi wit en blauw.'
'Ja, maar wat gek dat er geen klaprozen tussen staan.'
'Die zijn al uitgebloeid, toch? Maar als ze er tussen zouden staan, zou het veld nog mooier, nog fleuriger zijn.'
'Nou, ik vind het maar droef, al die plat liggende halmen.'
'Ja?... Hoe is het trouwens afgelopen met L. gisteren?'
'Rouwens.'
'Rouwens?'
'Ja, niet goed dus.'
' ...
 130805_small.jpg)
'Kijk, hier staan ook gele bloemen.'
'Soort paardebloemen.'
'Nee, zijn geen paardebloemen, maar hoe ze nou wel heten?...'
'Maakt toch niet uit, joh, gewoon genieten van de bloemen en de kleuren... Best een mooi landschap hier.'
'En dan te bedenken, dat dit vroeger allemaal van één rijke vrouw was.'
'Ja, die leefde in weelde en de boeren werkten zich kapot.'
'Kapot? Ja, je hebt wel gelijk... Hee kijk, hier aan de andere kant staat tarwe. Dat verbouwde ons vader vroeger heel soms.'
'Zie je dat de tarwe niet plat ligt?'
'Ja, tarwe heeft sterker halmen.'
'Wat verbouwde je pap dan het meest aan koren? Rogge?'
'Ja, rogge... en haver voor de grijze.'
'Ja, dat was jullie paard, hè?'
'Ja.'
'Heb je wel eens op hem gereden.'
'Ja, vertelde ik toch al..., maar hij had zo'n brede rug. Moest ik m'n benen heel ver uit mekaar doen.'
'Ow...'
' ...

Plots fladdert een atalanta om ons heen. De mooie, bonte vlinder gaat zitten op een brandnetelblad.
'Vlug, dit is je kans.'
'Ja..., kijk hij heeft twee ogen.'
'Ja, een dagpauwoog heeft er vier.'
' ...

Na hem een keer of tien te hebben gefotografeerd, vliegt de atalanta weg, over stukkie tarwe, even opzij dwarrelend naar de platte gerst, dan over een tien meter brede strook koolzaad heen, richting harde weg.
Ik kijk de vlinder na en raak dan flink achterop, omdat ik probeer een krekel te vereeuwigen. Er tsjirpen er verscheidene, maar zo'n rotzakje houdt telkens op met geluid maken als je te dicht bij komt. Als ik, zonder krekel in de camera, op kijk, zijn jij en Eppie opeens meer dan dikke honderd meter voor.
 
Tijdens een mooie tocht door het Klenckerveld, een heideveld met kikkerpoeltjes, en door een oeroude beukenlaan - een laan in niemandsland lijkt het wel, maar in elke beuk staan hartjes, een meisjesnaam of initialen - komen we aan De Klencke, niet het kasteel, maar een loopje, een beekje. We volgen het watertje een paar honderd meter en dan zijn we, voorbij weilandjes met koeien en schapen, bijna aan het einde van de route.
'Kijk daar! Een torenvalk.'
'Waar? Ik zie 'm niet.'
'Boven die allene boom daar links.'
Juist als ik de torenvalk spot, horen we een buizerd miauwen. En dan bidt voor ons het torenvalkje boven wei en zweven boven ons twee buizerds over hoog bos en Klencke.
Bolsterturf, zaterdag 13 augustus 2005

144
Zondagmiddagwandeling naar caravan

Op weg naar de camping parkeren we de auto halverwege en gaan dan te voet verder door de bossen.
'Kijk hier!' wijs jij, 'rozerode zwammetjes op een groen mossig stuk boomstam. Maak er 'ns een foto van.'
'Ja, mooi hè? Net stukjes bloedkoraal op 't droge.'
'Bloedkoraal? Bloedkoraal vind je in de Middellandse zee... 'k Wou dat we daar nu waren... Heerlijk op zo'n boot in een baai van Rhodos.'
'Ja, maar Ep zal het daar in die bloedhitte niet prettig vinden. Waarom ga je niet met M. of L. nog 'ns?'
'Ja, doe ik zeker wel..., heb ik zin in.'
' ...

Op nog maar tien mins lopen van de caravan staat er opeens een fraaie paddenstoel in een weiland.
'Wat raar toch eigenlijk, een paddenstoel in hartje zomer,' zeg jij.
't Is een best natte zomer geweest. Kijk, er staan er meer..., kleinere... Hier komt een heksenkring.'
'O ja? Hier rond deze eik?'
'Ja, volgende week staan er zeker veel meer van deze paddo's hier.'
'Zou mooi zijn... 'k Ben benieuwd naar die heksenkring. Geloof jij in heksen?'
' ...
 
Bijna bij de caravan roep ik: 'Kijk, wat mooi! een ovaaltje witte pisbloemen.'
'Pisbloemen?'
'Ja, pisbloemen... Als je er aan ruikt, ruik je pis.'
'Zal zo erg niet zijn, toch?'
'Ruik maar 'ns dan.'
'Nee!... Weet jij de echte naam voor deze bloemen?'
'Weet ik niet, maar 'k zal het thuis opzoeken.'
'Wanneer?'
'Voor kerstmis zeker.'
'Maf.'
'Kus.'
' ...
 
En dan zitten er bij de caravan rupsen in je oostindische kers. Ze zitten met tientallen op de grote bladeren zich vol te vreten.
'Ach,' zeg jij, 'laat ze toch. Straks worden ze allemaal vlinder.'
'Wie?'
'Die rupsen natuurlijk, sufkop. Waar zit je toch met je gedachten?'
'Bij de poppen.'
'Ach jij!... Kom, draai de gaskraan open, ga ik koffie zetten.'
' ...
Bolsterturf, zondag 14 augustus 2005

145
Verse koeienflatsen en een kudde zwarte schapen
Tussen half zeven en half acht in frisse avond naar 't moeras. Er staat een v oor de tijd van 't jaar koud windje uit noordwest en 't is zwaar bewolkt, maar droog. Het pad 't moeras in ligt vol verse koeienflatsen en een kudde zwarte schapen blaat en rent in wei waar gisteren alleen maar gras te vinden was. Bovendien scheuren vier jonge mannen op crosmotoren vanaf parallelweg langs E-zoveel de Gebergten en Hersselse heide in. Misleidende namen, want nergens een berg of heuvel te zien en hei groeit pas aan de overkant van de jakkerbaan. Al met al geen ree, vos of haas gezien. Zelfs geen konijn, alleen maar een groen kevertje, dat van Erpels schouder viel en niet terug te vinden was in onlandgras.
Bolsterturf, maandag 15 augustus 2005

146
Wat loopt u hier te schooieren?
 160805_small.jpg) 160805_small.jpg)   
In de namiddag rijd ik naar het natuurparkje waarin vrouw en ik ons stacaravannetje hebben. Het gazonnetje moet gemaaid, het tuintje geschoffeld en het onderkomentje gestofzuigd. Het gras blijkt te nat om te maaien, het tuintje is zo gedaan, er staat weinig echt onkruid in, en te gauw verveelt me 't stofzuigen en besluit ik om wat foto's te gaan maken van zomerpaddenstoelen.
Zachtjes rijdend over half verharde weg zie ik een ree in wei, te ver weg voor op de foto. En ik zie er van af, om dit ree te besluipen, want heb een hagelwit overhemd aan. Reeën zien wit veel beter dan bij voorbeeld groen en bruin. Paar mins later parkeer ik m'n otootje bij een oude, alleenstaande boerderij en loop de wei in, waarin eiken waaronder ik heksenkringen paddo's hoop te vinden. Het ree ziet me dan echt wel direct. Het trekt zich vlug terug in de dekking.
Rondom een eik vond ik zondagmiddag het begin van een heksenkring. Vandaag is die kring mooi compleet en rond.
Terwijl ik foto's maak, snuffelt Erpel wat rond. Het lukt me niet om ook maar een deel van de ronding van de heksenkring, van de kring dus, goed op foto te krijgen. Ik besluit daarom in de eik te klimmen. Maar dan hoor ik wef wef wef. Pakweg tien seconden later rent een ree bos uit, wei over. Het is al flink ver weg als ik m'n camera goed heb ingesteld. Toch lukt het om een foto te maken van dit rennend dier. En dan komt ook Ep tevoorschijn uit het bos, z'n neus op 't reespoor. Ik roep hem bij me.
Net als ik in de boom wil klimmen, zie ik een lange man naar me staan kijken. De man staat op 't pad naar de oude boerderij. Ik baal, want word niet graag begluurd, en ook lukt het me niet om in de boom te komen. De stam is te dik en de laagste takken zitten te hoog. Daarom schiet ik nog een paar 'lage plaatjes' en loop dan de ongeveer dertig meter naar pad, auto en man.
Hij is een lange man van naar schatting jaar of vijfenzeventig, tachtig, een dure oude mijnheer gestoken in wat lijkt op een zwart driedelig pak, maar in plaats van schoenen draagt hij hoge, zwarte laarzen. Hij monstert me aandachtig. Zijn blik gaat van mijn al drie dagen niet geschoren smoelwerk naar omlaag, over mijn witte hemd met inmiddels groene vlekken, over mijn vale spijkerbroek waarin winkelhaak van prikkeldraad, tot aan mijn vuile, blote voeten in vuile sandalen. Dan spreekt hij mij aan: 'Wat loopt u hier te schooieren?'
'Zit Ep,' zeg ik. En dan sta ik tegenover de man, kijk recht in zijn felblauwe herenogen en denk even aan een plaatje in een oud prentenboek: lijfeigene ontmoet edelman. Dan repliceer ik: 'Wat loopt u hier te schooieren?... Wat is dit nou toch voor werkwoord?'
Antwoord de man: 'Deze grond hoort bij de boerderij. U mag hier niet komme!'
Ik tover van heel ver een glimlach rond mijn lippen en zeg: 'Ik dacht dat de grond verkocht is. Is dat dan niet zo?'
'U weet niets,' zegt de man, 'niet eens dat je op het platteland niet buiten wegen en paden mag komme.'
Ik antwoord hem niet meer. 'Kom Ep, gaan we naar het vrouwtje, want we hebben honger.' Vervolgens lopen we aan, schooier en schooiershondje. De grote, gele herdershond, in de kleine, donkere kooi schuin achter de boerderij, blaft als hij Ep en mij voorbij ziet komen. Ach, deze arme herdershond! Ik zag hem nog nooit buiten zijn gevangenis.
Bolsterturf, dinsdag 16 augustus 2005

147
Mevrouw Rekke en haar kalfjes
 
Om half vier met vrouw en hond naar het park. Onderweg kletsten we wat.
'Het gazon moet nog gemaaid en de caravan nog gestofzuigd??.. Zou jij gister toch doen?'
'Ja, kwam ik gister echt niet aan toe, want ik kan geen twee dingen tegelijk doen, niet het gazon maaien of de caravan stofzuigen en ook nog 'ns paddenstoelen fotograferen.'
'Of de caravan stofzuigen??.. Onzin! Je zal wel weer tot twaalf uur hebben geslapen?'
'Welnee..., echt niet, 'k heb foto's van paddo's en een ree gemaakt.'
'Jaja, laat maar.'
Vrouw en ik verdeelden de taken eerlijk. Ik maaide het gras en zij stofzuigde. En na zuigen en maaien, gingen we met Erpel wandelen rond de Verboden Vennen. Op het bruggetje over het bruggetjesven zat een slonzig geklede mevrouw nogal luid met zichzelf te praten. Zij sprak met heldere stem heel zuiver Nederlands. Vrouw en ik luisterden even naar haar - vrouw en ik zijn erg, nietwaar? - luid accentloos, duidelijk spreken.
'Ze heeft het over dood en liefde en bramen plukken... 't Lijkt wel of ze oefent voor een toneelstuk.'
'Welnee, ze is gewoon maf.'
'Hè toch, kan jij nou nooit eens gewoon praten? Misschien is ze wel Jehova?'
'Zal ik een foto van haar nemen?'
'Als je dat maar laat! Kom, we gaan verder! Eppieeeeeee..., kommmmmmm...'
Erpel luisterde niet naar vrouw en vreemde mevrouw, die luistert alleen naar mij, en die had het te druk met rakken over mosoever en door 't ondiep water.
'Erpulllllllllllllllllllll...! Hierrrrrrrrrrrrr...!!'
Tegen half zeven gingen we naar huis. Ik stuurde de pinda in tweede versnelling over een verharde weg door bos.
'Kijk, drie reeën.'
Ik spiegelde en trapte op de rem. 'Drie reeën? Ja, ik zie ze ook. Een rekke en twee kalfjes. Mag ik nog heel ff paar foto's maken?'
'Ja hoor, omdat je gister zo goed stofzuigde.'
Ik reed de pinda wat terug en parkeerde in de berm. Toen ik het portier wilde openen, kwamen er net een paar auto's aan. En na de auto's een groepje bont geklede, lawaaiige fietsers.
Bij de wei gekomen, zag ik alleen nog maar de rekke. Haar kalfjes waren nergens meer te zien. De geit gedroeg zich onrustig. Ze zekerde alsmaar en liep, beurtelings zekerend en snoepend van gras of kruid, naar de dekking. Toen nog meer fietsers voorbij kwamen, sprong ze af.
Thuisgekomen zag ik op de foto ook één van haar kalfjes. Bij het nemen van de foto, zag ik dat kalfje niet. Ik zwaaide de camera mee met moeder ree, hield wat voor en drukte min of meer op goed geluk de ontspanknop in.
Terug lopend naar de pinda, maakte ik een foto van vrouw Turf en Eppie, maar ja, ik zal toch ook nog wat anders moeten bedenken om het gisteren niet stofzuigen goed te maken.
Bolsterturf, woensdag 17 augustus 2005

148
Vier blaren van het spitten
Als gisteren om half vier naar het park, oftewel de camping voor mensen die natuur en rust en stilte lief hebben. Erpel speelde daar met het hondje van de buren, een berner senner teefje; vrouw was druk doende met bloemetjes, met bier en fris (vind ik lekker: veel kwart glazen pils aangevuld met suikervrije frisdrank), met koken ook. Ik begon met het omspitten van een stuk gazon. Dat spitten lukte aardig, mijn rug kan er nog heel goed tegen, tegen dat spitten, en ook word ik er niet moe van, maar m'n handen... Ik zit dit stukje te schrijven met vier blaren in mijn handen, rechts drie blaren en links eentje. Maar haar gebakken aardappeltjes, verse boontjes en gebakken eieren, plus haar insmeren met uierzalf van de kapot gegane grootste blaar, maakten dat ik alle blaren vergat en vrat als een wolf.
Tegen acht uur weer op huis aan. We reden nog even naar de wei waar we gisteren een rekke met twee kalfjes zagen. Vanavond mooi niet, helemaal geen reeën, want er stond een auto geparkeerd bij de wei en in het bos lawaaiden mensen.
'Tsja, Nederland is druk, te druk met mensen, niet met reeën.'
'Wees eens origineel, dat zei Pim Fortuyn al eerder.'
'Ja, maar die had het toen niet over reeën.'
'Nee, maar...'
'Niet zeuren! Kom, rij naar huis. Er komt misschien een mooie film op tv en ik wil nog luisteren naar de cd die ik van M. kreeg.'
Bolsterturf, donderdag 18 augustus 2005

149
Paars spuwen
  
Een prachtige, zonnige zomermorgen, maar de radio voorspelde regen voor in de loop van de middag. Daarom tussen half elf en half twaalf gauw 'n uurtje met Erpel naar de westgrens van de Gebergten en Hersselse heide, gebiedje langs autoweg waar geen bergen zijn en geen heide bloeit. Wel is er gemengd bos: naald- en loofbomen en dicht struikgewas, en zijn er zandverstuivinkjes en vlaktetjes met hoog, taai, geel gras. Ook vind je er akkertjes en weitjes, alles is er kleinschalig, alles behalve de enorme bioschuren.
Ep snuffelde naar vos en ree en haas en ik keek uit naar hazenvoetjes, reeënhoefjes en vossenpootjes. Geen spoor van wild vanmorgen, maar in het gras van een bosweg wel schimmelwit op bruine paddenstoelen. En over schimmel en paddo's zoemt een dikke aardhommel, hij zet zich op een laatste bramenbloem. Zijn achterlijf heeft de kleur van de bloem: zuiver wit. Maar als ik hem op de foto zet, verbergt hij zijn onderzij voor de camera. Hij buigt zijn achterdeel naar benee. Alleen zijn bovenkant verschijnt in 't venstertje quick view. Dan zoemt hij weer weg, op zoek naar meer en and're bloemen. Ik kijk hem na en prop me vervolgens vol bramen. Erpel lust ze ook. 'Zo blijven er voor de vossen weinig over,' zeg ik tegen hem. Dan bijt ik in een rotte braam en na wat paars spuwen links en rechts, rij ik even later Ep met paarse vingers huistoe.
Bolsterturf, vrijdag 19 augustus 2005

150
Zomervakantie, krulpaddo en mieren
 
'Wat is het toch druk in de bossen,' mopper ik.
'Ja, maandag beginnen de scholen weer. Voor de meeste mensen is de zomervakantie bijna voorbij. Iedereen is weer thuis van weg geweest... Nog even genieten, voordat maandag school en werk weer begint,' antwoord jij.
'Is het maandag weer rustig hier..., tot de herfstvakantie.'
'Wil je soms het hele bos voor je alleen?'
'Met al dat volk zie je geen wild..., alleen maar mensen en honden.'
'Sjonge zeg, waarom...'
'Wef wef wef,' weft Ep.
'Eppie! Niet doennn!' roep jij.
'Laat hem toch... 't Is een groot konijn.'
'Hij gaat het achterna over 't fietspad.'
'Geeft niks, Ep heeft ogen...'
Dan horen we lachen. Twee mountainbikers komen aangesuisd. De mannen hebben plezier. Eén roept: 'Jullie eten vanavond knijn.'
Ik lach ook en roep terug: 'Lekkerrrrrrrrrrrrrrrrrrr...'
'Stel je voor dat Jap hier fietst,' opper jij.
'Dan gaan jouw nieuwe schoenen niet door'.
'O nee?... Ik denk eerder dat jij dan mag overwerken.'
'Ik haat werken. Kijk, Ep is al terug..., zonder knijn.'
'Gelukkig maar. Jij ook altijd... Kijk, ze hebben bij alle mierenhopen rode vlaggetjes gezet... Trouwens, vanavond moet je werken.'
'Weet ik... Het stikt hier van de mierenhopen... Wat zijn ze toch weer ijverig.'
'Nou, valt wel mee hoor... 'k Heb mieren wel eens drukker bezig gezien..., maar toen scheen de zon. Hee, wat een mooi tafeltje!'
'Tafeltje?'
'Ja, mooi bruin paddenstoeltje met witte krulrand... Denk er stoeltjes en kabouters bij... En een barbecuetje.'
'Kan de bouterkok opdienen?... Tafel te hoog?!... Hmmm..., wie eet de hoge krulrand weg?... En toch kan regenwater makkelijk uit de hoed.'
'Wat heeft water er nou mee te maken?... Zou jij mier willen wezen?'
'Nee, dan liever trol.'
'Trol??? Jakkes! Wrom trol?'
' ...
' ...
Bolsterturf, zaterdag 20 augustus 2005

151
Vogeltje op laag prikkeldraad
 
Een mooie, maar niet zonnige zondag in augustus. Hard gewerkt op de camping. De tuin bij de caravan is nu - kijk vrouw, vijf kapotte blaren in mijn handen! - helemaal klaar. Wel moeten er dit najaar en volgend voorjaar nog wat boompjes en struiken in geplant. Je maakte het me goed duidelijk: 'De inkijk vanaf het pad moet verdwijnen. Ik wil veel meer sparretjes, lariksjes, berkjes en vliertjes in de tuin, en rododendrons, en rode bessen, en vlinderstruiken, paarse en witte, want zo kan ik ook volgend jaar nooit eens lekker topless zonnen. Zelfs niet als de zon wèl schijnt.'
Net als gisteren was het in bos en veld vandaag erg druk met wandelaars en fietsers. Tijdens avondwandeling met jou en Erpel, door de bleke bossen, dan ook niet veel meer gezien dan mensen en 'n ongeduldig grauwbruin vogeltje op laag prikkeldraad. 't Vogeltje vloog al weer weg, toen ik nog niet op hem had ingezoomd en pas één keer had geknipt. En nee, het wild gaf niet thuis. Zelfs Ep wist geen haas, ree of konijn op te sporen. Wel zagen we tijdens het naar huis rijden een grote, donkerroodbruine reegeit oversteken. Met grote sprongen stak ze over van bosrand naar bosrand, op zo'n twintig meter voor de pinda langs.
Bolsterturf, zondag 21 augustus 2005

152
Rode bessen en alle kleuren paddo's
   
Ik wandel over e en puinpad, langs weitjes en door elzen- en wilgenwildernis. Ik zie allerhande bessen aan struiken. Heel mooi rood zijn ze, die bessen, maar nergens talrijk hier, nooit eens overvloedig aanwezig, nee, het is allemaal niks niet weelderig, armoe troef. Maar de bessen zijn, in hun klein getal en boven de karige armoede van het puinpaadje, wel heel mooi om naar te kijken, bekoorlijk, betoverend.
De glanzend bloedrode bessen van de kamperfoelie zijn het meest fotogeniek, vind ik. Die kamperfoeliebessen glanzen meer en zijn ronder dan de meer ovale, donkerder vruchtjes van de meidoorn. Maar zijn ze daarom mooier? Alle bessen kunnen me bekoren vandaag. Vooral de bessen van een plataanachtige struik trekken m'n aandacht, zij pronken hoog met ronde roodheid en ze lijken op rijpe mini appeltjes. Maar rupsen hebben de bladeren van hun boom goeddeels opgegeten. Dat maakt dat de besjes wat uitdroogden. Tenminste, dat denk ik, want er zitten deukjes in hun schilletjes. Ik kan niks anders bedenken: dat moet komen door een tekort aan vocht. Maar of dat ook echt zo is? Ach, wat maakt het uit? 't Zijn maar bessen, toch?
En dan de bramen. Die zijn er in paars, in rood en in wit. De meesten zijn nu paars en rijp, maar er zijn ook nog veel rode, sommigen zien zelfs nog maagdelijk wit. De witte zullen nooit rijpen. Zij kregen of water of zonlicht te kort, of kwamen dat allebei te kort. Hier en daar bloeit een braamstruik nog, zó laat in de zomer! met bloesem die het nooit zal brengen tot braam, niet eens tot onrijpe, witte braam. Het is niet anders. Niet elk jong leven - ook een braam is leven, toch? - zal rijpen en groot worden. Dat is bij bramen niet anders dan bij mensen. Ik glimlach droef, maar snoep flink van de rijpe, blauwpaarse vruchten.
   
Op en langs het puinpad lijkt het meer op herfst dan op zomer. Tientallen augustuspaddenstoelen pronken met kleuren blauw en beige, rood en roze en bruin en wit. De witte waren eerst ook bruin of roze of rood of beige of blauw of geel of weet ik wat voor and're kleur. Die witte worden opgegeten door woekerende schimmels. Dat is niet anders. Zo is het leven; zo is de dood. Alle leven, alle moois: bloemen, bomen, dieren, mensen, iets lelijks als schimmels ook, àlle leven, het zal sterven, wèg gaan van hier, vroeger of later. En dat geldt voor oud en jong leven, zelfs voor, soms nauw'lijks gekiemd, ongeboren leven ook.
Soms is het leven tè wreed. Ik zit bij de witte paddo's. Ik luister naar de stilte en naar een verwekt, maar nooit geboren kind. En ik denk: 'Was ik maar gek.'
Bolsterturf, maandag 22 augustus 2005

153
Dode reiger en dwarrelfladderende atalanta
waar staatsbosbeheer vernielt
 
Herfstzomer. Waar het gisteren nog behaaglijk was, zelfs de zon scheen zo af en toe, trok ik nu een trui aan over mijn zomerhemd. Ik sta aan moerasrand. Boven me ziet een groot stuk lucht donkerblauw, regen dreigt, maar naar 't zuiden toe gloort lichter blauw boven donk're, groene bossen. En zo kijkend richting bossen, zie ik augustus herfstgeel in verwegge boomtop. Wat gek, denk ik, zoals een man een kale kop, krijgt een boom een gele kruin. Zo is het misschien ook wel, misschien, want ik weet niet waarom dat stukje boom zo geel kleurde, kleurt.
 
W eer bewonder ik boven sloot en brandnetels, en boven roze en paarse bloemenpracht voor maïsakker, een atalanta. En weer dwarrelt de atalanta van brandnetelblad naar maïsblad naar roze bloem. Als hij zit op een roze bloem, trek ik met één hand aan haar steel, langzaam, voorzichtig, de bloem voor de lens. De vlinder blijft lang genoeg zitten. Hij dwarrelfladdert pas weer aan na vijf keer knippen.
 
En weer vind ik paddo's langs een puinpad. Zelfs niet-schimmelwitte met echt rood, bloedrood in 't bruin overjarig eikenblad, en tussen de groene bramenblaad'ren. Ook fotografeer ik een paddo met een ronde schildpadrug.
 
De ratten zijn druk geweest met graven in slootwal van brede sloot. Tegenover het rattenhol vindt Erpel een dode blauwe reiger. Zo stil als deze vogel bij leven kon staan in wei en sloot, zo stil ligt hij nu languit in 't gras. Misschien at hij te veel rat?

Dicht bij 't dorp is staatsbosbeheer bezig met moerasvernieling. Wilg en els moeten wijken voor te creëren kaal onland. De reeën en vossen krijgen weer wat minder dekking. Met fors geweld wordt, mede van Uw en mijn belastingcenten, weer een prachtig stukje natuur om zeep gebracht. En dan te bedenken, dat sbb bekeurkneus Jap U ongetwijfeld zal bekeuren als U zich buiten de gebaande paadjes waagt!
Ach staatsbosbeheer, ik kan leven met U en Jap, maar waarom niet 'ns gewoon duizend jaar lang de natuur wat meer haar gang laten gaan in Nederland? Waarom toch moet tegenwoordig nog altijd àlles ingericht, heringericht en gereguleerd? Laat toch groeien wat groeit, bloeien wat bloeit en leven wat leeft! Dan zal Nederland ontiegelijk veel mooier en gezonder worden! Verniel niets onnodig, reguleer en richt alleen dan in als dat echt noodzakelijk is!

Waar staatsbosbeheer vernietigd, waaieren vandaag nog de pluimen van het augustusriet in beetje wind. En nog zitten de eiken langs het puinpad vol eikels. Ik vraag me af: worden ook de eiken gekapt? Of mogen ze dit jaar gewoon nog hun eikeltjes laten vallen?
Bolsterturf, dinsdag 23 augustus 2005

154
Op weg naar herfst en winter
  

Nòg is het zomer. Nòg bloeit tussen roze dophei de blauwe gentiaan. Nòg mag ik vandaag een foto van haar - blauw schoonheidje - maken. Maar de rose dophei kleurt al bruin en dor. En de zonnedauwtjes even verderop, dichter bij het ven, verdrogen op hun strook paar jaar terug afgeplagde hei. Dat ondanks overvloedige zomerregen. Hard en droog voelen ze aan, hard en droog als de bodem waarop ze groeien. Die zonnedauwtjes, ze staan daar te wachten op augustusregen, op de regen die campinggasten en kampeerders haten. Het was een paar daagjes zo goed als droog op deze hei, de zomerzon brandde op hun koppies, en het bodemwater zit te diep, hun worteltjes kunnen het niet meer bereiken. En tussen die duizenden dorst lijdende rode plantjes staan, hard en diep, de scherpe afdrukken van reewildhoefjes.
Nòg is het zomer. Nòg groeien grassen en brandnetels en nòg bloeit een late paardebloem op stukje onlandwei. Maar de herfst kan je al ruiken. En allerhande paddopetjes, ook dito hoeden, staan rontelom te pronken. Overal vind je ze, augustuspaddenstoelen: in padberm, bos, hei en bunt. Overal paddenstoelen. Hun witte schimmeldraden woek'ren ondergronds, vallen planten en bomen aan, op zoek naar prooi, naar schimmelvoedsel. Soms eten ze zelfs drollen en keutels. Dan zie je witte woekering bovengronds. Ook zie je dat als een paddo, een zwam, een schimmel een andere schimmel of zwam of paddo verteert.

Nòg is het zomer. Nòg schijnt de zon warm en mild, en nòg loop ik met bloot bovenlijf - mijn hemd bungelt aan de broeksriem - door bos en hei. Maar de berken kalen. Gele en bruine blaadjes verliezen hun grip op tak, soms valt ook een groen. Zwaartekracht en warme westwind trekken en waaien die blaadjes bosgras en heide in. Zo wordt overal plezierig, overal kleurig de bodem versiert.
Ik kijk naar al die vallende, naar de grond toe warrelende berkenblaadjes. En opeens besef ik: nog maar een week of vier, dan begint - al weer - de echte herfst, de kalenderherfst. En dan moet ik denken aan de tijd, de tijd die vliegt, aan de dagen die zo kort lijken, zo kort zijn, aan de winter die te vlug zal komen na de herfst.

En als ik kijk naar volle trossen blauwzwarte bospest bessen - bessen: symbool van rijpheid en van herfst - besef ik het weer, besef ik het opnieuw vandaag: dat ik sta te kijken in de herfst van mijn leven, dat na de herfst de winter komt, op de kalender, in de natuur, in een mensenleven, mijn herfst, mijn winter. Maar ook denk ik: ach, je voelt je drieëntwintig en je hoeft niet veel uren meer te werken. Waarom dan somber zijn? Zie toch alles positief!

Tot in de late avond bleef mijn somberte me plagen, wat droefenis en veel verlangen naar jeugd en jong zijn, niet oud willen worden, niet oud willen zijn - ik zie mijn oude vader en mijn oude moeder en hun kwalen, nooit dood willen gaan.
Ik dwong mezelf tot andere gedachten en las van Allah, Boeddha, Brahman en Jehova. O, wat fijn toch! De hemel! Fijner nog Nirwana en reïncarnatie! Opnieuw geboren worden! Terug komen als reebok op een aarde zonder mensen, zonder roofwild. Maar mijn karma!? Waarom durf, kan ik niet geloven?
Ik lachte om mezelf en mijn gedachten en ook omdat ik opeens zin had weer eens Nescio te lezen. Nescio die zo machtig mooi Nederlands kon schrijven. Nescio, wiens woorden ik voor 't eerst leerde kennen toen ik stiekem van school wegbleef en in de heide een verhaal, waarin onderstaande, geciteerde zin, een zin die me al tweeënveertig jaar is bijgebleven, van hem las: 'En toen dachten wij aan 't voorjaar dat zou komen na dien winter en voelden ons weer onsterfelijk en helemaal niet droevig meer.'
Bolsterturf, woensdag 24 augustus 2005

155
Tien graden celsius en weer regenweer
 
Heel de lange nacht regende het gestaag. Als ik om negen uur naar huis toe rij, is het nog steeds niet droog. Bij thuiskomst geeft de thermometer maar tien graden celsius aan.
'Heel ander weer toch weer dan gistermiddag... Echt klote weer weer!' mopper ik.
'Ja,' antwoord jij, 'het is weer niks met het weer.'
Pas laat in de morgen, tegen elven, houdt het op met regenen.
'Kom op Erpel, we gaan... Voor vanmiddag is weer regenweer voorspeld.'
'Ga je nu al weer?' vraag jij.
'Ja, want ook voor vanmiddag is dus weer regenweer voorspeld.'
'Wrefff...!' wreft Erpel blij van bij de voordeur.
Tien mins later struinen hond en ik langs moerasrand. Mijn oog valt op twee boompjes met witte pluim en vingervormig blad. Juist als ik voel aan de stamstekels van het grootste boompje, rent opeens een reebok door het elzenhout. Erpel wil er achter aan.
'Erpelllllllllll! Teruggggggggggg..!'
Erpel baalt, maar ik leg hem geduldig uit waarom ik hem weer verbied:
'Sorry Ep, maar als jij alsmaar weer achter reeën jakkert, krijg ik ze dus nooit van dichtbij op de foto. Niet weer doen dus!'
'Pfffttt...'
Na mijn preekje - soms moet Ep even duchtig aangesproken - struinen hij en ik weer verder. Er groeien veel uitheemse bomen, struiken en planten in dit cultuurmoerasje. Zelfs bamboe vind je er! En vandaag loop ik dus tegen es-achtige boompjes met witte pluim aan. ( Ik zocht in bomen- en struikengids naar een boom met stekels, vingerbladeren en witte plui m; deze witpluimboompjes zouden pluimessen, ook wel bloemessen genoemd, kunnen zijn.)
Na het maken van een pluimenfoto stap ik flink door, maak ik haast, want weer dreigen donkere wolkenluchten.
'We krijgen weer regenweer, Ep.'
'Pfffttt...'
Ondanks regendreiging wil ik nog even checken of de dode reiger aangevreten is door vos, bunzing, kraai of roofvogel. (De kraai is geen roof- maar zangvogel.)
Keurig maaide iemand (in opdracht) van het waterschap ook dit jaar weer zowat alle wegbermen en slootkanten. Alles is weer mooi kaal nu. En dat is zoals het hoort! zoals het moet zijn in ons kikkerlandje, waar de overheid al te vaak moeite heeft om iets te laten groeien en bloeien.
De dode reiger ligt er nu heel anders bij, slordiger, verfomfaaider dan eergisteren. Kennelijk stopte de maaier even met maaien, stapte hij van de maaimachine en schopte de reiger lompweg aan de kant. En dan is het weer kloteweer, begint het weer te regenen.
Bolsterturf, donderdag 25 augustus 2005

156
De knecht van 't waterschap begroef de aan kant
geschopte reiger slordigjes
 

Brede, diepe sporen naar en in het onlandweitje, puinpadbermen platgewalst en begroeiing afgesneden. Waar riet en gras en bloemen - fier rechtop - wuifden in de zomerwind ligt nu alles plat. Riet en wilgen in het lagere, voor maaimesjien ontoegankelijke moeras en de eiken op de hoge wal staan er treurig bij te kijken. Staatsbosbeheer gaf opdracht en een maaier deed zijn best. Het weitje is kaler dan mijn kop. Stropers, jagers en ik (zei de knipgek) zullen weer op de schuwe plaatsbok - grote, forse, bruinrode zesender - kunnen jagen.
Kaler nog dan 't onlandweitje de uitgediepte sloot. Troebel water stroomt naar de semi bioboerderij; blootgelegde oeverrattenholen zie je al van ver. De knecht van 't waterschap begroef de aan kant geschopte reiger slordigjes.
Maar op de hoge wal staat met kleur van modder en reiger een fraaie paddenstoel te pronken, gele en bruine berkenblaadjes op zijn hoed en rontelom. Een paar meter verder wedijvert met hem een lichtbruine in schoonheid. Deze bruine heeft regenwater in zijn holle hoed. En de frisgroene eind augustusvarens staan mooi en jong tussen het ook ongeschonden taaigeel nazomerbosgras.
Bolsterturf, vrijdag 26 augustus 2005

157
Avondwandeling door weitjes en langs dollen

Brammetje, de 'geholpen' kater, ligt heerlijk te pitten in de mooie augustusavond. Een stilleventje om van te genieten: ouwe goedkope binnentafel buiten voor ouwe schutting; op het door zon en regen krom getrokken tafelblad begonia's en cactussen; daarvoor een lege glazen pot halfvol water en Brammetje lui languit. Ik geniet van een fles koele rosé en denk: leven en laten leven, 't kan immers geen kwaad als hij 'ns kotst in de kamer of in de aanrechtspoelbak zeikt. Dan kom jij thuis en vraagt: 'Nog even wandelen?' ...

Nog maar net van huis vind ik in plantsoen een paddenstoel. 'Kijk, rood met witte randen.' 'Ja,' antwoord jij, 'weer 'ns wat anders dan rood met witte stippen... De mooiste paddenstoel... Een vliegenzwam...' 'Ja, maar dit is dus een andere... Weet niet hoe of deze heet.' 'Wat maakt het uit? Als i maar mooi is toch?' ...
 
'Hoor die houtduif toch 'ns daar op dat dak!' 'Ja, een echte druktemaker... Hij praat op haar in.' 'O ja? Wat zegt hij dan?' 'Volgens mij wil hij wat van d'r.' 'Van d'r?' 'Ja, van d'r. Kijk maar, hij buigt voor haar, vraagt: ''mag ik alsjeblieft?'' maar zij draait zich om..., tript van hem weg..., wil niks van hem weten.' 'Sjonge zeg, jij had doffer moeten worden.' ...

'Zal ik wat dollen voor je snijden?' 'Nee, doe maar niet... Lief van je, maar die dingen gaan vreselijk pluizen na een tijdje.' 'Ja, kan je mopperen om pluizige dollen van een dolle doffer.' 'Waar slaat dat nou toch op?.. Mafffff...!' ...

'Ik maak even een foto van die hoge distels.' 'Ze zijn al uitgebloeid... En je hebt al zoveel foto's van distels..., maar deze zijn toch echt wel hoog.' ...
Toen ik de foto van de distels maakte, zag ik niet het meikevertje. Dat ontdekte ik pas thuis, na overzetten van de foto's van camera naar computer.

'De vlieren zitten toch best vol dit jaar.' 'Ja, deze wel, maar in onze bossen kregen de meesten te weinig water.' 'Ja, er wordt wat afgezeverd over het weer.' 'De bossen zouden best veel meer regen kunnen gebruiken, toch?' 'Ja, bij ons hier in Brabant regende het van 't zomer echt niet te veel.' ...

'Zie je dat kleurverschil?' 'Ja, die scheuten van dit jaar zijn frisser lichter groen.' 'Ja, lijken wel essen.' 'Nee, essen zijn het niet, denk ik. Daarvoor zijn deze struiken te laag... Maar 'k weet dus niet hoe ze dan wel te noemen.' 'Noemen?... Mijn moeder is mijn naam vergeten... Hoe moet ik mij geborgen weten?' 'Huh?... Da's van Neeltje Maria Min.' 'Ja, is het... O, noem mij bij mijn diepste naam. Voor wie ik liefheb, wil ik heten.' 'Maf wijf...' ...
Bolsterturf, zaterdag 27 augustus 2005

158
Zomaar voor het chinezen een trui op een paadje
en een padje tussen paddootjes
  
" Het was net licht toen in de vroege morgen van de achtentwintigste augustus 2005 in onze bossen, op het smalle paadje langs de smalle strook rogge, tussen hoge grove dennen en wei waarin roodbonte melkkoeien, een onbekende, naar alle waarschijnlijkheid lid van de Werkgroep Roofvogels in Nederland, zijn trui bleek te hebben verloren. Ik keek op mijn analoog horloge, dat, zoals iedere dag, bevestigd aan een zilveren schakelbandje op mijn linkerpols rustte. 'Kwart voor zeven,' mompelde ik. Wie verliest er nu zo vroeg zijn trui?' "
'Hoezo zo vroeg?' vroeg jij. En ietwat misprijzend kijkend vervolgde je: 'Misschien ligt dat ding hier al een week.'
'Welnee,' antwoordde ik, terwijl ik de trui oppakte en voor mijn lijf hield. 'Kijk maar! Het gras is zeiknat, maar de trui kurkdroog. Die moet net verloren zijn... Ik denk dâk hem maar hou..., staat mooie valkenkop met felle ogen op.'
'Mooie valkenkop? O, een print... Man, het ding is aan de zijkant helemaal kapot... Wat moet je er mee?'
'Aandoen natuurlijk!'
'Kan je gerust vergeten..., of je wast hem eerst in het ven... en thuis nog eens met groene zeep.'
'Tjonge toch! we hebben een wasmachine!... En die vogelmannen zijn nette lui... Ik mag ze wel... Wat vind jij trouwens van Gerard Reve?
'Gerard Reve? Je bedoelt die saaie schrijver van dat boek?'
'Dat boek?? Welk boek?.. Ha, ha..., wat moest je lezen op school? Wacht effe, even die gele paddootjes knippen.'
'Ja, op school moesten we die Reve lezen... Jan Wolkers ook... Wat zijn dat voor gele paddenstoeltjes?'
'Weet ik niet... Hee, er zit een padje tussen.'
'Padje tussen?... Het zijn toch allemaal padjes?...'
'Koudbloedig padje... Ik krijg hem niet scherp..., het blijft kruipen en die klote grassprieten zitten in de weg... Foksss weggg...!... Potverdorie, trapte Erpel er bijna op... Ik zie het nergens meer...'
'Maak je toch niet zo druk om een kikkertje.'
'Kikkertje?! Was een echt padje, hoor. Maar nu is het dus weg... Weggggggg...'
'Eigen schuld... Had je Erpie maar eerder moeten afleggen. Hij mag ook nooit wat van je!'
'Hoezo mag i nooit wat van me?'
'Niet zeuren... Hoe kom jij zo opeens op Gerard Reve.'
'O, ik las op 't werk De Avonden weer eens.'
'Ja, je hebt een luie luizenbaan...'
'Nou, valt best tegen, hoor... Jij zit beter! Gaan we vanavond chinezen?'
'Chinezen? Jaaaaaaaaaaaaa...! Waar?'
'Jij mag het zeggen, jouw feestje, want je bent jarig.'
'... ... ...
'... ... ...
'Was lekker hè, dat szechuan?'
'Ja, te gek. En twee flessen rosé op.'
'Niet! Jij anderhalf en ik maar een half.'
'Ow..., maar...'
'Geeft niet joh, het was heerlijk.'
'Ja, verrukkelijk... Wil je nog 'n rosétje dan? '
'Mmmmmmmm...'
'... ... ...
"Jij fatsoeneerde je rok en ging zitten op de bank. 'Ja, lekkere rosé... en het was een padje,' kirde je, 'jij hebt het gezien, ik niet... En mijn datum is niet onopgemerkt gebleven...' Je strekte je uit en viel in een diepe slaap."
Bolsterturf, zondag 28 augustus 2005

159
Nevelmaandagmorgen

Het is nog donker als Erpel en ik om vijf voor half zes op weg gaan. Onderweg naar de bleke bossen krijgen we niks gevangen in de koplampen van de pinda. Ook de mistachterlamp is aan, al verwacht ik niet, dat iemand me achterop zal komen. In tweede en derde versnelling rijden we over achterafweggetjes. Grote nevelflarden hangen laag boven weiden en onlandjes.
   
Aangekomen bij de bossen kleurt boven rog, nevel en bossen de oosterhemel rozerood. We lopen aan. Het lange bosgras is zeiknat. Al gauw ben ik kliedernat tot aan mijn middel, tot op mijn huid. Maar de omgeving is zo stil, zo mooi ook. Over paarse hei hangen witte flarden. Nevel en lucht en bomen spiegelen zich in ondiep, helder venwater. Ep en ik zitten op een omgevallen eik. We luisteren naar de stilte. Ik wil wachten tot de zon gaat schijnen in het water.
 
De zon in 't water gezien, lopen we langs venoever. Nog altijd hangt er nevel over hei en bunt. Nergens vliegt een vogel, nergens rijst een haas of rent een ree. Maar in de zandbodem van het ven staan reehoefjes tussen wier en eendenveertjes.
 
Over paadjes tussen wei en bos lopen we tegen half acht weer aan. Als een reebok begint te blaffen, lijn ik Erpel aan. 'No need to roam too harsh,' zeg ik tegen hem. Hij kijkt me niet begrijpend aan. Verweg en dichtbij koeren blauwe doffers; soms scheldt een gaai en rontelom beginnen meesjes te pinkelen in 't sparrenhout. Twee groene spechten snorren op van bij een onbewoonde mierenhoop. Overal prikkeldraad als weiafrastering. Ook als er spanning staat op de draden, zitten er spinnenwebben tussen. In het midden van elk web een spin. Erpel kijkt toe hoe ik zo'n spin in web tussen twee stroomprikkeldraden op de foto zet.
De zon verwarmt behaaglijk. Tegen achten is de nevel weg. 'Kom op, Ep. We gaan fijn zwemmen in het diepst verboden ven. Daar zijn de boswerkers al klaar met zagen..., gelukkig lieten ze nog wat bomen overeind.' Half uur later sla ik mijn kleren voorzichtig beetje droog tegen een berkenstam, hang ze in de zon aan wat kale takken. Juist als paar honderd meter verderop mannen met cirkelzagen beginnen te lawaaien - Nog meer bomen moeten om! De dikke zijn nu aan de beurt! Wat tank Timberjack niet kon, kan een man met cirkelzaag! - rennen Erpel en ik het heldere venwater in. Om negen uur zijn m'n kleren nog niet droog, maar in de pinda vind ik droge.
Bolsterturf, maandag 29 augustus 2005

160
Welterusten, Blauwe Gentiaantjes
300805_small.jpg) 300805_small.jpg) 300805_small.jpg)
Eind augustus 2005. Ik sta in de avond van een hete dag. Voor me een heideven. Het is nog licht. Ik zie hemel en bomen en zon in het water. Dat water, zo stil en roereloos. Wat gek, denk ik, het lijkt helemaal niet nat. Maar mijn hond rent het ven in. Hij laat het spatten, alle kanten op. Terug bij me schudt hij zich uit. Mijn benen worden nat - soms loopt een ouwe lul in korte broek. Dan gaat hij zitten naast een blauwe gentiaan.
Aan de overkant ziet alles paars met beetje groen van bomen. Calluna bloeit. Het is daar één paarse weelde. Die heivretende klote kevertjes - heidehaantjes - zijn bijna allemaal dood gevroren in de nacht van donderdag drie op vrijdag vier maart, de koudste maartnacht ooit gemeten in Nederland. 'Ja Fox, strenge vorst, dat is pas 'n half jaar terug. Vandaag was het dertig graden, inmiddels al weer tien kouder ongeveer.' Ik kijk om me heen en zie nog twee gentianen meer.
Dri e blauwe schoonheden aan venoever. Ze staan tussen lange, groene sprieten en wat rose dophei. Maar de dophei is oud en moe. Veel roze kopjes werden al bruin en grijs. Ook jonge mensjes, roze baby's, worden oud en grijs. Als ik wat langer kijk naar de slapende gentiaantjes, zie ik drie blauwe jonge meiden op één been. 'Kom Fox, we gaan naar huis... Welterusten, Blauwe Gentiaantjes.'
Bolsterturf, dinsdag 30 augustus 2005

161
Heet zomerweer en nergens reeën

Hoogzomerhitte. Fel en heet de zon op 't pindadak. Vakantiedrukte van belang. Op smal weggetje zwabbert een ouwe op een snorfiets. Hij rijdt zowat links. Ik toeter. Hij maakt geen plaats. Ik geef gas. Bruusk remmen wordt onvermijdelijk. Als de banden gieren, beetje maar, slingert hij naar rechts, wordt boos en vloekt. Gepasseerd. In de spiegels zie ik zijn opgeheven vuist. Sjonge toch, oude mannen zijn erger dan jeugd, denken dat ze God op de weg des pinda’s zijn, worden liever dood gereden dan opzij te gaan. 'Bejaarde dominante lullen, taai rood is uw bloed,' mopper ik. Boos wil ik niet zijn, wel blij. Ik frutsel een cd in smal gleufje. En dan rijdt ook Vicky Leandros mee: Rot ist die Liebe, rot wie das Feuer… Blau ist die Treue… ♪ Ik zing mee, tot ik me afvraag: 'waarom blauw?' Op school zong ik altijd vals, vooral de psalmversjes. En maat houden vond ik moeilijk. Een boer op stronttractor komt tegemoet. De klootzak verdomt het om opzij te gaan. De pinda moet de berm in. Ik rem opnieuw, stuur bij, wacht braaf in de berm. Ja, wacht. Het is niet anders. Ik leg me er bij neer. Zo’n klote trekker is groter en harder dan pindablik. Weer zegeviert het recht van de sterkste. Een andere boer stront met strontmesjien weiland. Ik kijk over die wei, zie lange, rechte, vol gespoten sleuven. Stront en gier penetreert. De smerige lucht wordt Fox te veel. Hij verhuist naar ruitje met uitzicht op frisse op stront gerijpte, geile maïs. 'Stel je niet aan, maffe joekel! De stallen zitten overvol.' Voorbij scherpe bocht een gezinnetje. Dat fietst keurig rechts. Man voorop; vrouw achter; meisje, drie of vier, misschien al vijf jaar, op echt
tweewielertje, tussen hen in. Zo hoort het: goed rechts houden. Ik rijd in drie, schakel terug. Pa knikt en moe lacht. De kleine kijkt strak, een dapper kind. Ik mompel - hoe dom zinnelijk: 'Moeders heeft lange, bruine benen.' Op het smalle viaduct over de jakkerbaan staan aan beide relingen campinggasten. Het schijnt: ze tellen de vier rijen snelverkeer. Rare hobby als dat zo is, nietwaar? Ik sukkel voorbij. En dan, eindelijk, de parkeerplaats. Veel auto’s. In één stuur ik over bulten en gaten naar plekkie onder berkenschaduw. Als ik van schoeisel wissel, zeikt Fox, wat verderop, tegen een paal, waaraan gifgroen bordje: Verboden voor niet aangelijnde honden. Pal naast die tekst een witte ijscokar met magere ijscoboer. Voor de kar echtpaar Zuinigjes, samen likkend aan één bolletjesijsco'tje. Achter groen bordje en ijscokar, waar de grote, drukke hei begint, staat een donkerharige, mollige vrouw in veiligheidsvest met opschrift RABOBANK . Er zal wel weer 'n wielerronde aan de gang zijn. Die maffe Brabanders koersen wat af. Drie keer per jaar kan je hier je straat niet in of uit, omdat er weer een snelfietswedstrijd is. Naast Hare Molligheid een groter bord, een rond met groot wit vlak, waarin drie kogelgaten. Ik geef Fox een aai en vertaal voor hem: 'Verboden toegang voor jou en kogels, Fox.' We gaan verder. Men loopt en rijdt elkaar in de weg, want veel volk op pad vandaag: wandelaars en fietsers, ook luiwammesen en invaliden in huifkarren, waarvoor brede, bruine paarden. Ginder stofwolken paarden, ruiters. Een mountainbiker zoeft voorbij. Hij gaat hard, te hard, hij moet uitwijken voor een langzame man met snor en golden retriever aan lange looplijn. Als de biker de hei in stuift, moet ik lachen. Twee jonge, blonde vrouwen kijken boos
naar me. Ik mag blijkbaar geen plezier hebben. Leedvermaak is dom vermaak? Die vrouwen, zij staan hand in hand, alsof verliefd. Zij zijn de moeite waard: jong bekoorlijk, zo vreselijk mooi vrouwelijk, allebei. Godinnenzusjes misschien? De biker staat naar hen te gapen, zijn mond een heel eind open. 'Jaja Fox, rood is de liefde, maar Biker maakt weinig kans… Denk jij dat ook?... Ach, hij krijgt zo wel een kusje van de rondemiss.' 'Jij krijgt ook geen kans, ouwe schuinsmarcheerder!' fluister ik dan stilletjes tegen mezelf. 'Ha! twee mooie, jonge vrouwen. Eén voor jou en één voor Biker, terwijl zij, de begeerde vrouwen, hoe dan ook, elkaar al hebben.' En dan hoor ik zomaar weer Vicky: Rot ist die Liebe, Blau ist die Treue... 'Treu sein heißt Liebe?' denk ik. En dan lach ik opnieuw hard, nu om mezelf. Wat zelfkennis is nooit weg, toch? De schoonheden wandelen gearmd richting ijscoboer. Biker staart hen na. Dan fietst hij weer aan. Fox en ik gaan de drukke heide op. Bij het bruine bankje tussen vliegden en jeneverbes, liggen twee te vrijen. Op 'n ander bankje zitten een man en drie vrouwen gemütlich beisammen. Ze praten duits, picknicken à le Anton Heijboer hollandais. Fox schooit, luistert niet naar me en vangt een worstje. Een derde bankje hoeft niet meer, want heet zomerweer en nergens reeën.
Bolsterturf, woensdag 31 augustus 2005

index augustus 2005
0131 01-08-05 Samen zwemmen
0132 02-08-05 Drie keer mis
0133 03-08-05 Heftig onweer
0134 04-08-05 Parende juffers en schaduw
0135 05-08-05 Eventjes onder witte wolkjes naar 't moeras
0136 06-08-05 Calluna bloeit in augustus
0137 07-08-05 Fel, wit licht na schemernevel
0138 08-08-05 Tussen koffie en twaalfuurtje
0139 09-08-05 Pluizenzee
0140 10-08-05 Vluggertje moeras
0141 11-08-05 Avondnevel na middagregen
0142 12-08-05 Reetjes voor koeien aan de draad
0143 13-08-05 Zaterdagmiddagje wandelen in De Klencke
0144 14-08-05 Zondagmiddagwandeling naar caravan
0145 15-08-05 Verse koeienflatsen en een kudde zwarte schapen
0146 16-08-05 Wat loopt u hier te schooieren?
0147 17-08-05 Mevrouw Rekke en haar kalfjes
0148 18-08-05 Vier blaren van het spitten
0149 19-08-05 Paars spuwen
0150 20-08-05 Zomervakantie, krulpaddo en mieren
0151 21-08-05 Vogeltje op laag prikkeldraad
0152 22-08-05 Rode bessen en alle kleuren paddo's
0153 23-08-05 Dode reiger en dwarrelfladderende atalanta waar staatsbosbeheer vernielt
0154 24-08-05 Op weg naar herfst en winter
0155 25-08-05 Tien graden celsius en weer regenweer
0156 26-08-05 De knecht van 't waterschap begroef de aan kant geschopte reiger slordigjes
0157 27-08-05 Avondwandeling door weitjes en langs dollen
0158 28-08-05 Zomaar voor het chinezen een trui op een paadje en een padje tussen paddootjes
0159 29-08-05 Nevelmaandagmorgen
0160 30-08-05 Welterusten, Blauwe Gentiaantjes
0161 31-08-05 Heet zomerweer en nergens reeën

Bolsterturf © bolsterturf.nl
|