|
Bolsterturfs natuur

B o l s t e r t u r f s n a t u u r
Dagboek september 2005

162
Rode tegels in moeraspuinpad

Met Erpel een uurtje een puinpad door 't moeras op en neer gewandeld. Erpel speurde links en rechts en zowat overal, naar ree en haas en vos. Ik zocht naar meer. En ik ontdekte meer: koeien, paarden, schapen en hun flatsen, drollen en keutels. Ook wat vogeltjes: een roodborst, een merel, twee gaaien, drie fazanten en wat spreeuwen, meeuwen en kraaien. Verder telde ik veel zwarte slakken en zeven kleine kikkertjes die van links naar rechts het puinpad overstaken, werd ik door muggen gestoken en vond ik veel rotzooi, mensentroep. Wel ook, zoals bijna altijd, sporen, prenten, afdrukjes van reeën-, hazen- en vossenvoeten, maar deze dieren zelf - ik vind ze toch zo mooi! - gaven vanmiddag niet thuis. Gelukkig maakten een stuk of tien, naar 't scheen doelloos dwarrelende, nazomervlinders veel goed.
Al zolang ik dit pad ken ligt aan het begin ervan, in de berm en evenwijdig met het pad, daar waar ik vaak mijn pinda parkeer, een ouwe, rotte, lange, houten slagboom met een restant roestige ketting er nog aan. Bij deze slagboom, die dus niet meer op en neer kan en al lang niet meer de toegang blokkeert voor vierwielers, lagen zeven ietwat onfris ogende appels in verwilderd gras, appels waarschijnlijk door de bezitter van het onkruidboomgaardje aan de overzij van de verharde weg waarlangs ik de pinda parkeerde, pas geleden nog maar daar neer gegooid.

Op ongeveer een vierde van de lengte van dit pad, het is bij benadering een kilometer lang, is nog zo'n lange, houten boom, maar deze boom is geen kapotte slag- maar een intacte draaiboom. Hij rust op korte paaltjes, maar een centimeter of dertig hoog, en is aan één kant, de rechter, met grote, roestige bouten en roestige schroeven aan zo'n paaltje bevestigd. Aan zowat het linkereind van de draaiboom is een groot gat geboord. Door dat gat steekt een, inmiddels half doorgeroeste, ijzeren pin die in het paaltje waarop hij rust is geslagen. Zo kan je deze draaiboom laten draaien. Om de boom zit prikkeldraad gewikkeld, prikkeldraad dat nog jong en nieuw oogt, waarschijnlijk vervangt het ouder prikkeldraad wat werd verwijderd door werknemers van staatsbosbeheer. Erpel is eens op boom en prikkeldraad gesprongen. Hij mijdt deze omprikkelde boom, sinds de dag dat hij piepte, bloedde en leerde dat prikkeldraad ontiegelijk scherpe stekels heeft. Aan zijn ene eind rust de lange, inmiddels door moeder natuur ook van mos en rode zwammetjes voorziene, draaiboom domweg op het linker houten paaltje. Je kan de boom van dat paaltje duwen, wat dus niemand doet of deed, want hij rustte elke keer dat ik hem zag domweg op beide paaltjes. Nou ja, toen Erpel zich bezeerde aan het prikkeldraad, draaide ik hem in lengterichting met het pad, om hem daarna ook weer terug te draaien. En de mannen van staatsbosbeheer moeten pas geleden hem ook nog gedraaid hebben, want anders kunnen ze met hun lawaaigrasmaaiers niet op het onlandweitje rechts achter in 't moeras komen.
Een meter of dertig voorbij met prikkeldraad omwonden draaiboom verspert een dikke omgewaaide eikenboom het pad. In zijn val nam deze eik kleinere bomen mee. In de takkenwirwar boven 't pad woekeren braam en berk en lijsterbes en kamperfoelie weelderig. Daar achter loopt het pad nog een meter of honderd door, tot het ophoudt bij een brede sloot waarachter onlandwei. Tussen eikversperring en sloot rusten overdag vaak reeën op het pad. Het is daar fijn, hoog en droog en veilig vertoeven voor ze, want links en rechts van 't pad is niks dan verraderlijke zompwildernis van riet en water en elzen en wilgen.
_small.jpg)
Midden tussen prikkeldraaddraaiboom en eikversperring staat aan de rand van het pad een hoogzit, zodat jagers toch de reeën kunnen belagen en dood schieten. Om een ree dood te schieten, hoef je alleen maar met een geweer of buks op je rug een trapje op te klimmen en in de hoge zit plaats te nemen. Vervolgens wacht je stil en geduldig, tot een ree zich op pad of onlandweitje begeeft. Als dat gebeurt richt je, via vizier of richtkijker, de loop van je, inmiddels door je met kogels geladen buks, op bok of geit of kalf, haal je de trekker over en knal je omver. Als het dier geluk heeft krijgt het een bladschot, is het onmiddellijk dood. En dat kan je allemaal doen met of zonder vergunning van faunabeheer of andere overheidsinstantie.

Ik klom even op de hoogzit. Het uitzicht boven vond ik niet geweldig, omdat staatsbosbeheer onlangs het onlandweitje voor de hoogzit maaide. Daarom en omdat Erpel niet blij was met mijn hoge zitten en begon te piepen, daalde ik na een paar mins weer het ongelukkige laddertje af. Met blije hond liep ik het weggetje een eindje terug, om na paar minuten rechtsaf het enige zijweggetje ervan in te slaan. Dat zijweggetje loopt dood op een onlandweitje. Particulier terreintje waar wel eens schapen grazen; als er geen schapen op lopen zie je er vaak reeën. Waar dat onlandweitje begint zijn links en rechts bezijden het pad krakkemikkige afdaken opgetrokken. Onder lekkende golfplaten staan daar oude - wel bevolkte! - bijenkasten en ligt ontiegelijk veel rommel: oude en kapotte blauwe tonnen, roestige en plastic emmers, lege groene en bruine en kleurloze flessen, prikkeldraad, kapotte stoelen, een vloerkleed, allerhande tegels en bakstenen en pannen en nog veel rommel meer. De eigenaar van al dit moois was er vandaag niet. Jammer, want ik heb zin in een gesprek met deze man, die ik niet ken anders dan van voorbij zien rijden in zijn oude bruine opel corsa.

Toch is het daar bij die krakkemikkige bijenonderkominkjes en de rotsooi rontelom ontiegelijk mooi. Het heeft sfeer allemaal! Niet in het minst ook, omdat de bomen-, struiken-, planten-, bloemen-, kruiden- en zwammengroei op onlandweitje en in de padbermen rijk en gevarieerd is. Veel te veel om allemaal te noemen, maar je vindt er onder meer eik, beuk, berk, els, wilg, pluimes, meidoorn, lijsterbes, brem, bamboe, brandnetel, berenklauw, fluitenkruid, braam, springbalsemien, paardebloem, boterbloem, pinksterbloem, moerasaardbei en grote stinkzwam. Vooral ook de rotte planken met allerhande schimmels erop en de half vergane boomstronken kunnen mij bekoren.
Terug lopend naar de pinda kwam ik tegen - ik type het even over van mijn kladje: stukken beton; stukken plank; schapen in onlandwei; stukken golfplaat; hele en halve stoep- en wandtegels in kleuren rood, beige, wit en bruin; lege shagpakjes; een leeg vloeipakje; een kapotte bril; een winterkoninkje en een vlaamse gaai; hondendrollen; een merelman; bavaria bierdopjes; een lege rode martini fles en een leeg bavaria bierblikje; wit gebruikt toiletpapier naast een mensendrol; koeien en paarden in wei; stukken wit en zwart plastic; takkenbossen; een roodborstje; een rottende baal hooi; stukjes glas; zilverpapier; zwarte en rode stukken dakpan; stuk rioleringsbuis; twee zwarte kraaien; vossenkeutels; bunzingstrontjes; sterrenschot (braaksel van reiger of bunzing); schapenkeutels; koeienvlaaien en een stuk knalpijp.
Bolsterturf, donderdag 1 september 2005

163
Vleermuisje even na middernacht
Het kantoor heeft een deur naar de buitenlucht, het grenst aan een balkonnetje. Vanaf daar kan je naar beneden, waar je auto staat geparkeerd. Even na middernacht zit ik op dat balkonnetje. De nacht is warm, eindelijk weer eens een warme werknacht. De laatste nachten dat ik - nooit in het zweet mijns aanschijns, maar soms wel met heel mijn geest en lijf - arbeidde, was het herfstig koud en regende het. Mijn uitzicht bestaat uit saaiheid: een blok lage flats, kantoorgebouwen en een parkeergarage. Vanuit cafés komt popmuziek. Uitgelaten mensen lachen, schreeuwen en lallen, maar ik wil luisteren naar de zwarte roodstaart. Ik luister scherp, maar hoor hem niet. Is deze zomer al te oud, of werd hij het slechte weer van de laatste weken beu en is hij daarom met vrouw en kroost op weg naar Afrika? Net als ik naar binnen word geroepen rept op stille vleugels een vlug vleermuisje door de stadse donkerte.
Bolsterturf, vrijdag 2 september 2005

164
Krekeltje op in zomerwind wuivende zwart bloeiende grasspriet

Warmblije zon in sluierhemel. Vlotjes prikt namiddaglicht door wazig wolkendek. Machtig mooi septemberweer, waarin zomermos groeit naar roodbruin watergras, soms tot aan 't natblauw van heideven.
Aan venoever een insect op zwart bloeiende grasspriet. Het is een groen, langpotig, langsprietig krekeltje. Guido Gezelle zou ongetwijfeld ook over hem gedicht kunnen hebben: O langpotig, langsprietig groen gevalleke met zwart pupilleke in oranje oogkes, ge sjirpt noch krekelt, maar zijt beweeglijk fotogeniek. (Ik hoor graag 'ns een Vlaming praten.)
Zwart bloeiende spriet zwaaide heen en weer in zomerbries. Krekeltje draaide alsmaar rondjes om de sprietenas. Ik knipte zeven keer; hield één krekeltje over.
Bolsterturf, zaterdag 3 september 2005

165
Kapotte bossen: van uitermate kleverig via onder meer oranjerood naar stuifoogjes
 

September 2005. Brabant. Stiphout - Gerwen - Lieshout. Overheerlijk zomerweer in dik zestig jaar oud bos. Waar u misschien een verhaal verwacht over zwemmen in verboden ven, ga ik hier zeuren over kapot gekapt en dorstig bos, bos waarin door boswerkers beschadigde grove dennen wit kleverig bloeden en bovisten met roetstuifoogjes treuren tussen jong dood eikenblad.
Het komt niet meer goed met dit bos dat ik liefheb, nee, komt niet meer goed. Heel misschien wel, wanneer alle bomen gekapt zullen zijn en er weer heide groeien mag op de Geeneindse hei, de oorspronkelijke naam van dit gebied. Ach nee, dan is dit bos helemaal geen bos meer! En er is al het heidegebiedje Kamerven, het enige stukje natuur hieromtrent wat nog fatsoenlijk en gezond oogt!
Bosbeheerder gemeente Helmond heeft gemeend om dit - dertig jaar terug nog weelderig en dicht - bos volledig naar de knoppen te moeten helpen. Bomen werden met grof geweld gekapt. En heel veel boompjes en struikjes verpletterd door vrachtauto's en timberjacks. Op zijn minst werden ze flink beschadigd. Een niet om aan te zien, zwaar beschadigd, grof aangerand, verkracht bos bleef over. En alles is er zo droog, te droog. Het was altijd al een waterarm bos, maar inmiddels is het droever droog dan ik voor mogelijk had gehouden. Veel boszandpaden zijn aan flarden gereden en te mul om nog fatsoenlijk over te kunnen fietsen. De bosvennen staan droog of halfdroog. Je kan er echt niet meer lekker in zwemmen of fatsoenlijk op schaatsen. Met zware machines zijn alle vennen ontriet, ontmost, ontwierd, ontmodderd. De venbodems zijn kapot gedraglined en varens en waterplanten weggebaggerd en afgevoerd naar weet ik waar. Rond alle vennen is het superkaal: bomen en struiken binnen een straal van ongeveer twintig meter zijn omgehakt. Nergens meer uitbundig groen van naald- en loofhout dat schaduw werpt over en koelte geeft aan 't water. De zomerzon staat heel de lange zomerdag te blakeren op de onbeschermde vennen. Het stilstaand water is schol en warm en onfris. Kikkers kunnen nauwelijks nog leven in zo'n halfdooie poel, de naam ven onwaardig. De gemeente Helmond kapt maar raak en bierfabriek Bavaria in Lieshout zuigt het grondwater uit de bosbodem. Bomen moesten en bomen moeten gekapt. Bier moet en bier moest gebrouwen. (Het is prachtig, droog zomerweer nu ik dit type. Ik schenk even een Grolsch in. Proost!)
Reeën zouden verhongerd zijn dit bos, als ze niet weg hadden kunnen lopen. Voor hen wordt de habitat, hun leefruimte, te klein, omdat dorpen worden uitgebreid en het bos inmiddels bijna overal grenst aan huizen, wegen en snelwegen. Het wild heeft hier zowat niets meer te eten. De bufferzones van akkers en weiden tussen bos en dorpen krimpen met het jaar. Maar toch, hier en daar vond ik nog een reeprent, ook wat hazenkeutels, en na regen groeien, op dan natte plekken, nog paddenstoelen. Zo vond ik oranjerode hoeden onder kwijnende, jonge dennen en bovistjes onder halfdooie, dorstige eiken. Strak keken ze me aan, die bovistjes, ze lachten niet, glimlachten ook niet. 't Lachen is ze al jaren geleden vergaan!
Het zal allemaal weer goed kunnen komen, maar alleen als het grondwaterpeil weer mag gaan stijgen en het bestuur van de gemeente Helmond, bosbeheerder, zijn gretige, op geld beluste ogen en tengels weg wil houden van de Stiphoutse bossen. Het bodemwater zal heel misschien weer mogen stijgen, maar stoppen met bomenkap zal wel nooit gebeuren, want hout kan je verkopen en De Markt - het Helmondse centrum - moet om de paar jaar van nieuwe klinkers en tegels voorzien. En ondanks zaken als belasting heffen op het hebben van honden en onroerend goed, is de gemeentekas in Helmond altijd leeg.
Bolsterturf, zondag 4 september 2005

166
Vrouw tussen bos en rog

Tussen bos en rog staan wij in mooie zomeravond te praten over de overrijpe rog. Ik wrijf een aar tussen mijn handpalmen. Zo komen de korreltjes makkelijk vrij.
'Kurkdroge, gele aar met keiharde korreltjes.'
'Om je tanden op kapot te bijten.'
'De rog smaakt niet meer. Wil je toch even proeven?'
Jij zegt 'nee' en dan 'getver' als ik de korreltjes een voor een probeer en uitspuw.
Achter de westbossen, richting heel verwegge zee, zakt de zon. We zien hem niet meer en bijna nooit de zee.
'Hoelang is het terug dat we de zee zagen?'
'Vorig jaar.'
'Vorig jaar?'
'O nee, vorig jaar was ik met M. op vakantie. Was jij niet mee.'
'Nee, want Eppie mag niet in een pension en jij bent de enige naar wie hij luistert.'
'Is te lang geleden dat ik de zee zag. Dat is wat we hier missen: de zee.'
'Welnee joh... Je kan niet alles hebben, toch?... Wil je je hei en bos ruilen voor zee?'
'Nee..., maar toch wil ik weer kussen wijl 'k de zon in zee zie zakken'
'Praat niet zo dom... Rijden we er toch naar toe.'
'Oké.'
Dan horen we ganzen in de lucht, grauwe ganzen. Ze komen in late schemer aangegakt over de bossen. Ze gaan overnachten op de wei achter het roggeveld. Ik maak foto's van ze. Ook van jou.

Donkere foto's werden het. Te donkere. Ik wiste ze, gooide ze weg, behalve die ene, deze ene van jou die niet onbewerkt in mijn website mag.
Bolsterturf, maandag 5 september 2005

167
Rondje Pan
060905_small.jpg) 060905_small.jpg)
Met jou heel de middag fijn gefietst. Erpel mocht mee in zijn aanhangwagentje. Weer en wind waren ons gunstig gezind. IJsjes, pils en frietjes onderweg smaakten voortreffelijk. We genoten van zon en spelende wilde konijntjes en koerende duiven en van Ep en van mekaar, maar werden wat misselijk bij het zien van twee aan lange staken opgehangen dode kraaien op een persvoerbult. Die bult lag te stinken op het erf van een grote boerderij met bord Verboden Toegang . Dat bord hing ook, net als de kraaien, maar dan aan een dikke ketting. De kraaien hingen allebei aan een stukje touw. Die ketting versperde de toegang tot de inrit naar de enorme schuur bij de boerderij. Niet dat we daar wat te zoeken hadden bij die schuur, maar toch deed ook dat bord heel onprettig aan.
We waren het tijdens ons mountainbiken en uitrusten tussendoor - we rustten heel vaak uit - over bijna alles eens. Bijna over alles eens. Bijna. Alleen op de grens van bosgebieden de Pan en Boksenberg hadden we wat woorden. We zaten op een houten bankje bij het gedenkteken van carnavalsvereniging De Keijepoal te Someren-Heide. Op dat gedenkteken ligt een grote kei. Nee, die kei maakt er deel van uit, is vastgemetseld aan de rest van 't gedenkteken.
Toen jij even ging plassen in het bos - je deed weer erg moeilijk; Ep en ik pisten gewoon even vlug tegen de dikste boom ter plaatste - las ik intussen het opschrift op het gedenkteken. Toen je terug was, zei ik: 'Kijk, Drente heeft toch meer dan Brabant.'
'Hoezo?'
'Deze kei komt uit Drente. Die carnavalsvereniging hier heeft hem daar gejat.'
'Man, hier staan alleen maar bomen... Hoe kom je daar nu bij? Wie jat er nou toch een kei?'
Sja, hoe het nou precies kwam, weet ik niet, maar toen ik bleef volhouden dat Drente mooier is dan Brabant en meer te bieden heeft aan natuur en keien, was jij dat fel met me oneens. En ach, toen ik ook nog wat zeurde over jouw moeilijk doen met plassen, dat je beter gewoon even achter het gedenkteken had kunnen gaan zitten, sja, toen...
Het ergste vond ik dat we niet met mekaar mochten vechten van Eppie en dat hij partij koos voor jou.
Bolsterturf, dinsdag 6 september 2005

168
Retourtje Achelse Kluis

Druk en drukkend was het op de Leenderhei. Overal waar wij fietsten, daar was het fietspad overvol. Erpel wou niet in z'n karretje. Hij rende al twee uur, nog altijd dapper, mee, naast mij op mountainbike. Rontelom paars bloeiende struikhei en bijtjesgezoem. We fietsten flink door, want hadden zin in grote glazen Grimbergen.
'Moet Ep nog niet in 't wagentje?'
'Wil i toch niet! Hij wordt liever bekaf dan luxe vervoerd.'
'Dan rusten we even.'
'Oké, maar een paar honderd meter verder ligt er rechts een groot ven.'
'Goed.'

Al voor we bij het ven aankwamen, rook Ep het water en rende hij er naar toe. Vrolijk en blij, en zichtbaar helemaal niet moe, zwom hij wat en ging daarna de waterlijn inspecteren. Wij parkeerden de bikes tegen een berk en gingen zitten op de oever. Achter ons een lange, bonte rij fietsers en wandelaars. Voor ons het ven. En achter en voor ven en wandelaars en fietsers de grote, paarse Leenderhei met groene berken en groene bijenkasten en daar weer achter, heel in de verte, blauwe en groene bossen.
'Sjonge zeg, wa's het druk op dit ene verharde fietspad.'
'Nog heel veel mensen hebben vakantie.'
'Kijk, Erpeltje is nog hartstikke fit.'
'Ja, hij kan het makkelijk uren lang volhouden naast de fiets..., als het maar niet te hard gaat en hij bijtijds kan afkoelen en vers water krijgt... Zullen we gaan pootjebaden?'
'Kan toch niet, maffie. Hier rijden boswachters rond. We mogen zelfs niet hier zitten.'
'Zullen we dan maar verder gaan. Het is hooguit nog anderhalve kilometer.'
'Oké, kom op Ep! De dubbel wacht.'
'De dubbel?'
'Ja, Grimbergen dubbel.' ...

De poort door was het binnen de dikke kloostermuren van de Achelse Kluis flink druk. Zowat alle tafeltjes waren bezet. Ik ging meteen zitten en jij haalde twee grote glazen Grimbergen. Toen je terug was en ik meteen aan het mijne wou beginnen, zei jij: 'Ho! Eerst water voor Eppie halen.'
'Oké, maar hij is net nog in dat ven geweest.'
'Weet ik, maar 't is warm vandaag.'
Er zat niks anders op. Ik haalde voor Ep een half emmertje water. Hij stond toen ik terug kwam al naar me uit te kijken en blafte blij. Onder het goedkeurend oog van al het volk op de binnenplaats, dronk i het emmertje zowat leeg. En dat terwijl hij gewoonlijk het liefst sloot- en venwater drinkt!

Tussen de zich aan Grimbergen of ander vocht te goed doende mensen - meestal ouderen - trippelden wat tamme duiven. Ep loerde naar het pluimvee, maar mijn 'Nee Ep, mag niet!' was voldoende om hem rustig te houden.
'Zullen we nog n's bestellen?' vroeg ik.
'Waarom? We moeten ook nog terug fietsen.'
'Da's waar. Weet je wat... eten we straks bij De Hospes.'
'Is goed. Fijn.' ...
 
Bij de Hospes was het heerlijk rustig. We genoten er van tomatensoep en frites met saté. En tuurlijk dronken we er Grimbergen bij. Jij één en ik twee.
'Lekker. Moeten we vaker doen.'
'Ja, maar onze vakanties zijn zo weer voorbij.'
'Ja, als je niet hoeft te werken lijkt de tijd altijd vlugger te gaan.' ...
 070905_small.jpg) _small.jpg)
Ongeveer halfweg De Hospes - camping loopt een stroompje. Over dat watertje een bruggetjes. Aan de oever waar we mountainbikes en hondenwagentje parkeerden stond maïs. Er tegenover, over het stroompje, was een volkstuintje met wat appelboompjes en heel veel boerenkool.
Het was daar fijn vertoeven, maar aan met mekaar praten kwamen we er nauwelijks toe. Ep zwom een hortje en snuffelde de oevers af. Ik maakte wat foto's van hem en van spinnen bij een watervalletje en - soms stiekem - ook van jou.
Op weg terug naar de caravan kletsten we honderd uit, over van alles en nog wat.
Bolsterturf, woensdag 7 september 2005

169
Eekhoorns rond caravan en campingbloemen op de foto
  
W e zitten samen onder onze nieuwe parasol, een grote groene, te lezen in ons campingtuintje.
'Sjonge zeg, niet meer normaal!'
'Wat is niet normaal? Wat lees je eigenlijk?'
'Lode Zielens, luister maar: ''Hendrikje kwam ter wereld toen een blanke voorjaarsstorm de verbrokkelde lucht wild en geweldig doortrok. In een warm, vunzig hokje van de fabriek, waarover het gedreun en gebons van de machines nijdig zwalpte, moest Hendrikje geboren worden. Even voor het middaguur krampte Netjes glimlach in een grijns van onhoudbare pijn. Een enkele, rauwe schreeuw, een gil van bloed overstemde even het daveren van de machines. Toen was Hendrikje geboren en lichtte moeders fletse glimlach over het nieuwe wezen.'' '
'Ja, maar dat is lang geleden. Nu zijn arbeiders medewerkers en hebben we zwangerschapsverlof... Heette Netjes baas Lode?'
'Nee, Lode Zielens is de schrijver. Je hebt niet goed geluisterd.'
'Wel!... Maar waarom las je me dit voor?'
'Ow... Zomaar... Nee... Jij leeft meer dan honderd jaar later dan deze Netje. Jij hebt het ontiegelijk goed... Je beviel in bed en bent boss over vijftig wilde wijven en tien arme mannen.'
'Je lijkt wel jaloers..., maar wat heeft mijn werk er mee te maken?...'
'Eh... Niks... Ssttt... Luister 'ns... Wie sproeit er nou in deze bloedhitte z'n gras?'
'Weet ik niet..., lijkt me meer of iemand iets schoonspuit.'
'Iets schoonspuit? Maar wat dan?'
'De fabriekshal misschien?... Sorry..., nu hoor ik het ook. Ja, net of... Hihihi, het zijn eekhoorns, sufferd. Ze zitten mekaar achterna tegen de sparrenstammen op.'
'Ja, ze rennen en tikken..., krassen met hun nageltjes in de harde stammen. Wat mooi toch! En ze vliegen door de lucht! Ik pak vlug m'n camera!... Verd..., ligt in de auto.'
'Vloek niet zo! Je bent erger dan een fabrieksarbeider vroeger.'
Toen ik met camera terug kwam, waren de eekhoorntjes verdwenen in dichte sparrentoppen. Ze kwamen niet meer terug. Fotografeerde ik maar wat bloemetjes, waarna we praatten over eekhoorns, mijn en jouw boek, ik bedoel: jouw en mijn boek en vroeger en nu.
Bolsterturf, donderdag 8 september 2005

170
Lui languit in luie stoel onder campingsparren
 
Ik lig lui languit in luie stoel onder campingsparren. Ik kijk naar de sparrentakken en verbeeld me, dat ze molenwieken zijn. Ik lig en luister naar de vogels rontelom. Kool- en pimpelmeesjes tuten en pingen tussen de donkergroene takken en in 't lichter berkengroen. Een grote libel helikoptert, laag over m'n gezicht, naar buurtuin toe. Met het luiden van dichtbije, voormalige kloosterklokken beginnen ook houtduifdoffers te lawaaien. Met drie duif sterk proberen ze het gebeier te overstemmen, wat ze niet lukt, want duifgekoer is zacht en ingetogen. Een grijze vlieg verveelt m'n linker grote teen. 'Vreet 'm op, suffie,' zeg ik tegen een roodborstwijffie. Dat staartwipt maar wat op de nok van 't schuurtje en zit alsmaar naar me te gluren. Eksters schetteren in dennen en berken. Die hebben altijd wel wat te lawaaien en te ruziën. Over het gazonnetje dwarrelen koolwitjes, een dagpauwoog en ook wat kleine, donkerbruine vlindertjes. De vlinderstruikjes - pas gezet dit voorjaar - bloeien nog maar klein en karig. Toch lokken ze al allerhande vlinders. Als mussen en mezen beginnen te kibbelen, om het mooiste drinkplekkie op de ouwe, blauwe regenton, sta ik even op, om tuinslang aan kraan te koppelen. De ton moet gevuld en het gazonnetje gesproeid.
090905_small.jpg) 090905_small.jpg)
Toen het zachtjes waaierregende over Foxies geel geworden speelgazon, viel ik in slaap.
Jij wekte me: 'Kom op, luilak! Wakker worden!'
'Aaaahhh...'
'Hoogste tijd, slaapkop! Bijna zeven uur! Je wil toch nog de donkerrode geit op de foto zetten?'
Wij wandelden fijn, vonden de geit, maar de foto's mislukten allemaal. Ach, domme ik.
Bolsterturf, vrijdag 9 september 2005

171
Blauwe duif en witte ochtendzon

Machtig mooie wat te droge nazomer - sorry, ik weet het al, een mens heeft altijd weer wel wat te zeuren over 't weer. Het zij zo. Weer en weermensenpraat neem ik zoals het tot me komt - wat kan ik anders? - maar liever dan naar weerman of weervrouw luister ik naar, bij voorbeeld, het al dan niet vrolijk roepen van kieviten en naar meer of minder blij bijengezoem. Dieren voorspellen het weer betrouwbaarder dan mensen. Zó weet ik, dat het vandaag weer een prachtige, hoewel niet te zonnige, nazomerdag zal worden: tegen achten vloog een blauwe duif richting ochtendzon. Ik liet mijn hondje uit. Ik was nog niet goed wakker. Ik had wat koppijn van een fles rosé en was, in weekend dorpse stilte, bezig met verjagen van flarden boze nachtdroom, tot die duif me helemaal wakker vloog en ik, opziend, haar of hem een Bolsterturf fel wit licht in sluierwolken tegemoet zag wieken.
Bolsterturf, zaterdag 10 september 2005

172
Genieten van literatuur en camping; reewildfotografie in avondschemer; echtpaar zoekt hond


Wij lezen in donkere septembermiddag. Jij leest in het boek 'De Zonnewijzer' van Maarten 't Hart, de professor die ik een oetlul vind, al moet ik toegeven dat onder meer zijn zinsnede (uit een ander boek van hem) 'een roerdomp naast een purperreiger' keigoed is; ik lees wat critici in bladen als Bzzletin en De Revisor over schrijvers schrijven. Als jij 'ns zucht kijk ik je aan en vraag ik: 'Ga je mee naar de caravan?' We zitten, na twintig mins pinda, vervolgens twee uur te lezen op ons parkgazonnetje. Tuurlijk vergeten we niet om onder 't genot van een roseetje te genieten van Erpel, dennenappels, konijnen, eekhoorns en vogels en vlinders rontelom.
 110905_small.jpg)
Tegen schemer rijden we langzaam naar huis. Allebei kijken we bossen en zijzandgraspaden in. Ik spied naar links, jij naar rechts. Bijna bij de weitjes waar ik reeën vermoed, zeg jij: 'Kijk, ze hebben een groot hek over het pad naar de grote hei gezet.'
'Een groot hek?'
'Ja.'
'Kijken we straks naar. Gaan we nu eerst naar de boerenweitjes. Goed?'
'Okee.'
  
Even later op de boerenweitjes een sprong reeën. Rikke met twee kalfjes en een bok met kapitaal geweitje. Als een boer over een pad komt aanstappen, rent de bok recht op ons af, maar zodra Fox lelijk begint te doen verandert hij van richting en verdwijnt in dichte sparrendekking. Helaas was het toen al schemerig, zodat de foto's min of meer mislukten.
Dik na negen, als we op weg zijn naar het door jou geziene nieuwe hek, komt over 't bospad een grote landrover aangehobbeld. Vlug lijnen we Erpel aan. De chauffeur stopt de nieuwe, dure auto, draait het portierraam open en vraagt: 'Hebt u een hond gezien?'
In de auto zit ook een vrouw, met tranen in haar ogen. De twee zijn hun hond kwijtgeraakt. De man zegt: 'Hij zat achter een ree en toen kwam hij niet terug. Hij heet Marek.'
'We zitten hier op de camping,' vult de vrouw aan. ...
Jij en ik hebben nog tot kwart over tien uitgekeken naar Marek, maar hem niet gezien.
Bolsterturf, zondag 11 september 2005

173
Wandelen langs nieuwe stroomdraden
 
We parkeren je Agila in Moorsel, gehuchtje van paar boerderijen. Helaas blijkt Moorsel niet vrij van biostallen. Vanuit Moorsel wandelen we naar het gisteren door jou geziene nieuwe hek. Vervolgens langs gloednieuwe afrastering, bestaande uit stroomdraden, schrikdraden bevestigd via moeilijk te beschrijven constructie aan veelal kunststof paaltjes. De hekken om vee door binnen te laten, en om wandelaars en fietsers en bekeurkneus Jap met z'n groene autootje toegang te verlenen, zijn nog niet gezet of niet afgetimmerd. Als er nu al schapen of Schotse hooglanders of paarden zouden lopen, zouden die heel makkelijk kunnen ontsnappen. De draden leiden ons naar de Strabrechtse heide, ook langs het Beuven daar. Aan dat Beuven is een keetje voor vogelaars gebouwd. Loat ut zo, hebben ze dat houten optrekje genoemd. We betreden het keetje en kijken door kleine rechthoekige ruitjes naar eenden, ganzen - Canadese en grauwe - en aalscholvers.
Na twee uur keetje en langs-de-draad-wandelen zijn we weer terug in Moorsel.
Bolsterturf, maandag 12 september 2005

174
Nazomeravondverbodenvennenwandeling
  
Vrouw en ik genoten, van verboden vennen, eenden, zandoogjes en spreeuwenzang.
Bolsterturf
dinsdag, 13 september 2005

175
Opa Dominant, zijn kippen en zijn radio
Mijn buurman links - een oude, mopperige, dominante opa van tachtig - heeft in zijn achtertuin een tent en in deze tent een radio. Opa Dominant trekt zich graag terug in dit zomeronderkominkje, om te luisteren naar muziek, liefst beetje harde jank- en jengelmuziek. Laatst, toen opa weer eens luisterde naar radio Ten Gold en ik in zomervoormiddagzon zat te lezen in mijn achtertuin, riep ik vanuit luie stoel en vanachter Terug tot Ina Damman van Simon Vestdijk: 'Hee, kan die radio wat zachter?' Dat had ik beter niet kunnen roepen, want opa werd heel boos. Hij vloekte en schold en hij draaide, terwijl ik zeker meen te weten dat hij niet in het minst doof is, de volumeknop flink hoger. En sja, vorige week zondag begaaide ik het helemaal. Terwijl ik, staande op vrouws huishoudtrapje, de klimop bijknipte, zag en hoorde ik dat opa niet luisterde naar Ten Gold en preek, maar lag te snurken in zijn luie tentstoel. 'Potverdorie,' dacht ik, 'opa heeft helemaal geen aandacht voor de preek die ik voor hem heb opgezet. Installeerde ik dààrvoor een radio in de schuur?' Ja sorry, ik weet dat het kinderachtig is van me; ik kan immers ook binnen lezen en de achterdeur dicht doen en ik heb caravanpark en caravan, maar als zelfs de politie niets kan of wil doen, moet jezelf toch iets doen aan overlast? Een goede advocaat is duur, ook als je een goede rechtsbijstandsverzekering hebt, en opa's familie moet te zijner tijd zelf maar de ggz of zo inschakelen. Het zal uiteindelijk allemaal wel goed komen. Opa heeft - zo hoorde ik over en door de dubbele planken schutting heen - vaak al grote ruzie met zijn vrouw en kinderen, onder meer over de radio's en zijn verdwenen kippen. Opa's wat jongere echtgenote is met haar buren van mening dat opa zijn radio beter kan
opdoeken en dat een vos de kippen stal. Zij luisterde naar wat tijdens familieruzietje haar dochter tegen haar vader schreeuwde en begrijpt haar 'Jij zet zo met twee radio's jezelf en ons moeder in klerie herrie.' De met lawaai en ruzie opgezadelde ons moeder riep op haar beurt naar haar ondeugende man: 'Wat moet hij nou met ouwe kiepen? Die jat alleen maar een vos!' (Ze bedoelde, wat u natuurlijk wel begreep, dat niet ik, maar vossen oude kippen stelen. Over jonge kippen had ze het niet, want buurman hield alleen maar oude kippen, die 's nachts in onlandweitje in laag struikgewas overnachtten.) Met Ten Gold-gekweel en bbc wereldnieuws schijnt buurvrouw inmiddels vrede te hebben. Zij negeert de radio's. De laatste weken zit alleen buurman nog maar in de tent. Geniet hij van koffie of borreltje en ergert hij zich reebokrood aan worldnews; op zondag ook wel aan een, gewoon Nederlandstalige, dominee of hoorspel, en dat allemaal met Ten Gold-muziekje erbij. Nee, buurvrouw komt niet veel meer in de achtertuin. Ach, het zou me niks verwonderen als zij tijdens het ophangen van haar grote was - ze wast ook voor een zoon die een paar weken terug opeens weer bij pa en ma kwam wonen - oordopjes in heeft. Uiteraard is opa Dominant het in zowat alles met dochter en echtgenote oneens: Hij stelt: 'Ik zet voor die lul mijn radio nooit uit!' en hij zegt zeker te zijn dat een mens zijn kippen jatte. Bovendien liet hij weten die klote katten van die klote buren wel te zullen pakken. Gelukkig zijn bedoelde katten, Brammetje en Mientje, wijzer dan buurman en klimmen ze nooit de schutting over, maar toch... Ja, het is toch wat allemaal, nietwaar? Ik dacht de laatste dagen wat af over deze buurman; meer nog over mezelf. Zo denkend aan mezelf en buurman, zag ik me opeens als buurman van tachtig. 'Wie weet ben ik op mijn tachtigste dominanter en maffer dan buur nu is. Daarom is een beetje begrip en tolerantie van me wel gewenst,'
peinsde ik. Sjonge zeg, stop! Al dit laatste - vanaf een goede advocaat - wil ik nu even vergeten als zijnde te speculatief en te droevige toekomstmuziek. Met de toekomst, met ouder worden heb ik helemaal geen haast, de tijd gaat snel, te snel. Voor je 't weet ben je tachtig. Als je tenminste het geluk hebt om zo oud te mogen worden. Om bij opa Dominant te blijven en kort te gaan: ach, ik was zo dom om zondag jl.. vanaf de derde tree van het huishoudtrapje mijn hoofd boven de schutting tussen zijn en mijn tuin uit te steken en te vragen: 'Buurman, luister je wel naar de preek?' Hij vloog overeind - hoe vlug toch kan een oude man nog zijn! - en begon weer te schelden en te vloeken en te tieren. Zelfs de overburen links en rechts genoten. De me toegeworpen bezem miste en aan opa's uitnodiging om maar even naar buiten de achterpoort te komen, gaf ik lafhartig geen gevolg. 'Stel je voor', dacht ik, 'straks slaat i je knock out en hoe moet het dan met je natuurdagboek?'
Bolsterturf, woensdag 14 september 2005

176
Verwijderde berkenschors en Erpel op een baal heet hooi

Nazomer. Weg de zon. Druilregen over bos en moeras. En diepe tractorsporen overal: staatsbosbeheer en boeren zijn begonnen om met groot herriemateriaal de onverharde landweggetjes aan flarden te rijden.
Wat denkend over natuur en natuurbehoud, zie ik opeens in het bos bij de motorcrossbaan een opvallend stuk raar gekleurde berkenstam. Een deel van de schors is rondom verdwenen. Deze boom zal doodgaan, denk ik. Een heel rare kleur berkenstam bleef over, paarsroodachtig. Iemand moet een deel van de schors verwijderd hebben. Maar wie? En waarom? Waarvoor wordt berkenschors gebruikt? Medicijn? Haren wassen in een aftreksel ervan? Ik kan niet meer bedenken. Straks thuis maar even berkenschors intikken in een zoekmachine, neem ik me voor.

Bruin en slordig liggen grote balen onlandhooi in berm van moeraspuinweg. Gras, bloemen, kruiden, insecten, kikkers en muizen worden iedere nazomer weer samengeperst door staatsbosbeheer. Dat moet, omdat die instantie alsmaar niet het beetje Nederlandse cultuurnatuur met rust kan laten, omdat op de onlandweitjes schraalhans keukenmeester moet zijn. Ja, verschraling is het toverwoord. Stel je voor dat voedingsstoffen van afgestorven grassen en plantjes in de bodem terecht komen; stel je voor dat er eens wat bomen op de weitjes gaan groeien. Dat zal dan twee keer een ramp zijn van jewelste zijn!? Wat een kaalslag toch. 't Lijkt wel alsof ze bij staatsbosbeheer denken, dat er zonder maaien in het najaar straks in de lente op de weitjes niets meer zal gaan groeien. Het beleid van sbb lijkt sterk gericht op het creëren van zo kaal en kort mogelijke onlandplantjes. Alleen wat zeldzame plantjes mogen, zo te zien, nog gaan groeien op de vakkundig kaalgeschoren onlandweitjes. Of dit op langere termijn wel zal leiden tot een mooiere omgeving en tot meer soorten planten, bloemen en kruiden en of er daardoor meer vlinders, meer libellen, meer insecten zullen komen, is de vraag. Dit laatste lijkt me meer afhankelijk van het boeren- en tuindersbeleid - gif, stront, gier, plastic, hooien, enzovoorts - op naburige akkers en graslanden.

Erpel springt op een baal hooi. Wanneer ik dan tegen hem zeg: 'Zit!' bevalt hem dat niks. Dat komt, denk ik, omdat het heet is binnen in de baal. Ik geef Ep vrij en ga wat graven in het hooi. Heel even maar, want het hooi broeit zodanig, dat je er makkelijk je handen aan verbrandt. Zo worden muizen, kikkers en insecten gecremeerd.
Bolsterturf, donderdag 15 september 2005

177
Vlugge nazomernamiddagheidewandeling
160905_small.jpg)
Nazomernamiddagheidewandeling. Erpel en ik vertrekken per pinda, om vijf voor drie. Naar de slecht gesintelde parkeerplaats met veel grote kuilen is het maar vijf mins rijden. Onder wilde wolkenlucht staan daar bij onze aankomst nog drie auto's geparkeerd. Vlug stap ik uit, open de kofferbak, doe m'n sandalen uit en werkschoenen aan. Ook vlug de camera gepakt. Dan pas mag Ep uit de auto springen, want hij heeft de rare gewoonte om tegen andermans autobanden te gaan pissen. Vlug hem aangelijnd en dan zijn we al op weg naar 'ons' ven van de namiddag.
 
Bij het ven is het stil. Er is zowat niks te horen. Alleen maar 't geraas van het snelverkeer over de jakkerbaan oost-west. Op rauwe nazomerdoordeweekse dagen komen nauwelijks mensen bij deze kleine plas. Vandaag is er niemand, op één blauwe reiger en één zilverreiger na. 'Reigers zijn geen mensen, en dat is fijn... Ik zie hier liever vogels dan mensen, Ep.' En dan lacht er een ekster en hoor ik wat trekvogeltjes overkomen: vink- en zwaluwachtigen.

In de venoever vind ik een restantje wollegras. Het is wit als sneeuw. 'Sneeuwwit zie je buiten de winter nauwelijks in de natuur, Ep.' Erpel hoort me niet, die struint fanatiek de omgeving af en vindt nog wat vogels meer. Snaterend gaan wat eenden op de wieken.
 
Aan één kant van het ven is bos. De andere kanten op hei en bunt. Ik kies een heikant. De struikhei bloeit rijk en paars rontelom. Nog altijd bloeien ook dophei en blauwe gentiaan, zij het summier. Er zijn veel meer bruine dan roze dopheibloemetje en ik kan maar één beetje blauw gentiaantje vinden. Dat éne minieme blauwe bloemetje wordt overgeslagen door de bijen die, alleen maar als de zon schijnt, de roze dopheitjes bezoeken.
 
Dan snuft Erpel voorzichtig aan een rups. Die rolt zich meteen op. Goed voor een vlugge foto. Terwijl ik de rups knip, zie ik zo'n tien meter verderop Erpel raar ruiken aan wat zwarte zwammetjes. Als ik er naar toe loop, blijkt het niet te gaan om paddootjes, maar om vosdrolletjes. De drolletjes zien blauwzwart van de door vosmans of vosvrouw gegeten bessen en bramen. Er zitten veel pitten in de poep. 'Jaja Ep, de vos is er mooi klaar mee. Hij eet muizen, kikkers en bramen, maar boer en jager en oma Dominant willen hem dood.'

We lopen door een stukje bos terug naar de parkeerplaats. Nog even snel een blauwe berkenzwam die schelp lijkt te zijn op de foto gezet. Juist wanneer het begint te regenen zijn we bij de parkeerplaats. Tegen vijven zijn we thuis. Het was een mooie middag, maar daarnet bleken de foto's van trekvogeltjes, zwarte libel, rode libellen en blauwe juffers min of meer mislukt. 'Sja Ep, dat krijg je als je teveel te vlug wil doen.'
Bolsterturf, vrijdag 16 september 2005

178
Van vier gespitste reeënoren via Schiphol naar de verboden vennen
Jij maakt me wakker om zeven uur: 'Hee, word wakker! Ep moet goed uitgelaten... We vertrekken om uiterlijk acht uur.'
Om tien over half acht zit ik op de fiets. Erpel rent dan voor me uit, over puinpad door moeras. De morgen is koud. Graad of zes, schat ik. Ik fiets met beurtelings een hand in een jaszak. Flarden kille nevel hangen over de gehooide onlandweitjes. Uit de langs het pad gedumpte balen broeiend hooi stijgt damp omhoog. Net rook, die damp, denk ik, en dan: straks is het echt rook en vliegen ze in de fik. Ik stap af om te voelen in een baal. Ik voel. Met warme, vieze handen fiets ik verder.
In de haast vergat ik om mijn camera mee te nemen. Reden voor me om heel zacht 'patsamme' te vloeken wanneer ik, terug huiswaarts trappend door modderbrij, vanuit gewoon weiland twee reeën naar mij en Ep zie kijken. Het zijn een rikke en haar kalf. Ze hebben, zo lijkt het, heel lange halzen en heel lange oren. Ep ziet en ruikt de reeën niet. Ik fiets door, maar stop zodra uit reezicht. Ik zet mijn fiets tegen een eik en loop, met Erpel aangelijnd, langzaam terug. Als rikke en kalf rustig blijken te laveien, moet ik wel een tijdje naar ze kijken.
Om tien over acht zijn Erpel en ik weer thuis. Jij staat dan in de voordeuropening te wachten. Je moppert op mij en Ep: 'Man, je stinkt! Ga je handen wassen! En schiet op!.. Getver Ep, wat ziet je er uit! Jij mag zo niet binnen! Verdorie, jullie toch ook altijd!'
Om half negen laten we Ep en de katten alleen en rijden we aan. Met jouw Agila Elegance naar het huis van L. en I., onze dochter en schoonzoon die een maand geleden naar de VS vertrokken, om daar met gehuurde camper een tocht van kust naar kust te maken, daaraan gekoppeld nog een weekje New York. Ze hebben heel grote koffers mee. Daarom gaan we jouw opeltje eerst ruilen voor de peugeot van schoonzoon.
De peugeot ronkt ons zacht en soepel over de snelwegen naar het vliegveld toe. Jij rijdt. Ik kijk uit het raam en tel vogels op de Utrechtse weiden. Ik zie een ooievaar, en een aalscholver, en kraaien, en duiven, en eenden en ganzen. Ook heel veel spreeuwen en wat zwaluwtjes. Even voorbij Utrecht zie ik wel tien reigers in één wei. De laatste reiger zie ik wat onduidelijk. Dan meen ik te voelen dat je gas bij geeft, rij je opeens honderdzestig, honderdtachtig, honderdvijfentachtig. Ik ben niet bang, vind het niet erg, het gaat me niet te hard, want ik tel reigers, tot je me een por geeft en zegt: 'Hee slaapkop, we zijn er bijna. Help wat mee opletten, wil je?'
Om even voor half elf parkeer je bij het vliegveld, een heel gedoe, want er moet om te kunnen parkeren een kaartje getrokken uit een automaat. Als je dat kaartje te pakken hebt, gaat een slagboom open en mogen we het parkeerterrein op.
We doen er tien minuten over om vanaf parkeerterrein naar aankomsthallen te wandelen. Het is daar een drukte van belang. Allerhande types mensen krioelen er rond, als bonte mieren in een net niet te drukke mierenhoop. Een korte, glanzend donkere man met lange, roze pyjama aan valt me het meest op. Als we om tien voor elf een terminal bij aankomsthal 1 bestuderen, lezen we dat vlucht AA6502 landde om kwart voor elf. 'Kijk,' zeg ik dan, 'we zijn precies op tijd vertrokken van huis.'
Om kwart over elf staan we nog altijd te wachten op L. en I. Net als ik tegen je zeg: 'Wat duurt het toch weer lang!' gaat het tiedeltje van je 06. Het is L. Ze deelt mee: 'We hebben nog altijd onze koffers niet.' Meer hoor ik niet van haar, omdat jij met je foontje naar een wat rustiger plek in de grote hal loopt. Als je terug bent, merk ik op: 'Sjonge toch...,' waarop jij meteen repliceert: 'Niet zeuren, we hebben tijd genoeg. Ep hoeft voor drie uur niet naar buiten.' Voor ik daarop kan antwoorden, komt er een jonge vrouw aan. Zij krijgt nog meer mijn aandacht dan de roze neger van daarstraks. De jongedame heeft een godinnenlijntje en een mooi en lief gezichtje. Ze heeft een heel kort zwart rokje aan, en aan haar voetjes zwarte schoentjes met hoge hakken. Onder d'r rokje een paar mooie, lange, blote benen en billen. En haar borsten proberen uit het strak om d'r lijfje zittend zwart truitje te springen. Ik zie de tepels, best grote, onder de zwarte stof. De lady - ik schat haar 35 lentes - gaat staan leunen tegen een dikke, witte paal. Ze tilt haar linker been op, om even aan haar linker enkel te krabben. Ik kijk naar haar, maar dat doen andere mannen ook. Een in stijf blauw pak geklede man met portofoon, beveiligingsbeambte, loopt bijna tegen een andere paal omhoog. Twee met handboeien, zaklampen, bekeurboekjes, portofoons, wapenstok en pistolen gewapende agenten van politie doen hetzelfde als de beveiliger. Een type zakenman van een jaar of veertig met bordje 'Oele' voor zijn borst, knoopt een gesprek aan met deze vrouw. Zij geeft hem antwoord, maar kijkt telkens van hem weg, richting van waaruit alsmaar vliegtuigpassagiers aan komen stromen. 'Haha,' zeg ik tegen jou, 'wat een lul is dat!' 'Huh?' vraag jij. Ik hoef niks uit te leggen, want word plots omhelsd door dochter.
'Sorry,' zegt I., 'de koffers zijn achter gebleven in tussenstop Londen, morgen worden ze thuisgebracht..., hebben ze beloofd.' 'Geen niets, joh. Hoe was jullie vakantie?' 'Fantastisch! We hebben een zwarte beer gezien, en een wolf in de koplampen. En we zijn op Alcatraz geweest.' 'Ja,' vult L. aan, 'en we bezochten de universiteiten van Stanford en Berkeley - het is daar net zo als in de KUB, maar alles wel vier keer zo groot en nieuwer - en we waren in heel veel staten.' En toen kreeg jij een big shirt met opschrift I love NY en ik een hip flask, ook met opschrift I love NY, en daarna praatten we onder het genot van koffie of cappuccino in een gezellig koffieshopje over Amerika, Amerikanen en vakantie vieren in Amerika. Daarna in de peugeot nog eens anderhalf uur over 't zelfde en weer terug in TU-stad E., waren we het volkomen eens: vakantie vieren is zalig, maar het woont nergens zo goed als thuis.
Terug naar eigen huis hadden jij en ik het over onze dochters en hun mannen. Tevens praatten we weer over Amerika, Amerikanen en vakantie vieren, en ook over jouw zakenreizen naar Amerika, Mexico en Singapore. Bijna thuis behandelden we nog even je bazen die Amerikanen zijn en de lady in beetje zwart bij aankomstbalie 1. Zelfs over haar waren we het eens: 'ze wachtte natuurlijk op d'r man of vriend' en last and least hadden we het over schoenmaten 37 en 46.

170905_small.jpg) 170905_small.jpg)
Vanavond, tijdens het wandelen - helaas was het te koud om lange tijd te zwemmen - praatten we nauwelijks ergens over. Toch was het ontiegelijk fijn bij de verboden vennen.
Bolsterturf, zaterdag 17 september 2005

179
Vliegen, vlinders en bloemen in privé campingtuin, en in boerjagersbosrand een afknalhut
180905_small.jpg) 
We houden luie campingzondagmiddag in windstil zonnig nazomerweer. Erpel kauwt op een gedroogd varkensoor. Jij geniet van een appelsapje en ik van 'n bavaria gezond: kwart bierglas bavaria aangevuld met sourcy limoenappel sprankelsap. Het gazonnetje is gemaaid; kruidenbak en tuin gewied; vandaag zag ik de basilicum niet voor onkruid aan. Hoog boven ons zweven drie buizerds. We liggen in luie stoelen naar de grote vogels - stipjes in de blauwe lucht - te kijken. Hun mauwen is benee net te horen. Maar dan zit Erpel opeens in de tuin van de achterburen uit Rotterdam achter een konijn aan.
180905_small.jpg) 180905_small.jpg) 180905_small.jpg)
De vlinderstruikjes bloeien nog. 'Gek hè?' zeg ik, 'de vlinders zitten liever op de vetplantjes en vlijtige liesjes.' Jij geeft geen antwoord, je bent in slaap gevallen. Dan maar proberen om wat tropische kleurenpracht voor je te fotograferen, denk ik.
Indachtig het, wat door me veranderde, gezegde wie het kleurloze niet eert is het schilderachtige niet weert knip ik ook een soortement gaasvlieg, die zowat de zelfde kleur heeft als de schors van de grove dennenstam waarop hij ging zitten.
Wanneer Ep begint te grommen en grauwen naar een voorbijkomende grijze kat, word jij wakker met de woorden: 'Ep stil!... Wil je nog graag wat zwemmen en rakken?' En aan mij vraag je: 'Zullen we nu met hem gaan?' 'Ja tuurlijk', antwoord ik, 'en daarna door naar huis?... Hoop jij ook dat de Grünen hebben gewonnen?' 'Welnee joh, ik ben voor Merkel.' 'Voor Merkel? Dan meen je toch niet?'

180905_small.jpg)
We laten Ep uit in een stuk bos dat tot gisteren of eergisteren grensde aan maïs. Donderdag nog stond meer dan manshoog gewas op deze akker. Terwijl we over het kale veld lopen, zien we een hoogzit in de bosrand aan de overkant. 'Hee kijk,' zeg ik tegen je, 'zie jij het ook? Ze hebben hier een hoogzit geplaatst.' 'Welnee,' antwoord je, 'we kwamen nooit in dit deel voor deze zomer..., we zien het ding nu pas, omdat we het niet eerder konden zien door de maïs.'
Je krijgt gelijk, de hoogzit is niet nieuw. Het blijkt een luxe hoge zit, compleet met dak en naar drie kanten toe raampjes. Als ik het trapje op klim, blijkt de deur op slot. 'Sjonge zeg,' zeg ik, 'dus vanaf hier werd de grote zesender die ik na juni nooit meer zag omver geknald.' 'Ja,' zeg jij, 'dat kan, maar misschien werd hij doodgereden.' 'Verdomme, wat zou ik deze afknalhut graag afbreken,' verzucht ik, waarop jij - als altijd verstandig - zegt: 'Als je dat maar laat! Ik heb al genoeg te stellen met opa Dominant.'
Bolsterturf, zondag 18 september 2005

180
Misverstand maar patrijsjes voor jou

Jij vraagt: 'Ga je mee Ep uitlaten?' 'Ja tuurlijk,' antwoord ik en schiet m'n trui aan.
We hadden beetje ruzie. We kijken niet naar elkaar, maar recht in een ronde maan als we de voordeur uitlopen om Erpel uit te laten. Terwijl hij tegen z'n eerste boom van de avond pist, slaat de kerkklok tien. Bij slag tien wordt al de derde boom gezegend.
'Ben je nog boos?' vraag ik. Je geeft geen antwoord. Zwijgend lopen we achter Erpeltje aan. Bij ongeveer de besprenkeling van stam tien zeg ik: 'Ik wilde vossen fotograferen..., achter in 't moeras... Ik dacht echt dat je moe was en niet mee zou willen... en je kijkt altijd tv om zeven uur... Waar ben je alleen naar toe gewandeld?'
'Naar voor in 't moeras.'
'Moet je niet doen. Wil ik niet hebben.'
'O nee? Moet je maar niet zonder iets te zeggen zomaar weggaan als ik even tv kijk.'
'Even tv kijk?.. Sorry..., heb je nog wat gezien?'
'Jij?'
'Niks bijzonders..., teveel boeren nog aan 't werk... En er liepen twee mannen op het puinpad. Wat zag jij?'
'Twee patrijsjes.'
'Waar zaten die dan? Erpel, rustig! Trek niet zo!... Hij trekt me bijna de armen van m'n lijf.'
'Bij de kleine dennetjes. Je weet wel, langs de sloot..., bij het brandnetelpaadje.'
'Zaten ze op het weggetje?'
'Nee, ze zaten naast het pad in onkruid. Ik trapte bijna op eentje... Ze vlogen van schrik ieder een andere kant op.'
'Elk een andere kant op?'
'Ja, het ene vloog de dennetjes in. Het andere snorde de wei over naar het aspergeveldje.'
'Nee Ep! Hier niet! Gewoon even volgen nu. Sorry..., en wat zag je nog meer?'
'Verder niks, maar ik ging daar zitten op het bankje... en toen begonnen ze na een tijdje mekaar te roepen. Was toch zo mooi.'
'Ja, ze roepen ''kirrek'' als ze mekaar kwijt zijn.'
'Ja, riepen ze. Het éne was een beetje schor... Ze riepen mekaar een keer of vijf, toen kwam het schorre de dennetjes uit gelopen, ik denk dat dat het mannetje was. Ik zat muisstil, hij keek alle kanten op, maar zag me wel... Hij vloog weg over de sloot, maar streek direct weer neer... in 't weitje. Hij rende door het lange gras naar z'n vrouwtje.'
'Ow...'
'Ja.'
En toen was het bijna half elf en waren we weer bij de voordeur.
Bolsterturf, maandag 19 september 2005

181
Twee uurtjes De Kempen, bos- en heigebied bij Leende
 200905_small.jpg)  200905_small.jpg)    
In de stille Kempen, in het Bos- en heigebied achter Leende.
Altijd weer is het daar heerlijk wandelen.
Bolsterturf, dinsdag 20 september 2005

182
In en rontelom Bleke bossen eilandjeven
     
  210905_small.jpg) 210905_small.jpg) 210905_small.jpg) 210905_small.jpg)
Even alleen wat foto's.
Van witte kwikstaartjes en mooie natuur
in en rontelom Bleke bossen eilandjeven.
Bolsterturf, woensdag 21 september 2005

182a
Nonnen aan de wandel
210905_small.jpg) 210905_small.jpg) 210905_small.jpg) 210905_small.jpg) 210905_small.jpg)
210905_small.jpg) 210905_small.jpg) 210905_small.jpg) 210905_small.jpg) 210905_small.jpg) 210905_small.jpg) 210905_small.jpg)
De foto's van de dames zijn verkleind, maar niet bewerkt
In mooie nazomermiddag wandelen vier nonnen rond het grootst verboden ven. Ze lopen voor me. De kleinste kijkt drie keer achterom naar m'n hondje. Eentje heeft een wandelstok, toch raakt juist zij van 't padje. Bij een T-splitsing zijn ze weer tezaam, maar willen daar alle vier een andere kant op. Eén wijst zelfs richting grote, stille, paarse heide. Maar 't komt goed. Uiteindelijk kiezen ze toch allemaal voor teruggaan naar hun grote huis vol oude en zieke mensen.
Bolsterturf, woensdag 21 september 2005

183
Blauwe herfstgentianen
 220905_small.jpg) 220905_small.jpg)    
Samen met Erpel genoten. Hij van speuren, rakken en snuffelen.
Ik van bijen, hei en blauwe gentianen, en van nog veel meer.
Maar van bordjes geniet ik zelden, van hoge zitten nooit.
Bolsterturf, donderdag 22 september 2005

183a
Leenderheide in eerste herfstavond
   220905_small.jpg) 220905_small.jpg) 
    
Vandaag genoten met vrouw:
van Leenderheidereeën,
van wolken in oerig moerige sloot
en van nog veel meer moois.
Bolsterturf, donderdag 22 september 2005

184
Het Mantingerveld- en zand
_small.jpg) _small.jpg)  _small.jpg) _small.jpg)
Drente. Mantingerveld en Mantingerzand, aaneensluitende natuurgebieden in beheer bij de Vereniging Natuurmonumenten. Jij en ik ergeren ons op de parkeerplaats - komende uit Oosterhesselen net voor Mantinge - aan de vele bordjes met verboden dit en verboden dat. 'Gelukkig maar dat Erpel niet kan lezen,' zeg ik tegen je. 'Hihi,' antwoord je, 'hij mag gewoon los lopen, hoor.' 'Hmmm, ik neem m'n portemonnee maar mee. Kan die niet gejat worden.' 'Ja, en steek ook de paspoorten bij je. Beter vijftig euro bekeuring dan honderdvijftig.' 'Sjonge toch, wat een landje leven we in..., straks komt de groene politie voorbij.' Als Ep klaar is met pissen, hij koos de palen van de meest blauwe borden, wandelen we aan. We volgen de door Natuurmonumenten uitgezette langste wandelroute van acht kilometer.

Allereerst leiden de dikke wijsvinger kleine, witte routepijltjes ons over een paadje door stuifzand. Bezijden dat paadje links en rechts jeneverbessenwoud. Vaak mooi gevormde, donkergroene stekelbossen, die jeneverbessen. Ep duikt de prikstruiken in en gaat achter een konijn aan. Links en rechts langs het pad staan gele bordjes met wetenswaardigheden. Ons een paar keer te vaak lazen we op zo'n bordje: 'dus ook daarom op de paden blijven,' of hetzelfde gezeur in andere bewoordingen.
 
Na stuifzand en jeneverbessen voert de route ons - wat een teleurstelling! - over verhard fietspad en voor auto's toegankelijke doorgaande weg. We lopen dan langs de randen van kale grasvlaktetjes en minder fraaie heide- en ruigtegebiedjes. 'Doe Ep maar aan de lijn. Erg open hier allemaal en er kan zo zo'n groene bekeurkneus aankomen over dit fietspad.'

Langs de doorgaande teerweg zijn rechts 'natuurborden' geplaatst. Veel weer met verboden dit en niet toegestaan dat. En verder een aantal identieke posters achter glas: over Het Groote Veld dat weer natuurgebied moet worden. 'Ja,' zeg ik, 'en alles nu al keurig afgezet met stroomdraad en verbodsbordjes. Je mag hier zowat niks.'
 
Wanneer een wit pijltje naar links ons van de teerweg afhelpt, komen we door een armzalig, beetje rauw gebiedje waarin koeien lopen. En dan zien we opeens water. 'Kijk, een ven.' 'Nee, een visvijver. Kijk maar, daar staat een gebouwtje.' Een half uur verder op de route lezen we dat het 'ven' ijsbaan annex visvijver is.
Een stuk verder langs de route vinden we een echt ven. Een ondiepe plas tussen bunt, hei, berken en jeneverbessen. Eén waadvogeltje vliegt er uit op. 't Is te vlug en te snel om het goed te kunnen spotten. Verder zien of horen we kraaien, gaaien en eksters, alsmede wat mees- en vinkachtig grut.
230905_small.jpg) 230905_small.jpg)  
Het laatste stuk van de route vinden we het mooist. We gaan over smalle paadjes door hei en bunt. We zien braamstruiken, berken, dennen, eiken, lijsterbessen, bospest, veenbessen en meerdere soorten hei en ook weer enorm veel jeneverbessen. Ook komen we door oude, uitgeleefde stukjes bos. In zo'n bosje merk jij op: 'Er zitten hier helemaal geen spinnen. Ik zie nergens webben tussen de bomen.' 'Zeker allemaal doodgevroren hier,' opper ik.

In ons laatste bosrandje van de middag fotografeer ik berkenzwammen en als we het dan nog eens hebben over doodgevroren spinnen en wespen zeg je opeens: 'Nou, maar reeën, hazen en konijnen hebben ze hier ook niet veel. Misschien een enkele vos.' 'Ja,' antwoord ik, 'er wordt hier, denk ik, veel gestroopt.' 'Of te veel gejaagd,' vul jij aan, 'het enige wat Ep kon vinden waren wat muizen, één egel en één konijn.' 'Ach,' zeg ik dan, 'en toch zag ik geen hoogzitten. Ze snappen bij Natuurmonumenten niet dat je met bordjes geen stropers vangt.'
Bolsterturf, vrijdag 23 september 2005

185
Herrie uit blauw kooitje
 
We lopen in mooie, zonnige herfstdag van parkeerplaats naar caravan. Een Schotse hooglandkoe in omheind stuk bos en hei blokkeert het pad. Ze heeft een kalf en doet daarom agressief. Ik loop langzaam op de koe toe. Ze wijkt terug voor me. Jij krijgt zo de kans om met Erpeltje - de koe kijkt heel raar naar hem, alsof ze 'm de grond in wil boren - het hek door te komen.
Veilig buiten het hek mag Erpel rakken door hei. In een mum van tijd zit hij achter een groot haas. Ik roep hem terug. Na twee keer roepen staakt hij de achtervolging en komt terug. 'Goed zo, Ep! Je bent braaf!' prijs ik, maar dan zeg jij: 'Sssttt, hoor die vogels toch eens!' 'Ja,' antwoord ik, 'een kraai en een valk.' Als we door lopen, blijven de vogels te keer gaan. Het lijkt of ze grote ruzie hebben. Hun gekras en geschreeuw komt uit een ruige boomgaard met onder meer bessenstruiken. 'Net,' zeg ik, 'of die boer hier een kraai en een valk in een kooitje stopte.' En ik wijs: 'Kijk, daar hangt het. In die grote boom daar. Dat blauwe kooitje' Maar dan antwoord jij: 'Welnee, het is een bandje. Luister maar, telkens precies 't zelfde geschreeuw.'
Bolsterturf, zaterdag 24 september 2005

186
Katje tussen Timberjack en Cirkelzaag

Erpel grauwt. 'Zit Ep!' gebied ik, zonder te weten waarom hij zo lelijk doet. Maar dan zeg jij: 'Hee kijk! Een poesje!' Als ik opkijk van het zoeken naar vossenvoeten in landwegzand, zie ik het katje zitten tussen wat overgebleven bomen in door Timberjack en Cirkelzaag - metonymia pro toto - vernielde bosrand. En dan gebied ik: 'Afff Ep!' en loop op het katje toe. Dat verwelkomt me sissend en blazend en met boos kromme rug. Het doet allerlelijkst, gaat geen stapje terug. 't Kijkt me strak aan en 't probeert een schijnaanvalletje op me. 'Sjonge zeg,' zeg ik, 'wat een dapper ding. Echt geen katje om zonder handschoenen aan te pakken.' Als jij wijst: 'Het zal wel op die boerderij daar thuis horen,' komt Erpel aangerend. Terwijl ik 'Foksss affffff!' brul, rent het katje verder de kale bosrand in. 'Laat het maar,' zeg jij, 'het is al groot genoeg en een dapper ding.' 'Ja,' antwoord ik, 'het zal 't wel redden.., dapper rood opdondertje. Vrij Ep.' Terwijl we verder wandelen over 't pad tussen bos en maïs - hier en daar is al een perceeltje maïs geoogst - worden we het eens: 'Nee, geen kat meer erbij. Dit zou naar 't asiel moeten.'

Wat verderop langs 't landweggetje blijken een paar bomen in brand te hebben gestaan. Ze zijn pas geleden duidelijk door vuur beschadigd. 'Wonder dat het hele bos niet is opgefikt,' zeg jij. 'Ach,' antwoord ik, 'dan zou hier misschien weer hei mogen komen.' Maar dan valt mijn oog op een partijtje groene autobanden en zeg ik: 'Wat een rotsooi. Ze ruimen ook niks op.' 'Nee, tuurlijk niet,' antwoord jij, 'bomen brengen geld op en dit rubber heeft geen waarde,' waarop ik niets beter weet dan: 'Nou, autobanden branden als de verrekkenis. We hadden ze vroeger graag op 't paasvuur.'

Wat op het pad liggende kastanjes besparen me een reprimande voor gebruik van onwelvoeglijke taal. Jij hebt de kastanjes nog niet gezien of je raapt ze al. Ik mag er ook een paar voor je mee naar huis toe dragen, op mijn handpalm, want 'k heb geen diepe zakken in mijn nauwe zondagse zomerbroek. 'Zal ik er de prikdoppen maar afhalen?' vraag ik. 'Als je dat maar laat,' antwoord jij, 'hihi, 'ze voelen aan als egeltjes.'
250905_small.jpg) 250905_small.jpg)
Na zo'n zes kilometer sjouwen met kastanjes in prikdop en na evenzovele kilometers keuvelen over van alles en nog wat: 'Je kan merken dat het koopzondag is, minder druk nu.' 'Ja, gelukkig wel en morgen weer werken, maar 't was een fijne vakantie.' 'Ben je niet vergeten om de bibboeken te verlengen?' 'Nee, maar die klote provider kieperde mijn website van het net.' 'Je hebt toch wel een kopie?' 'Jawel, maar dinsdag moet de pinda naar de garage.' 'Je bent er als L. en I. de foto's van Amerika komen laten zien?' 'Tuurlijk. Kijk toch eens, wat zien de bossen er uit! Na Timberjack de cirkelzaaginfanterie.' 'Wat?' 'Ach niks, gelukkig is nog lang niet alle maïs geoogst.' 'Ja, hebben de reeën toch nog een veilig onderkomen... Waar zal dat poesje nou zitten?' ...
Bolsterturf, zondag 25 september 2005

187
September 2005: eikels aan in oktober 2002 omgewaaide eik
260905_small.jpg) 260905_small.jpg)
Een geweldige moeraseik over een puinpad, aan rand van onlandweitje. De woeste oktoberstorm 2002 ontwortelde hem, smeet hem tegen de grond. Zijn wortels namen een gigantische kluit aarde mee. Die kluit staat al drie jaar overeind, maar wordt elk jaar dunner. Zon en wind en regen hebben hun grip op de aardklont. De zon maakt zand tot stof wat de wind wegwaait. En regen spoelt aarde van de wortels weg.
Het puinpad loopt dood op de eik, niet meer dood op de brede sloot honderd meter verder. Waar het pad nu eindigt, leeft de eik. Ik zag vandaag eikels hangen aan sommige van zijn takken! Hij vocht en vecht voor zijn leven en droeg dit jaar vrucht. Drie jaar na zijn omwaaien. En nu zullen spoedig zijn eikels gaan vallen. Uit een eikel kan een nieuwe eik groeien. Als dat gebeurt zal een drie jaar geleden gevallen boom niet vergeefs gevochten hebben. Deze eik, hij vocht, hij vecht, hij draagt vrucht. Misschien doet hij dat volgend jaar ook weer. Misschien ook niet, want schimmels en zwammen liggen op de loer en de aardkluit wordt langzaamaan dunner en voedselarmer.
Bolsterturf, maandag 26 september 2005

188
Berenklauwen in vroege herfst

Zon over het moeras. Nog is het mooi weer, maar op het onlandveldje bij de rommelafdakjes met oeroude bijenkasten staan de berenklauwen er erg herfstbruin bij. Hier worden ze met rust gelaten. Hier mogen ze groeien en bloeien. Hier worden ze niet kapot geslagen of omgehakt. Toch zo mooi, deze berenklauwen.
En schitterend gewoon, de oude eigenaar van een stuk moeras die berenklauwen duldt, die waarschijnlijk van ze geniet, zo'n oude imker die houdt van berenklauwen en van rommel en van bijen. Ik heb de man nog nooit gesproken, nog nooit ontmoet. Moet ik toch eens gaan doen. Ja ik wil deze man ontmoeten.
Bolsterturf, dinsdag 27 september 2005

189
In vroege avond even naar 't moeras
 
Van huis naar moeras is maar 'n paar minuten fietsen. Tegen zessen de camera omgehangen, de fiets gepakt - aan Erpel vragen of i meewilde was niet nodig, die rent altijd heel graag mee - en heel even trappen door het dorp; dan langs weitjes en maïs en veldjes met spruitkool en knolletjes naar een zandweg; vervolgens een paadje in en verder door wat bos en over een houten bruggetje, om dan linksaf een doodlopend puinweggetje door 't moeras in te slaan.
Aan het eind van dat puinpaadje staat een door jeugd bekrast en half vernield groen kunststof bankje, waarop het zalig zitten is. Rontelom dat bankje bos, moeras, maïs en onland. Terwijl ik met de 20x50 de omgeving afspeur naar hazen, reeën en vossen struint Ep wat rond.
Ik zat er maar ten mins, zag geen vos, ree of haas, want moest voor zeven uur thuis zijn. Er is te vaak iets wat me weghoudt uit bos en hei .
Bolsterturf, woensdag 28 september 2005

190
Bloed op paddo en zwarte kikkertjes voorbij hek zonder doel

Van huis uit vijf mins met de pinda. Naar de achterkant van 't moeras. Van elf tot één. Met Erpel. De zon scheen toen we aanliepen, maar regen tussen half twaalf en twaalf. Ik had een plu en bleef droog. Eps schedeltje en rug werden nat. Dat deerde hem niet. Zijn pootjes, buik en borst waren toch al nat. Net de auto uit rende hij een dikke muis achterna, en over de muis heen een moddersloot in. Ep houdt van water, mits niet te koud en geen schoon leidingwater. Als altijd piste hij tegen het hek zonder doel. Dat hek staat daar al heel lang, aan het begin van de enige en doodlopende zijtak van een ook doodlopend moeraspuinweggetje. Het staat daar doelloos te zijn. Al langer dan ik in 't moeras kom leunt het tegen van hem balende moerasbomen. Maar kunnen bomen balen? Ep kan het wel. Ik ook. Soms.
290905_small.jpg) 290905_small.jpg)
Op het puinpadzijtakje - even voorbij het doelloos hek - iets lelijk wits met rood: een zwammetje, een paddenstoeltje. 't Lijkt of er bloed of rooie menie op zijn hoedje zit. Tegen beter weten in ga ik met een wijsvinger over 't rood.
290905_small.jpg) 290905_small.jpg)
Voorbij hek en paddenstoeltje een onlandweitje. Paar weken terug werd het gemaaid. Tientallen kleine, zwarte kikkertjes springen er rond. Ze zijn best vlug voor amfibietjes en plagen me. Ze zitten niet stil. Ze springen alle kanten op. Soms klimt er eentje in de inmiddels weer beetje hoog gegroeide gras-, lis- en rietstengels, om wèg te springen voordat ik het heb gevangen in de macrolens.
Bolsterturf, donderdag 29 september 2005

191
Vennen in laatste septemberdag
flats300905_small.jpg)
De laatste septemberdag. Zwaarbewolkt en matige zuidzuidwesten wind. Maar het voelt vanmiddag allerminst koud en guur. Soms breekt de zon door grauw wolkendek.
Erpel en ik zijn nog maar net de pinda uit, of een mountainbiker in fel lichtblauw fietst voorbij, over 't smalle paadje naar de heidevennen. Hij is nog maar eventjes gepasseerd, als een jongeman en -vrouw ons tegemoet lopen. Die twee vallen goed op. Hij heeft een knalrode trui aan en zij een sneeuwwitte. Ik kan er niets aan doen, moet even commentaar geven: 'Nou, nou Ep, de reeën zullen wel pijn aan hun ogen krijgen..., als ze het nog niet hebben.'
'Pfffttt.'

De vennen staan allemaal droog of bijna droog. Sloten en greppels ook. 'Ik hoop dat het vanaf dierendag gaat gieten, Ep. Het moet nu echt gaan regenen. Alles is veel te droog. Vind jij ook niet?'
'Pfffttt.'

Na biker en jong paartje komt de mensenlege hei. Een blauwe reiger schreeuwt omhoog uit rossig, bijna droogstaand ven. Drie gaaien schelden een poosje. Van schrik beginnen in de bosrand wat meesjes te rumoeren. Maar dan wordt het stil, is er geen geluid meer anders dan afkomstig van wind en verkeer op de jakkerbaan oost-west.
 
Ep en ik struinen door droge vennen. Het door hete zomerzon verdampte water werd niet aangevuld. Heel duidelijk staan in 'n dun laagje modder de voeten van reigers, reeën en vossen. Kikkers zie ik nergens meer. Die zijn allemaal opgevreten door vos, bunzing, kraai, reiger en wie hier in dit stille oord verder nog kikkers lusten.

Fox en ik struinen ook door ruig terrein tussen bos en hei. Door wildernis van buntgras en berkenbosjes. We springen over kuilen en greppels. En dan vinden we in dun stukkie bos - op nog geen honderd meter van de jakkerbaan - verse reeënlegers. Ep rakt even wild in 't rond. Het lukt hem niet zo gauw te bepalen naar welke richting de reeën vluchtten. 'Ja Ep, voor jou zat de wind verkeerd..., maar je zal ree zijn... Mag je in de buitenlucht slapen. Moet je eerst dennennaalden wegkrabben, voordat je kan gaan slapen.'
'Pfffttt.'

Voor het huistoe gaan, zoek ik nog naar blauwe gentianen. Ik vind er geen, geen die nog een bloem heeft. Maar de nu herfstbruine plantjes zelf zijn er. Ze staan tussen grassen en ook uitgebloeide dophei te wachten op de winter. Zullen ze, net als ik, weet hebben van een nieuwe lente die komen zal? vraag ik me af. 'Ik denk van wel, want ze bloeiden en vormden stuifmeel,' zeg ik tegen Ep. Die kijkt me heel slim aan en antwoordt, voor de derde keer vandaag, 'Pfffttt.'
Op weg terug naar huis - via de kortste weg (ik reed naar de hei toe via een omweggetje waaraan reeweitjes) - liggen in de berm van het teerweggetje bloemen, veel en allerhande bloemen. Ook zijn daar bloemen in grote vazen neergezet. Voor de bloemen ligt een flesje Bavaria. Het is een vrolijk en blij gezicht, al die kleurrijke bloemen. En het bierflesje geeft er iets olijks aan. Maar achter flesje en bloemen een beschadigde, dikke boom. Aan de kapotte stam het portret van een jongeman geniet.
Bolsterturf, vrijdag 30 september 2005

index september 2005
0162 01-09-05 Rode tegels in moeraspuinpad
0163 02-09-05 Vleermuisje even na middernacht
0164 03-09-05 Krekeltje op in zomerwind wuivende zwart bloeiende grasspriet
0165 04-09-05 Kapotte bossen: van uitermate kleverig via onder meer oranjerood naar stuifoogjes
0166 05-09-05 Vrouw tussen bos en rog
0167 06-09-05 Rondje Pan
0168 07-09-05 Retourtje Achelse Kluis
0169 08-09-05 Eekhoorns rond caravan en campingbloemen op de foto
0170 09-09-05 Lui languit in luie stoel onder campingsparren
0171 10-09-05 Blauwe duif en witte ochtendzon
0172 11-09-05 Genieten van literatuur en camping; reewildfotografie in avondschemer; echtpaar zoekt hond
0173 12-09-05 Wandelen langs nieuwe stroomdraden
0174 13-09-05 Nazomeravondverbodenvennenwandeling
0175 14-09-05 Opa Dominant, zijn kippen en zijn radio
0176 15-09-05 Verwijderde berkenschors en Erpel op een baal heet hooi
0177 16-09-05 Vlugge nazomernamiddagheidewandeling
0178 17-09-05 Van vier gespitste reeënoren via Schiphol naar de verboden vennen
0179 18-09-05 Vliegen, vlinders en bloemen in privé campingtuin, en in boerjagersbosrand een afknalhut
0180 19-09-05 Misverstand maar patrijsjes voor jou
0181 20-09-05 Twee uurtjes De Kempen, bos- en heigebied bij Leende
0182 21-09-05 In en rontelom Bleke bossen eilandjeven
0182a 21-09-05 Nonnen aan de wandel
0183 22-09-05 Blauwe herfstgentianen
0183a 22-09-05 Leenderheide in eerste herfstavond
0184 23-09-05 Het Mantingerveld- en zand
0185 24-09-05 Herrie uit blauw kooitje
0186 25-09-05 Katje tussen Timberjack en Cirkelzaag
0187 26-09-05 September 2005: eikels aan in oktober 2002 omgewaaide eik
0188 27-09-05 Berenklauwen in vroege herfst
0189 28-09-05 In vroege avond even naar 't moeras
0190 29-09-05 Bloed op paddo en zwarte kikkertjes voorbij hek zonder doel
0191 30-09-05 Vennen in laatste septemberdag

Bolsterturf © bolsterturf.nl
|