<<<<<<<<<<<<<< Home >>>>>>>>>>>>>>
Stukjes tekst, video's en foto's van bos, hei en waterkant; over grasduinen en struinen in natuur en veld, over zon en wind en buiten zijn
IntroHoofdpaginaInhoudsopgaveNatuurdagboekRecentVideoHoogzitten en jachthuttenMuziekGedichtenOver bolsterturf en Bolsterturf

Bolsterturfs natuur

B o l s t e r t u r f s  n a t u u r

Dagboek oktober 2005

192
Zonneschijn na oktoberochtendregen

De eerste oktoberochtend komt met regen, gestage regen uit grijze lucht. Weg zijn de hete dagen van september, weg warmte en zon. Maar ook regen heeft zijn bekoring. Het is mooi om naar te kijken. En ik voel de natte droppen niet. Het raam van mijn computerhok houdt wind en kou en nattigheid buiten. Ik kijk naar de grote droppen op het raam van mijn computerhok, en door raam en droppen naar de bruidssluier van buurvrouw links. Die hangt vol en wit te pronken aan de muur van d'r schuurtje. En ook haar gele bolchrysant in grote, bruine bloempot maken het door natte ruit en regen naar buiten kijken een plezierige bezigheid.

Tegen elven zie ik eindelijk een vogel vliegen. Het is een houtduif die op rappe vleugels richting hei en bos koerst. En achter de duif is er dan opeens ietsepietsie blauw in de hemel. Ik verlaat mijn hok, doe beneden trui, sokken en schoenen aan, pak mijn sleutelbos, open de voordeur en verlaat met Erpel - ik hoef hem bijna nooit te roepen - het huis.

Net voor het kleine bosven zit een vogeltje op een dode tak. Door de zoeker van de camera zie ik het over z'n schoudertje naar me gluren. Een winterkoninkje, denk ik. Maar dan hipt het van tak naar tak en zie ik dat 't een roodborstje is.

Op weg naar strook rog langs bos, kom ik langs witte paddenstoeltjes. Ik kan niet nalaten ze te fotograferen. Als ik - thuisgekomen -  ze bekijk op 't monitorscherm, denk ik: had ik maar alleen dat ene zuiver witte kleintje gefotografeerd, nu is het niet mooi scherpwit.

Achter, inmiddels grauwbruine, rog staat boven wei een torenvalk te bidden. Wanneer ik de camera uit het draagtasje heb gevogeld, zit hij op een - altijd te ver - paaltje. En daar blijft hij zitten, ook nog als ik na tien mins het wachten moe ben en verder loop.

En dan breekt opeens de zon door. Gaandeweg de middag wordt de lucht alsmaar blauwer, zie ik de zon steeds vaker en voor langere tijd, wordt de dag behaaglijk, zonnig warm, alsof niet dra de winter komen zal maar het vanaf morgen weer lente wezen mag.

Bolsterturf, zaterdag 1 oktober 2005

192a
Fort Hedikhuizen

Ik heb wat koppijn, want we gingen met een taxibusje naar fort Hedikhuizen. De reis verliep voorspoedig. Onderweg verzamelde onze chauffeuse nog twee collega's plus aanhang van je. Met z'n zessen werden we, keurig op tijd, afgezet op de parkeerplaats, maar mochten vervolgens niet meteen naar binnen. We moesten wachten voor de poort, tot je bazen en al je collega's - met of zonder aanhang - er ook waren. Kon ik fijn nog even naar eenden in de sloot tegenover de poort kijken. Er dobberden een dikke dertig op dat lange, smalle watertje. Terwijl ik naar die eenden keek, kwam een grote groep grauwe ganzen aan. De grotere langnekken landden op het akkerland, schuin voor de poort en kleine honderd meter maar vanaf de parkeerplaats. In de slotgracht was het niet erg druk, daar zwom met korte rukjes maar één meerkoet tussen kroos en waterplanten.

Om half acht werden we opgehaald door wat Nederlandse soldaten uit 1800. We speelden het spel van zich aan meldende rekruten die wilden vechten tegen de Fransen. Nadat we braaf salueerden naar de officier van dienst mochten we naar binnen marcheren. We waren nog niet binnen, of ik had al twee welkomstdrankjes op, port geloof ik dat het was. In het fort was het oergezellig, alles heel mooi ingericht. Sfeer en eten en drinken waren voortreffelijk. We genoten van soep en gedroogde spekjes en nasi en gebakken aardappeltjes en zalm en wel zeven verschillende soorten vlees. Ook van voortreffelijke sausjes en allerlei groenten. En je kon drinken zoveel je wou: grand marnier, wodka, whisky, cognac, rode en witte en rosé wijn, hertog Jan pils, Wieckse Witte, zelfs cola of seven up. Gelukkig had ik al voor mijn zevende portje gesprekjes met je grote baas en je kleine baas en met een stuk of tien collega's van je. En sja, na het eten begon het feest. Dansten en hosten we en dronk ik per ongeluk opeens Tia Maria met je collega van de planning. Om twee uur in de nacht kwamen we thuis. Liep ik nog even tegen een lantaarnpaal op. En nu ik dit type, zondagmorgen na het feest, heb ik dus koppijn.

Bolsterturf, zaterdag 1 oktober 2005

193
Het reeënberkenbosje achter 't tankstation

We wandelen er vaker, in dat bos met motorcrossbaan, tussen Asten en Geldrop, achter een tankstation langs Nederlands meest zuidelijke autobaan. Toen wij er vandaag waren werd er niet gecrosst, maar genoten begeleiders en kinderen van een kampvuur op geelzandkaalslag.
De jeugd riep en joelde en speelde rond hoog oplaaiende vlammen. Best leuk om naar te kijken, maar ik zei: 'Hier zien we niks... Zullen we verder lopen naar de Winkelstraat? Daar ligt aan eikenbosrand een weitje met berkenopslag. In dat berkenbosje zaten vaak reeën.' Jij vond het goed en Erpels mening werd niet gevraagd. Die vindt trouwens altijd alles goed, als hij maar kan rakken.

Even later waren we al bij het berkenbosje. Het oogde lief in de mooie herfstmiddag. 'Als jij nu met Ep hier even wacht, dan loop ik naar de andere kant van 't bosje en probeer om een ree te schieten,' zei ik tegen je.
'Is goed,' antwoordde je en je lijnde Erpel aan.
Toen jij na drie minuten naar het bosje wees en Erpel het commando 'Zoek Ep, zoekkk' gaf, dook hij niet het bosje in, maar op mijn spoor. In no time was hij bij me. Ik fluisterde tegen hem: 'Nee Ep, ga vrouwtje zoeken' en toen jij floot, rende hij naar je terug. Na jouw voor de tweede keer aanzetten, je liep een paar passen met hem mee het bosje in, ging hij wel gericht zoeken.
Twee reeën braken uit. Erpel achtervolgde ze niet, want hij luisterde naar je toen je schreeuwde 'Erpel afffff!'
Het ene ree rende meteen dichte dekking in; het andere vluchtte weg over 't weitje, precies tegen zon in. Ik schoot pas nadat het van richting veranderde. De afstand was al een meter of veertig en de camera stond niet op zoom.

Dit was jagen. Noem het stropen. Stropen wat ik heel weinig doe, want ik vind dat je wild niet moedwillig moet opjagen, niet moet verontrusten. Ach, reeënjacht is toch zo makkelijk. Vanaf een hoogzit of vanuit een auto kan je nauwelijks mis schieten, niet mis met hagel- of kogelgeweer en ook niet mis met een camera. Als je drijfjacht beoefent, is het makkelijker om met kogel of hagel een ree te schieten dan met een camera. Met geweer en buks is het beter richten en kan je wel tegen zon in raken. En hagel of kogel verlaat meteen kamer en loop als je de trekker overhaalt; wanneer je fotografeert zit je opgescheept met (kortere of langere) sluitertijden.

Bolsterturf, zondag 2 oktober 2005

194
Honingbijen steken Erpel

Een doodlopend puinweggetje met één, ook doodlopend, zijpaadje in moerasgebiedje. Aan weerszijden van 't aftakkinkje ouwe afdakjes, samenraapsels van ruwe palen en planken en kapotte golfplaten. Hier vind je onder meer ouwe tuinstoelen; allerhande vloer- en wandkleden en matjes; blauwe tonnen; witte jerrycans en witte en bruine emmers; kapotte strobalen; half vergaan touw; prikkeldraad; ouwe, fletse, groene bijenkasten met op die kasten soort jampotjes gevuld met blanke vloeistof - de potjes afgesloten met gaatjesdekseltjes; ook nog imkerkleding opgehangen aan roestige spijkers. En dat alles omgeven door prachtige natuur. Rond al dit fraais in bos en op onlandweitjes allerlei planten en bomen: eik, berk, wilg, els, berk, bamboe, pluimes, vogelkers, berenklauw, brem en fluitenkruid.

Ook vandaag gingen Erpel en ik bij de bijen op bezoek. Gezeten op de imkertroon, een witte tuinstoel met op de zitting een rood gebloemd tapijtje, zag ik opeens in de donkerte tussen op mekaar gestapelde bijenkistjes een koningin rondscharrelen. Net toen ik haar heel mooi meende te vereeuwigen, begon Ep te janken. Hij stoof tussen de zooi vandaan en ging op z'n kop in dorre bladeren en gras staan. Het duurde even voor ik het door had: gestoken door een paar bijen.

Thuisgekomen bleek de foto van de koningin mislukt en had Erpeltje een zowat dicht zittend oog, bovendien te dikke wangen en lippen, maar toen ik hem z'n eten gaf vrat hij als een wolf.

Bolsterturf, maandag 3 oktober 2005

195
Man in groen en reebok

Ik zou een dag grasduinen, ik voelde mij blijmoedig. Ik maakte tussen de berken met de hand een gat in het blad. Terwijl ik zo speel met een gedicht van Martinus Nijhoff, maak ik op hoofdhoogte een opening in dicht sparrengroen. Ik wil wachten op een man in groen tenue en zo kan ik alles zien wat uit bos of maïs te voorschijn komt. Die man zag ik vijf mins terug lopen, naar de andere kant van het bosje waar ik nu vanuit mijn schuilplaats naar kijk. Ik ben vlug met de pinda omgereden. Is hij jager, werknemer van staatsbosbeheer of boer?

Na maar een poosje wachten zie ik opeens de man. Hij staat in een sloot tussen maïs en wei. En dan zie ik ook een reebok. Man en ree kijken naar elkaar. De bok blijft bewegingsloos; de man bukt diep. Reeën zien heel slecht stilstaande objecten, maar de bok is niet gek. Hij zag best het bukken en gaat dus bokken. Hij springt blaffend af, rent over de slootwal in mijn richting. Na zo'n veertig meter vluchten schiet hij hoge maïs in.

Ik wurm me uit de sparren en loop op de man toe. Die draait zich gehaast om en loopt van me af. Even later zie ik hem staan kijken naar een kudde zwarte schapen.

* Afstand Olympus C-765 Ultra Zoom tot reebok op eerste man+reefoto: 170 meter, tot man in sloot 225 meter.

Bolsterturf, dinsdag 4 oktober 2005

196
Boer en boerin achter blauwe balen

Voor boerenbedrijf liggen eenendertig grote, blauwe balen gevuld met gras. Die liggen daar al weken. De koeien in het weiland zullen er zich niet aan
ergeren. Boer en boerin achter blauwe balen, ergeren jullie je er aan?

Terwijl ik naar zwarte schapen kijk, herinner ik me paar regels van Nico Scheepmaker:

   'De zon legt haar verguldsel op de velden
   Het lijkt wel of zij alle schapen kust
   Een prachtig beeld al zal men mij wel melden
   Dat er helaas al copyright op rust'

Waarom toch vergal ik voor mezelf alle plezier om kijkend naar de schapen hen al te zien hangen aan grote slachthuishaken?              

Bolsterturf, woensdag 5 oktober 2005

197
Vroeg avondlijk genieten met Erpeltje

Laat namiddag en vroeg avondlijk genieten met Erpeltje. Tegen zessen nog niet verdampte dauw op spinnenwebben, in lage begroeiing onder bosbomenschaduw. Erpel banjert door alles heen, vernielt de witte raggen. Geeft niet, want spinnen zitten er niet in. 'Waar zitten toch de spinnen, Ep?' 'Pffttt.'

Midden op smalle slootkant een vliegenzwammetje. Het stond eergisteren ook al mooi en jong te wezen. Toen was het baby, nu heeft het al een steeltje en echt hoedje, is het kleuterpaddootje geworden. Of het groot zal groeien? Ik denk van niet, want het staat echt in de weg op 't pad waarover mountainbikers, trimmers, wandelaars, honden, reeën, hazen en wie zal zeggen wie allemaal nog meer passeren.

De slootkanten tussen bos en maïs blijken allemaal reeleeg. Ik ga even zitten tegen een oude eik. Erpeltje gaat af in laatste zonnestralen. Dan verhuist hij naar 't midden van het pad: om beter te kunnen zien naar links en rechts. Naast hem schijnt de zon op witte berkenstammen. 'Sjonge Ep, jij hebt echt de kleur van berkenschors.' 'Pffttt.'

Ik kijk naar de zon die onder gaat achter maïs en bos, zonder uitbundige rode gloed in verwegge hemel. Maar 't is net of er ginds in 't westen door kwajongens een vuurtje wordt gestookt. Vuurtje stoken. Dat was toch zo mooi, zo fijn om te doen. Toen.

Als Erpel en ik huistoe rijden verdwijnen koeien in lage nevel. We stoppen in de berm en stappen uit. Erpel snuffelt wat; ik kijk naar wei en natte mist. Langzamer nog dan 't ondergaan van de zon sluipen witte slierten over 't gras. En het moerasbos achter zowat voor 't oog verdwenen koeien torent hoger dan anders. Zo is het natuurlijk niet, zo lijkt het. 'Kom op Ep, 't begint koud te worden. Vlug naar 't vrouwtje.' 'Wef wef wef wrefffff.'

Bolsterturf, donderdag, 6 oktober 2005

198
Wandelen in warm, zonovergoten herfstbos

Erpel rakt en ik wandel, in zonovergoten oktobervrijdag. Vanaf een parkeerplaats met zendmast is het 'n kwartiertje naar brede puinweg, waarover vanmiddag elk kwartier twee vrachtauto's denderen. Een volle wagen met zwart zand gaat richting Sterksel. Kwartiertje later komt een andere terug. Die terugkomende wagen is dan leeg. Ongeveer halverwege de puinweg passeren ze mekaar. De chauffeurs toeteren dan even.

Op mooie herfstdagen is het ook door de week druk rontelom de verboden vennen. Bezoekers van het recreatiebos achter de parkeerplaats - tamme kuddedieren - sjokken dan in groter aantal dan gewoonlijk achter mekaar aan over het verharde fiets- annex wandelpad, rechtstreeks naar de vennen. Zulke mensen lopen geen spinnenwebben kapot. Alleen met kerstsneeuw is het rond deze vennen nog drukker met wandelende mensen. Vandaag mijd ik dus de verboden vennen. Liever steek ik met Erpel de puinweg over, om met hem langs smalle strook rog de bleke bossen in te duiken.

Houtduiven kleppen weg uit grove dennen. Een roodborst zingt z'n najaarsliedje, hard en schel en wat onzuiver. Twee buizerds mauwen boven rog en bos. De rogge begint grauw te worden. De aren hangen allemaal, de halmen zijn geknakt, lijken korter dan van de zomer. Dit graan zal nooit geoogst worden. Het van het land halen gaat niet, vanwege de jonge aanplant tussen de rog. Nogal wat boompjes zijn door reeën beschadigd. De bokken schuurden de bast van hun geweitje er aan af.

Een reebok springt op uit het grauwe graan en rent kapot gekapt dennenbos in. Erpel ziet hem niet. Die staat dan net aandachtig te luisteren naar blaffende honden ergens bij het grootst verboden ven. Paar minuten later krijgt hij reelucht in de neus en duikt op 't bokkenspoor het bos in. Ik fluit hem terug.

Bij een verlaten, ondiep ven rusten we even. Nou ja, rusten? Ik rust. Ep zwemt een hortje, rent 'ns rond het ven en gaat dan rontelom wat snuffelen. Opeens zit hij achter een reegeit aan. Ik zie nog net haar schort. Weer roep ik Ep terug. Dan ga ik zitten op een omgezaagde boom en geniet van warme stilte, het ven en mooi najaarsweer, hoor ik eikels vallen - plop         plop     plop             plop plop                 plop - en kijk naar hoe de zon in het venwater schijnt. In dit water weerspiegelen geel zand, rood gras, lichtgroen mos, ander lichtgroen van boompjesopschot, geelwitte bunt en daarachter, verder, dieper, ouwe grove dennen; wat verderop in het ven beeltenissen van grote, brede eiken met allerhande tinten groen, lichtgroen waar het zonnetje de eik bereikt, donkergroen aan schaduwzij. En tussen al dat groen 't lichtblauw van heel verwegge hemel. Alsof dit ven geen bodem heeft.
Tijd en gelegenheid voor denken aan. Ik denk aan mijn broer en aan zijn vrouw die longkanker heeft en die door niemand geholpen kan worden.

Aan de waterlijn allerhande patronen in het zand. Tussen door kleine vogeltjes getrokken lijntjes de prenten van reeën, hazen, reigers, eenden, ganzen en een vos. Ik fotografeer een stukje bodem zonder prenten, mooie achtergrond voor een natuurwebsitepagina.

Als we na een uurtje verder wandelen, hoor ik opeens het snerpen van een cirkelzaag. Nog altijd wordt met grof geweld getimberjackt en gecirkelzaagd in ook dit stukkie Nederlands recreatiebos, alsof de bosbeheerder alleen maar kan genieten van centen en vernielde natuur.

Bolsterturf, vrijdag 7 oktober 2005

199
Reeënvoetjes en eendenveertjes bij mekaar

Ik zit op een stronk aan venoever. Ik kijk naar benee, zie de zon nog in het water schijnen. Sinds begin zomer is het waterpeil in de vennen meer dan een meter gezakt. Het reewild in de hoge, droge bossen kan bijna nergens zijn dorst lessen. Dat komt nu drinken uit diepste watertjes. Ik zie witte, donzen eendenveertje tussen diepe, scherpe hoefafdrukjes. Zo ontmoeten ree en eend mekaar, meestal bij schemer en nacht. Maar of eend en ree wel 'ns samen praten? Ik denk van niet. Eenden hebben het immers altijd te druk met elkaar, nietwaar?

In zonnige herfstmiddag is een rups op pad. Hij kent geen kalender en zal denken: ''Het is nog zomer, maar de koekoek roept niet meer.' Wat hij niet ziet is de mollengang verderop in venoever. Mollen lusten kale wormen, maar of ze ook harige rupsen blieven?

Bolsterturf, zaterdag 8 oktober 2005

200
Oetert en Vlerken

We wilden naar de camping, maar kwamen niet verder dan twee aaneengesloten natuurgebiedjes nabij Lierop, tussen groot kanaal en Someren-Heide: 'Vlerkense Beemden' en 'De Oetert'. Erpeltje moest heel nodig pissen, dus zetten we de pinda even op een parkeerplaats in natuurgebied. Dat even werd twee uur, want jij las daar een groenblauw bordje en zei tegen me : 'Hee, op dit bordje staat niks over honden.' 'Niks over honden? Hoezo?' 'Lees maar, niks over honden.' Ik las ook en constateerde: 'De wonderen zijn de natuur nog niet uit.' Daarop lachte jij en zei: 'Jij mag hier rakken zoveel je wil, Ep. Zullen we hier dan maar gaan wandelen?' 'Pfffttt,' antwoordde Erpel.

We volgden braaf de Vlerkenroute. Het was een fijne wandeling. We zagen hop - niet de vogel - en grote, hoge elzen. eiken, berken en wilgen. En we kwamen geen andere wandelaars tegen en Erpie genoot volop, al viel er niks te rakken. Geen haas, geen ree, geen konijn gezien. Wel wat kikkers, maar die zijn Ep te min.
'Mooie omgeving, 'ns wat anders dan alleen maar droge bossen en hei,' zei jij.
'Ja, antwoordde ik, 'en het water in dit stroompje is kristalhelder.'
'Kijk! Schrijvertjes..., da's lang geleden dat ik die zag.'
'Heel mooi... Wat zijn ze vlug, hè?... Sjonge, wat zit er hier veel oer in de bodem... Het water ziet helemaal bruin.'
'Ja ijzeroer. Hoe heet dit stroompje eigenlijk?'
'Astense A, geloof ik... Kijk, daar is de grote weg naar Asten... Loop 'ns niet zo hard. Ik kan je niet bijhouden op m'n sloffen.'
'Aaaahhhh..., jij ook altijd. Doe dan ook gewone schoenen aan.'
'Die zitten in de kofferbak.'
'Getver, kijk toch eens..., die bioschuren bederven de hele omgeving.'
'Boeren moeten ook eten..., maar ja, het is een probleem.'
'Onoplosbaar inmiddels... Zie je daar die reiger?'
'Niks is onoplosbaar...'
En zo klepten we tot we over weiden heen de pinda zagen staan en de route afbraken, want we zouden maar een uurtje naar de camping.
'Bewaren we de rest van de route voor een volgende keer, oké?'
'Yep, oké... Ik verrek van de honger... Maak maar pannenkoeken met ei en heel veel spek.'
'Als je zo praat krijg je niks. Kook je zelf maar.'
'Ow... ...'

Bolsterturf, zondag 9 oktober 2005

201
Hoogzit verwijderd van zieke eik

Tijdens korte wandeling, over puinweg het moeras in, constateerde ik, dat de hoogzit, die tegen grote eik bij onlandreeënweitje, onlangs werd verwijderd.
Pas nu viel me op, hoe erbarmelijk slecht het met betreffende eik gesteld is. Zijn dunne kroon ziet er niet uit, zit vol bladerloze, dode takken.

Ik feliciteerde de reeën, maar of dat ze zal redden van de kogel?

Bolsterturf, maandag 10 oktober 2005

202
Vluggertje moeras

Na avond- en nachtdienst vlug met Erpel naar 't moeras. In wei - waarin ook koeien liepen - een reegeit en haar twee kalfjes. Ep liep teveel voor. De oude geit zag hem, al voordat ik de camera uit de tas gehaald en aangezet had. Eigen schuld, dikke bult. Had ik maar niet aan m'n werk moeten denken toen ik op hond en wild moest letten. Gelukkig hebben paddenstoelen geen snelle, lange pootjes en viel er toch nog wat te knippen.

Tien mins later 'inspecteerde' ik een vervallen hoogzit. Met zware machines werd een dikke maand terug de afknalhutomgeving zwaar toegetakeld. Waarom dat gebeurde weet ik niet. Misschien om rondom een beter schootsveld richting rustig laveiende reeën te krijgen?

Weer tien mins later glimlachte ik om zonlicht dat speelde over de stengel van een springbalsamien. Het kleurde de lange steel rood - wit, telkens versprong het wit door de lieve kracht van een zacht herfstwindje. Dat windje deed de stengel voor hem buigen, maar de stengel wilde niet nederig zijn en veerde telkens terug.
Ook toverden zon en wind witte plekken op boomstammetjes. Ah, het licht speelde gewoon overal, ook over boomkruinen, struiken en onlandbodem. Zelfs de puinweg, Erpel en ik werden niet overgeslagen in dit spel van wind en zon.

Bolsterturf, dinsdag 11 oktober 2005

203
Even bevrijd uit werkdwangbuis

Ik haastte me over brede en smalle paden, even bevrijd uit werkdwangbuis.
Het bos was vrolijk rontelom. Bruine bladeren zwaaiden aan spinnendraden,
en overal witte strepen en vlekken op stammen en bodem, ook op de paden.
Ik mocht niet lang genieten. 'k Moest gaan werken in mijn arbeidspinhuis.

Bolsterturf, woensdag 12 oktober 2005

204
Geelbruine langpootmuggen in witgele bunt

Al bijna half oktober en nog volop zomer! Weer schijnt de heel verwegge hete, gele Bolsterturf heftig over dorstig bos, dorstige hei en naar water smachtende vennen. Ik vraag me af: is nu eindelijk de laatste warme dag 2005 gekomen?
Aan de randen van het paadje naar de hei schitteren de fris groene blaadjes van bospest in het felle herfstlicht. De bladeren van eik en berk zijn doffer, maar ook die verkleurden nog nauwelijks. Als ze al bruin of grijs werden, is dat meer door gebrek aan water.

Boven, tussen en op de lange, taaie, geelwitte bente vliegen, zitten en paren honderden, nee, duizenden bruingele langpootmugjes. Deze langpootjes hebben grote blank doorzichtige vleugels. Daarmee zijn ze rap en snel. Maar wanneer ze het doen met mekaar, zijn ze makkelijk in de lens te vangen. En vandaag doen ze hun uiterste best, net zoals de blauwzwarte phegea vlinders dat al in juni deden. Ze zullen wel denken: 'wie veel paart, die blijft. En beter laat in 't jaar dan nooit.'

Bijna trapt Erpeltje op een mestkever. Die scharrelt op z'n gemakje over een heidepaadje. Het zonlicht schittert (ook) op zijn zwarte pantser. Ik zet hem op de foto, samen met zijn schaduw.

't Knippen wil vandaag weer 'ns niet goed lukken. 'k Wil te vlug, ben te gehaast, denk ik, nee, dat weet ik. Ach, gebrek aan tijd, maar ze zeggen: arbeid adelt. Dus 't komt goed. Evenwel, als je werkt, heb je weinig vrije tijd. Kan je niet lang naar bos en hei. En niet iedereen ziet kans om van zijn hobby zijn werk te maken! Daarvoor is het leven te ingewikkeld en te grillig. Bovendien is altijd een goede keuze maken onmogelijk. En, bij voorbeeld, bekeurkneus zijn geeft weinig salaris.
Hoe gek toch dat het algemeen is geaccepteerd, dat een mens zijn leven goeddeels moet vullen met naar school gaan en werken. Gelukkig vindt ook bijna iedereen, dat je ongeveer acht uur per etmaal moet slapen.
Sjonge zeg, toen ik op de middelbare school zat, dacht ik: 'de samenleving is een puinhoop, onze ouders en grootouders maakten er een zootje van, maar ik en de andere jongens en meiden zullen daar verandering in brengen.' Sja, nogmaals sjonge zeg, ik constateer, ondanks al mijn, veelal domme, werken en ondanks alle mooie praatjes van Bush, Balkenende en allerhande andere - ook belangrijke! - bazen en bazinnen, dat het elk jaar opnieuw een groter klotezootje wordt op ons aardbolletje. Zelfs het feminisme heeft miskleunen en rampen als vogelpest en gekke koeien ziekte niet kunnen tegenhouden. En dan hebben we hier in ons Nederlandje - hoe gelukkig toch! - niet eens vulkanen en wervelstormen of zo.

Ik word wat droef van teveel zon en teveel denken. Ik ga een uurtje slapen op een vanmiddag reeloos weitje. Waar de zon al 's morgens het gras bereiken kan, is de bodem droog en het heerlijk languit liggen. Ik ben gerust en vlei me in het groen. Ik weet, dat Erpeltje bij me zal blijven en me zal wekken als er onraad dreigt.
Na een half uur slapen voel ik natte likken in mijn gezicht. Ik ben blij verrast, want droomde niet en moet lachen als ik Erpels vragende, bruine ogen zie.

Ruim een kwartier later maak ik een serie foto's van de betrouwbaarste wekker die je maar kan hebben. De wekker, alias Erpeltje, poseert graag, weet niet eens dat hij poseert, want jakkerde - door mij aangemoedigd om dat te doen! - als een raketje vijftien minuten door hei en bunt. En daarna is het in te ondiep water van een groot ven heerlijk eventjes afkoelen.

Bolsterturf, donderdag 13 oktober 2005

205
Egeltje in wegberm en wei

Te gek gewoon! Veertien oktober en volop zomer - in de herfst! Bij het van huis gaan wees de thermometer tweeëntwintig graden celsius aan. En dat in de schaduw! Ik parkeer bij de middelste puinweg, ik wil richting moeras. De pinda uit, kijk ik bewust eventjes in de felle zon en dan denk ik: 't lijkt of het nooit meer winter zal zijn, en dan mis ik zomaar opeens de kieften die hier heel de zomer woonden. Dat gemis doet beseffen, dat het weer heel zeker nu spoedig guur en koud zal worden.

Halverwege de zandweg – vol kuilen en gaten, maar plassenloos, want ´t regende nauwelijks de laatste weken – zie ik opeens een groene auto voor verre bosrand staan. 'Hierrr Ep! Je moet ff aan de lijn.' Keurig met het hondje aan de lijn, wandel ik richting groene auto. Lang voordat we bij de wagen zijn, komt uit het bos een lange man. Die stapt in de auto en rijdt meteen weg. 'Zo te zien had i een groene broek en bruin overhemd aan, Ep. Zeker een gewone werknemer van staatsbosbeheer. Je mag weer los. Vrij!' Gekomen bij de plek waar 't groen vehikel stond geparkeerd, vind ik daar niks bijzonders. Onverwacht rukt Erpel aan zijn lijn – langs verharde wegen moet hij altijd vast. Oplettend als altijd ziet hij wat ik niet zag: wat verderop in de berm scharrelt een egeltje. 'Dat het maar oppast Ep. Zo egeltje,  zo geplet.' Maar dan rent het op korte pootjes 't direct aan berm grenzend weiland in. Verbazingwekkend hoe hard zo'n klein en log lijkend stekelding kan lopen.

Even daarna is het rustig in 't moeras. Niks te beleven. Nergens grote groepen trekvogels met vogelgriep of zo. 'Ach Ep, de dieren krijgen altijd de schuld. Al sinds mensenheugenis trekken trekvogels tussen de polen heen en weer. En ze gingen echt niet allemaal dood aan vogelgriep. Die enge dierenziekten komen gewoon door de manier waarop mensen tegenwoordig dieren houden, door hoe de mens omgaat met vogels. Al heel lang voordat mensen de aardbol verklootten trokken de trekvogels al, soms zelfs over oceanen.' Natuurlijk luistert Eppie naar me. Die vindt het fijn als ik hem verhalen vertel. Ik mag hem alles wijsmaken, als dat maar rustig aan en op gemoedelijke toon gebeurt.

Erpel en ik wringen ons door elzen en wilgen om uit te komen op het puinpad met het meeste puin. Voor we dit pad betreden krijg Ep het commando 'Af!' want er zou een haas, ree of vos op dit bijna altijd stille pad kunnen vertoeven. Niet dus, geen vos of ree of haas te bekennen vandaag. Maar wel een auto, ditmaal een zilvergrijze. De auto rijdt telkens een miniem stukje voor- en achteruit. De man of vrouw achter het stuur is bezig om de wagen te keren op het smalle pad. Zodra gekeerd rijdt de wagen van ons af, richting harde weg. Ep mag weer vrij, maar vijf mins later zie ik dat de auto stilstaat op het smalle pad en moet Ep weer aan de lijn. Bij de auto gekomen, zie ik dat er niemand meer in zit. Maar dan komt uit het moeras een dikke man in fel lichtblauw overhemd naar de auto gelopen. Deze man en ik wisselen een korte groet. Dan stapt hij in, rijdt weg en mag Eppie weer vrij.

Vandaag heb ik heb tot negentien nul nul uur tijd bij de vleet. Daarom besluit ik om nog wat te gaan struinen in het bos waar ik de man in het groen bij de groene auto zag. Ep heeft altijd wel tijd voor - en ook zin in – struinen. In gedachten mopperend op klojo´s die met auto´s kloten in het veld, spied ik slootwallen, wissels en kaalslagjes af naar reeën, vossen en hazen.  Langs droge sloot met paar weken terug gemaaide schuine kanten waarop vaak reeën snoepen van grassen en kruiden vond ik twee paddenstoelen, geen wild.

Op terugweg naar de pinda zie ik in wei waarin koeien lopen nog twee mooie paddenstoelen: een grote en brede met daarachter een lange smalle. Dichterbij gekomen blijkt het maar om één paddo te gaan. Wie of wat het voor mekaar kreeg om zo een stuk uit de paddenstoel te krijgen is me een raadsel. 'Een koe is toch zeker veel te lomp om zoiets te kunnen, Ep?' 'Pffttt.'

Bolsterturf, vrijdag 14 oktober 2005

206
Zomerherfstmiddagwandeling

Bij thuiskomst twintig graden celsius. Jij en ik wandelden in speciaal voor het groot publiek deels opengestelde Somerense bossen - op de officiële paden mag je komen! -  en onder warme zon.
Erpeltje - zwartbont duveltje - rakte hel en fier tussen gespaarde bomen en dorre takkenbossen. En hou hem dan maar 'ns in de smiezen als je druk bent met praten over elkaars werk, je ouders, je al grote kinders, opa Dominant en politiek. Even waren wij Ep kwijt, toen voelden we angst en riepen en floten we om het hardst. Maar toen hij eindelijk terug kwam met zijn tongetje bijna op z'n tenen mopperden we niet op hem.
We zagen geen wild en weinig vogels, wel veel wandelaars en fietsers, herfstgenieters.

Reeën willen niet wonen in pas vernielde bossen! Maar toch was het vandaag weer heel fijn in deze in opdracht van bosbeheerder vernielde bossen: op zaterdag en zondag doen Timberjack en Cirkelzaag het niet! Dan is het ongestoord genieten van gevallen eikels en kastanjes waarmee je lief naar elkaar kan gooien, van eikeldopjes waarop je om het hardst kan fluiten - jij wint - en van zomaar zitten op een bankje en kijken naar wandelaars, trimmers, mountainbikers en gewone fietsers, ook naar bomen en bladeren en schaduwen en nooit opgehaalde jaren terug in stukken gezaagde bemoste blauwe boomstam.

Bolsterturf, zaterdag 15 oktober 2005

207
De Goorse Putten TOEGANG NIET TOEGESTAAN tegenover blinde bioschuur

Alsof hoogzomer, zo zonnig de herfst! In tweede helft oktober in Brabant twintig graden celsius in achter woonhuis schuttingschaduw! 't Waaide wat harder dan op voorgaande dagen, een aangenaam briesje uit het oosten.

Campinggazon maaien en onkruid schoffelen, dat moet zo nu en dan gebeuren en is leuk om te doen. Op gazonrand 'n vliegenzwammetje - rood met witte stippen - naast nog bloeiend vetplantje. Erpel slaagt erin om het niet omver te lopen.

Per pinda via Leende en Strijp naar bossen. Waar verharde weg overgaat in zandpad geparkeerd bij grote schuur. Bij bordje Welkom in de Gemeentebossen Leende langgerekt perceel wildernis ingedoken. Daar doorheen gebanjerd, om na half uurtje er weer uit te komen bij bordje Verboden toegang . Onder eiken, elzen en wilgen gegaan, en door riet, brandnetels, bramen en natte zompjes; over nog levende eik over waterloop gelopen - raar gevoel geeft dat: loopje oversteken over door wind verslagen, maar nog levende brug. Ook over prikkeldraad gegaan en daarna door weiden en twee meter hoge maïs. Heel fijn: samen luisteren naar waaien dat suizelt door blaren en toppen van hoge, rijpe, gele maïs.

In de Strijper Aa wat eenden. Twee woerden en twee eendjes poseren graag. 'Kijk Erpel, mag ik je voorstellen? De gebroeders Erpel met hun eega's... Ow, je weet niet, dat een wilde eendenwoerd ook wel Erpel wordt genoemd?' 'Pffttt.'

Terwijl ik eenden knip, vindt Erpel een groot haas tussen struikgewas. Hij jaagt het zijn leger uit en rakt het na, luistert niet naar ons geroep: 'Terugggggggggg... Maggggg niet...!!!' Na drie mins is hij terug, zonder haas, krijgt een preek, geen straf.

Kwartier later staan we, wat verderop, aan veldweg langs waterloop, tussen enerzijds enorme bioschuur en anderzijds strook nat natuurschoon: De Goorse Putten TOEGANG NIET TOEGESTAAN .
'Sjonge zeg,' zeg jij, 'wat een enge schuur. Er zitten geen ramen in.'
'Ja,' antwoord ik, 'hier staan we tussen blinde bioschuur en
De Goorse Putten TOEGANG NIET TOEGESTAAN . In deze schuur meer dieren op mekaar gepropt dan er hazen, reeën en vossen wonen in dit ruige TOEGANG NIET TOEGESTAAN .'
'Ja, arme beesten... Wij twee staan gelukkig aan de goede kant van de blinde muren.'
'Liefste, dit is Nederland anno 2005: rechts een martelkamp tussen blinde muren en links groen cultuurwoud met bordjes
TOEGANG NIET TOEGESTAAN . Laten we ff trots zijn op ons rood-wit-blauw.'

Bolsterturf, zondag 16 oktober 2005

208
Maïsstoppelveld blauw van duiven

Zonnig koude morgen. Helblauwe hemel en matig windje dat aanvoelt alsof het vriest. Maar uit wind en in zonneschijn is het heerlijk wandelen over moeraspuinpaden en langs randen van nog niet afgedane perceeltjes maïs. Foxie rakt door moeras en onland; ik spied op mijn manier naar vos, ree en haas. Hij gebruikt het meest z'n neus, ik m'n ogen. Allebei vinden we geen haarwild. Wel ontwaar ik blauwe en zwarte vlerken in de lucht: 'n blauwe houtduif vliegt voor donkere bosrand langs, laag over maïsstoppel; een kraai roeit hem achterna, tot een gaai Foxie begint uit te schelden en de zwarte vogel besluit van richting te veranderen. Hij is niet dom, deze kraai! Wel beducht voor mensen en jachtgeweren! Zijn de wat minder schuwe duiven ook zo bang voor jagers? De allene blauwe maakt een grote boog, vliegt terug naar vanwaar hij kwam. Dan komen even later grote vluchten blauwe duiven aan, die eerste blauwe was zeker de verkenner, en ziet in mum van tijd een eergister geoogste akker maïs blauw van duiven.

Bolsterturf, maandag 17 oktober 2005

209
Na opstoten houtsnip bezeert Erpel piemel tijdens konijnenjacht

Volop zon, maar koud en winderig. Bij berkenbosje achter Strabrechts heideven schiet een rappe, roestbruine en langsnavelige vogel voor m'n voeten weg: mijn eerste najaarshoutsnip 2005. Erpel ziet 'm niet. Die is fanatiek bezig. Hij springt alsmaar hoog en maakt mannetjes. Daar is hij  heel bedreven in, in staan en dansen op twee pootjes. Zo kan hij - klein opdondertje - over hoge bunt heen kijken.

Hij ruikt een haas (denk ik), maar kan die niet exact lokaliseren. Dan sprint een konijn weg van voor zijn pootjes. Hij er wef wef wef achteraan, maar hij kan niet door de nauwe kruip-sluip-door hazen- en konijnengangetjes in de hoge bunt; hij moet - net al ik - over en om de bentepollen heen. Daarom kan het helemaal geen kwaad om hem in dit terrein zijn gang te laten gaan. Gezonde langoren zijn hem in hoge bunt altijd te vlug af. Dat komt mede, omdat die ook in bente haken slaan. Anders is dat met jonge, onervaren hazen en konijnen, maar die zijn er eind oktober niet of nauwelijks. Die zijn dan al weggestroopt, of gesneuveld in grasmaai- en maïskneusmachines, of platgeplet door timberjacks, of opgegeten door reigers, vossen, kraaien, eksters, bunzings en haviken.
Kijk, het gaat Ep alleen maar om het rakken. Nog nooit beet hij een konijn of haas. En kan het kwaad dat een bont hondje de families haas en konijn beetje scherp houdt? Op omliggende weiden en akkers - in dit natuurgebied zelf mag niet gejaagd worden - mogen van de wetgever jachtgeweren al weer knallen! Het is dus oppassen, dat Ep geen wild heide en bunt uit en zo voor landbouwmachines of geweerlopen van gretige en bloeddorstige boer en heerjagers - de term heerjagers alleen al! - jaagt.
Dan... , heel onverwacht, een luid gejank. Het komt van Ep, die onmiddellijk heel timide bij me komt staan. Ik zie niks aan hem. Ik denk: zeker tegen een boompje aangelopen. Maar z'n koppie is nergens kapot en hij hinkt ook niet.

Als Ep en ik verder struinen, valt me op dat hij telkens even gaan zitten en dan aan z'n piemeltje likt. Doet hij anders nooit. En dan schrik ik flink als ik 'm op zijn rug laat liggen. Zijn voorhuid is kapot, bloedt flink. Als hij het rood weglikt, zie ik dat het vel echt flink beschadigd is. Ik moedig het schoonlikken aan en loop paar mins later met hem terug naar de plek waar hij jankte. Daar blijkt tussen lage paaltjes prikkeldraad gespannen. De scherpe stekels ervan boorden zich in Eps velletje en trokken door zijn snel rennen het voorhuidje grif kapot. Het betreft al oud, zo te zien veel jaren terug gespannen - maar wel nog goed functionerend! - roestig draad. Ik scheld 'ns op de anonieme plaatser en ram vijf paaltjes uit de grond, wind de draad er zo strak mogelijk om en hang het rotzootje aan ook roestig prikkeldraad van meest nabije wei.

Thuisgekomen blijkt het allemaal nogal mee te vallen. Wel het voorhuidje flink kapot, maar de piemel zelf onbeschadigd. Erpel is weer blij en vrolijk.

Uur later krijg ik moppers en Erpeltje een kluif plus kus van het vrouwtje. Het is niet eerlijk! Maar als ik weer een uur later zit te lezen, probeert Erpeltje te fietsen op de kat en katten opeens baas en bazin: '... Je hebt hem niet goed opgevoed.' 'Ach, zeur niet, jij moet gewoon veel voorzichtiger met hem omgaan.' Erpeltje geniet.

Bolsterturf, dinsdag 18 oktober 2005

210
Stadsduiven op kroket

Op weg naar min of meer verplichte, maar achteraf oergezellige receptie loop ik door de stad. Een man gooit halve kroket weg. Wilde warreling van gulzige duiven stort zich erop. De kroket is in mum van tijd verdwenen. En dat terwijl ik altijd dacht, dat duiven niks dan graan en mier (= vogelmuur) lusten.

Bolsterturf, woensdag 19 oktober 2005

211
Ree al in winterdos en over boomstammen en bosbodem speelt zonlicht

Ik haalde Eppie op van huis. Vlug getwee half ochtenduurtje moeras. 'n Bruin ree - al in winterdos - böht weg, schiet van maïskant pad over, donker bos in. 'Reeën staan vaak op plekken waar je ze helemaal niet verwacht, Ep.' Een blauwe reiger staat tussen kudde zwarte schapen. Koolmezen pinken hun alarmroep. Eenzame kraaien en groepjes duiven trekken door bewolkte lucht. In 't bos diffuus licht, overal waar je tegen zon in kijkt. Tegen maïswand en over boomstammen en bosbodem spelen zon en wind. Ik geniet van kijken naar. Maar dan moeten we al weer terug, want frisse lucht maakt slaperig en ik ben moe van dertien uren werken.

Bolsterturf, donderdag 20 oktober 2005

212
Kromme man raapt maïskolven

Grauw wolkendek boven onlandwei. Wrakke hoogzit en vroeger 'ns verdronken berken in motregen, maar weinig water in de sloten nog.

Waar ik tegen bosrand reeën verwacht, loopt blauwe reiger achter dikbilvee. De jongbeesten zien er niet uit, zijn wanstaltig, ook smerig, vies van modder.

Laat avondlicht valt, van achter grauwe wolkenrand, op wilgen, wei en eikenwal. Terwijl ik foto´s maak, rakt Erpel - zo´n honderd meter verderop - fazanten uit maïs. Ik schreeuw hem bij me, mopper niet, lijn hem aan.

Een kromme man gaat gebukt door de avond. Hij raapt na oogst achtergebleven maïskolven, stopt die in een gele tas. Ik wil hem vragen naar zijn rug, maar kom daar niet toe. Hij ziet me komen en fietst haastig weg op grote fiets met grote tassen.

Bolsterturf, vrijdag 21 oktober 2005

213
Hei- en boswandeling in motregen

Hard en schel lachen en joelen kinderstemmen over heideven. Waar op droge herfstzaterdagen veel rustige, stille mensen over smalle paadjes gaan, oud en jong verliefden, of zomaar mannen en vrouwen twee aan twee, mensen die willen genieten, van zon in lucht en water, van bomen, heide, bunt, stilte of van wat dan ook, speelt nu een gezinnetje in lichte regen: jonge vrouw en jonge man, beiden jaar of dertig, met drie lawaaiige kinderen, ongeveer tien, acht en zes. Met z'n vijven maken ze plezier, alsof het helemaal niet mot. Ze zitten achter elkaar aan, rennen om het hardst, joelen en lachen, vooral het kroost.

Het kleinste jongetje maakt een heuveltje van lariksnaalden, net een mierenhoopje. Zijn grote broer schopt het uit mekaar. Het zusje troost haar kleine broertje. Maar dan gaan alle vijf bouwen aan een grote naaldenhoop. Met voeten schuiven ze berkenblad en lariksnaalden bijeen. De jongens gebruiken ook hun handen. Moeder en vader vinden dat best goed

Een door reebok zwaar beschadigd, maar niet dood gegaan grof dennetje zien ze niet. Of ze zien het wel, maar merken het niet op. Ze lopen aan het door de bok blank geschuurd dennentopje voorbij. Ze ontdekken niet de hars op de lange wond en ook niet dat de top nog leeft. Nog niet dood ging, denk ik, als mijn vingers voelen aan hard geworden wit

Ook een dode boom met oren - berkenzwammen - en een wit kaarsje zonder lont - vliegenzwammetje zonder hoed - worden niet opgemerkt. Ze hebben alleen maar oog voor elkaar en voor hun spel. En dan denk ik aan veertig jaar terug, aan toen ik met pa, ma, broers en zussen wandelen ging naar ´t nu ontgonnen, voor altijd te verwegge veld. Nee, toen zag ik nog geen oren aan bomen en geen kaarsjes tussen afgevallen blad.

Bolsterturf, zaterdag 22 oktober 2005

214
Camera te laat schietklaar

Wij lopen door het motorcrossbaanbos.
'Kijk hier! Reeprenten... Wil jij nog 'ns 'n keertje omlopen met Erpeltje? Probeer ik een ree te schieten.'
'Tuurlijk. Is goed... Kom Erpie, ff aan de lijn, ff vast. Mag je zo weer los tussen de berkjes.'

Ik neem een - opzettelijk verwegge - foto van jullie en ga dan staan luisteren naar kirrende patrijsjes. Die zitten in doodgespoten aardappelloof. Dat luisteren naar hun gekir en het niet goed opletten op bosje en weitje is heel dom van me. Oerdom! Jij en Ep zijn nog maar net uit zicht, komt er al een ree aan. En dit ree is vliegensvlug. Het komt in volle vaart mooi recht op me toe, maar rent dan - sneller nog - van me af als ik ons achtervolgend hondje stop: 'Eppp a000000000000f...!!!' En - ook dom van me - de camera staat niet op tele en beweging. Kortom, resultaat van dit alles: heel klein fotoreetje. Het rent voor onsmakelijk ogende bioschuren langs.

Als we even later een vliegenzwam met water op hoed bewonderen, racen vijf motorcrossers op kleurrijke machines voorbij. We hebben Eppie net op tijd afgecommandeerd. Hij kijkt verontwaardigd.
De laatste crosser zwaait naar ons. Ik zwaai terug, terwijl ik denk: 'Deze jongens kan Jap niet vangen..., maar er zal nu net een hond of ree oversteken.' Dan verman ik me en vraag: 'Zullen wij ook maar zulke snelle motortjes kopen?'
'Ja, reeën zijn er niks bij.'
'Ja, kan Ep in 'n bakkie bij me achterop.'
Vòòr jouw antwoord komt, een gulle lach, zijn de snelle jongens uit zicht.

Bolsterturf, zondag 23 oktober 2005

215
Bos en wei in natte avondschemer

Natte donkeravond. Tussen zes en zeven met Erpel naar reeënweitjes. Met de auto, want ik waag me tegen en in donker niet op de fiets over verharde binnenweggetjes. Te veel autogekken die ook bij slecht zicht knoerhard jakkeren! En fietspaden zijn er in Brabant niet te veel!
Net als mensen heeft wild een hekel aan regen, dus geen ree gezien, ook geen haas, konijn of vos. En de foto's die ik tegen donker maakte van wat koeien tegen bosrand, mislukten grandioos. Toch hield ik aan één foto (na knippen, plakken en verkleinen) een mooi achtergrondje voor natuurwebpagina's over: Bolsterturf.nl/page112.htm .

Ik hoop, dat er straks in februari veel sneeuw op groene wei, bruine akker en in kale Brabantbossen liggen zal, ja, ook 'ns in Brabant. Waarom moeten Drenten, Groningers en Friezen alleen gruwelijk verwend met hazen-, reeën- en vossensporen in dik wit op groen en bruin?
Vandaag miezerde het. Ik verlang naar echte herfst, naar striemende regen en bulderwind door bomen en ruigte; ook naar winter met veel sneeuw en ijs. Maar ja, ik verlang ook al weer naar zwemmen in warmer water.

Bolsterturf, maandag 24 oktober 2005

216
Zal hij ooit leren om ook in 't veld dicht bij me te blijven?

Na heel de dag onophoudelijk regen, is de namiddag droog. Wel nog donkere, dreigende wolkenlucht, vooral in 't oosten, maar vanuit west schijnt zo nu en dan de zon op rode en groene boombladeren. Al naar gelang watergangbreedte twee tot vijftien centimeter laag water in paar dagen terug droge sloten en greppeltjes. Wat mij betreft mag dat heel veel meer worden. Er viel nog te weinig nattigheid om ganzen en eenden echt te kunnen behagen (, typt de maffe Bolsterturf, terwijl overal ter wereld boeren, slachters, jagers en overheden wilde en tamme vogels de nek omdraaien).

Mede dank zij 't hemelvocht pronken er opeens veel en allerhande paddenstoelen in 't moeras. Ook de puinpadbermen staan er vol mee. Te gek gewoon hoe snel paddo's groeien!

Helaas, vanavond tussen vijf en zes geen reewild op de - na dikke maand terug maaien door staatsbosbeheer - uitbundig groene onlandweitjes. Wel veel reehoefjes in zwart puinpadzand, hoefjes daar neergezet voor de regen van vandaag.

Kijkend naar hoge, verwegge trekvogels en denkend aan vogelgriep, loop ik tegen zevenen met Erpel huistoe. Onderweg oefen ik met hem het commando 'korter!' want hij rakt altijd en altijd voor me uit. Nooit sjouwt hij eens op z'n gemakje achter me aan. Zal hij ooit leren om ook in 't veld altijd dicht bij me te blijven?

Bolsterturf, dinsdag 25 oktober 2005

217
Lange, bleke botten en wat rossig haar in bunt

Middag in prachtige dag. De zoveelste prachtige dag op rij. Twintig graden. Het lijkt alsof het seizoen verschoven is, opgeschoven is. Ja, het is alsof het midzomer nu, herfstzomer, najaarszomer. Ik zit op een bentepol, geniet van uitzicht over wei, bunt, berken- en krentenruigte en warme, uitgebloeide hei.

Met trage vleugelslag naderen twee zwarte kraaien over hei en bunt. Mij zien ze niet. Ik verstop me achter een eikenstam, maar als de zwartrokken Erpel gewaar worden versnellen ze en verdwijnen geluidloos over krenten- en berkenboompjes.

In lange bente lange, bleke botten en wat dotten reebruin haar. Het gebeente ligt verspreid. Hier twee vlees- en huidloze pootjes, tien meter verder een derde lopertje. Een vierde pootje is niet te vinden. Wel het schedeltje, maar dat is incompleet. Naar geweistangetjes gezocht. Niet gevonden.

In venoever duizenden pootafdrukjes van reiger, ree, haas, eend, gans en vos. 'n Bruinrode libel zweeft boven ven en pootprentjes. Hij landt op een rood balletje, maar niet lang. Voor de camera op macro staat wentelwiekt hij al weer boven water en bunt, om in overgang van zon- en schaduwbodem even neer te strijken op beetje nat venoevermos

Bolsterturf, woensdag 26 oktober 2005

218
Met het oog op functiezonering en leerpad bosbeheer timberjacken en cirkelzagen van winter tot winter

Bijna november en drieëntwintig graden celsius. Ik sta in herfstbos. Voor me grauwe, net niet rottende rog in bosschaduw; voorbij de rog lichtgroen weiland en daar achter dubbele rij herfstkleurrijke eiken langs provinciale weg. De economie moet groeien en het is midden in de werkdag. Rijden er daarom veel auto's tussen H. en S? Ik moet een poos wachten, voordat ik de eiken knippen kan zonder ook auto's digitaal te vangen. In de wagens weet ik loonslaven en huisvrouwen. Misschien rijdt er ook eentje voorbij met een burgemeester, bekeurkneus of bosbeheerder aan boord.

Het verkeer boeit me niet. Ik draai me om en loop het bos in, heel ver richting zuid. Soms wandel ik door een nimbus. Dan voel ik in schaduw zon op m'n gezicht. Dan blijf ik even staan met mijn hoofd in de stralenbundel. 'Kijk Ep, nu is mijn kop het aureool.' Erpel is het worst, maar zo mooi die nimbussen: koplampen zonder dat er auto's en motoren aan te pas komen. Ze kleuren donkere bosbodem lichter bruin en lichter groen. Nee, Erpel heeft er echt geen aandacht voor. Die jakkert opeens achter een haas. De langoor ziet mij niet, rent op me af, slaat net voor botsing een haak en verdwijnt in lang bosgras. Ik roep Ep terug. Hij komt meteen.

Soms sta ik stil bij een paddenstoel. Geniet ik van kleur en vorm, voel aan witte schimmel die bezig is met verteren van zwammen en andere schimmels. Waarom niet genieten van dit alles? Zo is immers het leven: eten en gegeten worden.

Uit het bos gekomen, schijnt de najaarszon vol en fel en warm in mijn gezicht. En tuurlijk ook op akkers en zuidbosrand. De maïs is geoogst. Sommige akkers zijn alweer ingezaaid met graan. Wat voor graan weet ik niet. Dat is niet erg, het voorjaar zal me het me verklappen. Nu wil ik alleen maar fijn genieten, van najaarszon die schijnt alsof het augustus is.

Via andere route terug naar de pinda valt er - tussen verboden vennen en parkeerplaats - weinig meer te genieten. Boswerkers zijn los gelaten op eiken en beuken. De mannen laten cirkelzagen ronken. Stalen haaientanden knetteren en brullen, bijten in, vreten zich door het harde hout. Alsof er motorcross aan de gang is, zo gaan de zagen te keer. Onophoudelijk vallen bomen: fel, knerpend kraken gevolgd door doffe dreunen.
Dit bos is al mooie bomenarm! Patsamme, denk ik, geldwolven! op macht en poen beluste klote bestuurders en ambtenaren! Laat bomen met rust! Waarom mogen er in Nederland geen echte mini wouden komen? Geen geheimzinnige, dichte, donkere bossen waarin vos, ree, haas, havik, eekhoorn, uil, hert, zwijn, houtsnip en ook zowat uitgestorven dieren als dassen, marters en hermelijnen weer echt plezierige leefruimte hebben?

Ik luister naar het zagen en lees de tekst op een van overheidswege geplaatst bordje. Op dat bordje staan moeilijke woorden en begrippen vermeld. De paar zinnen gaan over geïntegreerd bosbeheer, functie integratie, functiezonering, recreatiefunctie, natuurleerpad en leerpad bosbeheer. Kindonvriendelijke tekst. Te moeilijk. Kinderen zullen het niet begrijpen, maar gelijk van hout gemaakt papier, is ook hout zelf geduldig. Je kan er van alles en nog wat op kwijt: moeilijke woorden, ambtenarentaal, bestuurdersonzinnigheden. En dan te weten, dat voor deze tekst een boom moest worden omgezaagd.
In lente timberjacken, in herfst cirkelzagen. Enerzijds bomenkap en anderzijds onzinbordjes. De kanten van de zogenaamde leerpaden staan er vol mee. Wat heeft deze gemeentelijke tekst voor nut? Slikken wandelaars die de moeite nemen om te lezen dit allemaal zomaar? Feit is, dat wandelaars die braaf over paden wandelen wel 'ns een klacht indienen als die paden te modderig of te stoffig zijn. Kwaliteit en aanzicht van het bos schijnt men minder belangrijk te vinden.
Ach, dit bos zal nooit woud zijn, wel park. En toch blijf ik blij, want ik denk: Bolsterturf, je zal boswerker zijn. Helm op je kop, oordoppen in en gehoorbeschermers over je oren. En maar zagen, heel de lange dag van acht werkuren. Hoor je alleen maar je scherpe, levensgevaarlijke zaag, het kraken van takken en doffe dreunen. Nooit eens een mees of duif of gaai. Nou ja, dat laatste misschien in de schaft.

Bolsterturf, donderdag 27 oktober 2005

219
Blauwen tegen zon in worden zwart

Drieëntwintig celsius op schuttingschaduwthermometer. Rond twee in de middag door hoogzomerweer naar 't moeras. Fox en ik. Hij rent. Ik fiets. We genieten. Fox 't meest met z'n neus; ik met ogen en huid. Genieten van warme zon en allerhande tinten groen en geel en bruin en rood en zilver. Er is nog natuurschoon in klein, mensendruk Nederland! Prenten van vos en ree in trekker- en wagensporen. 'Kijk Fox! berken kalen, laten gele blaadjes vallen. Eikenblad roodt. Grif geel pronkt rijpe maïs.., kijk! zie je die lange rij uitgebloeid fluitenkruid, de tinten geel en bruin en zilverwit in groen riet?' Ik lach, want m'n vriendje luistert niet. Hij heeft het te druk met snuffen en speuren. En nee, het is geen zomer. Het is herfst. Najaar. Bijna november.

Als ik afstap, fiets in boerenslootwal leg, poosje ga zitten met rug tegen eikenstam, in overhemd, zonder trui aan, voel ik warme zon lief in m'n gezicht. Terwijl ik houtduiven 'schiet', rent Fox heen en weer door boerensloot met twintig centimeter laag water. Dan gaat hij snuffen naar rat, muis, mol, haas, vos, wezel, fazant en ree. Tegen zon in ziet de hemel zwart van blauwe duiven. Die duiven, ze azen op geoogste maïsakker en rusten uit op de dode takken van verdronken moerasberken. Ze vliegen alsmaar heen en weer. Ze doen druk, maar koeren willen de doffers niet.
Tegen drieën verdwijnt langzaamaan de zon achter vriendelijke wolken. Het blijft lekker weer, te warm voor dikke, groene trui.

Bolsterturf, vrijdag 28 oktober 2005

220
Na tuingeklooi houtduif in sparrentop tegen blauwe hemel

'Het gat is veel te groot.'
'Hoezo?'
'Nou simpel, 't vetplantje verzuipt er in.'
'Welnee, er staat niet eens water in het gaatje. De grond is kurkdroog. 't Regent veel te weinig.'
'Ga jij nou maar vast die bamboe die je jatte planten.'
'Jatte?... Onlandplanten zijn net als wild res nullius.'
'Res nullius?? Wa's dat?'
'Dat is wat je je toeëigent, omdat het van niemand is. En bamboe op een onlandweitje is van niemand.'
'...

We zijn bezig in de campingtuin. Alle plantjes moeten volgens plan naar voor verhuizen. Struiken als brem, bes, vlinder en hulst zijn naar 't midden toe gedacht en achter in de tuin hebben we sparren, lariksen, berken en vlieren gepland.

...'
'Daar kan dus best wat bamboe gevonden in onlandweitje bij. Tenminste, dat vind ik.'
'Jaja... De kruidenhoek moet groter. Als je klaar bent met je bamboe spit dan dit stuk hier om. Verzet ik de kleine plantjes wel.'
'K.tplantjes.'
'Wat voor plantjes zei je?'
'Mooie plantjes... Heb je genoeg potgrond? Weertje hè?... 't Lijkt wel juli.'
'...

Moe van tuin en kibbelen wandelen we tegen drieën door de bossen. Erpel vindt twee reeën, twee konijnen en twee houtsnippen. Maar dan komen we in cirkelzaaggebied.
'Sjonge zeg, wat zien de bossen er schandalig uit! Zonde van alle mooie eiken en beuken.'
'Ja, verdomme, de klootzakken doen zelfs de dikste en mooiste bomen om.'
'Geen reden om te vloeken... Ik ben moe... Zullen we naar huis gaan?'
'Waarom? Vannacht wordt de klok verzet... We hebben uur meer vandaag, dus alle tijd. Nog even naar de grote reeënwei?'
'Nee!... En met kerstmis wil ik met zessen naar De Brug dit jaar. Geen zin in koken dan.'
'Zow..., gaat weer duiten kosten.'
'Wil jij dan koken met de kerst?'
'Huh? Nee..., oké, ik vind alles best. Maar misschien moet ik dan werken.'
'Je hebt een rooster... En als je moet werken, dan maar één van beide dagen, toch?'
'Ja, regel het maar met L. en M. ... Heb jij ook een fijne kerst, hoef je niet te koken en zo.'
'En zo?... Hee kijk, die duif gluurt naar ons.'
'Duif? Wat duif?'
'Die daar..., boven in die spar.'
'Ja..., ik zie 'm. Te gek gewoon..., bijna november en jij loopt in blousje en ik in hemd... Hmm, de lucht is juliblauw en warm... Effe nog zwemmen in het diepst verboden ven?'
'Pootje baden oké.'
'...

Bolsterturf, zaterdag 29 oktober 2005

221
Retourtje zuipkluis

Zoveelste zomerdag in herfstgetij. Waar asfalt over gaat in zandweg Pinda geparkeerd in eikschaduw, bij begin gemeentebossen en tegenover enorme boerenschuur. Te voet verder, zandweg af en via grote, drukke Leenderheide naar de Achelse Kluis. Anderhalf uur heen, tweeënhalf uur terug.
Op heenweg heel veel mensen in allerhande bonte kleding waargenomen: mensen in auto's, mensen op motoren, mensen op bromfietsen, mensen op snorfietsen, mensen op renfietsen, ligfietsen en mountainbikes, de meeste mensen op gewone fietsen. Ook mensen te voet, te paard en in huifkarren. En wat gaaien, kraaien, meeuwen en trekvogeltjes ook gezien.

Het was keidruk bij de abdij. Toen jij voor de eerste keer bestelde - er stond zo'n lange rij vrouwen en mannen voor de tapkast dat je meteen maar vier trappist dubbel meenam - telde een monnik al vast de dagopbrengst tot nu toe. Niemand kwam op het idee om hem te overvallen. De meisjes achter de tap moesten keihard werken, maar er waren te weinig stoelen en tafeltjes. Kennelijk schatte de geestelijkheid de weergoden verkeerd in, werden tafeltjes en stoelen te vroeg naar kloosterzolder of -kelder verbannen. Zo misten de monniken vandaag nogal wat omzet: veel gasten wensten niet in rij te gaan om wat gebrouwen bruin of geel vocht te bemachtigen.
Ik ben niet tuk op staande receptie en had geen zin in stoelendans, dus vond ik in muurschaduw een zitplek, op ter plaatse zo te zien schone kloostervloer. Rug tegen muur, benen languit en het mensen observeren kon beginnen.
Toen jij eindelijk terug kwam met grote bollen bruin - ik moet altijd op Erpel passen, maar haalde een tweede en vierde keer - zaten we daarna best heel lang tegen die muur en keken en praatten en lachten we. Ik zal maar niet verhalen naar, over en om wat allemaal precies .

Met in alle benen een stuk of wat pinten liepen we tegen vieren de zuipkluis uit. Terug namen we een route langs hei- en boskant, gingen we door akkers en weiden. Nu ontmoetten we geen mensen, genoten we meer van meeuwen, kraaien en gaaien, ook van koeien, geiten, schapen, paarden, duiven, kikkers, merels, eenden, roeken, libellen, kauwen, muggen, ganzen, spreeuwen, fazanten, blauwe- en zilverreigers.
Gelukkig kregen we alle rust en ruimte om vaak en veel te wateren, maar helaas wist ik vaak niet wat dat nou precies voor trekvogels zijn. Jij vond het niet erg, want we hadden lol om een bordje Pas op! ''Schrikdraad'' en om onszelf en we discussieerden over lijnenspel in pas gezaaide graanakker en kusten onder oranje knotwilgtakken.

Het was donker toen we eindelijk weer bij de pinda waren. Over legale binnenweggetjes reden we langzaam naar de camping.

Bolsterturf, zondag 30 oktober 2005

222
Heerlijk zomers aandoende laatste oktoberdag

Morgen
Een man en zijn hondje - groot, eigenwijs, dominant, bont foxje - lopen over onlandwei en gewone wei. De man geniet. Hij geniet simpelweg van groene onlandwei, groenere gewone wei en van blauwe lucht weerspiegeld in blauw sloot- en greppelwater. Hij kan en mag genieten van alles rontelom: van zomaar wat kleurrijke ruigte, van bijna lentegroene najaarstruiken en van herfstkleuren in moerasgeboomte. Zelfs kale, dode, verzopen berken vindt hij plezierig om naar te kijken. Zijn hondje snuffelt alleen maar, die denkt niet, die doet, die speurt en stroopt, heeft er geen erg in dat twee jonge koeien gescheiden werden. Vorige week liepen de jongbeesten nog samen in een wei. Vandaag staan ze allebei aan stroomdraad en loeien naar elkaar. De man ergert zich: aan schrikdraad en aan vloek in 't veld, een hoogzit, hoge ree- en vosafknalhut.

Middag
Een man en zijn hondje struinen door hei en bunt. En ze zitten een poos samen in de zon, aan rand van ondiep ven. Terwijl het hondje baddert, waart de man twee wilde eenden na die opstegen van het water. Dan lopen hond en man weer verder. De man vindt een groepje berken in uitgebloeide hei heel mooi. Zijn vriendje snuft aan een verzameling houtduifveren, wijst ze aan. De man speurt de lucht af en zegt: 'Nergens 'n valk of havik te bekennen, Fox. Wel een vliegtuig en een parazeiler'.

Avond
Een man en zijn hondje zoeken in droog moeras naar ree en vos. Ze vinden die niet, wel hun sporen. De man gaat zitten wachten op wild dat zich misschien toch nog vertonen wil, op de stam van een omgevallen berk. Terwijl zijn Foxje graaft naar muizen, geniet hij van vogeltrek tegen wilde najaarslucht en het duister silhouet van door stormwind kapot gewrongen eens hoge, krachtige eik.

Bolsterturf, maandag 31 oktober 2005

index oktober 2005
0192 01-10-05 Zonneschijn na oktoberochtendregen

0192a 01-10-05 Fort Hedikhuizen
0193 02-10-05 Het reeënberkenbosje achter 't tankstation
0194 03-10-05 Honingbijen steken Erpel
0195 04-10-05 Man in groen en reebok
0196 05-10-05 Boer en boerin achter blauwe balen
0197 06-10-05 Vroeg avondlijk genieten met Erpeltje
0198 07-10-05 Wandelen in warm, zonovergoten herfstbos
0199 08-10-05 Reeënvoetjes en eendenveertjes bij mekaar
0200 09-10-05 Oetert en Vlerken
0201 10-10-05 Hoogzit verwijderd van zieke eik
0202 11-10-05 Vluggertje moeras
0203 12-10-05 Even bevrijd uit werkdwangbuis
0204 13-10-05 Geelbruine langpootmuggen in witgele bunt
0205 14-10-05 Egeltje in wegberm en wei
0206 15-10-05 Zomerherfstmiddagwandeling
0207 16-10-05 De Goorse Putten TOEGANG NIET TOEGESTAAN tegenover blinde bioschuur
0208 17-10-05 Maïsstoppelveld blauw van duiven
0209 18-10-05 Na opstoten houtsnip bezeert Erpel piemel tijdens konijnenjacht
0210 19-10-05 Stadsduiven op kroket
0211 20-10-05 Ree al in winterdos en over boomstammen en bosbodem speelt zonlicht
0212 21-10-05 Kromme man raapt maïskolven
0213 22-10-05 Hei- en boswandeling in motregen
0214 23-10-05 Camera te laat schietklaar
0215 24-10-05 Bos en wei in natte avondschemer
0216 25-10-05 Zal hij ooit leren om ook in 't veld dicht bij me te blijven?
0217 26-10-05 Lange, bleke botten en wat rossig haar in bunt
0218 27-10-05 Met het oog op functiezonering en leerpad natuurbeheer
timberjacken en cirkelzagen van winter tot winter

0219 28-10-05 Blauwen tegen zon in worden zwart
0220 29-10-05 Na tuingeklooi houtduif in sparrentop tegen blauwe hemel
0221 30-10-05 Retourtje zuipkluis
0222 31-10-05 Heerlijk zomers aandoende laatste oktoberdag


Bolsterturf © bolsterturf.nl

IntroHoofdpaginaInhoudsopgaveNatuurdagboekRecentVideoHoogzitten en jachthuttenMuziekGedichtenOver bolsterturf en Bolsterturf
Stukjes tekst, video's en foto's van bos, hei en waterkant; over grasduinen en struinen in natuur en veld, over zon en wind en buiten zijn
<<<<<<<<<<<<<< Home >>>>>>>>>>>>>>