|
Bolsterturfs natuur B o l s t e r t u r f s n a t u u r Dagboek oktober 2005
192 De eerste oktoberochtend komt met regen, gestage regen uit grijze lucht. Weg zijn de hete dagen van september, weg warmte en zon. Maar ook regen heeft zijn bekoring. Het is mooi om naar te kijken. En ik voel de natte droppen niet. Het raam van mijn computerhok houdt wind en kou en nattigheid buiten. Ik kijk naar de grote droppen op het raam van mijn computerhok, en door raam en droppen naar de bruidssluier van buurvrouw links. Die hangt vol en wit te pronken aan de muur van d'r schuurtje. En ook haar gele bolchrysant in grote, bruine bloempot maken het door natte ruit en regen naar buiten kijken een plezierige bezigheid. Tegen elven zie ik eindelijk een vogel vliegen. Het is een houtduif die op rappe vleugels richting hei en bos koerst. En achter de duif is er dan opeens ietsepietsie blauw in de hemel. Ik verlaat mijn hok, doe beneden trui, sokken en schoenen aan, pak mijn sleutelbos, open de voordeur en verlaat met Erpel - ik hoef hem bijna nooit te roepen - het huis. Net voor het kleine bosven zit een vogeltje op een dode tak. Door de zoeker van de camera zie ik het over z'n schoudertje naar me gluren. Een winterkoninkje, denk ik. Maar dan hipt het van tak naar tak en zie ik dat 't een roodborstje is. Op weg naar strook rog langs bos, kom ik langs witte paddenstoeltjes. Ik kan niet nalaten ze te fotograferen. Als ik - thuisgekomen - ze bekijk op 't monitorscherm, denk ik: had ik maar alleen dat ene zuiver witte kleintje gefotografeerd, nu is het niet mooi scherpwit. Achter, inmiddels grauwbruine, rog staat boven wei een torenvalk te bidden. Wanneer ik de camera uit het draagtasje heb gevogeld, zit hij op een - altijd te ver - paaltje. En daar blijft hij zitten, ook nog als ik na tien mins het wachten moe ben en verder loop. En dan breekt opeens de zon door. Gaandeweg de middag wordt de lucht alsmaar blauwer, zie ik de zon steeds vaker en voor langere tijd, wordt de dag behaaglijk, zonnig warm, alsof niet dra de winter komen zal maar het vanaf morgen weer lente wezen mag. Bolsterturf, zaterdag 1 oktober 2005
192a Ik heb wat koppijn, want we gingen met een taxibusje naar fort Hedikhuizen. De reis verliep voorspoedig. Onderweg verzamelde onze chauffeuse nog twee collega's plus aanhang van je. Met z'n zessen werden we, keurig op tijd, afgezet op de parkeerplaats, maar mochten vervolgens niet meteen naar binnen. We moesten wachten voor de poort, tot je bazen en al je collega's - met of zonder aanhang - er ook waren. Kon ik fijn nog even naar eenden in de sloot tegenover de poort kijken. Er dobberden een dikke dertig op dat lange, smalle watertje. Terwijl ik naar die eenden keek, kwam een grote groep grauwe ganzen aan. De grotere langnekken landden op het akkerland, schuin voor de poort en kleine honderd meter maar vanaf de parkeerplaats. In de slotgracht was het niet erg druk, daar zwom met korte rukjes maar één meerkoet tussen kroos en waterplanten. Om half acht werden we opgehaald door wat Nederlandse soldaten uit 1800. We speelden het spel van zich aan meldende rekruten die wilden vechten tegen de Fransen. Nadat we braaf salueerden naar de officier van dienst mochten we naar binnen marcheren. We waren nog niet binnen, of ik had al twee welkomstdrankjes op, port geloof ik dat het was. In het fort was het oergezellig, alles heel mooi ingericht. Sfeer en eten en drinken waren voortreffelijk. We genoten van soep en gedroogde spekjes en nasi en gebakken aardappeltjes en zalm en wel zeven verschillende soorten vlees. Ook van voortreffelijke sausjes en allerlei groenten. En je kon drinken zoveel je wou: grand marnier, wodka, whisky, cognac, rode en witte en rosé wijn, hertog Jan pils, Wieckse Witte, zelfs cola of seven up. Gelukkig had ik al voor mijn zevende portje gesprekjes met je grote baas en je kleine baas en met een stuk of tien collega's van je. En sja, na het eten begon het feest. Dansten en hosten we en dronk ik per ongeluk opeens Tia Maria met je collega van de planning. Om twee uur in de nacht kwamen we thuis. Liep ik nog even tegen een lantaarnpaal op. En nu ik dit type, zondagmorgen na het feest, heb ik dus koppijn. Bolsterturf, zaterdag 1 oktober 2005
193 We wandelen er vaker, in dat bos met motorcrossbaan, tussen Asten en Geldrop, achter een tankstation langs Nederlands meest zuidelijke autobaan. Toen wij er vandaag waren werd er niet gecrosst, maar genoten begeleiders en kinderen van een kampvuur op geelzandkaalslag. Even later waren we al bij het berkenbosje. Het oogde lief in de mooie herfstmiddag. 'Als jij nu met Ep hier even wacht, dan loop ik naar de andere kant van 't bosje en probeer om een ree te schieten,' zei ik tegen je. Dit was jagen. Noem het stropen. Stropen wat ik heel weinig doe, want ik vind dat je wild niet moedwillig moet opjagen, niet moet verontrusten. Ach, reeënjacht is toch zo makkelijk. Vanaf een hoogzit of vanuit een auto kan je nauwelijks mis schieten, niet mis met hagel- of kogelgeweer en ook niet mis met een camera. Als je drijfjacht beoefent, is het makkelijker om met kogel of hagel een ree te schieten dan met een camera. Met geweer en buks is het beter richten en kan je wel tegen zon in raken. En hagel of kogel verlaat meteen kamer en loop als je de trekker overhaalt; wanneer je fotografeert zit je opgescheept met (kortere of langere) sluitertijden. Bolsterturf, zondag 2 oktober 2005
194 Een doodlopend puinweggetje met één, ook doodlopend, zijpaadje in moerasgebiedje. Aan weerszijden van 't aftakkinkje ouwe afdakjes, samenraapsels van ruwe palen en planken en kapotte golfplaten. Hier vind je onder meer ouwe tuinstoelen; allerhande vloer- en wandkleden en matjes; blauwe tonnen; witte jerrycans en witte en bruine emmers; kapotte strobalen; half vergaan touw; prikkeldraad; ouwe, fletse, groene bijenkasten met op die kasten soort jampotjes gevuld met blanke vloeistof - de potjes afgesloten met gaatjesdekseltjes; ook nog imkerkleding opgehangen aan roestige spijkers. En dat alles omgeven door prachtige natuur. Rond al dit fraais in bos en op onlandweitjes allerlei planten en bomen: eik, berk, wilg, els, berk, bamboe, pluimes, vogelkers, berenklauw, brem en fluitenkruid. Ook vandaag gingen Erpel en ik bij de bijen op bezoek. Gezeten op de imkertroon, een witte tuinstoel met op de zitting een rood gebloemd tapijtje, zag ik opeens in de donkerte tussen op mekaar gestapelde bijenkistjes een koningin rondscharrelen. Net toen ik haar heel mooi meende te vereeuwigen, begon Ep te janken. Hij stoof tussen de zooi vandaan en ging op z'n kop in dorre bladeren en gras staan. Het duurde even voor ik het door had: gestoken door een paar bijen. Thuisgekomen bleek de foto van de koningin mislukt en had Erpeltje een zowat dicht zittend oog, bovendien te dikke wangen en lippen, maar toen ik hem z'n eten gaf vrat hij als een wolf. Bolsterturf, maandag 3 oktober 2005
195 Ik zou een dag grasduinen, ik voelde mij blijmoedig. Ik maakte tussen de berken met de hand een gat in het blad. Terwijl ik zo speel met een gedicht van Martinus Nijhoff, maak ik op hoofdhoogte een opening in dicht sparrengroen. Ik wil wachten op een man in groen tenue en zo kan ik alles zien wat uit bos of maïs te voorschijn komt. Die man zag ik vijf mins terug lopen, naar de andere kant van het bosje waar ik nu vanuit mijn schuilplaats naar kijk. Ik ben vlug met de pinda omgereden. Is hij jager, werknemer van staatsbosbeheer of boer? Na maar een poosje wachten zie ik opeens de man. Hij staat in een sloot tussen maïs en wei. En dan zie ik ook een reebok. Man en ree kijken naar elkaar. De bok blijft bewegingsloos; de man bukt diep. Reeën zien heel slecht stilstaande objecten, maar de bok is niet gek. Hij zag best het bukken en gaat dus bokken. Hij springt blaffend af, rent over de slootwal in mijn richting. Na zo'n veertig meter vluchten schiet hij hoge maïs in. Ik wurm me uit de sparren en loop op de man toe. Die draait zich gehaast om en loopt van me af. Even later zie ik hem staan kijken naar een kudde zwarte schapen. * Afstand Olympus C-765 Ultra Zoom tot reebok op eerste man+reefoto: 170 meter, tot man in sloot 225 meter. Bolsterturf, dinsdag 4 oktober 2005
196 Voor boerenbedrijf liggen eenendertig grote, blauwe balen gevuld met gras. Die liggen daar al weken. De koeien in het weiland zullen er zich niet aan Terwijl ik naar zwarte schapen kijk, herinner ik me paar regels van Nico Scheepmaker: 'De zon legt haar verguldsel op de velden Waarom toch vergal ik voor mezelf alle plezier om kijkend naar de schapen hen al te zien hangen aan grote slachthuishaken? Bolsterturf, woensdag 5 oktober 2005
197 Laat namiddag en vroeg avondlijk genieten met Erpeltje. Tegen zessen nog niet verdampte dauw op spinnenwebben, in lage begroeiing onder bosbomenschaduw. Erpel banjert door alles heen, vernielt de witte raggen. Geeft niet, want spinnen zitten er niet in. 'Waar zitten toch de spinnen, Ep?' 'Pffttt.' Midden op smalle slootkant een vliegenzwammetje. Het stond eergisteren ook al mooi en jong te wezen. Toen was het baby, nu heeft het al een steeltje en echt hoedje, is het kleuterpaddootje geworden. Of het groot zal groeien? Ik denk van niet, want het staat echt in de weg op 't pad waarover mountainbikers, trimmers, wandelaars, honden, reeën, hazen en wie zal zeggen wie allemaal nog meer passeren. De slootkanten tussen bos en maïs blijken allemaal reeleeg. Ik ga even zitten tegen een oude eik. Erpeltje gaat af in laatste zonnestralen. Dan verhuist hij naar 't midden van het pad: om beter te kunnen zien naar links en rechts. Naast hem schijnt de zon op witte berkenstammen. 'Sjonge Ep, jij hebt echt de kleur van berkenschors.' 'Pffttt.' Ik kijk naar de zon die onder gaat achter maïs en bos, zonder uitbundige rode gloed in verwegge hemel. Maar 't is net of er ginds in 't westen door kwajongens een vuurtje wordt gestookt. Vuurtje stoken. Dat was toch zo mooi, zo fijn om te doen. Toen. Als Erpel en ik huistoe rijden verdwijnen koeien in lage nevel. We stoppen in de berm en stappen uit. Erpel snuffelt wat; ik kijk naar wei en natte mist. Langzamer nog dan 't ondergaan van de zon sluipen witte slierten over 't gras. En het moerasbos achter zowat voor 't oog verdwenen koeien torent hoger dan anders. Zo is het natuurlijk niet, zo lijkt het. 'Kom op Ep, 't begint koud te worden. Vlug naar 't vrouwtje.' 'Wef wef wef wrefffff.' Bolsterturf, donderdag, 6 oktober 2005
198 Erpel rakt en ik wandel, in zonovergoten oktobervrijdag. Vanaf een parkeerplaats met zendmast is het 'n kwartiertje naar brede puinweg, waarover vanmiddag elk kwartier twee vrachtauto's denderen. Een volle wagen met zwart zand gaat richting Sterksel. Kwartiertje later komt een andere terug. Die terugkomende wagen is dan leeg. Ongeveer halverwege de puinweg passeren ze mekaar. De chauffeurs toeteren dan even. Op mooie herfstdagen is het ook door de week druk rontelom de verboden vennen. Bezoekers van het recreatiebos achter de parkeerplaats - tamme kuddedieren - sjokken dan in groter aantal dan gewoonlijk achter mekaar aan over het verharde fiets- annex wandelpad, rechtstreeks naar de vennen. Zulke mensen lopen geen spinnenwebben kapot. Alleen met kerstsneeuw is het rond deze vennen nog drukker met wandelende mensen. Vandaag mijd ik dus de verboden vennen. Liever steek ik met Erpel de puinweg over, om met hem langs smalle strook rog de bleke bossen in te duiken. Houtduiven kleppen weg uit grove dennen. Een roodborst zingt z'n najaarsliedje, hard en schel en wat onzuiver. Twee buizerds mauwen boven rog en bos. De rogge begint grauw te worden. De aren hangen allemaal, de halmen zijn geknakt, lijken korter dan van de zomer. Dit graan zal nooit geoogst worden. Het van het land halen gaat niet, vanwege de jonge aanplant tussen de rog. Nogal wat boompjes zijn door reeën beschadigd. De bokken schuurden de bast van hun geweitje er aan af. Een reebok springt op uit het grauwe graan en rent kapot gekapt dennenbos in. Erpel ziet hem niet. Die staat dan net aandachtig te luisteren naar blaffende honden ergens bij het grootst verboden ven. Paar minuten later krijgt hij reelucht in de neus en duikt op 't bokkenspoor het bos in. Ik fluit hem terug. Bij een verlaten, ondiep ven rusten we even. Nou ja, rusten? Ik rust. Ep zwemt een hortje, rent 'ns rond het ven en gaat dan rontelom wat snuffelen. Opeens zit hij achter een reegeit aan. Ik zie nog net haar schort. Weer roep ik Ep terug. Dan ga ik zitten op een omgezaagde boom en geniet van warme stilte, het ven en mooi najaarsweer, hoor ik eikels vallen - plop plop plop plop plop plop - en kijk naar hoe de zon in het venwater schijnt. In dit water weerspiegelen geel zand, rood gras, lichtgroen mos, ander lichtgroen van boompjesopschot, geelwitte bunt en daarachter, verder, dieper, ouwe grove dennen; wat verderop in het ven beeltenissen van grote, brede eiken met allerhande tinten groen, lichtgroen waar het zonnetje de eik bereikt, donkergroen aan schaduwzij. En tussen al dat groen 't lichtblauw van heel verwegge hemel. Alsof dit ven geen bodem heeft. Aan de waterlijn allerhande patronen in het zand. Tussen door kleine vogeltjes getrokken lijntjes de prenten van reeën, hazen, reigers, eenden, ganzen en een vos. Ik fotografeer een stukje bodem zonder prenten, mooie achtergrond voor een natuurwebsitepagina. Als we na een uurtje verder wandelen, hoor ik opeens het snerpen van een cirkelzaag. Nog altijd wordt met grof geweld getimberjackt en gecirkelzaagd in ook dit stukkie Nederlands recreatiebos, alsof de bosbeheerder alleen maar kan genieten van centen en vernielde natuur. Bolsterturf, vrijdag 7 oktober 2005
199 Ik zit op een stronk aan venoever. Ik kijk naar benee, zie de zon nog in het water schijnen. Sinds begin zomer is het waterpeil in de vennen meer dan een meter gezakt. Het reewild in de hoge, droge bossen kan bijna nergens zijn dorst lessen. Dat komt nu drinken uit diepste watertjes. Ik zie witte, donzen eendenveertje tussen diepe, scherpe hoefafdrukjes. Zo ontmoeten ree en eend mekaar, meestal bij schemer en nacht. Maar of eend en ree wel 'ns samen praten? Ik denk van niet. Eenden hebben het immers altijd te druk met elkaar, nietwaar? In zonnige herfstmiddag is een rups op pad. Hij kent geen kalender en zal denken: ''Het is nog zomer, maar de koekoek roept niet meer.' Wat hij niet ziet is de mollengang verderop in venoever. Mollen lusten kale wormen, maar of ze ook harige rupsen blieven? Bolsterturf, zaterdag 8 oktober 2005
200 We wilden naar de camping, maar kwamen niet verder dan twee aaneengesloten natuurgebiedjes nabij Lierop, tussen groot kanaal en Someren-Heide: 'Vlerkense Beemden' en 'De Oetert'. Erpeltje moest heel nodig pissen, dus zetten we de pinda even op een parkeerplaats in natuurgebied. Dat even werd twee uur, want jij las daar een groenblauw bordje en zei tegen me : 'Hee, op dit bordje staat niks over honden.' 'Niks over honden? Hoezo?' 'Lees maar, niks over honden.' Ik las ook en constateerde: 'De wonderen zijn de natuur nog niet uit.' Daarop lachte jij en zei: 'Jij mag hier rakken zoveel je wil, Ep. Zullen we hier dan maar gaan wandelen?' 'Pfffttt,' antwoordde Erpel. We volgden braaf de Vlerkenroute. Het was een fijne wandeling. We zagen hop - niet de vogel - en grote, hoge elzen. eiken, berken en wilgen. En we kwamen geen andere wandelaars tegen en Erpie genoot volop, al viel er niks te rakken. Geen haas, geen ree, geen konijn gezien. Wel wat kikkers, maar die zijn Ep te min. Bolsterturf, zondag 9 oktober 2005
201 Tijdens korte wandeling, over puinweg het moeras in, constateerde ik, dat de hoogzit, die tegen grote eik bij onlandreeënweitje, onlangs werd verwijderd. Ik feliciteerde de reeën, maar of dat ze zal redden van de kogel? Bolsterturf, maandag 10 oktober 2005
202 Na avond- en nachtdienst vlug met Erpel naar 't moeras. In wei - waarin ook koeien liepen - een reegeit en haar twee kalfjes. Ep liep teveel voor. De oude geit zag hem, al voordat ik de camera uit de tas gehaald en aangezet had. Eigen schuld, dikke bult. Had ik maar niet aan m'n werk moeten denken toen ik op hond en wild moest letten. Gelukkig hebben paddenstoelen geen snelle, lange pootjes en viel er toch nog wat te knippen. Tien mins later 'inspecteerde' ik een vervallen hoogzit. Met zware machines werd een dikke maand terug de afknalhutomgeving zwaar toegetakeld. Waarom dat gebeurde weet ik niet. Misschien om rondom een beter schootsveld richting rustig laveiende reeën te krijgen? Weer tien mins later glimlachte ik om zonlicht dat speelde over de stengel van een springbalsamien. Het kleurde de lange steel rood - wit, telkens versprong het wit door de lieve kracht van een zacht herfstwindje. Dat windje deed de stengel voor hem buigen, maar de stengel wilde niet nederig zijn en veerde telkens terug. Bolsterturf, dinsdag 11 oktober 2005
203 Ik haastte me over brede en smalle paden, even bevrijd uit werkdwangbuis. Bolsterturf, woensdag 12 oktober 2005
204 Al bijna half oktober en nog volop zomer! Weer schijnt de heel verwegge hete, gele Bolsterturf heftig over dorstig bos, dorstige hei en naar water smachtende vennen. Ik vraag me af: is nu eindelijk de laatste warme dag 2005 gekomen? Boven, tussen en op de lange, taaie, geelwitte bente vliegen, zitten en paren honderden, nee, duizenden bruingele langpootmugjes. Deze langpootjes hebben grote blank doorzichtige vleugels. Daarmee zijn ze rap en snel. Maar wanneer ze het doen met mekaar, zijn ze makkelijk in de lens te vangen. En vandaag doen ze hun uiterste best, net zoals de blauwzwarte phegea vlinders dat al in juni deden. Ze zullen wel denken: 'wie veel paart, die blijft. En beter laat in 't jaar dan nooit.' Bijna trapt Erpeltje op een mestkever. Die scharrelt op z'n gemakje over een heidepaadje. Het zonlicht schittert (ook) op zijn zwarte pantser. Ik zet hem op de foto, samen met zijn schaduw. 't Knippen wil vandaag weer 'ns niet goed lukken. 'k Wil te vlug, ben te gehaast, denk ik, nee, dat weet ik. Ach, gebrek aan tijd, maar ze zeggen: arbeid adelt. Dus 't komt goed. Evenwel, als je werkt, heb je weinig vrije tijd. Kan je niet lang naar bos en hei. En niet iedereen ziet kans om van zijn hobby zijn werk te maken! Daarvoor is het leven te ingewikkeld en te grillig. Bovendien is altijd een goede keuze maken onmogelijk. En, bij voorbeeld, bekeurkneus zijn geeft weinig salaris. Ik word wat droef van teveel zon en teveel denken. Ik ga een uurtje slapen op een vanmiddag reeloos weitje. Waar de zon al 's morgens het gras bereiken kan, is de bodem droog en het heerlijk languit liggen. Ik ben gerust en vlei me in het groen. Ik weet, dat Erpeltje bij me zal blijven en me zal wekken als er onraad dreigt. Ruim een kwartier later maak ik een serie foto's van de betrouwbaarste wekker die je maar kan hebben. De wekker, alias Erpeltje, poseert graag, weet niet eens dat hij poseert, want jakkerde - door mij aangemoedigd om dat te doen! - als een raketje vijftien minuten door hei en bunt. En daarna is het in te ondiep water van een groot ven heerlijk eventjes afkoelen. Bolsterturf, donderdag 13 oktober 2005
205 Te gek gewoon! Veertien oktober en volop zomer - in de herfst! Bij het van huis gaan wees de thermometer tweeëntwintig graden celsius aan. En dat in de schaduw! Ik parkeer bij de middelste puinweg, ik wil richting moeras. De pinda uit, kijk ik bewust eventjes in de felle zon en dan denk ik: 't lijkt of het nooit meer winter zal zijn, en dan mis ik zomaar opeens de kieften die hier heel de zomer woonden. Dat gemis doet beseffen, dat het weer heel zeker nu spoedig guur en koud zal worden. Halverwege de zandweg – vol kuilen en gaten, maar plassenloos, want ´t regende nauwelijks de laatste weken – zie ik opeens een groene auto voor verre bosrand staan. 'Hierrr Ep! Je moet ff aan de lijn.' Keurig met het hondje aan de lijn, wandel ik richting groene auto. Lang voordat we bij de wagen zijn, komt uit het bos een lange man. Die stapt in de auto en rijdt meteen weg. 'Zo te zien had i een groene broek en bruin overhemd aan, Ep. Zeker een gewone werknemer van staatsbosbeheer. Je mag weer los. Vrij!' Gekomen bij de plek waar 't groen vehikel stond geparkeerd, vind ik daar niks bijzonders. Onverwacht rukt Erpel aan zijn lijn – langs verharde wegen moet hij altijd vast. Oplettend als altijd ziet hij wat ik niet zag: wat verderop in de berm scharrelt een egeltje. 'Dat het maar oppast Ep. Zo egeltje, zo geplet.' Maar dan rent het op korte pootjes 't direct aan berm grenzend weiland in. Verbazingwekkend hoe hard zo'n klein en log lijkend stekelding kan lopen. Even daarna is het rustig in 't moeras. Niks te beleven. Nergens grote groepen trekvogels met vogelgriep of zo. 'Ach Ep, de dieren krijgen altijd de schuld. Al sinds mensenheugenis trekken trekvogels tussen de polen heen en weer. En ze gingen echt niet allemaal dood aan vogelgriep. Die enge dierenziekten komen gewoon door de manier waarop mensen tegenwoordig dieren houden, door hoe de mens omgaat met vogels. Al heel lang voordat mensen de aardbol verklootten trokken de trekvogels al, soms zelfs over oceanen.' Natuurlijk luistert Eppie naar me. Die vindt het fijn als ik hem verhalen vertel. Ik mag hem alles wijsmaken, als dat maar rustig aan en op gemoedelijke toon gebeurt. Erpel en ik wringen ons door elzen en wilgen om uit te komen op het puinpad met het meeste puin. Voor we dit pad betreden krijg Ep het commando 'Af!' want er zou een haas, ree of vos op dit bijna altijd stille pad kunnen vertoeven. Niet dus, geen vos of ree of haas te bekennen vandaag. Maar wel een auto, ditmaal een zilvergrijze. De auto rijdt telkens een miniem stukje voor- en achteruit. De man of vrouw achter het stuur is bezig om de wagen te keren op het smalle pad. Zodra gekeerd rijdt de wagen van ons af, richting harde weg. Ep mag weer vrij, maar vijf mins later zie ik dat de auto stilstaat op het smalle pad en moet Ep weer aan de lijn. Bij de auto gekomen, zie ik dat er niemand meer in zit. Maar dan komt uit het moeras een dikke man in fel lichtblauw overhemd naar de auto gelopen. Deze man en ik wisselen een korte groet. Dan stapt hij in, rijdt weg en mag Eppie weer vrij. Vandaag heb ik heb tot negentien nul nul uur tijd bij de vleet. Daarom besluit ik om nog wat te gaan struinen in het bos waar ik de man in het groen bij de groene auto zag. Ep heeft altijd wel tijd voor - en ook zin in – struinen. In gedachten mopperend op klojo´s die met auto´s kloten in het veld, spied ik slootwallen, wissels en kaalslagjes af naar reeën, vossen en hazen. Langs droge sloot met paar weken terug gemaaide schuine kanten waarop vaak reeën snoepen van grassen en kruiden vond ik twee paddenstoelen, geen wild. Op terugweg naar de pinda zie ik in wei waarin koeien lopen nog twee mooie paddenstoelen: een grote en brede met daarachter een lange smalle. Dichterbij gekomen blijkt het maar om één paddo te gaan. Wie of wat het voor mekaar kreeg om zo een stuk uit de paddenstoel te krijgen is me een raadsel. 'Een koe is toch zeker veel te lomp om zoiets te kunnen, Ep?' 'Pffttt.' Bolsterturf, vrijdag 14 oktober 2005
206 Bij thuiskomst twintig graden celsius. Jij en ik wandelden in speciaal voor het groot publiek deels opengestelde Somerense bossen - op de officiële paden mag je komen! - en onder warme zon. Reeën willen niet wonen in pas vernielde bossen! Maar toch was het vandaag weer heel fijn in deze in opdracht van bosbeheerder vernielde bossen: op zaterdag en zondag doen Timberjack en Cirkelzaag het niet! Dan is het ongestoord genieten van gevallen eikels en kastanjes waarmee je lief naar elkaar kan gooien, van eikeldopjes waarop je om het hardst kan fluiten - jij wint - en van zomaar zitten op een bankje en kijken naar wandelaars, trimmers, mountainbikers en gewone fietsers, ook naar bomen en bladeren en schaduwen en nooit opgehaalde jaren terug in stukken gezaagde bemoste blauwe boomstam. Bolsterturf, zaterdag 15 oktober 2005
207 Alsof hoogzomer, zo zonnig de herfst! In tweede helft oktober in Brabant twintig graden celsius in achter woonhuis schuttingschaduw! 't Waaide wat harder dan op voorgaande dagen, een aangenaam briesje uit het oosten. Campinggazon maaien en onkruid schoffelen, dat moet zo nu en dan gebeuren en is leuk om te doen. Op gazonrand 'n vliegenzwammetje - rood met witte stippen - naast nog bloeiend vetplantje. Erpel slaagt erin om het niet omver te lopen. Per pinda via Leende en Strijp naar bossen. Waar verharde weg overgaat in zandpad geparkeerd bij grote schuur. Bij bordje Welkom in de Gemeentebossen Leende langgerekt perceel wildernis ingedoken. Daar doorheen gebanjerd, om na half uurtje er weer uit te komen bij bordje Verboden toegang . Onder eiken, elzen en wilgen gegaan, en door riet, brandnetels, bramen en natte zompjes; over nog levende eik over waterloop gelopen - raar gevoel geeft dat: loopje oversteken over door wind verslagen, maar nog levende brug. Ook over prikkeldraad gegaan en daarna door weiden en twee meter hoge maïs. Heel fijn: samen luisteren naar waaien dat suizelt door blaren en toppen van hoge, rijpe, gele maïs.In de Strijper Aa wat eenden. Twee woerden en twee eendjes poseren graag. 'Kijk Erpel, mag ik je voorstellen? De gebroeders Erpel met hun eega's... Ow, je weet niet, dat een wilde eendenwoerd ook wel Erpel wordt genoemd?' 'Pffttt.' Terwijl ik eenden knip, vindt Erpel een groot haas tussen struikgewas. Hij jaagt het zijn leger uit en rakt het na, luistert niet naar ons geroep: 'Terugggggggggg... Maggggg niet...!!!' Na drie mins is hij terug, zonder haas, krijgt een preek, geen straf. Kwartier later staan we, wat verderop, aan veldweg langs waterloop, tussen enerzijds enorme bioschuur en anderzijds strook nat natuurschoon: De Goorse Putten TOEGANG NIET TOEGESTAAN .'Sjonge zeg,' zeg jij, 'wat een enge schuur. Er zitten geen ramen in.' 'Ja,' antwoord ik, 'hier staan we tussen blinde bioschuur en De Goorse Putten TOEGANG NIET TOEGESTAAN . In deze schuur meer dieren op mekaar gepropt dan er hazen, reeën en vossen wonen in dit ruige TOEGANG NIET TOEGESTAAN .' 'Ja, arme beesten... Wij twee staan gelukkig aan de goede kant van de blinde muren.' 'Liefste, dit is Nederland anno 2005: rechts een martelkamp tussen blinde muren en links groen cultuurwoud met bordjes TOEGANG NIET TOEGESTAAN . Laten we ff trots zijn op ons rood-wit-blauw.' Bolsterturf, zondag 16 oktober 2005
208 Zonnig koude morgen. Helblauwe hemel en matig windje dat aanvoelt alsof het vriest. Maar uit wind en in zonneschijn is het heerlijk wandelen over moeraspuinpaden en langs randen van nog niet afgedane perceeltjes maïs. Foxie rakt door moeras en onland; ik spied op mijn manier naar vos, ree en haas. Hij gebruikt het meest z'n neus, ik m'n ogen. Allebei vinden we geen haarwild. Wel ontwaar ik blauwe en zwarte vlerken in de lucht: 'n blauwe houtduif vliegt voor donkere bosrand langs, laag over maïsstoppel; een kraai roeit hem achterna, tot een gaai Foxie begint uit te schelden en de zwarte vogel besluit van richting te veranderen. Hij is niet dom, deze kraai! Wel beducht voor mensen en jachtgeweren! Zijn de wat minder schuwe duiven ook zo bang voor jagers? De allene blauwe maakt een grote boog, vliegt terug naar vanwaar hij kwam. Dan komen even later grote vluchten blauwe duiven aan, die eerste blauwe was zeker de verkenner, en ziet in mum van tijd een eergister geoogste akker maïs blauw van duiven. Bolsterturf, maandag 17 oktober 2005
209 Volop zon, maar koud en winderig. Bij berkenbosje achter Strabrechts heideven schiet een rappe, roestbruine en langsnavelige vogel voor m'n voeten weg: mijn eerste najaarshoutsnip 2005. Erpel ziet 'm niet. Die is fanatiek bezig. Hij springt alsmaar hoog en maakt mannetjes. Daar is hij heel bedreven in, in staan en dansen op twee pootjes. Zo kan hij - klein opdondertje - over hoge bunt heen kijken. Hij ruikt een haas (denk ik), maar kan die niet exact lokaliseren. Dan sprint een konijn weg van voor zijn pootjes. Hij er wef wef wef achteraan, maar hij kan niet door de nauwe kruip-sluip-door hazen- en konijnengangetjes in de hoge bunt; hij moet - net al ik - over en om de bentepollen heen. Daarom kan het helemaal geen kwaad om hem in dit terrein zijn gang te laten gaan. Gezonde langoren zijn hem in hoge bunt altijd te vlug af. Dat komt mede, omdat die ook in bente haken slaan. Anders is dat met jonge, onervaren hazen en konijnen, maar die zijn er eind oktober niet of nauwelijks. Die zijn dan al weggestroopt, of gesneuveld in grasmaai- en maïskneusmachines, of platgeplet door timberjacks, of opgegeten door reigers, vossen, kraaien, eksters, bunzings en haviken. Als Ep en ik verder struinen, valt me op dat hij telkens even gaan zitten en dan aan z'n piemeltje likt. Doet hij anders nooit. En dan schrik ik flink als ik 'm op zijn rug laat liggen. Zijn voorhuid is kapot, bloedt flink. Als hij het rood weglikt, zie ik dat het vel echt flink beschadigd is. Ik moedig het schoonlikken aan en loop paar mins later met hem terug naar de plek waar hij jankte. Daar blijkt tussen lage paaltjes prikkeldraad gespannen. De scherpe stekels ervan boorden zich in Eps velletje en trokken door zijn snel rennen het voorhuidje grif kapot. Het betreft al oud, zo te zien veel jaren terug gespannen - maar wel nog goed functionerend! - roestig draad. Ik scheld 'ns op de anonieme plaatser en ram vijf paaltjes uit de grond, wind de draad er zo strak mogelijk om en hang het rotzootje aan ook roestig prikkeldraad van meest nabije wei. Thuisgekomen blijkt het allemaal nogal mee te vallen. Wel het voorhuidje flink kapot, maar de piemel zelf onbeschadigd. Erpel is weer blij en vrolijk. Uur later krijg ik moppers en Erpeltje een kluif plus kus van het vrouwtje. Het is niet eerlijk! Maar als ik weer een uur later zit te lezen, probeert Erpeltje te fietsen op de kat en katten opeens baas en bazin: '... Je hebt hem niet goed opgevoed.' 'Ach, zeur niet, jij moet gewoon veel voorzichtiger met hem omgaan.' Erpeltje geniet. Bolsterturf, dinsdag 18 oktober 2005
210 Op weg naar min of meer verplichte, maar achteraf oergezellige receptie loop ik door de stad. Een man gooit halve kroket weg. Wilde warreling van gulzige duiven stort zich erop. De kroket is in mum van tijd verdwenen. En dat terwijl ik altijd dacht, dat duiven niks dan graan en mier (= vogelmuur) lusten. Bolsterturf, woensdag 19 oktober 2005
211 Ik haalde Eppie op van huis. Vlug getwee half ochtenduurtje moeras. 'n Bruin ree - al in winterdos - böht weg, schiet van maïskant pad over, donker bos in. 'Reeën staan vaak op plekken waar je ze helemaal niet verwacht, Ep.' Een blauwe reiger staat tussen kudde zwarte schapen. Koolmezen pinken hun alarmroep. Eenzame kraaien en groepjes duiven trekken door bewolkte lucht. In 't bos diffuus licht, overal waar je tegen zon in kijkt. Tegen maïswand en over boomstammen en bosbodem spelen zon en wind. Ik geniet van kijken naar. Maar dan moeten we al weer terug, want frisse lucht maakt slaperig en ik ben moe van dertien uren werken. Bolsterturf, donderdag 20 oktober 2005
212 Grauw wolkendek boven onlandwei. Wrakke hoogzit en vroeger 'ns verdronken berken in motregen, maar weinig water in de sloten nog. Waar ik tegen bosrand reeën verwacht, loopt blauwe reiger achter dikbilvee. De jongbeesten zien er niet uit, zijn wanstaltig, ook smerig, vies van modder. Laat avondlicht valt, van achter grauwe wolkenrand, op wilgen, wei en eikenwal. Terwijl ik foto´s maak, rakt Erpel - zo´n honderd meter verderop - fazanten uit maïs. Ik schreeuw hem bij me, mopper niet, lijn hem aan. Een kromme man gaat gebukt door de avond. Hij raapt na oogst achtergebleven maïskolven, stopt die in een gele tas. Ik wil hem vragen naar zijn rug, maar kom daar niet toe. Hij ziet me komen en fietst haastig weg op grote fiets met grote tassen. Bolsterturf, vrijdag 21 oktober 2005
213 Hard en schel lachen en joelen kinderstemmen over heideven. Waar op droge herfstzaterdagen veel rustige, stille mensen over smalle paadjes gaan, oud en jong verliefden, of zomaar mannen en vrouwen twee aan twee, mensen die willen genieten, van zon in lucht en water, van bomen, heide, bunt, stilte of van wat dan ook, speelt nu een gezinnetje in lichte regen: jonge vrouw en jonge man, beiden jaar of dertig, met drie lawaaiige kinderen, ongeveer tien, acht en zes. Met z'n vijven maken ze plezier, alsof het helemaal niet mot. Ze zitten achter elkaar aan, rennen om het hardst, joelen en lachen, vooral het kroost. Het kleinste jongetje maakt een heuveltje van lariksnaalden, net een mierenhoopje. Zijn grote broer schopt het uit mekaar. Het zusje troost haar kleine broertje. Maar dan gaan alle vijf bouwen aan een grote naaldenhoop. Met voeten schuiven ze berkenblad en lariksnaalden bijeen. De jongens gebruiken ook hun handen. Moeder en vader vinden dat best goed Een door reebok zwaar beschadigd, maar niet dood gegaan grof dennetje zien ze niet. Of ze zien het wel, maar merken het niet op. Ze lopen aan het door de bok blank geschuurd dennentopje voorbij. Ze ontdekken niet de hars op de lange wond en ook niet dat de top nog leeft. Nog niet dood ging, denk ik, als mijn vingers voelen aan hard geworden wit Ook een dode boom met oren - berkenzwammen - en een wit kaarsje zonder lont - vliegenzwammetje zonder hoed - worden niet opgemerkt. Ze hebben alleen maar oog voor elkaar en voor hun spel. En dan denk ik aan veertig jaar terug, aan toen ik met pa, ma, broers en zussen wandelen ging naar ´t nu ontgonnen, voor altijd te verwegge veld. Nee, toen zag ik nog geen oren aan bomen en geen kaarsjes tussen afgevallen blad. Bolsterturf, zaterdag 22 oktober 2005
214 Wij lopen door het motorcrossbaanbos. Ik neem een - opzettelijk verwegge - foto van jullie en ga dan staan luisteren naar kirrende patrijsjes. Die zitten in doodgespoten aardappelloof. Dat luisteren naar hun gekir en het niet goed opletten op bosje en weitje is heel dom van me. Oerdom! Jij en Ep zijn nog maar net uit zicht, komt er al een ree aan. En dit ree is vliegensvlug. Het komt in volle vaart mooi recht op me toe, maar rent dan - sneller nog - van me af als ik ons achtervolgend hondje stop: 'Eppp a000000000000f...!!!' En - ook dom van me - de camera staat niet op tele en beweging. Kortom, resultaat van dit alles: heel klein fotoreetje. Het rent voor onsmakelijk ogende bioschuren langs. Als we even later een vliegenzwam met water op hoed bewonderen, racen vijf motorcrossers op kleurrijke machines voorbij. We hebben Eppie net op tijd afgecommandeerd. Hij kijkt verontwaardigd. Bolsterturf, zondag 23 oktober 2005
215 Natte donkeravond. Tussen zes en zeven met Erpel naar reeënweitjes. Met de auto, want ik waag me tegen en in donker niet op de fiets over verharde binnenweggetjes. Te veel autogekken die ook bij slecht zicht knoerhard jakkeren! En fietspaden zijn er in Brabant niet te veel! Ik hoop, dat er straks in februari veel sneeuw op groene wei, bruine akker en in kale Brabantbossen liggen zal, ja, ook 'ns in Brabant. Waarom moeten Drenten, Groningers en Friezen alleen gruwelijk verwend met hazen-, reeën- en vossensporen in dik wit op groen en bruin? Bolsterturf, maandag 24 oktober 2005
216 Na heel de dag onophoudelijk regen, is de namiddag droog. Wel nog donkere, dreigende wolkenlucht, vooral in 't oosten, maar vanuit west schijnt zo nu en dan de zon op rode en groene boombladeren. Al naar gelang watergangbreedte twee tot vijftien centimeter laag water in paar dagen terug droge sloten en greppeltjes. Wat mij betreft mag dat heel veel meer worden. Er viel nog te weinig nattigheid om ganzen en eenden echt te kunnen behagen (, typt de maffe Bolsterturf, terwijl overal ter wereld boeren, slachters, jagers en overheden wilde en tamme vogels de nek omdraaien). Mede dank zij 't hemelvocht pronken er opeens veel en allerhande paddenstoelen in 't moeras. Ook de puinpadbermen staan er vol mee. Te gek gewoon hoe snel paddo's groeien! Helaas, vanavond tussen vijf en zes geen reewild op de - na dikke maand terug maaien door staatsbosbeheer - uitbundig groene onlandweitjes. Wel veel reehoefjes in zwart puinpadzand, hoefjes daar neergezet voor de regen van vandaag. Kijkend naar hoge, verwegge trekvogels en denkend aan vogelgriep, loop ik tegen zevenen met Erpel huistoe. Onderweg oefen ik met hem het commando 'korter!' want hij rakt altijd en altijd voor me uit. Nooit sjouwt hij eens op z'n gemakje achter me aan. Zal hij ooit leren om ook in 't veld altijd dicht bij me te blijven? Bolsterturf, dinsdag 25 oktober 2005
217 Middag in prachtige dag. De zoveelste prachtige dag op rij. Twintig graden. Het lijkt alsof het seizoen verschoven is, opgeschoven is. Ja, het is alsof het midzomer nu, herfstzomer, najaarszomer. Ik zit op een bentepol, geniet van uitzicht over wei, bunt, berken- en krentenruigte en warme, uitgebloeide hei. Met trage vleugelslag naderen twee zwarte kraaien over hei en bunt. Mij zien ze niet. Ik verstop me achter een eikenstam, maar als de zwartrokken Erpel gewaar worden versnellen ze en verdwijnen geluidloos over krenten- en berkenboompjes. In lange bente lange, bleke botten en wat dotten reebruin haar. Het gebeente ligt verspreid. Hier twee vlees- en huidloze pootjes, tien meter verder een derde lopertje. Een vierde pootje is niet te vinden. Wel het schedeltje, maar dat is incompleet. Naar geweistangetjes gezocht. Niet gevonden. In venoever duizenden pootafdrukjes van reiger, ree, haas, eend, gans en vos. 'n Bruinrode libel zweeft boven ven en pootprentjes. Hij landt op een rood balletje, maar niet lang. Voor de camera op macro staat wentelwiekt hij al weer boven water en bunt, om in overgang van zon- en schaduwbodem even neer te strijken op beetje nat venoevermos Bolsterturf, woensdag 26 oktober 2005
218 Bijna november en drieëntwintig graden celsius. Ik sta in herfstbos. Voor me grauwe, net niet rottende rog in bosschaduw; voorbij de rog lichtgroen weiland en daar achter dubbele rij herfstkleurrijke eiken langs provinciale weg. De economie moet groeien en het is midden in de werkdag. Rijden er daarom veel auto's tussen H. en S? Ik moet een poos wachten, voordat ik de eiken knippen kan zonder ook auto's digitaal te vangen. In de wagens weet ik loonslaven en huisvrouwen. Misschien rijdt er ook eentje voorbij met een burgemeester, bekeurkneus of bosbeheerder aan boord. Het verkeer boeit me niet. Ik draai me om en loop het bos in, heel ver richting zuid. Soms wandel ik door een nimbus. Dan voel ik in schaduw zon op m'n gezicht. Dan blijf ik even staan met mijn hoofd in de stralenbundel. 'Kijk Ep, nu is mijn kop het aureool.' Erpel is het worst, maar zo mooi die nimbussen: koplampen zonder dat er auto's en motoren aan te pas komen. Ze kleuren donkere bosbodem lichter bruin en lichter groen. Nee, Erpel heeft er echt geen aandacht voor. Die jakkert opeens achter een haas. De langoor ziet mij niet, rent op me af, slaat net voor botsing een haak en verdwijnt in lang bosgras. Ik roep Ep terug. Hij komt meteen. Soms sta ik stil bij een paddenstoel. Geniet ik van kleur en vorm, voel aan witte schimmel die bezig is met verteren van zwammen en andere schimmels. Waarom niet genieten van dit alles? Zo is immers het leven: eten en gegeten worden. Uit het bos gekomen, schijnt de najaarszon vol en fel en warm in mijn gezicht. En tuurlijk ook op akkers en zuidbosrand. De maïs is geoogst. Sommige akkers zijn alweer ingezaaid met graan. Wat voor graan weet ik niet. Dat is niet erg, het voorjaar zal me het me verklappen. Nu wil ik alleen maar fijn genieten, van najaarszon die schijnt alsof het augustus is. Via andere route terug naar de pinda valt er - tussen verboden vennen en parkeerplaats - weinig meer te genieten. Boswerkers zijn los gelaten op eiken en beuken. De mannen laten cirkelzagen ronken. Stalen haaientanden knetteren en brullen, bijten in, vreten zich door het harde hout. Alsof er motorcross aan de gang is, zo gaan de zagen te keer. Onophoudelijk vallen bomen: fel, knerpend kraken gevolgd door doffe dreunen. Ik luister naar het zagen en lees de tekst op een van overheidswege geplaatst bordje. Op dat bordje staan moeilijke woorden en begrippen vermeld. De paar zinnen gaan over geïntegreerd bosbeheer, functie integratie, functiezonering, recreatiefunctie, natuurleerpad en leerpad bosbeheer. Kindonvriendelijke tekst. Te moeilijk. Kinderen zullen het niet begrijpen, maar gelijk van hout gemaakt papier, is ook hout zelf geduldig. Je kan er van alles en nog wat op kwijt: moeilijke woorden, ambtenarentaal, bestuurdersonzinnigheden. En dan te weten, dat voor deze tekst een boom moest worden omgezaagd. Bolsterturf, donderdag 27 oktober 2005
219 Drieëntwintig celsius op schuttingschaduwthermometer. Rond twee in de middag door hoogzomerweer naar 't moeras. Fox en ik. Hij rent. Ik fiets. We genieten. Fox 't meest met z'n neus; ik met ogen en huid. Genieten van warme zon en allerhande tinten groen en geel en bruin en rood en zilver. Er is nog natuurschoon in klein, mensendruk Nederland! Prenten van vos en ree in trekker- en wagensporen. 'Kijk Fox! berken kalen, laten gele blaadjes vallen. Eikenblad roodt. Grif geel pronkt rijpe maïs.., kijk! zie je die lange rij uitgebloeid fluitenkruid, de tinten geel en bruin en zilverwit in groen riet?' Ik lach, want m'n vriendje luistert niet. Hij heeft het te druk met snuffen en speuren. En nee, het is geen zomer. Het is herfst. Najaar. Bijna november. Als ik afstap, fiets in boerenslootwal leg, poosje ga zitten met rug tegen eikenstam, in overhemd, zonder trui aan, voel ik warme zon lief in m'n gezicht. Terwijl ik houtduiven 'schiet', rent Fox heen en weer door boerensloot met twintig centimeter laag water. Dan gaat hij snuffen naar rat, muis, mol, haas, vos, wezel, fazant en ree. Tegen zon in ziet de hemel zwart van blauwe duiven. Die duiven, ze azen op geoogste maïsakker en rusten uit op de dode takken van verdronken moerasberken. Ze vliegen alsmaar heen en weer. Ze doen druk, maar koeren willen de doffers niet. Bolsterturf, vrijdag 28 oktober 2005
220 'Het gat is veel te groot.' We zijn bezig in de campingtuin. Alle plantjes moeten volgens plan naar voor verhuizen. Struiken als brem, bes, vlinder en hulst zijn naar 't midden toe gedacht en achter in de tuin hebben we sparren, lariksen, berken en vlieren gepland. ...' Moe van tuin en kibbelen wandelen we tegen drieën door de bossen. Erpel vindt twee reeën, twee konijnen en twee houtsnippen. Maar dan komen we in cirkelzaaggebied. Bolsterturf, zaterdag 29 oktober 2005
221 Zoveelste zomerdag in herfstgetij. Waar asfalt over gaat in zandweg Pinda geparkeerd in eikschaduw, bij begin gemeentebossen en tegenover enorme boerenschuur. Te voet verder, zandweg af en via grote, drukke Leenderheide naar de Achelse Kluis. Anderhalf uur heen, tweeënhalf uur terug. Het was keidruk bij de abdij. Toen jij voor de eerste keer bestelde - er stond zo'n lange rij vrouwen en mannen voor de tapkast dat je meteen maar vier trappist dubbel meenam - telde een monnik al vast de dagopbrengst tot nu toe. Niemand kwam op het idee om hem te overvallen. De meisjes achter de tap moesten keihard werken, maar er waren te weinig stoelen en tafeltjes. Kennelijk schatte de geestelijkheid de weergoden verkeerd in, werden tafeltjes en stoelen te vroeg naar kloosterzolder of -kelder verbannen. Zo misten de monniken vandaag nogal wat omzet: veel gasten wensten niet in rij te gaan om wat gebrouwen bruin of geel vocht te bemachtigen. Met in alle benen een stuk of wat pinten liepen we tegen vieren de zuipkluis uit. Terug namen we een route langs hei- en boskant, gingen we door akkers en weiden. Nu ontmoetten we geen mensen, genoten we meer van meeuwen, kraaien en gaaien, ook van koeien, geiten, schapen, paarden, duiven, kikkers, merels, eenden, roeken, libellen, kauwen, muggen, ganzen, spreeuwen, fazanten, blauwe- en zilverreigers. Het was donker toen we eindelijk weer bij de pinda waren. Over legale binnenweggetjes reden we langzaam naar de camping. Bolsterturf, zondag 30 oktober 2005
222 Morgen Middag Avond Bolsterturf, maandag 31 oktober 2005
index oktober 2005
|