|
Bolsterturfs natuur B o l s t e r t u r f s n a t u u r Dagboek november 2005
223 Herfst, mooie herfst, zonnige herfst. Licht bewolkt en rond achten in de ochtend dertien graden bij zacht zuidzuidwestenwindje. Bij begin morgenwandeling komt voor lage zon en over huizen en tuinen heen een zwarte kraai ons tegemoet roeien. 'Kaa kaa kaaa!' vlerkt de zwarte vogel ons rechts voorbij. Het is vanmorgen fijn rustig lopen, op ons gemakje, klein eindje 't dorp uit en dan voorbij boeren- en tuindersveldjes de puinpaden op. We zijn helemaal alleen in stil moeras. Nee, toch niet, want reeën, hazen en vossen hebben zich verstopt en een fazanthaan begint in wilgenbosje te kokken. Erpeltje hoort het, spits zijn oren en rent over onlandwei op het geluid af. Voor hij 't bosje bereikt stopt het kokken. Om zeven over negen komen we thuis, met één gemaakte foto: oud beton- en golfplaten schuurtje door boer met ketting en hangslot afgesloten. Bolsterturf, dinsdag 1 november
224 Rustige nacht. Terug van slapend werken met Erpel uurtje naar het moeras. Helemaal nog geen echt herfstig novemberweer: geen storm, vrieskou en striemhoosbuien. Wel, verwaarloosbaar, zo nu en dan motregentjes over ree- en haaslege onlandweitjes. Niet veel te beleven. Wat paddenstoelen en merels op de puinwegen. Als altijd schuimt her en der een zwarte kraai op zwart en groen. Een werknemer van staatsbosbeheer - in groene trui en groene terreinwagen - komt tegemoet. 'Ep hierrr! Voet!! Volg!!!' De man groet me, zwaait; ik zwaai terug. Gaaien lawaaien in kalende bomen met frisgroene stammen. Reigers staan als blauwe palen te wachten op muizen, kikkers en mollen. Twee jongens, jaar of veertien, komen me achterop. Ze zijn stil op weg naar einde doodlopende weg. Ze praten niet, zeggen niks. Allebei hebben ze een grote, volle tas op de pakjesdrager. 'Boekenwijsheid... En nee, geen weer om te spijbelen,' zeg ik tegen Ep. Bij thuiskomst bloeit in voortuin voor herplante, groot gegroeide ex kerstmisbomen onze yucca blij uitbundig in miezerregentje. Bolsterturf, woensdag 2 november
225 Warme herfstwind over hei, ven, bos en pijpenstrootjes. Zo mooi! Bolsterturf, donderdag 3 november
226 Ik wilde reewild kijken. Ik liep met aangelijnde hond een moeraspuinpad af. Links en recht onlandweitjes tussen wildernis van els en wilg en riet. Een jonge vrouw met slecht luisterende zwarte labrador kwam me tegemoet. Ze schreeuwde naar haar hond. De hond, een teef, luisterde niet en kwam spelen met Erpeltje, maar dat mocht zij niet van haar. Ze gaf haar te dikke hond een schop en een mep, zei 'Sorry, maar ze moet luisteren!' tegen me en liep voort, richting waaruit Erpeltje en ik gekomen waren. Haar rode jas vloekte in het herfstbosbruin en -groen. Waar een man en een vrouw rondscharrelden in moerasbos en langs bramenslootkant, fotografeerde ik - na ergeren aan rode jas en schoppen en meppen van die andere vrouw - bloeiende braam in november. Plots kwam de man naar me toe en vroeg: 'Weet u wat geo cashen is?' 'Is dat niet de weg zoeken met een apparaatje waarin een routekaartje?' antwoordde ik, terwijl ik keek naar het apparaatje, soort groot zakcomputertje, in zijn hand. Daarop zei de man: 'Nou, niet helemaal. We kregen coördinaten op en zoeken een schat die hier ergens verborgen moet liggen. Moet hier in straal van ongeveer vijftien meter liggen, maar ga maar eens graven in deze braamstruiken.' Ik keek van het apparaatje naar de man en vroeg toen: 'Hoe duur is zo'n apparaatje?' We raakten in goed gesprek en ik werd een en ander gewaar over geo cashen en de daarvoor benodigde apparatuur. Volgens de man en vrouw kost nieuwe geo route apparatuur meer dan vijfhonderd euro voor alleen maar het apparaatje, maar 'wij hebben tweedehands via internet gekocht. Toch al meer dan driehonderd euro alles bij mekaar.' Bolsterturf, vrijdag 4 november
227 Tijdens wandelen langs verboden venoever pronken, op grens van zon en schaduw, hoedjes in groen mos. Onder deze hoedjes geen gezichtjes, nee, ze staan zomaar, op stevige beentjes, in dit zomers aandoend mos. Niet alleen zomerzon, ook herfstzon warmt, maar overal rontelom kleurde, ondanks prachtige, zowat te zonnige nazomer en zo mogelijk nog zonniger herfst tot nu toe, de heide van rose en paars tot grijsbruingrauw. De hoedjes passen bij de bruingrauwe achtergrond, toch... ze passen ook goed bij het in zonnestralen badend lichtgroen mos. Zo kijkend naar mos en paddootjes let ik op kleurcontrast, zie ik al naar gelang lichtval blanke of blauwe of leigrijze hoedjes tegen lichter of donkerder mos. Hoe ik ook kijk naar de hoedjes tegen dit zonne- en schaduwmos, ik vind ze zo mooi en zo teer en zo heel harmonieus. En dan moet ik lachen om mezelf, eventjes hard lachen, want ik weet dat mijn grote voeten bloemen, zwammen, insecten en weekdieren pletten en zullen pletten. Overeind komend van paddootjes knippen, zie ik iemand zitten aan venoever. Tussen de gele pijpenstrootjes is opeens een rond, blond hoofd, net een zoekplaatje. Kijkt het hoofd naar me? Zo'n beeld, zo'n gedachte, hoe verzin ik het? Dan, nieuwsgierig wat genaderd, zie ik ook een hondje, zie ik een keffertje - tot dan voor me onzichtbaar, want verborgen door hei en duizenden pijpenstrootjes. Het blonde hoofd verheft zich uit de ruigte. Een vrouw gaat spelen met haar hondje. Haar lachen, luid en helder over ven en hei en bunt, en het vrolijk hoog keffen van het hondje maken blij en vrolijk. Uur later trekt luid, onrustig geloei mijn aandacht. Over wei tussen bos en parkeerplaats rijdt een blauwe terreinwagen achter kudde zwarte koeien aan. In de wagen mannen, allemaal gestoken in groene overal: chauffeur in 't groen, man in groen en met groot vangnet op de duozit, achter in de bak nog een paar groene mannen meer. De bestuurder probeert een koe af te zonderen van de kudde. Hij rijdt de koe alsmaar achterna, maakt rondjes rond het beest. Dat wordt na een tijdje moe, laat zich vangen door de bijrijder, krijgt de strop om haar nek. Wat publiek, zaterdagmiddagboswandelaars, applaudisseert. De groene mannen begeven zich naar kop en kont van de koe. Een minuut later rent ze naar haar kudde toe, en de kudde naar haar. Blij ontmoeten ze elkaar, terwijl de wagen met Brabantse cowboys de wei afscheurt. Bolsterturf, zaterdag 5 november
228 Wij wandelen na mislukte reewilddrijfjacht. Fox en jij joegen geen reewild voor de lens. Alleen te vlugge houtsnip en te snel konijn spatten uit het berkenbosje. Het fotograferen wilde niet lukken. Reeën zag ik niet en roze paddootjes op verkoolde boomstam - wat over is van stukken stam na padvinderskampvuur - blijken op monitor goeddeels wit. En vanavond/vannacht moet ik gaan werken: 'Verd..., welke gek bedacht dat de mens moet werken? En waarom toch wil ik werken? Met mensen...' Bolsterturf, zondag 6 november
229 Onderweg van werk naar huis regen. Vlug thuis omkleden en dan met Fox naar de bleke bossen. Daarin is de laatste dagen weer dapper gekapt en gezaagd. Ik wil me er niet aan ergeren. Wat heeft het voor zin om je druk te maken over bosonvriendelijk overheidsbeleid? Zijn er wel ergere dingen, zoals bij voorbeeld de bouwstop voor milieuverpestende prestige objecten, de vogelpest, files, bioboeren, terroristendreiging en de heren Balkenende, Donner en Remkes, toch? En is het niet heel begrijpelijk, dat in gemeentehuizen altijd eerst en vooral aan euro's wordt gedacht? In boszoom langs strook nooit geoogste - ook niet alsnog te oogsten (fijn! heel goed! dit is mini, maar fantastisch faunabeheer, heren bosbeheerders!) - rog staat een reebok naar Fox te kijken. De hond is bezig met één of ander spoortje, ziet het ree niet, maar dan ziet het ree mij wel. Het kijkt me even aan en rent weg, diep de bleke bossen in. In zijn vlucht botst het bijna tegen een wegroetsjende houtsnip. Fox zit dan van je wef wef wef achter een konijn aan. Ik roep hem bij me. Door gestage regen terug naar de parkeerplaats. Ik loop braaf over paden en paadjes, maar waad ook door zowat waterloze vennen. Fox struint liever door bos en ruigte. En dan, op nog geen tien mins van de pinda, zit hij opeens achter een ree aan. Hij deed het op in zelfde smalle strook rog, jaagt het na over wei. Ik schreeuw hem ook nu terug. Hij komt onmiddellijk, maar stoot weer op een ree, een bok. Die ziet in zijn vluchten voor Fox mij niet, stormt bijna tegen me op, stuift het regennatte bos in. 'Erpulllllll... Afffffffffff...' Als ik bij m'n hondje kom, krijgt hij van me een gedroogd varkensoor. Trots draagt hij het even later de pinda in. En dan is het droog. Ik baal, haal de camera uit de kofferbak, loop een eindje terug het bos in en knip van louter teleurstelling om gemiste ree-in-actiefoto het glibberoppervlak van met paddo's begroeide boomstronk. Bolsterturf, maandag 7 november
230 Tegen schemer naar stukje moeras, stukje bos en reepje hei. Eventjes lopen door mooie herfstavond. Hier schreeuwen wat gaaien, daar kwittert een groep meesjes en zowat overal vliegt of scharrelt wel een kraai. Erpel doet wat fazanten op; pal voor zijn neus spat een watersnipje weg en her en der vindt hij houtsnippen. Nergens hazen en reeën, laat staan een vos. Toch is dat wild er wel, want overal voetjes en hoefjes in akkerland en op zandpaden. Als ik naar huis wil gaan, staat een half maantje boven rosse en paarse lucht, gaat de zon onder. Weer een dag voorbij, een pracht herfstdag. O, wat is het leven mooi als je niet aan klote dingen hoeft te denken en vrij mag zijn. Bolsterturf, dinsdag 8 november
231 Avondschemer. Druilregentje. Erpel en ik lopen over doodlopende puinweg. Ep snuffelt her en der en graaft naar muizen. Ik spied naar reeën in te droog moeras en op onlandweitjes. Eventjes slaan we af, ook doodlopend zijpuinpaadje in. Bij onlandwei keren we om. Terug naar 't hoofdpuinpad. We lopen het af tot aan de brede sloot. Dan weer omdraaien. Exact zelfde weg terug. Geen muis gevangen en geen ree gezien. Bolsterturf, woensdag 9 november
232 Zomaar even per pinda omweggetje door het veld. Als ik de vogel zie, blauwe reiger op groene maïsstoppel, zet ik m'n auto in de berm. Raampje open en hij is gevangen in de lens. Niet te scherp, want de pinda trilt. Met het omdraaien van de sleutel springt de reiger hoog, flapt op grote, brede vleugels voor donk're bosrand langs. Dikke laag doodgegaan kroos in sloot. Herfstzon tovert er walschaduw op. Wat verderop oogt de sloot gezonder, frisgroen met daartussen wolkjes in het water. Waar week terug één paddenstoel pronkte in puinpadberm staan er nu twee. Dezelfde nog met achter hem een jonkie. Alsof paddenstoelen echt broertjes en zusjes kunnen zijn. Bolsterturf, donderdag 10 november
233 Ik parkeer bij een stuk b os grenzend aan de Strabrechtse hei, tussen geasfalteerde, bochtige bosweg en zogenoemde Philipscamping. Een timberjack trok daar onlangs zijn spoor, vrat boompjes weg, reed boompjes, struiken en paddenstoelen plat, ging gruwelijk te keer, alsof het Ardennen offensief hier en gister plaatsvond.Ik weet, dat ik vandaag geen reeën zal ontmoeten. Wild krijgt rond keuterboerenbedrijf, grote camping en verharde weg door bos weinig rust. Bovendien houden koeien niet van reeën, maar toch... Je kan nooit weten, nietwaar? Hazen slapen graag langs wegen en pal achter boerderijen. Waarom reeën dan niet? Nu ik met Erpel hier naar toe gereden ben, gaan we de omgeving zeker nader verkennen, al is het maar om te genieten van het spoor van deze timberjack. We volgen het prikkeldraad. Dan, net als me opvalt dat alles en iedereen nog slaapt op de camping - het is er paradijselijk stil - mislukt een overstap van bos naar wei. Ik struikel over een grote, jaar of paar jaar terug afgewaaide, eikentak en dan trekken prikkeldraadstekels een winkelhaak in mijn linker spijkerbroekspijp. Kan geen kwaad, want mijn dij bloedt niet. Even verbeeld ik me dat Eppie staat te grinniken. Als ik erop ga letten, zie ik overal rontelom draad en prikkeldraad. Gelukkig was de bosbeheerder zo verstandig om aan een schuine berkenstam een bordje Opengesteld, maar u mag niet van de paden te laten spijkeren. (Kennelijk was wegens te weinig kap geen geld voor een degelijke, rechte paal beschikbaar.) Stel je voor dat iemand in korte broek of rok van het paadje gaat, struikelt over een tak en in prikkeldraad terecht komt. Loopt een bosbeheerder anno 2005 bij geen groen met witte letters-bordje immers alle kans om een letselschadeclaim wegens beschadigde billen aan zijn broek te krijgen. Door perceel bos met veel met rode streep gemerkte bomen lopen we naar de pinda. Timberjack zal weer worden ingezet. Ik had liever dat men eens heel veel jonge bomen zou gaan planten, of op zijn minst de natuur hier met rust laten. Om kort te gaan: in dit stukje natuur werken boer en bosbeheerder eendrachtig met overmaat aan stront en gier, dreunende timberjacks en gillende cirkelzagen tussen stroom- en prikkeldraad aan een mooi oostelijk Noord-Brabant. Ode aan het oostbrabants natuurbeheer! Bolsterturf, vrijdag 11 november
234 'Waar is Erpel?' vraag jij. Waar we parkeren speelt scoutingjeugd op groen weitje. Balspel. Erpeltje rent op de bal af, maar krijgt geen kans. Het jongetje dat ving, wil niet afgeven. Hij zit onder modderspatten en loopt op z'n sokken. 'Kijk toch eens!' lach jij, 'je zal zo eentje thuis krijgen.' 'Kreeg je toch?' 'Ja, maar da's lang geleden.' 'Ja, en de onze zijn meiden. Die zijn minder erg.' 'Minder erg? Hoezo?.. Helemaal niet! En... Terwijl jij vertelt op lieflijk paadje tussen rog en bos, roept alsmaar een vogel: 'kri kri - kri kri - kliiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii'. Jij vraagt: 'Wat voor vogel is dat toch? Een buizerd?' 'Nee, een zwarte specht. Die heeft al het voorjaar in z'n kop.' Voor je antwoord geven kan, jaagt Erpel een ree uit het grijs en grauw geworden graan. 'Ep hierrrr!' 'Wat luistert hij toch goed naar je?' 'Yep, komt omdat ik veel met hem geoefend heb.' 'Welnee komt gewoon, omdat hij ouder en wijzer wordt.' 'Ja maar, ... Net voor het eilandjesven rakt Ep onder hoge dennen achter een konijn aan. Het schiet een holletje in. We laten ons hondje maar even graven. 'Je kan niet alles verbieden, toch?' 'Nee, kan je niet.' 'Kom, lopen wij vast door. Het is al bijna vier uur. Ep komt zo wel. Niks dan boomwortels hier. Hij kan het niet pakken.' 'Goed, maar... Het ven staat bijna droog. Nog nooit zagen we het zo leeg. 'Kijk,' wijs jij, 'allemaal reehoefjes op de bodem.' 'Ja, de reeën vinden hier bijna nergens meer water.' Als we staan te kijken naar verwegge torens van abdij en kerk, doet Ep een groot haas op uit nieuw, ongeveer maand geleden ingezaaid, grasland. 'Wef wef wef - wef wef wef - wef wef wef - wef', maakt hij zich druk. 'Nergens een mens te bekennen en geen prikkeldraad,' zeg ik, 'en aan 't knallen te horen is de jacht weer open.' 'Dit haas kan wel wat oefening gebruiken,' lach jij, 'laat Eppie maar ff.' 'Ja oké, hij jaagt het de bossen in... In de bossen mag niet worden gejaagd.' 'Ook niet door Erpeltjes?' '... Bolsterturf, zaterdag 12 november
235 Zonnige novembermiddag in Brabants bosselke. Echt mooie namiddag, zonnig en blij en helemaal niet koud, alsof het nog beetje zomer is. Helemaal geen droeve dag, niks geen verdrietig weer. Bij tegen zon in kijken witte webben op groene wei. Kijk je met zonnestralen mee, zie je die webben niet. Het is druk in 't bosselke, druk met mensen, met motorcrossers, mountainbikers, ruiters en amazones en wandelaars. Een gezinnetje: pa en ma en vier koters komen aanlawaaien, recht op 'n jong berkengroepje toe waarin - zo weet ik - graag reeën rusten. De ouders zijn in druk gesprek; de kinderen zitten elkaar achterna, gooien met eikels en spelen met stokken. Ik ga zitten op de stomp van een ooit omgehakte boom, met zicht op weitje waarachter - zo weet ik ook - reewildwissel. Wanneer het gezinnetje aan de berkjes voorbijherried, de kleinste spruit begint te blèren, rennen er opeens een reegeit en haar kalf over het kaalgroen veldje, richting tegenoverliggende bosrand. Even blijven ze staan. De oude geit kijkt achterom naar pa en ma en ruziepruiten. Dan springen beiden af, rennen ze het smalle wisselpaadje op. Mijn Foxie piept. Terwijl pa en ma mens hun kindertjes tot de orde roepen, hou ik Erpeltje bij me. Hij moest af gaan liggen, maar zag de reeën wel. Nu moet hij nog blijven liggen. Maar dan, als het weer stiller is rontelom, kindergejank is opgehouden, spreek ik het verlossende woord: 'Vrij.' Een bont raketje sprint naar bosrand toe en racet een eind de wildwissel af. Ik wachtte lang genoeg: de reeën vluchtten al ver genoeg. En na een dikke honderd meter rakken komt Erpeltje in zo'n gevalletje als dit - zonder dat ik moet fluiten, roepen, schreeuwen, brullen - altijd weer braaf terug bij 't baasje. Ik geef toe, dat was wel 'ns anders. Hoeveel keren had ik schrik, was ik bang dat hij nooit meer terug zou komen? Bolsterturf, zondag 13 november
236 Ochtendnevel over akkers, weiden en moeras. In nat onlandgras verraden je voetstappen waar je liep. Rap verdwijnt een mol in zijn tunneltje als hij een hondje op zich af ziet stormen. 'Foksss hierrrrrrr! Nee, foei! Niet graven! Laat die mol met rust!' Voorbij molshopen duiken we moerasgeboomte in. Heel even snuft Erpel aan een plots omhooggeschoten paddenstoel, een stinkzwam met kleverige, grauwbruine kop op witte steel. Paar dagen terug zag ik deze zwam nog niet. Misschien zal hij morgen al weer verdwenen zijn, steekt de witte steel dan niet maar af tegen groen van mos en lichter groen van varen, ook niet meer tegen het bruin en grauw van afgevallen blad en eigen stinkzwamkop. Plots boort witte zon door nevelsluier, worden aan moerasrand gele maïs en groene eiken beter zichtbaar. Zo dorgeel de nog niet geoogste maïs, zo kurkdroog het moeras, maar zo zomers groen dit eikenblad, zo laat in 't najaar nog, donker eikenherfstgroen, donkerder, dieper groen dan grasgroen. Tegenover maïs en eiken rommelen mezen, merels, roodborstjes en nog meer klein grut in moerasrand. Een roodborstje zit op een tak, zo'n meter of tien van me af. Als het ziet dat ik naar 'm kijk, draait het Fox, die dan braaf naast me zit, en mij de rug toe. Wanneer ik zachtjes fluit, wordt het nieuwsgierig, gluurt het over z'n schoudertje. Als ik nog 'ns fluit, hipt het om. Te mooi gewoon, dat rode borstje dat op foto nooit vuurrood wezen wil. Als Erpel begint te piepen - hij haat wachten - vliegt het weg. Na ontmoeting met brutale roodborst, hangt vijftig meter verderop een dot zwarte schapenvacht aan doodgegaan reebokveegboompje. Witte neveldroppen op de zwarte, niet meer vette wol. Wind en zon en regen ontvetten in die mate, dat dauw-, nevel- en regendroppen blijven hangen aan schapenhaar. Erpel toont geen belangstelling: dit oud stukje vacht geeft geen schapengeur meer af. Tien meter bezijden modderpad - doorgaande zandweg tussen moeras, bosjes en maïsakker - wijst Erpel in een bosje aan waar een ree rustte, waarschijnlijk ook sliep. Reeprentjes staan afgedrukt in de bosbodem, ook in het leger waarin dit dier lag. Reerustplaats temidden van landbouwplastic. De droge sloot, op de kant waarvan het reeënbed, ligt vol rotzooi. Wat boeren toch allemaal achterlaten in het veld! Bolsterturf, maandag 14 november
237 In druilregenmorgen uurtje met Erpel struinen door bos en moeras. Honderd meter breed graspad in met de pinda, daar waar zwarte merrie en haar veulen lopen. Vervolgens te voet door tipjes bos en langs sloot tussen bos en wei. Koeien loeien. Ze zijn nat en hebben het koud. Hun klagen doet me pijn. Deze beesten kunnen nergens schuilen gelijk het wild dat wel kan. Ze zijn gevangen tussen prikkeldraad en staan alsmaar in de kille regen. En 's zomers in brandend hete zon. Waarom toch kan bordjes plaatsende overheid niet in elke wei 'n onderkomentje voor vee ordonneren? Dat lijkt me gezonder dan goedvinden dat koebeesten dag en nacht op stal mogen staan. Overheid en boeren: beiden hebben te vaak te weinig gevoel voor het wel en wee van vee, vind ik. De stinkzwam die ik gisteren vond , staat er nog. Hij is zo te zien niet gegroeid en niet af aan 't takelen, maar vandaag geurt hij zwaarder zwamselig. Onder omgevallen boomstam staan zwammen beschut tegen wind en regen en zon (die scheen gister, vandaag dus niet). Ik ben heel benieuwd of deze zwam er morgen nog zal zijn. Niets en niemand is eeuwig, maar een stinkzwam leeft maar heel even, las ik.Na nogmaals, ook gisteren mocht hij op de foto, portretteren van stinkzwam, zit ik even later in het paleis van opa imker . Zijn - ongetwijfeld duur geweest - Perzisch tapijt hangt, vochtig van dauw en nevel, te drogen naast een bundel ouwe touwen, maar op de witte troon geniet ik, lekker opzij leunend tegen wormhouten pilaar, van dit klein koninkrijk. Boven mijn ongekroonde, natte kop tikken fijne regendroppen - ietwat dof getik - op wrakke golfplaten. Soms een zware, wat doffer tik als 'n grote, dikke drop van boomtak valt. Het getik overstemt verkeerslawaai van nabije jakkerbaan. Mijn hondje vlijt zich aan mijn voeten. Troepjes mezen twinkelen in kalende bloemessen. Twee zwarte kraaien krassen over slordige, decennia niet verzorgde koningstuin. Alle bijen slapen bij de koningin, in groene kastjes. Niks geen gezoem meer. En helemaal geen prikgevaar. Stille vrede. Alleen dichtbije regentikken en veraf verkeersgeruis, eeuwige ruis waar ree en bij en hond en mens aan wennen. Stille vrede dus. Rontelom gestage regen en zo nu en dan een traag vallend blad. Ik geniet. Ik dagdroom. Er komen gedichten voorbij, gedichten die ik als jongen al heel mooi vond, maar toen minder goed begreep, gedichten alsHerfst van Hanny MichaelisNovember van J.C. Bloem Doodgaan van Willem Kloos Panorama van H. te Biesebeek en Opa van Willem Wilmink Bolsterturf, dinsdag 15 november
238 'Moeten we dus zondagmiddag naar de bouwlanden bij de Leenderstrijpse hei.' In hoger stukje moeras heerst, na verstoring door man en hond, weer rust en vree rond r eerustplaats. Erpel snuffelt in warme reelegers. Hij en ik joegen de reeën wakker. Ze vlogen op en stoven weg, maar Ep heeft geen toestemming van mij om hun sporen te gaan uitwerken. Ik hou hem kort, aan de lijn. Hij mag ze van me niet jagen voor mijn fototoestel, voor mijn - o, klote technologie - camera. Alsmaar worden opgejaagd, alsmaar worden vervolgd, daar worden reeën bang en schichtig van. Ze hebben nu eenmaal een heel ander karakter dan bij voorbeeld ene mens Osama Bin Laden. En ik vind een gelukkig ree, al is het alleen maar in mijn gedachten, veel mooier, veel beter dan een mooie reefoto. (Reefoto? Haasfoto? Koefoto? Geldige woorden?) Misschien is dat wel heel erg dom van me. Niet willens en wetens en ten koste van alles wild voor de lens jagen en laten jagen. Wild voor de lens jagen: dom? Niet netjes? In strijd met groene bordjes? Sjonge zeg, wat moet ik er om geven? Wat kan het mij eigenlijk schelen? Pakkans voor illegaal jagen nadert 0 en met moraal kan je nergens betalen. En zo maak ik nooit de spannendste plaatjes. Waarom niet gewoon wet en moraal in mijn sokken gestopt? De tijd terug draaien Heb ik altijd al gewild: de tijd terug draaien. Foute natuurfoto's maken. Ik wil dat wel een beetje, of veel; soms beetje, soms veel. Ben ik een man die niet weet wat hij wil? Ik weet dat ik het fijn zou kunnen vinden, heel fijn. Wandelaars en honden van wandelaars reewild voor mijn lens laten jagen. Je moet er voor om willen lopen, fietsen of rijden. Wild komt op andere plek bos uit dan waar wandelaars en honden bos binnen gaan. Het is een omweg naar foto's, maar het kan veilig lukken, want dan zal niemand wijzen: die Turf jaagt alle wild op! Ow..!? Ik mag het niet van jou? Echt gaan jagen niet. Doe ik ook niet. Erpel is de jager, ik niet, toch? Was ik maar als Erpel, een simpele fox, doelgericht, bloeddorstig, ja, toch wel bloeddorstig en ... ja, wat, wat nog meer?... Ik ben baas, Erpel knecht. Maar Erpel is vinder, superspeurneus. Niet ik. Ik kan bijna NIX vinden en heb zowat NIX te willen. 'k Ben simpele slaaf van erfelijkheid, huisvrouw, werkgever, regering, moraal en milieu. En tot overmaat van ramp, volgens wijlen ambtenaar van de burgerlijke stand en wijlen dominee, inmiddels hoofd van een gezin met double income and no more kids to feed and care about. Nou ja, zorgen voor werd zorgen maken over. Wie weet, straks weer met kinderwagen naar de bossen. Vlieg ik er weer mee uit de bocht. Blèrt weer een kleine alle wild de bossen uit. Erpel staat boven banale dingen, boven zuiptheorieën ook. Die jaagt gewoon, maakt zich nergens sappel om, die leeft vrij en frank en vrolijk, leeft voor wip en rak en vreet. Zonnestralen op bruin van wat eens een witte berenklauwbloem was. Deze berenklauw, waar vandaag een paar keer eventjes herfstzon op scheen, is bezit van een oude imker, zijn eigendom. Eigendom van een man die ik ga bestelen, van wie ik drie berenklauwen ga jatten, van een man wiens vriend ik zou willen zijn. Zal mooi zijn, zitten naast hem. Hij op zijn witte troon, ik op een kapotte stoel, luisteren naar zijn verhalen, verhalen over vroeger, over het moeras, over hem en over liefhebben van bijen en bamboe en bloemessen en berenklauwen, verdomme, deze zin wordt veel te lang. Grammatica en verplicht mooie stijl en juiste spelling: je wordt er zo moe van. Proost! Bijna bedtijd. Goeie port. Fles moet leeg. Ook de stinkzwam is weer een dagje ouder geworden. En bovendien zijn kop ietsje witter aan de top. Hij doet zijn best om te stinken, maar dat lukt 'm niet zo bijster tot dusverre. Maar heel klein beetje weeïg zwamselige lucht hangt om hem heen. En anders dan van zomerstinkzwammen is zijn kleverige kop niet bedekt met zwarte en bruine en grijze en blauwe strontvliegen. Morgenland steeds hogere huizen met krachten bekorst zonder mij zal zij nooit meer Anoniem Mogen de stinkzwammen overwinnen! Wie weet wint ons nageslacht er nog 'ns parfum van. Bolsterturf, woensdag 16 november
239 Donderdagmorgen in moeras. Voorbij wei en maïsstoppel wrakke hoogzit in onland. Onding niet meer in gebruik. Houten vloek tussen herfstgroen. Hoeveel reeën werden vanaf het houten zitje in de afknalhut door geduldige jagers omgelegd? Vanuit moeras zicht op jong bosje, waarin reeën graag toeven. Ze maken hun legers in het gevallen berkenblad, ze herkauwen en slapen tussen de dunne witte stammetjes. Mooi gezicht, dat ronde bosje met lager en lichter berkengroen voor grote, hoge, donkere eiken en sparren. 'Nee Fox, ik weet niet zeker of ze daar zijn... We blijven in 't moeras. Ook reeën mogen rustig slapen, toch?' Waar moeraseiken omwaaien ontstaan poelen, kleine meertjes, gauw genoeg gevuld met plantjes, kevertjes en kikkers. Donker het poelwater onder bewolkte hemel, maar bij even zonneschijn zie ik bruine strepen ijzeroer, ophoping van roestende deeltjes. Waar grondwater aan de oppervlakte komt, waar kwel is, komt met dat kwelwater ijzeroer naar de oppervlakte. Het ijzer in dit oer raakt in contact met zuurstof, slaat daardoor neer, oxideert, roest. Zo vormen zich kleine klontjes roestend ijzer. Door roest kleurt poelwater bruin. (IJzeroer kan ook ontstaan doordat slootjes of beekjes regelmatig overstromen. Dat is in dit moeras niet aan de orde, want boeren haten te volle sloten.) Her en der langs puinpad schieten stinkzwammen uit de grond. Ook de, inmiddels weer een dag ouder geworden, stinkzwam onder bemoste stam is er nog. Meestal staan stinkzwammen fier rechtop. Sommigen zijn liever krom en kijken met open mondje naar opzij. Bij kale wei vernielden tractorsporen reeprenten. Boer is langs geweest. Zijn dikbilbeesten kregen hooi. Gretig snoepen de jonge koeien van het dode, gele gras. Soms loeien ze, lang en hard en klaaglijk: klooooote boer, wat heb ik het koud! Naar 't noorden toe 'n blauwe reiger en koeien onder dreigend donkerblauw. De zon schijnt op een mast en op wat witte stippen in het blauw. Kokmeeuwen? Een blauwe reiger schreeuwt door regenlucht.
Als ik, weer thuis, na het typen van de zin 'Een blauwe reiger schreeuwt door regenlucht' naar buiten kijk, landt 'n grote, blauwe vogel op het buurdak. Een stille reiger. Een paar tellen blijft hij zitten. Net lang genoeg om hem of haar door ruit heen te knippen. Bolsterturf, donderdag 17 november
240 's Morgens 10.00 - 11.30 uur Ik sta in moeras. Op zandweg met ijs - mijn eerste najaarsijs 2005 - in bevroren karrensporen. Ik zie verwegge wrakke hoogzit voor verwegge televisietoren. Televisie kijken doe ik alleen op 't werk. Inmiddels minstens vier dagen oude stinkzwam overleefde nachtvorst. Hij staat beschut tegen wind, regen en vrieskou, onder omver gewaaide, langzaam dood gegane berk. Zijn buur is een varen. De varen is hard en stijf, bevroren; de top van de zwam voelt kleverig aan, als gisteren, eergisteren, als de dag toen ik hem vond. Ik loop puinpad af, klim over doodgaande omgewaaide eik en sta voor sloot te kijken naar reewild op onland. De sloot is breed en bevat niet bevroren oerig water. Ik sta te kijken naar bevroren klonten op slootkant: sterrenschot: reigerkits of bunzingbraaksel. Ik hou 't op reiger, want het ligt rontelom. Een bunzing heeft minder lange nek en poten, kitst meer nauw plaatselijk. Sterrenschot, witte gelei, drilpuddingachtig spul, eierstokken van vrouwtjeskikkers (sufferd! mannetjeskikkers hebben geen eierstokken).
240a 's Avonds 15.45 - 17.00 uur Nadat ik de blauwe paddootjes fotografeerde, speel ik een poosje met Erpel. Dan leidt hij me naar bosrand, over reewissel en onder met groene netten knap gecamoufleerde reeafknalhut door naar maïsstoppel. Nou ja, hut? Een ijzeren ladder met zitje tegen boom. Tegenover de hoogzit witte bioschuren. Tussen schuren en ladder maïsstoppel. Tussen schuren en ladder ook een sprong reeën. Drie stuks. Ze zijn ver op de stoppel, dichter bij de schuren dan bij de hoge zit. Twee reeën kijken recht in de lens. Ze hebben zeker gehoord dat Erpel en ik even speelden in het beukenblad, geluisterd naar hoe hij vrolijk kefte toen ik bladeren naar hem schopte. Ik ga zitten in het beukenblad en wacht. De reeën trekken, niet snel maar wel onrustig, op bosrand aan. Dan gaan ze vlak voor veilig bos - want op die plek geen hoogzit! - rustig laveien. Ik heb geen medelijden met deze reeën. De dieren in de bioschuren zijn veel minder af. Onbegrijpelijk dat er mensen zijn die willen werken in zulke schuren, en dat zulke concentratiekampen er mogen zijn van de o zo christelijke heren Balkenende en consorten. Bolsterturf, vrijdag 18 november
241 Ochtendwandeling met Erpel. Na nachtvorst liggen rijp en nevel over onlandwei en -ruigte, maar nog altijd staat in fiere naaktheid een - inmiddels al minstens vijf dagen oude - stinkzwam te pronken onder wortelstam van omgewaaide berk.Ik kom voorbij een laagje ijs op badkuipwater. Water bedoeld voor schapen. Ik duw met mijn handen het dunne vlies kapot. Opeens zet Ep aan, stuift hij weg, zandpad op. Twee reeën vluchten . Eentje gaat naar rechts. Die duikt het moeras in. Het ander rent over wei, naar verre bosrand toe. 't Is sneller dan Ep, veel sneller. Ik lach en laat Ep rakken. Ik zag de reeën niet bijtijds, lette niet op, stopte camera in tas, stond te dromen van zomer en vrouw in buitenbad. Bij kale, witte wei, waar gister nog dikbiljongbeesten klaaglijk loeiden, is het nu winters stil. Eindelijk bracht een boer zijn vee naar huis, of slachthuis. Mensen en wild en vee. Eten en gegeten worden. Ethiek en moraal. Ik eet vlees, ben er niet gelukkig mee. Als Erpel een reeleger op slootwal langs preiakker aanwijst, vergeet ik te peinzen en spied de omgeving af. En dan glimlach ik. Naast zandpad, waarop pinda geparkeerd, loopt een ree in wei. Het wandelt naar een slootje. Ik kijk, wacht tot 't wit kontje verdwijnt. Bolsterturf, zaterdag 19 november
242 Een koude zondagmiddag. We rijden voorbij Sterksel en Leende, naar achter Leenderstrijp. Daar wandelen we, tussen half vier en diepe schemering, langs akkers en bos- en heidezoom. We vinden een eenzame, g rote paddenstoel in veeleeg weiland. We luisteren naar roeken en kauwen op bemeste akkers. En op de zandwegen ontmoeten we h er en der zondagmiddagwandelaars: hier een, zo te zien, zwaar verliefd ouder paar; daar drie jonge vrouwen; ginds een vrouw in witte jas en met wit hondje. Erpel wil vrijen met een ander hondje, met het teefje van een vrolijk kijkende meneer en wat sjaggie ogende mevrouw. 'Bah,' zegt ze, 'jullie hondje kent geen fatsoen.'In heidewei rond schaapskooi met bont pannendak groeien meer paddenstoelen dan in de boerenweiden. Mooi gezicht, dat grote roodbonte schuurdak; mooi gezicht die bruine paddohoedjes op hoge steel. Schapen zijn nergens te zien of te horen. Al lopend en kletsend raken we - als meestal - ver van de gebaande mensenpaden. We proberen te lezen wat ooit op een helft van een aan een berkenboom gespijkerd bordje stond gedrukt: verboden? toegang niet? We gaan door akkers en weiden en klimmen over prikkeldraad. En dan lopen we zomaar tegen een u-vormig vennetje aan. Dat ligt verscholen tussen hei en bunt en allerhande struikgewas. Op kop ervan een maïsakker. Naar achter toe verliest het zich in soortement moerasonland. Een paar houtduiven kleppen weg uit hoge berken in de u. Daarna is het weer zalig stil en rustig. Zo mooi, te mooi voor Nederland haast. We tellen ontiegelijk veel reehoefjes in akkers en zandpaden, maar zien maar één ree. Te veel volk vanmiddag, te veel mensen op de paden. Dat éne ree hoorde en zag ons aankomen. Het sprong over sloot bosrandruigte in. Als je kletst, zie je weinig reeën, maar geeft niet. Kletsen is fijn. 'Zie je die man?' 'Waar?' 'Daar!' Waar de grote heide begint loopt een man in eenzaamheid door avondschemer over wei en akker. Door de kijker wordt hij groter en duidelijker. 'Kijk daar..., helemaal rechts. Zie je hem nu?' 'Ja, nu zie ik hem... Is hij een Belg?' 'Een Belg? Weet ik niet... Het is nog ver naar de Achelse kluis.' 'Hè nee, ik heb nu geen zin in bier.' 'Gaan we toch fijn naar huis. Eerst rosé en daarna port?' 'Zuiplap ben je!' De zandweg lijkt lang, is lang, maar er hipt een winterkoninkje door berkentakken. Die maakt om zo te zeggen het lange pad wat korter. Het koninkje gepasseerd schreeuwen twee blauwe reigers over ons heen. We waren ze na en zoeken de lucht af naar meer vogels, naar plevieren en eenden en ganzen. Die zien we niet, maar vanuit het noorden komt een kluwen trekvogeltjes aan, zo beweeglijk, zo dicht opeen kringend, zo vleugeltjesrap. En in een eikenbosje krassen zwarte kraaien naar elkaar. Ze schreeuwen bijna net zo lelijk als de reigers. 'Wat zijn die kraaien toch onrustig!' 'Ja, ze hebben een hekel aan Fox.' 'Doe niet zo mal!' 'Helemaal niet mal... Kijk, de zon gaat onder boven België.' Bolsterturf, zondag 20 november
243 Tegen donker met Erpel naar het moeras. Het is er stil en rustig. Alleen een paar koolmezen rumoeren wat. Erpel zit naast me als ik de stinkzwam - die is inmiddels minstens een week oud - op de foto zet. Wanneer ik ook de kleine, geelbruine paddootjes in het mos, op de berkenstam boven de stinkzwam, wil fotograferen, vergeet ik op te letten. Plots stuiven vijftig meter verderop fazanten uit rietkraag omhoog. Erpel is ongemerkt over een sloot gesprongen en jaagt de hoenders uit het riet. Minstens zeven fazanten snorren naar alle kanten weg. Bolsterturf, maandag 21 november
244 Ik sta aan eikenbosrand. Eikenbos bezijden jakkerbaan. Naar west raast snelverkeer op Eindhoven, Vlissingen, Antwerpen en Randstad aan; naar links racet snelverkeer richting Duitsland. Zoveel koplampen! Hoeveel auto's? Achter me graaft Fox naar muizen. Dan zie ik een ree. Het staat stil op bosT-splitsing. Wanneer ik m'n camera uit de draagtas heb, vlug het ding aanzet, instel en richt, springt het af als ik de ontspanknop indruk. Als de camera met vertraging klikt, rent juist een tweede ree de bosweg over. Vlugge foto in avondschemer, te donker eigenlijk al, en camera niet stilgehouden. Ach, wat maakt het allemaal uit? Er zijn weer een paar reeën digitaal. En waarom moet het altijd mooi en super duidelijk zijn? Bolsterturf, dinsdag 22 november
245 Dampend meststro uit paardenstal op bosrandstoppelveld. G rillig getekende bloem in dood en levend kroos. Bolsterturf, woensdag, 23 november
246 Een sombere eind novembermorgen. Ik struin in druilregen door Cirkelzaag en Timberjack vernielde bossen. Kale, mismaakte, kapotte bossen. Je kijkt er zo doorheen, honderden meters ver. Maar hazen, vossen en reeën hebben zowat dezelfde kleur als boomstammen, dood hout en de lange, taaie gele en bruine bunt. Ik zal geen wild vinden als ik er niet 'bovenop loop'. Gelukkig is er Fox. Die vindt in een kwartier een houtsnip, een konijn, twee hazen, twee reeën en een groene specht. Maar... vangen deed hij niks, hij mocht alleen aanwijzen en voorstaan, mocht niet achterna rakken. Nou ja, iedereen gaat wel 'ns in de fout, nietwaar? Daarom uit de pindakoffer een gedroogd varkensoor voor Fox. Bolsterturf, donderdag 24 november
247 Kille wind over stille sneeuwwereld. Alle hei verborgen onder wit. Kale berken her en der. Fox rakt wat in de rondte, jaagt 'n houtsnip uit sparrenbosje. Die vogel vliegt bijna tegen me op. Als ik reeprenten wil gaan fotograferen, roep jij Fox bij je en lijnt hem aan. 'Niks waard, dat gerak!' mopper je. En dan, als je kijkt naar hoe ik reeprenten in lariksnaaldensneeuw fotografeer, komt daar die reebok aan. Hij loopt heel rustig. Jij en Fox zien hem aankomen. Je houdt Fox stil, maar als je waarschuwt: 'Een ree!' heb ik de camera op macro. Bij eerste kef sprint de rikke weg. Bolsterturf, vrijdag 25 november
248 Sneeuwdag. Overal sneeuw, witte sneeuw, maar 't witst de wegen. Ach, heel even maar waren die het allerwitst. Mensen rijden auto. Mensen strooien zout en alle zout, zelfs wit zout, maakt geel en grauw. Pinda geparkeerd bij moeras. En dan loopt het opeens moeilijk door twintig centimeter sneeuw. Toch vind ik 't zalig vertoeven op onland, akkers en weiden. Veel wildsporen overal, en waar dicht bij dorp kinderen sneeuwballen rolden, doen vinken zich te goed aan zaadjes in, door 't rollen vrij gekomen, zwarte aarde. Witte vlokken vallen rontelom. Mijn kop wordt nat, mijn brillenglazen ook. Het deert me niet, want fijn om zomaar in witte wereld wat rond te kijken: kijken naar sneeuwlucht waardoor een grote blauwe reiger flapt; kijken naar witte bodem met diersporen, sporen die nu worden uitgewist. Maar vanavond en vannacht zullen vos en ree en haas en konijn hun voeten weer zetten in het koude wit. Ik hoop, dat het zal blijven sneeuwen tot zes uur in de morgen. Eind novembersneeuw en veel bladeren nog aan de bomen. Ze zeggen, dat er een strenge winter komt als de bomen vergeten blad te laten vallen. Of dat waar is? Beschut door berkenstam gedijt 'mijn' inmiddels zo'n twee weken oude stinkzwam. Het mos boven zijn hoofd is groen als altijd, maar zijn buurlui Varen zijn bezweken onder sneeuwlast. Die liggen onzichtbaar onder 't wit. Toch is de langzaam witter wordende zwam niet alleen in dit nu sneeuwmoeras. Er is het groene mos en er zijn de geelbruine mini paddootjes in dat mos. En een vos kwam even op visite. Diens pootafdrukjes staan in keurig rechte lijn een meter voor de zwam langs. Erpel ruikt niet aan de zwam, wel aan het vossenspoor. Dan gaat hij naar muizen die hij niet mag doden graven. Bolsterturf, zaterdag 26 november
249 Moerasrand. Te voet half uur van huis. Fox speurt over akkers. Hij gebruikt zijn neus. Ik zoek met alleen maar ogen, naar voeten van konijn, haas, vos en ree. Dan - dwaze hond - rent Fox over aspergerillen, dan weer rolt hij in konijnenpootjes in sneeuw. Daar heeft hij zijn lol aan. Ik weet niet beter dan waar te nemen hoe tractorsporen met sneeuwwater worden gevuld. Donkeravond. Leeg winters verlaten de witte akkers tegen 't dorp aan. Alle kinderen zijn naar huis. Hun iglo staat leeg en de sneeuwman heeft geen oren, hoort de kerkklok niet luiden. Bolsterturf, zondag 27 november
250 Het winterde wat. Dooisneeuw over de kalenDe Lange Bleek. En ook sneeuw over akkers en weiden. Op strook bosaanplant ligt 't meest van nooit geoogste rog grauw en geknakt onder dofwit. Dooisneeuw, smeltsneeuw. In het bijna drooggevallen eilandjesven ligt weer een echt eilandje. Sneeuw weegt. Sneeuw is zwaar. Er vielen tonnen, tonnen sneeuw, zware last op kruinen. Te veel gewicht soms: takken braken af, op breukvlakken hout witter dan sneeuw. Ver weg een ree aan bosrand. Voorzichtig naderen man en hond. Dan buigt het pad naar links. Nog dik 100m en dan... 'Nee Fox, we laten het ree gerust. Kom mee terug.' Op de foto zijn er thuis twee reeën. Op weg terug naar parkeerplaats met pinda snuft Fox in hazenvoeten. Hij volgt ze de bosrand in en vindt het haas in hoge ruigte, ruigte waarin ik zelfs een ree niet vinden kan. Bolsterturf, maandag 28 november
251 Een dooie, droge, waterkoude dag. In witgroene, kale wei tussen parkeerplaats en bos graast een kudde zwarte koeien. Nou ja, graast? Het gras is nauwelijks een centimeter hoog. De kalfjes werden onlangs opgehaald, van moeders gescheiden en in een veewagen geladen. Hun eigenaar vond het zeker te koud worden voor de kleintjes, maar de moeders moeten van hem buiten blijven. Die mogen geen beschutting. Die kunnen zich nergens verstoppen voor hagel, ijzel, wind en regen. Die mogen gerust koud en nat worden. Die zijn in hun gevangenis van schrikdraden veel slechter af dan Schotse hooglanders, reeën en hazen, die in luwte van boswallen en onder hoog geboomte kunnen schuilen als het weer bar en boos is. Een droeve aanblik: het roggeakkertje aan bosrand dat van de zomer goudgeel straalde, dat me fascineert, biotoop voor reeën, hazen, spinnen, kevers, winterkoninkjes en muizen. Terwijl Erpel snuft en speurt en graaft naar de laatsten - hij heeft er schik in als ze wegrennen om zich opnieuw te verstoppen - probeer ik een winterkoninkje te fotograferen. 't Klein ding wil maar niet stil zitten, en 't is bijna niet te vinden, niet te zien in ruigte van brandnetels, rottende rog en bosrandruigte, en al helemaal niet te ontdekken door het zoekvenstertje van de camera. Het zit nooit 'ns stil, dit koninkje! Wel een kwartier volg ik het. 't Hipt en 't vliegt en 't klimt en 't klautert. Het gaat van geknakte, grauwe roggeaar naar braambos, van braambos naar brandnetelbosje, van netelbosje naar wirwar dooie takken, van dooie takken weer naar roggeaar, en zo alsmaar door. Meestentijds zie ik het helemaal niet. Uit pure wanhoop knip ik lukraak met ultra zoom maar een keer of vijf de plek waar het wel ongeveer zal zitten. B ruine schimmen tussen verwegge bomen blijken jonge Schotse hooglanders. De beesten dollen wat met mekaar in natte sneeuw en modder. Ze bonken tegen elkaars horens. Foxje raakt er opgewonden van. Dan nadert een man op een fiets, een jonge kerel, jaar of vijfendertig. Hij stapt af bij Fox en mij en begint een praatje. Hij blijkt vossenhater. 'Hier zat een hol met zeven jonge vossen. Ze vraten alle hazen op,' vertelt hij. Ik wijs hem - voorzichtig, ruzie gaan maken heeft geen zin - op jacht, stroperij (vanuit auto's vooral), leverziekten, snelverkeer, timberjack, haviken (ik besef te laat dat ook haviken worden gehaat) en verwilderde katten (ik heb Brammetje lief) als oorzaken van slechte wildstand. Het mag niet baten. De man wil alle vossen laten doodschieten. Net of er inderdaad zo vreselijk veel vossen zijn. Sjonge zeg, ik zag er dit jaar nog maar twee tot nu toe en Erpel vond er maar eentje. Eén dus! En opa Dominant mist, nu hij zijn kippen 's nachts ophokt er 's morgens - al maanden lang! - niet eentje meer van. Ik vraag me af: vanwaar toch die vossen- en roofvogelhaat? Zal wel louter hebzucht zijn. Na m'n afscheid van man met fiets, lopen er wat later zomaar twee mannen in het veld. Ze duiken telkens een sloot in. Ik kan hun aanwezigheid niet duiden, tot ik een auto met opschrift: www.rivm.nl in boszoom zie staan. Binnenkort zal ik maar 'ns in betreffende sloot gaan neuzen. In het besef dat na man met fiets en na werknemers RIVM geen hazen en reeën, laat staan vossen, op de akkers en weiden te zien zullen zijn, loop ik naar het eilandjesven. Een stukkie van maar tien mins. En dan zie ik in een berkenboompje op het eilandje een vogel zitten. Een duif? Nee, daarvoor is hij te klein. En hij heeft een lange staart. Gelukkig heb ik laarzen aan. Voorzichtig waad ik richting vogel. Na een meter of twintig waden en drie keer knippen, vliegt de vogel weg. Erpel blaft me toe als ik terug kom uit het ven. Half bevroren sneeuwwater vind hij toch echt te kou voor aan z'n buik. 'Klauwier..., klapekster,' zeg ik tegen hem. 'Wef wef wrefff,' is het blije antwoord. Voorbij vossenhater, RIVM-mannen en klapekster - klapeksters zijn echte deugnieten, ja moordenaars, roofvogels zijn het die hun prooi wel 'ns spietsen aan de punten van prikkeldraad! - is het bos mensenleeg, is er weer rust en vree rontelom. Alles is zo stil. Een allene duif vliegt over; een allene gaai scheldt maar heel even naar Ep, een allene kraai roept éénmaal schor door de eenzaamheid. Dan alleen nog maar wat mezengetwitter in grauwe namiddag. Maar o lieflijkheid, op weg terug naar de parkeerplaats is er tegen vieren opeens de zon. Lage zon, dat wel. Hij komt niet eens boven de bomen uit, de bomen die ik twee keer zie. Zo mooi, zonneschijn op boszoom; zo mooi, spiegelbeeld van bomen in water van eivormig ven. Bolsterturf, dinsdag 29 november
252 In droge herfstdag vlug met Erpeltje ff naar 'ons' moeras. Altijd is er wel wat te vinden in dit stuk natte, dompige, ruige natuur tussen dorpen en jakkerbanen. Vandaag vind ik, iets voorbij het paleis van opa imker, 'n geel edelsteentje: 'n geel, drillerig zwammetje dat zich hechtte aan een dode tak. De stinkzwam (Phallus impudicus) is er ook nog. Fier schuin omhoog gericht staat hij in de humus, eenzaam, alleen, schoon hij helemaal niet stinkt. Erpel is druk met 't snuffen in r eelegers langs sloot in boswalluwte. Van reebedden naar weg is nog geen honderd meter. 's Nachts, als bijna alle mensen slapen, rusten en herkauwen reeën vaak dicht bij huizen en wegen. Of ze dan ook de ogen toedoen weet ik niet. 'k Denk van wel. Bolsterturf, woensdag 30 november
index november 2005
|