|
Bolsterturfs natuur B o l s t e r t u r f s n a t u u r Dagboek februari 2006
315 Lichte vorst overdag. Met Erpel tegen de middag in rijp en nevel klein uurtje naar moeras en bos. Over onland flappen hongerige reigers en in populierenbosje zingt een meesje in witte top. Is het wel een meesje? Ik kan het vogeltje niet identificeren, want heb geen kijker bij me. O, had ik maar havikogen! Ook vinken en houtduiven vliegen over 't vandaag vaalwit moeras en de slordig witte akkers. Plots hoor ik takken kraken, zie ik een vluchtend ree, dat meteen wegduikt in braamstruikenwirwar. Zijn *spiegel verdwijnt te vlug. Ik kan zo vlug niet zien of het een *schortje heeft. Erpel mag er niet achteraan rakken. Over berijpt ijs van toegevroren sloot gaan vossevoetjes. Ep houdt z'n neus boven de voeten, speurt onzeker een eindje. Waar de vos de sloot verliet, merk ik dat Ep me bedot, verliest hij in sparrenaanplant meteen het spoor. En dan is het hoogste tijd om via huis naar werk te gaan, want streng verplichte vergadering om 15.00 uur precies. Bolsterturf, woensdag 1 februari
316 E en koude, grauwe dag. Minus drie. Tegen elven begint het licht te sneeuwen, fijne, zachte sneeuw. Heel het moeras en ook de akkers en onlanden worden wit, maar waar beek en sloten niet toegevroren zijn blijft het water dreigend zwart. Het duivelsei onder de dode dubbele berkenstam is stijf bevroren. Het voelt knoerhard aan. Zo lijkt het net een mislukt ganzenei. De bladerhoop waar ik het mee toedekte, is uit mekaar gegooid. Dat deden vogels of muizen. Ep en ik banjeren over onland en door riet-, elzen- en wilgenwildernis. Veel is er niet te zien, maar in het moeras zijn langs puinpad twee mannen aan het boompje zagen. En twee jagers in groen landrovertje komen me op dat pad tegemoet. Deze mannen zag ik nog nooit buiten hun auto. Altijd toeren ze maar rond, spiedend naar wild en stropers die er overdag niet zijn. Alsof ze allebei invalide zijn, niet goed kunnen lopen. Ach, wat kan het me schelen? Ik erger me beter niet aan hun. 'Wat gek,' laat ik ze denken, 'dat foxje loopt altijd aan de voet.' De gevaarlijke watervalletjes van staatsbosbeheer Soms staat er een blauwe reiger bij zo'n sbb-val te kleumen. Dan zit er zoveel stroming in het water dat het niet overal kon bevriezen. Op weg naar huis vliegt een zilverreiger langs rood op mesthoop. Deze mooie witte vogel kan me vandaag niet blij maken. Ook de vlaamse gaaien, merels, sperwer, buizerd, roodborstjes, meesjes en winterkoninkjes lukt dat niet. Bolsterturf, donderdag 2 februari
317 Heel mooi vind ik de afdrukken van e enden- en kattenvoeten op slootijssneeuw. Duidelijk natuurschrift is dat. Mooier nog dan deze prenten, vind ik de tekentjes die me verklappen waar reewild uitgleed in beetje sneeuw op bevroren moeraspoel.Als ik op pad tussen moeras en bos een groen autootje zie staan, roep ik Erpel bij me. Op ons gemakje lopen we naar een suzuki van staatsbosbeheer. Dat het een sbb-auto betreft, is overduidelijk: achter op de auto staat bosbeheer, op de motorkap staatsbosbeheer. En op de achterbank staat een open aktetas vol met paperassen. Als ik doorloop spot ik twee 'groene mannen' in het bos. Dan is er een roodborstje. Het zit naar me te kijken, op wat over bleef van een maïsstengel. En dan zijn er opeens ook drie reeën, ver schuin achter het roodborstje. Kennelijk is het reewild door de groene mannen uit door sbb beheerde strook moerasrandbos verjaagd. Ik vraag me af: 'Moet er nu al weer gehakt, gezaagd en getimberjackt gaan worden?' De reeën verdwijnen in wit eikenbos. Erpel zag ze ook. Die wil er achter aan, wat hij van me niet mag. Even later heeft hij een bosmuis gevangen, en doodgebeten! Ik pak hem de muis af, maar geef geen straf. Daar hou ik niet van. Van straf geven niet. Op weg naar huis maak ik nog wat foto's van witte bos- en moerasranden. Hier en daar staat een, als altijd flink schuwe, blauwe reiger. Ook hier en daar rommelt een roodborst in wat ruigte. En dan zie ik ook nog een zilverreiger, een zwarte specht, ganzen en eenden, een klapekster, een buizerd, winterkoninkjes, vinken, merels, kraaien, gaaien, roeken, kauwen, blauwe duiven en wat vogeltjes waarvan ik de naam niet weet.
Thuisgekomen zit het merelvrouwtje met 't kapotte linkerpootje in de dakgoot van de schuur. Te veel ellende rontelom. Ik pak een grote borrel. Bolsterturf, vrijdag 3 februari
318 Het wintert niet meer. Om drie uur in de middag is het zes graden in schuttingschaduw. Jij en ik besluiten nog ff met Erpel te gaan wandelen, uurtje rontelom de met dooiijs bedekte verboden vennen. Bolsterturf, zaterdag 4 februari
319 Jij en ik. Wij wandelden. Door trage motregen. In droef loofbomenbos. Dat bos hadden we vandaag eindelijk weer eens voor ons twee alleen. We dwaalden er in rond buiten wegen en paden. Daarbij kregen we het niet koud en ook bleven we droog, want we hadden onze hoge laarzen en lange groene jassen aan. Jij vertelde je verhaal. Ik luisterde naar je en zag daarbij veel verenhoopjes van duiven, spechten en merels. Dus ging ik uitkijken naar de moordenaar die ik niet vond. Erpel was druk met jagen. Die rakte in grote bogen tussen met rode streep gemerkte kale bomen door. Hij vond geen haas en geen ree. En de vossen en konijnen zaten allemaal verscholen in hun holen. Bolsterturf, zondag 5 februari 2006
320 Drie uren sjouwen. Dik tien mins daarvan met een koude kikker. Door grauw nevelweer. Erpel vindt de kikker. Opeens ligt hij, Erpel dus, op zijn rug te rollen, zoals hij dat soms doet in viezigheid. Onmiddellijk beveel ik hem: 'Hé jij! Sta onmiddellijk op! Vooruit! NU!!' Terwijl ik mezelf gelukkig prijs de baas en niet mijn hond te zijn, komt Ep bedremmeld overeind. Waar hij rolde, zit een kikker op het wintermos. Op het eerste gezicht zit de kikker erbij, alsof hij hoewel overrold toch nog springlevend is, gewoon dus op z'n vier kikkerpootjes, maar als ik hem oppak beweegt hij niet. Hij is een mooie dikke, donkergroene kikker met soepele, gladde huid en zo te voelen ongebroken ribbenkastje. Ook heeft hij nergens bijt- of pikwondjes, maar 't lijkt net of deze kikker geen ogen heeft. En tuurlijk ga je als leek, als nièt-wetenschapper, niet peuteren aan gesloten kikkeroogjes. Als ik een pootje van de kikker strek - voorzichtig - dan beweegt dat pootje niet meteen terug. Als in ontiegelijk vertraagde film is het pootje paar mins later toch wel weer in voor-bewogen-worden-stand terug. Ik snap het allemaal niet meer. Een kikker in winterslaap op bosmos, ver van sloot en ven? Een overrolde kikker die heel-lang-zaam-aan reageert? Rara, hoe kan dit allemaal? Hoe komt deze kikker op dit mos? Heeft een reiger hem laten vallen? Een bunzing met hem gesjouwd? Rontelom het ven lawaaien zwarte spechten. De manspechten hebben al het voorjaar in hun timmerkoppen. Ze doen van 'kri kri kri kri kri kri' en ook van 'kliiiiiiiiiiiiiiiiiiiii kliiiiiiiiiiiiiiiiiiiii kliiiiiiiiiiiiiiiiiiiii', maar hebben dikke pech. De vrouwtjes vinden de lente nog zoooooooo ver weg. Erpel rakt vanuit boswal pardoes een vlucht weideganzen binnen. Die Ep kan toch zo maf onbesuisd doen. Ik en m'n digicammetje reageren langzaam, omdat ik net loop te denken aan iets van dikke dertig jaar terug en omdat een digitale camera langzaam knipt bij maar zes graden. Maar ook de ganzen reageren laat. Die zitten met z'n allen nauwelijks dertig meter uit de bosrand, zien Ep te laat, willen allemaal tegelijk opstijgen. Zelfs aan de randen van de foto vliegen ze mekaar overhoop. Maar 't komt goed op volgend plaatje. In ruigte achter kleurrijke berkenstam vind ik, nu pas, een vossenhol . Als ik de vijf pijpen tel, weet ik: dit is de plaats waar mijn zomervosje 2005 werd geboren. Erpel is het een rotzorg. Die pist maar 'ns tegen de berkenstam en gaat dan de breedste vossenpijp nog wat breder graven.Bolsterturf, maandag 6 februari 2006
321 Een frisse, droge en donkere winterdag. Tweetruiendag. Om één uur geeft de schuttingthermometer zeven graden aan. Met Erpel en auto naar de bossen. Halverwege stop ik m'n pinda, om foto's te gaan maken van schapen met rood en blauw. De eigenaar van de beesten bevestigde bij de rammen een krijt- of verfblok onder het lijf. Zo kan worden nagegaan welke ram welke ooi dekte. Zullen, fantaseer ik, boer en boerin ook zo'n blok gebruiken? Kilometertje verder loopt een ree in weitje aan campingrand. Ik ben te onvoorzichtig, stop meteen, rij niet eerst ver genoeg door. Als ik uitstap, hoort het dier de klik van het portier. Het zekert alsmaar in mijn richting, vertrouwt z'n omgeving niet meer. Voor ik de camera uit de tas heb, stapt het de donkere bosrand in. Anderhalf uur later trapt Erpel midden in de bossen bijna in de scherven van een kapot geslagen jeneverfles. Ik ben een kwartier kwijt met het verzamelen van de scherven en het graven van een gat. Als ik klaar ben met het onder aarde stoppen van de scherven, vraag ik: 'Mag ik hopen Ep, dat de man die deze fles kapot sloeg kapot gaat aan de drank?' Ik krijg geen antwoord, want Erpel, die er tussen uit piepte, vindt dan net een haas in de bosrand. Nogmaals anderhalf uur later zie ik weer een ree in 't weilandje bij de camping. Nu rij ik een heel stuk door alvorens te stoppen en uit te stappen. Met Ep aan de voet loop ik voorzichtig terug. Het ree is erg onrustig, het zekert voortdurend en kijkt vaak achterom. Waarom het zo bang doet, kan ik alleen maar naar raden. Dan zakt het opeens door de achterpoten, gaat het plassen. 'Het is een geit, Ep.' 'Pfffttt.' Om half vijf weer thuis. Dan is het negen graden aan de schutting. O, wat ik in die dik drie uur allemaal zag? Sjonge zeg, je ziet altijd meer dan je kan onthouden, maar ik zag met zekerheid: schapen, ponies en paarden; drie buizerds; een havik; een zilverreiger; drie blauwe reigers; een kiekendief; een bosmuis; een haas (dank zij Ep); drie konijnen (ook dank zij Ep); vier reeën in totaal (drie ervan dank zij Ep); heel veel houtduiven; heel veel grauwe ganzen; heel veel kolganzen; twee nijlganzen; merels; een paar wilde eenden; wat vinken, gaaien en kraaien en een roodborst en nog een roodborst. Misschien was de laatste een winterkoninkje. Wat ik niet in de bossen zag? Mensen. Bolsterturf, dinsdag 7 februari 2006
322 Ik zit in mijn hok. Eénhoog Wat frisse boslucht is me welkom. Ondanks dreigend donkerblauwe regenlucht naar 't noorden toe, besluit ik een uurtje naar de bossen te gaan. 'Ep, ga je mee?' Blij keffend springt m'n hondje tegen me op: 'Wef wef wef.' Als er een weg is waarop auto's mogen rijden, dan rijden er auto's op die weg, hoe afgelegen en slecht van staat die weg ook is. 'Hier Ep! Voet! Er komen auto's achter ons aan.' Erpel luistert voorbeeldig. En dan rijdt een dikke donkerblauwe volvo voorbij. Er zit een man van jaar of veertig in. Wat zoekt die nu hier? vraag ik me af. Maar dan dient zich al het antwoord aan, in de vorm van lichtblauw opeltje met achter het stuur een jonge blonde vrouw. Flauwe bocht voorbij verdwijnen de wagens uit het zicht. Dan begint het weer te regenen. Niet zo hard, maar Ep en ik worden er toch wel nat van. Het deert Ep niet. Mij wel. Ik heb geen jas aan. Wat te doen? 'Ach, 't is maar een buitje Ep. 't Wordt zo wel weer droog. Kom, lopen we gewoon door.' En als Ep dan weer de bosrand in rakt en ik stug doorloop, staan daar tien mins later de auto's van daarnet in het zijpaadje naar het reeënweitje. Ik loop op meter afstand voor de motorkap van de volvo langs. En tuurlijk kijk ik opzij, de wagen in, zie ik ze zitten, de man en de vrouw. Allebei parkeerden ze achteruit het paadje in. Eerst zij, daarna hij. En nu zitten ze samen in zijn auto. Allebei voorin. Dat natuurlijk om goed zicht te hebben op de grauwe februariwolken boven de kale februariakkers. Hij zit er aangekleed bij. Een echte heer zo te zien. Zij heeft wat minder aan, maar dat is niet erg, want ze bedekt - deels - haar borsten met haar handen. En dan zie ik daarna niet meer de meisjeskamer van Paul Rodenko in zijn gedicht Februarizon, wèl de helder 'n koperklepgeluid zingende tiete van Antjie Krog, want mooie tieten zijn poésie pure, nietwaar? Even later ligt het reeënweitje er nat en verlaten bij. Nergens een ree, haas of konijn te bekennen. Thuisgekomen zit een merelman te snoepen van de mezenbollen in de voortuinsparren. Bolsterturf, woensdag 8 februari 2006
323 Per pinda naar 'ons' moeras, door wild weer met veel februarizon en heldere wolkenluchten. Ik parkeer langs verharde weg, bij een boerderij. Verstandig parkeren geeft minder kans op het kwijtraken van je autoradio. In het moeras, even voorbij de moerastuin van opa Imker - stukje allerhande bomenonland waar men beter op het pad blijft vanwege glasscherven en andere rotzooi rontelom - rent Erpel opeens rietruigte in. Hij zag een dier wat ik niet zag. Ik laat hem maar even toedoen. Na nog geen minuut hoor ik hem keffen: 'wef wef wef.' Zo mooi om dat blij fanatiek geluid te horen! Twee minuten later is hij bij me terug. Als ik even daarna vanuit moerasrand over onland spied, zie ik op boerenweggetje een groene auto staan. Jagers? Staatsbosbeheer? Zag vanuit deze auto iemand Erpel achter ree of haas?? Ik kies het zekere voor het onzekere en verander van niet precies geplande route. Zo komt het, dat ik weer eens de dode dubbele berkenstam aandoe waaronder ik op 2 februari een stijf bevroren duivelsei vond. Dat ei voelde toen knoerhard aan, was hard als een ganzenei. Vandaag voelt het weer zacht en week. Ennn... wat ik toen niet zag, centimeter of zeven naast dit opnieuw week geworden duivelsei, bevindt zich nog een ander ei. Dit laatste ei is aan het uitkomen. En dat na een week schaatsweer! Het vroor zo hard, dat ik alle duivelseieren kapot gevroren waande. Eensklaps ben ik blij met de aanwezigheid van de groene auto, want ik vond nog nooit een uitkomend ei. Via voorzichtige omweg - vanwege de groene auto - lopen Erpel en ik terug naar de pinda. En dan rennen over onlandweitje opeens vier reeën langs de jakkerbaan. Echt onnatuurlijk gezicht, rennend reewild dat wordt gepasseerd door sneller gaande auto's. Voor ik de camera knipklaar heb - het ding zit altijd op de verkeerde momenten in de draagtas - verdwijnen de reeën in rommelig onlandbosje. Bolsterturf, donderdag 9 februari 2006
324 Erpel en ik struinen door de donkere en koude, maar vorstvrije en zowat windstille winterdag. De kleine bos- en heidevennen zijn nog lichtjes toegevroren. Over hun oppervlaktetjes kreeg de harde wind van gister en eergister geen vat op 't dooiijs, maar het grootst verboden ven is helemaal open. Daar waaide de wind het ijs kapot en braken golfjes de stukken verder af, zodat die vlug weg dooiden. Als ik over het ven kijk, ligt dat er bij alsof het vandaag weer bijna kerstmis is, alsof de maanden januari en februari 2006 er nooit waren, alsof paar dagen terug waaghalzerige kwajongens hier niet schaatsten. Ja, als is het opnieuw de laatste week van 2005 , zo eender dobberen wilde eenden en talingen op de minieme golfjes van vandaag.Opeens hoor ik motorzagen. Eén uur, de schaft is afgelopen, besef ik. Boswerkers gaan aan de overkant van de provinciale weg weer aan de slag met timberjack en cirkelzagen. Daar tegen de grote, drukke heide aan, moeten kennelijk nog heel veel bomen verwijderd. Dan hebben sbb-bekeurkneus Jap en zijn collega's het straks wat makkelijker: kunnen ze met hun verrekijkers van overal en heel bijtijds stoute mensen met los lopende, dus stropende! - schoothondjes zien aankomen en vervolgens gaan bekeuren. Het dreunen en bonken van timberjacks en het hoge snerpen van cirkelzagen, reist met wind mee kilometers ver door gewoonlijk stille bossen. Boswerkers hoeven zich niet aan door de wetgever verzonnen en op groene bordjes kenbaar gemaakte teksten als Bolsterturf, vrijdag 10 februari 2006
325 Jij, Erpel en ik rijden naar Sterksel. We gaan daar wandelen. We lopen daar een zandweg langs bosrand af, voorbij de achterkant van een varkensproefbedrijf. Er staan heel veel heel duidelijke reeënprenten in het gele zand. Als ik bezig ben met na te gaan hoeveel reeën voor deze verzameling hoefafdrukjes verantwoordelijk zijn, zeg jij: 'Getver, wat een klote bedrijf. Doen ze zeker proeven met varkens. De viezeriken.' Het varkensproefbedrijf is omheind. Daar kunnen we niet zomaar het terrein op, maar er leidt een keurig paadje naar het hutje. In dit half open hutje - misschien is keetje een betere naamgeving, we kwamen er niet toe om te kibbelen over wat voor houten bouwseltje het nu precies is - plaatsten werknemers, of misschien mijnheer de directeur himself, van het proefbedrijf een grote monitor. Een monitor die je echt kan aanzetten. Doe je dat, krijg je beeld en geluid: een infofilmpje. Even voorbij varkensproefbedrijf en infohutje lopen twee grote zwanen en één klein zwaantje bij mekaar in een weiland. Dan ontmoet Erpel twee andere honden die in de bosrand een konijnenhol overhoop aan 't zetten zijn. De kennismaking verloopt uiterst stroef: stramme pootjes en alle haren overeind. Het gaat niet goed. Deze stropers zijn ook reuen. Het wordt knokken. Tot ik me er mee ga bemoeien. De vreemdelingen, soort kruising keeshond en een flink uit de kluiten gewassen jack russell, druipen af. Erpel is nog heel. We wensen het konijn een prettig weekend toe en lopen terug - Ep met fikse tegenzin - richting geparkeerde pinda. Als we voorbij de boerderij van de heer die me vorig jaar zomer ( zie item 146 van dit dagboek) vroeg: 'Wat loopt u hier te schooieren?' komen, jankt zijn herdershond naar ons. Het dier zit als altijd opgesloten in zijn ren. Maar dan zie jij betreffende mijnheer aan het werk. Hij is naast het pad, aan het eind van zijn tuin, van zijn eigendom, bezig met het recht zetten van een paal. Bij hem gekomen, spreek ik hem aan: 'Wat ben ik blij dat ik uw hond niet ben.' De mijnheer antwoordt: 'Zo?.. Ik zal je eens wat vertellen... Mijn hond wordt twee maal per dag uitgelaten.' 'Twee keer per dag? Da's veel te weinig, waarde heer! U bent geen hond waard.' En dan lopen we verder. De mijnheer kijkt ons na, zegt niks meer.Bijna bij de pinda mag Erpel nog even graven naar bosmuizen. Terwijl hij graaft, praten jij en ik wat over honden en varkens, en ook over onze toekomstige koning en andere mensen. Bolsterturf, zaterdag 11 februari 2006
326 Heel de dag valt er fijnzachte lichte sneeuw. Tussen lezen in Kind tussen vier vrouwen van Simon Vestdijk door drie kwartier naar het motorcrossbaanbos. Daar racet, tijdens het fotograferen van een raadselachtige zwarte lengtestreep op de stam van een den, een haas dat Erpel en ik allebei niet eerder opmerkten wèg. Ep rakt er achter aan, knalt bijna tegen een eik omhoog als het haas een haak slaat. En tuurlijk staan op mijn vlugge tweede en laatste foto van de dag alleen maar scheefstaande bomen en geen rennend haas of rakkend weffend Erpeltje. Bolsterturf, zondag 12 februari 2006
327 Een mooie, donkere, niet te koude, zowat windstille, droge februaridag. Van twaalf tot kwart voor één vluggertje moeras. Daar spot ik een koppel nijlganzen op maïsstoppel. Wanneer ik ze door de kijker bewonder, valt me op dat ze alsmaar naar elkaar kijken, met elkaar aan 't praten zijn. 'Prille liefde op maïsstoppel, Ep?' 'Pffft.' Dan beginnen de ganzen lelijk tegen elkaar te doen. Ze mopperen alsof ze het flink oneens zijn, kijken van elkaar weg. 'Misschien zijn het twee mannetjes of twee vrouwtjes, Ep? Ga maar 'ns vragen.' Wanneer de ganzen Erpel zien aankomen, maakt één gans op de plaats linksomkeert. En dan zijn ze allebei al klaar voor de start, wieken ze tegen wind in scheldend weg. 't Schiet wanneer het maar wat kwakkelwintert niet op met het uitkomen van duivelseieren, en ook niet met het groot groeien van kleine grote stinkzwammen. Nog altijd verrees er geen baby'tje fallus impudicus (letterlijk vertaald: onbeschaamde penis) uit het keihard bevroren duivelsei van twee februari. En het mini fallusje van negen februari, is in week tijd nauwelijks gegroeid. Toch hebben ze wel een goede kans om groot te worden, dit fallusje en dit duivelsei, want het weerbericht voorspelt plus tien graden en houtduiven, mezen, spechten, merels, kraaien en uilen zijn al druk met mekaar versieren.Op stuk weiland pal naast boerderij, staat de afdruk van een reeënhoef in een molshoop. Een bewijs dat bij donkernacht reeën zich heel dicht bij huizen en boerderijen wagen. De eigenaar van boerderij en wei zou ze 's nachts met buks met lichtsterke kijker vanuit huis kunnen afknallen. Van mij zou deze boer dat mogen doen. Ik gun een arme keuterboer met goed karakter een malse reebout. Een notabele plezierjager met duur groen maatpak, hoge zit, afknalvergunning en jachtakte gun ik die bout in mindere mate. Bolsterturf, maandag 13 februari 2006
328 Om half vijf loopt de wekker af. Werk te doen! Maar eerst vlug Erpel buiten laten. Zo 's morgens heel vroeg kan dat fijn in het gemeenteplantsoen. In een kastanje waar hij tegen aan pist, worden twee houtduiven wakker. Die fladderen wat onhandig door de takken, maar vliegen niet weg. Tegen kwart over zeven gaan we samen naar het moeras, Ep en ik. Onderweg zit langs de jakkerbaan oost-west een buizerd op een paaltje, in nevelige ochtendkilte en stiefregen. Eenzaam en alleen zit de grote, bruine vogel daar. Alsof hij auto's aan het tellen is. Ik maak een foto vanuit de pinda. Om half negen staan een blauwe- en een zilverreiger, in zelfde regen en zelfde nevel, stil gedoken bijeen. Wanneer ze Erpel en mij zien aankomen, gaan hun lange nekken hoog en draaien ze om, zodat ze vlotjes tegen wind in weg kunnen vliegen. Ze zijn erg schuw, flappen al op als Ep en ik ongeveer nog honderd meters ver zijn. Als ik in alsmaar klote stiefregen naar links over onlandwei naar reeën uitkijk, jaagt Erpel rechts van me er drie uit eikenwal. Hun witte spiegels dansen pijlsnel weg, wal uit, maïsstoppel over, moerasrand in. Ik brul Ep terug: 'Erpulllll hierrrrr!!' Als hij zich minuutje daarna meldt, krijgt hij een fikse berisping. En ik lijn hem aan. 'Potverdorie! Volgen nu! Had je maar moeten luisteren en achter me blijven lopen!' Als we terug naar huis rijden, rennen voor de auto langs twee (andere) reeën de weg over. Een derde ziet of hoort de pinda aankomen en draait om, sprint het bos waaruit hij kwam weer in. Weer thuis zit er in voortuinsparrentop een merelman te zingen. Niet uitbundig, maar dat komt nog wel. Het is pas februari en nog geen mei. En dan is er een whisky voor Bolsterturf en een knoeperd van een kluif voor zijn stoute kleine vriendje . Bolsterturf, dinsdag 14 februari 2006
329 Gestage regen tot ver in de middag, bij negen graden aan de schutting en matig zuidwestenwindje door de straat. Erpel wou er graag op uit, maar ik had geen zin om nat te worden. Ik vermaakte me liever met mijn website en met Kind tussen vier vrouwen. Pas na vieren werd het eindelijk droog. En toen was het al te laat om nog naar de hei te kunnen, moest ik nog stofzuigen en de vaatwasser leegruimen 'Kop op Erpel, morgen weer rakdag. Beloofd!' Bolsterturf, woensdag 15 februari 2006
330 Zo nu en dan was het vandaag droog. Gedurende ff zon vlug bezoekje gebracht aan het duivelsei en de jonge stinkzwam van dertien februari. Het ei is nog intact en voelt aan als paar dagen terug: week en zacht. Na bezoek aan duivelsei en baby stinkzwam, ben ik over onland met verraderlijke watervalletjes van staatsbosbeheer gelopen. Deze watervalletjes wachten geduldig op prooi, dag en nacht. Vierentwintig uren per etmaal zijn ze klaar om alles te verzuipen wat naar beneden tuimelt, het nu koude winterwater in. Maar tuurlijk verzuipen de onlandbeestjes net zo makkelijk in warm water. Onbegrijpelijk dat een instantie als staatsbosbeheer zulke moordtuigjes mag en wil plaatsen. Verder was er niet veel te beleven op de onlanden. Op de wegen er rontelom, kwam ik wat homo's, twee jagers en twee agenten van politie tegen - die mensen zaten allemaal in een auto op de parallelweg langs jakkerbaan oost-west - en op en boven de onlanden zag ik één mopperende zilverreiger, zeven zwijgende blauwe reigers, één lawaaigaai, wat zwarte kraaien en wat houtduiven. Ook vloog er een vogel rond die zich niet liet zien, maar wel alsmaar lachte. Gelukkig zong her en der tussen de regenbuien door al klein vogelgrut. Dat gevederd grut gaf vrolijkheid aan troosteloosheid. Erpel had het druk met zoeken naar en vinden van wilde konijnen in bramenwildernis. Driemaal ging het vanmiddag ff van je wef-wef-wef, wanneer een konijn vanuit de ene naar de andere braamstruik vluchtte. Bolsterturf, donderdag 16 februari 2006
331 Tussen ellenlange regen zo nu en dan droog. Heel de morgen en middag binnen gezeten, maar tussen vijf en zes wezen fietsen met Erpel. Ruim rondje rond 't moeras gemaakt. En tuurlijk ook ff een puinweg ingeslagen, het moeras in. Daar mocht Ep van de lijn. Terwijl ik langzaam het puinpad affietste, deed hij drie reeën - een bastgaffel en twee geiten - op uit natte wildernis langs 't pad. Bolsterturf, vrijdag 17 februari 2006
332 In goeddeels droge en volop dooi februarinamiddag gingen we naar de bleke bossen. Net voor de regen echt herbegon, zaten we weer in de pinda. We tuurden naar gakkende ganzen hoog in de lucht. We spotten helaas geen ree en er zat niks op of in het ondiepst eilandjesven. Bolsterturf, zaterdag 18 februari 2006
333 Mooi winterwandelweer. Er is weer flink geracet in het motorcrossbaanbos. Toch is het er fijn vertoeven. Een manhavik schiet weg uit bermbospad, razend snel tussen de dennen door. Waar hij opvliegt, vinden we twee hazenpootjes en wat wol. 'De hazen hebben al jonkies.' 'Ja, zie het. Hou Ep dus kort.' 'Ja baas.' Ik zet de hazenpootjes op de foto. En dan gaan wij zoeken naar de voeten van vossen en reeën. Erpel gaat ondertussen terug naar de hazenpootjes. Als we hem missen en hem roepen, komt hij direct aangerend, maar wel met een uit zijn bekje bungelend hazenpootje. Hij geeft de buit niet af, knauwt paar keer flink op wat de havik achter liet en slikt vervolgens door. Een bosselke of twee verder ruikt Ep een konijn onder takkenhoop en even later een ree in bramenruigte. In wilde achtervolging van 't konijn, knalt hij tegen een berkje op en bezeert hij ook zijn linkeroog. Achter het ree mag hij niet rakken, wordt hij meteen afff-gecommandeerd. Wanneer Ep achter een bosmuis aanzit, op grens akkerland en bos, roep ik hem weer af. En dan zie jij het muisje zitten. Het is een prachtig beestje. Veel te lief om op te laten vreten. Terwijl Ep af ligt en het muisje doodstil zit, fotografeer ik. Thuisgekomen blijkt Eps oogwond mee te vallen. De pupil is nog helemaal heel en zijn wenkbrauw bloedt niet meer. Bijna bij de pinda vinden we sneeuwklokjes. Zomaar in de bossen, zomaar weggegooid door de één of andere mens. Maar deze afgedankte bloemetjes zullen straks in maart witte voorjaarsblijheid gaan geven. Dan zullen ze bloeien, wit en rein aan rand van onzalig stukkie motorcrossbaanbos, niet ver van de plek waar paar jaar terug een vermoord meisje werd gevonden. Haar moordenaar is niet gepakt. Bolsterturf, zondag 19 februari 2006
334 Drie graden maar sombere en donkere heel de dag regendag. In het moeras ligt het duivelsei onder de dode dubbele berkenstam zacht en week te wachten, of te bederven. Is het ei kapot aan het gaan, of zal er toch een fallusje uit verrijzen? Ik weet dat niet. Komende maand maart zullen we het weten. Tien centimeter rechts van het ei verkleumt de jonge stinkzwam die het lef had om midden in de winter uit zijn ei te komen. Had hij beter niet kunnen doen. Hij ziet er een stuk slechter uit dan de laatste keer dat ik hem zag. Die laatste keer ligt vier dagen terug. Heel even meen ik aan de voet van een eik sneeuw te zien. Het sneeuwwit blijkt schuim. Van tak vallende regendroppen veroorzaken het. Maar dan word ik opeens een beetje misselijk, wanneer ik vijftig meter verderop een hoogzit tegen een andere eik zie. Als ik de ladder van het ding beklim en op het aan de eik bevestigde plankje ga zitten, vloek ik even stil verdomme. Van ontstemming en ook omdat mijn kont nat wordt. Verd..., hou ik mijnerzijds Erpel kort, omdat ik het verkeerd vind dat hij kleinwild vangt en reeën verontrust, knallen anderzijds mannen in groene pakken de reeën van onland, akkers en weiden. Dat afknallen, wegknallen mag, als je maar wil betalen voor jachtakte, jachtvergunning, jachthuur, buks en het loodje en - last but not least - je een zogenaamd weidelijke jager beweert te zijn. Weidelijke jager? Jager die goed en met fatsoen jaagt. Alle jagers zijn onweidelijke lieden. Zij jagen op dieren die niet terug kunnen knallen. Zij zijn laf. Zij doden louter voor de sport en het genoegen. 'Verdomme Ep, klote reewildafknalladderzit, klote jacht, klote jagers, klote overheid die goed is in ongezonde regelgeving, zoals afschotvergunningen verstrekken en ruimen en vernietigen van gezond vee en pluimvee. Zoek! Vrij!' Ep wordt natter dan ik, veel natter, maar toch heeft de regen geen vat op hem. Hij rakt volop, speurt naar haas en ree en vos. Ook graaft hij naar muizen. Ik hou hem wel kort, dicht bij me, want vind het niet nodig dat hij iets vangt, iets dood bijt. Hij weet dat hij niks mag vangen, niks mag dood bijten, maar... hij lust graag jonge haas. Nog maar een maand en dan zijn er weer tig jonge haasjes. Konijntjes ook. Tenminste, voor een fox die ze weet te vinden. Ep is bijna drie. Hij is geen pup meer, hij weet beestjes te vinden. En te vangen ook. Het is toch wat. Ik neem me voor om veel met hem te gaan fietsen. Dan kan ik, vind ik, in redelijkheid van hem verlangen dat hij heel de lente en zomer aangelijnd speurt. Bolsterturf, maandag 20 februari 2006
335 Half uurtje naar motorcrossbaanbos achter tankstation aan jakkerbaan. Daar gezocht naar vossensporen - de teefjes zijn nu loops, dus de heren Vos actief. Ook wat gedagdroomd en genoten van dartel staartmeesvoedselzoeken. Nadat Erpel drie maal hoog wefte, en achter een groot haas aanrakte, weer naar huis en daarna naar het werk. Bolsterturf, dinsdag 21 februari 2006
336 Moeraspuinpad in, moeraspuinpad uit. Meer tijd en ruimte heb ik niet. Terwijl Erpel pootje licht, verraadt een in berm door auto plat gereden molshoop me waar reeën liepen. Vlugge prentjesfoto gemaakt. En dan is het hoogste tijd. Ik ben gereformeerd opgevoed en het is niet anders: omdat ooit een vrouw een appel at, moet ik gaan werken. Bolsterturf, woensdag 22 februari 2006
337 Mooi open winterweer. Niet nat en friskoud bij weinig wind. Eventjes met Erpel naar het moeras. Daar klein ommetje gemaakt. Bolsterturf, donderdag 23 februari 2006
338 Bij thuiskomst uit het motorcrossbaanbos is het elf uur in de ochtend en min twee in de achtertuin. Onder blauwe lucht met grote witte wolken uurtje wezen struinen en trimmen langs de crossbaan. Samen met Erpel. Het was daar in dat kapotte bos zalig toeven. Zo stil alles daar door de week, het monotoon geraas van 't verkeer op de jakkerbaan oost-west niet meegerekend. Geluisterd naar paartje verliefde zwarte kraaien. Hij riep een lang 'kraaa kraaa kraaa.' Zij antwoordde hem met korte krokjes: 'krok-krok.' Een koolmezenpaar was druk met schelden op Erpel, Erpel die naar muizen aan het graven was. Een haas dat achter zijn rug oprees en wegschoot achter een heuvelruggetje, zag hij niet. Wel pikte hij paar mins later het hazenspoor op en volgde dat kleine honderd meter, tot hij lucht kreeg van een houtsnip, de haas vergat en keurig voorstond. Bijna sprong hij op de opspattende snip die laag boven bosweg wegscheerde. Bolsterturf, vrijdag 24 februari 2006
339 Vandaag trekken - zoals ieder jaar met carnaval - lawaaiige bonte optochten door de dorpen. Daarom moeten we omrijden om in de bleke bossen te komen. Daar zien we een buizerd en zit Erpel achter een konijn aan. Ook vindt ons hondje een ree in pijpestrootjes, zomaar ergens achter verbodsbordje tussen ven en - door timberjack en cirkelzaag verkracht - grove dennenbosje. Verder zien en horen we weinig, hebben we alle tijd om over van alles en nog wat te praten, tot ik vanuit bosrand in verre wei ganzen meen te zien. Jij weet beter en zegt: 'Welnee jongen, ganzen ogen veel groter. Het zijn kieviten.' We welles-nietussen dan klein poosje. Tot er eentje roept. Het helder 'kiewiettt' glijdt met wind mee op ons toe. Tuurlijk krijg je dan onmiddellijk gelijk van me Tegen vijven rijden we naar huis terug. Zo laat in de middag trekken optochten niet meer door de straten; kieviten trekken dan nog wel, over beetje bos, moeras en hei en over heel veel boerengrond, stadsbeton en dito steen. Maar al vlug vergeten we de vogels. Met Erpel op de achterbank, kletsen we over van alles en nog wat. Bolsterturf, zaterdag 25 februari 2006
340 Wandelen in zonnige zondagnamiddag door illegaal motorcrossbaanbos. Genieten van zien van laagmooi ovaal wintergrijs berkenbosje - geliefd stekkie van reetjes - dat stillekes ligt te soezen, pal voor dik donkere dennen en eiken. Ook luisteren naar hoog toerental gezoem van rode crossbrommertjes. Crossen wat niet mag. Wie ben ik om te nulzessen naar politie? Terwijl de jongens en de meiden zoenen en crossen, voel ik me oud en grijs en rakt Fox achter twee konijnen en een ree. Bolsterturf, zondag 26 februari 2006
341 Zowat windstil vandaag, maar wel met dreigende, donkerblauwe wolkenluchten. Tussen twee en drie in de namiddag een uurtje struinen door 't moeras. Na nacht- en morgenvorst dan wat blauwe duiven en hagel in de dag. In kalend bos hoor ik de harde, witte korrels kletsen op het blarendek. Terwijl ik een hoogzit fotografeer, graaft Erpel naar muizen. Hij vangt er geen. Dan kortste weg terug naar pinda en huis, want alles is zo koud en somber en ik voel me moe en droef. Bolsterturf, maandag 27 februari 2006
342 's Morgens motregen uit grauwe wolken. 's Middags regen, sneeuw en hagel uit grauwe, soms zowat zwarte, luchten. Toen het even droog was, vlug de bloeiende stuifmeelkatjes van opa Imker gefotografeerd. Het is toch zo mooi rontelom het paleis van de oude imker. Heel veel soorten bomen, struiken, planten, onkruid en vogeltjes wachten er op de lente. En vannacht - toen wij in bed lagen - sliepen of herkauwden er drie reeën op nog geen tien meter afstand van opa's groene bijenkastjes. Erpel werd er gewoon een beetje zenuwachtig van, zo sterk rook i de reeëngeur. Hij stak zijn neus in alle drie de reelegers, in alle drie de reerustplaatsen. Jammer dat opa Imker er ook vandaag niet was. Ik mis hem. De laatste maanden is hij niet meer geweest. Zijn paleis en de mooie, wilde tuin liggen er al maanden gruwelijk verlaten bij. Niets is er sinds december veranderd aan zijn huisraad, en in zand en gras vond ik zijn voetstappen en sigarettenpeuken niet. Erpel en ik kwamen over onland en door 't moeras op opa's paleisterrein. Terug gaand over modderpuinpad, stonden er zomaar polletjes witte en paarse krokusjes onder zwarte buienhemel. Midden op dat pad. Dat de paarse mooier op de foto kwamen dan de witte, is gevolg van mijn klunzen toen ik na de paarse de witte nog net voor blauwe hagelbui wilde digitaliseren. Bijna het moeras uit, viel mijn oog op vogelpoep op blad van braam. De vogel scheet alleen maar op dit ene blad. Al de andere bramenbladeren bleven gespaard, bleven wintergroen. Het getroffen blad zal de hard geworden witte derrie - witkalk is er niks bij! - misschien niet overleven, maar om dit blad nou te gaan schoonwassen... Met de poepfoto ben ik trouwens heel tevree, want vind hem veel mooier dan het plaatje waarop de witte krokusjes van opa Imker. Op weg huistoe, stond er een grote witte reiger midden op een boerenwei. Achter hem hokte heel onooglijk een blauwe soortgenoot. Als altijd bleek vooral de witte erg schuw. Toch had hij geen schrik voor het Erpeltje dat op hem afrende. Hij flapte weliswaar op, maar ging daarna boven m'n vriendje cirkelen, waarbij hij 'krrrrrrrrrrr krrrrrrrrrrr krrrrrrrrrrr' schold. Bolsterturf, dinsdag 28 februari 2006
index februari 2006
|