|
Bolsterturfs natuur B o l s t e r t u r f s n a t u u r Dagboek maart 2006
343 Op weg naar het moeras jaagt Erpel in De Gebergten een eekhoorntje een grove den in. Dit beestje heeft z'n winterslaap al weer gehad. Het was rond aan 't scharrelen op de bosbodem, in dor langgeel gras. Nu gluurt het met zwarte kraaloogjes naar benee. Dan springt het weg, tweemetersprong naar buurman den, snel en sierlijk. Het loopt makkelijker door de boomtoppen, springt vlotter van tak naar tak en van boom naar boom dan ik kan lopen over vlakke verharde weg of springen over smalle slootjes. In bos is het laag bij de grond en bij droog weer altijd lekker toeven, want windstil. Maar door 't moeras en over de onlanden waait vandaag een kille, natte winterwind. Uit diep donkerblauwe lucht valt dan weer sneeuw, dan weer regen of hagel. Soms schijnt heel eventjes de zon, nooit lang. En als ze schijnt is ze waterzon, bleke zon die water aan het halen is. De krokusjes van opa imker, zij wachten op meer en warmer zon. Zij zijn witte en paarse speerpuntjes, lentespeerpuntjes; zij willen nog niet open gaan, durven bang voor wind en sneeuw en hagel hun hartjes niet te ontluiken. Op weg naar een hoogzit dicht bij provinciale weg in uithoek van 't moeras, zitten zwarte spikkelspreeuwen in moerasrandeik. Ze kwitteren en kwetteren niet; ze zitten met z'n allen heel stilletjes op de kale takken, tot Erpel aan komt rennen en ze met z'n allen een snel snorrende wolk gaan vormen, snelle zwarte zwerm die wegtolt verre weide in. De hoogzit is er nog. Hij staat maar op paar honderd meter afstand van de weg M. - L., maar is listig verborgen achter sbb-ponywei in moerasrandgeboomte. Het is een luxe hoogzit, want eentje met draaistoel. Reeën sliepen en herkauwden onder deze hoge zit. Ik vind hun legers rontelom. Hun wissel loopt er bijna onderdoor, voor de ladder langs. Ach, reeën zijn zo vreedzaam en zo argeloos. Ze kennen het ladder met stoel-object als ongevaarlijk, herkennen het niet als reeafknalbouwsel. Ze zijn er niet bang voor, ze hebben er geen schrik van. Het eekhoorntje van vandaag liet zich niet knippen, op de foto staat een ander, wat donkerder, pluimstaartje. Bolsterturf, woensdag 1 maart 2006
344 Het heeft gevroren. Flink gevroren. Vannacht, toen ik aan het werken was. Bolsterturf, donderdag 2 maart 2006
345 Er zijn zo van die dagen dat er niks wil lukken; er zijn zo van die dagen dat Erpel niks kan vinden; er zijn zo van die dagen dat je baalt. Mijn website zat in de knoop, goed in de knoop. Ik moest heel mijn gisteren geuploade eigen site downloaden van het internet. Ik was weer eens vergeten om een kopie te maken op drive D: en op cd-rom. En ik moest Frontpage opnieuw installeren, want kreeg met dit programma en met Textpad de fouten niet weg. Daarna moest ik nogmaals mijn eigen site downloaden. En toen ik eindelijk alles weer op orde had, alles opnieuw geïnstalleerd en alles nogmaals gedownload (weer vergeten een kopie te maken), kwam jij me vertellen dat mijn opa-Imker-sneeuwklokjes krokussen zijn. Sja, ik ben geen vrouw. Heb daarom Laat in de middag gingen Erpel en ik nog even naar het motorcrossbaanbos. Erpel rakte daar, zocht en speurde ijverig, maar vond geen ree of vos of haas of konijn. Ook geen fazant of houtsnip. Alleen maar wat muizen die hij niet mocht vangen en een grote, zwarte kever die een konijnenkeutel aan het opeten was. Er zaten overduidelijk te weinig dieren in het bos. Wel waren er mensen in het bos. Ik zag blauwwitte rook boven boomtoppen kringelen. Op de plaats van de rook aangekomen, waren daar mannen en vrouwen die lol maakten bij wat tenten en die een kampvuur stookten op het zandverstuivinkje. Een jonge vrouw met mooi gezicht en dikke kont lachte naar Erpel. Ze haalde hem aan en aaide hem. Mij groette ze niet. Ze keek me zelfs niet aan. Dat vond ik niet aardig van haar. Maar toen kreeg bij een andere tent Ep een koekje en was er voor mij koffie met drie koekjes erbij. Dat kregen we van een andere mevrouw in slordige, strak zittende spijkerkledij en een aardige man met lange baard en glanzend kale kop. Ik praatte met hem een hortje over reewild. Hij had uitmuntende reeënkennis, wist minstens net zo veel van hen als ik. Bolsterturf, vrijdag 3 maart 2006
346 Klote kwakkel weet niet wat ik wil winter. Bolsterturf, zaterdag 4 maart 2006
347 Wij gingen een voormiddag wandelen over reewildwissels. Daartoe is het motorcrossbaanbos achter het tankstation heel geschikt. We liepen een dik uur zonder iemand te zien of te horen. Een poosje zaten we, uit de wind en in de zon, op een lang geleden geringde en met felle februariwind eindelijk omgevallen boomstam. Toen we daar zo zaten, lachten we om in lage dennen en kwakkelberkjes buitelende staartmezen. En ook om Ep lachten we, Ep die groef naar muizen en die tussen pijpestrootjes, beetje hei en wat braambossen achter konijnen rakte. Na klein kwartiertje al, schoof een donkerblauwe wolk voor de zon. Paar mins later hagelde het. De hutbewoners van eergister waren nergens meer te bekennen. Ze hadden alles netjes opgeruimd. Alleen een zwarte plek met wat verkoolde stukken stam, lieten ze achter. Na beetje lief kibbelen, gingen we al vlug weer huistoe. Lekker in de pinda door andere hagelbui. Jij keek naar rechts over de weiden en je kreeg medelijden met de kieften. Bolsterturf, zondag 5 maart 2006
348 In kille avondschemer naar 't moeras. Uurtje maar. Om kwart over zeven waren Ep en ik weer thuis. We zagen geen reeën, hazen en vossen. Wel joegen we tegen donker houtduiven uit hun boomtakbedden. Na pas twee keer de katjes in flitslicht te hebben gevangen, zag ik opeens een groene jagerswagen op wat verderop puinpad. Ik lette net goed op, had de wagen niet eerder zien staan, ook niet zien komen. 't Is toch wat. Blauwe duiven kan je niet op bouwen en in natuurreservaat van staatsbosbeheer staan in cirkel met straal van nog geen kilometer zeven hoge zitten. Nog maar eventjes, dan zullen jagers met buksen die reeafknalbouwsels gaan bevolken. Ze zullen dan loeren op het argeloze ree, het in vroege en late schemer een kogel jagen door het slank en sierlijk lijf. Moet ons reewild zich gelukkig prijzen met plezierjacht - jagers hebben het liever over beheersjacht - en staatsbosbeheer? Ik kan er niets aan doen, ik zie in 't veld liever een wilde kat, havik, vos, oehoe, wolf of lynx dan een jager op twee benen met een buks. Bolsterturf, maandag 6 maart 2006
349 Eindelijk weer 'ns tweetruienweer Schaduwen Vogelg eluiden Zonnewijzer Goedkope hoogzit in berkeboom Ik wil wild zien, speur alle kaalslagen, akkers en weiden af. Je kan nooit weten met reeën. Soms zie je ze opeens midden op de dag, op een plek waar je ze helemaal niet verwacht. Als dat gebeurd ben ik altijd blij. Reeën zien maakt mijn leven minder saai. We, Erpel en ik en als de zon schijnt en we op open terrein zijn ook onze schaduwen, gaan vier uur lang door bos en hei. We zien geen reeën. Alleen wat konijnen en wat hazen. Erpel vindt die allemaal, want hoeft maar selectief aan de voet. Als beloning voor zijn vinden, mag hij soms ff fijn rakken, want er zijn nog nauwelijks pasgeboren haasjes. En de vogels hebben nog geen eieren. Van rakken wordt Erpel warm. Hij krijgt er erge dorst van. Doodgemoedereerd loopt hij tot aan zijn borst en buik een verboden ven in en slobbert dan van het kille water. Ik heb het koud en huiver bij de gedachte aan ff zwemmen. Vier reeën op maïsstoppel langs jakkerbaan Bolsterturf, dinsdag 7 maart 2006
350 Super klote weer. Heel de dag regen. Maar in De Gebergten was het fijn. Daar in dat vlakke bosgebiedje - gevangen tussen moeras en jakkerbaan oost-west - kletterde kille voorjaarsregen op mijn groene capuchon van groene regenjas. Daar regende het paardenogen in oerige sloot. Daar kitste een bunzing, hermelijn of wezel een klontje heksesnot. En daar kon ik fijn even ongestoord heel hard lachen, om Jozias van Aartsen en om de domme massa die deze keer, na al te veel jaren rechts bewind, links in de gemeenteraden aan het kiezen was. Nou ja, rechts of links, van 1600 euro netto in de maand - dit krijgt een grotestadsraadslid - moet een al dan niet gescheiden grotestadsbijstandsmoeder zich wel kunnen redden, toch ? Met zo'n vergoeding in de maand er bij, zal zelfs sbb bekeurkneus Jap milder worden, of juist nog fanatieker gaan proberen om op de grote heide bekeuringen uit te delen. Ik kom er weer eens niet uit, want ook Jap S. kan ik niet begrijpen. Ach, wie politici beziet, mag lachen, moet lachen. Ik vind ze erger dan dominees, pastoors en jakhalzen die de passie preken, ja, minstens zo erg als de sluwe slang die Eva een appel wees. Ze kunnen goed lullen en zakken vullen, die politici. Als je ze om hulp komt vragen, geven ze, van welke partij dan ook, veelal niet thuis. Feit is dan ook, dat maar 10% (tien procent) van de stemgerechtigde Nederlandse bevolking vertrouwen heeft in onze politici. Sjonge zeg, waarom gaat de massa toch telkens weer stemmen? Omdat men denkt meer ethisch bewuste lieden op de troon te kunnen helpen?? Ach, anders dan toen ik jonger en heftiger was, kan ik nu lachen om politici en andere sterfelijke coryfeeën. Ik moet ze niet, politici niet. Ik wil ze niet pruimen. Geef mij maar een doodgewone metselaar, timmerman of fabrieksarbeider. Voor mensen die echt integer zijn en echt werken, kan ik respect hebben. Niet voor lieden als Wouter Bos, Rita Verdonck, J.P. Balkenende, Jozias van Aartsen, Gerrit Zalm, Donner, Remkes, Ben Bot en Jan Marijnissen, de grote winnaar van vandaag. Zodra er landelijke verkiezingen komen, ga ik weer stemmen. Maar alleen als het die dag klote weer is. Ik zal dan stemmen op de allerkleinste partij, behalve wanneer ik die partij te links of te rechts vind. Wat ik zeker weet? Zodra ik tien miljoen gewonnen of gevonden heb, wil ik misschien verhuizen naar mijn droomeiland vol kokosnoten en jonge meiden. Bolsterturf, woensdag 8 maart 2006
351 Motorcrossbaanbos. Tijdnood. Haast. De tondeuse wacht op me. Erpel vindt binnen kwartier twee reeën, een houtsnip, een mestkever en een bunzingstrontje. Ook graaft hij ff naar konijn, rakt er kleiner ff achter. Als hij bijna gevangen heeft, roep ik hem af. Het leven is vaak hard, ook voor een hond. Nog altijd zijn de sneeuwklokjes niet open. In trage motregen treuren ze, laten ze allemaal hun witte kopjes hangen. En dan krijgt ff later thuis mijn restantje krullen er van langs, en Ep zijn beloning voor ff graven, ff vinden en ff rakken: een gedroogd varkensoor. Ja, het leven is hard, vooral voor tamme door ons en onze huisdieren op te vreten, sorry, door ons te consumeren schuur- en weidedieren. Bolsterturf, donderdag 9 maart 2006
352 Zes graden. Klote wind uit zuidwest. Struinen door verzopen onland. Rakken in tomeloze regen. Roereloze reigerschreeuw. Wiekende eendenwieken. Haaibaai gaaienpaar scheldt verrot. Gewetenloze, geen verstand hebbende, zeggen ze, Erpel vangt, naar 't schijnt wezenloze, muis. 't Zeiknat grauw knagertje zat op hazenpad, ineengedoken, liet zich zomaar pakken. Misschien bij naburige boerderij op rattengif getrakteerd geworden? Trutdeelwoord: geworden. Ik pak moeilijk af. Fox grauwt, krijgt mep. Piep! Muis valt dood op mos, wordt opgeraapt, verdwijnt in jaszak. Verder nix biezonders waargenomen, want slaap na meer dan zesentwintig variabele uren alsmaar werken en wat andere domme dingen doen..Denken lukt niet meer. Toch, thuis gekomen nog uurtje meer dom gedaan. Helder moment: halfweg liter droge rosé vergeten muis doorgespoeld. Met plusminus 1.9 aan droge douche en leeg bad voorbij, richting riant klote computerhok. De fles zal leeg en even nog kwartiertje domweg stukje typen. Nu naar leeg bed. Maar Fox en Bolsterturf zijn lief. De kater links, de roedelleider - wha-ha-ha-hah - in 't midden en de rekel rechts. Waar werd oprechter trouw ter wereld ooit gevonden dan tussen man en hond en kat? Het raam kan open blijven. Daar staat de wind pal op. Ach, wat maakt het uit? Zwemmen is fijn. Onzalig plat liggen ook: aan nix meer durven denken; alleen maar willen luisteren, naar tomeloze regen en winterwind die door gedichten en over gezichten waait. Bolsterturf, vrijdag 10 maart 2006
353 Rontelom nul rontelom 't grootst verboden ven, waarin mevrouw en mijnheer Tafeleend aan 't tafelen zijn, temidden van zomaar wat drijvende canada ganzen en honderden wilde eenden. Erpel zit kleine honderd meter achter een grote haas aan. Als ik hem bij me brul, komt hij niet direct, pist eerst tegen dubbele zwameikvoet aan. Een paartje wilde eenden wilde alleen zijn. Woerd en eendje ontvluchtten de drukte en streken neer in drassig weiland nabij parkeerplaats. Bolsterturf, zaterdag 11 maart 2006
354 Een kwartiertje gezellige zondag, in afgelegen vogelaarskeetje ' Loat ut zo '. Vanmiddag werd dit houten onderkominkje, aan eind van knuppelbruggetje en met uitzicht over het Beuven - bevolkt door vader en dochtertje en ook door andere man met zijn lady. En jij, Erpel en ik waren er dus ook. Wij keken met z'n allen uit over dit ven. De warme nawinterzon schitterde lief, in en over dit - na late harde nachtvorst, goeddeels beijsde - grootste ven van Europa. De watervogels zijn vast kriegel aan het worden. Heel de Brabantse winter kwakkelde het al. Dan weer waren de vennen toegevroren, dan weer was het een paar dagen dooi, gisteren lag er sneeuw, vandaag is het droog en morgen misschien weer regen. Nee, de teeveeweerman voorspelde nog minstens één dag volop zon, blijde, warme, bijna lentezon na tien graden vriesnacht. Tien graden vorst! Zo kunnen de vogelwijfjes hun ei echt nog niet kwijt en komen roerdomp en purperreiger nog lange niet terug. Helemaal aan verre overzij, tegen dijk aan, dobberden meerkoeten, eenden, ganzen en een zwarte zwaan in luwte van dijk, geel riet en achterliggend dicht geboomte. De mevrouw van man met snor keek door haar veldkijker. Zij wees ons de zwarte zwaan. Ik knipte. In het verwegge wit van tegen zon in gemaakte zwarte foto, vind je de zwaan - klein zwart dotje door de cameralens - niet terug. Hij zwom heel ver weg, en dook misschien net even onder water toen ik knipte. Dochtertje Manders schreef in het vogelaarslogboek - keurig door de heren vogelaars gerestaureerd, nadat het vernield werd door stelletje meiden in december vorig jaar - wat we zagen op het ven. Erpel duurde het vogelen wat al te lang. Hij werd wat ongedurig. Hij houdt niet zo van saaie schuilhutten en kleine, donkere hokkies. Drom ging hij ook maar eenden en zo kijken, stak hij z'n koppie door verrekijker- en camerakijkspleet en blikte als was hij vennenkeizer over dit beijsde en voor watervogels nu even klein geworden Beuven. Ons Beuven, alle vogels paradijsje. Bolsterturf, zondag 12 maart 2006
355 Ik loop over wei, langs sloot langs moerasrand. De wilgenkatjes die ik in donkeravond zes maart fotografeerde, zijn groter, zachter en pluiziger geworden. Ze bloeien aan hun gebroken, op het gras liggende tak. Als ik bij ze sta, kijk ik rontelom. Niemand te zien. Drom vlug ff een katje gekust. En dan zijn daar paar mins later gordijnen andere katjes, stuifmeelkatjes, elzenkatjes, in de wilde, zo machtig mooie rommeltuin van opa Imker. Wandelend over moeraspuinpad is er opeens een jager. Hij komt me achterop in zijn bruine terreinwagen met kar erachter. Hij komt een hoogzit ophalen. Ik praat een tijdje met hem. Hij vertelt duidelijk en met overtuiging. Over reejacht: '... de geitenjacht is in de winter. De bokkenjacht begint in mei. ...'; over reeën:'... reeën hebben geen natuurlijke vijanden meer. De boeren klagen. ... Te veel verkeersslachtoffers. ...'; over buksen en kogels: '...zo'n kogel gaat wel twee kilometer. Daarom schiet ik van hoogzit. Gaat de kogel altijd de grond in.' Ook hebben we het over vossen: '... we hebben er in Leende wel vijfenzeventig geschoten. Meestal 's nachts met de lichtbak. Kan je nagaan hoeveel er zitten.' Na mijn gesprek met de jager maak ik, dik uur later, een praatje met een oude boer van zeven en tachtig winters. Die is achter zijn boerderij vuurtje aan het stoken. '... De lente is trager dit jaar,.' zeg ik tegen hem. 'Oh..., is de rente weer lager?' vraagt hij daarop. Als ik lach, wordt hij niet boos, maar vervolgt: 'Ik stook van de weg af, want wagenbanden stinken. Waar woonde gij?' Op terugweg ga ik langs de stinkzwamhoek. De jonge stinkzwam onder de dubbele dode berkenvoet redde het niet. Hij is er niet meer. Én het duivelsei tien cm naast hem, blijkt weer keiharde schaal te hebben. Ik vraag me af: zal dit ei deze strenge nawinter overleven? Erpel vindt vanmiddag een totaal van vier reeën. Achter maar één van hen, een grote bastbok, jakkert hij even, wat hem dus een natte vacht opleverde. Dat kon gebeuren, omdat ik op dat moment niet oplette, maar druk was met denken. En dan zijn er bijna bij de pinda staartmeesjes druk, in zonbeschenen bosrand. En als zowat altijd staat een blauw standbeeld te turen op oerige moerasrandslootkant. En een niet zo zwarte zwarte kraai vliegt weg uit dichtbije boomtop, voordat ik hem groot en duidelijk en scherp heb. Bolsterturf, maandag 13 maart 2006
356 Langzaamheid 10 km/uur. Over smalle parallelweg sukkel ik, in eerste pindaversnelling en zonder gas te geven, naar het motorcrossbaanbos, alias het benzinebos. Links rij ik langs half bevroren moeras; langs weitjes met kieften en spikkelspreeuwen; langs akkertjes met zwarte kraaien, zwarte roeken, blauwe reigers en blauwe duiven. Ook gaat het langs kaal bos, waarin ik merels, gaaien, een ekster en staartmezen zie. Aan stuurboord passeren lange rijen lange wagens in twee richtingen, lange en brede en zware vrachtwagens. Allemaal dieselen die voort, over hun toegewezen ellenlange, saaie, donker geteerde, egale rechterbanen. En aan de dreunende dieselreuzen gaan voorbij, op linker banen, zoals elke dag als er geen files staan, de vlugger, kleiner luxe auto's. Allemaal gekleurd blik, waar ik nix moois aan zie. Soms haalt zo'n grote, zware vrachtwagen een andere, een minder snelle wagen in. Dan sukkelt zo'n dikke en brede en lange en zware truc met oplegger met km 100 het uur ongeveer een kilometer lang over linkerbaan. Achter deze plankgas trager reus met klootchauffeur, toeteren dan boos de mannen in het kleiner luxe blik. Het woon-werkverkeer heeft altijd haast, en op werkdagen 's avonds grootste haast. De meeste bestuurders hebben dan een werkdag lang gewerkt. Voor lieve of voor klote baas en voor vrouw of man en kinderen of voor vriend of vriendin, ook wel alleen maar voor zichzelf. Altijd maar weer willen deze slaven, arm en rijk stembusvee, prooien van welvaart, groei-economie en domme planning - waarom toch regelen politici en bestuurders het nog altijd niet zo, dat zowat iedereen in of bij eigen stad kan werken? - zo vlug en snel mogelijk naar huis. Weg van de welvaart, op naar het welzijn. Als ik bij de benzinebossen de pinda een zijpad in stuur, knalt net een te snel blik op langzamer blikje. En dan staat op één rijbaan alles stil. Terwijl vanaf het brede asfalt boze stemmen komen, over het geraas van de andere drie banen heen, lopen Erpeltje en ik het weggetje af. Weg van de herrie, de benzinebossen in. Gelukkig janken vanmiddag de crosmotoren niet. Veel van hun bestuurders zullen nu ergens in een auto woon-werkverkeer zitten. En gelukkig waait de zwakke wind jakkerbaan toe. Ik snuif frisse lucht, stap haastig voort. De rotherrie vervaagt. Erpeltje pist tegen paaltjes en bomen, gaat op zijn gemakje zitten poepen, snuffelt over pad en bermen. En dan staat hij ff voor, duikt een braamstruikje in. Een konijn flitst weg. Erpeltje rakt er achteraan. Topspeed. Tot het konijn een hol in racet. Zo mooi om te zien. Zo mooi om mee te maken. Ik geniet. Erpeltje mag graven. Ik heb opeens geen goesting meer voor klagen en kankeren. Ik wil tevree zijn met de dingen zoals ze zijn. De jakkerbaan is voor alle burgers, de crossbaan alleen voor motorduivels, maar het benzinebos is er voor wild en vogels en, ook vanmiddag weer, voor Bolsterturf en zijn ratje . Bolsterturf, dinsdag 14 maart 2006
357 Woon-werkverkeer. Een pinda doet ook mee. Kwartiertje heen, twintig mins terug. Zijn bestuurder heeft het moeilijk, moet zijn voeten ver genoeg naar achter op de pedalen plaatsen, en als je grote voeten hebt is dat een hele klus. Toch... pats, op de rem en de vluchtstrook op. Er zit een bosuil langs de snelweg, stil te dromen op een dikke eikentak. Patsamme, een sufferd heeft zijn camera niet meegenomen naar het werk. Werk-woonverkeer. Ook nu doet de pinda mee. Op smalle éénbaans weg, want éénrichtingsverkeer, in B. zit een paartje patrijzen in brede middenberm. Pinda's bestuurder trapt op de rem. Meteen groot en luid getoeter achter hem. De klojo geeft weer gas, terwijl hij de patrijzen groet: 'Het ga jullie goed, maar rot op hier! Te veel auto's met mafferiken. Jullie kroost zal worden platgewalst.' Bolsterturf, woensdag 15 maart 2006
358 Late winter. Bijna lente. Schemeravond. De kieviten hebben al paartjes gevormd. De haantjes wieken kie-wiettend door grijze vaalte van voorjaarsnamiddag. Achter zo'n haantje zie ik opeens een man met fiets. Deze man ploegt door akkerlandje, zijn rijwiel aan de hand. Fietsen gaat hier echt niet. Als ik hem vijf mins later op pad tussen wei en akker in 't voorbijgaan groet, zegt hij niets terug. Kwartier later roffelt een specht in bos met dennen, berken en eiken. Hier in dit bos is het ietwat minder vaal. Een andere specht lacht, helder en luid. 'Een vrolijke vogel, Ep.' 'Pfttt.' Ik zie de spechten nergens, hoor ze alleen maar. Ook luister ik een poosje naar koolmeesjes die heel druk zijn. 'n Menneke met zijn schat. Ze wippen van boom naar boom en schelden op Ep en mij. 'Doe toch rustig en kruip lekker dicht tegen je wijfje aan, maffe koolmeesman!' Weer kwartier later zijn er weer witte en blauwe reigers. De blauwe zijn het talrijkst; de witte het mooist. En nog altijd roepen de kievithaantjes. En nu zie ik ook spreeuwen en blauwe duiven, spikkelspreeuwen en blauwe duiven waarvan ik de kleuren niet zie in dit vaalgrijs van winterschemeravond. Maar het wit van de helwitte zilverreigers zie ik wel. Zo helder wit. Zo machtig mooi sneeuwwit. Puur wit. Reinwit. En toch stinkt zo'n reiger naar vis en traan en heksensnot. De duiven vliegen bos toe. Ze willen gaan slapen, tegelijk met het tam opgehokt pluimvee op stok gaan, nee, op tak gaan. Tak of stok? Op weg huistoe vraag ik me af: hoeveel meer gelukkig is een vrije houtduif dan een batterijkip zonder tak. Bolsterturf, donderdag 16 maart 2006
359 Zomaar een kille bijna lentedag. Zomaar een man, een domme man die op pad door oerige wildernis van moer en riet en ruigte loopt te dromen. Zomaar zijn boerenfox die in dat natte, half bevroren moeras van je wef-wef-wef een reebok verrast. Het ree loopt het hardst, snelt het smalle pad af. Wanneer eindelijk de dromer zijn camera uit de draagtas heeft en het door kou heel trage ding te laat scherpgesteld, springt - dik honderd meter verderop! - de bok bij blauwe baal stinkend zomergras van 't pad, naar rechts smaller pad nog in, ook brede sloot over, en dan weer 't oerig randbos in waaruit hij werd verjaagd. Domme dromers' sporenonderzoek achteraf. En dan haalt de dromer opgelucht adem, want meter of tien voorbij de blauwe baal is een verharde weg, waarop door mannen in auto's vaak onwijs werk-woon wordt geracet. Paar mins na ook afslaan, fanatiek achter bokmans aan, komt dagdromers boerenrak terug. Uiteraard zonder ree. Tuurlijk krijgt rakfox niet op z'n dondertje, want rakken is foxen eigen en dagdromen behoor je op de plee of achter je pc te doen. Ja, de dromer schoot mis, raakte de bok niet. Wel ving hij zijn terug komend boerenfoxje in de lens. Wel drie keer! maar digitaal raken, digitaal vangen geeft geen bloed. Hoeveel jagers dromen van bokken? Domme dromer moet vlug zijn. Mag niet meer peinzen in 't moeras. In mei begint de bokkenjacht en hij telde negen hoge zitten binnen een vierkante kilometer akkertjes en weitjes en onland oerig bosmoeras. Bolsterturf, vrijdag 17 maart 2006
360 Al weken aan een stuk vriest het elke nacht. En alle nachten en alle dagen waait een boze winterwind, maar toch, echt waar, dit is het laatste voorjaars-kalender-winter-weekend 2006 . Deze week, dinsdag de éénentwintigste, begint de lente. Vanmiddag trekken wij er gedrieën op uit. Jij en ik en Erpel. Onderweg naar kaal bos en verboden vennen, zijn boeren druk met stronten. Een zware, zoete geur penetreert de pinda. Wij en de kieften balen als semieten in een moskee, van 't gestront. 'De kieften nog het meest,' vind jij. Heftig protesterend schroefwiekelen de haantjes boven met bruine drek geïnjecteerde akkers en weiden. De sijkes vliegen lager en minder wild. Uit de wind zwermen in helle zon honingbijen boven sneeuwklokjes. Als we staan te genieten van 't blij bijtjesgezoem, zijn we opeens Erpel kwijt. Hij komt niet als we hem roepen. Maar dan zien we hem gluren om de dikke stam van een beuk. Hij heeft erge schrik van bijen, want werd voorbije zomer flink gestoken, toen hij in het moeras rond aan 't snuffen was rontelom opa Imkers wrakke bijenkrotjes. ... Vijf mins na bijen en sneeuwklokjes, rakt Ep weer vrij en blij door perceel dennen en sparren. Hij vindt er een ree. En ook een houtsnip. In de verboden vennen staat weer behoorlijk veel water. En de bijna lentezon kan het 's nachts gevormde ijs aan. Alle vennen zijn helemaal ijsvrij. Op de vandaagse golfjes drijft hier en daar een groepje alledaagse wilde eenden. We turen door de kijker, maar ontdekken geen brilduikers, talingen en tafeleenden. Ook geen ganzen en zwanen, laat staat een fuut. En dan hebben we een gesprekje over futen: Bolsterturf, zaterdag 18 maart 2006
361 Na toch weer flink vriezen gedurende voornacht, volgde dooi in nanacht. En nu in de dag, is er warme zonneschijn uit grifblauwe hemel. Tegen vieren rijden we naar de benzinebossen. Terwijl jij daar, uit de wind en pal in de zon, zonnebaadt - wel nog met al je kleren aan -, je intens geniet van eindelijk vriendelijk voorjaarsweer, fotografeer ik mevrouw Goudhaantje. Meneer G. - die geen geel, maar 'n oranje petje op heeft - laat zich niet vangen in de lens. Die is te druk, te rusteloos. Hij zit geen momentje stil. Ook Erpel is onrustig. Die rakt bos in, bos uit. Anderhalf uur aan een stuk. Iedereen tevree en blij, gaan we tegen vieren huistoe. Dochters komen vanavond op bezoek. Er moet lekker gekookt (jij) en alsnog gestofzuigd (ik). 'Het is niet eerlijk Ep, want jij hoeft nooit te werken.' Bolsterturf, zondag 19 maart 2006
362 Bewolkte net nog niet eerste lentedag. Langs de heizoom is het vrij druk met wandelaars met honden. Laatst genoemden zijn vaak leuke speelmakkertjes voor Ep. Drie keer vanmorgen ravot hij met soortgenootjes, geen foxen, wel honden. Wanneer Ep - klein van stuk maar wel hele reu - aanstalten maakt om te gaan wippen, lijn ik hem aan en rennen we samen de hei op. De dames, de teven en de halve reu ontvlucht, vindt Eppie rontelom verlaten heideven een konijn en twee reeën. Hij mag er niet achter aan rakken. Stel je voor dat i het reewild vergeet en terug rakt naar de dames en hun lieve teefjes! Terwijl ik hem prijs en wat met hem ravot, roffelen in naburig bos maar liefst drie spechten. De éne specht met wat helderder roffel dan de ander. Dat zal, denk ik, wel komen, omdat niet alle boomstammen even hard zijn. Ja, bijna kalenderlente al. Hopelijk wordt deze lente zonnelente. Vandaag is het nog nergens druk met vogels. Sporadisch spot ik een kraai, reiger, eend of gaai. Maar toch, het klein vogelgrut is overal bewegelijker en lawaaiiger aan het worden. Het kleine grut, het hipt en tript en doet. En het zingt, met meer lettergrepen dan paar dagen terug. Zo jammer, dat onze zomergasten nog elders, ergens dichter bij de evenaar, verblijven. Opeens verlang ik naar het jtif-tjaf van de tjiftaf. Van louter lentegekte gaan Eppie en ik slootje springen, tot het mis gaat en ik een natte poot haal. Een te dikke en bijna opa Bolsterturf spring niet mee zo ver. Ep gaat 't springen ontiegelijk veel beter af, die springt alsof i veer is. Bolsterturf, maandag 20 maart 2006
363 Op de foto een groen kastje van Van der Linden, plus de plek waar gister gat was. Het is lente. Een nieuw jaargetij. Een nieuwe dag. Geen nieuw geluid. Alle vogels houden hun gemakje, zingen niet. Te koud. Te guur. Te donker, te bewolkt ook. Om negen uur 's morgens is het drie graden C. aan achtertuinschutting; om één uur 's middags zeven graden C. Helemaal geen tweetruienweer, want de wind is matig guur. Ik doe voor naar het veld te gaan, mijn dikste trui en lange, groene regenjas aan. Om twee uur rijden Erpel en ik per pinda naar het moeras. Daar aangekomen, draai ik de pinda het smalle verharde weggetje af, om op brede boerenlaan, waarop al een grote luxe donkerblauwe auto is neergezet, te parkeren. In een berm van 't smal asfaltweggetje waarvan ik afdraaide, wroet men met schoppen en graafmachine in de grond. Wanneer Ep hortje later naar muizen graaft, zijn koppie de grond in probeert te boren - hij is een echt wroetertje -, hoor ik achter me in randgeboomte een tak kraken. Een ree springt af, vlucht weg. Altijd weer mooi om zo'n sierlijk dier na te waren. Ep wordt ditmaal het ree niet gewaar. Hij is te druk bezig met muizen, met proberen om muizen te vangen die hij niet bijten mag. Als altijd zie ik er op toe, dat het bij alleen maar graven blijft. Het graven op zich, moet hem maar genoeg genot verschaffen. Tig honden die nooit van hun leven aan graven toekomen, toch? Ep komt echt niks te kort en als hij niet tevree is, kan hij thuis bij het vrouwtje gaan klagen. Dat levert hem dan op zijn minst een spierbot, varkensoor, stuk leverworst of rauw ei op. Rustig wandelend over andere onverharde boerenweg, komt ons een boer op tractor achterop. Ik zwaai naar hem. Hij zwaait niet terug, doet of hij me niet ziet. Op de kar achter de trekker, vervoert hij mest en erger stinkend oranje spul. Dat brengt hij naar een grote mesthoop op maïsstoppel. Als Ep en ik vijf mins later op onze beurt boer en tractor en kar en mestvaalt passeren, zwaai ik wederom. Ook roep ik 'Hallo!' De boer, jonge kerel nog, met lichtblonde krullenkop, jaar of dertig, kijkt nors, zwaait niet, knikt niet, zegt niks. Op weg terug naar de pinda, struinen Erpel en ik door eikenbosje met weelderige ondergroei van lang, geel gras en braamstruiken. Ep doet er een konijn uit op, wat na korte sprint de grond in schiet, zich verstopt in veilig holenstelsel. En dan zijn we al weer bij de pinda. Dezelfde blauwe auto van anderhalf uur terug, staat nog altijd midden op het pad, maar inmiddels staat er in lengterichting nu ook de graafmachine op. Nee, dit geel gevaarte staat niet op het boerenpad, het staat een klein stukje op 't smal asfaltweggetje en voor de rest van zijn breedte staat het in de berm, pal voor het boerenpad. Waarom de machine nou precies voor dit pad moet staan? Dat weet ik niet, want ben niet uitgestapt om het aan de heren rioolratten te gaan vragen, maar feit is wel dat dit geel gevaarte mijn gemotoriseerde toegang tot het asfaltweggetje blokkeert. Ik wens u allen een toffe lente en lieve, integere medemensen toe, ook het volk van Van der Linden pomptechniek en processing, 's-Hertogenbosch. Bolsterturf, dinsdag 21 maart 2006
364 Vanmiddag, tussen drie en vijf, samen met Erpel zomaar wat gestruind in de benzinebossen. Daar ook naar (oefenwedstrijd) motorcross gekeken. Tijdens dat kijken, raak ik Erpels lijn kwijt. Om hem te laten wennen aan herrie en motoren, lei ik hem aangelijnd af. Tien mins later roep ik m'n makkertje bij me. Hij komt blij aangerend. 'Oefening voorbij. Goed gedaan, Ep. Vrij!' 'Wef wef wef.' Ik heb er dan helemaal geen erg in, dat Erpel geen lijn meer om zijn nekkie heeft, want geniet van het motorcrossen. Half uurtje later, kan ik de lijn niet terug vinden. En tuurlijk helpt Ep me niet met zoeken. Die vindt het zo zonder lijn best fijn. Die vindt alles fijn, zolang hij maar kan eten, rakken en graven. Binnenkort maar eens heel goed, heel gericht gaan zoeken, beter en langer dan ik vandaag zoek. Geloei van crosmotoren aan m'n oren vind ik voor ff best leuk, niet voor een uur achter mekaar. Vanochtend, tussen zeven en acht, vanuit de pinda met mijn 20x50 akkers en weiden afgezocht naar reeën en hazen. Die niet gespot. Wel zag ik kraaien, duiven, kieviten, meeuwen en spreeuwen; nabij boerderijen ook eksters, merels, lijsters, vinken en mezen. Bolsterturf, woensdag 22 maart 2006
365 FF auto rijden. FF struinen. FF genieten van prille moeraslente. Nou ja, genieten... Een kille voorjaarswind veegt over dode blarenbodem. Ik pak wat takjes weg, onder dode dubbele berkenvoet vandaan, en verwijder een hoopje blad. En dan is daar het duivelsei van 17-12 . Ik betast het ronde wit, voorzichtig. Het ei is geler geworden, ook smoezelig, en het voelt akelig week. Leeft het? Zit er een eitand in? Terwijl ik het duivelsei op de foto zet, graaft Erpel, in wie ik ff helemaal geen erg heb, twee muizen uit het moer. Hij komt ze me brengen. Twee staartjes hangen uit z'n bekkie, maar als ik wil afpakken, gromt hij en slikt hij door. Dubbele moord. Wat zal dierenvriend alias kippen- en kattenbeul minister Veerman er van vinden? En dan wil ik ff zorgvuldig denken, aan Veerman en aan zijn directe en indirecte slachtoffers, aan de echte gevleugelden en hun eigenaren en verzorgers. Veermans vogelgriep : je pluimvee inenten mag voor eigen rekening, maar ophokken blijft verplicht! alsnog ruimen en vernietigen na enten mag de overheid altijd! eventueel ruimt Veerman voor noppes! Ook je kat! Patsamme, waarom mogen onze dieren geen door de overheid te dokken prikje anti influenza krijgen? Veerman kreeg toch hij jochie was toch ook een spuitje tegen de pokken? Waarom ruimen we eigenlijk het Brussels kont likkende, dieronvriendelijke, anti sociale en op macht en invloed gerichte zootje Veerman c.s. niet? Ik ga ff diepdenken. Een nette brief aan Veerman lijkt me een goed idee: Van louter machteloze boosheid om het lief en integer beleid van mensen- en dierenvriend Veerman, pis ik in een ondiep poeltje vol rottend blad. Op het scholle water drijft een melkwitte laag met zuurstofbelletjes. En her en der in dit schol water, groeit wier boven ijzererts: natte landkaart van melkwit, hemelblauw, wierig groen en oerig bruin. Bijna alle kleuren belletjeswater zonder kikkerdril. Kwartiertje later is in 't onland het dieper slootwater glashelder. Vanaf de oever zie ik de bodem, maar geen snoek. En - zo raar - vandaag bewegen de reigers niet. Die staan zo vreemd stil; die turen alsmaar in het stille water, alsof ze treuren om hun geliefden die in Nederlandse winter ver van vogelgriep verrekten van de honger. Huistoe zie ik mevrouw Vink, mooie dame, naar me kijken. Zij zit in een eik tussen bos en maïsstoppel. Lekker in de lentezon. De warme stralen toveren haar buik grelwit. Kijken naar haar, maakt mij weer een beetje blij. Bolsterturf, donderdag 23 maart 2006
366 Gat in de dag geslapen. Voorbij half elf in de morgen. Lekker liggen dagdromen. Heerlijk lui. Zaligheid van niet hoeven werken. Tot Erpel jouw auto hoort en trap af rent. Broek aan schietend ik achter hem aan, voordeur uit. Net op tijd om boodschappen binnen te sjouwen. Je bent met zware doos wijn en fris al halfweg tuin. Na sjouwen koffie drinken. Voor mij koffie zonder suiker, want vind jij: je wordt te dik. Dan saampjes naar de benzinebossen. Zoeken naar verloren lijn. Tijdens ons zoeken, doet Erpel houtsnip op. Snip onder takkenbosje langs crossbaan. Minuut later rakt de stouterd achter zwart konijn. Na eergister nu al egaal geschoven crossbaan over. Grote, brede bulldozer. Gele schuifdozer. Opeens vlucht rikke weg, ook crossbaan over. Ep mist de geit, want zijn kop zit in konijnenpijp. FF later speurt hij. Neus aan grond, op de prenten van het ree. Tot ik hem roep en hij van jou een koekje krijgt. Verloren lijn wordt niet gevonden. Als ik, het saaie zoeken moe, je kussen wil, wil jij gaan wandelen. Wandelen over pad langs crossbaan. Dertig meter voor ons rent vos pad en crossbaan over. Grote, grijze vos. Paar tellen na de vos, speurt Erpel op zijn spoor. Ik roep terug. Weer krijgt hij koekje. Waarom voor hem koekjes? Hij is niet mager. Ook niet dik. Je verwent hem. Waarom mij niet? Het is niet eerlijk. Ook niet dat ik niet mag zeuren. Maar dan staat ons hondje voor, voor takkenbos. Er schiet een eekhoorn uit de bos. Die klautert tegen sparrenstam omhoog. Vlug bruin pluimstaartratje. En dan lachen we. Om het wef-wef-wef van alsmaar tegen stam opspringend Erpeltje. Maar 't komt goed. Plotsklaps achtervolt Ep 'gewoon' wildkleurig konijn. Weer roep ik terug. Weer krijgt hij koekje. Vind ik niet erg. Zo wordt hij dik. Ik steeds dunner. Mijn verwentijd zit er aan te komen. Hoop ik. Bolsterturf, vrijdag 24 maart 2006
367 Wij stonden vroeg op. Jij ging naar Amsterdam. Ik naar het moeras. Daar liep ik, lonesome man, eenzaam en alleen twee lange uren door vroege morgen moerassomberte. Ik spotte geen ree, ook geen haas, laat staan een patrijs. Wel zag ik reigers, kraaien en hoge zitten. Echt waar, in dit moergebiedje vind je meer hoogzitten dan er reeën wonen. Ik prevelde een schietgebedje: 'Diana, Artemis of hoe U ook mag heten, laat straks in mei zowel de weidelijke jagers als de stropers missen. De eersten willen reekroontjes om mee te pronken; de laatsten de nog ongeboren reekalfjes.' En dan kom jij eindelijk thuis, van je uitje met dochter en haar schoonmoeder. Schoonzoon mocht ook mee. De geluksvogel! Bolsterturf, zaterdag 25 maart 2006
368 Eindelijk lente! Lieve lente! Is het lieve lente en zondag, loopt tijdens prachtweer buiten microsoft frontpage volledig in het honderd. Heel mijn website in de knoei, onuitwarbaar. Ik moest mijn eigen site downloaden van het internet en frontpage opnieuw installeren. En daarna kostte het me nog anderhalf uur om alle linken en instellingen weer goed te krijgen. Ramp! 's Middags toch nog twee uur naar de benzinebossen. Daar zagen we onze eerste vlinder van het jaar, gele vlinder, citroenvlinder. Snel en vrij hoog dwarrelde die tussen grove dennen door. En jij zag een hommel die ik miste, maar samen voelden we - heel voorzichtig en heel ff - aan de slijmhuid van een naaktslakje, slakje met mooie, parmantige horentjes. En we hebben heel hard gelachen, om Erpel, die na konijnenrakken, uitgebreid ging baden in een modderplas. Bolsterturf, zondag 26 maart 2006
369 Achttien graden. Onstuimig lenteweer. Tweetruienweer? Welnee! Eéntruiweer. Op grens van akker en moeras, waait matig krachtige zuidwestwind over 't nat oppervlak van brede poel. Dit waaien stuwt het water op, veroorzaakt rimpelingen, golfjes. Maar op min of meer loodrecht op windrichting gelegen slootjeswater, heeft het geen vat. Toch, ook op dit gladder en stiller water hier en daar een rimpeltje, een rilling van een kever of een kikker die even van onder af aan een zonnestraaltje nipt. Uit de wind en in de zon voelt het lekker warm. Volgende week zal er kikkerdril zijn. Het duivelsei onder de voet van dubbele berkenstam, ziet er eender uit als vorige week donderdag. Wanneer ik zachtjes op de eischil duw, komt er vocht uit. Beetje vocht maar, maar wel vocht. Zo te proeven is het gewoon water, h2o. Over een paar dagen zal ik het weten, weten of dit duivelsei opgewassen was tegen sneeuw en vorst en regen. Het is, op waaien en verkeersherrie na, een stille dag vandaag. Het zangvogelgrut laat zich nauwelijks horen. Zelfs de gaaien houden hun gemakje. Wat eenden zitten langs slootkant, op maïsstoppel. Eén paartje langnekken maar wiekt traag en laag over moer en onland, woerd en wijfje duidelijk op zoek naar nestgelegenheid. Boven breed pad door dun bos fladdert een dagpauwoog, vlinder groter en bonter dan het citroentje van gister. Deze vlinder landt op een dorbruin eikeblad. En dan valt me op, dat er nog geen bloemen zijn. Zelfs geen klein, wit bloeiend brandneteltje.'Dag dagpauwoog, groet ik de vlinder. Waar vind ik het brandnetelbosje waar je bent geboren? Wil je op de foto?' Maar dan fladdert de grote vlinder al weer hoog, raakt uit zicht tussen dennentoppen. Drie blauwe reigers staan op maïsstoppel. Als de dood zo stil. Maar ze gluren in het rond, ze loeren op mollen en muizen. En dan valt mijn oog op een allenig polletje met nietige, witte bloempjes, groen polletje wit langs oerige sloot: vogelmelk in reigerrijk. Als ik na twee foto's en een minuut of tien turen in het water omkijk, schrik ik. Naar 't westen toe ziet de lucht blauwzwart. Erpel - die heel de middag op z'n gemakje muisde - en ik slaan op de vlucht. We lopen op een drafje, auto toe. Opeens wakkert de wind aan, tot stormkracht. We hebben hem in de rug, maar de pinda is nog ver. Opeens dondert het achter ons. Onweer! Mijn rechterwang gaat zeer doen, van 't tikken en 't striemen van dikke hagelstenen. En dan begint het te gieten, te hozen. Als we na kwartiertje rennen de pinda in zicht krijgen - Ep fitjes huppend aan mijn linkerbroekspijp, maar ik bekaf - is de bui over, schijnt lief en warm de lentezon, dansen zomaar muggen om onze kliedernatte koppen. Bolsterturf, maandag 27 maart 2006
370 Ruig lenteweer. Het waait over akkers, wei en hei. En ook over de bossen. Maar in luwte van bosranden is het heerlijk toeven. Groepjes grauwe ganzen gakken boven me, in wilde luchten. Koppeltjes wilde eenden scheren laag voor bosrand langs, over wei en ook, even verderop, over hei en ruigte. De eendjes willen gaan leggen, de woerden willen wat anders. Een paartje kraaien roeit langzaam tegen wind in, op tegenoverliggende verre, kale woudrand toe, en - verstopt in allerhande bomenbos - hamert onophoudelijk een specht, een vrolijke specht die lacht tussen z'n timmeren door. Een andere specht, een wijfje zeker, lacht terug. Houtduiven azen op nooit geploegde roggeakker, akker waar Erpel naar muizen graaft. Wat vogelgrut zingt, niet uitbundig, maar dat komt nog wel. Het is pas vroege lente. Ik hoor, duidelijk hoor ik ze, de riedeltjes van merels en het sies-ke-wiet van vinkenmannen, maar met z'n hete, schelle tiereliertje wint een roodborstkereltje. Zijn liedje klinkt het luidst en het duidelijkst. Nee, een Vlaming wint. Wanneer die, klote schreeuwlelijkerd van een gaai, op Erpel begint te schelden, houdt zelfs de roodborst op met zingen. Als wat duiven opvliegen voor aanstormend Erpeltje, blijven ze laag bij de grond, in bosrandluwte. De bossen uit, loop ik langs sloot met geknotte wilgen. Mooi zijn hun kale koppen. Even voorbij een rijtje kale knotkoppen, vindt Erpel een haas aan voet van oude berk. Dat haas rakt hij na, tot in de bossen toe. En dan zitten, even voorbij de kale knotkoppen, er zomaar twee Canadezen en een Egyptenaar, kleurrijke vreemdeling uit het land van Nijl, of misschien wel van Eufraat en Tigris, in schapenwei tussen bos en hei. En net voor de pinda is het, na rakken en struinen, heerlijk afkoelen in een verboden ven. Ik ruik het zuiver lentewater, of verbeeld me dat. Ik ruk mijn kleren van mijn lijf, gehaast. Ik loop tot aan mijn oksels het water in. Het water is koud. Het maakt me bang. Ik bedenk me. Ik durf nog niet te zwemmen. Ik maak me wijs: 'het water is je nog te koud. Stel je voor dat je kramp krijgt en verzuipt!' Toch duik ik driemaal onder, op plek waar ik 't water inliep, dus nog kan staan. Ach, één ding is zeker: een klein hondje durft meer dan een Turf.
370a Week geleden begon de lente en paar dagen terug werd de tijd 'verzet', zoals dat laatste iedere lente en ook herfst gebeurt. Tot het volgend tijdverzetten, zal het 's avonds langer licht zijn. In dit 'langer' licht van vandaag, tijg ik na het avondeten met Erpel naar 't moeras. Daar schijnt in zowat windstilte - het harde waaien is geluwd tot lieflijk briesje - de ondergaande zon op bomen en riet. Terwijl ik in deze laat zonnige, bijna windstilte geniet van, op wat vogelzang na, stille natuur, verstoort Ep de stilte, jaagt hij van je wef wef wef een ree na, in rand van wilgen. Alles wat ik zie van dit ree zijn z'n rug en ronde bokspiegel, snel en soepel wègdansend, diep het wilgenwoudje in. Maar dan, weer dik tien mins later, spot ik door m'n 7 x 50 een ree op puinweg. Het is ver. Het laveit halfweg puinweg, in de berm ervan. Wel dik driehonderd meter ver is het. En 't is al na achten. Schemer sluipt het moeras binnen. En dan kijk ik naar m'n kleine cameraatje en wens me een zoomlens ter lengte van een paardenpiemel. Bolsterturf dinsdag 28 maart 2006
371 Zonloze dag. Zonneloze dag. Weifelweer. Geen winter meer, maar zeker nog geen echte lente. Ja, het is weer guur weer vandaag. Over en rontelom de verboden vennen, waait een harde wind uit west tot zuidwest. Die wind doet de dennen- en sparrentoppen buigen, maar heeft hoegenaamd geen vat op de kale loofboom- en larikskruinen. Een dikke grove dennentak schuurt tegen een dikker eikentak. Dat geeft een akelig knerpgeluid. Toch proberen de vogels het. Om te zingen. Ach, het blijft vanmiddag bij proberen. Helemaal geen luid ekstergeschater, fel kraaigekras en heftig houtduifkoeren. Ook geen bang kwakende wilde eendenwijfjes op de vennen. Hun mannetjes, de anders altijd oversekste woerden, dobberen stil en vredig naast de eendjes. Wel is er wat zacht mezengesi-si-si en ook wat getsjerrr-tsjerrr-tsjerrr. Wanneer ik op bospad naar het luider si-si-si-sies-ke-wiettt van vinkenman luister, hoor ik achter me een houtsnip wegsnorren. Wanneer ik omkijk zie ik snip en Ep. Nagekeken door man en hond racet - hij blijft laag bij de grond - de rappe vogel bosrand in. Van verboden vennen op weg naar de bleke bossen, dendert een lege drietonner over puinpad. Uit de open laadbak ervan stuift geel zand. Erpel en ik staan voor de wind achter dikke eikenbomen als de wagen voorbij hotst. Een stel paarden voor de slacht, nog magere paarden, die op stuk met stroomdraad afgezet akkerland staan te eten van bijvoer, krijgen een sliert zand over zich heen. Na het gedender is er dan opeens, ver weg, spechtgeratel en ook het klaaglijk roepen van een allene wulp boven kale wei. En op terugweg auto toe, staat er in ondiep eilandjesven welgeteld één nijlgans. Al met al troosteloze bedoening vandaag. Toch, wat later, nog maar kwartiertje gaans naar de pinda, grazen een dikke twintig canadese ganzen in wei tussen bos en provinciale weg. Vier van hen waggelen heel-lang-zaam-aan bosrand toe, eik toe waarachter Ep en ik verstopt staan. Als de ganzen tot op drieëndertig meter - afgepast! - zijn genaderd gaat Erpel in de fout, kan hij het niet meer harden, wil hij niet meer wachten, gaat hij in de startblokken, stuift hij de wei op en jaagt de canadezen wilde wolkenlucht in. Ach, moet kunnen. Je kan als baas (rotwoord, nietwaar?) toch niet aan het verbieden blijven? En rondom huis moet hij ook al aan de lijn, omdat hij, ongezien de voordeur uitgepiept, een zwaar gevecht leverde met de jack russellreu van buurvrouw schuin tegenover, een gevecht waarbij de vijand de eigen bazin in de linkerhand beet. Bolsterturf, woensdag 29 maart 2006
372 Vanmiddag tijdens klote heel geen lieflijk lentewindje en miezerregentje uit viesvale lucht, met Erpel anderhalf uur wezen struinen in 't moeras. Het zat ons niet mee. We zagen geen mens. We konden geen vos, geen ree, geen snip en geen haas vinden. Wel kwekten er wat eenden in de rondte en hoorden we boeren op de ommelanden, landbouwers die achter gele rietkraag bezig waren met schreeuwen en met gieren. Raar maar waar, deze boeren kwekten harder dan de eenden, ook luider dan hun tractor ronkte. En, wat erger was, hun gier rook smeriger dan een stinkzwam bij zomerdag. Bolsterturf, donderdag 30 maart 2006
373 Op zoek naar reeën, komen Erpel en ik - zoals zo vaak als we naar het moeras toe gaan - voorbij voet van paar jaar terug omgewaaide, dode dubbele berk. Onder deze dode voet een grauw en groezelig geworden duivelsei, ei van inmiddels drie-en-een-halve maand oud. Kapot gegaan duivelsei. Rot ei. Er zit een groot gat in de weke schil. Je kijkt zo in het ei, op het gele binnenste. Nee, dit ei overleefde sneeuw en vorst en hagel en regen niet. Het ziet er niet meer uit. Ach, het was zo mooi egaal zuiver wit en kogelrond , vorig jaar december toen ik het vond. Nu ziet het er smoezelig en vlekkerig grauwgeel uit. En ook is het dus beschadigd, kapot, dood of dood aan 't gaan. 'Ach, wat zeur ik toch! Het is maar een ei, Ep.' 'Pfffttt.' We struinen drie uur door bos, moeras en over onland, Ep en ik. Tussen vijf en acht in gure lenteavond. Hier krast een kraai, daar schreeuwt een gaai, ver weg kokt een haanfazant. En overal rontelom fluiten en zingen zangertjes, in late zonneschijn na regenbuien. Ook lacht er een vogel die ik niet te zien krijg. Ik baal, omdat ik de lachsnavel niet thuisbrengen kan, ook omdat het telkens even regent en niet in het minst omdat ik nergens reeën spot. Maar dan zie ik ze opeens, in verwegge wei tegen bosrand aan. Vijf stuks, vijf reeën die met mekaar aan 't spelen zijn, wel driehonderd meter ver zijn ze. Ze rennen over wei. Ze kruipen onder schrikdraad door. Ze springen over slootje. Ze zitten mekaar achterna, dekking in en dekking uit, als kinderen die tikkertje aan het spelen zijn. En dan baal ik weer, min of meer, omdat ik volwassen ben en moet denken aan toen ik jongetje was die lente- en zomervrijdagavonden langer buiten spelen mag. Mijn vaak verlangen om weer kind te mogen zijn. Ook baal ik, omdat het me niet lukt de sprong (= groep) reeën helemaal te vangen in de lens. 'Ach, wat maakt het uit, Ep? De reeën zijn te ver en 't is al donker aan het worden.' Erpel blijft muizen, geeft op m'n gezeur geen antwoord. Verstandig hondje, nietwaar? Bolsterturf, vrijdag 31 maart 2006
index maart 2006
|