<<<<<<<<<<<<<< Home >>>>>>>>>>>>>>
Stukjes tekst, video's en foto's van bos, hei en waterkant; over grasduinen en struinen in natuur en veld, over zon en wind en buiten zijn
IntroHoofdpaginaInhoudsopgaveNatuurdagboekRecentVideoHoogzitten en jachthuttenMuziekGedichtenOver bolsterturf en Bolsterturf

Bolsterturfs natuur

B o l s t e r t u r f s  n a t u u r

Dagboek april 2006

374
Wandeling in dertien graden buienzaterdagnamiddag

Dertien graden buienlentezaterdagnamiddag. Dik uur gewandeld, jij en ik en Erpel, rontelom de verboden vennen. Weinig mensen daar vandaag. Ook nauwelijks wild en vogels. Wel vonden we reeënprenten, hazensporen en eendenvoeten op de zandstrandjes. Erpel zat nergens achteraan. Hij speurde wel en rakte flink, waarna hij een hortje zwemmen ging. 'De maf. Het water is nog zo koud.' 'Toch zwemmen er al torretjes in..., en de stobben zijn weer mooi, gewoon mooi om naar te kijken.' 'Gekkerd.' 'Maar waar blijven toch de kikkers?' 'Ja, heb je al kikkerdril gezien?' 'Nee, nog steeds niet.' Ver weg op 't water dreef een stelletje eenden. Het woerdje had mooie witte flanken. 'Mannetjeseenden zijn mooier dan hun vrouwtjes.' 'Zeur niet zo... Wanneer ga je die sparretjes nou eens planten in de campingtuin?' 'Zijn het toppereendjes of brilduikertjes?' 'Ik denk brilduikertjes.' De eendjes dreven helemaal aan de overzij en we hadden geen kijker bij ons. Ook geen zin om helemaal rond het ven te lopen. Twee buizerds vlogen boven hei en bunt, soms ook boven water. Het verliefd eendenpaartje had geen schrik voor hen, dat bleef gewoon rustig drijven. Toen de lucht weer zwart begon te worden, haastten we ons agila toe. Net voor de stortbui begon, startte jij de motor.

Bolsterturf, zaterdag 1 april 2006

375
Tweehonderddertig kilometer regen, waarna gezellig samenzijn

Zondagmorgen, lentemorgen, een lentemorgen regen, tweehonderddertig kilometer aan één stuk door regen, alsmaar regen. Regen die ons niet kon deren. Wel was hij saai, deze regen, maar zijn saaiheid kreeg niet echt vat op ons. Jij en L. chauffeerden om de beurt. Eerst reed jij, daarna L. en toen jij weer. Jullie twee klepten honderd in en honderd uit, meestentijds over zaken die me niet konden boeien. Ik vond jullie gekeuvel saai, maar gedroeg me en was niet ontevree, want mocht me vandaag laten rijden. Saampjes met Erpel had ik fijn de hele achterbank. Heel de lange rit kon ik naar buiten kijken, naar akkers en weiden, naar dorpen en naar Zwolle en ook naar fabrieksterreinen en weidewinkels. Ik telde eksternesten en grauwe ganzen en wilde eenden. Ik genoot van meerkoeten en waterhoentjes binnen rotondewatertjes en praatte ondertussen met jou en L. en Erpel. Erpel ging trouwens al gauw liggen pitten. Die mag vaak wat meer als ik.

'Zit je weer te mokken?' vroeg L. opeens aan me. En ze vervolgde: 'Je bent zo stil.'
'Nee, tuurlijk niet... Wrom mokken? Ik kijk uit naar reeën en ben blij van de zomer met de dure kinderwagen de hei op te mogen,' gaf ik terug.
'Van de zomer al?' vroeg jij daarop.
'Ja, we gingen toch ook met L. de hei op toen ze nog maar pas geboren was. Weet je nog dat ze uit de kinderwagen kieperde, toen jij op dat mulle pad die bocht te snel nam?
'Ja, weet ik nog... Hè hè hè, toen was ze al een paar maand, dommerik.'
'Dommerik?... Hahahah, ik raapte je op. Je lag in de bosjes. Hahahah, je blèrde als een mager varken.' Dit laatste zei ik allemaal tegen L.
'Sjonge zet,' wist ze daarop, 'weet je echt niks anders? Dit vertelde je al zo vaak.'
'STOP! Reeën!' riep ik toen. We waren even voor Nijmegen en daar liepen vijf reeën in de regen in een wei. L. reed toen. Ze wilde niet stoppen op de vluchtstrook.
'Stoppen?' vroeg ze, 'Hier? Op de vluchtstrook? Ben je maf? Veel te gevaarlijk!'
'Ja,' vond ook jij, veel te gevaarlijk. En je hebt al zo veel foto's van reeën..., toch?'
Ik ging deze discussie niet aan, begon maar gauw weer over de toch wel mooie, nieuwe kinderwagen. Maar opeens lag er een vos langs de snelweg en wilden jullie weer niet stoppen.
Net toen ik wel wilde gaan mokken, telde ik in stukkie afgerasterde Veluwe vijf Schotse Hooglanders. Na een tijdje klessebessen over staatsbosbeheer en hooglanders, en daarna weer kletsen over babykamer en kinderwagen en zo, zagen we, heel stuk voor Zwolle nog, koppeltje reewild in wei. Ook nu werd remmen en stoppen op de vluchtstrook te gevaarlijk geacht.
'Stel je voor dat de politie langskomt. Hebben we mooi een dikke bekeuring.'
Ik vergat hierop te antwoorden, omdat net voorbij de reeën twee ooievaars onder hun paalnest aan het paraderen waren, zowat op 't erf van een boerderij.

Tijdens lady's plasstop bij tankstation, liet ik Erpel uit. Hij en ik gingen door gat in afrastering, om te gaan wateren tegen een boom. Die boom zat vol met roekennesten - ik vergat te tellen hoeveel nesten precies, want verwonderde me dat er ook een pimpelmees in deze roekenboom zat. De roeken krasten protest, maar Erpel en ik doen het nu eenmaal liever tegen een boomstam dan tegen resp. in zo'n vies tankstationpishok.
Na het tanken - sjonge zeg, wat zuipt zo'n grote auto veel - was het nog maar een half uurtje rijden. Zevenentwintig minuten ganzen en eenden en meeuwen en kieften kijken. Ook schapen zien, schapen in de regen. Bij een boerderij liepen er zelfs koeien, zwartbonte, buiten.

Bij opa en oma was het fijn toeven. Oma en opa, beiden in de tachtig. Ze worden oud. Ze zijn bejaard, oud en mank en krom van jaren. Oud worden is fijn, maar vaak geen lolletje. Toch, opa en oma, allebei leven ze toe naar van de zomer. Allebei doen ze hun best, omdat ze van 't zomer, komende zomer, zestig jaar getrouwd zullen zijn.
Toen we, na thee, koffie, koekjes, gebak, soep met worst en ballen, pap na en daarna nog jenever, bessentje, halve fles port en voor jou en L. - jullie mijn chauffeuses - vruchtensap en veel limo zonder rietje, weer instapten om naar huis te rijden, was het opgehouden met regenen. Boven ons wiekte een paartje kraaien richting Erica en in de allemanstuin van het tehuis riep een vinkenman sies-ke-wiet.

Tijdens de terugweg spotte ik een ree op kale akker. Ik probeerde om het met 120 km/uur te 'schieten'. Tuurlijk mis. Daarom tussen meekletsen en doezelen door - hoe fijn om niet te moeten rijden, wel te mogen portje drinken - wat geoefend met de camera. Mijn meeste 'schoten' misten doel, bleken slecht gericht. Er was geen voorhouden aan. Een paar schoten maar beetje raak... Ach, wat is raak geschoten? Wat mis geschoten? Wanneer is een foto waardeloos?

Van ons voorgenomen wandelen door Drentse dreven, kwam niks terecht. Vanwege de regen bleven we vier uur bij oma en opa. Het was gezellig kletsen. Oma wilde de baby al op schoot. Opa verhaalde van de oorlog, de vliegtuigenfabriek en de kampen, maar ook van tebak in mien kinderoogies ('joen oogies,' zei opa) , turfsteekn, de persmesjien en warkn feur 'n rieke kattelieke boer.
Het was loom wordend warm in 't kleine aanleunwoninkje. En de port... Dat was dure port... Kopke port... Maar de foto's die ik van opa en oma en van ons maakte, konden we niet direct bekijken. De meeste oude mensen uit het veen hebben geen computer en geen monitor. Ze willen die ook niet, 'feur gien gelt van de werelt, jonge', want ze hebben hun herinneringen aan vroeger toen alles mooier en beter was. En dan zegt mijn vader, terwijl hij naar mijn moeder kijkt: 'Ok armer en geselleger, jong.'

Jij, een schoondochter, zegt: 'We moeten de foto's meteen laten ontwikkelen en ze zelf gaan brengen.'

Bolsterturf, zondag 2 april 2006

376
Maar dan die rare houtduiven

Herfst in lentetijd. Ik sliep uit en liep met Erpel aan het lijntje korte uitjes door de straat. Ik genoot van niet zingende zwarte merelmannen die ruzieden om een bruin vrouwtje. Verder was 't, op verkeerslawaai en kwekken van buurvrouwen na, stil in de straat. De mussen en de mezen lieten zich niet zien. Ook de roodborstjes en de winterkoninkjes gaven niet thuis.

Veel te koud en veel te nat allemaal. De rotregen ook! Maar dan die rare houtduiven. Die zitten midden op rijweg en fietspad. Soms wel met twintig, dertig bijeen, temidden van wat geplette soortgenoten. Wat zoeken die duiven toch op betontegels en asfalt? Waarom gaan ze niet fijn naar dichte sparrenbossen toe? Vergaderen in natte regenstraat is toch bar onleuk?

Bolsterturf, maandag 3 april 2006

377
Hiep hiep hiep hoera, Erpeltje is jarig vandaag

Hiep hiep hiep hoera! Erpeltje is jarig vandaag.
'Sorry Erpel, jouw extra rakuur en de online galerij met je mooiste foto's komen binnenkort. Ik zit nu in gruwelijke tijdnood... Je vermaakt je wel met je varkensoor, hè?'
'Pfffttt.'

Bolsterturf, dinsdag 4 april 2006

377a
Zo langzaam als het ei doodging, zo langzaam teert het lijkje weg

Ondanks tijdnood met Erpel naar 't moeras. Grauwe ganzen. Blauwe reigers. Zwarte kraaien. Blauwe duiven. Paartje wilde eenden en de tuin van opa Imker. Alles en allemaal in weer 'ns flutweer. Dan weer zon, dan weer regen, soms een hagelbui. Dikke witte korrels kletteren op de puinweg. Veel daarvan spatten na het raken van de grond tot soms wel tien centimeter hoog, alle kanten op.  Zulke hagelkorrels voel je op een kale kop!

Het duivelsei onder voet van dode dubbele berkenstam is aan 't vergaan. Heel lang-zaam-aan aan 't vergaan. Met dit klote weer waagt geen bromvlieg zich buiten. Zo langzaam als het ei dood ging, zo langzaam teert het lijkje er in weg.

Bolsterturf, dinsdag 4 april 2006

378
Negen reeën tussen acht en negen

Acht uur in lenteochtend. Na nachtvorst witte daken. Zes pindaruiten toegevroren. Berijpte akkers en weiden. Reebok op akkerland. Vanuit pinda op foto gezet. Vijftig meter verder rikke en smalree. Ook goed voor on line. Halve kilometer noordelijk drie reeën bijeen. Rood pijltje knippert. Batterij raakt leeg. Nix aan te doen. Vergeten op te laden. Blijven knippen. Keer of zes. Dan verder. Na kilometer weer twee in wei.  Weer ontspanknop indrukken. Piepje en tekst: battery empty. Toch doorrijden. Tot noordoosthoek van moer. Pinda parkeren. Wandelen met Erpel. Balen als 'n gaffelaar naar je staat te gaffen, mooi dichtbij en net als de andere verwegge acht van deze koude morgen tegen luwe boomrand aan in gulle lentezon.

Bolsterturf, woensdag 5 april 2006

379
Reewild en de zoveelste hoogzit

Op weg naar het moeras, zie ik vanuit de pinda twee reeën laveien in ochtendzonneschijn.

Half uurtje later, tijdens wandelen over zandpad, rent een rikke over onlandwei. Toch is er geen onraad. Na haar korte ren, gaat ze rustig naast haar bokkalf van vorig jaar staan snoepen van pas ontloken groen. Reeën zijn echte snoepers, kieskeurige snoepkonten. Ze houden van verse, malse scheutjes en twijgjes, ook erg van kruiden.

Alle onland afzoekend naar reeën, zie ik opeens een hoogzit, hoogzit aan overzij van brede sloot en rietkraag. Deze hoogzit kende ik nog niet. Ik wil het bouwsel graag aan nader onderzoek onderwerpen, maar kan de sloot niet over. Die staat boordevol water, die is me te breed en te diep. Erpel heeft geen moeite met de sloot. Die spring er raapjes over, die speelt zelfs even voor waterratje als ik er een stuk dode tak in gooi. En na het apporteren rent hij dan als dolle over onland en pad.

'We moeten binnenkort maar 'ns van de andere kant komen, Ep. Dan beklimmen we samen die hoogzit. Neem ik jou wel ff tussen lijf en arm mee het laddertje op. Kunnen we de reeën van boven af en van dichtbij 'beschieten.' Misschien zien we van boven af ook wel een vos. En dan hebben we ook die scherp in 't vizier en daarna zuiver digitaal.'
'Pfffttt.'
'Ja pfffttt, want dat zal nog best een hele klus worden. Je hebt ruimtevrees, nietwaar?'
'Pfffttt.'

Bolsterturf, donderdag 6 april 2006

380
Oude geit en jong bokkie springen moeras binnen

Negen uur in de ochtend. Met Erpel naast me, tuf ik over verharde veldweg. Naar links kijkend, zie ik op akkers boeren aan het werk. Die mannen zijn bezig om met grote tractors waarachter grote ploegen de bodem van hun land open te scheuren. Waarom dat zo fors en zo diep moet, begrijp ik niet. Hoef ik ook niet te weten. Rechts van de weg zijn weiden. Achter het gras begint het moeras. Lopen daar twee reeën? Wanneer ik de pinda stop en de kijker pak, zie ik ze beter. Tegen moerasrand, meter of driehonderd ver, laveien oude bok en smalree.
'Wat te doen Ep? Ik wil wel 'ns weer een ree van heel dichtbij op de foto zetten. Gaan we ze besluipen of niet? Parkeren bij die boerderij? En dan langs de bomenrij naar achter toe? Alle sloten staan vol, die kunnen we niet benutten.'
Ep geeft geen antwoord, die is druk met het bestuderen van een zwarte kraai op weipaaltje.
'We rijden door Ep... Naar 't moeras. Wij twee vertoeven graag ongezien in 't veld en boeren hebben  goeie en scherpe ogen.'

Na parkeren bij het tankstation langs de jakkerbaan, is het half uurtje terug lopen naar het moeras. Half uurtje om wat te oefenen met Erpel.
'Ep volg!' 'Ep aan de voet!' 'Zit!' 'Afff!' 'Blijfff!' 'Kommm!'
Na dit mondeling doen we samen gebarentaal, Ep en ik. Dat niet vanwege de boeren, maar wel omdat vossen, hazen en reeën nog beter horen dan boswachters en jagers.
Erpel is in vorm vanmorgen. Hij oefent weer 'ns best en graag. Wanneer er andere honden in de buurt zijn, of wild, oefent hij minder gretig. Al met al luistert Ep uitmuntend naar mij en redelijk naar 'de bazin'. Ach, luisteren... Ik  haat moèten luisteren.
'Bolsterturf, wil je ff de gemeente bellen?' 'Bolsterturf? Wil je ff de vuilnisbak aan de straat zetten?' 'Bolsterturf, ga zo ff naar de bakker. Bossche bollen halen voor als vanmiddag Marie en Clara komen.' 'Bolsterturf, ik moet zo naar de kapper. En 'k moet ook nog koken. Wanneer leer jij nou toch 'ns koken?? Een ei kan je nog niet bakken zonder de pan kapot te maken. Je wil wel ff stofzuigen, hè? En dan kan je vanmiddag mooi de voortuin doen.' En dan ben ik al bezig of onderweg. Kijk, ze vraagt altijd, meestal lief. Ze beveelt nooit. Toch vind ik het gebiedende wijs, want als ik weiger...

Vanaf zandpad zie ik honderdvijftig meter voor me tegen moerasrand aan twee reeën. De twee, oude geit en overjarig bokkalf, laveien in ruig onland. Wat te doen? Erpel afleggen en zelf omlopen en dan proberen of Erpel ze voor de lens kan jagen? Nee, daarvoor is het nu niet de tijd van het jaar. In het najaar heb ik met zoiets geen moeite. Dan zijn zelfs reekalfjes snel genoeg om Erpel voor te blijven.
'Nu zijn de geiten drachtig Ep. Eind van de maand worden de eerste kalfjes geboren... Ach, dan maar alleen een paar verre 'schoten'.
'Pfffttt,' doet Ep.
'Nou ja zeg! Doe niet zo minachtend tegen me... Nou vooruit dan maar, proberen we het. Volggg en voet!' En dan lopen Erpel en ik langzaam en voorzichtig verder over het pad, richting reeën. Wanneer geit en bokje nog ongeveer vijftig meter ver zijn, zie ik de geit aandachtig onze kant op zekeren. En dan besef ik meteen: Eps en mijn geur kwamen tot haar.
'Stink jij zo Ep?' 'Pfffttt.' De twee reeën, dik van los zittende wintervacht, geven me tijd voor één 'schot'. Geen fraai schot, maar wel 'raak'.

Bolsterturf, vrijdag 7 april 2006

380a
Vijf konijnen en zeven reeën

Erpel mag na het avondeten met ons mee uit. Hij krijgt zijn verjaarscadeau: een vol uur rakken. Onderweg naar de benzinebossen, kijken we uit naar reeën, zien er geen. Om half acht zijn we er. In sommige stukken crossbos wonen veel konijnen. In één zo'n door bandensporen omzoomd deel we wandelen.
Ep doet, als altijd, goed zijn best. Zwarte dropper aan de grond en speuren maar. Na een kwartier heeft hij vier konijnen gevonden en daar achteraan gezeten. Niets  gevangen, maar vangen mag hij ze ook niet.
'Maar deze zou i gevangen hebben als ik hem niet had terug geroepen,' zeg ik tegen je.
'Sjonge zeg, dit is toch te gek... Ik wil het niet meer hebben, hoor!' antwoord jij.
'Ja, je hebt gelijk,' beaam ik.
'Ja, dit kan niet hoor. Straks heeft Eppie er eentje te pakken.'
'Weet je wat, zullen we morgenmiddag naar de camping gaan? Mag hij daar als compensatie nog een uur of zo spelen met Tinkel.'
'Als compensatie?... Ja, is goed idee. Maar eerst uitslapen.'
'Wef wef wef,' weft Erpel, terwijl hij achter nummer vijf aanjakkert.
'Ep hierrr! Kom hierrr! Nu!!' brul ik. 

Huistoe spot jij vijf reeën. Die laveien aan overzijde van door boeren geplette akker, op weitje tegen bosrand aan.
'Ze zijn ver en 't is al bijna donker,' zeg ik, 'toch ga ik 'n  paar foto's van de spong maken. Kan jij ze intussen mooi door de kijker bestuderen.'
'Die allene rechtse is een bok met mooi lang gewei,' antwoord je.

Vijf mins later lopen schuin achter boerderij nog twee reeën op wei. Ik parkeer de pinda voor de boerderij, stap uit en neem ook deze reeën onder schot.
'Ze zijn best ver, eigenlijk veel te ver..., en 't is al bijna donker,' zeg ik.
'Probeer toch maar,' glimlach jij.
Tijdens het fotograferen, zie ik boer en boerin in hun huiskamer voor het raam staan.
'Ik heb ook bekijks,' zeg ik tegen je.
Jij lacht en antwoordt: 'Geeft niks joh, laat maar kijken, maar zo mis ik wel goede tijden, slechte tijden.'
'Ow...? Hoezo slechte tijden?'
'...

Het fotootje van Erpel is een foto van vorig jaar. Ik vergat om vanavond ook een foto van Ep te nemen.

Bolsterturf, vrijdag 7 april 2006

381
Viersprong  midden in de dag

Jagers noemen een groepje van vier reeën bijeen een viersprong: sprong van vier. Vandaag op weg naar camping en bleke bossen, laveide (= graasde) er een viersprong op gras- en onkruidrijk akkerlandje langs parallelweg langs jakkerbaan (= vierbaans autoweg) .
Ik remde fors af, parkeerde half op het parallelweggetje en half in de berm ervan. Jij ging door de 7x50 de reeën bestuderen en ik fotografeerde ze met ultra zoom. Alle vier laveiden ze op hun gemakje. Ze zijn aan auto's gewend. Terwijl jij keek en ik foto's maakte, flitste achter ons het jakkerbaanverkeer voorbij. Soms passeerde, half over 't parallelweggetje en half door de berm, een auto voorlangs. Eénmaal scheurde met bloedgang  een luxe wagen voorlangs voorbij. Achter het stuur een coureur die harder wou dan de auto's op de jakkerbaan.
'De maf,' zei jij.
'Gore klootzak,' vloekte ik.
Niemand van de autobestuurders scheen de reeën te zien. Tot er een groene landrover met opschrift 'Jachthonden kennel' en 'telefoonnummer 0... ......' langzaam over 't parallelweggetje kwam aangesukkeld. Deze auto stopte even voorbij ons. Achter het stuur een man in groene jas en met groene hoed op.
'Een jager,' zei jij.
'Een reedoodschieter,' zei ik.
Deze man keek vier mins door een grote verrekijker naar de sprong, reed toen weer verder.
Na een kwartier kijken, startte ik de pinda en reden ook wij weer aan, maar niet na de reeën gedag te hebben gezegd.
'Dag mevrouw rikke en dag reekalfknopbokje
(knopbokje is reebokje met in plaats van geweitje alleen maar twee knopjes tussen de oren) van vorig jaar,' groette ik.
'Dag andere mevrouw geit,' groette jij. En je vroeg: 'Waarom heeft maar één geit een kalfje?'
'Weet ik niet, misschien guste geit
(= onvruchtbare geit) , misschien kalfje verongelukt, misschien doodgeschoten,' antwoordde ik en groette toen: 'Dag meneer mooie bok... Erpel zal vanaf de dag dat de bokkenjacht los gaat elke zaterdagmorgen lang voor licht worden rond de hoge zitten jakkeren.'
'Beloof je hem nu niet teveel? Je slaapt heel graag uit,' lachte jij toen.
Die opmerking had ik niet verwacht van je. Daarom liet ik Ep antwoorden door aan hem te vragen: 'Ep! Heb je er zin in.'
'Wef!'

 Bolsterturf, zaterdag 8 april 2006

381a
Op zaterdagavond met Bolletje naar de dierenarts

Bolletje is ziek. Sinds dinsdag at hij niet of nauwelijks meer. Vanavond net na zeven, nadat hij wat water dronk en daarna meteen dat water en wat gal overgaf, togen we met hem naar de dierenarts. Die onderzocht hem grondig, maar kon niets vinden, behalve dat hij uitgedroogd was. Hij kreeg vocht toegediend, en ook drie spuitjes medicijn. Verder werd hij op zachte wijze gedwangvoedert.
Wat hij mankeert kon de dierenarts niet zeggen: 'Misschien vergiftigd, misschien last van z'n verharing, misschien een haarbal in zijn maag. Als katten te lange tijd niet eten, vergiftigen ze zichzelf. Het beste lijkt me om morgenvroeg met hem terug naar hier te komen.'

Bolsterturf, zaterdag 8 april 2006

382
Oude zieke poes en wat minder oude ook zieke kater

Vanmorgen om elf uur met onze - negen jaar oude - kater Bolsterturf voor de tweede keer naar de dierenarts. Bolsterturf knapte gedurende de nacht flink op, maar wilde nog niets eten. Opnieuw kreeg hij van de dierendokter vocht toegediend en ook kreeg hij weer spuitjes met geneesmiddel. Bovendien met hulp van de dokter en een grote spuit te eten.
Met de nodige instructies om half tien weer met Bolsterturf naar huis.

Bolsterturf was in negen jaar tijd nooit ziek. Dan mag hij van me best (tot nu toe) 97,50 euro aan consult en medicijnen kosten. Volgens de dierenarts is hij niet vergiftigd en ook niet mishandeld. We hopen, dat hij na toegediend vocht, na toegediende medicijnen en na door ons geholpen worden met eten gauw weer zal opknappen.

Onze uit-het-asiel-poes Jerry is naar schatting dertien, veertien jaar oud. Zij eet de laatste maanden nauwelijks meer. We voelen sluipend dikker wordende knobbeltjes onder in haar buik. Vanmorgen zat ze in de zon, op Erpels zomerslaaphok in de tuin. Mooie kans om een paar foto's van haar te maken.

Gedurende de laatste winters, werd betreffend hok - voormalig rottweilerslaaphok - door een grijze zwerfpoes benut. Zij slaapt dan 's nachts in dit hok. Soms ook wel overdag. En tuurlijk krijgt zij ook te eten van ons. Deze poes ziet er goed gezond en weldoorvoed uit. Inmiddels is ze één van Erpels poezedinnetjes.

Bolsterturf, zondag 9 april 2006

382a
Knelkoppelingen in caravan stuk gevroren en zo'n dertig lariksjes verhuisd

Tussen half vier en half vijf naar de caravan geweest. Fijn zo'n dertig, ongeveer meter lage, lariksjes verhuisd, van bos naar tuin bij caravan. Daarna balen, omdat tijdens het open draaien van de hoofdkraan van de waterleiding er knelkoppelingen kapot gevroren bleken te zijn.

Door de bossen terug wandelend van caravan naar op parkeerplaats achter gelaten pinda, zat Erpel heel eventjes achter een ree aan. Mag i niet, achter wild jakkeren niet, toch deed i het weer! De stouterd!

Bolsterturf, zondag 9 april 2006

383
Mijn zowat dagelijkse portie lenteree en wat grasduin gefilosofeer

Vanmorgen in 't moeras, zag ik acht reeën. Vijf van deze reeën bekeek ik alleen maar door m'n brilleglazen, niet door de zoeker van m'n camera. De andere drie zette ik - zonder dat ze het merkten! - op de foto.

Om half negen, toen aangelijnd Erpeltje en ik over onland liepen, zag ik ze opeens, door een gat in takkenwal heen: reesprongetje van drie. De drie laveiden aan wilgen- en elzen- en verdronken berkenrand, op onland aan andere kant van brede en diepe sloot. Meter of dertig achter sloot en wal laveiden ze. Daar aan die overkant, is de slootwal bijna overal kleine twee meter hoger dan aan de kant waar Ep en ik zich bevonden. Vanwege het hoogteverschil, lukte het me alsmaar niet om het sprongetje helemaal op de foto te krijgen. 't Was steeds wat, of de wal bleek te hoog of er zat te veel wirwar in de weg. Als er wirwar van boomstammen en takken en riet in de weg is tussen camera en ree(ën), kan je nauwelijks of niet scherpstellen. Nog moeilijker is dat, als je je camera met zoomlensje met gestrekte armen boven je hoofd houdt en je vervolgens min of meer op goed geluk over hoge wal 'schiet'. Na keer of tien afdrukken, alsmede na checken of er op het monitorschermpje van de camera reeën stonden afgebeeld, liepen Ep en ik - stilletjes - van het sprongetje weg.

Thuis bleken maar twee foto's min of meer goed gelukt. Wanneer ik al voor licht worden in de hoogzit aan de andere kant van de sloot zou hebben plaats genomen, zou ik dit sprongetje van drie - geit met twee kalfjes van vorig jaar - makkelijker en van meer dichtbij hebben kunnen fotograferen.

Tegen negen uur spotte ik op puinpad een ree voor slagboom. Het dier laveide helemaal aan het eind van 't pad, daar waar een onlandweitje begint. Ook dit ree 'schoot' ik met zoomlensje. Ik zoomde daarbij 'gewoon', dus niet digitaal. Te fotograferen reeën zijn bijna altijd ver weg, maar en met rakfox en met verrekijker en met statief en met camera is het tamelijk ongemakkelijk struinen door moeraswildernis.
Thuis bleek maar één foto van dit verwegge ree - een oude geit - beetje goed gelukt.

Voor digitaal zoomen en gebruik van statief is het me nog te koud. 'k Vind het echt wel bar koud voor de tijd van het jaar. Het is midden in de dag maar net tien graden. Daarom is er nog niks geen wulpgejubel en nog niks geen kikkergekwaak. Heel-lang-zaam-aan maar vordert de lente. Toch, kijk, wat ik vond, kijk hoe mooi ze zijn, één pol wilde dotterbloemen in oerig puinmoeras. Hadden deze dotters al meer zon en warmte gekregen, zouden de bloemen veel groter, mooier en uitbundiger geel zijn. Ach, wat zeur ik toch weer? Er is zo verschrikkelijk veel wat groter en mooier en uitbundiger kan.

Kater Bolletje is weer opgeknapt. Met Frija gaat het naar omstandigheden ook goed. Ach, twee tamme katten. Twee tamme kattenlevens. Twee taaie kattenlevens. Twee dure kattenlevens. Kattenlevens. Er zijn mensen die er van genieten. En dierenartsen eten dank zij onder meer de ellende die mensen met katten hebben.
Katten, mijn vrouw, Erpel en ik en ook onze dierenarts - een aardige en lieve en bekwame mevrouw die thuis ook katten heeft - houden van ze en vinden ze mede daarom niet te duur.
Wat is de waarde van een kat? Economische waarde? Plezierwaarde? Morele waarde? Ik sprak met een man die katten gebruikt om zijn windhonden te trainen. Zijn honden moeten katten vangen, bijten die in ene keer kei kapot. Deze man vindt een kat een gebruiksvoorwerp, een voor lol en genoegen te vangen en dood te laten bijten object, terwijl hij van zijn honden - ook alleen maar gebruiksvoorwerpen? - zegt te houden.
Ach mensen. De ene mens betaalt aan een dierenarts duizend euro voor de operatie van een kat. Andere mensen verzuipen en vergiftigen katten (en honden), omdat ze er dom- of eenvoudigweg last van (denken te) hebben, of om ze op te eten. Ook trainen mensen dus met katten hun lieve windhondjes.
Ach mensen. De ene mens fotografeert reeën voor de lol. Een andere mens schiet ze liever dood. Zo'n andere mens houdt meer van reebout en van geweitjes aan de muur dan van het kijken naar reeën in het vrije veld.
Ach mensen. De ene mens aait bij zomerdag een kalfje van een Schotse hooglander. De hoge heren van staatsbosbeheer geven liever opdracht om zo'n kalfje, desnoods alle hooglanders, bij bar wintertij en achter deugdelijke afrastering te laten verrekken van honger en kou. 'Waarom bijvoeren? Ik heb goed te eten en een warm bed en onze afrastering is deugdelijk,' zal zo'n hoog geachte mijnheer, denk ik, denken. Ach, weet ik veel, misschien aaien deze heren als ze zomers wandelen met vrouw en kind ook wel 'ns een kalfje.
Ach mensen. 'Wie, die de mens beziet, lacht er niet?' Dom gezegde, want, vind ik, je kan net zo goed vragen: 'Wie, die de mens beziet, huilt er niet?' Verdorie, waarom weet ik het nog altijd niet? Het antwoord op de vraag die de professor stelde, toen ik jaar of twintig was: 'Is de mens van nature goed of kwaad?' Ach, ik dwaal af, laat ik het liever bij dieren houden. Van dieren weet ik beter wat ik aan ze heb.

Bolsterturf, maandag 10 april 2006

384
Over oefenen met Erpel en over reestangetjes

Vandaag twee keer anderhalf uur naar het moeras geweest. De eerste keer vanmorgen, tussen negen en tien. Toen heb ik geen reeën gezien. Vanavond zag ik die wel. Ik telde er zes. Drie stuks liepen op wei, tegen verre bosrand aan. Een allene bok sprong af van onlandweitje - die slimmerd zag, hoorde of rook Erpel en ik eerder dan wij hem waarnamen. En ook zagen we nog een rikke en haar kalf. Die laatste twee lagen samen te rusten op weiland, vlakbij 't moeras.
Erpel en ik letten vandaag niet zo goed op muizen, wild en vogels. We hadden het erg druk met samen oefenen in leren luisteren, leren luisteren naar mekaar. Te vaak begrijpen hij en ik elkaar nog niet. Zo kon het gebeuren, dat we geit en kalf te laat zagen liggen. Toen ik ze opmerkte lagen ze, maar onderdeel van seconde later renden ze moerasrand toe. Mooie gelegenheid om Erpel te onderwijzen, dat ik keffen en rakken lang niet altijd op prijs stel. Hij en ik hebben de reeën vandaag fijn met rust gelaten. 'Niks jakkeren, Ep. Kommm vanggg!' En als hij dan mijn ouwe, lege portemonnee gevangen heeft, mag ik die proberen af te pakken. Tuurlijk lukt me dat niet, maar als ik m'n handen in de jaszakken stop, net doe of ik daar iets uit wil halen, komt hij nieuwsgierig dichterbij, komt hij te dicht bij. En als ik me dan laat vallen, heb ik de portemonnee afgepakt. Soms afgepakt. Meestal is hij me te vlug af, moet ik wachten tot het spel hem verveelt en hij het speeltje laat vallen. Ach, Ep laat zich na een tijdje altijd graag vangen, want hij is stapelgek op koekjes.
Wanneer ik speel met Ep, spelenderwijs met hem oefen, zo weinig mogelijk negatieve druk op hem uitoefen, kost het hem niet eens moeite om wild en muizen te vergeten. Als hij aandacht van me krijgt en plezierig mag 'werken', is hij zo alle wild rontelom vergeten. Hoeft hij er helemaal niet achter aan te rakken. Vindt hij het fijner om aan de lange speurlijn te zoeken naar door mij verstopte spulletjes: een lege portemonnee, een zakdoek, een zakmes en de cameratas. Het vinden lukt hem wel, het oppakken ook wel, maar met netjes apporteren heeft hij nog wat moeite.
Van 't najaar wil ik met Ep reestangetjes gaan zoeken. Ik heb er nog maar vier, wil er graag meer. Die stangetjes, die geweihelftjes, verliezen reebokken ieder najaar. De geiten hebben geen geweitje. Van 't najaar pas zal ik pas weer reestangetjes kunnen vinden, nu nog niet. Nu, in de lente, hebben de bokken pas een nieuw geweitje. Deze week zijn ze net begonnen met opperhuid van hun keihard wordend geweitje af te schuren tegen boomstammetjes. Als je in de bossen komt en goed oplet, kan je her en der het helder wit van toegetakelde en geschilde stammetjes zien. Meestal gaat zo'n stammetje dood, soms overleeft het nog een jaar. Jonge bokjes met kleiner geweitje schuren tegen kleine, dunne stammetjes. De sterkere, grotere, oude reebokken benutten liever wat dikkere boompjes.

Bolsterturf, dinsdag 11 april 2006

385
Op weg naar en van je werk zie je nog altijd nog wel wat

Op weg naar en van je werk zie je nog altijd nog wel wat: onvoorzichtige houtduiven op de rijweg; een onbeweeglijke buizerd op een paaltje; een ook roerloze bosuil op laaghangende tak van dikke eikenboom; een kraai die bij stoplicht een weggegooide broodkorst wegpikt van onder auto; een paartje patrijzen in middenberm. Die patrijzen, dat patrijzenpaartje, het zit stil gedoken. Voor en achter hen jakkeren auto's voorbij. De berm waarin ze zitten was altijd hun terrein, hun leefgebiedje dat van ze werd afgepakt, omdat Nederland steeds voller en drukker met mensen wordt.

Bolsterturf, woensdag 12 april 2006

386
De Nederlandse jager, minister Veerman, weidevogels en de vos

Ik ging een middag struinen, samen met m'n aangelijnde boerenfox. Dik twee uur banjerden we door moeras en over onland, en ook over weiden en akkers. Vrij rondrakken mocht Fox niet van me. Er zijn al jonge haasjes en konijntjes. Die mag hij niet vermoorden. En zowat alle dierenmoeders, ook reegeiten en vossenteefjes, hebben in de lente bolle buikjes. Die zijn nu zowat allemaal drachtig.
Het weer was twijfelachtig. Vanuit het noordwesten naderden, gelukkig heel-lang-zaam-aan, zwartblauwe regenluchten, maar warme lentezon in 't zuidwest. Een gaai ging tekeer. Die schreeuwlelijk schold ons uit. Een merelman riep pink-pink-pink, maar scharrelde gewoon op z'n gemakje verder, in dor blad. Verweg kokte een haanfazant en nog verder weg riep een koekoek koekoek.
Twee reeën in wilgenrand stonden naar Fox en mij te kijken. Ze hadden ons opgemerkt, lang voordat wij hen in de smiezen kregen. De wind waaide toen van ons af, zodat ze mensen- en hondenlucht in de neus kregen. En tuurlijk wachtten ze niet af; ze vluchtten meteen, dieper het moeras in. Mooi gezicht: sierlijk wèg dansende witte reeënkonten.
Toen een koekoek tweemaal riep, niet uitbundig vrolijk nog, voelde ik me blij. Nu wint eindelijk de lente van de regen, dacht ik even. Helaas, het lukte me niet om lang vrolijk te blijven. Ik werd zelfs wat droevig, niet omdat het ging regenen, nee, droevig omdat het zo stil was op en boven geploegde akkers en gestronte weiden. Nergens was een grutto te bekennen en maar drie kievitmannetjes schroefden door de wilde lentelucht. En ik kon nergens vossenvoeten vinden.
'Waar zijn toch de vossen gebleven, Fox? Nergens zie ik hun voeten in het natte zand.' Fox reageerde niet op mijn vraag. Die had het te druk met speuren, die snuffelde aan één stuk door. Hij ging alsmaar met zijn neus over de bermen van paden en paadjes. Meestentijds liepen we over landweggetjes, tussen stinkende weiden en akkers door, maar ook gingen we over wildwissels, over hazen- en reeënpaadjes door moeras, bos en onland. Een paar keer dook Fox op reeprenten, een enkele keer op een hazenspoor. Twee keer wees hij kattenpootjes aan, nul keer een vossenspoor.
'Wa's dit nou, Fox? Kan je ze niet meer vinden? Potverdorie toch! Waar kunnen de vossen gebleven zijn?... Stropers schieten reeën, geen vossen... Doe 'ns wat beter je best. Of zijn misschien alle vossen weer 'ns vergiftigd door jagers en boeren?'

Op het werk keek ik eventjes teevee. Er was groot nieuws van Veerman, onze Veerman, herenboer, pluimveebeul en minister. Deze politiek machtige man heeft de beslissing genomen, dat de vos weer bejaagd mag worden. Reintje en Reininneke zijn door hem schuldig bevonden aan de teloorgang van de weidevogelstand.
Die Veerman toch. Hij doet net, of er nog sprake kan zijn van een weidevogelstand als, ieder jaar opnieuw, al vanaf februari zowat alle akkers en weiden worden bedolven onder stront en gier uit bioschuren. En ook denkt hij - zo begrijp ik hem - dat er sprake kan zijn van een mooie weidevogelstand wanneer, ook elk jaar weer, vanaf eind april koeien en schapen en paarden alle weiden gaan bezetten en er op akkers gretig wordt gestrooid met gif.
Die Veerman toch. Mede door zijn schuld zijn grutto en patrijs Nederland zowat uitgeholpen. Ik vind hem, Veerman, een domme man. De sufferd weet klaarblijkelijk niet eens, dat vogels niet houden van stront en gier en dat een vos hoofdzakelijk van muizen leeft.

De Nederlandse jagers vieren feest. Met z'n allen zijn ze heel erg blij, omdat onze minister Veerman hen weer vossendoders heeft gemaakt. De jagers mogen zich - naast het afknallen van reeën - nu ook weer bezig gaan houden met de vossenjacht. Ze gaan weer volop plezier maken, fijn weer drijf- en klopjachten houden, fijn vossen doodknallen met geweer en lichtbak en ook fijn vosjes uit holen graven en kapot slaan.
Minister Veerman en de Nederlandse jagers zijn laffe vossenbeulen, toch? Kijk de jagers toch eens! Ze zijn dolblij, want ze mogen weer: vrolijk en passievol schieten op beestjes die geen geweren hebben, die niet terug kunnen schieten.
Veerman, ben nu toch eens echt dapper. Laat Reintje de Vos die echt geen bedreiging vormt voor de weidevogelstand met rust, schop de bio-industrie Nederland uit en geef aan onze jagers, aan al onze jagers, zowel aan de plezier- als aan de weidelijke jagers, een paar grote afgerasterde terreinen, stukken bos of zo, waar ze op elkaar mogen jagen. Zowel de vossen als de weidevogels zullen U dankbaar zijn.

Bolsterturf, donderdag 13 april 2006

387
Verwegge reeviersprong digitaal en optisch uit de losse hand gezoomd

Midden in de middag laveiden vier reeën op, na de oogst nog altijd niet geploegde, maïsstoppel. Ze trokken zich niets aan van het over nabije jakkerbaan en parallelweg langs jakkerbaan racend snelverkeer. Vanuit m'n pinda op parallelweg zette ik ze, via uit de losse hand digitaal en optisch zoomen, op de foto.

Bolsterturf, Goede Vrijdag 14 april 2006

387a
Poes Jerry's laatste dag

Onze oude zwarte poes Jerry wilde niet meer eten en kon nauwelijks nog poepen. Ze was vel over been en ze bracht gisteren zowat de hele dag in de kattenbak door. Vandaag gingen we voor de laatste keer met haar naar de dierenarts. Daar kreeg ze een overdosis narcosemiddel toegediend, waarna we haar een uur later in de campingtuin begroeven. Ze ligt onder een laurier en maar vijf meter van haar rustplaats woont een familie wild konijn in kruidentuintje.

Na het dicht gooien van het gat, maakten we een wandeling met Erpel door de benzinebossen. We hoorden heel dichtbij een koekoek roepen en we verboden Erpel het rakken niet.

Bolsterturf, Goede Vrijdag 14 april 2006

388
Een middagje Drentse reeën kijken

De tv-weerman voorspelde een droge dag en je nieuwe spearmint agila twinport moest geshowd, dus reden we naar Drenthe toe. Onderweg zagen we, tussen acht en half elf, twee witte zwanen – wit: zo opvallend, altijd weer, wit in de natuur. Als gewoonlijk zaten er weer buizerds op paaltjes en door wei, op nog geen honderd meter van boerderij, huppelde een haas. Ook spotten we spreeuwen, eenden, ganzen, kieviten, kraaien en roeken. Het was echt een genoeglijk en blij ritje, maar net Nijmegen voorbij remde je hard, knalde een Vlaamse gaai - domme Belg - bijna tegen de voorruit. Schuin over de motorkap heen, zeilde de gaai een bosje in.

Opa en oma's welkom thuis was - als altijd - eerlijk, lief en hartelijk. En de generatiekloof bleek al weer wat minder breed. Ach, als je je oude ouders ziet moet je, moet ik, of ik dat nou wil of niet, denken aan wijlen Couperus' boektitel: Van Oude Mensen, de Dingen die Voorbijgaan. En het is toch zo? Naarmate je ouder wordt, lijkt de tijd te versnellen, lijken de dagen en de dingen vlugger te gaan, te vlug voorbij te snellen .

Na koffie, koek, gebak, snoep, worst en soep – opa en oma trakteren graag – gingen we, jij en ik en Erpeltje, ‘s middags het veld in. Van Nieuw-Amsterdam reden we, via onder meer tuinbouwcentrum en Peelstraat binnendoor naar Schoonebeek. Nog in N-A spotten we, aan overkant van kanaal en voor verre bioschuur bruine vlekjes op strook groen, een sprong reeën van vier. Ach, waren reeën wit... , en ach, zo ontieglijk breed dit kanaal, en zo weids het boerenbouwland. Alles, alles zo ver en zo weids. Bijna geschatte kilometer ver de verre bioschuur en toch vangen camera en zoomlens alles in een klein fotootje.

Terwijl ik, vanaf de dijk langs het ter plaatse brede kanaal, foto’s maakte van de verwegge reeën, liepen er drie dikke schapen aan kanaaloverzij voor cameralens langs. Fier en gestaag stapten deze schapen, maar toch ook wel weer op hun gemakje.

Waarom leek het, door onze verrekijkers gezien, alsof de veel verder wegge reeën nog veel meer op hun gemakje waren? Twee reeën schenen niks te doen, die rustten uit. Misschien herkauwden ze onkruid en gras, zomaar midden in boerengroenstrook in kaalgrijs land. Van bij voorbeeld een heen en weer rijdende boer, op tractor met daarachter strontkar, trokken ze zich niks aan, ook niet van krijsende meeuwen op en boven de akkers.

Het groot Nieuw-Amsterdamse glastuinbouwcentrum voorbij, liep er een tweeprongetje reewild tegenover misschien wel groter nog Ericase kassenstad. Zuidelijk van de Peelstraat laveide dit sprongetje op nog ongestronte akker. Links van de reeën zat een haas op slootwal. Met z'n drietjes toefden haas en reewild daar in eenzaamheid, ver van boze mensen en ver van kassen en gammele klinkerpeelstraat. Jammer maar helaas, haas en reeën waren moeilijk te digitaliseren. Afstand, slootruigte en boomtakken waren in de weg.

Een sprongetje van drie zagen we langs jakkerbaantje tussen Nieuw Amsterdam en Weiteveen, jakkerbaantje haaks op asfaltweg Erica - Schoonebeek. Deze gladde, snelle asfaltweg snijdt veenrestanten en dalgrond doormidden.

Terwijl jij langzaam voorbij een mevrouw in rolstoel chauffeerde, zag ik een ree op akkerland aan rand van veenrestant. En zoals zo vaak: wanneer je er eentje ziet, blijken er meer te zijn. Wel zes waren het er, zesprong dus. Gezessen – wat een woord, maar ik vind het een mooi woord en laat het staan - waren ze druk. Ze speelden met elkaar, zaten mekaar achterna. Tot er een paar gingen rusten, aan van weg af eind van weggetje, eigenlijk maar een karrenspoor het veenrestant in.

Kwartier later en paar honderd meter verder stond er een hoogzwangere reegeit midden op zwarte akker. En toen zagen we opeens het spitsbokje liggen, haar kalf van vorig jaar? Op z’n zij lag het bokje, op kale akker, kleine dertig meter van de teerweg, voormalige NAMweg. Erpel snuffelde aan het dode diertje.

Toen we bij dit reetje stonden, stopte er een grote, dure, luxe wagen, waarin een Drentse heer. ‘Eij ut dootreen?’ vroeg hij. ‘Nee’, zei jij, ‘hij was al doodgereden.’ ‘Ow,’ antwoordde de man. Ik moest bijna lachen om zijn ietwat bedremmelde, nog altijd vragende gezichtsuitdrukking en knoopte een gesprek met hem aan, praatte na jaren weer Drents met een Drent die geen familie van me is, over vrouwen – jij was even met Eppie terug naar ’t bokje - natuur, auto’s en jacht.

Na het gesprek met deze vriendelijke man, wandelden we een dik uur met Erpeltje. Langs oude veenwijk, over restantje hoogveen, over niet gegierde wei en over nog niet gestronte akker en – echt waar - voorbij groene sbb-bordjes waarop het tekstgedeelte ‘verboden voor honden’ weggelaten was.’ ‘Staatsbosbeheer is hier vriendelijker dan bij ons in Brabant,’ zei jij. ‘Welnee, antwoordde ik, let maar op, straks in het Bargerveen staat ‘Verboden voor loslopende honden’ vast nog wel op àlle groene bordjes.

Van Schoonebeek reden we naar het Bargerveen, wat ligt tussen Klazienaveen, Zwartemeer, Weiteveen en de grens met Duitsland. Toen we langs het Weiteveense veenkerkhofje kwamen, reed de rolstoelvrouw er net vandaan. Toen keken wij even naar mekaar, maar zeiden niks.

Toen ik jonge jongen was, was het Bargerveen machtig mooi ruig gebied met hei en bunt en berkenopslag. Nu is het goeddeels naar de klote geholpen door staatsbosbeheer dat daar alle adders, muizen en hagedissen probeert te verzuipen. We wandelden er een uur, met loslopend Erpeltje. We kwamen voorbij wel tien groene bordjes met onder meer opschrift ‘Verboden voor niet aangelijnde honden’. We zagen er – in nabije verte - de molens van Twist. Toch best een mooi gezicht, die grote, hoge, moderne windmolens achter hoge veendijk, achter heel veel water en wat bomen en ruigte. Tussen ons en molenwieken vlogen kraaien en hoorden we haanfazanten kokken.

Uur later, toen we vanaf  Zwartemeer binnendoor naar Nieuw-Amsterdam terug reden, zagen we langs de Noordersloot in Erica een tiensprong, nou ja, tiensprong , we zagen tien reeën op het weidse akkerland tussen Noordersloot en De Peel, Drentse Peel, streek waar ik als jongen leerde om van reeën te houden, bijeen. Vijf reeën speelden daar met mekaar, midden op het akkerland, ongezien door over de ondrukke, maar levensgevaarlijke smalle asfaltbaan voorbij racende Drenten. Of de Drenten in de huisjes langs de racebaan tegenwoordig nog naar reeën kijken? Ik weet dat niet. Jurrie S. en Jan B., twee stropers die hier vroeger aan toen nog zandpad woonden en die inmiddels hoogstwaarschijnlijk al zijn verhuisd naar de eeuwige stropersvelden, keken wel naar reeën, ook naar hazen en patrijzen en zo. Ze vingen ze zelfs zonder ze dood te schieten.

Ongeveer vijftig meter rechts van deze vijf reeën, laveiden twee stuks tegen veldrand waarin grote zandafgraving van Griendtsveen. Kleine honderd meter naar rechts van de vijf liepen er drie, meer naar achter, meer Peelstraat toe.

Tussen de reeën zaten drie hazen, een paartje kraaien en een wulp. De hazen renden achter mekaar aan. Toen ik zo naar dit wild keek, besefte ik opeens heel duidelijk: hazen hebben ontiegelijk schrik van mensen, niet van reeën. Allebei, hazen en reeën, zijn ze hartstikke bang voor mensen.

Na bier en borrel voor mij en cola voor jou en frites en kroketten en bamiballen en leverworst en droge metworst en pap na voor ons allebei en Erpeltje, reden we tegen zevenen weer huistoe. Ongeveer halfweg Coevorden – Zwolle zag jij een ree op wei. Tien automins verder zag je er twee stuks op akkerland. Ik keek beide keren de verkeerde kant op. Helaas konden we aan onze al met al negenentwintig reeën van vandaag geen Gelders of Brabants ree meer toevoegen, want toen we thuis kwamen was het donker. Niet erg, we zagen meer dan ik hier type, je vergeet altijd wel wat te noemen, maar op de Veluwe, even voor Terlet, liepen zeven edelherten, rechts van de grote autobaan op kaalslagje. Sja, ik was heel even ontevree toen: jij wilde weer niet stoppen op de vluchtstrook.

De foto's plaatste ik zonder optimaal te letten op alinea inhoud. Moeten werken, dus geen tijd hebben, is een lelijk iets.

Bolsterturf, zaterdag 15 april 2006

389
Middagwandeling in benzinebos

Paaszondag en geen regen. Wandelmiddag voor brave vaders en moeders. Toch was er wel jeugd in het benzinebos: met paps en mams picknickende kids. En, als zowat altijd, waren er ook opgeschoten jongens en meiden met crosmotoren. Terwijl de motoren jankten rondom de picknickplaats – grote, gele zandvlek in armzalig bos - rakte Eppie drie keer achter wild konijn.

Na het wandelen drie vlier en vijf brem verhuisd naar campingtuin.

Bolsterturf, Paaszondag 16 april 2006

390
Vier spelende hazen

Op weg naar de caravan vier spelende hazen in wei. Eentje sprong een paar keer wel ‘n meter hoog.

Na genieten van de hazen : lariks, lijsterbes en berk verhuisd van bos naar campingtuin.

Bolsterturf, Paasmaandag 17 april 2006

391
Witte zwammen op berk en kikkerdril in vieze sloot

Zoekend naar niet gespotte reeën, vond ik kikkerdril in vieze akkersloot; na het dril op levende berk in moerasrand ook nog woekerende sneeuwwitte zwammen.

Bolsterturf, dinsdag 18 april 2006

392
Fijn dagdromen bij een pol of wat dotterbloemen

Samen met Erpeltje een kleine twee uur door moeras en over onland gewandeld. Het was daar, op achtergrondverkeerslawaai en eentonig grommen van tractoren na, fijn toeven. Ik vond kikkerdril in poeltjes; helaas niet ook kwakende kikkers. Ik genoot van koppeltje stille nijlganzen in wei en van overal verliefde paartjes wilde eenden in de sloten; van het mooi wit van zwammen op halfdooie berken; van de verre roep van een koekoek en van beetje wulpgejubel en ook van wentelende schroefvluchten van kievithaantjes. Een ree brak uit zompig moerbos, nadat ik op dooie tak over wildwissel trapte. Eppie mocht er niet achteraan, waar hij best vree mee had. Toen heel even de zon ging schijnen, werd in 't moer alles nog aangenamer. Samen namen we, Eppie en ik, plaats op dikke stam van door sbb omgezaagde eik. Eppie ging wat zitten rondkijken, daarna graven naar muizen. Hij is nogal ongedurig van aard, wil nooit lang stil zitten. Ik wil dat soms wel, stil zitten wel. En als ik dat doe, ga ik dagdromen. Ja, dagdromen, zomaar wat dagdromen. Dromen midden in de dag. Vandaag droomde ik dus op deze stam. Eppie naast me, voor me een pol of wat boven laag water bloeiende felgele dotterbloemen en in me een glimlach om jou en lang geleden gebeurtenis.

Bolsterturf, woensdag 19 april 2006

393
Wegens suffen gemiste reeën

Na lange avond en langer nacht werken uurtje met Erpel naar 't moeras. Twee reeën in onlandweitje zagen we te laat. Rikke en zoon stonden in moerasrand, renden dieper het moer in. Erpel wou er achter aan, mocht dat niet van me. Niet zijn schuld. Hij beet er nog nooit eentje, maar mag van me alleen maar selectief - dat woord betekent onder meer: heel soms - meer rakken.
Ach, dat ik de reeën niet bijtijds zag, dat is niet erg, dat geeft niks. Deze geit en haar bijna éénjarig kalf heb ik al op foto en zelfs als je slaap hebt is duivenkoer, spechtgeklop en koekoeksroep fijn om te horen. Maar verd..., is simpeltjes  genieten van paarse dovenetelbloemen, van gele paardebloemen en van vijf dagpauwogen fladderend boven klote, want Eppies voetzooltjes irriterende, brandnetels niet veel meer iets voor vrouwen om te doen?

Bolsterturf, donderdag 20 april 2006

394
Na zwarte schapen Erpel observerende rikke

De lente 2006. Ze had een aanloop nodig, een lange aanloop. Toch, eindelijk, is ze er nu dan, de lieve lente, de lente van om twaalf uur 's middag twintig graden celsius in schuttingschaduw.

Vanmorgen om negen uur was ik al in het moeras. Vroeger kon ik er niet naar toe vandaag, want ik moest werken. Blij streelden zonneschijn en zachte wind de onlandjes rond 't moeras. Op één van die weitje staat een ouwe, wrakke hoogzit. Onder die hoge zit had ik vanmorgen een rikke met haar kalf verwacht. Vanuit de verte meende ik hen al te zien, maar door de verrekijker bleken ze zwarte schapen te zijn. Keuterboer al dan niet ook fabrieksarbeider of zo heeft ook dit jaar weer zijn zwarte schapen op de reeënweitjes los gelaten. Ramp, vind ik. Ach, wat ramp? Toch zong vanmorgen de lijster en toch riepen de kieftenhaantjes en de koekoek.

Puinweg af en voorbij door staatsbosbeheer gestorte hopen geel zand - altijd en altijd moet sbb rotzooi maken in 't moeras - dook aangelijnd Erpeltje op een spoor. Nauwelijks had hij zijn zwart droppertje in het gras, blafte dichtbij een reebok: böh! böh! böh! böööh! De reeblaf verraste me, want Ep en ik hadden heel voorzichtig gelopen, geslopen bijna. 'Potverdorie Ep,' zei ik, ' hij heeft ons geroken. Nu is heel de buurt wakker. Drom mag je van de lijn. Vrij!' En toen genoot ik van het kijken naar mijn hondje dat stil ging staan luisteren, vol aandacht, naar het blaffen van de bok.

Tegen half elf verstijfde ik. Erpel liep een meter of twintig voor me uit, vrij maar braaf, over bospad. In bossige moerasrand stond een reegeit naar hem te kijken. Of de geit ook mij had gezien, weet ik niet. Mijn camera zat in de draagtas. Zowat zonder te bewegen, viste ik het ding tevoorschijn. Toen ik het aanzette, reageerde de geit op het piepje. Ik zag haar oren zich meer spitsen. Net toen ik had scherpgesteld en éénmaal geknipt, kwam Ep naar me toe, zag i de geit die hem niet afwachtte en over wei wegvluchtte, andere bosrand toe. 'Ep afff!' brulde ik. Erpel ging af. Daarom kreeg hij thuisgekomen van me een grote Drentse metworst.

Bolsterturf, vrijdag 21 april 2006

394a
In weitje van opa Imker 'gevangen' reeën

Prachtig lenteweer vandaag. Veel te mooi weer om binnen te blijven zitten. Ja, veel te mooi weer om een middagdutje te gaan doen. Hoewel net thuis van moeras- en onlandwandeling per fiets, ging ik nog n's met de auto terug naar altijd eender en tegelijk altijd anders moerig onlandweitje van opa Imker.
Ach reeën, altijd zijn ze mooi, altijd zie ik ze graag. Maar gaas en draad, dat kan ik haten.

Bolsterturf, vrijdag 21 april 2006

395
Drie uren bleke bossen

Op weg naar de bossen spotten vrouw en ik kraaien, roeken, kauwen, eenden, kieviten, spreeuwen, duiven, merels, vinken, mussen, mezen, een ekster en een driesprong reewild. De reesprong laveit ongeveer vierhonderd meter van verharde weg af, op akkerland nabij bosrand. Alle reeën zitten nog volop in hun wintervacht. Het lijkt alsof ze die maar moeilijk kwijt kunnen worden. Zo zien ze er maar belabberd uit.

In de verte, op akker oostelijk van gemeentebos, zijn boer en paard aan het cultivateren. Is zeldzaam geworden: een boer die werkt met paard. De boer heeft een gebruinde kop. Vrouw ziet dat door haar kijker en ik zie het door de zoeker van de camera. Een pimpelmeesje, zoveel blauwer toch van kleur dan een koolmeesje, moppert wat als ik uitrustend paard en uitrustende boer op foto zet.

Wat zuidoostelijk van het grootst verboden ven, vindt Erpel twee reeën in bosrand. Bok en smalree vluchten voor hem weg over wei, om al gauw met grote boog weer terug het bos in te gaan. Erpel rakt er niet achteraan, mag hij niet. Hij krijgt al door, dat hij reeën gewoon moet laten lopen. Toch komt hij vanmiddag heel goed aan zijn trekken. Hij mag een grijs konijn van onder takkenbos vandaan jagen en een zwart konijn vanaf wei tot in bosrand achterna zitten.
'Vangt hij er nou echt nooit eentje?' vraagt vrouw.
'Nee, tuurlijk vangt hij ze niet. Hij past niet in een konijnenhol en zo nodig grijp ik in. Moet hij meteen afff gaan of terug komen.'
'En doet hij dat dan ook altijd. Ik wil niet dat hij jonge beestjes vangt.'
'Ja, hij luistert altijd naar me, maar zo nu en dan een muisje vangen moet toch mogen? Je kan hem moeilijk alles verbieden, toch?'

Overal zien we Canadaganzen: op wei bij parkeerplaats; op wei ten zuiden van de bleke bossen; op wei tussen bleke bossen en grote heide. Ook spotten we flink wat grauwe ganzen en wilde eenden op en boven de weiden. Over andere weiden en bosrand jubelt een wulp en boven nog niet gestronte landerijen buitelen en schroeven de kieftenhaantjes. Rontelom groepje roeken en kauwen. En dan zijn er tuurlijk ook de altijd aanwezige allene of met z'n tweetjes kraaien. Op pad tussen bos en akker ligt een dood konijntje met uitgepikte ogen.
'Da's het werk van kraaien,' zeg ik. Een vos doet zoiets niet.'
'Ja,' antwoord jij, 'een vos pikt geen oogjes uit.'

Aan oever van ondiep eilandjesven vreet Erpel iets op. Ik grijp in, want vergif! Gelukkig is het geen gif. Ook geen dood dier. Ep smult van een nest jonge muizen. We zien nog net voordat hij slikt een paar staartjes uit z'n bekkie bungelen.
'Jakkes,' zeg jij.
'Wat raar, een muizennest zowat onder bosuilboom,' antwoord ik.
'Hoezo?.. Ja, allemaal witte poep en ook braakballen.'
'Luie uil, denk ik. Schijt meer dan i vreet.'
'Moet je niet zeggen... Als hij niet zo veel zou eten, zou hij niet zo veel braken en poepen, toch?'
'Blijft raar... O nee, bunzings en vossen gaan ook tamelijk ver van huis om te vreten.
'Vreten?'

Het rode katje dat ik eind januari ontmoette aan bleke bossenrand, is dood. Erpel wijst het aan op roggestoppel tussen bosrand en wei. Het ligt op zijn zij.
'Klap van auto gehad en nog de bossen gehaald,' opper ik.
'Of gewoon verhongert,' zeg jij.
'Nee, denk ik niet, eerder gepakt door een havik.'

Bolsterturf, zaterdag 22 april 2006

396
Wandelen in Vloetert

'Jij en ik wandelen in Vloetert,' zeg ik tegen je.
'In Vloetert?' vraag jij dan.
'Ja, in Vloetert. Deze route gaat door de gebiedjes Vlerken en Oetert en da's dus samen Vloetert.'

Er zit een haas in jong, groen graangewas. Jij en ik zien het, maar Ep wordt het niet gewaar.
Het zit stil aan slootkant. Het is ver. Ep krijgt er geen verwaaiing van.
Half uur later  duikt Ep op een voor ons onzichtbaar spoor. Hij rent weiland in.
En dan rijst opeens een ander haas, waar hij achter aan gaat jakkeren,
helemaal tot in verre bosrand.
Door de kijker zie je hoe het haas haken slaat
en, wanneer Erpel nog een heel eind recht door schiet, haaks bosrand in rent.
Allerhande bloemen bewonderen we, witte en gele en paarse:
onder meer zien we pinksterbloemen, dotterbloemen, paardebloemen, speenkruid,
dovennetels, vogelwikke en wilde rabarber.
En de meidoorn bloeit ook. En er zijn elzen-, berken- en beukenkatjes.
Ook veel vogels: twee buizerds, en kieviten en roeken op gegierd akkerland.
Drie kraaien ruziën in eik.
Verder spotten we houtduiven en spechten.
Een specht hamert in boom. We horen zijn roffels, zien hem niet.
Dan vindt Erel nog een dood haas, of misschien pakte hij het af van verwilderde kat of havik.
Hij spoelt het haas af in ondiepe, brede sloot, vreet het daarna met huid, haar en lopers op.

Bolsterturf, zondag 23 april 2006

397
Broedende canadagans, heideblauwtjes en opdrachten in doosje verstopt

Er broedt een canadagans in heidemoerasje met heideblauwtjes. Maar ook wandelde er een man met witte kuif door dit gebiedje, man die net als ik reeën die er vanavond niet waren wou kijken? Verder liep er nog een andere man met knoeperd van camera rond. Deze laatste man fotografeerde toen ik naar huis fietste de achter Mierlose kerk- en televisietoren ondergaande zon. En dan ergerde ik me vandaag nog aan in doosjes onder stenen verstopte gps-opdrachten.

Bolsterturf, maandag 24 april 2006

398
Maar waar de reeën zitten?

Vanavond, net als gisteravond, in 't moeras naar reeën gezocht. Ze niet gezien, ook niet gehoord. Toch zijn ze er nog wel, want ik vond hun legers en ook kapotte boomstammetjes. Zo te zien zijn de bokken momenteel druk: met het glad schuren van hun nieuwe geweitjes. Ze schuren de schors soms compleet rontelom van de stammetjes, zodat die dood gaan. Maar waar de reeën zitten?..

In de mooie lenteavond genoten van een brutale roodborst. Het vogeltje ging, een kleine vijf meter bij me vandaan, op een lage berkentak zitten zingen. Tuurlijk vloog het toen ik de camera eindelijk knipklaar had net weg . Verder wat wilde konijntjes, een paartje wilde eenden en ook merels, vinken en gaaien gezien.

Bolsterturf, dinsdag 25 april 2006

399
Door 't vlaams geschreeuw en 't roodborst lelijk zingen heen, sieskewietten vinkenmannen uit volle rozerode borst

Met Erpel uur wezen fietsen, moeras toe het dorp uit en dan over puinweg door onlandjes. Niks biezonders waargenomen. Bij eik waartegen vaak hoogzit, stortte staatsbosbeheer wat hoopjes geel zand. Dat zand is inmiddels gebruikt om een drassig stuk puinweg wat op te hogen, zodat sbb met zware machines op de onlandjes kan blijven komen. Nee, niks biezonders gezien of gehoord, maar een roodborst was keidruk met vals zingen en vlaamse gaaien lawaaiden lentevrolijk. En - zo mooi om naar te luisteren - door 't vlaams geschreeuw en 't roodborst lelijk zingen heen, sieskewietten vinkenmannen uit volle rozerode borst.

De foto's van roodborst en vink zijn van oudere datum .

Bolsterturf, woensdag 26 april 2006

400
Politieman in zilverkleurige auto groet, zijn collega met gemelijke blik groet niet

De lente vordert, traag maar gestaag. Thuisgekomen van het werk, rij ik met Erpel meteen door naar het veld. Twee nijlganzen staan in wei langs rijbaan. Die vallen me meer op dan de altijd aanwezige kraaien. Waar geen koeien het gras vertrappen en opeten, is dat gras al flink hoog aan het worden. Soms ziet een koeienlege wei helemaal paardebloemengeel. Ik laat de auto achter op breed boerenpad en wandel met Erpel aan de voet richting moeras. Na ontmoeting met *wilde eend met kuikens , komt er over het in slechte staat verkerende zandpad een zilvergrijze personenauto aan. In de auto twee mannen in blauwe uniformen. Als de auto voorbij hobbelt, groet ik de agenten. De bestuurder zwaait terug, zijn passagier niet. Die kijkt met gemelijke blik strak voor zich uit. Even verwacht ik dat de auto zal stoppen, dat ik zal worden staande gehouden. Gelukkig gebeurt het laatste niet. De auto hobbelt voorbij, door kuilen en tractorsporen.
Als de wagen paar honderd meter verder is, praat ik ff met Ep: 'Wat moeten die twee nou hier?.. We hebben weer geluk Ep. Jij volgde keurig aan de voet, maar ik heb zowel rijbewijs als paspoort niet bij me.'
'Pfffttt,' antwoordt Ep, terwijl hij vragend naar me omhoog kijkt.
'Vrij Ep.' En dan stuift een blij hondje elzen- en wilgenwildernis in.

*Het wilde eendenwijfje - bang bezorgde moeder - had er geen zin in om met haar jonkies te poseren. En het lukte me niet om met superzoom en 1 droge en 1 natte voet m'n cameraatje stil te houden.

Bolsterturf, donderdag 27 april 2006

401
Niettegenstaande Erpels rakverbod toch allerhande wild gespot

Vandaag in de Bleke bossen krijgt Erpel rakverbod. Hij moet op de paden blijven en mag maar tot dertig meter vooruit lopen.

Waar bosweg doodloopt staan op wei en ongeveer honderd meter voor Erpel en mij uit, opeens twee reeën, een oude bok - links zesender, rechts gaffelaar - en een mooi smalree. De reeën zijn onrustig, hun spiegels gespreid. Ze kijken alsmaar schichtig naar links, de bosrand in. 'Die zijn uit de bosrand verjaagd Ep.' Eventjes maar staat het reewild te zekeren, dan rennen bok en rikke weg, verder wegge bosrand in. Erpel laat ze rustig vluchten.

Tussen bossen en Sterksel vallen tussen de zwarte akkerlanden gele paardebloemenweiden poëtisch op. Of Erpel dit ook opvalt? Lijkt me niet.

Op het ondiep eilandjesven drijven één canadese gans en een koppeltje wilde eenden. Ik vermoed dat mevrouw Gans op het eilandje zit te broeden. Langs de oever van het grootst verboden ven scharrelt een paartje zwarte kraaien. Rontelom dit ven wandelen mannen en vrouwen met soortement lange wandelstokken. De nieuwste rage, dit stokwandelen? De stokwandelaars maken geen herrie. Ze zijn alleen maar druk met stoklopen. 't Zijn oudere mannen en vrouwen. Ik hoef geen stokken; ik heb al genoeg mee te sjouwen aan veldkijker 20x50, Erpels lijn, paspoort en rijbewijs.

Erpel en ik lopen tegen wind in. Er staat vanmorgen een gure, herfstachtige noordwester. Soms staat Erpel voor, wijst zijn koppie recht tegen wind in, haalt hij diep lucht om daarna, na mijn 'toe maar', bos of ruigte in te schieten. En dan vlucht er opeens een haas of ree weg, of zit er een konijn onder takkenbos. En dan weft Ep even, rakt hij ff, om telkens op 1x fluiten onmiddellijk naar me toe te komen. En dan krijgt hij een schouderklopje, prijs ik hem uitbundig en dan is hij trots. Al met al wees Ep me het dode rode katje, twee hazen, drie konijnen, een eekhoorn, een stuk of tien muizen en een klein bastgaffeltje feilloos aan.

Bolsterturf, vrijdag 28 april 2006

401a
Geplette eendenpullen, prikkeldraad vernielt sok en boer injecteert onkruid, wild en vogels dood

Een herfstachtige lenteavond. Helemaal geen muggenweer. Nee, echt geen weer voor muggen. Daarom barre lentetijd voor eendenpulletjes. De pulletjes van dit voorjaar hebben honger. Ze moeten het hebben van de mugjes- en vliegjesvangst. Jonge eendjes lusten nog geen plantaardig voedsel, maar met dit herfstig lenteweer heerst insectenschaarste rontelom.
Wanneer ik, met Erpel rennend langs de fiets, moeras toe rij, liggen er drie pulletjes op de rijbaan. Morsdood gejakkerd zijn ze. Even voorbij de eendenlijkjes, zie ik wat overbleef van een mooie krooi eenden: moedereend met nog maar vier jonkies.
Anderhalf uur later, als Erpel en ik huiswaarts gaan, zijn twee van de drie lijkjes optimaal geplet, resten er van wat dode eendjes waren alleen nog maar verpulverde snaveltjes in eurodikke bloed- en vlees- en verenplakjes, waaraan heel akelig de onbeweeglijke, zowat asfaltwegkleurige ook geplette pootjes. Dit op een helemaal niet drukke weg door akkertjes, onlandjes en stukjes moer.

Staatsbosbeheer heeft ook geplet, zijn aan eind van puinweg gestorte hoopjes zand geplet. Ik zoek in zowat zilverwit zand, op verder overal met mos en gras bedekt puinpad, naar de afdrukken van reeënhoefjes. Ik vind die niet. Het reewild waagde zich nog niet op dit raar bleekwitte zand. Wel vind ik halfweg puinweg drie reelegers en wat goeddeels van schors ontdane berkenstammetje. Overal zijn momenteel de reebokken druk met het polijsten van hun geweistangetjes. Gelukkig is kleurloos bloed van gemartelde boomstammetjes minder luguber om te zien dan het rood van dood gejakkerde eendjes.

Zoekend naar moeraskikkerdril glij ik uit. En terwijl ik glij, haakt zich roestig prikkeldraad in m'n linkersok. Erpel staat erbij en kijkt er naar. En hij luistert naar mijn 'klote sbb', een smile op zijn snoetje.

Langs eikenbosrand peddelend, valt me de leegte van akkers en weiden op. Mensen-, wild- en vogelleegte rontelom, op een boer met tractor, gifvat en injecteermachine na. De boer spuit met zijn machinerie een vloei- of vaste stof in de bodem. Wat weet ik niet. 't Zal vast niets goeds zijn voor de vogel- en andere dierenstand. Als je tegenwoordig uit de zogenaamde vrije wildbaan door stropers of door jagers met jachtacte gedood wild - haas, fazant, snip, eend, patrijs, gans, konijn of ree - eet, nuttig je ook vergif. Roofvogels als buizerd en havik, marterachtigen als bunzing en hermelijn, en ook dassen en vossen gaan dood aan massa's landbouwgif. Die dieren eten veel meer gifwild dan u en ik. Heel de biotoop is inmiddels zowat kapot vergiftigd. Wat legaal niet mag, doen boeren, tuinders en jagers wel illegaal. Vergif is immers overal te koop. Vrijwel nergens nog gezonde, nog gifvrije habitat. En dan durft die deugniet van een minister Veerman te beweren, dat vossen verantwoordelijk zijn voor het teloor gaan van de weidevogelstand. Mij lijkt eerder waarheid, dat een heleboel leven in dit stukje wild- en vogelarme Nederlandse cultuurnatuur, van engerling en worm via kever en muis tot en met kievit, reiger en vos, morgen flink buikpijn zullen hebben van, misschien wel zullen creperen aan, het al dan niet via via consumeren van gif.

*De foto 'moedereend met jonkies is foto van vorig jaar.

Bolsterturf, vrijdag 28 april 2006

402
Twee verwegge hazen en een driesprong reeën

Vandaag spotte ik twee verwegge hazen en een driesprong reeën.
Zowel hazen als reeën kregen me in de smiezen.

Bolsterturf, zaterdag 29 april 2006

403
Samen spotten en selectief rakken

30 April. De dag nadat we koninginnedag vierden. Wanneer ik om zeven uur de pinda start, liggen de meeste oranjefans nog in bed, sommigen van hen, denk ik, nog flink misselijk van de oranjebitter. 'Getver, smerig zootje, dat oranjebitter', zeg ik tegen m'n hondje dat op de achterbank uitkijkt naar andere honden, katten, konijnen, hazen en reeën. 'En het is weer kutweer Ep... Het mot alsmaar.' Erpel geeft geen antwoord, maar piept als een eekhoorntje vanuit de berm een hoge eik in vlucht. In de motregen sukkelt de pinda langs akkers en weiden. Nabij boerderij zitten een rode kater en een zwarte poes in grasspriethoog graan te flikflooien. Erpel blaft als hij de katten ziet. Kennelijk vindt hij katten interessanter dan eekhoorns. Maar dan spot ik even voor een camping een ree in wei. Vlug de pinda in berm gezet. Na het uitstappen klap ik het portier niet dicht. Met Erpel aan de lijn loop ik kleine honderd meter terug om een foto van dit ree te maken. 'Het is een geit Ep... Stttt... Volggg,' fluister ik. En dan maak ik vanachter een dikke beuk met superzoom wat foto's van het ree. 'Ja, 't is een rikke Ep. Ze heeft pas gekalfd. Zie je die volle uier?.. Ssttt, niet piepen nu. Afffff.' Na een kwartiertje verdwijnt mevrouw Rikke onder prikkeldraad door de bosrand in. 'Haar kalfje moet drinken Ep. Kom lopen we terug, mag jij ff snuffen en rakken langs het pad camping toe.'

Kwart voor acht spot ik door de kijker vanaf parallelweg langs E-3 een haas en een kievit op slordig groene akker. Ook deze keer sla ik na het uitstappen het portier niet dicht. Voorzichtig lopen Ep en ik door bermbos haas- en kievitwaarts. Aan akkerrand van 't strookje bos gebaar ik Erpel af, en dan telezoom ik haas en kievit. Het haas - is het een mannetje? is het een vrouwtje? - snoept her en der wat gras en kruiden en 't komt langzaam richting Ep en mij. Wanneer 't nog maar een meter of vijftig weg is, kan Erpel het niet meer houden, flitst hij weg, haastoe. 'Ep hierrrrrr!' brul ik. En dag glimlach ik als m'n hondje op de rem gaat, meteen omdraait en naar me toe holt. Tuurlijk krijgt hij geen straf, wel een paar schouderklopje, omdat hij goed luisterde.

Tegen half tien komen we weer voorbij de camping. Opeens holt er een haas voor de pinda uit. Ik rem en zet de auto stil. En dan maak ik door de natte voorruit - het mot inmiddels harder - een foto van dit haas als het tussen rijbaan en campinghekwerk even stil blijft staan.

Om tien voor tien parkeer ik bij de sbb-hei van bekeurkneus Jap. Hier mag Erpel tussen eikenbos en berkenbos ff vrij in struikheizoom. Nog maar net in de hei, rijst een reebok. Ep zit er meteen achteraan. Heel even maar. Zo'n ree - niet zwanger en niet pas een kalfje gekregen - is veel sneller dan een foxje, maar potver-nog-an-toe, wanneer ik naar een drietal reeleegers - vol verharingshaar - sta te kijken, zit m'n hondje van je wef-wef-wef opeens achter een groot haas. Het haas heeft een flinke voorsprong, dus laat ik hem maar ff toedoen.

Bolsterturf, zondag 30 april 2006

403a
Soms is er geen tijd, maar verwegge bok en geit

Soms is er geen tijd, geen tijd om rontelom te struinen, geen tijd om te schrijven. Of je voelt je moe en loom, of het is klote weer, of vrouwlief zit te vervelen, zeurt ze over een lekkende kraan of wat stof op de vloer. Of je hebt gewoon geen zin in een heel eind grasduinen, laat staan in sluipen en kruipen, ja, je hebt gewoon geen zin in wat dan ook. Ook niet in typen dus. Ja, soms doen Erpel en ik maar een kort rondje moeras of onland of hei of bos, of .. of dan, niet en .. en. Maar als je je ogen open houdt, is er in 't veld altijd wel wat te zien de moeite van opschrijven of een vlugge foto waard. Vandaag verwegge bok en geit.

Bolsterturf, zondag 30 april 2006

index april 2006
0374 01-04-06 Wandeling in dertien graden buienzaterdagnamiddag
0375 02-04-06 Tweehonderddertig kilometer regen, waarna gezellig samenzijn
0376 03-04-06 Maar dan die rare houtduiven
0377 04-04-06 Hiep hiep hiep hoera, Erpeltje is jarig vandaag
0377a 04-04-06 Zo langzaam als het ei doodging, zo langzaam teert het lijkje weg
0378 05-04-06 Negen reeën tussen acht en negen
0379 06-04-06 Reewild en de zoveelste hoogzit
0380 07-04-06 Oude geit en jong bokkie springen moeras binnen
0380a 07-04-06 Vijf konijnen en zeven reeën
0381 08-04-06 Viersprong midden in de dag
0381a 08-04-06 Op zaterdagavond met Bolletje naar de dierenarts
0382 09-04-06 Oude zieke poes en wat minder oude ook zieke kater
0382a 09-04-06 Knelkoppelingen in caravan stuk gevroren en zo'n dertig lariksjes verhuisd
0383 10-04-06 Mijn zowat dagelijkse portie lenteree en wat grasduin gefilosofeer
0384 11-04-06 Over oefenen met Erpel en over reestangetjes
0385 12-04-06 Op weg naar en van je werk zie je nog altijd nog wel wat
0386 13-04-06 De Nederlandse jager, minister Veerman, weidevogels en de vos
0387 14-04-06 Verwegge reeviersprong digitaal en optisch uit de losse hand gezoomd
0387a 14-04-06 Poes Jerry's laatste dag
0388 15-04-06 Een middagje Drentse reeën kijken
0389 16-04-06 Middagwandeling in benzinebos
0390 17-04-06 Vier spelende hazen
0391 18-04-06 Witte zwammen op berk en kikkerdril in vieze sloot
0392 19-04-06 Fijn dagdromen bij een pol of wat dotterbloemen
0393 20-04-06 Wegens suffen gemiste reeën
0394 21-04-06 Na zwarte schapen Erpel observerende rikke
0394a 21-04-06 In weitje van opa Imker 'gevangen' reeën
0395 22-04-06 Drie uren bleke bossen
0396 23-04-06 Wandelen in Vloetert
0397 24-04-06 Broedende canadagans, heideblauwtjes en opdrachten in doosje verstopt
0398 25-04-06 Maar waar de reeën zitten?
0399 26-04-06 Door 't vlaams geschreeuw en 't roodborst lelijk zingen heen, sieskewietten vinkenmannen uit volle rozerode borst
0400 27-04-06 Politieman in zilverkleurige auto groet, zijn collega met gemelijke blik groet niet
0401 28-04-06 Niettegenstaande Erpels rakverbod toch allerhande wild gespot
0401a 28-04-06 Geplette eendenpullen, prikkeldraad vernielt sok en boer injecteert onkruid, wild en vogels dood
0402 29-04-06 Twee verwegge hazen en een driesprong reeën
0403 30-04-06 Samen spotten en selectief rakken
0403a 30-04-06 Soms is er geen tijd, maar verwegge bok en geit


Bolsterturf © bolsterturf.nl

IntroHoofdpaginaInhoudsopgaveNatuurdagboekRecentVideoHoogzitten en jachthuttenMuziekGedichtenOver bolsterturf en Bolsterturf
Stukjes tekst, video's en foto's van bos, hei en waterkant; over grasduinen en struinen in natuur en veld, over zon en wind en buiten zijn
<<<<<<<<<<<<<< Home >>>>>>>>>>>>>>