|
Bolsterturfs natuur B o l s t e r t u r f s n a t u u r Dagboek april 2006
374 Dertien graden buienlentezaterdagnamiddag. Dik uur gewandeld, jij en ik en Erpel, rontelom de verboden vennen. Weinig mensen daar vandaag. Ook nauwelijks wild en vogels. Wel vonden we reeënprenten, hazensporen en eendenvoeten op de zandstrandjes. Erpel zat nergens achteraan. Hij speurde wel en rakte flink, waarna hij een hortje zwemmen ging. 'De maf. Het water is nog zo koud.' 'Toch zwemmen er al torretjes in..., en de stobben zijn weer mooi, gewoon mooi om naar te kijken.' 'Gekkerd.' 'Maar waar blijven toch de kikkers?' 'Ja, heb je al kikkerdril gezien?' 'Nee, nog steeds niet.' Ver weg op 't water dreef een stelletje eenden. Het woerdje had mooie witte flanken. 'Mannetjeseenden zijn mooier dan hun vrouwtjes.' 'Zeur niet zo... Wanneer ga je die sparretjes nou eens planten in de campingtuin?' 'Zijn het toppereendjes of brilduikertjes?' 'Ik denk brilduikertjes.' De eendjes dreven helemaal aan de overzij en we hadden geen kijker bij ons. Ook geen zin om helemaal rond het ven te lopen. Twee buizerds vlogen boven hei en bunt, soms ook boven water. Het verliefd eendenpaartje had geen schrik voor hen, dat bleef gewoon rustig drijven. Toen de lucht weer zwart begon te worden, haastten we ons agila toe. Net voor de stortbui begon, startte jij de motor. Bolsterturf, zaterdag 1 april 2006
375 Zondagmorgen, lentemorgen, een lentemorgen regen, tweehonderddertig kilometer aan één stuk door regen, alsmaar regen. Regen die ons niet kon deren. Wel was hij saai, deze regen, maar zijn saaiheid kreeg niet echt vat op ons. Jij en L. chauffeerden om de beurt. Eerst reed jij, daarna L. en toen jij weer. Jullie twee klepten honderd in en honderd uit, meestentijds over zaken die me niet konden boeien. Ik vond jullie gekeuvel saai, maar gedroeg me en was niet ontevree, want mocht me vandaag laten rijden. Saampjes met Erpel had ik fijn de hele achterbank. Heel de lange rit kon ik naar buiten kijken, naar akkers en weiden, naar dorpen en naar Zwolle en ook naar fabrieksterreinen en weidewinkels. Ik telde eksternesten en grauwe ganzen en wilde eenden. Ik genoot van meerkoeten en waterhoentjes binnen rotondewatertjes en praatte ondertussen met jou en L. en Erpel. Erpel ging trouwens al gauw liggen pitten. Die mag vaak wat meer als ik. 'Zit je weer te mokken?' vroeg L. opeens aan me. En ze vervolgde: 'Je bent zo stil.' Tijdens lady's plasstop bij tankstation, liet ik Erpel uit. Hij en ik gingen door gat in afrastering, om te gaan wateren tegen een boom. Die boom zat vol met roekennesten - ik vergat te tellen hoeveel nesten precies, want verwonderde me dat er ook een pimpelmees in deze roekenboom zat. De roeken krasten protest, maar Erpel en ik doen het nu eenmaal liever tegen een boomstam dan tegen resp. in zo'n vies tankstationpishok. Bij opa en oma was het fijn toeven. Oma en opa, beiden in de tachtig. Ze worden oud. Ze zijn bejaard, oud en mank en krom van jaren. Oud worden is fijn, maar vaak geen lolletje. Toch, opa en oma, allebei leven ze toe naar van de zomer. Allebei doen ze hun best, omdat ze van 't zomer, komende zomer, zestig jaar getrouwd zullen zijn. Tijdens de terugweg spotte ik een ree op kale akker. Ik probeerde om het met 120 km/uur te 'schieten'. Tuurlijk mis. Daarom tussen meekletsen en doezelen door - hoe fijn om niet te moeten rijden, wel te mogen portje drinken - wat geoefend met de camera. Mijn meeste 'schoten' misten doel, bleken slecht gericht. Er was geen voorhouden aan. Een paar schoten maar beetje raak... Ach, wat is raak geschoten? Wat mis geschoten? Wanneer is een foto waardeloos? Van ons voorgenomen wandelen door Drentse dreven, kwam niks terecht. Vanwege de regen bleven we vier uur bij oma en opa. Het was gezellig kletsen. Oma wilde de baby al op schoot. Opa verhaalde van de oorlog, de vliegtuigenfabriek en de kampen, maar ook van tebak in mien kinderoogies ('joen oogies,' zei opa) , turfsteekn, de persmesjien en warkn feur 'n rieke kattelieke boer. Jij, een schoondochter, zegt: 'We moeten de foto's meteen laten ontwikkelen en ze zelf gaan brengen.' Bolsterturf, zondag 2 april 2006
376 Herfst in lentetijd. Ik sliep uit en liep met Erpel aan het lijntje korte uitjes door de straat. Ik genoot van niet zingende zwarte merelmannen die ruzieden om een bruin vrouwtje. Verder was 't, op verkeerslawaai en kwekken van buurvrouwen na, stil in de straat. De mussen en de mezen lieten zich niet zien. Ook de roodborstjes en de winterkoninkjes gaven niet thuis. Veel te koud en veel te nat allemaal. De rotregen ook! Maar dan die rare houtduiven. Die zitten midden op rijweg en fietspad. Soms wel met twintig, dertig bijeen, temidden van wat geplette soortgenoten. Wat zoeken die duiven toch op betontegels en asfalt? Waarom gaan ze niet fijn naar dichte sparrenbossen toe? Vergaderen in natte regenstraat is toch bar onleuk? Bolsterturf, maandag 3 april 2006
377 Hiep hiep hiep hoera! Erpeltje is jarig vandaag.'Sorry Erpel, jouw extra rakuur en de online galerij met je mooiste foto's komen binnenkort. Ik zit nu in gruwelijke tijdnood... Je vermaakt je wel met je varkensoor, hè?' 'Pfffttt.' Bolsterturf, dinsdag 4 april 2006
377a Ondanks tijdnood met Erpel naar 't moeras. Grauwe ganzen. Blauwe reigers. Zwarte kraaien. Blauwe duiven. Paartje wilde eenden en de tuin van opa Imker. Alles en allemaal in weer 'ns flutweer. Dan weer zon, dan weer regen, soms een hagelbui. Dikke witte korrels kletteren op de puinweg. Veel daarvan spatten na het raken van de grond tot soms wel tien centimeter hoog, alle kanten op. Zulke hagelkorrels voel je op een kale kop! Het duivelsei onder voet van dode dubbele berkenstam is aan 't vergaan. Heel lang-zaam-aan aan 't vergaan. Met dit klote weer waagt geen bromvlieg zich buiten. Zo langzaam als het ei dood ging, zo langzaam teert het lijkje er in weg. Bolsterturf, dinsdag 4 april 2006
378 Acht uur in lenteochtend. Na nachtvorst witte daken. Zes pindaruiten toegevroren. Berijpte akkers en weiden. Reebok op akkerland. Vanuit pinda op foto gezet. Vijftig meter verder rikke en smalree. Ook goed voor on line. Halve kilometer noordelijk drie reeën bijeen. Rood pijltje knippert. Batterij raakt leeg. Nix aan te doen. Vergeten op te laden. Blijven knippen. Keer of zes. Dan verder. Na kilometer weer twee in wei. Weer ontspanknop indrukken. Piepje en tekst: battery empty. Toch doorrijden. Tot noordoosthoek van moer. Pinda parkeren. Wandelen met Erpel. Balen als 'n gaffelaar naar je staat te gaffen, mooi dichtbij en net als de andere verwegge acht van deze koude morgen tegen luwe boomrand aan in gulle lentezon. Bolsterturf, woensdag 5 april 2006
379 Op weg naar het moeras, zie ik vanuit de pinda twee reeën laveien in ochtendzonneschijn. Half uurtje later, tijdens wandelen over zandpad, rent een rikke over onlandwei. Toch is er geen onraad. Na haar korte ren, gaat ze rustig naast haar bokkalf van vorig jaar staan snoepen van pas ontloken groen. Reeën zijn echte snoepers, kieskeurige snoepkonten. Ze houden van verse, malse scheutjes en twijgjes, ook erg van kruiden. Alle onland afzoekend naar reeën, zie ik opeens een hoogzit, hoogzit aan overzij van brede sloot en rietkraag. Deze hoogzit kende ik nog niet. Ik wil het bouwsel graag aan nader onderzoek onderwerpen, maar kan de sloot niet over. Die staat boordevol water, die is me te breed en te diep. Erpel heeft geen moeite met de sloot. Die spring er raapjes over, die speelt zelfs even voor waterratje als ik er een stuk dode tak in gooi. En na het apporteren rent hij dan als dolle over onland en pad. 'We moeten binnenkort maar 'ns van de andere kant komen, Ep. Dan beklimmen we samen die hoogzit. Neem ik jou wel ff tussen lijf en arm mee het laddertje op. Kunnen we de reeën van boven af en van dichtbij 'beschieten.' Misschien zien we van boven af ook wel een vos. En dan hebben we ook die scherp in 't vizier en daarna zuiver digitaal.' Bolsterturf, donderdag 6 april 2006
380 Negen uur in de ochtend. Met Erpel naast me, tuf ik over verharde veldweg. Naar links kijkend, zie ik op akkers boeren aan het werk. Die mannen zijn bezig om met grote tractors waarachter grote ploegen de bodem van hun land open te scheuren. Waarom dat zo fors en zo diep moet, begrijp ik niet. Hoef ik ook niet te weten. Rechts van de weg zijn weiden. Achter het gras begint het moeras. Lopen daar twee reeën? Wanneer ik de pinda stop en de kijker pak, zie ik ze beter. Tegen moerasrand, meter of driehonderd ver, laveien oude bok en smalree. Na parkeren bij het tankstation langs de jakkerbaan, is het half uurtje terug lopen naar het moeras. Half uurtje om wat te oefenen met Erpel. Vanaf zandpad zie ik honderdvijftig meter voor me tegen moerasrand aan twee reeën. De twee, oude geit en overjarig bokkalf, laveien in ruig onland. Wat te doen? Erpel afleggen en zelf omlopen en dan proberen of Erpel ze voor de lens kan jagen? Nee, daarvoor is het nu niet de tijd van het jaar. In het najaar heb ik met zoiets geen moeite. Dan zijn zelfs reekalfjes snel genoeg om Erpel voor te blijven. Bolsterturf, vrijdag 7 april 2006
380a Erpel mag na het avondeten met ons mee uit. Hij krijgt zijn verjaarscadeau: een vol uur rakken. Onderweg naar de benzinebossen, kijken we uit naar reeën, zien er geen. Om half acht zijn we er. In sommige stukken crossbos wonen veel konijnen. In één zo'n door bandensporen omzoomd deel we wandelen. Huistoe spot jij vijf reeën. Die laveien aan overzijde van door boeren geplette akker, op weitje tegen bosrand aan. Vijf mins later lopen schuin achter boerderij nog twee reeën op wei. Ik parkeer de pinda voor de boerderij, stap uit en neem ook deze reeën onder schot. Het fotootje van Erpel is een foto van vorig jaar. Ik vergat om vanavond ook een foto van Ep te nemen. Bolsterturf, vrijdag 7 april 2006
381 Jagers noemen een groepje van vier reeën bijeen een viersprong: sprong van vier. Vandaag op weg naar camping en bleke bossen, laveide (= graasde) er een viersprong op gras- en onkruidrijk akkerlandje langs parallelweg langs jakkerbaan (= vierbaans autoweg) .Ik remde fors af, parkeerde half op het parallelweggetje en half in de berm ervan. Jij ging door de 7x50 de reeën bestuderen en ik fotografeerde ze met ultra zoom. Alle vier laveiden ze op hun gemakje. Ze zijn aan auto's gewend. Terwijl jij keek en ik foto's maakte, flitste achter ons het jakkerbaanverkeer voorbij. Soms passeerde, half over 't parallelweggetje en half door de berm, een auto voorlangs. Eénmaal scheurde met bloedgang een luxe wagen voorlangs voorbij. Achter het stuur een coureur die harder wou dan de auto's op de jakkerbaan. 'De maf,' zei jij. 'Gore klootzak,' vloekte ik. Niemand van de autobestuurders scheen de reeën te zien. Tot er een groene landrover met opschrift 'Jachthonden kennel' en 'telefoonnummer 0... ......' langzaam over 't parallelweggetje kwam aangesukkeld. Deze auto stopte even voorbij ons. Achter het stuur een man in groene jas en met groene hoed op. 'Een jager,' zei jij. 'Een reedoodschieter,' zei ik. Deze man keek vier mins door een grote verrekijker naar de sprong, reed toen weer verder. Na een kwartier kijken, startte ik de pinda en reden ook wij weer aan, maar niet na de reeën gedag te hebben gezegd. 'Dag mevrouw rikke en dag reekalfknopbokje (knopbokje is reebokje met in plaats van geweitje alleen maar twee knopjes tussen de oren) van vorig jaar,' groette ik. 'Dag andere mevrouw geit,' groette jij. En je vroeg: 'Waarom heeft maar één geit een kalfje?' 'Weet ik niet, misschien guste geit (= onvruchtbare geit) , misschien kalfje verongelukt, misschien doodgeschoten,' antwoordde ik en groette toen: 'Dag meneer mooie bok... Erpel zal vanaf de dag dat de bokkenjacht los gaat elke zaterdagmorgen lang voor licht worden rond de hoge zitten jakkeren.' 'Beloof je hem nu niet teveel? Je slaapt heel graag uit,' lachte jij toen. Die opmerking had ik niet verwacht van je. Daarom liet ik Ep antwoorden door aan hem te vragen: 'Ep! Heb je er zin in.' 'Wef!' Bolsterturf, zaterdag 8 april 2006
381a Bolletje is ziek. Sinds dinsdag at hij niet of nauwelijks meer. Vanavond net na zeven, nadat hij wat water dronk en daarna meteen dat water en wat gal overgaf, togen we met hem naar de dierenarts. Die onderzocht hem grondig, maar kon niets vinden, behalve dat hij uitgedroogd was. Hij kreeg vocht toegediend, en ook drie spuitjes medicijn. Verder werd hij op zachte wijze gedwangvoedert. Bolsterturf, zaterdag 8 april 2006
382 Vanmorgen om elf uur met onze - negen jaar oude - kater Bolsterturf voor de tweede keer naar de dierenarts. Bolsterturf knapte gedurende de nacht flink op, maar wilde nog niets eten. Opnieuw kreeg hij van de dierendokter vocht toegediend en ook kreeg hij weer spuitjes met geneesmiddel. Bovendien met hulp van de dokter en een grote spuit te eten. Bolsterturf was in negen jaar tijd nooit ziek. Dan mag hij van me best (tot nu toe) 97,50 euro aan consult en medicijnen kosten. Volgens de dierenarts is hij niet vergiftigd en ook niet mishandeld. We hopen, dat hij na toegediend vocht, na toegediende medicijnen en na door ons geholpen worden met eten gauw weer zal opknappen. Onze uit-het-asiel-poes Jerry is naar schatting dertien, veertien jaar oud. Zij eet de laatste maanden nauwelijks meer. We voelen sluipend dikker wordende knobbeltjes onder in haar buik. Vanmorgen zat ze in de zon, op Erpels zomerslaaphok in de tuin. Mooie kans om een paar foto's van haar te maken. Gedurende de laatste winters, werd betreffend hok - voormalig rottweilerslaaphok - door een grijze zwerfpoes benut. Zij slaapt dan 's nachts in dit hok. Soms ook wel overdag. En tuurlijk krijgt zij ook te eten van ons. Deze poes ziet er goed gezond en weldoorvoed uit. Inmiddels is ze één van Erpels poezedinnetjes. Bolsterturf, zondag 9 april 2006
382a Tussen half vier en half vijf naar de caravan geweest. Fijn zo'n dertig, ongeveer meter lage, lariksjes verhuisd, van bos naar tuin bij caravan. Daarna balen, omdat tijdens het open draaien van de hoofdkraan van de waterleiding er knelkoppelingen kapot gevroren bleken te zijn. Door de bossen terug wandelend van caravan naar op parkeerplaats achter gelaten pinda, zat Erpel heel eventjes achter een ree aan. Mag i niet, achter wild jakkeren niet, toch deed i het weer! De stouterd! Bolsterturf, zondag 9 april 2006
383 Vanmorgen in 't moeras, zag ik acht reeën. Vijf van deze reeën bekeek ik alleen maar door m'n brilleglazen, niet door de zoeker van m'n camera. De andere drie zette ik - zonder dat ze het merkten! - op de foto. Om half negen, toen aangelijnd Erpeltje en ik over onland liepen, zag ik ze opeens, door een gat in takkenwal heen: reesprongetje van drie. De drie laveiden aan wilgen- en elzen- en verdronken berkenrand, op onland aan andere kant van brede en diepe sloot. Meter of dertig achter sloot en wal laveiden ze. Daar aan die overkant, is de slootwal bijna overal kleine twee meter hoger dan aan de kant waar Ep en ik zich bevonden. Vanwege het hoogteverschil, lukte het me alsmaar niet om het sprongetje helemaal op de foto te krijgen. 't Was steeds wat, of de wal bleek te hoog of er zat te veel wirwar in de weg. Als er wirwar van boomstammen en takken en riet in de weg is tussen camera en ree(ën), kan je nauwelijks of niet scherpstellen. Nog moeilijker is dat, als je je camera met zoomlensje met gestrekte armen boven je hoofd houdt en je vervolgens min of meer op goed geluk over hoge wal 'schiet'. Na keer of tien afdrukken, alsmede na checken of er op het monitorschermpje van de camera reeën stonden afgebeeld, liepen Ep en ik - stilletjes - van het sprongetje weg. Thuis bleken maar twee foto's min of meer goed gelukt. Wanneer ik al voor licht worden in de hoogzit aan de andere kant van de sloot zou hebben plaats genomen, zou ik dit sprongetje van drie - geit met twee kalfjes van vorig jaar - makkelijker en van meer dichtbij hebben kunnen fotograferen. Tegen negen uur spotte ik op puinpad een ree voor slagboom. Het dier laveide helemaal aan het eind van 't pad, daar waar een onlandweitje begint. Ook dit ree 'schoot' ik met zoomlensje. Ik zoomde daarbij 'gewoon', dus niet digitaal. Te fotograferen reeën zijn bijna altijd ver weg, maar en met rakfox en met verrekijker en met statief en met camera is het tamelijk ongemakkelijk struinen door moeraswildernis. Voor digitaal zoomen en gebruik van statief is het me nog te koud. 'k Vind het echt wel bar koud voor de tijd van het jaar. Het is midden in de dag maar net tien graden. Daarom is er nog niks geen wulpgejubel en nog niks geen kikkergekwaak. Heel-lang-zaam-aan maar vordert de lente. Toch, kijk, wat ik vond, kijk hoe mooi ze zijn, één pol wilde dotterbloemen in oerig puinmoeras. Hadden deze dotters al meer zon en warmte gekregen, zouden de bloemen veel groter, mooier en uitbundiger geel zijn. Ach, wat zeur ik toch weer? Er is zo verschrikkelijk veel wat groter en mooier en uitbundiger kan.
Kater Bolletje is weer opgeknapt. Met Frija gaat het naar omstandigheden ook goed. Ach, twee tamme katten. Twee tamme kattenlevens. Twee taaie kattenlevens. Twee dure kattenlevens. Kattenlevens. Er zijn mensen die er van genieten. En dierenartsen eten dank zij onder meer de ellende die mensen met katten hebben. Bolsterturf, maandag 10 april 2006
384 Vandaag twee keer anderhalf uur naar het moeras geweest. De eerste keer vanmorgen, tussen negen en tien. Toen heb ik geen reeën gezien. Vanavond zag ik die wel. Ik telde er zes. Drie stuks liepen op wei, tegen verre bosrand aan. Een allene bok sprong af van onlandweitje - die slimmerd zag, hoorde of rook Erpel en ik eerder dan wij hem waarnamen. En ook zagen we nog een rikke en haar kalf. Die laatste twee lagen samen te rusten op weiland, vlakbij 't moeras. Bolsterturf, dinsdag 11 april 2006
385 Op weg naar en van je werk zie je nog altijd nog wel wat: onvoorzichtige houtduiven op de rijweg; een onbeweeglijke buizerd op een paaltje; een ook roerloze bosuil op laaghangende tak van dikke eikenboom; een kraai die bij stoplicht een weggegooide broodkorst wegpikt van onder auto; een paartje patrijzen in middenberm. Die patrijzen, dat patrijzenpaartje, het zit stil gedoken. Voor en achter hen jakkeren auto's voorbij. De berm waarin ze zitten was altijd hun terrein, hun leefgebiedje dat van ze werd afgepakt, omdat Nederland steeds voller en drukker met mensen wordt. Bolsterturf, woensdag 12 april 2006
386 Ik ging een middag struinen, samen met m'n aangelijnde boerenfox. Dik twee uur banjerden we door moeras en over onland, en ook over weiden en akkers. Vrij rondrakken mocht Fox niet van me. Er zijn al jonge haasjes en konijntjes. Die mag hij niet vermoorden. En zowat alle dierenmoeders, ook reegeiten en vossenteefjes, hebben in de lente bolle buikjes. Die zijn nu zowat allemaal drachtig. Op het werk keek ik eventjes teevee. Er was groot nieuws van Veerman, onze Veerman, herenboer, pluimveebeul en minister. Deze politiek machtige man heeft de beslissing genomen, dat de vos weer bejaagd mag worden. Reintje en Reininneke zijn door hem schuldig bevonden aan de teloorgang van de weidevogelstand. De Nederlandse jagers vieren feest. Met z'n allen zijn ze heel erg blij, omdat onze minister Veerman hen weer vossendoders heeft gemaakt. De jagers mogen zich - naast het afknallen van reeën - nu ook weer bezig gaan houden met de vossenjacht. Ze gaan weer volop plezier maken, fijn weer drijf- en klopjachten houden, fijn vossen doodknallen met geweer en lichtbak en ook fijn vosjes uit holen graven en kapot slaan. Bolsterturf, donderdag 13 april 2006
387 Midden in de middag laveiden vier reeën op, na de oogst nog altijd niet geploegde, maïsstoppel. Ze trokken zich niets aan van het over nabije jakkerbaan en parallelweg langs jakkerbaan racend snelverkeer. Vanuit m'n pinda op parallelweg zette ik ze, via uit de losse hand digitaal en optisch zoomen, op de foto. Bolsterturf, Goede Vrijdag 14 april 2006
387a Onze oude zwarte poes Jerry wilde niet meer eten en kon nauwelijks nog poepen. Ze was vel over been en ze bracht gisteren zowat de hele dag in de kattenbak door. Vandaag gingen we voor de laatste keer met haar naar de dierenarts. Daar kreeg ze een overdosis narcosemiddel toegediend, waarna we haar een uur later in de campingtuin begroeven. Ze ligt onder een laurier en maar vijf meter van haar rustplaats woont een familie wild konijn in kruidentuintje. Na het dicht gooien van het gat, maakten we een wandeling met Erpel door de benzinebossen. We hoorden heel dichtbij een koekoek roepen en we verboden Erpel het rakken niet. Bolsterturf, Goede Vrijdag 14 april 2006
388 De tv-weerman voorspelde een droge dag en je nieuwe spearmint agila twinport moest geshowd Opa en oma's welkom thuis was - als altijd - eerlijk, lief en hartelijk. En de generatiekloof bleek al weer wat minder breed. Ach, als je je oude ouders ziet moet je, moet ik, of ik dat nou wil of niet, denken aan wijlen Couperus' boektitel: Van Oude Mensen, de Dingen die Voorbijgaan. En het is toch zo? Naarmate je ouder wordt, lijkt de tijd te versnellen, lijken de dagen en de dingen vlugger te gaan, te vlug voorbij te snellen . Na koffie, koek, gebak, snoep, worst en soep – opa en oma trakteren graag – gingen we, jij en ik en Erpeltje, ‘s middags het veld in. Van Nieuw-Amsterdam reden we, via onder meer tuinbouwcentrum en Peelstraat binnendoor naar Schoonebeek. Nog in N-A spotten we, aan overkant van kanaal en voor verre bioschuur bruine vlekjes op strook groen, een sprong reeën van vier. Ach, waren reeën wit... , en ach, zo ontieglijk breed dit kanaal, en zo weids het boerenbouwland. Alles, alles zo ver en zo weids. Bijna geschatte kilometer ver de verre bioschuur en toch vangen camera en zoomlens alles in een klein fotootje.Terwijl ik, vanaf de dijk langs het ter plaatse brede kanaal, foto’s maakte van de verwegge reeën, liepen er drie dikke schapen aan kanaaloverzij voor cameralens langs. Fier en gestaag stapten deze schapen, maar toch ook wel weer op hun gemakje. Waarom leek het, door onze verrekijkers gezien, alsof de veel verder wegge reeën nog veel meer op hun gemakje waren? Twee reeën schenen niks te doen, die rustten uit. Misschien herkauwden ze onkruid en gras, zomaar midden in boerengroenstrook in kaalgrijs land. Van bij voorbeeld een heen en weer rijdende boer, op tractor met daarachter strontkar, trokken ze zich niks aan, ook niet van krijsende meeuwen op en boven de akkers. Het groot Nieuw-Amsterdamse glastuinbouwcentrum voorbij, liep er een tweeprongetje reewild tegenover misschien wel groter nog Ericase kassenstad. Zuidelijk van de Peelstraat laveide dit sprongetje op nog ongestronte akker. Links van de reeën zat een haas op slootwal. Met z'n drietjes toefden haas en reewild daar in eenzaamheid, ver van boze mensen en ver van kassen en gammele klinkerpeelstraat. Jammer maar helaas, haas en reeën waren moeilijk te digitaliseren. Afstand, slootruigte en boomtakken waren in de weg. Een sprongetje van drie zagen we langs jakkerbaantje tussen Nieuw Amsterdam en Weiteveen, jakkerbaantje haaks op asfaltweg Erica - Schoonebeek. Deze gladde, snelle asfaltweg snijdt veenrestanten en dalgrond doormidden.
Terwijl jij langzaam voorbij een mevrouw in rolstoel chauffeerde, zag ik een ree op akkerland aan rand van veenrestant. En zoals zo vaak: wanneer je er eentje ziet, blijken er meer te zijn. Wel zes waren het er, zesprong dus. Gezessen – wat een woord, maar ik vind het een mooi woord en laat het staan - waren ze druk. Ze speelden met elkaar, zaten mekaar achterna. Tot er een paar gingen rusten, aan van weg af eind van weggetje, eigenlijk maar een karrenspoor het veenrestant in.Kwartier later en paar honderd meter verder stond er een hoogzwangere reegeit midden op zwarte akker. En toen zagen we opeens het spitsbokje liggen, haar kalf van vorig jaar? Op z’n zij lag het bokje, op kale akker, kleine dertig meter van de teerweg, voormalige NAMweg. Erpel snuffelde aan het dode diertje. Toen we bij dit reetje stonden, stopte er een grote, dure, luxe wagen, waarin een Drentse heer. ‘Eij ut dootreen?’ vroeg hij. ‘Nee’, zei jij, ‘hij was al doodgereden.’ ‘Ow,’ antwoordde de man. Ik moest bijna lachen om zijn ietwat bedremmelde, nog altijd vragende gezichtsuitdrukking en knoopte een gesprek met hem aan, praatte na jaren weer Drents met een Drent die geen familie van me is, over vrouwen – jij was even met Eppie terug naar ’t bokje - natuur, auto’s en jacht. Na het gesprek met deze vriendelijke man, wandelden we een dik uur met Erpeltje. Langs oude veenwijk, over restantje hoogveen, over niet gegierde wei en over nog niet gestronte akker en – echt waar - voorbij groene sbb-bordjes waarop het tekstgedeelte ‘verboden voor honden’ weggelaten was.’ ‘Staatsbosbeheer is hier vriendelijker dan bij ons in Brabant,’ zei jij. ‘Welnee, antwoordde ik, let maar op, straks in het Bargerveen staat ‘Verboden voor loslopende honden’ vast nog wel op àlle groene bordjes. Van Schoonebeek reden we naar het Bargerveen, wat ligt tussen Klazienaveen, Zwartemeer, Weiteveen en de grens met Duitsland. Toen we langs het Weiteveense veenkerkhofje kwamen, reed de rolstoelvrouw er net vandaan. Toen keken wij even naar mekaar, maar zeiden niks. Toen ik jonge jongen was, was het Bargerveen machtig mooi ruig gebied met hei en bunt en berkenopslag. Nu is het goeddeels naar de klote geholpen door staatsbosbeheer dat daar alle adders, muizen en hagedissen probeert te verzuipen. We wandelden er een uur, met loslopend Erpeltje. We kwamen voorbij wel tien groene bordjes met onder meer opschrift ‘Verboden voor niet aangelijnde honden’ Uur later, toen we vanaf Zwartemeer binnendoor naar Nieuw-Amsterdam terug reden, zagen we langs de Noordersloot in Erica een tiensprong, nou ja, tiensprong , we zagen tien reeën op het weidse akkerland tussen Noordersloot en De Peel, Drentse Peel, streek waar ik als jongen leerde om van reeën te houden, bijeen. Vijf reeën speelden daar met mekaar, midden op het akkerland, ongezien door over de ondrukke, maar levensgevaarlijke smalle asfaltbaan voorbij racende Drenten. Of de Drenten in de huisjes langs de racebaan tegenwoordig nog naar reeën kijken? Ik weet dat niet. Jurrie S. en Jan B., twee stropers die hier vroeger aan toen nog zandpad woonden en die inmiddels hoogstwaarschijnlijk al zijn verhuisd naar de eeuwige stropersvelden, keken wel naar reeën, ook naar hazen en patrijzen en zo. Ze vingen ze zelfs zonder ze dood te schieten.Ongeveer vijftig meter rechts van deze vijf reeën, laveiden twee stuks tegen veldrand waarin grote zandafgraving van Griendtsveen. Kleine honderd meter naar rechts van de vijf liepen er drie, meer naar achter, meer Peelstraat toe. Tussen de reeën zaten drie hazen, een paartje kraaien en een wulp. De hazen renden achter mekaar aan. Toen ik zo naar dit wild keek, besefte ik opeens heel duidelijk: hazen hebben ontiegelijk schrik van mensen, niet van reeën. Allebei, hazen en reeën, zijn ze hartstikke bang voor mensen. Na bier en borrel voor mij en cola voor jou en frites en kroketten en bamiballen en leverworst en droge metworst en pap na voor ons allebei en Erpeltje, reden we tegen zevenen weer huistoe. Ongeveer halfweg Coevorden – Zwolle zag jij een ree op wei. Tien automins verder zag je er twee stuks op akkerland. Ik keek beide keren de verkeerde kant op. Helaas konden we aan onze al met al negenentwintig reeën van vandaag geen Gelders of Brabants ree meer toevoegen, want toen we thuis kwamen was het donker. Niet erg, we zagen meer dan ik hier type, je vergeet altijd wel wat te noemen, maar op de Veluwe, even voor Terlet, liepen zeven edelherten, rechts van de grote autobaan op kaalslagje. Sja, ik was heel even ontevree toen: jij wilde weer niet stoppen op de vluchtstrook. De foto's plaatste ik zonder optimaal te letten op alinea inhoud. Moeten Bolsterturf, zaterdag 15 april 2006
389 Paaszondag en geen regen. Wandelmiddag voor brave vaders en moeders. Toch was er wel jeugd in het benzinebos: met paps en mams picknickende kids. En, als zowat altijd, waren er ook opgeschoten jongens en meiden met crosmotoren. Terwijl de motoren jankten rondom de picknickplaats – grote, gele zandvlek in armzalig bos - rakte Eppie drie keer achter wild konijn. Na het wandelen drie vlier en vijf brem verhuisd naar campingtuin. Bolsterturf, Paaszondag 16 april 2006
390 Op weg naar de caravan vier spelende hazen in wei. Eentje sprong een paar keer wel ‘n meter hoog. Na genieten van de hazen : lariks, lijsterbes en berk verhuisd van bos naar campingtuin. Bolsterturf, Paasmaandag 17 april 2006
391 Zoekend naar niet gespotte reeën, vond ik kikkerdril in vieze akkersloot; na het dril op levende berk in moerasrand ook nog woekerende sneeuwwitte zwammen. Bolsterturf, dinsdag 18 april 2006
392 Samen met Erpeltje een kleine twee uur door moeras en over onland gewandeld. Het was daar, op achtergrondverkeerslawaai en eentonig grommen van tractoren na, fijn toeven. Ik vond kikkerdril in poeltjes; helaas niet ook kwakende kikkers. Ik genoot van koppeltje stille nijlganzen in wei en van overal verliefde paartjes wilde eenden in de sloten; van het mooi wit van zwammen op halfdooie berken; van de verre roep van een koekoek en van beetje wulpgejubel en ook van wentelende schroefvluchten van kievithaantjes. Een ree brak uit zompig moerbos, nadat ik op dooie tak over wildwissel trapte. Eppie mocht er niet achteraan, waar hij best vree mee had. Toen heel even de zon ging schijnen, werd in 't moer alles nog aangenamer. Samen namen we, Eppie en ik, plaats op dikke stam van door sbb omgezaagde eik. Eppie ging wat zitten rondkijken, daarna graven naar muizen. Hij is nogal ongedurig van aard, wil nooit lang stil zitten. Ik wil dat soms wel, stil zitten wel. En als ik dat doe, ga ik dagdromen. Ja, dagdromen, zomaar wat dagdromen. Dromen midden in de dag. Vandaag droomde ik dus op deze stam. Eppie naast me, voor me een pol of wat boven laag water bloeiende felgele dotterbloemen en in me een glimlach om jou en lang geleden gebeurtenis. Bolsterturf, woensdag 19 april 2006
393 Na lange avond en langer nacht werken uurtje met Erpel naar 't moeras. Twee reeën in onlandweitje zagen we te laat. Rikke en zoon stonden in moerasrand, renden dieper het moer in. Erpel wou er achter aan, mocht dat niet van me. Niet zijn schuld. Hij beet er nog nooit eentje, maar mag van me alleen maar selectief - dat woord betekent onder meer: heel soms - meer rakken. Bolsterturf, donderdag 20 april 2006
394 De lente 2006. Ze had een aanloop nodig, een lange aanloop. Toch, eindelijk, is ze er nu dan, de lieve lente, de lente van om twaalf uur 's middag twintig graden celsius in schuttingschaduw. Vanmorgen om negen uur was ik al in het moeras. Vroeger kon ik er niet naar toe vandaag, want ik moest werken. Blij streelden zonneschijn en zachte wind de onlandjes rond 't moeras. Op één van die weitje staat een ouwe, wrakke hoogzit. Onder die hoge zit had ik vanmorgen een rikke met haar kalf verwacht. Vanuit de verte meende ik hen al te zien, maar door de verrekijker bleken ze zwarte schapen te zijn. Keuterboer al dan niet ook fabrieksarbeider of zo heeft ook dit jaar weer zijn zwarte schapen op de reeënweitjes los gelaten. Ramp, vind ik. Ach, wat ramp? Toch zong vanmorgen de lijster en toch riepen de kieftenhaantjes en de koekoek. Puinweg af en voorbij door staatsbosbeheer gestorte hopen geel zand - altijd en altijd moet sbb rotzooi maken in 't moeras - dook aangelijnd Erpeltje op een spoor. Nauwelijks had hij zijn zwart droppertje in het gras, blafte dichtbij een reebok: böh! böh! böh! böööh! De reeblaf verraste me, want Ep en ik hadden heel voorzichtig gelopen, geslopen bijna. 'Potverdorie Ep,' zei ik, ' hij heeft ons geroken. Nu is heel de buurt wakker. Drom mag je van de lijn. Vrij!' En toen genoot ik van het kijken naar mijn hondje dat stil ging staan luisteren, vol aandacht, naar het blaffen van de bok. Tegen half elf verstijfde ik. Erpel liep een meter of twintig voor me uit, vrij maar braaf, over bospad. In bossige moerasrand stond een reegeit naar hem te kijken. Of de geit ook mij had gezien, weet ik niet. Mijn camera zat in de draagtas. Zowat zonder te bewegen, viste ik het ding tevoorschijn. Toen ik het aanzette, reageerde de geit op het piepje. Ik zag haar oren zich meer spitsen. Net toen ik had scherpgesteld en éénmaal geknipt, kwam Ep naar me toe, zag i de geit die hem niet afwachtte en over wei wegvluchtte, andere bosrand toe. 'Ep afff!' brulde ik. Erpel ging af. Daarom kreeg hij thuisgekomen van me een grote Drentse metworst. Bolsterturf, vrijdag 21 april 2006
394a Prachtig lenteweer vandaag. Veel te mooi weer om binnen te blijven zitten. Ja, veel te mooi weer om een middagdutje te gaan doen. Hoewel net thuis van moeras- en onlandwandeling per fiets, ging ik nog n's met de auto terug naar altijd eender en tegelijk altijd anders moerig onlandweitje van opa Imker. Bolsterturf, vrijdag 21 april 2006
395 Op weg naar de bossen spotten vrouw en ik kraaien, roeken, kauwen, eenden, kieviten, spreeuwen, duiven, merels, vinken, mussen, mezen, een ekster en een driesprong reewild. De reesprong laveit ongeveer vierhonderd meter van verharde weg af, op akkerland nabij bosrand. Alle reeën zitten nog volop in hun wintervacht. Het lijkt alsof ze die maar moeilijk kwijt kunnen worden. Zo zien ze er maar belabberd uit. In de verte, op akker oostelijk van gemeentebos, zijn boer en paard aan het cultivateren. Is zeldzaam geworden: een boer die werkt met paard. De boer heeft een gebruinde kop. Vrouw ziet dat door haar kijker en ik zie het door de zoeker van de camera. Een pimpelmeesje, zoveel blauwer toch van kleur dan een koolmeesje, moppert wat als ik uitrustend paard en uitrustende boer op foto zet. Wat zuidoostelijk van het grootst verboden ven, vindt Erpel twee reeën in bosrand. Bok en smalree vluchten voor hem weg over wei, om al gauw met grote boog weer terug het bos in te gaan. Erpel rakt er niet achteraan, mag hij niet. Hij krijgt al door, dat hij reeën gewoon moet laten lopen. Toch komt hij vanmiddag heel goed aan zijn trekken. Hij mag een grijs konijn van onder takkenbos vandaan jagen en een zwart konijn vanaf wei tot in bosrand achterna zitten. Overal zien we Canadaganzen: op wei bij parkeerplaats; op wei ten zuiden van de bleke bossen; op wei tussen bleke bossen en grote heide. Ook spotten we flink wat grauwe ganzen en wilde eenden op en boven de weiden. Over andere weiden en bosrand jubelt een wulp en boven nog niet gestronte landerijen buitelen en schroeven de kieftenhaantjes. Rontelom groepje roeken en kauwen. En dan zijn er tuurlijk ook de altijd aanwezige allene of met z'n tweetjes kraaien. Op pad tussen bos en akker ligt een dood konijntje met uitgepikte ogen. Aan oever van ondiep eilandjesven vreet Erpel iets op. Ik grijp in, want vergif! Gelukkig is het geen gif. Ook geen dood dier. Ep smult van een nest jonge muizen. We zien nog net voordat hij slikt een paar staartjes uit z'n bekkie bungelen. Het rode katje dat ik eind januari ontmoette aan bleke bossenrand, is dood. Erpel wijst het aan op roggestoppel tussen bosrand en wei. Het ligt op zijn zij. Bolsterturf, zaterdag 22 april 2006
396 'Jij en ik wandelen in Vloetert,' zeg ik tegen je. Er zit een haas in jong, groen graangewas. Jij en ik zien het, maar Ep wordt het niet gewaar. Bolsterturf, zondag 23 april 2006
397 Er broedt een canadagans in heidemoerasje met heideblauwtjes. Maar ook wandelde er een man met witte kuif door dit gebiedje, man die net als ik reeën die er vanavond niet waren wou kijken? Verder liep er nog een andere man met knoeperd van camera rond. Deze laatste man fotografeerde toen ik naar huis fietste de achter Mierlose kerk- en televisietoren ondergaande zon. En dan ergerde ik me vandaag nog aan in doosjes onder stenen verstopte gps-opdrachten. Bolsterturf, maandag 24 april 2006
398 Vanavond, net als gisteravond, in 't moeras naar reeën gezocht. Ze niet gezien, ook niet gehoord. Toch zijn ze er nog wel, want ik vond hun legers en ook kapotte boomstammetjes. Zo te zien zijn de bokken momenteel druk: met het glad schuren van hun nieuwe geweitjes. Ze schuren de schors soms compleet rontelom van de stammetjes, zodat die dood gaan. Maar waar de reeën zitten?.. In de mooie lenteavond genoten van een brutale roodborst. Het vogeltje ging, een kleine vijf meter bij me vandaan, op een lage berkentak zitten zingen. Tuurlijk vloog het toen ik de camera eindelijk knipklaar had net weg . Verder wat wilde konijntjes, een paartje wilde eenden en ook merels, vinken en gaaien gezien. Bolsterturf, dinsdag 25 april 2006
399 Met Erpel uur wezen fietsen, moeras toe het dorp uit en dan over puinweg door onlandjes. Niks biezonders waargenomen. Bij eik waartegen vaak hoogzit, stortte staatsbosbeheer wat hoopjes geel zand. Dat zand is inmiddels gebruikt om een drassig stuk puinweg wat op te hogen, zodat sbb met zware machines op de onlandjes kan blijven komen. Nee, niks biezonders gezien of gehoord, maar een roodborst was keidruk met vals zingen en vlaamse gaaien lawaaiden lentevrolijk. En - zo mooi om naar te luisteren - door 't vlaams geschreeuw en 't roodborst lelijk zingen heen, sieskewietten vinkenmannen uit volle rozerode borst. De foto's van roodborst en vink zijn van oudere datum Bolsterturf, woensdag 26 april 2006
400 De lente vordert, traag maar gestaag. Thuisgekomen van het werk, rij ik met Erpel meteen door naar het veld. Twee nijlganzen staan in wei langs rijbaan. Die vallen me meer op dan de altijd aanwezige kraaien. Waar geen koeien het gras vertrappen en opeten, is dat gras al flink hoog aan het worden. Soms ziet een koeienlege wei helemaal paardebloemengeel. Ik laat de auto achter op breed boerenpad en wandel met Erpel aan de voet richting moeras. Na ontmoeting met *wilde eend met kuikens , komt er over het in slechte staat verkerende zandpad een zilvergrijze personenauto aan. In de auto twee mannen in blauwe uniformen. Als de auto voorbij hobbelt, groet ik de agenten. De bestuurder zwaait terug, zijn passagier niet. Die kijkt met gemelijke blik strak voor zich uit. Even verwacht ik dat de auto zal stoppen, dat ik zal worden staande gehouden. Gelukkig gebeurt het laatste niet. De auto hobbelt voorbij, door kuilen en tractorsporen. * Het wilde eendenwijfje - bang bezorgde moeder - had er geen zin in om met haar jonkies te poseren. En het lukte me niet om met superzoom en 1 droge en 1 natte voet m'n cameraatje stil te houden.Bolsterturf, donderdag 27 april 2006
401 Vandaag in de Bleke bossen krijgt Erpel rakverbod. Hij moet op de paden blijven en mag maar tot dertig meter vooruit lopen. Waar bosweg doodloopt staan op wei en ongeveer honderd meter voor Erpel en mij uit, opeens twee reeën, een oude bok - links zesender, rechts gaffelaar - en een mooi smalree. De reeën zijn onrustig, hun spiegels gespreid. Ze kijken alsmaar schichtig naar links, de bosrand in. 'Die zijn uit de bosrand verjaagd Ep.' Eventjes maar staat het reewild te zekeren, dan rennen bok en rikke weg, verder wegge bosrand in. Erpel laat ze rustig vluchten. Tussen bossen en Sterksel vallen tussen de zwarte akkerlanden gele paardebloemenweiden poëtisch op. Of Erpel dit ook opvalt? Lijkt me niet. Op het ondiep eilandjesven drijven één canadese gans en een koppeltje wilde eenden. Ik vermoed dat mevrouw Gans op het eilandje zit te broeden. Langs de oever van het grootst verboden ven scharrelt een paartje zwarte kraaien. Rontelom dit ven wandelen mannen en vrouwen met soortement lange wandelstokken. De nieuwste rage, dit stokwandelen? De stokwandelaars maken geen herrie. Ze zijn alleen maar druk met stoklopen. 't Zijn oudere mannen en vrouwen. Ik hoef geen stokken; ik heb al genoeg mee te sjouwen aan veldkijker 20x50, Erpels lijn, paspoort en rijbewijs. Erpel en ik lopen tegen wind in. Er staat vanmorgen een gure, herfstachtige noordwester. Soms staat Erpel voor, wijst zijn koppie recht tegen wind in, haalt hij diep lucht om daarna, na mijn 'toe maar', bos of ruigte in te schieten. En dan vlucht er opeens een haas of ree weg, of zit er een konijn onder takkenbos. En dan weft Ep even, rakt hij ff, om telkens op 1x fluiten onmiddellijk naar me toe te komen. En dan krijgt hij een schouderklopje, prijs ik hem uitbundig en dan is hij trots. Al met al wees Ep me het dode rode katje, twee hazen, drie konijnen, een eekhoorn, een stuk of tien muizen en een klein bastgaffeltje feilloos aan. Bolsterturf, vrijdag 28 april 2006
401a Een herfstachtige lenteavond. Helemaal geen muggenweer. Nee, echt geen weer voor muggen. Daarom barre lentetijd voor eendenpulletjes. De pulletjes van dit voorjaar hebben honger. Ze moeten het hebben van de mugjes- en vliegjesvangst. Jonge eendjes lusten nog geen plantaardig voedsel, maar met dit herfstig lenteweer heerst insectenschaarste rontelom. Staatsbosbeheer heeft ook geplet, zijn aan eind van puinweg gestorte hoopjes zand geplet. Ik zoek in zowat zilverwit zand, op verder overal met mos en gras bedekt puinpad, naar de afdrukken van reeënhoefjes. Ik vind die niet. Het reewild waagde zich nog niet op dit raar bleekwitte zand. Wel vind ik halfweg puinweg drie reelegers en wat goeddeels van schors ontdane berkenstammetje. Overal zijn momenteel de reebokken druk met het polijsten van hun geweistangetjes. Gelukkig is kleurloos bloed van gemartelde boomstammetjes minder luguber om te zien dan het rood van dood gejakkerde eendjes. Zoekend naar moeraskikkerdril glij ik uit. En terwijl ik glij, haakt zich roestig prikkeldraad in m'n linkersok. Erpel staat erbij en kijkt er naar. En hij luistert naar mijn 'klote sbb', een smile op zijn snoetje. Langs eikenbosrand peddelend, valt me de leegte van akkers en weiden op. Mensen-, wild- en vogelleegte rontelom, op een boer met tractor, gifvat en injecteermachine na. De boer spuit met zijn machinerie een vloei- of vaste stof in de bodem. Wat weet ik niet. 't Zal vast niets goeds zijn voor de vogel- en andere dierenstand. Als je tegenwoordig uit de zogenaamde vrije wildbaan door stropers of door jagers met jachtacte gedood wild - haas, fazant, snip, eend, patrijs, gans, konijn of ree - eet, nuttig je ook vergif. Roofvogels als buizerd en havik, marterachtigen als bunzing en hermelijn, en ook dassen en vossen gaan dood aan massa's landbouwgif. Die dieren eten veel meer gifwild dan u en ik. Heel de biotoop is inmiddels zowat kapot vergiftigd. Wat legaal niet mag, doen boeren, tuinders en jagers wel illegaal. Vergif is immers overal te koop. Vrijwel nergens nog gezonde, nog gifvrije habitat. En dan durft die deugniet van een minister Veerman te beweren, dat vossen verantwoordelijk zijn voor het teloor gaan van de weidevogelstand. Mij lijkt eerder waarheid, dat een heleboel leven in dit stukje wild- en vogelarme Nederlandse cultuurnatuur, van engerling en worm via kever en muis tot en met kievit, reiger en vos, morgen flink buikpijn zullen hebben van, misschien wel zullen creperen aan, het al dan niet via via consumeren van gif. *De foto 'moedereend met jonkies is foto van vorig jaar. Bolsterturf, vrijdag 28 april 2006
402 Vandaag spotte ik twee verwegge hazen en een driesprong reeën. Bolsterturf, zaterdag 29 april 2006
403 30 April. De dag nadat we koninginnedag vierden. Wanneer ik om zeven uur de pinda start, liggen de meeste oranjefans nog in bed, sommigen van hen, denk ik, nog flink misselijk van de oranjebitter. 'Getver, smerig zootje, dat oranjebitter', zeg ik tegen m'n hondje dat op de achterbank uitkijkt naar andere honden, katten, konijnen, hazen en reeën. 'En het is weer kutweer Ep... Het mot alsmaar.' Erpel geeft geen antwoord, maar piept als een eekhoorntje vanuit de berm een hoge eik in vlucht. In de motregen sukkelt de pinda langs akkers en weiden. Nabij boerderij zitten een rode kater en een zwarte poes in grasspriethoog graan te flikflooien. Erpel blaft als hij de katten ziet. Kennelijk vindt hij katten interessanter dan eekhoorns. Maar dan spot ik even voor een camping een ree in wei. Vlug de pinda in berm gezet. Na het uitstappen klap ik het portier niet dicht. Met Erpel aan de lijn loop ik kleine honderd meter terug om een foto van dit ree te maken. 'Het is een geit Ep... Stttt... Volggg,' fluister ik. En dan maak ik vanachter een dikke beuk met superzoom wat foto's van het ree. 'Ja, 't is een rikke Ep. Ze heeft pas gekalfd. Zie je die volle uier?.. Ssttt, niet piepen nu. Afffff.' Na een kwartiertje verdwijnt mevrouw Rikke onder prikkeldraad door de bosrand in. 'Haar kalfje moet drinken Ep. Kom lopen we terug, mag jij ff snuffen en rakken langs het pad camping toe.' Kwart voor acht spot ik door de kijker vanaf parallelweg langs E-3 een haas en een kievit op slordig groene akker. Ook deze keer sla ik na het uitstappen het portier niet dicht. Voorzichtig lopen Ep en ik door bermbos haas- en kievitwaarts. Aan akkerrand van 't strookje bos gebaar ik Erpel af, en dan telezoom ik haas en kievit. Het haas - is het een mannetje? is het een vrouwtje? - snoept her en der wat gras en kruiden en 't komt langzaam richting Ep en mij. Wanneer 't nog maar een meter of vijftig weg is, kan Erpel het niet meer houden, flitst hij weg, haastoe. 'Ep hierrrrrr!' brul ik. En dag glimlach ik als m'n hondje op de rem gaat, meteen omdraait en naar me toe holt. Tuurlijk krijgt hij geen straf, wel een paar schouderklopje, omdat hij goed luisterde. Tegen half tien komen we weer voorbij de camping. Opeens holt er een haas voor de pinda uit. Ik rem en zet de auto stil. En dan maak ik door de natte voorruit - het mot inmiddels harder - een foto van dit haas als het tussen rijbaan en campinghekwerk even stil blijft staan. Om tien voor tien parkeer ik bij de sbb-hei van bekeurkneus Jap. Hier mag Erpel tussen eikenbos en berkenbos ff vrij in struikheizoom. Nog maar net in de hei, rijst een reebok. Ep zit er meteen achteraan. Heel even maar. Zo'n ree - niet zwanger en niet pas een kalfje gekregen - is veel sneller dan een foxje, maar potver-nog-an-toe, wanneer ik naar een drietal reeleegers - vol verharingshaar - sta te kijken, zit m'n hondje van je wef-wef-wef opeens achter een groot haas. Het haas heeft een flinke voorsprong, dus laat ik hem maar ff toedoen. Bolsterturf, zondag 30 april 2006
403a Soms is er geen tijd, geen tijd om rontelom te struinen, geen tijd om te schrijven. Of je voelt je moe en loom, of het is klote weer, of vrouwlief zit te vervelen, zeurt ze over een lekkende kraan of wat stof op de vloer. Of je hebt gewoon geen zin in een heel eind grasduinen, laat staan in sluipen en kruipen, ja, je hebt gewoon geen zin in wat dan ook. Ook niet in typen dus. Ja, soms doen Erpel en ik maar een kort rondje moeras of onland of hei of bos, of .. of dan, niet en .. en. Maar als je je ogen open houdt, is er in 't veld altijd wel wat te zien de moeite van opschrijven of een vlugge foto waard. Vandaag verwegge bok en geit. Bolsterturf, zondag 30 april 2006
index april 2006
|