|
Bolsterturfs natuur B o l s t e r t u r f s n a t u u r Dagboek mei 2006
404 Erpel en ik struinen tussen zeven en negen in de ochtend over akkers, weiden en onlandjes. We speuren naar reeën, hazen en vossen, maar vinden die niet. Wel spotten we konijnen, reigers, fazanten, kieviten, lijsters, vinken, roodborsten en merels. En tuurlijk zijn er ook gaaien en kraaien, deze eitjes- en jonkiesrovers zien we elke dag. Bolsterturf, maandag 1 mei 2006
404a Samen met aangelijnd Erpeltje tussen half acht en half tien in de avond akkers, weiden en onlandjes afgezocht. Om kwart over negen vonden we eindelijk een sprongetje van drie reeën. In laat schemer laveiden, speelden en dartelden de drie wat op wei nabij eikenwal, tussen de 75 en 125 meter van de plek waar we in berm van parallelweg naast jakkerbaan stonden. Bolsterturf, maandag 1 mei 2006
405 Ik zit buiten, in blije, zonnige lentemiddag. Erpel ligt naast me. Die is druk met kauwen op een gedroogd varkensoor, die heeft nu even nergens tijd voor. Kater Bolsterturf dut onder de seringen, in groene woekering van wilde aardbeiplantjes. Bolsterturf is weer helemaal opgeknapt, zijn buikpijn en de dierenarts is hij vergeten. Wij, Erpel en ik, gingen naar 't moeras. Daar deden we niks, daar zworven we alleen maar wat rond. We braken er door braamstruikwildernisjes en we haalden er natte voeten. Mijn sokken hangen te drogen op de schutting. We kwamen er langs reerustplaatsen en ook langs reeveegboompjes. We luisterden er naar koekoek, merel en lijster. We zaten er in nauw'lijks zuidoostwindje op poelkant, in volle zon en aan rand van onlandweitje. We keken in het zwarte poelwater waarop mugjes dansten en we hoorden kikkers van walkant plonzen. Er staan op reeënfoto nummer twee alleen maar twee reeachterpootjes, maar nu zit ik dus buiten in de tuin. Opa Trammelant heeft z'n radio weer 'ns aan gezet. Kutmuziek. Bovendien is opa aan 't zagen en aan 't boren en aan 't slijpen, wat zo te horen niet zo wil lukken. Opa maakt meer herrie dan eigenlijk nodig. Ik laat hem maar toedoen. 'k Heb even geen behoefte aan luisteren naar dreigen en vloeken en tieren. Bolsterturf, dinsdag 2 mei 2006
405a 'Erpel ga je mee?' vraag ik. 'Daar ginds staat een auto.' 'Deze landrover is leeg, er zit niemes in. Waar zitten die jagers dan? Nergens een mens te bekennen?' 'Wat zie je?' Als we tegen tienen thuis komen, is het donker. Bolsterturf, dinsdag 2 mei 2006
406 Met Erpel aan de lijn fiets ik in zomers aandoende lentemorgen het dorp uit. We gaan richting onland en moeras. Voorbij houten bruggetje over brede maar ondiepe sloot, komen we al gauw op noord-zuid puinpad terecht. Als ik vanaf dat pad onland afzoek naar vogels en wild, blaft opeens in dichte dekking van wilgenwoudje een reebok. Eén blaf maar: 'Beuh!' Dik half uur later, zie ik op puinpad oost-west een vogeltje dat ik niet thuisbrengen kan. Het flierefluit heel ff langs het pad, door berkjes en meidoorn en kamperfoelie en lijsterbes. Een meesje is het niet, ook geen vink of grasmus of braamsluiper. Is het een rietzanger? Is het toch een mat- of zwartkop? Is het een karekiet? Ik krijg geen kans om het op foto te zetten. Ook niet om het in de kijkerglazen te vangen. Het is gewoon te vlug en te beweeglijk. Terwijl Erpel door ondiep beekje rent, fotografeer ik nog vlug twee lange nekken in paardebloemenwei. En dan is er thuis gekomen voor mij een blauwe brief en een bekeuring en voor Ep een varkensoor. Bolsterturf, woensdag 3 mei 2006
407 Een mooie, warme lentedag met zwak zuidoostenwindje. Daarnet was het in de achtertuin - om vier uur 's middags - tweeëndertig graden celsius in schuttingschaduw. Nu wandel ik met Erpel langs bos- en moerasrand. Ben je in bos- of moerasrand, ben je zowat altijd ook langs akker en wei. Bolsterturf, donderdag 4 mei 2006
408 Ik zet mijn pinda in berm van parallelweg langs jakkerbaan en loop met Erpel aan de lijn de benzinebossen in. Op de racebaan daar was vorig weekend nog motorcross grand prix. Wie toen gewonnen heeft, weet ik niet. Ik had helaas geen tijd om naar de wedstrijd te gaan kijken, want vrouw en hond en hazen en reewild gaan bij mij voor motorcross. In het rulle zand van na paar dagen mooi weer, staan overal op de zandpaden door crosmotoren getrokken strepen. De gemotoriseerde snelheidsduivels zullen, denk ik, denken: waarom ook niet buiten de racebaan racen als er toch nooit door politie en boswachters crosstoezicht uitgeoefend wordt? Ik loop wat de dagdromen in de warme lentedag..., tot plotsklaps Erpel aanslaat. En dan zie ik ook de panter, ongevaarlijke panter, want panter zonder neus. Erpel gaat te keer alsof hij rottweiler is, maar anders dan mijn bouviers en rottweilers vroeger - wat gaat de tijd toch snel, mijn vierpotige vrienden en vriendinnen van toen zijn al lang dood - heeft hij niet het lef om tegen een groot kunststof roofdier aan te pissen en er in te bijten. Wel gromt hij en loopt hij een rondje om het rare beest, zodat hij er optimaal lucht van kan krijgen. En dan eindelijk vermand (verhond?) Ep zich en snuffelt hij aan de kunststof rover. Als we verder gaan, Ep en ik, vinden we rontelom meer rare beesten, zoals een beer tussen jeneverbessen en een hert achter een groot rood rond, aan boomtak opgehangen bord. Dit bord verklapt me dat het hert te schieten beest nummer 28 is. En dan komen twee jonge mannen aangelopen. Deze mannen zijn bezig met rood-wit lint. Ze zetten er de toegangswegen en -weggetjes naar 't bos mee af. Ik praat een hortje met hen. Ze komen over als sympathieke gasten, ja zijn toffe jongens. Dit weekend zullen ze, vertellen ze, met pijl en boog gaan jagen op her en der neergezette beesten. Gewoon voor lol en genoegen de holbewoner spelen. 'Wij jagen milieuvriendelijk,' zegt de oudste van de twee tegen me. Ik denk het mijne van die opmerking, maar heb geen zin in discussie, in woordentwist. Deze gasten vind ik echt sympathiek. Daarom ga ik liever niet tegen hen aan staan zeuren met opmerkingen over jonge haasjes en reetjes en zo. Toch, heel voorzichtig kaart ik wel de haasjes en reetjes aan, waarop de jongste van de twee zegt: 'Hier zit toch niks? Alleen paar konijnen misschien.' Waarom laat ik nu de hazen en reeën in de steek? Of kan je alleen mensen maar op laffe manier in de steek laten en verraden? Waarom voel ik me nu slechte man anno 1944 die in poging om zijn door de vijand gejatte fiets terug te krijgen een paar Joden verraadt? Het wild heeft het toch al zo moeilijk. Dat wordt van alle kanten belaagd. Moet ik dan niet alle mogelijke moeite doen en pogen om het tegen alles en iedereen in bescherming te nemen? Kijk, in zowat alle weiden en op veel onlandjes lopen koeien, schapen en ponies die allemaal een hekel aan reeën hebben. Kijk, overal rontelom rijden boeren op tractors. Die boeren zijn in de weer met machines, met landbouwwerktuigen. Ook zijn ze bezig met gif, kunstmest, stront en zeik. Kijk, de gemeente of staatsbosbeheer of een stukje privé bos bezittende man is weer doende met het omkappen en omhakken en omzagen van bomen en struiken. En kijk, in dit crossbaanbos langs jakkerbaan is er altijd wel wat te doen: is er of motorcross, of kampeert er jeugd, of jagen er moderne-holbewoner-spelende-mensen met pijl en hedendaagse dure kruisboog, naar hun zeggen milieu vriendelijk, op kunststof beesten. Tijdens zulk jagen worden vogelnesten verstoord en wordt moeder haas weggejaagd bij haar jonkies. Ook worden reemoeders gescheiden van hun kalfjes, gebeurtenisjes waar deze milieuvriendelijke en met pijl en boog oermensje-spelende-luitjes heel geen erg in hebben. En ach, wat maakt ietsepietsie meer dierellende nu toch uit? Collectief genoegen van mensen moet altijd voorrang krijgen, toch? Welke maffen maken zich nou toch druk om een haasje of een reetje? Toch zeker alleen maar rare oetlulletjes zoals die Bolsterturf met zijn kleine, klote rakhondje? Ons benzinebosje- en moerasjereewild kan geen kant op. Dat zit gevangen tussen jakkerbanen en crossbaan. Ook gevangen tussen brede kanalen met zwaar beschoeide hoge walkanten, tussen weiden vol vee en tussen gestronte akkers, tussen fabrieksterreinen en tussen dorpen en steden. Alleen in kleine stukjes dichte dekking van 't moerasje en op wat afgelegen onlandjes kan het nog terecht. En als het dan 's morgens vroeg en 's avonds laat te voorschijn durft te komen uit het drassig moer, wordt het vanaf hoge zitten door jagers - sluipschutters met dure buksen en snelle kogels - omver geschoten. Ik kan vrede hebben met de pijl en boog jacht op namaak beesten, maar vind stiekeme hoogzitjacht, plezierjagen in 't geniep op dieren die zich niet kunnen verdedigen, verachtelijk, gemeen en oneerlijk. Ja, ik vind trofee- en plezierjacht laf en roep daarom graag met Calimero mee dat het niet eerlijk is, want sbb, faunabeheer en knjv zijn groot, maar ik en de reeën is klein. Bolsterturf, vrijdag 5 mei 2006
409 Stuifmeellente. Pollen rontelom. Met pijnlijke ogen snotteren wij door het pijnboombos, waar op open plek onder drie geringde - en dus dooie - beukenbomen de eerste lelietjes-der-dalen nul zes bloeien. Voorbij de lelietjes is een pad op pad. Een hij of zij helemaal alleen. Jij scheldt dit diertje beetje eng. Ik niet, ik vind dit padje niet minder mooi dan een kikker. Ik pak het padje op van 't rul padzand, om het in schaduw neer te zetten, aan rand van sloot en achter stomp van afgezaagde boom waarop taaidroge zwamselpannekoek. Na half uur wandelen komen we bij verboden ven. Het zacht windje verzamelt stuifmeel aan zijn waterrand. De zuid- en westoevers zien grif geel. Ik wil samen zwemmen in dit geel, maar mag dat niet van jou: 'Ben je maf? Er wandelen wel man en vrouw of tien rontelom dit ven.' Pinda toe staat er langs puinpad een appelboompje. De negen jaar dat ik het ken - hoe oud het is, weet ik niet - zat er nooit een appel aan. Toch bloeit het ieder jaar volop. 'Zo mooi!' roep jij en je tuit je lippen en kust een wit met roze bloem. Ep vindt een ree in bosrand en ook een paar konijnen. En dan zien we bij ander verboden ven een Schotse koe in ondiep water. Ik maak foto's van haar, want idyllisch plaatje. En dan hebben we het een tijdje over mensen en diervriendelijkheid: Huistoe rijdend zien we drie (van weg af verwegge) reeën op grasgroene korenakker, pal onder hoogzit. Bolsterturf, zaterdag 6 mei 2006
409a Loomwarme lentemiddag. Stille vrede rontelom. Opa Trammelant is naar zijn kippen in het moer. Jij dut in luie stoel. Naast mij ligt het lente-eiland van Slauerhoff. Ik lees niet, maar kijk naar jou, naar kater Bolsterturf en naar de tuinkabouter. Bolsterturf doet als jij, ligt ook te doezelen. Op de schutting tsjilpt een mussevrouw, een merelman kwijlt in goot een liefdesliedje en tussen de witte seringen sieskewiet 'n fliefde vrije vink. Ik kom er niet uit, ik durf je niet wakker kussen en dus ook niet vragen wat je mooier vindt. Je kattenbeeldje naast Bolletje of je kabouter? Onze gele aarbeibloempjes helemaal uit Oostenrijk? De zonne- of de schaduwseringebloesem? Een eerst ontloken knop van aangewaaide bloemes? Bolsterturf, zaterdag 6 mei 2006
409b Na half negen in de avond met Erpel per pinda wezen reeën kijken. Honderd meter van uitvalsberm stadtoe, laveide een sprongetje van drie op weitje langs drukke vierbaansweg, maar een kilometer van het stadscentrum verwijderd. Tijdens tien mins fotograferen, jakkerden honderden auto's aan Ep en mij in pinda, en ook aan de reeën op de wei, voorbij. Veel bestuurders keken opzij. Hoeveel van hen zagen de reeën? Bolsterturf, zaterdag 6 mei 2006
410 Net na achten loop ik met Erpel aan de voet moeraspuinweg af. We speuren en spieden naar reeën. We zien er geen en dus mag - terwijl ik foto's maak van mooi zacht wit - m'n maatje ff rakken over onlandweitje. Even over half tien rijden Ep en ik over schemerdonker parallelweggetje langs Strabhei. Als ik m'n pinda stil zet in de berm, komen er van achter en van voor een paar auto's met sukkelgangetje voorbij. In de auto's zitten mannen, in elke wagen één, mannen die in akelig tergend langskomen naar me gluren. Ik krijg de rillingen en zeg: 'Ep, we moeten verder gaan.' En dan is na overhaaste vlucht een kwartier later de lenteavond gul en goed voor me, zie ik vanaf flikkervrij binnenweggetje een viersprong verre reeën op weitje tegen ons berkenbosje aan Bolsterturf, zondag 7 mei 2006
411 Ik zat te lezen in de achtertuin toen de telefoon ging. 'A.C. is ziek en ik heb een bruiloft. Of je vanavond wil komen werken?' Ik wilde reeën gaan kijken, maar ging dus werken. Wel nog met Erpeltje een dik uur wezen fietsen. Daar was niet zo veel aan, want 't stonk rontelom naar gier en 'k zag geen reeën langs de zand- en puinpaden. Ook geen hazen en vossen. En nergens riep een patrijsje. Wel sieskewietten er vinken, schreeuwden er gaaien en zongen er mezen en merels. Hier en daar maar buitelde een kievitman en heel soms kokte een haanfazant. Maar de lentewind - droge en stevige bries uit 't oosten - was verrukkulluk in mijn gezicht en in de sloten rumoerden superdruk de wilde eenden. Die groengeilkoppige woerden toch, die zijn gewoon te erg, die laten de eendjes niet met rust, die willen alsmaar wippen. Om half acht stapte ik in m'n auto. Vijf mins later zag ik vanaf afslag naar vierbaansweg de driesprong stadsreeën. Op dat tijdstip was het nog volop licht en m'n camera plus statief had ik bij me, maar ik gaf gas. 'k Zou er zijn om half acht. Bolsterturf, maandag 8 mei 2006
412 Lieve lente over wei en hei en in het bos. Overal zoemen hommels en bijtjes, vrolijk blij. Op ruwhouten bankje bij de parkeerplaats naar de verboden vennen, zit een jonge moeder met haar blèrend kindje. Rontelom die twee - man en vader is er niet bij - zuigen vlinders de zoete nectar uit gele meizoenhartjes. Tien mins na appelbloesem en meizoentjes, lopen Erpel en ik over paadje tussen wei en bos - langzaam stil. Elke paar mins spied ik door de kijker over pad en langs bosrand, maar ik vind niet wat ik wil zien. Overal krabplaatsen en mishandelde boompjes, maar nergens het lentebruin van reeëdos. Nee, nergens beweging anders dan van verre vogels en van muggen en vlinders en van het oostenwindje dat grassen en onkruid kust. Nergens een reebok die z'n geweitje polijst aan stammetje. Ook nergens 'n rikke met haar kalfje. Bolsterturf, dinsdag 9 mei 2006
413 Wandelen in moerige meimiddag. Rontelom dansen muggen en worden eitjes gelegd. Da's wijfjeswerk, dat leggen. Muggen- en vogelmannen kunnen dat niet. Wel kunnen vogelmannen zingen, zingen en fluiten om het hardst en om het mooist. Vlaming Gaai wint na beïnvloeding van de jury. En die jury, dat ben IK. Twee kauwen vliegen uit spleet in eikestam. De éne vliegt richting dorp. Die gaat zeker wat jatten daar. De ander wil voor me poseren, maar stelt zich niet voor. Daarom baal ik nu, want wie knipte ik op eiketak? Wie is dit? Mevrouw Kauw? Mijnheer Kauw? Welnee, het is gewoon de deurwaarder. Een echtpaar Kauw woont hier illegaal, kraakte gewoon de spleet. Bolsterturf, woensdag 10 mei 2006
413a Stadse Rikke, mooi en hoogzwanger. Ik trof haar gisteravond Stadse Rikke, zo veraf wazig fotogeniek. Ik maakte dertig foto's van d'r, maar wat kan ze ermee? En wat heb ik er aan? Mijn stadse Rikke. Ach, nu ik in allene lentenacht dit relaasje type, vraag ik me af, of ze al weeën heeft. Bolsterturf, woensdag 10 mei 2006
414 Sorry lezers, ik ben wat uit mijn gewone doen, want er is de vossenjacht en er is weer eens varkenspest geconstateerd. De arme beesten werden nog altijd niet geënt! En daarom mogen dierenartsen in en rontelom de pestgebieden nu hun werk niet meer doen. Een varken is eigendom van zijn (bio)boer. Een vos is res nullius, die is van niemand, zolang je hem of haar niet hebt bemachtigd, hebt gevangen of gedood. Hoho, nu niet allemaal gaan proberen om een vos te vangen! Vossen bemachtigen mag nou ook weer niet zomaar. Daarvoor heb je vergunning en/of jachtakte nodig! Maar als je 'n beetje kan schieten en wil betalen, krijg je van of via minister Veerman zowat altijd wel toestemming om vossen te bejagen. Gelukkig voor Reintje en Reininneke Vos is het ruimen en vernietigen van varkens wat makkelijker dan het vangen of doodschieten van een vrije vos. En gelukkig ken ik vossenvrienden op twee benen met poen en/of grond. Veelal rare luitjes, wij Nederlanders. We schreeuwen moord en brand als het om zeehondjes in Canada gaat, maar reppen nooit over het de hersentjes inslaan van hier bij ons geboren vossenwelpjes. Het is niet anders. Helaas. Terwijl vossen worden bejaagd en varkens niet geënt, rijden boeren tonnen en tonnen stront en zeik uit over wei en akker. Blijkbaar willen zowat alle boeren en bioboeren, en ook minister Veerman met z'n aanhang, echt alle weidevogels dood. Bolsterturf, donderdag 11 mei 2006
414a We wandelen door stille meiavond, anderhalf uur door uitgeleefd bos, door bos ingeklemd tussen de vele wegen van stad, bijna stad en dorpen. Dit bos gaat rontelom over in asfalt en huizen, maar in 't bos zelf zijn open plekken met gras, kruiden en bloemetjes. De voor 't wild broodnodige bufferzone van akkers en weiden is er niet meer. Alle landerijen moesten volgepropt met beton en steen. Bolsterturf, donderdag 11 mei 2006
415 In de namiddag even naar 't moeras. En ook ogenblikje naar wat hei en bos. De paden naar moeras en onlandjes blijken weer eens gerestaureerd. Alle kuilen zijn gedicht en alles is, met bulldozer of zo, mooi vlak geschoven. Iets wat van mij niet had gehoeven. Zo kan Jan en alleman weer knoerend hard met auto's en motoren scheuren door het buitengebied. Hoe slechter de wegen, hoe liever ik het heb. Overal wordt hard gejakkerd, over wegen en over akkers. Gelukkig kan een tractor niet zo hard als een auto. Ik verlang terug naar de tijd van boer met paard. En overal stuift het, stuifmeel en zand waaien over de droge, nieuw gezande paden. En ook over de al weer uitgedroogde, pas gegierde akkers stuift het. Geur van stront en zeik. Maar dan lach ik, want een éénhoornkoe staat in groene wei naar me te kijken met snoetuitdrukking van 'man, waar maak je je nou toch druk om?' Ik was doende met kijken naar een lieveheersbeestje op een varenblad, varen op 't puinpad dat leidt naar opa Imkers bijen , toen een mooie metallic bruine auto kwam aangezoefd. In die wagen opa Imker. Opa stopte bij me en zei, op Erpel wijzend: 'Zozo, hij mag altijd met je mee.' Deze zin van hem was meer een conclusie dan een vraag. Op weg van moeras naar hei kom ik door naaldbossen. Overal langs de brede bospaden liggen boomstammen, grote en hoge stapels naar hars riekende stammen. De chauffeurs van de Timberjacks en de mannen met de cirkelzagen, deden de laatste weken weer ontiegelijk hun best. En dat terwijl momenteel de jonge haasjes en reetjes lente 2006 worden geboren! Nee, tuurlijk neem ik het omdoen van de bomen en het vernielen van biotoop de chauffeurs en zagers niet kwalijk. Het is immers het bestuurders- en ambtenarenapparaat, het op macht en invloed beluste, domme groene bordjes -apparaat, dat cirkelzagen en timberjacks de bossen in dirigeert. Laat ik optimistisch en vrolijk blijven. Vrolijk, blij, extravert en optimistisch als opa Imker. Ik kijk om me heen. Zo veel mooi wit rontelom. Zo veel mooi witte bloesem. Te mooie witte lentebloemen allemaal. In de tuin van opa Imker en ook in 't moeras, ook in bos en hei en wei. Wit zijn de ronde pluizenbollen van de gele paardebloemen, wit ook de grote schermbloemen van fluitenkruid en lijsterbes, witter nog het wit van meidoorn, prunus en verwilderde appelboom. Wat maakt het uit, of een appelboom wild of tam is, of oud of jong? Nu ik dit type, moet ik denken aan de appelboompjes van Maria Vasalis. Bolsterturf, vrijdag 12 mei 2006
415a Wij zitten in de late, stille lenteavond, genieten van rosé bij terraskachel. Bolsterturf, vrijdag 12 mei 2006
416 Reebok en zijn geit om vijf uur in de ochtend ![]() ![]() ![]()
Ouwe, slimme reebok en zijn jonge geit. Ik had ze niet verwacht op de plek waar ik ze vanuit de pinda spot. Ze laveien in de stille morgenschemer, langs op pinda na lege parallelweg langs op dit tijdstip nog ondrukke vierstrokenjakkerbaan, in wei waarin ook twee jongbeesten, vaarzen of pinken, lopen. Tegen zessen ziet een ree in vorig jaar roggeveldje me eerder dan ik hem Ik parkeer de pinda langs boskant. Anders dan 's avonds, hoef ik in vroege ochtend geen schrik te hebben dat vandalen m'n wieldoppen, radio of ruitenwisser zullen jatten. Terwijl Erpel en ik 'n paadje tussen bosrand en stukje bosaanplant volgen, zie ik opeens een ree naar me kijken. Ep heeft helemaal geen erg in dit ree, hij kan het niet zien en ook niet ruiken. Hij krijgt er pas lucht van, als we voorbij de plek waar het naar ons stond te kijken komen. Tuurlijk is het dan al weggerend, de donkere bleke bossen in. Ver voor hobbelt door de 20x50 een hermelijn over 't paadje. (Taalkundig goede zin? Ziet u 'm hobbelen door de kijker Beschenen door 't vroeg lentezonnelicht zie ik een spitsbokje, misschien mager gaffelaartje, tegen verre bosrand staan. Helaas wacht dit bokje niet op de camera. Het verdwijnt in de dekking, voordat ik hem op foto kan zetten. Net na zeven uur 'schiet' ik wat konijnen tussendoor; de hazen - 'k zag goed geteld zeven hazen - lieten zich niet mooi knippen Bijna krijg ik ruzie met Ep. Ik loop op m'n gemakje over breed bospad, als hij ineens achter een vuistgroot konijntje aanzit. Het konijntje gilt - rot geluid is dat - en zigzagt over 't pad. Ik zie me genoodzaakt om te gaan schreeuwen, hard schreeuwen tegen Ep, schreeuwen, iets wat ik haat, want van schreeuwen balen honden en vrouwen en door te gaan schreeuwen waarschuw je rontelom alle reeën dat je er aan komt. Na drie keer 'HIER!' en drie keer 'AFF!' gehoorzaamt Ep, zodat dit wolletje op pootjes met de schrik vrij komt. Het struinen moe, rijden Erpel en ik tegen half negen huistoe. Nou ja, ik ben beentje moe. Ep nog lange niet. Als die kon zingen, zou tie zingen: 'We gaan nog niet naar huis, nog lange niet, nog lange niet, nog lange niet naar huis, maar ons moeder heeft een varkensoor...♪♪'. Langzaam rijdend zoek ik alle akkers en weiden en boskanten af. En dan is er om half negen moeder Rikke met haar tweeling'Kijk Ep, laveit daar moeder Rikke?' Moeder Rikke, machtig mooie geit, ze loopt helemaal achteraan in wei nabij camping, halfweg huis en bleke bossen. Ik hanteer meteen de camera, laat de zware kijker in de kofferbak. Die bak durf ik nu echt niet te openen, maar ook m'n kleine digicameraatje kan gebruikt worden om iets verweg dichtbij te toveren. Als ik op haar heb ingezoomd, zeg ik: 'Ja Ep, dit is Rikke met de dikke tiet, met de dikke uier. Ik herken haar aan heur hoofd en oren Veertig weken is een rikke in verwachting. Eind juli, begin augustus is de reebronst. Eind april, begin mei worden de jonkies geboren. 'Nu moet zij jonkies hebben. Ja, moet wel. Nu is ze vast mooie en trotse moeder... Zij en haar kalfjes overleefden de geitenjacht..., die immorele geitenjacht die plaatst vindt in januari, wanneer de kalfjes week of twintig zijn,' zeg ik - in domme boekentaal - tegen Ep. Maar in het lange gras spot ik nergens een kalfje, tot... ik de camera instel op digi zoom. Dan zie ik dat wat ik een takkenhoopje dacht, een piepklein reekoppie is. Na ff zoeken door de lens zie ik nog een koppie. Lieve moeder Rikke Op 30 april zag ik deze moeder Rikke voor het laatst, van dikke honderd meter meer nabij toen. Ja toen, toen was ze nog zwanger, waren haar kalfjes 06 nog niet geboren.Moederree laveit. Ze zekert daarbij vaak en lang. Haar tweeling ligt verscholen in het lange gras. Soms staat er eentje even op. Dat maakt dan een paar dwaze sprongetjes, dartelt naar moeders uier toe. Maar moeder kan nu niet zogen, moeder duwt het weg, zij moet eten, vlug en veel. Naar instinct doet het haar beseffen: veel te gevaarlijk om te voeden in open wei. Een goed half uur geniet ik van het liefzijn en de schoonheid van reemoeder en haar kids, van lieve moeder, of gentle mother, female roe, queen of animal gentle sex - tot plots de kleintjes achter moeders aan het bos in hollen.
Het lef en het verlangen om moeder Rikke en haar kalfjes te gaan besluipen, had ik niet. Het verlangen wel een beetje, maar ik wil geen mooiste fotojager zijn. En zo zijn mijn plaatjes van lieve moeder en lieve reetjes, van leuk reewildgezinnetje zonder vader - pa bok heeft 't ongetwijfeld goed bekeken, die flirt uit zicht van hoge zitten met 'n leuk smalree - toch zeker mooi genoeg Bolsterturf, zaterdag 13 mei 2006
417 Moederdag. Er zijn van die dagen dat ik het erf niet af mag. Zeg ik 's morgens om half negen tegen Erpel: 'Ep ga je mee? FF naar 't moeras.' Eppie mocht met jou en dochters poepen en plassen langs de straat en toen ik klaar was met de achtertuin mocht ik kijken, luisteren ook, naar de duiven en de mussen en de merels op eigen dak en de daken rontelom. Met z'n allen zaten we heel de dag in achtertuinse lentezon. Hoewel geen vaderdag, was er ook voor mij - paps en opa - een kadootje: een zuigflesje. Bij wijn en bier deden we met z'n zessen twee bevallingen nog 'ns over en telden we de gierzwaluwtjes, en - laat in de avond - waren drie mannen het helemaal eens: een vrouw is mooier dan de mooiste rikke. Bolsterturf, zondag 14 mei 2006
418 Erpel en ik zijn per pinda een zonnige ochtend reeën kijken. Er loopt een ree op ongeveer driehonderd meter langs moerasrand; te ver weg om er een foto van te maken. Ik rij door. Maar dan zie ik paar mins later - tegen de zon in! - een sprong reeën van vier. Zo goed als ik 't kan, probeer ik toch wat foto's van ze te maken. Tegen half acht loopt er een man op grens van wei en akker. Hij heeft jagergroen aan. Zonnestralen van vroege lentezon weerkaatsen op de loop van zijn geweer. Ik maak een foto van de man en blijf kijken waarop hij schieten wil. Hij schiet op kraaien. Twintig mins later ben ik in gesprek met hem. Hij zegt tegen me twee kraaien te hebben geschoten, omdat de boeren klaagden over schade aan maïs. Ik verzucht daarop: 'Die boeren toch! Willen die na de weidevogels nu ook de kraaien uitroeien? Ze maken een goede kans, want de kraai is vogelvrij verklaard door Veerman c.s.' Discussie over jacht en jagen. Dat is een oeverloze discussie. Net als over zowat alles in de politiek, zijn ook de meningen over jacht en jagen verdeeld. Mijn mening over jacht en jagen? Oké, ik smijt wat kreten de website in. Weg met de - per definitie onweidelijke - plezierjacht! Je schiet geen dieren dood of ongelukkig omdat je daar plezier in hebt! Laat de natuur zo veel mogelijk zichzelf reguleren. Ben daarom zuinig op vos en havik. Boeren gaan echt niet failliet, omdat kraaien wat rijkelijk met gif tegen onkruid besproeide maïssprietjes nuttigen. Vossen en kraaien horen net zo goed thuis in de natuur als ijsvogeltjes en de koekoek. Er zijn ook andere manieren dan doodschieten van dieren om tuin- en landbouwgewassen te beschermen. Laat plaatselijk - indien echt broodnodig - vakbekwame, jachtbekwame ambtenaren de wildstand binnen de perken houden en laat die mensen dat dan zo weidelijk mogelijk doen. Als ik de jager groet en huiswaarts ga, komt er na een paar honderd meter rijden opeens een grauwe gans of vijftien uit het bos. In vlug tempo steken de ganzen over. Net voor ze het lange weigras bereiken, vang ik twee van hen met jonkies in de berm in de lens. 'Laten we bidden Ep, dat deze wei vandaag niet zal worden gemaaid.' Bolsterturf, maandag 15 mei 2006
418a Even middaguurtje met Erpel naar 't moeras. Kijken of er een ree wakker is. Reeën zijn in de lente vaak ook overdag actief, vooral tussen ongeveer half twee en drie in de middag. De reeën blijken actief, maar ik let niet goed op, want Er dan zit er zomaar een bruinachtige vogel midden op rul zandpad. Ik denk: 'Een patrijs!' Blijkt het bij opvliegen een sperwer te zijn. Even later wijst Erpel me de precieze plek waar de sperwer zat. Het pad is daar op wat keien na keileeg. Toen bij gebrek aan beter maar een er slordig uitziend en zich sloom gedragend zandoogje op gifgroen berenklauwblad gefotografeerd. Bolsterturf, maandag 15 mei 2006
418b Op weg naar waar ik reeën denk te treffen, komen we Erpels knokmaatje tegen. Die is weer op rak geweest. Die doet op zijn gemakje huistoe door de berm. Erpel heeft een hekel aan dit foxje, want hij pist altijd tegen de banden van de pinda als die geparkeerd staat langs de weg waaraan hij woont. Vorig jaar vlogen Ep en hij mekaar 'ns in de haren. Niemand won de knokpartij, want ik kwam als eerlijke scheidsrechter tussenbeide, pakte Ep in zijn nekvel en brulde de vijand bij m'n pinda weg. Rijdend tussen bos en wei zie ik zwarte oorpunten in het gras, op nog geen vijftien meter van de rijbaan. Na het op de foto zetten van 2x2 zwartgepunte en lange oren - als je niet uitstapt en niet de motor afzet, heb je grote kans dat hazen nog een tijdje blijven waar ze zijn - rij ik verder naar het weitje waar ik eergister een reegeit met twee kalfjes zag. Helaas heeft de boer het lange gras inmiddels gemaaid. Wei wordt vaak hooiland. Na een uur posten geen ree gezien. Wel nog een haas dat speelde en dartelde over 't hooi en dat ff ging buurten bij twee jonge koeien in aangrenzend weiland. Om kwart voor tien piep-piep-piep: batterij van camera leeg. Niet erg, want toch hoogste tijd om naar huis te gaan. Maar dan, om vijf voor tien op Eps en mijn weg huistoe: een rikke met één kalfje in wei langs bosrand! De kraaienjager van vanmorgen, vertelde me van deze geit en haar kalf, dus ik spotte bewust naar moeder en kind. Het was net nog licht genoeg voor een foto, maar helaas had ik dus al m'n camera leeggeschoten op hazenoren. Bolsterturf, maandag 15 mei 2006
419 Wandelen in mooie lentemiddag. Twee uurtjes door de bleke bossen. Bijpraten over kids, werk en wonen. Erpel scharrelt voor ons uit over de paden. In de vennen die we aandoen, zwemt hij een hortje. Een ree vlucht uit smalle strook bosaanplant, strook tussen enerzijds twee jaar terug grof getimberjackt grove dennenbos en anderzijds weiland, waarop grauwe ganzen. Vorig jaar heeft de bosbeheerder rogge laten zaaien tussen de jonge boompjes, rogge die niet werd geoogst. Nu staan er waar het koren wegrotte weer nieuwe aren, tweejarig koren is het nu, maar ieler koren dan vorig jaar. Muizen en vogeltjes snoepten van 't winter veel, maar lang niet alle roggekorreltjes weg. Ja, de rog rijst overduidelijk dunner nu, en anders dan vorig jaar groeien er meer grassen en bloemen en onkruiden tussen. Al met al een paradijsje voor vogels, reeën, hazen, konijnen en muizen. Onderweg in 't bos komen we maar een paar mensen tegen: een man in witte broek en wit overhemd die aan 't wandelen is met een vrouw met diepbruine lange benen onder korte zwarte minirok; en verder nog een mooie helblonde jonge juffer op een groot, bruin paard. Zij groet Erpel: 'Hoi, mooi hondje!' En dan vraagt ze vanuit haar hoge zit: 'Is hij een echte boerenfox?' 'Ja,' antwoorden wij, 'een rasfox.' Bolsterturf, dinsdag 16 mei 2006
420 Half drie. Na slagregens in de nacht is er de lieve meimiddag. Ik wandel met Erpel. We zijn in het moeras. Na de nachtelijke hoosbuien ademt 't makkelijker nu dan gister. Alle pollen, alle stuifmeel regende uit de lucht. Een enkele kievit flapt, traag en stil, over stukkie gister gemaaid onland. Waar moer overgaat in gelig ogend maïsakkertje - heer Keuterboer spoot gretig onkruid dood - stappen trager nog twee reigers langs slootkant. Ep rent, verderop langs zelfde sloot, achter een krooi eenden aan. Ik fluit hem terug en foeter zachtjes op hem. Ja, zachtjes, fluisterend, foeter ik, want vos, ree en haas mogen me niet horen schreeuwen. En dan spot ik ze: twee reeën, jonge bok en zijn smalree. Ze laveien aan overkant van sloot en anderhalf meter hoge wal. Wat te doen? Ik doe mijn schoenen en mijn sokken uit en waad door de ondiepe, maar brede sloot. En dan nestel ik me in de dichte, groene wal. Voor me, achter de wal, het onland met de reeën. Op vijftig meter van de lens zijn ze. Met tenen en knieën in brandnetels en met muggen op mijn hoofd en handen, hou ik de camera stil op 'n boomtak. Maar andere takken en ook riet, meiblad en zon zijn in de weg. De zon, die Erpel is onrustig. Hij krijgt toch ietwat lucht van de reeën. Zien kan hij ze niet. Daarvoor is de wal te hoog. Ruiken doet hij ze dus wel. Ik gebaar hem paar keer af. Ook fluister ik hem af. Hij begrijpt en gehoorzaamt. Hij blaft niet. Hij keft niet. Hij piept niet. Hij geeft me gelegenheid om foto's te maken, foto of twintig, pal of schuin tegen zon in. Stil waad ik terug door de sloot, alsmaar Erpel tot kalmte manend. Stil trek ik mijn sokken en werkschoenen weer aan. Dan, ik gebukt en allebei geluidloos, trekken we ons terug, naar boerenpad toe. Ep volgt me, braaf en trouw, hij kleeft aan m'n linkerbeen. Over puinweg pinda toe, mag Ep rakken. Terwijl hij rent en graaft naar muizen, fotografeer ik 'n rare appel aan eiketak. Bolsterturf, woensdag 17 mei 2006
420a Op weg naar 't werk, nauw zichtbaar, beweging op akker langs uitvalsweg en uitvoegstrook. Een haas? Nee, na parkeren in berm zie ik door kijker en lens twee hazen. Mimicry ofwel schutkleur: afhankelijk van haarkleur heeft de éne haas 't wat minder dan de andere. (Hazen zijn anders dan mensen, die hoeven niet altijd alles meer te hebben, denk ik.) Bolsterturf, woensdag 17 mei 2006
421 Op weg naar de bleke bossen, zie ik om half tien 's morgens een verre reebok scharrelen in bosrand. Ik stop m'n pinda, stap uit, loop dikke 100 meter en fotografeer hem vanuit beukenbos. Afstand dan toch nog meer dan 300 grote stappen. Het valt me op, dat de oude bok erg onrustig is, telkens het bos in kijkt. Wanneer ik m'n statief inklap, rennen er opeens twee bokken over, nog kortsprietig, korenveldje. Even vermoed ik mensen in het bos, maar dan begrijp ik: de oude bok die ik op foto zette, zit achter jong bokkie aan. Deze oude bok, hij is groot en sterk en machtig. Hij waant zich keizer van dit beukenbos en rontelomme akkertjes. En het is zo juli, zo bronsttijd. Nee, hij duldt geen rivalen in zijn buurt, die jaagt hij weg: 'Vort! Opflikkeren! De wijven en meiden hier zijn allemaal voor mij!' Tien mins later lijken de bleke bossen wel plotsklaps reeloos. De reeën laten zich weer eens niet zien, maar hun krabplaatsen en kapot geschuurde boompjes verraden me hun aanwezigheid. Geeft allemaal niks, want kijken naar een snelle havik, een slome buizerd en een haas dat wegvlucht door kaal bos is ook fijn. En de spechten roffelen, en de gaaien, vinken en roodborsten lawaaien. En vele vlinders dartelen rontelom, vrolijk blij, door warme zonneschijn na nachtelijke regen. Bolsterturf, donderdag 18 mei 2006
422 Harde lentewind en waterzon uit wilde wolkenlucht. Bij 't van provinciale weg afdraaien, rent op teerweggetje naar parkeerplaats een haas voor de pinda uit. Tegen achten wandelen jij en ik de bleke bossen in. Dan is het nog volop licht. Erpel mag van de lijn. Wel moet hij van ons op de paden blijven en mag hij niet meer dan dertig meter voor lopen. Een paar keer maar moet ik 'm terug fluiten. Tussen hei en bos kijken grauwe ganzenkoppies over weigras. Twee reeën in zelfde wei, zien we te laat. Die laveiden in hoger gras en dichter bij bosrand. Die verdwijnen al tussen donkere stammen, voordat ik ze kan vangen in de zoomlens. Niet erg, want we horen een wulp en kieviten en meeuwen, en ook vinken en roodborsten en we zien nog drie hazen meer. Die hazen zijn paar honderd meter verderop met mekaar aan 't ravotten, op andere, groenere wei. Die rennen door de kijkerglazen, zomaar tussen één zwart en een stuk of tien grijze konijnen door. Men zegt: hazen en konijnen hebben een hekel aan mekaar. Vanavond merken wij daar niets van. Wanneer we op terugweg naar huis akkers en weiden afzoeken naar reeën, vinden we die niet meer. Wel spotten we hazen vijf en zes, wat konijnen en een klein vogeltje met zwart koppie. Hoe zwart dat koppie precies is? Dat weten wij niet, want toen was de zon al lang onder gegaan en moesten de pindalampen aan. Bolsterturf, vrijdag 19 mei 2006
423 05.57: Jij slaapt als 'n zomerroos; ik voel me herfstasperge, maar wil niet je wekker zijn06.03: Erpel springt op achterbank pinda 06.08: Steenuiltje vliegt op uit sintelberm 06.11: Eekhoorntje steekt over en klettert tegen eikestam omhoog 06.17: Fliefde reetjes op grens van wei en maïsakkertje, tussen eikenbos en moer 06.26: Het begint te waaien en te regenen 06.47 : Na koude donderbui warme douche 06.55: En nog slaapt mijn roos Bolsterturf, zaterdag 20 mei 2006
423a Jij en ik op hazenjacht, zomaar tussen wandelen en kletsen door. Bolsterturf, zaterdag 20 mei 2006
423b Tot donker toe wachtte ik op mevrouw Rikke . Bolsterturf, zaterdag 20 mei 2006
424 Ik ging voor reewild. Ik vond een rikke en een bok, door m'n verrekijker. Die twee laveiden ver weg van weg, voorbij akker en weiden, helemaal tegen gindse bosrand. Niks aan de hand, want anders dan de reeën waren vanmorgen de hazen maar honderd meter weg. Nou ja, hazen? Ik zag meer zwartpuntoren dan hazen, ongeveer acht oren op één haas. Wel waren er ook een groene specht, ganzen, eenden, kraaien, roeken, kauwen, houtduiven, kieviten, spreeuwen, vinken en eksters en natuurlijk ook veel konijntjes bij de weg. Nee, weer geen vos gespot. Er zit nauwelijks een vos in bos en ommelanden. Dat vanwege vossenjacht door kippenhouders, boeren, jagers en superkluns-niks-weten-van-vos-en-vogel minister Veerman. Bolsterturf, zondag 21 mei 2006
424a We gaan uit wandelen. Ik parkeer tussen rijweg en fietspad, in soortement middenberm, onder hoge eikenbomen. Deze eiken, dat zijn van die dikke knoeperds waar menigeen zich al tegen doodreed. Erpels lijn, portemonnee, paspoort, rijbewijs, stukje radio, camera en verrekijker nemen we mee. Nergens in de bossen staat tegenwoordig een auto nog veilig en boswachters zijn dure jongens, niet in het minst omdat die nooit n's een autokraker bekeuren. Wat jij en ik wel zien, dat merkt Erpel vaak niet op. Anders dan jij, kijkt hij niet naar het tere groen van berkenblaadjes en lorkennaaldjes. Tuurlijk hoeft dat ook niet. Ik zeg: 'Fijn is samen genieten, fijner ieder voor zich samen genieten.' En dan lachen we, omdat jij daarop vraagt: 'Denk je dat Ep je nu begrijpt?' Samen verschillen we beetje van mening, zijn we het allebei eigenwijs oneens, zelfs nog als jij naar me glimlacht en wijst: 'Kijk! Zo mooi.., dit zachte berkjesgroen, en zo mooi deze teergroene lorkenappeltjes.' Maar ik kijk dan naar de vogels, naar kraaien, duiven, vinken en een bijna witte buizerd die over zwart, zo te zien pas ingezaaid, akkertje tussen verder niets dan weiden zweeft. Erpel vermaakt zich - als altijd - liever met konijnen, hazen en reeën ruiken en met naar muizen graven. Dan zie jij, rechts van 't pad, witte bloemen staan, mooie grote witte bloemen, meter of dertig het bos in, sneeuwwitte bloemen aan voet van grove den. Als jij ze me wijst, snap ook ik er niks van. Nieuwsgierig haasten we naar de bloemen toe. Deze bloemen, ze blijken te staan in hoge, groene vazen. En dan, wat verderop, zijn er meer vazen, meer bloemen ook, veel meer bloemen, heel veel bloemen, allerhande bloemen in allerhande kleuren, bloemen in vazen aan bomenvoeten, bloemen in vazen zomaar neergezet op mos of dennennaalden, snijbloemen allemaal. Weinig pratend, bijna stil, en met Erpel aangelijnd, lopen wij twee door dit bloemenbos, voorbij uitgestrooide as, duizend kleuren bloemen en roze rododendronstruiken. Bolsterturf, zondag 21 mei 2006
425 Erpel en ik waren anderhalf uur naar het moeras, in winderige tweeëntwintig graden tweeëntwintig meimiddag. Op weg er naar toe, liet warme windkracht vijf het lange gras - veel boeren wachtten te lang met maaien - op de vette weiden voor zich buigen. Vier kieften dwarrelden op de wind, boven perceeltje met stronten overgeslagen en nog niet geploegde maïsstoppel, waarop drie reigers en wel honderd blauwe duiven. En langs stuk vanmorgen door waterschap geschoonde sloot, pikte een paartje kraaien stekelbaarsjes en slakjes uit op walkant neergesmeten waterplanten. Bolsterturf, maandag 22 mei 2006
425a Tegen schemer rijdend over parallelweg naast vierbaans autoweg, zie ik twee patrijzen lopen in de berm. Wanneer ik stop rennen ze 'n slordig geoogste preiakker op. Net voor windhoosregenbui zet ik er eentje op foto. Bolsterturf, maandag 22 mei 2006
426 14.30: Ik rij m'n auto achteruit een breed boerenpad op, tot aan eikenbos. Als ik de motor afzet en opzij kijk, staat in hoog gras een reebokje, een jong bastbokje, naar me te kijken, maar meter of twintig van me vandaan. Vanuit de wagen zet ik zijn twee oren en twee spitsen op foto, tot Erpel het bokkie ook ziet en begint te piepen. Dat wordt 't bokkie te veel. Het rent weg, bosrand toe. 15.10: Een donkere buizerd vliegt over puinpad, gaat even zitten op 'n eiketak, vliegt dan weer verder. Belevenisje van niks. Toch geniet ik ervan. 15.25: Er roept een koekoek in top van verdronken berk. Hij blijft, net als de buizerd van daarnet, onvoldoende lang genoeg zitten om op foto te kunnen komen. 16.05: Twee reeën laveien op onlandweitje, aan andere kant van sloot en schapenwei. Ze zijn dikke honderd meter ver. Ik zeg en gebaar: 'Erpel hier! Volg! Achter!' Met Erpel vlak achter me, loop ik gebukt door onlandwei met stuk of veertig zwarte schapen. Als ik na een poosje zo lopen omkijk, is Ep niet meer achter me, maar jakkert hij achter de schapen aan. Als ik hem bij me schreeuw, komt hij direct. En dan ga ik ff de fout in, krijgt hij verbaal ontiegelijk op z'n dondertje (wat ik niet fout vind) plus een paar flinke tikken van me, omdat hij niet achter schapen mag jagen en ook omdat de reeën weg zijn. En dat twee rake tikken geven is dus ontiegelijk fout van me! Je slaat geen dieren! Dat is gemeen en laf! Punt uit! 17.10: Het bastspitsertje van 14.30 uur laveit in de onlandtuin van opa Imker, maar ik word 06 gebeld en moet meteen thuis komen. *Bastbok: een reebok met bastgewei, met een nog niet aan boompjes gepolijst gewei, een gewei met de af te schuren opperhuid er nog omheen. Bolsterturf, dinsdag 23 mei 2006
427 Elk etmaal maak ik mijn dagelijkse rondje bos, hei of moeras, samen met m'n Erpeltje. Vandaag staan bos en moeras op het programma. Na wat speuroefeningen met Eppie spot ik tegen vijven, vanaf zandweg moeras toe, een (andere) reegeit. Zij laveit op d'r gemakje in weitje, aan slootkant. Over maïsakker heen mag ook zij op de foto. Terwijl ik met de kijker vergeefs naar haar kalfje(s) zoek en foto's van haar maak, graaft Eppie naar muizen. Hij kan de rikke niet zien en de rikke kan hem niet zien. En de, vandaag vaak natte, meiwind komt van opzij, waait niet naar ons en niet naar haar. Zij is meer dan honderd meter ver en riet en braamstruiken verbergen met gemak een klein hondje, ook als die bont is met veel wit. Bolsterturf, woensdag 24 mei 2006
428 Om tien uur 's morgens wandelen we met Erpel door recreatiebos. Het is er saai. In motregen zitten wat konijnen in zandwegberm en er zingt één drukke vink die zuiver sies-ke-wiet. Maar dan rent, vijftig meter voor ons, zomaar een vos over 't bospad. We kunnen hem of haar nog een meter of twintig volgen, dennenbos met berk en vogelkers in. Dan verdwijnt Reintje met Ep op de hielen achter een weelderige vogelkers. We laten onze fox maar toedoen. Een volwassen vos kan hij toch niet vangen, die is te snel en te slim voor hem. Maar dat mensen de mooie vogelkers bospest noemen. Te maf gewoon! Ach, is niet anders. Mensen denken niet in bomen en bloesem. Nee, de meeste mensen denken in geld en dus moet van zowat alle bosbezitters de vogelkers worden uitgeroeid. Sjonge zeg, wij vinden de Amerikaanse vogelkers helemaal geen bospest en we voelen de regen niet, want zijn heel blij eindelijk weer 'ns een vos te hebben gezien. Bolsterturf, Hemelvaart donderdag 25 mei 2006
429 Heel de dag regen. Gestage regen. Kille meiregen. Gestage regen: vloek voor kampeerders, jonge eendjes, jonge haasjes en jonge reetjes. Wij lopen door deze regen. 'Kijk!' zeg jij opeens, 'dat kleine vogeltjes op die tak.' Bolsterturf, vrijdag 26 mei 2006
430 We zijn onderweg van huis naar Boksenberg en Pan. Jij ziet rechts twee oren met zwarte punt, lange oren in lang gras, haze n oren. Ik zet de pinda in de berm. Jij draait het raampje aan jouw kant open. Ik maak een vlugge foto, foto van haze n bol met inmiddels platte oren. Dan ziet Eppie ook *het haas, slaat hij aan, gaat hij tekeer, springt hij als een gek, wil hij de auto uit. Ik vloek zachtjes en krijg, ook zachtjes, van jou een preekje. Het haas drukt zich platter, even maar, dan gaat het - onnodig bang - er vandoor. Verdere foto's mislukken door 't heen en weer gedaas op de achterbank, maar als de langoor even met rennen ophoudt, even stil zit, lukt toch nog de laatste foto.Kilometertje verder zie jij, weer rechts en over langer gras heen, een ree. Door de 20x50 blijkt *het een oneven zesender die laveit tegen bos aan. Als ik ben uitgestapt, m'n statief heb uitgeklapt en de camera daarop gemonteerd, verdwijnt bokmans in cameraknip de boswal in. Op het monitortje veel groen zonder reebruin. Wandelend door Pan wijs ik: 'Kijk daar! Een ree'. Jij kijkt verkeerd en ziet het ree niet. Het was je te vlug af, al verdwenen, links het bos in. Als we ongeveer vijftig passen verder zijn, wijs jij: 'Kijk! Daar staat je ree.' Met de camera knipklaar kijk ik verkeerd, kijk ik te ver naar links, mis ik het ree, zie ik nog net een witte bokkont dieper het bos in rennen. Hij zag Eppie die op zijn spoor gedoken was aankomen. Half uurtje later zie ik een ree over maïsakker bos toe rennen. Jij bent dan druk met het terug roepen van Eppie die konijnen hun bouw in jaagt, iets wat hij van je beslist niet mag. Terwijl jij Ep aanlijnt, ben ik vlug genoeg, vang ik de rennende geit twee maal digitaal. Onderweg van Pan en Boksenberg naar huis spot jij, in stromende regen en weer rechts, een patrijzenpaartje in tuurlijk weer maïsakker. Helaas, het hedendaagse Brabants boerenlandschap bevat te vaak niet veel meer dan bioschuren - met ongelukkig vee gevuld - en monotone rijen maïs. Wèg zijn de aardappel-, boekweit-, bieten- en graanakkertjes van vroeger. Sorry, ik dwaal af. De vlugge foto's die ik van de patrijsjes maak, mislukken. Eppie zit weer niet stil, wat maakt dat de twee patrijsjes op foto samen wel zes koppies krijgen. * Jagers spreken van het haas, mijn woordenboek van de haas (m/v). Ook geeft m'n woordenboek aan: de ree (m).Net of een ree niet v kan zijn. m'n woordenboek kan me wat! Bolsterturf, zaterdag 27 mei 2006
431 In de vroege zondagmiddag wandelen jij en ik met Erpel door Oetert, waar we niks waarnemen dan een blauwe reiger, en schreeuwlelijk van een gaai en een heleboel tierelierende en tjiftjaffende zangvogeltjes. Koeien, schapen en paarden zijn tamme beesten. Die doen bij ons maar voor spek en bonen mee. Dat laatste meedoen doen ook zes lawaaiende wandelaars met veel rood en geel en wit aan 't lijf. Bolsterturf, zondag 28 mei 2006
432 Maïsplantjesbroodboer met tractor en gifmasjien Hij is boer met tractor en gifmasjien, boer die leeft van maïsplantjesbrood. Gif dat kruid en onkruid - alles wat niet maïs is - doodt, Planten, pieren, insecten, muizen, kikkers, vissen, vogels, vossen - maïsboeren maken alles dood.
Spitsbokje met geweitje van niks Midden in de meimiddag laveit een spitsbokje in wei met jonge koeien Een ree is geen mens. Kent Bokkie luttevetut?
Reebok en rikke in verloren hoek bleke bossen, dichtbij provinciale weg Ik zit bij diepe poel in ruige wei, luister daar naar kikkerkwaak, Terwijl, vijftig meter achter me, auto's jakkeren en schooljeugd huistoe spoedt, Stil genietend van dit reeënsamenzijn, zie ik jou met wie ik nooit speelde.
Wat doe ik als ik rij en hazen zie? Bolsterturf, maandag 29 mei 2006
432a Onderweg om Erpel ff uit te gaan laten, stop ik de pinda en tuur door de 7x50 naar lichtgroen berkenbosje dat over gaat in donker naaldbos. In weitje rechts van 't berkenbosje loopt een bruine pony. Op kleiner weitje links laveien twee rode reeën, bok en zijn jonge geit. Drie mins later en kleine tweehonderd meter verder, staat dikke honderd meter van weg af één reegeit, lady van middelbare leeftijd. Ze staat daar zomaar wat mooi rood en elegant te wezen, midden in schapenwei tussen eikenbos en moeras. Ik laat haar gerust, want zit in tijdnood, maar - weer paar mins later - laveit het spitsbokje dat ik 23 mei voor 't eerst zag in weihoek waar de koebeesten niet liggen. Ik laat ook hem met rust, want Erpel moet nodig pissen. Bolsterturf, maandag 29 mei 2006
433 Wij rijden bleke bossen toe. Halverwege huis en bossen staan een reebok en zijn geit in heiderand, tien meter maar van asfaltweg. Wanneer ik onze auto in berm parkeer en jij je raampje open draait, springen beiden meteen af, rennen ze door struikhei bos toe. Erpel moet dan even tot kalmte gemaand. Ruim rontelom en bij verboden vennen: Wij wandelen ruim rontelom de verboden vennen. En tuurlijk bezoeken we een paar vennen. Na regen in de dag, is de avondlucht helder en schoon. Van zon af kunnen we heel ver kijken; tegen zon in is het zicht een stuk minder, pal tegen zon in lijken zelfs de witte meeuwen boven de vennen zwart. Voor een avond met matig wind zijn de vogels druk. We horen houtduif, koolmees, lijster, merel, tjiftjaf, vink en roodborst. Ook zingen er vogeltjes - voor ons onzichtbaar in bomen met veel blad of naalden - die we niet bij naam kunnen noemen. Maar druk en luid gepiep uit ronde gaatjes in dode berkenstammen, weten we afkomstig van jonge bonte spechten. Op het grootst verboden ven drijven 'gewone' wilde eenden en ook een vijftal tafeleenden. In de lage, grelle zonnestralen glanzen de groene en rode woerdenkoppen. Anders dan bij mensen, zijn eendenvrouwtjes minder opgedoft dan eendenmannetjes. De tafeleenden zijn het dichtstbij, die komen op de foto. Op weg terug naar de parkeerplaats, spotten we twee hazen op maïsakker langs bosrand. Erpel ziet ook één van de, wel dik honderd meter verre, huppelende hazen. Hij trekt een sprint en jaagt de hazen maïsakker af en bos in. En dan zijn er p aar mins later zwaluwtjes, wulpen en kieviten boven bosrandwei. Eén wulp jubelt naar de lage, maar felle zon. 'Die heeft er zin in,' zeg jij. 'Ja,' antwoord ik, 'misschien morgen weer 'ns mooi zonnig weer. Kijk, de kieften duikelen op een zwarte kraai. Klote eier- en kuikenrover'. 'Mopper toch niet zo,' glimlach jij daarop. Naar huis toe: Rijdend over wei aan oostkant grenzend aan bos en hei, spotten we twee hazen en drie reeën, de hazen dikke honderdvijftig meter weg, de reeën meer dan tweehonderdvijftig meter ver. Ik parkeer in bosrand en dan stappen we uit. Jij neemt Erpel aan de lijn en ook de 7x50 mee. Ik pak camera en statief. 'Zijn ze niet te ver?' vraag je zachtjes. 'Nee hoor, dit kleine kutcameraatje heeft digizoom. En van zo ver verstoren we ze niet,' antwoord ik wat luider. En dan mopper je weer even op me. Tot donker toe kijken we naar de reeën en de hazen. Erpel scharrelt dan wat rond in weirand. Die is te klein om over perceeltje te hooien gras heen het wild te kunnen zien. Wij zien de reeën en de hazen wel, want wij zijn hoger dan reeën en te hooien gras. De reeën en de hazen, zij spelen en zij eten in de koude meiavond. Tot de hazen achter mekaar aan gaan rennen en de reeën, nog wat verder van ons weg, gaan laveien langs zandpad. (Wij weten daar dat pad, liepen er zondag nog over heen.) De twee bokken, oude bok en jonge bok, vegen wat met hun geweitjes langs paar boompjes en alle drie snoepen ze van boomblaadjes, de geit het meest. Bolsterturf, dinsdag 30 mei 2006
434 Wind en buien en werken en even naar het moer. Werken voor centen en om mee te tellen. Erpel uitlaten. Terwijl ik denk aan Manita, Ali, Erik, Remy, Perry, Peter en de anderen si si si sies-ke-wiet vinkenman, duikelt kievitman naar zwarte kraai, wipt het éne haas het andere en zijn reebok en smalree gewoon lief voor mekaar. Bolsterturf, woensdag 31 mei 2006
index mei 2006
|