<<<<<<<<<<<<<< Home >>>>>>>>>>>>>>
Stukjes tekst, video's en foto's van bos, hei en waterkant; over grasduinen en struinen in natuur en veld, over zon en wind en buiten zijn
IntroHoofdpaginaInhoudsopgaveNatuurdagboekRecentVideoHoogzitten en jachthuttenMuziekGedichtenOver bolsterturf en Bolsterturf

Bolsterturfs natuur

B o l s t e r t u r f s  n a t u u r

Dagboek mei 2006

404
Je vindt niet altijd wat je zoekt

Erpel en ik struinen tussen zeven en negen in de ochtend over akkers, weiden en onlandjes. We speuren naar reeën, hazen en vossen, maar vinden die niet. Wel spotten we konijnen, reigers, fazanten, kieviten, lijsters, vinken, roodborsten en merels. En tuurlijk zijn er ook gaaien en kraaien, deze eitjes- en jonkiesrovers zien we elke dag.
De reeën, en ook de hazen, hebben groot gelijk dat ze elders toeven, ergens verweg in luwte van boswal of onder dichte beuken of sparren. En de paar vossen hier zullen in een hol, of in een duiker in droge sloot zitten.
Bar koud is het voor de tijd van het jaar, zo lelijk koud dat er bijna geen mugjes en vliegjes zijn, wat een ramp is voor jonge eendjes, omdat die alleen maar insecten lusten. Als het niet gauw lekker warm en zonnig wordt, zullen veel pulletjes verhongeren.
Toch wel wat vogelzang rontelom. En een paar keer roept een koekoek - dof en droef. Droever nog ogen stille zwaluwtjes die in luwte van boerderij nul uitbundig over met gier besprenkelde wei kruisen. Helaas, het is niet anders: Nederland boerenland, Nederland biozeikland.
Na twee uur sjouwen heb ik nog geen foto gemaakt. Die koekoek roept wel, maar laat zich niet zien. Daarom oefen ik, met optisch en digitaal zoom tegelijk aan, op een koolmeesje. Mislukte foto! Camera en ik blijken te langzaam, te traag: het meesje fladdert weg uit superzoom.

Bolsterturf, maandag 1 mei 2006

404a
Verwegge schemerreeën uit de losse hand knippen met zoom en superzoom

Samen met aangelijnd Erpeltje tussen half acht en half tien in de avond akkers, weiden en onlandjes afgezocht. Om kwart over negen vonden we eindelijk een sprongetje van drie reeën. In laat schemer laveiden, speelden en dartelden de drie wat op wei nabij eikenwal, tussen de 75 en 125 meter van de plek waar we in berm van parallelweg naast jakkerbaan stonden.
Ik maakte foto's van deze te verre reeën, waarbij ik uit de losse hand moest knippen. Een statief had ik niet bij me en op een smalle parallelweg waarop  flink hard wordt gejakkerd, ga je beter niet zitten. Het bermgras bleek zeiknat - ik hou niet van een natte kont - en ook stonden de reeën nooit lang stil. Dus moest ik wel staand en uit de losse hand knippen. Sja, het lukte me niet om dit schemersprongetje met m'n olympus c-765 ultra zoom scherp en helder op de foto te krijgen. Op het minimonitortje van de camera zag het resultaat er niet uit. Ik zag na indrukken van de ontspanknop daarop soms een ree met acht poten. 'Kijk Ep, was ik nu toch maar in het bermgras gaan zitten, zodat ik m'n ellebogen op m'n knieën kon plaatsen.' 'Pfffttt'. 'Maakt niet uit Ep, photo editor auto balance kan toveren.' 'Pfffttt.'
Nee, ik ga ik geen grotere en zwaardere en betere camera aanschaffen. Ik hou niet zo van grote en zware spullen op m'n rug of bungelend voor mijn buik. Mijn veldkijker 20x50 vind ik vaak een onding: te groot, te lomp, te zwaar. Het klein digitaal cameraatje van me, past met zoomlens en al in de zakken van m'n ouwe groene veldjas en bij mooi weer is het aan riempje rond de nek makkelijk mee te nemen.
Ik zie ze wel 'ns bezig op de hei of aan waterplas. Vogelaars bedoel ik. Kanjers van statieven, telescopen en lenzen hebben die mannen. En dan turen ze daarmee uren aan een stuk naar ganzen en eenden, of naar haviken en valken, of misschien wel naar grasmussen en leeuweriken. Ik ben liever in beweging, ik struin liever door bos en hei en ruigte. Ennn... daar hoef ik bij Erpel dus helemaal niet mee aan te komen: met uren en uren turen door telescoop of 60x kijker of -lens niet, nee, voor mij geen nauwgezet gadeslaan van 'n blauwborstje of ijsvogeltje of zo. En ik hoor mezelf al: 'Nee, hij is toch geen zesender Ep. Links heeft deze bok maar één vertakkinkje. Hij is links gaffel en rechts zesender. Wacht, zal ik ook nog ff tellen hoeveel teken er op 'm zitten? We zitten hier nog maar drie uurtjes. Je kan nog wel ff wachten met rakken, nietwaar?'
Mooi is, vind ik, om te grasduinen, om te struinen, kruipen, sluipen, om dwars door hei en akkers te sjouwen, om door bramenwildernis te breken, door beekjes te waden en over sloten te springen, om als je geluk hebt heel onverwacht oog in oog te komen met een dier en om dan vlug genoeg te zijn om het te 'schieten'. Ach, ik loop vaak te suffen en ben meestal nog langzamer dan m'n cameraatje bij koud weer, dus schiet ik meestal mis. Ja ach, had Erpeltje twee pootjes en twee handjes, dan zouden er in deze site mooiere, scherpere en betere foto's staan.

Bolsterturf, maandag 1 mei 2006

405
Genieten van opa Trammelant

Ik zit buiten, in blije, zonnige lentemiddag. Erpel ligt naast me. Die is druk met kauwen op een gedroogd varkensoor, die heeft nu even nergens tijd voor. Kater Bolsterturf dut onder de seringen, in groene woekering van wilde aardbeiplantjes. Bolsterturf is weer helemaal opgeknapt, zijn buikpijn en de dierenarts is hij vergeten.

Wij, Erpel en ik, gingen naar 't moeras. Daar deden we niks, daar zworven we alleen maar wat rond. We braken er door braamstruikwildernisjes en we haalden er natte voeten. Mijn sokken hangen te drogen op de schutting. We kwamen er langs reerustplaatsen en ook langs reeveegboompjes. We luisterden er naar koekoek, merel en lijster. We zaten er in nauw'lijks zuidoostwindje op poelkant, in volle zon en aan rand van onlandweitje. We keken in het zwarte poelwater waarop mugjes dansten en we hoorden kikkers van walkant plonzen.
Opeens waren er kinderstemmen. Het is schoolvakantie, voorjaarsvakantie, lentevrij. Ik gaf weinig aandacht aan het roepen en schreeuwen en zingen van de jeugd. 'k Zat net plezierig wat te mijmeren en mijn kids zijn al groot, die werken al. Maar toen Ep overeind kwam en met stramme pootjes heel alert ging staan turen over 't onland, zag ik ze: twee reeën renden in volle vlucht over het drassig terreintje waarop ik twee hoogzitten weet. Ik was vlug genoeg om de camera aan te zetten en ze te vangen in de lens. Tijd voor inzoomen nam ik niet. Mijn tweede foto mislukte, toen ik die maakte waren de reeën al bijna opgeslokt door elzen-, riet- en wilgenwoudje.

Er staan op reeënfoto nummer twee alleen maar twee reeachterpootjes, maar nu zit ik dus buiten in de tuin. Opa Trammelant heeft z'n radio weer 'ns aan gezet. Kutmuziek. Bovendien is opa aan 't zagen en aan 't boren en aan 't slijpen, wat zo te horen niet zo wil lukken. Opa maakt meer herrie dan eigenlijk nodig. Ik laat hem maar toedoen. 'k Heb even geen behoefte aan luisteren naar dreigen en vloeken en tieren.
Een paartje Turken is aan 't tortelen op lantaarnpaal, achter onze achtertuinen. En heel hoog tussen witte wolken mauwen twee buizerds in het blauw. En dan zie ik ze opeens, zie ik gierzwaluwtjes zwieren benee de buizerds, wel een stuk of dertig. Zo mooi, ja, zo mooi, de Turkse torteltjes en de buizerds en de zwaluwtjes en ook opa Trammelant.

Bolsterturf, dinsdag 2 mei 2006

405a
Dappere man op hoge zit

'Erpel ga je mee?' vraag ik.
'Waar ga je naar toe?' is jouw wedervraag.
'Nog ff naar 't moeras,' antwoord ik.
'Mag ik mee?'
'Als je niet te veel kwebbelt.'
'Hoe bedoel je? Te veel kwebbelt?'
'Sorry, ik bedoel alleen maar dat reeën goeie oren hebben.'
'Je bent toch echt wel een rare doffer. Weet je nog wat je daarnet zei over die tortelduifjes?'
'Jaja, sorry hoor, tuurlijk weet ik dat nog. Zullen we de 7x of de 20x50 meenemen?'
'Doe maar de 7x. Die 20x is zo zwaar aan je nek.'
'Zwaarder dan je borsten in je bra?'
'Als je niks beters weet, blijf ik wel thuis.'
'Sorry.., dus de 7x.'

'Daar ginds staat een auto.'
'Wat voor auto?'
'Een groene landrover of zo. Zal wel van een jager zijn?'
'Mag ik de kijker ff?'
'Ja hoor, die auto staat op 't puinpad door 't moeras. 't Is een nogal groene.. Je ziet 'm als je even rechts voorbij dat vieze boerenschuurtje kijkt.'
'Dat vieze boerenschuurtje?.. Ja, ik zie 'm. Ja, 't is een landrover van het jagersgilde.'

'Deze landrover is leeg, er zit niemes in. Waar zitten die jagers dan? Nergens een mens te bekennen?'
'Ik denk dat ik wel weet waar ze zitten?'
'O ja?.. Waar dan?'
'Mag ik de kijker nog ff ?'
'Tuurlijk.'
'Ik zie 'm al, iemes uit de landrover. Zijn maten zullen op andere hoogzitten hier zitten?'
'Waar is hij dan?'
'Hij zit in 't stoeltje van een hoogzit. Kijk, zie je die allene populier aan 't eind van 't weitje?'
'Ja, zie ik.'
'Erpel! Hierrr blijven! Niet rakken nu!.. Zo'n kogel gaat wel twee kilometer ver.'
'Doe niet zo lelijk tegen Eppie. En zo'n kogel? Wat is er toch met je? Ow... je hebt schrik dat de jagers op Erpeltje schieten?'
'Je kan nooit weten..., maar zie je hem nu?'
'Nee, waar zit die man dan?'
'Hij zit precies in 't midden van de allene populier en het eind van 't wilgenbosje.'
'In 't midden van de allene populier?'
'Kijk, hij kijkt nu naar ons. Je moet de kijker ietsje lager houden.. Zie je die roze vlek in dat verre bosselke? Da's zijn gezicht. En zie je dat wit? Da's, denk ik, een lap of doek waarmee hij muggen wegjaagt van zijn gezicht. Wel een sufferd om dat met een witte lap te doen. Reeën zien wit van een kilometer afstand.'
'Ik zie 'm echt niet. Leg eens wat beter uit.'
'Hij heeft nu weer zijn gezicht afgewend, maar je kan zijn bruine kleren ook goed zien... Hij zit dus op een hoogzit. Die hoogzit staat helemaal achterin en aan de rand van dit weitje, zowat tegen 't moeras aan en precies in het midden van de laatste populier en dat rijtje elzen.'
'Jaaa, ik zie hem nu. Ja, dat roze is zijn gezicht. Hij kijkt wel onze kant op.'
'Ja, nu wel weer. Kom achter deze dikke eik staan. Stel je voor dat hij op ons schiet.'
'Tuurlijk schiet hij niet op ons.'
'Ga toch maar achter deze eik staan. Niks maffer dan een mens, toch?'
'Oké. Kan je 'm op de foto zetten?'
'Ik ga 't proberen. De afstand is ongeveer honderdvijfig meter en 't begint al te schemeren. En ik heb geen statief.'
'Lukt je wel... Ja, doe maar... Ik blijf wel achter deze boom.'
'Ik heb hem een paar keer op de foto, maar weet niet of ik de camera stil genoeg hield.'
'Je hebt hem vast wel, maar wrom heeft i zo'n rozerood gezicht?'
'Weet ik niet. Misschien zat i vandaag veel in de zon. Hij is trouwens wel heel dik ingepakt... Tegen de muggen, denk ik.'
'Ja, de muggen zijn klote. Ze hebben me al een paar keer geprikt... Ik wil niet dat hij een ree doodschiet.'
'Je hebt niks te willen. Hij heeft vergunning om op reeën te schieten.'
'Ja, maar zoveel reeën zitten hier toch niet in dit stukkie moeras?'
'Ja, maar zijn er tien, geven ze op dat er dertig of vijftig zitten... Laten we verder gaan. Het is zo donker... Ik denk niet dat het hier vanavond zal knallen. Spelende kinderen joegen vanmiddag het reewild uit dit stuk moeras.'
'Gelukkig maar.'
'Niet te vroeg juichen. Zo klein is dit moeras nou ook weer niet en de reeën moeten eten en hij is vast niet alleen. Op de andere hoge zitten hier zullen andere jagers zitten.'

'Wat zie je?'
'Twee koppies.'
'Twee koppies? Wat voor koppies?'
'Eendenkoppies. Kijk, ze komen net boven 't weigras uit, schuin links vooruit?'
'Hoeveel meter vooruit? Ah, ik zie ze, 't zijn wilde eendenwoerd en eendje. FF foto van ze maken.'
'Wrom willen jagers eigenlijk reeën schieten?'
'Reeënvlees is duur en lekker en een reegeweitje aan de muur geeft status.'
'Sjonge zeg, een ree heeft geen geweer. Die kan niet terug schieten.'
'Ach, wij lusten graag biefstuk en karbonade en Ep lust graag haas en varkensoor.'
'Toch vind ik het gemeen.'
'Ja, ik ook. Het is en blijft laf om voor je plezier te schieten op dieren die niet terug kunnen schieten.'

Als we tegen tienen thuis komen, is het donker.
'Dappere man op hoge zit,' mopper ik.
'Maar geen schot gevallen,' lach jij.

Bolsterturf, dinsdag 2 mei 2006

406
Nijlganzen op moeraspuinpad en langnekken in paardebloemenwei

Met Erpel aan de lijn fiets ik in zomers aandoende lentemorgen het dorp uit. We gaan richting onland en moeras. Voorbij houten bruggetje over brede maar ondiepe sloot, komen we al gauw op noord-zuid puinpad terecht. Als ik vanaf dat pad onland afzoek naar vogels en wild, blaft opeens in dichte dekking van wilgenwoudje een reebok. Eén blaf maar: 'Beuh!'
'Beste bok, je hebt geluk gehad gisteravond... Wegwezen hier jij! Nu!' roep ik heel hard de wilgen in. De bok antwoordt niet; die wil niet nog 'ns zijn ongenoegen kenbaar maken. Op vogelzang en koekoeksroep na, blijft het stil in de wilgen. Erpel die de bok ook hoorde, kijkt me vragend aan. 'Nee Ep, je mag niet achter hem aan! Je weet toch wel dat alle hazenvrouwen en rikkes nu drachtig zijn of jonkies hebben?'

Dik half uur later, zie ik op puinpad oost-west een vogeltje dat ik niet thuisbrengen kan. Het flierefluit heel ff langs het pad, door berkjes en meidoorn en kamperfoelie en lijsterbes. Een meesje is het niet, ook geen vink of grasmus of braamsluiper. Is het een rietzanger? Is het toch een mat- of zwartkop? Is het een karekiet? Ik krijg geen kans om het op foto te zetten. Ook niet om het in de kijkerglazen te vangen. Het is gewoon te vlug en te beweeglijk.
Maar dan zitten er zomaar twee grote vogels op het pad. Heel even denk ik aan buizerds, maar nee, het betreft een paartje nijlganzen. De ganzen blijven lang genoeg zitten om beetje fatsoenlijke foto van ze te kunnen maken. En dan moeten Erpel en ik terug, want de arbeid wacht op me. Erpel wacht alleen maar een vlug bad in schone sloot of beekje.

Terwijl Erpel door ondiep beekje rent, fotografeer ik nog vlug twee lange nekken in paardebloemenwei. En dan is er thuis gekomen voor mij een blauwe brief en een bekeuring en voor Ep een varkensoor.

Bolsterturf, woensdag 3 mei 2006

407
Overal grootschalig zeik en stront over kleinschalig landschap

Een mooie, warme lentedag met zwak zuidoostenwindje. Daarnet was het in de achtertuin - om vier uur 's middags -  tweeëndertig graden celsius in schuttingschaduw. Nu wandel ik met Erpel langs bos- en moerasrand. Ben je in bos- of moerasrand, ben je zowat altijd ook langs akker en wei.
Over de smalle verharde binnenwegen rijden grote tankauto's met stront en zeik, ook wel gier genoemd. De overvolle bioschuurkelders moeten steeds weer geleegd. Die gier pompen de chauffeurs van de enorme opleggers in rode en gele containers die langs de akkers en weiden staan.  Boeren vullen op hun beurt uit die containers kleinere, blikkerig aandoende tanks, om vervolgens met behulp van tractors de smurrie uit te rijden over het nog niet met maïs ingezaaide land.
Met wind mee komt niet alleen klere herrie van E-3 aangewaaid, maar ook misselijk makende gierlucht. Je stinkt gewoon de nu nog - op wat onkruid na - kale akkers af. En bos en moeras uit.
Nergens in de buurt is er nog een kievit te bekennen! Alle kievitseitjes werden al eerder, en alle toch nog uit het ei gekropen kievitjonkies worden nu bedolven onder bruingele gier! De eitjes en kleintjes van andere vogelsoorten overkwam en overkomt hetzelfde! En tuurlijk ook de jonge haasjes! Zij allemaal kunnen niet ontkomen aan de gele soep en gore stank. De patrijs is mede als gevolg van gieren en stronten al zowat uitgeroeid hiero! Sjonge toch, wat een rotzooi rontelom!
En dan durft die onbekwame en domme, die blinde en dove, want blijkbaar nergens weet van hebbende minister van ons, die Veerman, te beweren dat Reintje de Vos de vogelstand decimeert.
Veerman toch! Laat de vos met rust! Kijk gerust naar de vogels, da's rustgevend en zo, maar veeg voor je iets weet over vogels en vossen, eerst eens voor eigen stinkende bioboerendeur! Veerman, het zijn niet de vossen die de weidevogels uitroeien! U en Uw boeren en Uw ambtenaren en Uw jagers roeien uit, roeien zowel vos als vogel uit!

Bolsterturf, donderdag 4 mei 2006

408
Rare beesten in crossbaanbos langs jakkerbaan

Ik zet mijn pinda in berm van parallelweg langs jakkerbaan en loop met Erpel aan de lijn de benzinebossen in. Op de racebaan daar was vorig weekend nog motorcross grand prix. Wie toen gewonnen heeft, weet ik niet. Ik had helaas geen tijd om naar de wedstrijd te gaan kijken, want vrouw en hond en hazen en reewild gaan bij mij voor motorcross.

In het rulle zand van na paar dagen mooi weer, staan overal op de zandpaden door crosmotoren getrokken strepen. De gemotoriseerde snelheidsduivels zullen, denk ik, denken: waarom ook niet buiten de racebaan racen als er toch nooit door politie en boswachters crosstoezicht uitgeoefend wordt?

Ik loop wat de dagdromen in de warme lentedag..., tot plotsklaps Erpel aanslaat. En dan zie ik ook de panter, ongevaarlijke panter, want panter zonder neus. Erpel gaat te keer alsof hij rottweiler is, maar anders dan mijn bouviers en rottweilers vroeger - wat gaat de tijd toch snel, mijn vierpotige vrienden en vriendinnen van toen zijn al lang dood - heeft hij niet het lef om tegen een groot kunststof roofdier aan te pissen en er in te bijten. Wel gromt hij en loopt hij een rondje om het rare beest, zodat hij er optimaal lucht van kan krijgen. En dan eindelijk vermand (verhond?) Ep zich en snuffelt hij aan de kunststof rover.

Als we verder gaan, Ep en ik, vinden we rontelom meer rare beesten, zoals een beer tussen jeneverbessen en een hert achter een groot rood rond, aan boomtak opgehangen bord. Dit bord verklapt me dat het hert te schieten beest nummer 28 is.

En dan komen twee jonge mannen aangelopen. Deze mannen zijn bezig met rood-wit lint. Ze zetten er de toegangswegen en -weggetjes naar 't bos mee af. Ik praat een hortje met hen. Ze komen over als sympathieke gasten, ja zijn toffe jongens. Dit weekend zullen ze, vertellen ze, met pijl en boog gaan jagen op her en der neergezette beesten. Gewoon voor lol en genoegen de holbewoner spelen.

'Wij jagen milieuvriendelijk,' zegt de oudste van de twee tegen me. Ik denk het mijne van die opmerking, maar heb geen zin in discussie, in woordentwist. Deze gasten vind ik echt sympathiek. Daarom ga ik liever niet tegen hen aan staan zeuren met opmerkingen over jonge haasjes en reetjes en zo. Toch, heel voorzichtig kaart ik wel de haasjes en reetjes aan, waarop de jongste van de twee zegt: 'Hier zit toch niks? Alleen paar konijnen misschien.'

Waarom laat ik nu de hazen en reeën in de steek? Of kan je alleen mensen maar op laffe manier in de steek laten en verraden? Waarom voel ik me nu slechte man anno 1944 die in poging om zijn door de vijand gejatte fiets terug te krijgen een paar Joden verraadt? Het wild heeft het toch al zo moeilijk. Dat wordt van alle kanten belaagd. Moet ik dan niet alle mogelijke moeite doen en pogen om het tegen alles en iedereen in bescherming te nemen?

Kijk, in zowat alle weiden en op veel onlandjes lopen koeien, schapen en ponies die allemaal een hekel aan reeën hebben. Kijk, overal rontelom rijden boeren op tractors. Die boeren zijn in de weer met machines, met landbouwwerktuigen. Ook zijn ze bezig met gif, kunstmest, stront en zeik. Kijk, de gemeente of staatsbosbeheer of een stukje privé bos bezittende man is weer doende met het omkappen en omhakken en omzagen van bomen en struiken. En kijk, in dit crossbaanbos langs jakkerbaan is er altijd wel wat te doen: is er of motorcross, of kampeert er jeugd, of jagen er moderne-holbewoner-spelende-mensen met pijl en hedendaagse dure kruisboog, naar hun zeggen milieu vriendelijk, op kunststof beesten. Tijdens zulk jagen worden vogelnesten verstoord en wordt moeder haas weggejaagd bij haar jonkies. Ook worden reemoeders gescheiden van hun kalfjes, gebeurtenisjes waar deze milieuvriendelijke en met pijl en boog oermensje-spelende-luitjes heel geen erg in hebben. En ach, wat maakt ietsepietsie meer dierellende nu toch uit? Collectief genoegen van mensen moet altijd voorrang krijgen, toch? Welke maffen maken zich nou toch druk om een haasje of een reetje? Toch zeker alleen maar rare oetlulletjes zoals die Bolsterturf met zijn kleine, klote rakhondje?

Ons benzinebosje- en moerasjereewild kan geen kant op. Dat zit gevangen tussen jakkerbanen en crossbaan. Ook gevangen tussen brede kanalen met zwaar beschoeide hoge walkanten, tussen weiden vol vee en tussen gestronte akkers, tussen fabrieksterreinen en tussen dorpen en steden. Alleen in kleine stukjes dichte dekking van 't moerasje en op wat afgelegen onlandjes kan het nog terecht. En als het dan 's morgens vroeg en 's avonds laat te voorschijn durft te komen uit het drassig moer, wordt het vanaf hoge zitten door jagers - sluipschutters met dure buksen en snelle kogels - omver geschoten. Ik kan vrede hebben met de pijl en boog jacht op namaak beesten, maar vind stiekeme hoogzitjacht, plezierjagen in 't geniep op dieren die zich niet kunnen verdedigen, verachtelijk, gemeen en oneerlijk. Ja, ik vind trofee- en plezierjacht laf en roep daarom graag met Calimero mee dat het niet eerlijk is, want sbb, faunabeheer en knjv zijn groot, maar ik en de reeën is klein.

Bolsterturf, vrijdag 5 mei 2006

409
Pollenboswandeling

Stuifmeellente. Pollen rontelom. Met pijnlijke ogen snotteren wij door het pijnboombos, waar op open plek onder drie geringde - en dus dooie - beukenbomen de eerste lelietjes-der-dalen nul zes bloeien.

Voorbij de lelietjes is een pad op pad. Een hij of zij helemaal alleen. Jij scheldt dit diertje beetje eng. Ik niet, ik vind dit padje niet minder mooi dan een kikker.

Ik pak het padje op van 't rul padzand, om het in schaduw neer te zetten, aan rand van sloot en achter stomp van afgezaagde boom waarop taaidroge zwamselpannekoek.

Na half uur wandelen komen we bij verboden ven. Het zacht windje verzamelt stuifmeel aan zijn waterrand. De zuid- en westoevers zien grif geel. Ik wil samen zwemmen in dit geel, maar mag dat niet van jou: 'Ben je maf? Er wandelen wel man en vrouw of tien rontelom dit ven.'

Pinda toe staat er langs puinpad een appelboompje. De negen jaar dat ik het ken - hoe oud het is, weet ik niet - zat er nooit een appel aan. Toch bloeit het ieder jaar volop. 'Zo mooi!' roep jij en je tuit je lippen en kust een wit met roze bloem.

Ep vindt een ree in bosrand en ook een paar konijnen. En dan zien we bij ander verboden ven een Schotse koe in ondiep water. Ik maak foto's van haar, want idyllisch plaatje. En dan hebben we het een tijdje over mensen en diervriendelijkheid:
'Bij streng winterweer wenst staatsbosbeheer haar niet bij te voederen, want dat hoeft niet van de rechter,' zeg jij.
'Ja,' antwoord ik, 'ze mag dan creperen van de honger, achter raster en rooster..., maar als ze geluk heeft, wordt ze naar het slachthuis gebracht.'

Huistoe rijdend zien we drie (van weg af verwegge) reeën op grasgroene korenakker, pal onder hoogzit.

Bolsterturf, zaterdag 6 mei 2006

409a
Een zaterdagnamiddag genieten in de achtertuin

Loomwarme lentemiddag. Stille vrede rontelom. Opa Trammelant is naar zijn kippen in het moer. Jij dut in luie stoel. Naast mij ligt het lente-eiland van Slauerhoff. Ik lees niet, maar kijk naar jou, naar kater Bolsterturf en naar de tuinkabouter. Bolsterturf doet als jij, ligt ook te doezelen. Op de schutting tsjilpt een mussevrouw, een merelman kwijlt in goot een liefdesliedje en tussen de witte seringen sieskewiet 'n fliefde vrije vink.

Ik kom er niet uit, ik durf je niet wakker kussen en dus ook niet vragen wat je mooier vindt. Je kattenbeeldje naast Bolletje of je kabouter? Onze gele aarbeibloempjes helemaal uit Oostenrijk? De zonne- of de schaduwseringebloesem? Een eerst ontloken knop van aangewaaide bloemes?

Bolsterturf, zaterdag 6 mei 2006

409b
Stadsreeën in avondschemer

Na half negen in de avond met Erpel per pinda wezen reeën kijken. Honderd meter van uitvalsberm stadtoe, laveide een sprongetje van drie op weitje langs drukke vierbaansweg, maar een kilometer van het stadscentrum verwijderd.

Tijdens tien mins fotograferen, jakkerden honderden auto's aan Ep en mij in pinda, en ook aan de reeën op de wei, voorbij. Veel bestuurders keken opzij. Hoeveel van hen zagen de reeën?

Bolsterturf, zaterdag 6 mei 2006

410
Benzineboslentezondagavondhalf tienschemerreeën

Net na achten loop ik met Erpel aan de voet moeraspuinweg af. We speuren en spieden naar reeën. We zien er geen en dus mag - terwijl ik foto's maak van mooi zacht wit - m'n maatje ff rakken over onlandweitje.

Even over half tien rijden Ep en ik over schemerdonker parallelweggetje langs Strabhei. Als ik m'n pinda stil zet in de berm, komen er van achter en van voor een paar auto's met sukkelgangetje voorbij. In de auto's zitten mannen, in elke wagen één, mannen die in akelig tergend langskomen naar me gluren. Ik krijg de rillingen en zeg: 'Ep, we moeten verder gaan.'

En dan is na overhaaste vlucht een kwartier later de lenteavond gul en goed voor me, zie ik vanaf flikkervrij binnenweggetje een viersprong verre reeën op weitje tegen ons berkenbosje aan.

Bolsterturf, zondag 7 mei 2006

411
Voor eten en werken uurtje fietsen door lekker lentebriesje uit het oosten

Ik zat te lezen in de achtertuin toen de telefoon ging. 'A.C. is ziek en ik heb een bruiloft. Of je vanavond wil komen werken?' Ik wilde reeën gaan kijken, maar ging dus werken.

Wel nog met Erpeltje een dik uur wezen fietsen. Daar was niet zo veel aan, want 't stonk rontelom naar gier en 'k zag geen reeën langs de zand- en puinpaden. Ook geen hazen en vossen. En nergens riep een patrijsje. Wel sieskewietten er vinken, schreeuwden er gaaien en zongen er mezen en merels. Hier en daar maar buitelde een kievitman en heel soms kokte een haanfazant. Maar de lentewind - droge en stevige bries uit 't oosten - was verrukkulluk in mijn gezicht en in de sloten rumoerden superdruk de wilde eenden. Die groengeilkoppige woerden toch, die zijn gewoon te erg, die laten de eendjes niet met rust, die willen alsmaar wippen.

Om half acht stapte ik in m'n auto. Vijf mins later zag ik vanaf afslag naar vierbaansweg de driesprong stadsreeën. Op dat tijdstip was het nog volop licht en m'n camera plus statief had ik bij me, maar ik gaf gas. 'k Zou er zijn om half acht.

Bolsterturf, maandag 8 mei 2006

412
Lieve lente over wei en hei en in het bos

Lieve lente over wei en hei en in het bos. Overal zoemen hommels en bijtjes, vrolijk blij. Op ruwhouten bankje bij de parkeerplaats naar de verboden vennen, zit een jonge moeder met haar blèrend kindje. Rontelom die twee - man en vader is er niet bij - zuigen vlinders de zoete nectar uit gele meizoenhartjes.
Tussen dit bankje en de verboden vennen staat, in stukje vervuild en getimberjackt brandnetelbos, een witte appelboom, één allene appelboom die torent boven grassen, brandnetels en varens. Een dode stam vol houtworm en boktor is zijn naaste buur. Toch..., deze ouwe eenzame appelboom, hij droomt nog altijd van liefde en bestuiving, want kijk, soms kleurt zijn witte bloesem roze, bloost hij met zijn bloempjes.

Tien mins na appelbloesem en meizoentjes, lopen Erpel en ik over paadje tussen wei en bos - langzaam stil. Elke paar mins spied ik door de kijker over pad en langs bosrand, maar ik vind niet wat ik wil zien. Overal krabplaatsen en mishandelde boompjes, maar nergens het lentebruin van reeëdos. Nee, nergens beweging anders dan van verre vogels en van muggen en vlinders en van het oostenwindje dat grassen en onkruid kust. Nergens een reebok die z'n geweitje polijst aan stammetje. Ook nergens 'n rikke met haar kalfje.
Opeens breekt, tien meter voor ons uit, een jonge bok door 't kaalhoog mastbos. Ep kreeg geen lucht van hem en ik zag 'm, ondanks aandachtig spieden, niet. Het ree snelt weg, raakt meteen uit zicht tussen laten liggen takkenwirwar van vorig jaar gecirkelzaagde pijnbomen. Maar dan verwonder ik me, want m'n hondje - dat ik even was vergeten en dat ik niet had aangelijnd - staat nog naast me. Hij kijkt naar me omhoog, met ogen die vragen: 'Ik ging niet achter hem aan! Vind je dat niet keigoed van me?'

Bolsterturf, dinsdag 9 mei 2006

413
Uurtje genieten van dansmuggen, vogelzang en kauwen

Wandelen in moerige meimiddag. Rontelom dansen muggen en worden eitjes gelegd. Da's wijfjeswerk, dat leggen. Muggen- en vogelmannen kunnen dat niet. Wel kunnen vogelmannen zingen, zingen en fluiten om het hardst en om het mooist. Vlaming Gaai wint na beïnvloeding van de jury. En die jury, dat ben IK.

Twee kauwen vliegen uit spleet in eikestam. De éne vliegt richting dorp. Die gaat zeker wat jatten daar. De ander wil voor me poseren, maar stelt zich niet voor. Daarom baal ik nu, want wie knipte ik op eiketak? Wie is dit? Mevrouw Kauw? Mijnheer Kauw? Welnee, het is gewoon de deurwaarder. Een echtpaar Kauw woont hier illegaal, kraakte gewoon de spleet.

Bolsterturf, woensdag 10 mei 2006

413a
Stadse Rikke, mooi en zwanger. Ik trof haar gisteravond, toen ik moest gaan werken

Stadse Rikke, mooi en hoogzwanger. Ik trof haar gisteravond, toen ik moest gaan werken. Ze liep te kuieren in de avondzon, honderdvijftig meter van uitvoegstrook, tussen speelbosje en pas gestront akkertje, ergens aan snelweg tussen nieuwbouwwijk en stad.

Stadse Rikke, zo veraf wazig fotogeniek. Ik maakte dertig foto's van d'r, maar wat kan ze ermee? En wat heb ik er aan?

Mijn stadse Rikke. Ach, nu ik in allene lentenacht dit relaasje type, vraag ik me af, of ze al weeën heeft.

Bolsterturf, woensdag 10 mei 2006

414
Minister Veerman, varkenspest en weidevogels

Sorry lezers, ik ben wat uit mijn gewone doen, want er is de vossenjacht en er is weer eens varkenspest geconstateerd. De arme beesten werden nog altijd niet geënt! En daarom mogen dierenartsen in en rontelom de pestgebieden nu hun werk niet meer doen.
Ik vraag me af: dierenartsenwerk in de bio-industrie, wat is dat eigenlijk voor werk als enten tegen enge ziekten niet mag?

Een varken is eigendom van zijn (bio)boer. Een vos is res nullius, die is van niemand, zolang je hem of haar niet hebt bemachtigd, hebt gevangen of gedood. Hoho, nu niet allemaal gaan proberen om een vos te vangen! Vossen bemachtigen mag nou ook weer niet zomaar. Daarvoor heb je vergunning en/of jachtakte nodig! Maar als je 'n beetje kan schieten en wil betalen, krijg je van of via minister Veerman zowat altijd wel toestemming om vossen te bejagen.
Sjonge zeg, Veerman schijnt inderdaad veren te hebben, want hij gedraagt zich als kip, geeft blijk bang voor vossen te zijn. Ach, lulkoek, want hij heeft momenteel meer schrik voor varkens, al is het maar omdat hij te stug, te koppig, te dieronvriendelijk, te bang, te laf, te immoreel is om ze te laten enten.

Gelukkig voor Reintje en Reininneke Vos is het ruimen en vernietigen van varkens wat makkelijker dan het vangen of doodschieten van een vrije vos. En gelukkig ken ik vossenvrienden op twee benen met poen en/of grond.

Veelal rare luitjes, wij Nederlanders. We schreeuwen moord en brand als het om zeehondjes in Canada gaat, maar reppen nooit over het de hersentjes inslaan van hier bij ons geboren vossenwelpjes.

Het is niet anders. Helaas. Terwijl vossen worden bejaagd en varkens niet geënt, rijden boeren tonnen en tonnen stront en zeik uit over wei en akker. Blijkbaar willen zowat alle boeren en bioboeren, en ook minister Veerman met z'n aanhang, echt alle weidevogels dood.

Bolsterturf, donderdag 11 mei 2006

414a
Avondwandeling in bufferloos bos

We wandelen door stille meiavond, anderhalf uur door uitgeleefd bos, door bos ingeklemd tussen de vele wegen van stad, bijna stad en dorpen. Dit bos gaat rontelom over in asfalt en huizen, maar in 't bos zelf zijn open plekken met gras, kruiden en bloemetjes. De voor 't wild broodnodige bufferzone van akkers en weiden is er niet meer. Alle landerijen moesten volgepropt met beton en steen.
Terwijl we lopen, vertel jij over je werk, je vriendinnen en je plannen met mij en de in blijheid verwachte baby van onze oudste. Erpel heeft het druk met pissen over de - voor 't menselijk oog onzichtbare - plas van eerder over 't pad gekomen honden. Tussendoor zit hij achter wat konijnen die wegrennen uit bosrand aan. Ik kijk uit naar reebokveegboompjes, waarbij ik maar drie door reekroontje beschadigde stammetjes vind. Timberjack maakte er ontiegelijk veel meer kapot.
In modderwater van wat dertig jaar terug mooi meertje was, schuifelt een waterhoentje door slordig riet. Ook kwaken er stuk of tien groene kikkers. Verder horen we alleen maar spechten, duiven, gaaien, kraaien, merels, vinken, mezen en mensen. 't Meest van al lawaaien de mensen. Vanaf voetbalveld komt mannengeschreeuw, mountainbikers roepen in 't over smalle wandelpaadjes voorbij racen tegen mekaar. Een man en vrouw maken ruzie op 't bankje bij de poel. 'Zij zal wel winnen van hem, want ze kwekt het hardst,' lach ik. 'Hoezo?' vraag jij. 'Ep teruggg,' brul ik. Over verharde weg knettert een colonne motorduivels en een hard rijdende auto stoft zand op. Wij vreten dat stuifzand. En dan krijg ik op m'n donder van je, omdat ik groffe taal bezig.

Bolsterturf, donderdag 11 mei 2006

415
Gesprekje met opa Imker

In de namiddag even naar 't moeras. En ook ogenblikje naar wat hei en bos. De paden naar moeras en onlandjes blijken weer eens gerestaureerd. Alle kuilen zijn gedicht en alles is, met bulldozer of zo, mooi vlak geschoven. Iets wat van mij niet had gehoeven. Zo kan Jan en alleman weer knoerend hard met auto's en motoren scheuren door het buitengebied. Hoe slechter de wegen, hoe liever ik het heb. Overal wordt hard gejakkerd, over wegen en over akkers. Gelukkig kan een tractor niet zo hard als een auto. Ik verlang terug naar de tijd van boer met paard. En overal stuift het, stuifmeel en zand waaien over de droge, nieuw gezande paden. En ook over de al weer uitgedroogde, pas gegierde akkers stuift het. Geur van stront en zeik. Maar dan lach ik, want een éénhoornkoe staat in groene wei naar me te kijken met snoetuitdrukking van 'man, waar maak je je nou toch druk om?'

Ik was doende met kijken naar een lieveheersbeestje op een varenblad, varen op 't puinpad dat leidt naar opa Imkers bijen , toen een mooie metallic bruine auto kwam aangezoefd. In die wagen opa Imker. Opa stopte bij me en zei, op Erpel wijzend: 'Zozo, hij mag altijd met je mee.' Deze zin van hem was meer een conclusie dan een vraag.
Opa Imker is een sympathieke man, wat ouder dan ik. Hij vertelde en vroeg honderd uit. Hij vroeg naar waar ik woon en ook of Erpel ratten vangen kan. Hij verhaalde over zijn bijen en zijn bijenkasten. Ook over hoe zijn kasten wel eens omver waren getrapt en zijn spulletjes vernield. Toch mopperde en klaagde hij niet, nee, hij was optimistisch en lachte veel. Opa Imker is een heel ander type man dan opa Trammelant.
'Ik ben heel de morgen bezig geweest,' vertelde hij met grote glimlach, 'met m'n kasten.' En toen kwam er een brede waterval van - langzaam, bedachtzaam, rustig gesproken - vloeiende zinnen.
Anders dan ik had gedacht, spreekt opa zowat zuiver ABN. Hij ziet er uit als gezonde, optimistische, open landman, man van wind en zon en altijd buiten zijn, niet als theoretisch ingestelde boekenkastgeleerde. Ja, ik vind deze opa een erg sympathieke en aardige man. Een wijze man ook. En opa is dus iemand die goed vertellen kan: '... Het is een schone tijd. Ik ben wel dertig keer gestoken. De bijen zijn wild. Je moet er nu niet naar toe gaan met je hondje. Jij weet het wel, maar je hondje is niet wijzer. Die heeft geen verstand zoals wij. Maar slim lijkt hij me wel. Kijk, ze hebben me echt goed te pakken gehad...' Opa toonde me zijn, door de vele steken flink opgezwollen, armen, polsen en handen. '... Maar ik kan er tegen, heb er verder geen last van. Maar zo veel muggen dit jaar. Tegen muggensteken kan ik niet. Daar word ik ziek van. Zo veel muggen dit jaar. Ik heb 18 kasten over van mijn 36. Precies de helft van mijn volken overleefde de winter. Er zijn er die alle kasten dood hebben. Maar nu kan ik dit jaar minder bijen kwijt bij tuinders. m'n bijen bestuiven de kassen.'
Desgevraagd vertelde opa me ook, dat in de potjes op zijn bijenkastjes suiker zit, '... , ja, gewoon suiker voor de bijen.'
Opa kreeg opeens haast, maar vertelde, voor weg te zoemen over 't puinpad, nog vlug dat hij niet ziek, maar een paar maand naar Zweden is geweest. '... Ja, naar Zweden. Met m'n ouwe auto. Ik doe die niet weg. Is al dertien jaar, m'n Toyota.'
(Nu ik dit type betrap ik mezelf erop, dat ik 't merk van opa's nieuwe auto niet weet.)

Op weg van moeras naar hei kom ik door naaldbossen. Overal langs de brede bospaden liggen boomstammen, grote en hoge stapels naar hars riekende stammen. De chauffeurs van de Timberjacks en de mannen met de cirkelzagen, deden de laatste weken weer ontiegelijk hun best. En dat terwijl momenteel de jonge haasjes en reetjes lente 2006 worden geboren! Nee, tuurlijk neem ik het omdoen van de bomen en het vernielen van biotoop de chauffeurs en zagers niet kwalijk. Het is immers het bestuurders- en ambtenarenapparaat, het op macht en invloed beluste, domme groene bordjes -apparaat, dat cirkelzagen en timberjacks de bossen in dirigeert.

Laat ik optimistisch en vrolijk blijven. Vrolijk, blij, extravert en optimistisch als opa Imker. Ik kijk om me heen. Zo veel mooi wit rontelom. Zo veel mooi witte bloesem. Te mooie witte lentebloemen allemaal. In de tuin van opa Imker en ook in 't moeras, ook in bos en hei en wei. Wit zijn de ronde pluizenbollen van de gele paardebloemen, wit ook de grote schermbloemen van fluitenkruid en lijsterbes, witter nog het wit van meidoorn, prunus en verwilderde appelboom.

Wat maakt het uit, of een appelboom wild of tam is, of oud of jong?

Nu ik dit type, moet ik denken aan de appelboompjes van Maria Vasalis.
Deze mevrouw Margaretha Droogleever Fortuyn - Leeenmans kon het toch zo ontiegelijk mooi verwoorden.

Bolsterturf, vrijdag 12 mei 2006

415a
Late avond terraskachel thuis

Wij zitten in de late, stille lenteavond, genieten van rosé bij terraskachel.
Daarnet hoorden we de koekoek in het moer en zagen we een ree op puinweg.
Nu zijn er vleermuisjes om naar te kijken en luisteren we naar elkaar.

Bolsterturf, vrijdag 12 mei 2006

416
Reebok en zijn geit, reemoeder met twee kalfjes en nog wat losse reeën meer

Reebok en zijn geit om vijf uur in de ochtend

Ouwe, slimme reebok en zijn jonge geit. Ik had ze niet verwacht op de plek waar ik ze vanuit de pinda spot. Ze laveien in de stille morgenschemer, langs op pinda na lege parallelweg langs op dit tijdstip nog ondrukke vierstrokenjakkerbaan, in wei waarin ook twee jongbeesten, vaarzen of pinken, lopen.
Zo mooi, zo mooi om te zien, dit donkere schemerreeënpaar tussen gele brem en witte paardebloemenpluizenbollen.

Tegen zessen ziet een ree in vorig jaar roggeveldje me eerder dan ik hem

Ik parkeer de pinda langs boskant. Anders dan 's avonds, hoef ik in vroege ochtend geen schrik te hebben dat vandalen m'n wieldoppen, radio of ruitenwisser zullen jatten. Terwijl Erpel en ik 'n paadje tussen bosrand en stukje bosaanplant volgen, zie ik opeens een ree naar me kijken. Ep heeft helemaal geen erg in dit ree, hij kan het niet zien en ook niet ruiken. Hij krijgt er pas lucht van, als we voorbij de plek waar het naar ons stond te kijken komen. Tuurlijk is het dan al weggerend, de donkere bleke bossen in.

Ver voor hobbelt door de 20x50 een hermelijn over 't paadje. (Taalkundig goede zin? Ziet u 'm hobbelen door de kijker?) Niet lang heb ik het plezier, om eindelijk weer eens een hermelijn te zien. Gauw genoeg raakt het venijnig rovertje uit kijkerzicht.

Beschenen door 't vroeg lentezonnelicht zie ik een spitsbokje, misschien mager gaffelaartje, tegen verre bosrand staan. Helaas wacht dit bokje niet op de camera. Het verdwijnt in de dekking, voordat ik hem op foto kan zetten.

Net na zeven uur 'schiet' ik wat konijnen tussendoor; de hazen - 'k zag goed geteld zeven hazen - lieten zich niet mooi knippen

Bijna krijg ik ruzie met Ep. Ik loop op m'n gemakje over breed bospad, als hij ineens achter een vuistgroot konijntje aanzit. Het konijntje gilt - rot geluid is dat - en zigzagt over 't pad. Ik zie me genoodzaakt om te gaan schreeuwen, hard schreeuwen tegen Ep, schreeuwen, iets wat ik haat, want van schreeuwen balen honden en vrouwen en door te gaan schreeuwen waarschuw je rontelom alle reeën dat je er aan komt. Na drie keer 'HIER!' en drie keer 'AFF!' gehoorzaamt Ep, zodat dit wolletje op pootjes met de schrik vrij komt.

Het struinen moe, rijden Erpel en ik tegen half negen huistoe. Nou ja, ik ben beentje moe. Ep nog lange niet. Als die kon zingen, zou tie zingen: 'We gaan nog niet naar huis, nog lange niet, nog lange niet, nog lange niet naar huis, maar ons moeder heeft een varkensoor...♪♪'. Langzaam rijdend zoek ik alle akkers en weiden en boskanten af.

En dan is er om half negen moeder Rikke met haar tweeling

'Kijk Ep, laveit daar moeder Rikke?' Moeder Rikke, machtig mooie geit, ze loopt helemaal achteraan in wei nabij camping, halfweg huis en bleke bossen. Ik hanteer meteen de camera, laat de zware kijker in de kofferbak. Die bak durf ik nu echt niet te openen, maar ook m'n kleine digicameraatje kan gebruikt worden om iets verweg dichtbij te toveren. Als ik op haar heb ingezoomd, zeg ik: 'Ja Ep, dit is Rikke met de dikke tiet, met de dikke uier. Ik herken haar aan heur hoofd en oren.'
'Pffttt,' antwoordt Ep, maar hij drukt z'n zwarte dropper tegen ruit aan en blikt gretig over de wei. Ep weet het wel, weet wel dat er iets te kijken valt wanneer ik langzaam rij en dan plotsklaps stop en camera of kijker pak. Als Rikke opkijkt en paar stappen doet, ziet hij haar.
'Sttt Ep, niet piepen nu en stil zitten. Baasje wil paar foto's maken. Ga maar af. Afff!... Afff!'
(U hoeft met Erpel geen meelij te hebben. Voor huistoe gaan, mocht i rakken over onlangs gemaaide lege wei en boerenpaden.)

Veertig weken is een rikke in verwachting. Eind juli, begin augustus is de reebronst. Eind april, begin mei worden de jonkies geboren. 'Nu moet zij jonkies hebben. Ja, moet wel. Nu is ze vast mooie en trotse moeder... Zij en haar kalfjes overleefden de geitenjacht..., die immorele geitenjacht die plaatst vindt in januari, wanneer de kalfjes week of twintig zijn,' zeg ik - in domme boekentaal - tegen Ep. Maar in het lange gras spot ik nergens een kalfje, tot... ik de camera instel op digi zoom. Dan zie ik dat wat ik een takkenhoopje dacht, een piepklein reekoppie is. Na ff zoeken door de lens zie ik nog een koppie.

Lieve moeder Rikke

Op 30 april zag ik deze moeder Rikke voor het laatst, van dikke honderd meter meer nabij toen. Ja toen, toen was ze nog zwanger, waren haar kalfjes 06 nog niet geboren.

Moederree laveit. Ze zekert daarbij vaak en lang. Haar tweeling ligt verscholen in het lange gras. Soms staat er eentje even op. Dat maakt dan een paar dwaze sprongetjes, dartelt naar moeders uier toe. Maar moeder kan nu niet zogen, moeder duwt het weg, zij moet eten, vlug en veel. Naar instinct doet het haar beseffen: veel te gevaarlijk om te voeden in open wei.

Een goed half uur geniet ik van het liefzijn en de schoonheid van reemoeder en haar kids, van lieve moeder, of gentle mother, female roe, queen of animal gentle sex - tot plots de kleintjes achter moeders aan het bos in hollen.

Het lef en het verlangen om moeder Rikke en haar kalfjes te gaan besluipen, had ik niet. Het verlangen wel een beetje, maar ik wil geen mooiste fotojager zijn. En zo zijn mijn plaatjes van lieve moeder en lieve reetjes, van leuk reewildgezinnetje zonder vader - pa bok heeft 't ongetwijfeld goed bekeken, die flirt uit zicht van hoge zitten met 'n leuk smalree - toch zeker mooi genoeg?

Bolsterturf, zaterdag 13 mei 2006

417
Moederdag

Moederdag. Er zijn van die dagen dat ik het erf niet af mag. Zeg ik 's morgens om half negen tegen Erpel: 'Ep ga je mee? FF naar 't moeras.'
Ep staat al bij de deur als jouw antwoord uit de keuken komt: 'Niks daarvan! De kids komen zo en jij beloofde om te stofzuigen en de achtertuin te doen.'
't Stofzuigen nog niet af, zijn dochters met aanhang en kids er al.

Eppie mocht met jou en dochters poepen en plassen langs de straat en toen ik klaar was met de achtertuin mocht ik kijken, luisteren ook, naar de duiven en de mussen en de merels op eigen dak en de daken rontelom.

Met z'n allen zaten we heel de dag in achtertuinse lentezon. Hoewel geen vaderdag, was er ook voor mij - paps en opa - een kadootje: een zuigflesje.

Bij wijn en bier deden we met z'n zessen twee bevallingen nog 'ns over en telden we de gierzwaluwtjes, en - laat in de avond - waren drie mannen het helemaal eens: een vrouw is mooier dan de mooiste rikke.

Bolsterturf, zondag 14 mei 2006

418
Ochtendreeën, ochtendjager en ochtendganzen

Erpel en ik zijn per pinda een zonnige ochtend reeën kijken. Er loopt een ree op ongeveer driehonderd meter langs moerasrand; te ver weg om er een foto van te maken. Ik rij door. Maar dan zie ik paar mins later - tegen de zon in! -  een sprong reeën van vier. Zo goed als ik 't kan, probeer ik toch wat foto's van ze te maken.

Tegen half acht loopt er een man op grens van wei en akker. Hij heeft jagergroen aan. Zonnestralen van vroege lentezon weerkaatsen op de loop van zijn geweer. Ik maak een foto van de man en blijf kijken waarop hij schieten wil. Hij schiet op kraaien. Twintig mins later ben ik in gesprek met hem. Hij zegt tegen me twee kraaien te hebben geschoten, omdat de boeren klaagden over schade aan maïs. Ik verzucht daarop: 'Die boeren toch! Willen die na de weidevogels nu ook de kraaien uitroeien? Ze maken een goede kans, want de kraai is vogelvrij verklaard door Veerman c.s.'
In m'n gesprek met deze jager stel ik verder: 'Moet dat kraaien schieten ook in de lente? Als jouw beide nu dooie kraaien een ouderpaar vormden, mogen hun jonkies geluk kraaien als ze worden opgevreten door boerenkat, havik of sperwer of zo. Worden ze niet opgepeuzeld, dan zullen ze verhongeren, misschien omkomen van dorst.' De jager geeft goed verweer, heeft een paar degelijke argumenten. Hij wijst me erop, dat boeren het moeilijk hebben en ook moeten eten. Daarnaast weet hij, dat er in de gemeente- en staatsbossen helemaal niet gejaagd mag worden. Zaken waar ik al wel weet van had. Toch, verd..., wat is dit toch met me? Deze man, deze jager kan ik als man om mee te praten niet onsympathiek vinden. Ik voer een lang gesprek met hem. Hazenjacht, reeënjacht en kraaienjacht komen aan de orde.  Hij vertelt me wat hij weet van reeën en hazen en zo, maar hij draagt dus ook een paar steekhoudende argumenten pro jacht aan: het snelverkeer dat beschermd moet worden tegen overstekend wild; schade door wild en vogels aan gewas; een ree dat op hoge leeftijd de hongerdood sterft, omdat het gebit versleten is en het niet meer kauwen kan; het feit dat de natuurlijke vijanden van het reewild er niet meer zijn; het feit dat er veel te veel kraaien, kraaien die kleine vogeltjes, haasjes en konijntjes de ogen uitpikken, zijn.

Discussie over jacht en jagen. Dat is een oeverloze discussie. Net als over zowat alles in de politiek, zijn ook de meningen over jacht en jagen verdeeld. Mijn mening over jacht en jagen? Oké, ik smijt wat kreten de website in. Weg met de - per definitie onweidelijke - plezierjacht! Je schiet geen dieren dood of ongelukkig omdat je daar plezier in hebt! Laat de natuur zo veel mogelijk zichzelf reguleren. Ben daarom zuinig op vos en havik. Boeren gaan echt niet failliet, omdat kraaien wat rijkelijk met gif tegen onkruid besproeide maïssprietjes nuttigen. Vossen en kraaien horen net zo goed thuis in de natuur als ijsvogeltjes en de koekoek. Er zijn ook andere manieren dan doodschieten van dieren om tuin- en landbouwgewassen te beschermen. Laat plaatselijk - indien echt broodnodig - vakbekwame, jachtbekwame ambtenaren de wildstand binnen de perken houden en laat die mensen dat dan zo weidelijk mogelijk doen.
Ik kan er niks aan doen. Ik vind zaken als reeën van weiden afknallen en vossen de schuld geven van de door intensieve biozeiklandbouw teloor gaande weidevogelstand - en daarom de vossen ook maar afknallen - immoreel, onweidelijk en verwerpelijk.
Als ik zo tijdens mijn tochten om me heen kijk en bij voorbeeld timberjacks tekeer zie gaan in lentebos, of tractoren met maaimachine met een kilometer of veertig op de teller weiden vol met jonge vogels en jonge hazen plat zie walsen, of een kraai met een touwtje om zijn nek aan lange stok boven met gif besproeide maïsakker zie hangen, of tien hoogzitten tel in gebiedje waar hooguit vijftien reeën huizen, dan wens ik vaak in machteloosheid heel onze immorele, kapitalistische en laffe sociaal christelijke high tech welvaartsmaatschappij naar de verdommenis.

Als ik de jager groet en huiswaarts ga, komt er na een paar honderd meter rijden opeens een grauwe gans of vijftien uit het bos. In vlug tempo steken de ganzen over. Net voor ze het lange weigras bereiken, vang ik twee van hen met jonkies in de berm in de lens. 'Laten we bidden Ep, dat deze wei vandaag niet zal worden gemaaid.'

Bolsterturf, maandag 15 mei 2006

418a
Drie keer ree gemist, maar wel 'n bont zandoogje

Even middaguurtje met Erpel naar 't moeras. Kijken of er een ree wakker is. Reeën zijn in de lente vaak ook overdag actief, vooral tussen ongeveer half twee en drie in de middag.

De reeën blijken actief, maar ik let niet goed op, want
misser 1: Als ik met de kijker onlandwei afzoek, rijst op nog geen tien meter van me vandaan een reebokje uit hoge gras- en onkruidvegetatie.
misser 2: Terwijl ik vanuit moerasrand andere onlandwei afzoek, springt achter me een ree weg uit riet en wilgen.
misser 3: Op weer ander onlandje ziet een reebok met mooi, hoog gewei Erpel en mij eerder dan wij hem.

Er dan zit er zomaar een bruinachtige vogel midden op rul zandpad. Ik denk: 'Een patrijs!' Blijkt het bij opvliegen een sperwer te zijn. Even later wijst Erpel me de precieze plek waar de sperwer zat. Het pad is daar op wat keien na keileeg.

Toen bij gebrek aan beter maar een er slordig uitziend en zich sloom gedragend zandoogje op gifgroen berenklauwblad gefotografeerd.

Bolsterturf, maandag 15 mei 2006

418b
Hazenoren in schemeravond

Op weg naar waar ik reeën denk te treffen, komen we Erpels knokmaatje tegen. Die is weer op rak geweest. Die doet op zijn gemakje huistoe door de berm. Erpel heeft een hekel aan dit foxje, want hij pist altijd tegen de banden van de pinda als die geparkeerd staat langs de weg waaraan hij woont. Vorig jaar vlogen Ep en hij mekaar 'ns in de haren. Niemand won de knokpartij, want ik kwam als eerlijke scheidsrechter tussenbeide, pakte Ep in zijn nekvel en brulde de vijand bij m'n pinda weg.

Rijdend tussen bos en wei zie ik zwarte oorpunten in het gras, op nog geen vijftien meter van de rijbaan. Na het op de foto zetten van 2x2 zwartgepunte en lange oren - als je niet uitstapt en niet de motor afzet, heb je grote kans dat hazen nog een tijdje blijven waar ze zijn - rij ik verder naar het weitje waar ik eergister een reegeit met twee kalfjes zag. Helaas heeft de boer het lange gras inmiddels gemaaid. Wei wordt vaak hooiland. Na een uur posten geen ree gezien. Wel nog een haas dat speelde en dartelde over 't hooi en dat ff ging buurten bij twee jonge koeien in aangrenzend weiland.

Om kwart voor tien piep-piep-piep: batterij van camera leeg. Niet erg, want toch hoogste tijd om naar huis te gaan. Maar dan, om vijf voor tien op Eps en mijn weg huistoe: een rikke met één kalfje in wei langs bosrand! De kraaienjager van vanmorgen, vertelde me van deze geit en haar kalf, dus ik spotte bewust naar moeder en kind. Het was net nog licht genoeg voor een foto, maar helaas had ik dus al m'n camera leeggeschoten op hazenoren.

Bolsterturf, maandag 15 mei 2006

419
Onbeantwoorde vragen

Wandelen in mooie lentemiddag. Twee uurtjes door de bleke bossen. Bijpraten over kids, werk en wonen. Erpel scharrelt voor ons uit over de paden. In de vennen die we aandoen, zwemt hij een hortje. Een ree vlucht uit smalle strook bosaanplant, strook tussen enerzijds twee jaar terug grof getimberjackt grove dennenbos en anderzijds weiland, waarop grauwe ganzen. Vorig jaar heeft de bosbeheerder rogge laten zaaien tussen de jonge boompjes, rogge die niet werd geoogst. Nu staan er waar het koren wegrotte weer nieuwe aren, tweejarig koren is het nu, maar ieler koren dan vorig jaar. Muizen en vogeltjes snoepten van 't winter veel, maar lang niet alle roggekorreltjes weg. Ja, de rog rijst overduidelijk dunner nu, en anders dan vorig jaar groeien er meer grassen en bloemen en onkruiden tussen. Al met al een paradijsje voor vogels, reeën, hazen, konijnen en muizen.

Onderweg in 't bos komen we maar een paar mensen tegen: een man in witte broek en wit overhemd die aan 't wandelen is met een vrouw met diepbruine lange benen onder korte zwarte minirok; en verder nog een mooie helblonde jonge juffer op een groot, bruin paard. Zij groet Erpel: 'Hoi, mooi hondje!' En dan vraagt ze vanuit haar hoge zit: 'Is hij een echte boerenfox?' 'Ja,' antwoorden wij, 'een rasfox.'
Bijna terug bij de parkeerplaats roept een groepje jonge mannen op racefietsen om ruimte. 'Hoeven die niet te werken?' vraag jij. 'Tuurlijk niet,' antwoord ik, 'werken is voor domme, oude mensen zoals jij en ik. 'Ow,' glimlach jij dan, 'je voelt je oud? Wrom gluurde je daarnet dan naar de benen van die vrouw met mismaakt gezicht en dat blondje op dat paard?'

Bolsterturf, dinsdag 16 mei 2006

420
Smalree en jonge bok op onlandwei

Half drie. Na slagregens in de nacht is er de lieve meimiddag. Ik wandel met Erpel. We zijn in het moeras. Na de nachtelijke hoosbuien ademt 't makkelijker nu dan gister. Alle pollen, alle stuifmeel regende uit de lucht. Een enkele kievit flapt, traag en stil, over stukkie gister gemaaid onland. Waar moer overgaat in gelig ogend maïsakkertje - heer Keuterboer spoot gretig onkruid dood - stappen trager nog twee reigers langs slootkant. Ep rent, verderop langs zelfde sloot, achter een krooi eenden aan. Ik fluit hem terug en foeter zachtjes op hem. Ja, zachtjes, fluisterend, foeter ik, want vos, ree en haas mogen me niet horen schreeuwen.

En dan spot ik ze: twee reeën, jonge bok en zijn smalree. Ze laveien aan overkant van sloot en anderhalf meter hoge wal. Wat te doen? Ik doe mijn schoenen en mijn sokken uit en waad door de ondiepe, maar brede sloot. En dan nestel ik me in de dichte, groene wal. Voor me, achter de wal, het onland met de reeën. Op vijftig meter van de lens zijn ze. Met tenen en knieën in brandnetels en met muggen op mijn hoofd en handen, hou ik de camera stil op 'n boomtak. Maar andere takken en ook riet, meiblad en zon zijn in de weg. De zon, die klote zon, hij schijnt in de lens. Niks aan te doen. Toch maar knippen. Omlopen is vanwege tijd en wind en afstand geen optie.

Erpel is onrustig. Hij krijgt toch ietwat lucht van de reeën. Zien kan hij ze niet. Daarvoor is de wal te hoog. Ruiken doet hij ze dus wel. Ik gebaar hem paar keer af. Ook fluister ik hem af. Hij begrijpt en gehoorzaamt. Hij blaft niet. Hij keft niet. Hij piept niet. Hij geeft me gelegenheid om foto's te maken, foto of twintig, pal of schuin tegen zon in.

Stil waad ik terug door de sloot, alsmaar Erpel tot kalmte manend. Stil trek ik mijn sokken en werkschoenen weer aan. Dan, ik gebukt en allebei geluidloos, trekken we ons terug, naar boerenpad toe. Ep volgt me, braaf en trouw, hij kleeft aan m'n linkerbeen.
Waarom zo stil en stiekem? Een hoge zit staat twee weitjes verderop. De reeën mogen Ep en mij daarom beslist niet horen. Hier wil ik ze houden, hier wil ik dat ze blijven, hier op dit onlandweitje, hier in dit stukje paradijs, hier in deze mini Hof van Eden, in dit klote moer tussen nabije snelweg en - wat verder weg - vishengelkanaal.

Over puinweg pinda toe, mag Ep rakken. Terwijl hij rent en graaft naar muizen, fotografeer ik 'n rare appel aan eiketak.

Bolsterturf, woensdag 17 mei 2006

420a
Hazen gespot vanaf uitvoegstrook

Op weg naar 't werk, nauw zichtbaar, beweging op akker langs uitvalsweg en uitvoegstrook. Een haas? Nee, na parkeren in berm zie ik door kijker en lens twee hazen.

Mimicry ofwel schutkleur: afhankelijk van haarkleur heeft de éne haas 't wat minder dan de andere. (Hazen zijn anders dan mensen, die hoeven niet altijd alles meer te hebben, denk ik.)

Bolsterturf, woensdag 17 mei 2006

421
Vort! Opflikkeren! De wijven en meiden hier zijn allemaal voor mij!

Op weg naar de bleke bossen, zie ik om half tien 's morgens een verre reebok scharrelen in bosrand. Ik stop m'n pinda, stap uit, loop dikke 100 meter en fotografeer hem vanuit beukenbos. Afstand dan toch nog meer dan 300 grote stappen. Het valt me op, dat de oude bok erg onrustig is, telkens het bos in kijkt.

Wanneer ik m'n statief inklap, rennen er opeens twee bokken over, nog kortsprietig, korenveldje. Even vermoed ik mensen in het bos, maar dan begrijp ik: de oude bok die ik op foto zette, zit achter jong bokkie aan. Deze oude bok, hij is groot en sterk en machtig. Hij waant zich keizer van dit beukenbos en rontelomme akkertjes. En het is zo juli, zo bronsttijd. Nee, hij duldt geen rivalen in zijn buurt, die jaagt hij weg: 'Vort! Opflikkeren! De wijven en meiden hier zijn allemaal voor mij!'

Tien mins later lijken de bleke bossen wel plotsklaps reeloos. De reeën laten zich weer eens niet zien, maar hun krabplaatsen en kapot geschuurde boompjes verraden me hun aanwezigheid. Geeft allemaal niks, want kijken naar een snelle havik, een slome buizerd en een haas dat wegvlucht door kaal bos is ook fijn. En de spechten roffelen, en de gaaien, vinken en roodborsten lawaaien. En vele vlinders dartelen rontelom, vrolijk blij, door warme zonneschijn na nachtelijke regen.

Bolsterturf, donderdag 18 mei 2006

422
Tussen hei en bos kijken ganzenkoppies over weigras

Harde lentewind en waterzon uit wilde wolkenlucht. Bij 't van provinciale weg afdraaien, rent op teerweggetje naar parkeerplaats een haas voor de pinda uit. Tegen achten wandelen jij en ik de bleke bossen in. Dan is het nog volop licht. Erpel mag van de lijn. Wel moet hij van ons op de paden blijven en mag hij niet meer dan dertig meter voor lopen. Een paar keer maar moet ik 'm terug fluiten. Tussen hei en bos kijken grauwe ganzenkoppies over weigras. Twee reeën in zelfde wei, zien we te laat. Die laveiden in hoger gras en dichter bij bosrand. Die verdwijnen al tussen donkere stammen, voordat ik ze kan vangen in de zoomlens. Niet erg, want we horen een wulp en kieviten en meeuwen, en ook vinken en roodborsten en we zien nog drie hazen meer. Die hazen zijn paar honderd meter verderop met mekaar aan 't ravotten, op andere, groenere wei. Die rennen door de kijkerglazen, zomaar tussen één zwart en een stuk of tien grijze konijnen door. Men zegt: hazen en konijnen hebben een hekel aan mekaar. Vanavond merken wij daar niets van. Wanneer we op terugweg naar huis akkers en weiden afzoeken naar reeën, vinden we die niet meer. Wel spotten we hazen vijf en zes, wat konijnen en een klein vogeltje met zwart koppie. Hoe zwart dat koppie precies is? Dat weten wij niet, want toen was de zon al lang onder gegaan en moesten de pindalampen aan.

Bolsterturf, vrijdag 19 mei 2006

423
Fliefde reetjes

05.57: Jij slaapt als 'n zomerroos; ik voel me herfstasperge, maar wil niet je wekker zijn
06.03: Erpel springt op achterbank pinda
06.08: Steenuiltje vliegt op uit sintelberm
06.11: Eekhoorntje steekt over en klettert tegen eikestam omhoog
06.17: Fliefde reetjes op grens van wei en maïsakkertje, tussen eikenbos en moer
06.26: Het begint te waaien en te regenen
06.47 : Na koude donderbui warme douche
06.55: En nog slaapt mijn roos

Bolsterturf, zaterdag 20 mei 2006

423a
Jij en ik en Erpel op hazenjacht

Jij en ik op hazenjacht, zomaar tussen wandelen en kletsen door.
'Kijk, daarginds ligt er eentje in het gras. Net voorbij dat kromme paaltje schuin links.'
'Waar?'
Voordat jij het haas kon vinden in de 20x50 en ook voordat ik m'n camera van maxi zoom had, rakte Erpel - die wij even helemaal vergeten waren -  het de natte bossen in.

Bolsterturf, zaterdag 20 mei 2006

423b
Eventjes voor donker nog hazen en reeën kijken

Tot donker toe wachtte ik op mevrouw Rikke .
Zij en haar kroost kwamen niet opdagen, wat niet erg was.
Een flikflooiend hazenpaar flirtte mijn verveling weg.

Bolsterturf, zaterdag 20 mei 2006

424
Ochtendhazenorenwirwar

Ik ging voor reewild. Ik vond een rikke en een bok, door m'n verrekijker. Die twee  laveiden ver weg van weg, voorbij akker en weiden, helemaal tegen gindse bosrand. Niks aan de hand, want anders dan de reeën waren vanmorgen de hazen maar honderd meter weg. Nou ja, hazen? Ik zag meer zwartpuntoren dan hazen, ongeveer acht oren op één haas. Wel waren er ook een groene specht, ganzen, eenden, kraaien, roeken, kauwen, houtduiven, kieviten, spreeuwen, vinken en eksters en natuurlijk ook veel konijntjes bij de weg.

Nee, weer geen vos gespot. Er zit nauwelijks een vos in bos en ommelanden. Dat vanwege vossenjacht door kippenhouders, boeren, jagers en superkluns-niks-weten-van-vos-en-vogel minister Veerman.

Bolsterturf, zondag 21 mei 2006

424a
As en bloemen rontelom

We gaan uit wandelen. Ik parkeer tussen rijweg en fietspad, in soortement middenberm, onder hoge eikenbomen. Deze eiken, dat zijn van die dikke knoeperds waar menigeen zich al tegen doodreed. Erpels lijn, portemonnee, paspoort, rijbewijs, stukje radio, camera en verrekijker nemen we mee. Nergens in de bossen staat tegenwoordig een auto nog veilig en boswachters zijn dure jongens, niet in het minst omdat die nooit n's een autokraker bekeuren.
Bij 't aanlopen volgen we, tegen wilde lentewind in, een breed pad tussen bos en weiden. Vanmorgen regende het nog. Daarom oogt alle groen fris en vrolijk. Echt blijde lente zo. Jong leven, goed verstopt in ondergroei en gras, weten we rontelom. Dit prille dierenleven, dat blijft veelal verborgen voor mensenoog en -oor, maar Erpel weet het wel te vinden. Daarom moet hij van ons 'mooi' op de paden blijven. Ook mag hij niet ver vooruit lopen.
We stappen gestaag, ik pas me aan jouw pas aan. Onder 't lopen door hebben we het over 'waarnemen', over ruiken, zien en horen. We zijn het aardig met elkaar eens. Dat moet ook wel, omdat we - of we dat nu willen of niet - goeddeels horen en zien wat de ander ook waarneemt. Toch ruiken we veel minder dan Erpel. Ook horen we lang niet zo goed als hij. Veel van wat onze door welzijn en welvaart afgestompte zintuigen niet meer waarnemen, dat ruikt of hoort een hond als Erpel meteen. Als hij even achterblijft en ik omkijk, zie ik dat hij voorstaat, strak tuurt naar een dode berkestam. Eindje terug gelopen over 't pad, zien we alsnog het ronde gaatje in de stam. Ook horen we dan het piepen van jonge spechtjes. Poosje luisteren we. Dan wil jij al weer verder wandelen. 'De ouders durven zo niet te voeden,' zeg je, 'en deze jonkies zijn nog te klein om voor het gaatje te komen. Ze piepen nog maar zo zachtjes.'

Wat jij en ik wel zien, dat merkt Erpel vaak niet op. Anders dan jij, kijkt hij niet naar het tere groen van berkenblaadjes en lorkennaaldjes. Tuurlijk hoeft dat ook niet. Ik zeg: 'Fijn is samen genieten, fijner ieder voor zich samen genieten.' En dan lachen we, omdat jij daarop vraagt: 'Denk je dat Ep je nu begrijpt?' Samen verschillen we beetje van mening, zijn we het allebei eigenwijs oneens, zelfs nog als jij naar me glimlacht en wijst: 'Kijk! Zo mooi.., dit zachte berkjesgroen, en zo mooi deze teergroene lorkenappeltjes.' Maar ik kijk dan naar de vogels, naar kraaien, duiven, vinken en een bijna witte buizerd die over zwart, zo te zien pas ingezaaid, akkertje tussen verder niets dan weiden zweeft. Erpel vermaakt zich - als altijd - liever met konijnen, hazen en reeën ruiken en met naar muizen graven.
Waar het pad eindigt bij bruggetje over beekje, slaan we rechtsaf. Om en nabij halve kilometer gaan we westwaarts, om dan door prachtig bos half uur terug te lopen, terug richting provinciale weg. We babbelen alsmaar, over van alles en nog wat, en we luisteren naar de vogels. Allerhande vogels horen we, vogels die we niet te zien krijgen, die we enkel horen. Alleen boomkruipertjes, roodborsten, merels en vinken laten zich soms eventjes bekijken. Dit vogelvolk, dat gaat tekeer, dat zingt en kweelt en fluit en tiereliert, om het hardst in de winderige, helemaal niet zo zonnige lentemiddag. 'Ze zingen zo mooi, omdat het minder waait in 't bos,' zeg ik. 'Ja, maar meer nog omdat het lente is.'

Dan zie jij, rechts van 't pad, witte bloemen staan, mooie grote witte bloemen, meter of dertig het bos in, sneeuwwitte bloemen aan voet van grove den. Als jij ze me wijst, snap ook ik er niks van. Nieuwsgierig  haasten we naar de bloemen toe. Deze bloemen, ze blijken te staan in hoge, groene vazen. En dan, wat verderop, zijn er meer vazen, meer bloemen ook, veel meer bloemen, heel veel bloemen, allerhande bloemen in allerhande kleuren, bloemen in vazen aan bomenvoeten, bloemen in vazen zomaar neergezet op mos of dennennaalden, snijbloemen allemaal.
Dom langzaamaan begrijpen we, zien we, zien we overal verregende hoopjes grauwe as.

Weinig pratend, bijna stil, en met Erpel aangelijnd, lopen wij twee door dit bloemenbos, voorbij uitgestrooide as, duizend kleuren bloemen en roze rododendronstruiken.

Bolsterturf, zondag 21 mei 2006

425
In luwte van winderige tweeëntwintig graden tweeëntwintig meimiddag

Erpel en ik waren anderhalf uur naar het moeras, in winderige tweeëntwintig graden tweeëntwintig meimiddag. Op weg er naar toe, liet warme windkracht vijf het lange gras - veel boeren wachtten te lang met maaien - op de vette weiden voor zich buigen. Vier kieften dwarrelden op de wind, boven perceeltje met stronten overgeslagen en nog niet geploegde maïsstoppel, waarop drie reigers en wel honderd blauwe duiven. En langs stuk vanmorgen door waterschap geschoonde sloot, pikte een paartje kraaien stekelbaarsjes en slakjes uit op walkant neergesmeten waterplanten.
Voorbij geschoonde sloot en schapenweitjes doken Ep en ik het moer in. Daar was het in luwte van eikenwal, riet, elzen en wilgen heel behaaglijk, vooral als de zon even scheen. Ik genoot er volop, bij een poeltje vol jong groen, poeltje ontstaan waar paar jaar terug woeste noordwester, windkracht twaalf, een hoge berk omblies. Die berk nam met zijn wortels een grote hap moerasgrond mee de hoogte in.
Een buizerd, een bonte specht en een roodborst waren er vanmiddag ook, bij dit verborgen poeltje. En ik vond er, onder voet van andere omgewaaide berk, een vers duivelsei.
Maar in dit moer, daar zijn ook de muggen, steekmuggen die prikken in je hoofd en handen. Muggen die ook prikken in Eppies snoet. Anti teek & anti vlo blijkt niet anti mug. Ja, de muggen joegen ons het moer uit, terug de lentewind in.

Bolsterturf, maandag 22 mei 2006

425a
Twee patrijzen, net voor windhoosregenbui

Tegen schemer rijdend over parallelweg naast vierbaans autoweg, zie ik twee patrijzen lopen in de berm. Wanneer ik stop rennen ze 'n slordig geoogste preiakker op. Net voor windhoosregenbui zet ik er eentje op foto.

Bolsterturf, maandag 22 mei 2006

426
Reekoppie in hoog weigras

14.30: Ik rij m'n auto achteruit een breed boerenpad op, tot aan eikenbos. Als ik de motor afzet en opzij kijk, staat in hoog gras een reebokje, een jong bastbokje, naar me te kijken, maar meter of twintig van me vandaan. Vanuit de wagen zet ik zijn twee oren en twee spitsen op foto, tot Erpel het bokkie ook ziet en begint te piepen. Dat wordt 't bokkie te veel. Het rent weg, bosrand toe.

15.10: Een donkere buizerd vliegt over puinpad, gaat even zitten op 'n eiketak, vliegt dan weer verder. Belevenisje van niks. Toch geniet ik ervan.

15.25: Er roept een koekoek in top van verdronken berk. Hij blijft, net als de buizerd van daarnet, onvoldoende lang genoeg zitten om op foto te kunnen komen.

16.05: Twee reeën laveien op onlandweitje, aan andere kant van sloot en schapenwei. Ze zijn dikke honderd meter ver. Ik zeg en gebaar: 'Erpel hier! Volg! Achter!' Met Erpel vlak achter me, loop ik gebukt door onlandwei met stuk of veertig zwarte schapen. Als ik na een poosje zo lopen omkijk, is Ep niet meer achter me, maar jakkert hij achter de schapen aan. Als ik hem bij me schreeuw, komt hij direct. En dan ga ik ff de fout in, krijgt hij verbaal ontiegelijk op z'n dondertje (wat ik niet fout vind) plus een paar flinke tikken van me, omdat hij niet achter schapen mag jagen en ook omdat de reeën weg zijn. En dat twee rake tikken geven is dus ontiegelijk fout van me! Je slaat geen dieren! Dat is gemeen en laf! Punt uit!

17.10: Het bastspitsertje van 14.30 uur laveit in de onlandtuin van opa Imker, maar ik word 06 gebeld en moet meteen thuis komen.

*Bastbok: een reebok met bastgewei, met een nog niet aan boompjes gepolijst gewei, een gewei met de af te schuren opperhuid er nog omheen.
*Spitsgewei: gewei bestaand uit twee kronen, twee stangetjes, twee pieken zonder vertakkingen. Een gaffelaar heeft aan elke geweistang twee pieken, een zesender drie pieken per stang.

Bolsterturf, dinsdag 23 mei 2006

427
Bosgeit en moerasgeit

Elk etmaal maak ik mijn dagelijkse rondje bos, hei of moeras, samen met m'n Erpeltje. Vandaag staan bos en moeras op het programma.
Tegen half drie in de middag is een forse reebok man en hondje te slim af, springt die weg uit iel tweejarig, hoog onkruid roggeveldje tussen bleke bossen en weiland. Niks aan te doen. Voor de bok stond de wind gunstig en voor Eppie en mij verkeerd.
Vijf minuten later hebben we, nou ja, heb ik meer geluk. Dan spot ik een reegeit in bosrand. De rikke verlaat net het bos en loopt weiland op. Na een poosje verdwijnt ze in het hoge gras. Ik laat haar gerust. Ze zal een kalfje, misschien wel twee of drie, hebben.
Dan - weer vijf mins later - is Erpeltje aan zet. Hij stoot een groot haas op, zo'n groot snel haas, zo te zien rammelaar, die hij nooit zal vangen. Hij mag dan even najagen. Na twee hazehaken is hij de haas even kwijt. En ik zorg ervoor, dat hij dan toch niet - na elke haak telkens weer - het spoor opnieuw oppikt. Ik speel dan met hem, laat hem blaffen, rennen, rakken en rauzen, speel en stoei en vecht met hem, laat hem winnen, gooi stokken voor hem weg. Dan is hij toch zo blij, dan leeft hij uitbundig, dan geniet hij. En ik ook.

Na wat speuroefeningen met Eppie spot ik tegen vijven, vanaf zandweg moeras toe, een (andere) reegeit. Zij laveit op d'r gemakje in weitje, aan slootkant. Over maïsakker heen mag ook zij op de foto. Terwijl ik met de kijker vergeefs naar haar kalfje(s) zoek en foto's van haar maak, graaft Eppie naar muizen. Hij kan de rikke niet zien en de rikke kan hem niet zien. En de, vandaag vaak natte, meiwind komt van opzij, waait niet naar ons en niet naar haar. Zij is meer dan honderd meter ver en riet en braamstruiken verbergen met gemak een klein hondje, ook als die bont is met veel wit.

Bolsterturf, woensdag 24 mei 2006

428
Vos en konijnen in motregen

Om tien uur 's morgens wandelen we met Erpel door recreatiebos. Het is er saai. In motregen zitten wat konijnen in zandwegberm en er zingt één drukke vink die zuiver sies-ke-wiet. Maar dan rent, vijftig meter voor ons, zomaar een vos over 't bospad. We kunnen hem of haar nog een meter of twintig volgen, dennenbos met berk en vogelkers in. Dan verdwijnt Reintje met Ep op de hielen achter een weelderige vogelkers.

We laten onze fox maar toedoen. Een volwassen vos kan hij toch niet vangen, die is te snel en te slim voor hem. Maar dat mensen de mooie vogelkers bospest noemen. Te maf gewoon! Ach, is niet anders. Mensen denken niet in bomen en bloesem. Nee, de meeste mensen denken in geld en dus moet van zowat alle bosbezitters de vogelkers worden uitgeroeid.

Sjonge zeg, wij vinden de Amerikaanse vogelkers helemaal geen bospest en we voelen de regen niet, want zijn heel blij eindelijk weer 'ns een vos te hebben gezien.

Bolsterturf, Hemelvaart donderdag 25 mei 2006

429
Net vliegvlug vinkje in gestage regen

Heel de dag regen. Gestage regen. Kille meiregen.

Gestage regen: vloek voor kampeerders, jonge eendjes, jonge haasjes en jonge reetjes.
Gestage regen: voor onze aanplant in de campingtuin een zegen.
En de regen vult de vennen, zodat we straks in de zomer weer fijn buiten kunnen zwemmen.

Wij lopen door deze regen.
Wij gaan te voet door druipende bossen naar de camping.
Wij banjeren over dennennaalden en door plassen.
Wij zijn maf, wij houden van bossen, wandelen en regen en van alleen samen zijn.

'Kijk!' zeg jij opeens, 'dat kleine vogeltjes op die tak.'
'Waar? Welke tak?'
'Je kijkt te ver. 't Zit vlakbij, tien meter maar... In die eik. Je moet meer naar links kijken.'
En dan zie ook ik het vinkenjonkie op de eiketak.
Het zit helemaal alleen, in de gestage regen van de sombere meidag.
Maar dan zijn daar pa en ma vink. Die gaan te keer.
Hun spruitje fladdert van schrik - onbeholpen - een tak lager.
En dan lopen we verder, weg van dit vogeltjesgeluk in mooinatte meimiddag.

Bolsterturf, vrijdag 26 mei 2006

430
Eén haas, drie reeën, wat konijnen en twee patrijzen

We zijn onderweg van huis naar Boksenberg en Pan. Jij ziet rechts twee oren met zwarte punt, lange oren in lang gras, haze n oren. Ik zet de pinda in de berm. Jij draait het raampje aan jouw kant open. Ik maak een vlugge foto, foto van haze n bol met inmiddels platte oren. Dan ziet Eppie ook *het haas, slaat hij aan, gaat hij tekeer, springt hij als een gek, wil hij de auto uit. Ik vloek zachtjes en krijg, ook zachtjes, van jou een preekje. Het haas drukt zich platter, even maar, dan gaat het - onnodig bang - er  vandoor. Verdere foto's mislukken door 't heen en weer gedaas op de achterbank, maar als de langoor even met rennen ophoudt, even stil zit, lukt toch nog de laatste foto.

Kilometertje verder zie jij, weer rechts en over langer gras heen, een ree. Door de 20x50 blijkt *het een oneven zesender die laveit tegen bos aan. Als ik ben uitgestapt, m'n statief heb uitgeklapt en de camera daarop gemonteerd, verdwijnt bokmans in cameraknip de boswal in. Op het monitortje veel groen zonder reebruin.

Wandelend door Pan wijs ik: 'Kijk daar! Een ree'. Jij kijkt verkeerd en ziet het ree niet. Het was je te vlug af, al verdwenen, links het bos in. Als we ongeveer vijftig passen verder zijn, wijs jij: 'Kijk! Daar staat je ree.' Met de camera knipklaar kijk ik verkeerd, kijk ik te ver naar links, mis ik het ree, zie ik nog net een witte bokkont dieper het bos in rennen. Hij zag Eppie die op zijn spoor gedoken was aankomen.

Half uurtje later zie ik een ree over maïsakker bos toe rennen. Jij bent dan druk met het terug roepen van Eppie die konijnen hun bouw in jaagt, iets wat hij van je beslist niet mag. Terwijl jij Ep aanlijnt, ben ik vlug genoeg, vang ik de rennende geit twee maal digitaal.

Onderweg van Pan en Boksenberg naar huis spot jij, in stromende regen en weer rechts, een patrijzenpaartje in tuurlijk weer maïsakker. Helaas, het hedendaagse Brabants boerenlandschap bevat te vaak niet veel meer dan bioschuren - met ongelukkig vee gevuld - en monotone rijen maïs. Wèg zijn de aardappel-, boekweit-, bieten- en graanakkertjes van vroeger. Sorry, ik dwaal af. De vlugge foto's die ik van de patrijsjes maak, mislukken. Eppie zit weer niet stil, wat maakt dat de twee patrijsjes op foto samen wel zes koppies krijgen.
'Sjonge zeg,' lach jij, 'zo makkelijk om een ander de schuld te geven. Gewoon je eigen fout. Had je Ep maar niet moeten leren om ook mee naar hazen en reeën te zoeken.'

*Jagers spreken van het haas, mijn woordenboek van de haas (m/v). Ook geeft m'n woordenboek aan: de ree (m).
 Net of een ree niet v kan zijn. m'n woordenboek kan me wat!

Bolsterturf, zaterdag 27 mei 2006

431
Zon, harde wind, één haas, één ree. En één mier sjouwt met dikke teek

In de vroege zondagmiddag wandelen jij en ik met Erpel door Oetert, waar we niks waarnemen dan een blauwe reiger, en schreeuwlelijk van een gaai en een heleboel tierelierende en tjiftjaffende zangvogeltjes. Koeien, schapen en paarden zijn tamme beesten. Die doen bij ons maar voor spek en bonen mee. Dat laatste meedoen doen ook zes lawaaiende wandelaars met veel rood en geel en wit aan 't lijf.
Wat teleurgesteld gaan we na Oetert aan andere kant van het dorp L. een boerenzandpad tussen weiden door aflopen, om vervolgens met een grote boog door getimberjackte dennenbossen terug te keren naar de verharde weg.
In uitbundige zon en harde westenwind vindt Erpel langs het zandpad, op slootwal en dichtbij pony's met veulentjes, een wat klein van stuk haas. Maar hoewel klein voor een volwassen haas, hard lopen kan het wel, en een haak slaan ook. Direct na de hazehaak schreeuwen - nood breekt ook stiltewetten - we samen Erpel af.
Half uurtje na dit haas, doet Ep in recreatiebos en bij drukke parkeerplaats een al mooi zomers rood getint ree op. Ook achter het ree mag hij niet jakkeren.
'Zo krijgt Ep wel een ontevredenheidscomplex,' zeg ik tegen je.
'Zeur niet zo. Je weet dat ik het niet hebben wil,' is ook vandaag je antwoord.
En dan zie jij opeens een rode bosmier sjouwen met een dikke teek. De teek zit vol bloed, is dik en rond en veel groter dan de mier. Toch heeft de mier geen moeite met het verplaatsen van de teek, geen moeite tot de teek vast komt te zitten in warreling van grassprieten.
'Sjonge zeg,' lach jij, 'ik zie jou al zo sjorren aan een olifant in bamboewoud.'

Bolsterturf, zondag 28 mei 2006

432
Gifboer, min spitsbokje, spelend reeënpaar en wat hazenleuter

Maïsplantjesbroodboer met tractor en gifmasjien

Hij is boer met tractor en gifmasjien, boer die leeft van maïsplantjesbrood.
Eerst zaait hij maïs, daarna spuit en waaiert hij de dood.

Gif dat kruid en onkruid - alles wat niet maïs is - doodt,
komt ook terecht in bos, wei, onland en sloot.

Planten, pieren, insecten, muizen, kikkers, vissen, vogels, vossen - maïsboeren maken alles dood.

Spitsbokje met geweitje van niks

Midden in de meimiddag laveit een spitsbokje in wei met jonge koeien
die zich met hem - hoe raar! - niet moeien.
Hij is klein met ongelijke spitsen te kort onmooi.
Ach, geen geit die met hem flikflooit.

Een ree is geen mens. Kent Bokkie luttevetut?

Reebok en rikke in verloren hoek bleke bossen, dichtbij provinciale weg

Ik zit bij diepe poel in ruige wei, luister daar naar kikkerkwaak,
als plots in gindse bosrand een reebok en een smalree staan.

Terwijl, vijftig meter achter me, auto's jakkeren en schooljeugd huistoe spoedt,
beroert door kijkerglazen heen de bok de geitesnoet.

Stil genietend van dit reeënsamenzijn, zie ik jou met wie ik nooit speelde.

Hazen in wei

Wat doe ik als ik rij en hazen zie?
Dan stop ik de pindawagen,
als 't vriest en ook op zonnedagen.

Bolsterturf, maandag 29 mei 2006

432a
Rechts een bruine pony en links twee rode reeën

Onderweg om Erpel ff uit te gaan laten, stop ik de pinda en tuur door de 7x50 naar lichtgroen berkenbosje dat over gaat in donker naaldbos. In weitje rechts van 't berkenbosje loopt een bruine pony. Op kleiner weitje links laveien twee rode reeën, bok en zijn jonge geit.

Drie mins later en kleine tweehonderd meter verder, staat dikke honderd meter van weg af één reegeit, lady van middelbare leeftijd. Ze staat daar zomaar wat mooi rood en elegant te wezen, midden in schapenwei tussen eikenbos en moeras. Ik laat haar gerust, want zit in tijdnood, maar - weer paar mins later -  laveit het spitsbokje dat ik 23 mei voor 't eerst zag in weihoek waar de koebeesten niet liggen. Ik laat ook hem met rust, want Erpel moet nodig pissen.

Bolsterturf, maandag 29 mei 2006

433
Avondwandeling ruim rontelom verboden vennen

Naar bleke bossen toe:
Wij rijden bleke bossen toe. Halverwege huis en bossen staan een reebok en zijn geit in heiderand, tien meter maar van asfaltweg. Wanneer ik onze auto in berm parkeer en jij je raampje open draait, springen beiden meteen af, rennen ze door struikhei bos toe. Erpel moet dan even tot kalmte gemaand.

Ruim rontelom en bij verboden vennen:
Wij wandelen ruim rontelom de verboden vennen. En tuurlijk bezoeken we een paar vennen. Na regen in de dag, is de avondlucht helder en schoon. Van zon af kunnen we heel ver kijken; tegen zon in is het zicht een stuk minder, pal tegen zon in lijken zelfs de witte meeuwen boven de vennen zwart.

Voor een avond met matig wind zijn de vogels druk. We horen houtduif, koolmees, lijster, merel, tjiftjaf, vink en roodborst. Ook zingen er vogeltjes - voor ons onzichtbaar in bomen met veel blad of naalden - die we niet bij naam kunnen noemen. Maar druk en luid gepiep uit ronde gaatjes in dode berkenstammen, weten we afkomstig van jonge bonte spechten.

Op het grootst verboden ven drijven 'gewone' wilde eenden en ook een vijftal tafeleenden. In de lage, grelle zonnestralen glanzen de groene en rode woerdenkoppen. Anders dan bij mensen, zijn eendenvrouwtjes minder opgedoft dan eendenmannetjes. De tafeleenden zijn het dichtstbij, die komen op de foto.

Op weg terug naar de parkeerplaats, spotten we twee hazen op maïsakker langs bosrand. Erpel ziet ook één van de, wel dik honderd meter verre, huppelende hazen. Hij trekt een sprint en jaagt de hazen maïsakker af en bos in.

En dan zijn er p aar mins later zwaluwtjes, wulpen en kieviten boven bosrandwei. Eén wulp jubelt naar de lage, maar felle zon. 'Die heeft er zin in,' zeg jij. 'Ja,' antwoord ik, 'misschien morgen weer 'ns mooi zonnig weer. Kijk, de kieften duikelen op een zwarte kraai. Klote eier- en kuikenrover'. 'Mopper toch niet zo,' glimlach jij daarop.
Dicht bij boerderij stoot Erpel op een zwartwitte poes en op een eekhoorntje. Zowel poes als eekhoorntje vluchten een grove den in.

Naar huis toe:

Rijdend over wei aan oostkant grenzend aan bos en hei, spotten we twee hazen en drie reeën, de hazen dikke honderdvijftig meter weg, de reeën meer dan tweehonderdvijftig meter ver. Ik parkeer in bosrand en dan stappen we uit. Jij neemt Erpel aan de lijn en ook de 7x50 mee. Ik pak camera en statief. 'Zijn ze niet te ver?' vraag je zachtjes. 'Nee hoor, dit kleine kutcameraatje heeft digizoom. En van zo ver verstoren we ze niet,' antwoord ik wat luider. En dan mopper je weer even op me.

Tot donker toe kijken we naar de reeën en de hazen. Erpel scharrelt dan wat rond in weirand. Die is te klein om over perceeltje te hooien gras heen het wild te kunnen zien. Wij zien de reeën en de hazen wel, want wij zijn hoger dan reeën en te hooien gras.

De reeën en de hazen, zij spelen en zij eten in de koude meiavond. Tot de hazen achter mekaar aan gaan rennen en de reeën, nog wat verder van ons weg, gaan laveien langs zandpad. (Wij weten daar dat pad, liepen er zondag nog over heen.) De twee bokken, oude bok en jonge bok, vegen wat met hun geweitjes langs paar boompjes en alle drie snoepen ze van boomblaadjes, de geit het meest.

Bolsterturf, dinsdag 30 mei 2006

434
Ik baal

Wind en buien en werken en even naar het moer. Werken voor centen en om mee te tellen. Erpel uitlaten. Terwijl ik denk aan Manita, Ali, Erik, Remy, Perry, Peter en de anderen si si si sies-ke-wiet vinkenman, duikelt kievitman naar zwarte kraai, wipt het éne haas het andere en zijn reebok en smalree gewoon lief voor mekaar.
Ik baal.

Bolsterturf, woensdag 31 mei 2006

index mei 2006
0404 01-05-06 Je vindt niet altijd wat je zoekt
0404a 01-05-06 Verwegge schemerreeën uit de losse hand knippen met zoom en superzoom
0405 02-05-06 Genieten van opa Trammelant
0405a 02-05-06 Dappere man op hoge zit
0406 03-05-06 Nijlganzen op moeraspuinpad en langnekken in paardebloemenwei
0407 04-05-06 Overal zeik en stront over kleinschalig landschap
0408 05-05-06 Rare beesten in crossbaanbos langs jakkerbaan
0409 06-05-06 Pollenboswandeling
0409a 06-05-06 Een zaterdagnamiddag genieten in de achtertuin
0409b 06-05-06 Stadsreeën in avondschemer
0410 07-05-06 Benzineboslentezondagavondhalf tienschemerreeën
0411 08-05-06 Voor eten en werken uurtje fietsen door lekker lentebriesje uit het oosten
0412 09-05-06 Lieve lente over wei en hei en in het bos
0413 10-05-06 Uurtje genieten van dansmuggen, vogelzang en kauwen
0413a 10-05-06 Stadse Rikke, mooi en zwanger. Ik trof haar gisteravond, toen ik moest gaan werken
0414 11-05-06 Minister Veerman, varkenspest en weidevogels
0414a 11-05-06 Avondwandeling in bufferloos bos
0415 12-05-06 Gesprekje met opa Imker
0415a 12-05-06 Late avond terraskachel thuis
0416 13-05-06 Reebok en zijn geit, reemoeder met twee kalfjes en nog wat losse reeën meer
0417 14-05-06 Moederdag
0418 15-05-06 Ochtendreeën, ochtendjager en ochtendganzen
0418a 15-05-06 Drie keer ree gemist, maar wel 'n bont zandoogje
0418b 15-05-06 Hazenoren in schemeravond
0419 16-05-06 Onbeantwoorde vragen
0420 17-05-06 Smalree en jonge bok op onlandwei
0420a 17-05-06 Hazen gespot vanaf uitvoegstrook
0421 18-05-06 Vort! Opflikkeren! De wijven en meiden hier zijn allemaal voor mij!
0422 19-05-06 Tussen hei en bos kijken ganzenkoppies over weigras
0423 20-05-06 Fliefde reetjes
0423a 20-05-06 Jij en ik en Erpel op hazenjacht
0423b 20-05-06 Eventjes voor donker nog hazen en reeën kijken
0424 20-05-06 Ochtendhazenorenwirwar
0424a 21-05-06 As en bloemen rontelom
0425 22-05-06 In luwte van winderige tweeëntwintig graden tweeëntwintig meimiddag
0425a 23-05-06 Twee patrijzen, net voor windhoosregenbui
0426 23-05-06 Reekoppie in hoog weigras
0427 24-05-06 Bosgeit en moerasgeit
0428 25-05-06 Vos en konijnen in motregen
0429 26-05-06 Net vliegvlug vinkje in gestage regen
0430 27-05-06 Eén haas, drie reeën, wat konijnen en twee patrijzen
0431 28-05-06 Zon, harde wind, één haas, één ree. En één mier sjouwt met dikke teek
0432 29-05-06 Gifboer, min spitsbokje, spelend reeënpaar en wat hazenleuter
0432a 29-05-06 Rechts een bruine pony en links twee rode reeën
0433 30-05-06 Avondwandeling ruim rontelom verboden vennen
0434 31-05-06 Ik baal


Bolsterturf © bolsterturf.nl

IntroHoofdpaginaInhoudsopgaveNatuurdagboekRecentVideoHoogzitten en jachthuttenMuziekGedichtenOver bolsterturf en Bolsterturf
Stukjes tekst, video's en foto's van bos, hei en waterkant; over grasduinen en struinen in natuur en veld, over zon en wind en buiten zijn
<<<<<<<<<<<<<< Home >>>>>>>>>>>>>>