|
Bolsterturfs natuur B o l s t e r t u r f s n a t u u r Dagboek juni 2006
435 Ik wou gaan werken, ben daarom in tijdnood, laat Erpel uit langs de straat. Terwijl die poept en pist, lawaaien kauwen door de hoge eiken en trippelt een merelman pieren uit de grond. Als ik daarnaar kijk, zijn mijn gedachten bij de vaderlandse politiek, want ik - die zelden poppetjes kijk - zag vannacht poppenkast op televisie. VVD-poppetjes allemaal: Rutte, Verdonk en Veenendaal. Na afgeven op mekaar, zijn die nu weer vriendje en vriendinnetjes geworden. Tenminste, dat beweren ze. Bolsterturf, donderdag 1 juni 2006
436 Ik wil wat mooie foto's maken. Het weer is er naar. De muggen zijn niet vervelend en rontelom zangvogelzang in zonnige, lekker warme junimiddag. Maar twee zwarte kraaien - die ook zangvogel zijn! - zingen niet. Die zitten heel brutaal vanaf paaltjes naar Erpel en mij te gluren. Ja, de kraaien, die zijn slim, die kennen het verschil tussen een camera en een geweer. Plots zie ik in weihoek, pal tegen moerasrand aan, een ree staan. Ik was wat aan het filosoferen over jagen en jagers en lette daarom niet goed op. Dit ree deed dat wel. Dat zag of hoorde Erpel en mij al. En dan is het half uurtje later weer mis. Een ijsvogeltje - pijlsnel blauw juweeltje - vliegt op van paaltje in sloot. Ik zag aan moerrand nog nooit een ijsvogeltje, ben dus ontiegelijk blij verrast, maar krijg geen seconde kans om het op foto te zetten. De camera zit op de mooiste momenten altijd in de tas. Als ik over een boomstam over brede sloot wil lopen, is ook een krooi eendjes me te vlug af. Een pulletje of negen stuift opeens de oever uit. Piepend en watertrappelend verdwijnen ze uit zicht, zijn ze weg van het water. Hun moeder kwaakt achter ze aan. En Erpel wil achter moeder eend aan. 'Nee Ep, hierrr blijven!' Ik kan door de zoeker nog net een paar al verwegge pulletjes snappen. Min of meer op goed geluk, zet ik ze op de foto. En dan zitten ze allemaal verstopt in grassige oever. Bolsterturf, vrijdag 2 juni 2006
437 We rijden naar de camping en - het luieren moe - paar uur later vanaf camping een stuk verder, richting België. Onderweg zie jij een ree in bosrand staan. Ik kan dan niet meteen stoppen, want een maf in bestelbusje kleeft aan de pindabumper. Als ik het gas los laat, scheurt de gek voorbij, waarna wij met gangetje van negentig - toch tien kilometer harder dan toegestaan - vrolijk verder tuffen. Jij babbelt honderd uit: over de baby, over dochters en aangetrouwd, over Ep en Bolletje en opa Trammelant, over je werk en je vriendinnen, over onze campingmussen en -merels, over onze campingeekhoorntjes en campingspechten en verder ook nog over van alles en nog wat meer. We wandelen door grensstreek. In grote schuur waarvan de baanderdeuren open, staan geketende koeien in lange rijen. Als die hun halzen rekken en opzij kijken, kunnen ze de grazige weiden zien. Daar, voorbij die groene weiden, wandelen we, daar op grens van akkers en hei. Daar vergeten we deze koeien. Daar genieten we van vogelzang en zon en wolken en wind. Zwaluwen scheren er boven een ven. Twee koekoeken koekoeken heel de namiddag. Een wulp jubelt over stuk gemaaide hei en over akkers met jong, nog laag gewas. Kokmeeuwen, zwarte kraaien en witte kwikstaartjes scharrelen op, aan 't onkruid te zien nog onbespoten, maïsland. Van onder bietenakker weg, welt bruinrode oer in geschoonde sloot. En overal tussen de bieten breken paddenstoelen uit de grond. Plots zit Erpel achter een groot haas. Het haas slaat haken, maar is niet snel genoeg. Ep dreigt het te vangen, zit er maar een meter achter. Jij en ik schreeuwen samen 'Erpulll hierrr! Hierrr! Hierrr!' Met zichtbare tegenzin gehoorzaamt Ep, geeft hij de jacht op. Op weg terug naar de pinda, staan de hoefjes van een volwassen ree en van twee reekalfjes in zandpad en maïsakker. Alle hoefjes leiden naar perceel hooigras dikke tweehonderd meter van het pad af, voorbij perceel maïs. Jij speurt met de kijker. En dan vind je haar hoofd. De rikke rommelt wat in het lange gras. Soms komt haar koppie boven 't gras uit; meestentijds is ze onzichtbaar, ligt ze bij haar kalfjes. Bolsterturf, zaterdag 3 juni 2006
438 Voor bezoek met oudste dochter en haar man aan jongste dochter en haar vriend, doen ouwe pa en jonger ma - 't oma worden maakt jou zichtbaar jonger; 't opa worden, ach, aan ouder worden ontkom je niet - een ommetje moeras met Erpel. Jij geniet van allerhande vogels en je plukt wit fluitenkruid, gele boterbloemen, roze koekoeksbloemen, gele lissen en rode zuring. Ep heeft meer interesse in muizen en reeveegboompjes. En ik? Ik speur naar vossendrollen en glimlach om de lente, om de natte ruigte en om jouw en Eps plezier. Dit moerasje..., dit gebiedje oer, het ligt in ons Nederlandje, dit stukkie klote muggenmoer in Brabantse stedenrij. Voorbij dit oerig meertje Eindhoven, Den Bosch, Tilburg en Breda; daar weer voorbij de Randstad. En achter ons het Duitse Roergebied. Auto's, treinen, huizen, kantoren en fabrieken rontelom. Zowat alles steen, beton en staal. Met elektriek uit draden, water uit een kraan en gas uit Slochteren of weet ik waar helemaal vandaan, kwam de welvaart. Toch, rare oudjes die genieten bij 'n oerig muggenmeertje aan voet van omgewaaide berk, kunnen verlangen naar olielamp, waterput en turfkacheltje, naar 't welzijn van vijftig jaar terug. Terwijl jij flink geprikt loopt te mopperen op al die klote muggen en Ep een moerbad neemt, vang ik tussen schapenwei en imkertuin een forse reebok in de lens. Hij kijkt een minuut of drie naar die twee rare mensen op het puinpad, moet blijkbaar niks van ze hebben, want verstopt zich in hoog gras langs slootkant. En dan moet Erpel van je aan de lijn. Er zitten mereljonkies tussen eiken-, berken-, bospest-, kamperfoelie- en meidoornblad. En ook nog allerhande ander jong vogelgrut. 'Had i maar niet naar dit mereltje moeten happen.' Bolsterturf, Pinksterzondag 4 juni 2006
439 De camping af, fietsen we rontelom het dorp. De noordenwind is koel. Vanmiddag is het nauwelijks vijftien graden, maar van tussen grote witte wolken schijnt met tussenpozen lief en warm de junizon. Erpel draaft mee naast mijn fiets. Ik zie het zich drukkend haas meteen, en krijg de tijd om er een foto van te maken. Na de knip zet de langoor het op een lopen, met flinke vaart bos toe. Erpel staat op scherp. Hij trekt zijn lijn strak, maar mag er niet achteraan. 'Volgens mij is het een dooie haas,' zeg jij na een poosje. Als het haas daarna nog onbeweeglijk blijft, zelfs zijn oren niet even beweegt, loop ik na een minuut of zeven de wei in. En dan blijkt dat ik een door maaimachine beetje van de bodem losgescheurde grasplag fotografeerde . Bolsterturf, Pinkstermaandag 5 juni 2006
440 Laag maar fel straalt gele ochtendzon uit blauwe hemel, over groene wei en donkergroener bos. Toch is het koud, maar graad of vijf. Erpel en ik lopen, met zon in de rug, over paadje tussen wei en roggereep voor bosrand langs. Over 't streepje graan heen, staat een ree naar me te kijken. Het is best ver. Het zal verwaaiing van Ep en mij gekregen hebben, of misschien is mijn trui te fel oranje ('k trok bij gehaast opstaan verkeerde trui aan), steek ik te duidelijk af tegen 't lentegroen, zie ik er uit als rare boomstam. Waar ree en ik kijken naar elkaar, hangt geen nevel, maar midden in zelfde wei liggen roodbonte melkkoeien in melkwitte waas. Dan loopt het ree weg, springt het over sloot, verdwijnt het in groene waas van hoger gras. Bok of geit? Niet te zien. Daarvoor is de afstand te ver. En alleen het reeëkoppie zie ik weggaan door de lens. En roggearen en boompjes zijn in de weg. Maakt ook niet uit, ieder ree is mooi om naar te kijken. Omstreeks zeven uur Vanaf twintig voor acht uur tussen eikenbos en moeras Bolsterturf, dinsdag 6 juni 2006
441 Prachtige junimiddag. Licht bewolkt zonnig. Tweeëntwintig graden in achtertuinschuttingschaduw. Beetje wind. Bolsterturf, woensdag 7 juni 2006
441a Mooie lenteavond, zij het wat steekmuggerig. Inmiddels drieëntwintig graden in de schaduw, bij eender zacht maar warmer windje. Bolsterturf, woensdag 7 juni 2006
442 In zomerse lentedag naar muggen, moeras en onland. Op zandpad net dorp uit, racet een jongen op snelle zwarte brommer me voorbij. Kwartier later staat de jongen naast de brommer, midden op puinpad. Een radiootje staat aan op de duozit. Het ding blèrt kutmuziek over 't moer, scheurt de stilte aan flarden. De onlandjes liggen er fleurig bij. Allerhande kleuren vloeien hier harmonisch ineen. Meestal overheerst het rood van zuring, soms wint het geel van boterbloemetjes, heel soms het zachtblauw van vergeet-me-nietjes. Huistoe komt de jongen me weer achterop. Hij knettert met gangetje van zestig, zeventig over 't zandpad voorbij. Ep heb ik dan aan de lijn. Merels en kauwen houden even op met druk doen. Een paar blauwe duiven fladderen van schrik uit de berm en 'n druk flirtende vinkenman komt niet verder dan si-si-si-sies. Bolsterturf, donderdag 8 juni 2006
443 Halfweg camping wijs jij: 'Daar! Ree in wei.' Ik stop de pinda. Net op tijd vang ik de geit in de lens. Ze springt af als twee vrouwen op de fiets voorbijkleppen. We geven onze bomen en planten in campingtuin water. Da's fijn om te doen. Ondertussen wordt rosé genipt (jij) en bier gezopen (ik) - we blijven slapen in het park. Ook genieten we van boomkruipertjes, eksters, eekhoorntjes, konijntjes, bonte spechten en mezen. Rond middernacht wandeling met Erpel, in 't bos aansluitend aan camping. Steenuiltjes roepen dan naar ons of naar mekaar. Over dat roepen - naar wie? - zijn we het niet eens geworden. Wel 's morgens heel vroeg al wakker geworden, van koppijn en uitbundige vogelzang. (Zie item 465 van 1 juli 2006. Deze uilen blijken geen steen-, maar of rans- of bosuilen te zijn.) Bolsterturf, vrijdag 9 juni 2006
444 Na uitslapen in de caravan - nadat vogels ons wekten, dronken we cola en spawater en gingen we gewoon weer verder slapen - gaan we tegen de middag per mountainbike op weg naar de Achelse kluis. Onderweg zien we veel: (onder meer) gele plompen in niet meer meanderend beekje, kokmeeuwen in en boven schrale heiplas, reigers langs kwaakkikkersloten en een wilde eend met pulletjes. Heel druk is het niet in Achel, maar monnikenbier smaakt zalig en tegen de balken van de binnenplaats van het klooster nestelen zwaluwen. Na wat tot ons nemen van trappist dubbel, fietsen we stuk bosrijk België in. Een Belgisch ree staat in weiland tussen bos en bos naar die gekke Nederlanders te kijken. Als we afstappen rent het bosrand toe. Terug in Nederland, komen we voorbij een grote plas met reigers, meerkoeten, wilde eenden, toppereenden, brandganzen, grauwe ganzen, plevieren, scholeksters en witte kwikstaartjes. Een paartje wilde eenden is daar druk met zich mooi maken. Vooral zij - echt ijdeltuitje - doft zich op, poetst honderd uit. 'Gelukkig voor haar is de verhouding 1 op 1,' zeg jij, 'eendenmannetjes zijn echte rotzakken.' Terug trappend naar de camping lopen en liggen er zo nu en dan wat koeien in een wei. Meer koeien staan op stal. Die mogen nooit 'ns genieten van lentezon en lentewind. De boeren zijn druk met hun hooi. Overal ronken tractoren. Maar onderweg is er weer trappist, ditmaal trappist met grenadine, wat het donkere bier zoeter en zachter van smaak maakt. Jij lacht me uit als ik klaag: 'Mijn benen worden toch zo moe van dit monnikenbier.' 's Avonds laat tot laat in de nacht - op gewone fiets - samen naar feestavond van het werk. Geen bier meer voor ons. Wel rosé. En dan de trappist van 's middags uit de benen dansen. Bolsterturf, zaterdag 10 juni 2006
445 Hete lentedag. Weer flink zuipen. Stress uit 't lijf zuipen. Geen voetbal kijken. Voetballen doet ons nix. Voetbal vinden we dom en saai. Vroeger deed ik het wel 'ns, soms: voetballen dus. Maar er simpelweg naar gaan zitten kijken vinden we dus nix. Sporten moet je doen, niet er passief naar gaan zitten gapen, toch? Daarom wandelen wij, wandelen wij graag en veel, vandaag langs weiden en boerensloten en rontelom ven in bleke bossen. Toch zijn wij niet de enigen die niet naar Nederland-Tegenstander kijken. In de bossen komen we een jonge man met bleek gezicht, korte witte benen en te klein wit hemd aan tegen. En net als ik 'n moedereend met jonkies op de foto wil zetten, zijn er een ouwe lul met baard en een meisje met nauwelijks kleren aan 't ranke lijfje. Duidelijk geen vader met dochter, want die twee doen rare dingen op slootwal. Het is hun schuld dat de foto van moeder eend plus pulletjes mislukt. Jij en ik en wel dertig melkkoeien kijken naar hen. Nee, niet naar de eend met pulletjes! Sja, zie je ook niet elke dag, sex op 'n weipad niet en tussen de koeien loopt geen stier. Maar wanneer voorbij sloot een paartje nijlganzen in ven voor ons poseert, zijn er opeens weer andere mensen: twee fietsers - jonge man in korte witte broek en ongeveer net zo jonge vrouw in lange zwarte broek - die vrolijk 'middag' wensen en die net als wij genieten van lente, zon, stilte, ven en ganzen. Bolsterturf, zondag 11 juni 2006 toen Nederland wk-voetbalde
446 Na weekend genieten van echte monnikentrappist en droge personeelsfeestrosé en na ook vandaag tot me nemen van jouw koelkastrosé, heb ik geen fut meer om in bloedhete lentedag naar hei, bos of moeras te gaan, kijk ik vanuit luie stoel liever een poosje naar wat dikke blauwe duiven die stoeien in groene kroon van straatrandbomen. Vanavond mag ik weer gaan werken. Bolsterturf, maandag 12 juni 2006
447 m'n hond en ik gaan naar de hei, in loomwarme lentemiddag. De pinda mag van me in schaduw staan, langs het bosweggetje haaks op de kale en hete parkeerplaats. Ep is blij dat hij weer frisse lucht kan happen, maar we lopen niet ver de hei op. Half kilometertje maar. Da's ver genoeg voor wat pootjebaden in ondiep wollegrasjesven. Weer bij de pinda terug, rijdt juist een boswachter in zwart-met-groen autootje voorbij. De terugweg is zowat eender als de heenreis. Bij 't pad zijn zwarte kraaien, wat dikke blauwe duiven en een paar midden op de weg fietsende fietsers. Deze laatsten, oude mannetjes natuurlijk weer. De ouderdom is erger dan de jeugd. De zon brandt op het pindadak en 'k heb geen autoairco. Toch stop ik even bij de plek waar vorig jaar een jongen zich doodreed, tegen een helemaal niet zo dikke boom. Dor en flets de twee dagen jonge snijbloemen in zwarte vaas. Bij bloedhitte verdampt water snel. Langzaam rijdend luister ik naar 't sies-ke-wiet van vinken. Bolsterturf, dinsdag 13 juni 2006
448 Alleen met Erpel in oerig moer. Heftige regen. Bliksemschichten. Donderslag met knettering. Dan lome stilte. Alles muf vochtig broeierig rontelom. Hemd kleeft aan 't lijf. Reehoefjes weggevaagd van zandpad. Op grens van moer en maïs belagen glimmend zwarte kraaien kieftenjonkies, maar geen vogelmoord. De kieften zijn met zessen, verjagen de kraaien. Maar die kutmuggen, die zuigen bloed. Rode spatten van 't mugdoodkletsen, op gezicht, handen en armen. Fijn gaan graven, in humus en rottigheid. Het geeft een kick: vinden van acht mooiwitte duivelseieren, deels rot met in grauwgeel gaatje geen eitand meer. Zeven eieren, rotte en niet rotte, dek ik weer toe. De achtste - een beschadigde, dan nog niet door mij ook beschadigd - wordt uitgegraven en ontleed. Zijn buitenkant mooi wit, zijn binnenste rot en bruin en grauw en geel en aan zijn kont een varkensstaartje, krulstaartje. Hoogste tijd voor meditatie, overdenking. Hoeveel mooi witgesteelde grote stinkzwammen zullen oprijzen uit dit stinkzwamnest? Eén Phallus verrees er al, schoot tevoorschijn uit humus, oer en moer. Paar meter van de zeven overgebleven eieren staat hij ballenloos horizontaal te pronken, met vliegen op kop en steel: saprotroof Phallus impudicus. Vrij vertaald: dode stoffen verterende onbeschaamde penis. Hoezo penis? Hoezo onbeschaamd? Verdomme, ik ben een maffe homo sapiens erectus - 'n onwijze, niet veel wetende, rechtop lopende, allesbehalve moderne, domme mens, maar wel een hse die niet van lullen houdt. Verkassen naar onlandwei. Blatende zwarte schapen. Loeiende dikbilrunderen. Wat hebben ze toch? Last van vliegen en muggen? Angst voor het onweer? Erpel wordt het allemaal teveel. Alsof helhond slaat hij aan, rent naar voren, blaft de dikbillen weg van schrik- en prikkeldraad. Na onlandwei in gewone wei een bijna helemaal zwarte, ontiegelijk magere melkkoe apart van kuddetje van zes. Haar ogen dof en droef. Haar gele oormerken vloeken in bliksemlicht. Op donderslag probeert zij overeind te komen. Dat lukt haar niet. Arm beest. Hoe kan ik haar helpen? Moet ik haar helpen? Dierenbescherming bellen? Boer en boerin hebben vanuit hun boerderij ruim zicht op wei en koeien. Maar hebben die twee een goede verrekijker? Verdomme, ik laat haar liggen, laat haar alleen. Ja, ik ben een lul, wil de koe vergeten. Thuis gekomen is het onweer weg, zie ik weer de zieke koe en jeuken honderd muggenbulten. Ik vloek en stuur m'n pinda naar de boerderij. De boer, jonge kerel nog, hoort me raar kijkend aan en antwoordt: 'ik goa zo wel effe naor heur kieke.' Bolsterturf, woensdag 14 juni 2006
449 Zwaar bewolkte droge lentedag. Kuifeendjes op klein twee meter ondiep verboden bosven. Nijlganzen in groter, maar scholler eilandjesven. Bij dit laatste ven ontmoeten Erpel en ik een oudere man met mooie grote bruine hond, naar mans zeggen weimaraner x new foundlander van 33 kilo. De hond - een lieve teef - is eens zo groot als Eppie die 17 en een halve kilo weegt. Erpel mag een kwartier met haar spelen. In die tijd praat ik met haar baas die haast heeft, omdat er om zes uur voetbal op tv komt. Bolsterturf, donderdag 15 juni 2006
450 Na mijn thuiskomst van lange dag vrijwillig verplicht klootcursus volgen, neem je mij en Eppie mee uit wandelen. 'Zonder ons twee voor de televisie gaat het voetbal Nederland - Ivoorkust ook wel door,' lach je. Onder 't lopen praten we over van alles en nog wat. Jij klaagt over de verwegge directie van je werk. Ik zeur wat over jouw poetsmanie. En dan ben jij weer aan de beurt met het uiten van je onvrede over mijn niet kunnen koken en stofzuigen. Soms zijn we een poosje stil, genieten we zomaar wat, ieder voor zich, van late lente en avondzon, tot ik met platte hand een mug die op je kuit ging zitten doodklap: 'petsss!' Overdreven hard roep je 'au' en mopper je op me - onterecht gemopper, want ff au is veel minder erg dan een muggesteek, maar meer dan aan de muggen en mijn kletsje erger je je aan stank van gier. En weer wat meer dan met die stank, heb je moeite met de huisvesting van een paard. En dan praten we een hortje over de man met alleen maar aow die rattengif uitlegt en wiens hobbypaard het moet doen met zwarte zandbak van maar vijftig vierkante meter, terwijl rontelom de met schrikdraad omspannen bak alle wei uitbundig met gier is besproeid. Gelukkig wil Erpel - die niet vies is van rugrollen in modder en schapenkeutels - nix weten van gier.
Gier en gif: twee ingrediënten uit de kookpot van onze Veerman en zijn ministerie. 'Denkt die Veerman nu echt dat een vos dol is op naar gier stinkende en vergiftigde patrijs of kievit?' vraag je me. En als ik geen antwoord geef, omdat ik dan net door de kijker tuur naar verwegge torenklok, ga je verder: 'Dat zo'n domme man minister mag zijn! Sjonge zeg, wat zullen de weidevogels blij zijn met Veerman en het landbouwbeleid, met de bioschuren en met de maïs- en gierboeren.' Bolsterturf, vrijdag, 16 juni 2006 toen Nederland wk-voetbalde tegen Ivoorkust
451 We wandelen weer 'ns over paadje tussen bosaanplant met - dit jaar tweejarige - rogge en hoger onkruid. Vijftig meter voor ons springt een roodbruin ree uit deze ruigte, de bleke bossen in. Erpel mag er niet achter aan, maar zwemt vijfhonderd meter verder twee kuifeendjes uit verboden ven. Bolsterturf, zaterdag 17 juni 2006
452 Hete, bijna kalenderzomerdag. Viervoeters en vogels doen het kalmpjes aan. Zowat alle dierenleven ligt of zit in schaduw: hazen, reeën en konijnen laten zich niet zien, een vink zingt zachtjes sies-ke-wiet, een bonte ekster hipt op z'n gemakje langs wegkant en twee zwarte kraaien schrijden traag over kort gemaaide wei, maar toch..., twee eekhoorntjes spelen vrolijk achter mekaar aan, dartelen over bosbodem en springen - meters ver met lange pluimstaarten gestrekt - van dennentak tot dennentak. Wij kijken naar de eekhoorntjes en naar elkaar en beseffen: wij worden te dik, te vet, want we zijn door de weeks keuterboerendochter op kantoor en turfstekerzoon in ietwat digitaler hok, maar thuis en in de caravan hebben we vlees, gebak, wijn en bier. Bolsterturf, zondag 18 juni 2006
453 Regen in de late zondagavond. Regen in de nacht. Regen in de maandagmorgen. Pas tegen drieën fiets ik met Erpel naar 't moeras. Daar is weinig te beleven. 'k Vind het laf om een - altijd ongewapend - dier neer te knallen. Bolsterturf, maandag 19 juni 2006
454 Het mereljong zit al drie dagen in de achtertuin. Bolsterturf moet van jou nog een paar dagen huisarrest, Bolsterturf, dinsdag 20 juni 2006
455 Een eerste zomerdag met wolkenlucht waaruit geen regen viel. Pa en ma Merel waren weer heel de dag druk met 't volproppen van hun jong. En dan zijn er de avond en het werk, mag de televisie aan, Bolsterturf, eerste zomerdag woensdag 21 juni 2006
456 Per pinda op weg naar na- en bijscholing keek ik uit naar patrijzen, hazen en reeën. Helaas, buiten gaaien, mussen, spreeuwen, kieviten en kraaien zag ik veer noch haar, want zomerbossen zijn weelderig van blad en groen. Zo ook slootkantwildernisjes en het akkerlandgewas. Koren, maïs, bieten en erpel, 't groeit allemaal als kool. Ach, soms ben je ook in mooie warme zomerdag de klos, mag je keihard blokken en werken, mag je cursus volgen. Op zulke dagen is er geen tijd voor hond en veld, zelfs niet voor het wijf Het moge mij vergeven worden: ik vind wijf een machtig mooi woord. Bolsterturf, donderdag 22 juni 2006
457 Tussen werken en genieten van satéschotel maken we een bleke bossenwandeling. Jij klept een ree uit roggeveldje en Erpel apporteert tien stokken, weft ook een konijn onder takkenhoop vandaan. En thuisgekomen krijg ik opdracht, ga ik met schop, zaag, kapmes en bijl vijf goothoge kerstsparren te lijf. Ik moet dat van je. Je wil meer bloemetjes in de voortuin en huilt niet om de traantjes van merels, mezen, roodborstjes, winterkoninkjes en goudhaantjes. Bolsterturf, vrijdag 23 juni 2006
458 Nederland - waterland. Van nogal wat kanalen zijn de beschoeiingen te steil en te hoog, zodat in het water terecht gekomen dieren verzuipen. Door het aanbrengen van fauna-uitstapplaatsen kan verdrinking worden voorkomen. Zulke voorzieningen zijn er in de meeste kanalen niet of nauwelijks. Dit laatste waarschijnlijk, omdat er nog niet genoeg mensen verdronken. Vrijwel niemand maakt zich druk om dit door onze overheid vermoorden van te water geraakte dieren. Alleen het jagersgilde schreeuwt moord en brand en uitstapplaats, want jagers balen bij het vinden van een verdronken haas, ree of vos. Jagers schieten liever dood. Bolsterturf, zaterdag 24 juni 2006
458a Het zomert. Lome warmte in de bleke bossen, lome warmte over 't ven, lome warmte rontelom. Toch jaagt, fel en fanatiek, een foxje op hazen, hagedissen, muizen en konijnen. Als het bijtijds kan drinken, houdt zo'n hondje overmaat aan energie. Zelfs bij phegeavlinderweer. Maar die phegeavlinders - mooi blauwzwart zijn ze, met witte stippen en oranje liefdesband - bewegen allemaal o zo vastbesloten sloom. Onbeholpen fladderen ze door zomer en armetierig bos. Toch vinden ze mekaar, hechten zich aan elkaar. Netjes getwee koppelen ze hun achterlijfjes, om samen te gaan hangen aan langzaam wuivende spriet. Vlinders, vlinderstrikken, braakballetjes en witte vogeldrek. De steenuiltjes van het eilandjesven leven even in zomervlinderland, schijten vlinder. Bolsterturf, zaterdag 24 juni 2006
459 Wandelen en praten door bleke bossen. Uitkijken naar reewild dat zich niet laat zien. Erpeltje vindt het niet erg. Die is tevree met muizen en konijnen. Bolsterturf, zondag 25 juni 2006
460 linksonder op de foto: stervende stinkzwammen midden op de foto: piepjong stinkerdje Ouwe jongen en jonge hond struinen door oerig motregenmoer. Ze worden zeiknat, maar genieten honderd uit: van pikmuggen, kieviten, buizerds, lijsters, merels, wilde konijntjes, een krooi wilde eenden, een schriel spitsbokje in boerenslootwal, zwarte kraaien, zwarte schapen, vlaamse gaaien, vier grote hazen op kleine weitjes, blauwe duiven, een holenduif en stinkzwamstank. Terwijl het hondje - een foxje - achter bok en hazen rakt, luistert zijn baasje in akelige zwamselgeur naar het monotone oeroe-hoeroe-oeroe van de holenduif. De ouwe jongen maakt een foto. Stinkzwammen komen belabberd digitaal. Maar om daar nou wat waterdropjes op de lens en regen die langs broekpijpen in laarzen sijpelt de schuld van te geven... Als de oude jongen naar dit stinkend sterven kijkt, moet hij denken aan een "vies"gedicht van N. Verhoeven: .... .... ... de mast gebroken, een gescheurde zak. Tel en hertel het aantal uwer ballen, de zee deint na in eindeloos welgevallen. Maar dan glimlacht hij, zomaar in dit zomers klootmoeras waarin andere mensen niet willen wezen, want opeens staat daar - mooi en fier en kort en krachtig - het nageslacht, wortelt een piepjonge phallus impudicus in rottende berkenvoet. Bolsterturf, maandag 26 juni 2006
461 Goddeloos hard groeien ze, stinkzwammen en ander paddo's in zomertij. Bolsterturf, dinsdagmiddag 27 juni 2006
461a Ondanks gif en plastic rontelom is er heel veel moois in Nederland 2006 Bolsterturf, dinsdagavond 27 juni 2006
462 Vandaag fotografeerde ik een hurkende rikke, hurkende rikke van ouwe bok. En al fotograferend moest ik denken aan een jonge hurkende vrouw van een jonge bok in de bergen van Kalavasos. Zij is niet rood, maar bruin van haardos.
Filegeit Vandaag spotte ik ook heur, vanaf parallelweg en op weg van werk naar huis. Ik lachte en keek van heur naar de files op de vierstrokenjakkerbaan, stilstaand verkeer naar beide richtingen. Ja, ik woon in mede reebevolkt mensidiotenland. Bolsterturf, woensdag 28 juni 2006
463 Lief tafreeltje: na lange nacht werken huistoe rijdend, huppelt een haas door dorpswei. Ik kijk graag hazen, parkeer mijn pinda in de berm. 't Haas huppelt op z'n gemakje, schuwt huizen, auto's en fietsers niet. Bolsterturf, donderdag 29 juni 2006
463a Mooie zonnige zomeravond. Honderd meter voorbij gekraakte boerderij en net voorbij parkeerplaats, komt een reebokje uit - meter hoog al - perceel maïs. Het van kleur nogal donkere bokje springt over schrikdraad, rent dan bos in. In deze tijd van het jaar moeten de vorig jaar geboren reetjes hun moeder verlaten. Oude bokken pappen graag aan met een éénjarige reegeit, maar ze verjagen de jonge bokjes. Die laatsten vluchten voor de oude bokken en moeten op zoek naar een ander leefgebied, naar een eigen territorium. Twee hazen spelen op weiland. Ze slaan op de vlucht voor Erpel. Ook tientallen konijnen vluchten van wei, over bosweg heen de dekking in. Erpel mag er niet achter aan, maar zit dan toch in stuk beukenbos opeens achter een groot konijn aan. Gelukkig is er even later een bosven waarin het heerlijk zwemmen is. Bolsterturf, donderdag 29 juni 2006
464 Een prachtige zomerdag met verplicht cursus volgen en examen doen. Drie van zestig multiple choice vragen geef ik een fout kruisje mee. Toch nog drie vragen fout! En dat terwijl ik echt heel vlijtig heb gestudeerd Wandelen met vrouw en hond, in tussen stad en dorpen ingesloten bufferloos bos. Dit bos is echt helemaal door alsmaar groeiende stad en alsmaar groeiende dorpen ingesloten. Vanavond is het er heerlijk rustig. Nauwelijks wandelaars. Ons straatjoekeltje U, onze kater B., onze bouviers B. en N. en onze rottweilers G. en F. liggen hier heerlijk rustig. Terwijl we keuvelen, gluurt vanachter dennenstam een eekhoorntje naar ons en een stuk of wat konijnen vluchten voor Ep, van perceel grasland bosrand in. Zitten in de achtertuin. De maan en gierzwaluwtjes, heel veel gierzwaluwtjes. Veel meer zwaluwtjes dan veertien dagen terug. Ook de jonkies zwieren, rap en dapper als hun ouders, al een week of wat mee door het smetteloze zomerblauw. Druk hebben ze het allemaal, heel druk. Met muggen en vliegjes vangen. Ze willen snel groeien, gauw groot en sterk worden, want nog maar één of twee, misschien drie, weken, dan zijn ze allemaal op weg naar Afrika. Wat is koelkastrosé toch lekker! Bolsterturf, vrijdag 30 juni 2006
index juni 2006
|