|
Bolsterturfs natuur B o l s t e r t u r f s n a t u u r Dagboek juli 2006
465 Onderweg naar de camping draai ik m'n pinda van provinciale weg af, eindje het parallelle fietspad op, waarna ik moeilijk een eindje terug steek, een met allerhande grassen begroeid boerenpad naar wei- en hooilanden aan bosrand in. Ik acht het te gevaarlijk om achteruit rijdend over dit landweggetje straks de drukke, verharde weg weer op te rijden. Vanaf de parkeerplaats is het maar tien mins lopen is naar ondiep eilandjesven. Het ven ligt er vogel- en - hoe fijn dit laatste! - ook mensenleeg bij. Met bloedgang rent Erpel meteen het water in. Hij spettert en spat, zwemt dan gretig een hortje in ietwat dieper deel, tot hij liever weer naar konijnen en muizen gaat zoeken. Met half uurtje vertraging arriveren we op de camping. Daar zitten we de godganse middag en godganse avond voor de caravan. Daar krijgen we bezoek van jongste dochter en haar vrijer. Daar genieten we met z'n allen van allerhande vogeltjes, van eekhoorntjes ook, en van konijntjes, houtduiven, zwarte kraaien en twee spechten, een bonte en een groene. Daar drinken we water, limonade, wijn en bier en hebben we het over Jan en Allemien, over computers en wasdrogers, over werken, paspoort en de val van Balkenende en diens mede stoethaspels. 'Die Balkenende is echt een sukkel, maar toch wel een flink wijf die Verdonk.' 'Sjonge zeg, je zal met zoiets dominants getrouwd zijn.' 'Letten jullie wel wat op je woorden?' 'Welnee, Rita is thuis vast een heel lieve vrouw.' Ook praten we over school en werk en kopen of huren van een huis, maar 't meest van al gaat het over de baby van oudere zus die er nog niet is. Net voor middernacht laten jij en ik Erpel uit in 't campingbos. Twee uilen roepen naar elkaar: een alsmaar herhaald helder 'kie-wie-o'. 'Zo mooi. Zo lief,' fluister jij. 'Steenuiltjes,' zeg ik daarop. 'Ja denk ik ook,' antwoord je. Maar dan vliegen er opeens twee ontiegelijk grote steenuilen onder de sterrenhemel, over kaalslagje heen, blijken de uilen geen steen- maar of rans- of bosuilen te zijn. Bolsterturf, zaterdag 1 juli 2006
466 's Morgens tot elf uur slapen wij uit, in ietwat smaller bed dan thuis. In het dure caravanpark hebben we maar een oud woonwagentje, zo eentje waarin het altijd te warm en te klein is. Toch pitten we als marmotten in de winter, tot Erpel ons wakker kliert. In gloeiend hete middag wandelen wij door het campingbos. Terwijl jij verhaalt over baby en baas en zo, gluur ik rond naar de uilen van vannacht. Niet éne uil zich zien of horen. Tegen vieren verlaten we de camping - we hebben er geen televisie, geen radio en geen computer, en ook geen opa Trammelant wat heel fijn is. Van camping terug naar huis rijden we om, over de grote provinciale wegen, mijden we de smalle binnenwegen, want, vind ik, te veel lawaaiende en slingerende fietsers op mooie zomerzondagen. In langzaam koeler avond zitten we thuis fijn buiten, drinken we vruchtensap en ranja, ik ook wat cola - cola is troep, vind jij - en luisteren we naar Ierse muziek en Ann Breen. Zij overstemt met gemak 't langdraderig kwijlgejank uit de radio van opa Trammelant. Opa wordt wat kriegelig van Ann, maar als hij begint te vloeken zet ik haar gewoon nog wat harder aan. Tot jij - als altijd - me weer eens meent te moeten wijzen op m'n asociale klote gedrag. Maar dan babbelen ze weer over, zijn ze er weer, net als gisteren en eergisteren en alle zomerdagen van dit jaar en al voorbije jaren, grote langgerekte vluchten roeken en kauwen, en dan zitten houtduiven op buurnok en snellen gierzwaluwen door hoge lucht. De zwaluwen blijven bij ons tot bijna donker. Ze vliegen grillig, hoog en ver - zwarte stippen tegen hemelblauw en witte sluierwolken. Soms snapt er eentje een mug boven òns huis of ònze tuin. Bolsterturf, zondag 2 juli 2006
467 Hoogzomer. Weer smelt de zon asfalt Tussen acht en negen rij ik tamelijk kriegelig over jouw het warm hebben, over je stofzuiger en over mijn stof zuigen naar stukkie eikenbos. Na wandeling met Erpel daarin, ook nog ff naar onlandje en moeras. Ondanks vlijtig zoeken met de 7 x 35 vind ik geen ree, geen vos en ook geen haas. Zelfs geen koekoek, eend of fazant. Ook Erpel weet niks te vinden. In koel zomerbos loopt het fijn, maar in moer en onland zitten boze muggen en bozer dazen, rotzakken die me prikken tot ik jeuk uit honderd witte bultjes. Weer thuis gekomen zeg je tegen me: '... had je maar sokken en lange broek en shirt met mouwen aan moeten doen,' maar dan wijs je me de maan. Die staat te glimmen achter de esdoorn, de maan in eerste kwartier. En dan is er opeens wel je vrouwenhart, als je wijst en glimlacht 'nog maar even, met volle maan word je opa.' Bolsterturf, maandag 3 juli 2006
468 Om kwart voor zes al gaan Erpel en ik van huis. Ik wil reewild zien en op foto zetten, maar ter hoogte van het moeras is daar opeens Eps knokmaatje, 'n klote foxje dat als hobby heeft tegen pindabanden aan te pissen. Ditmaal is deze fox eens niet alleen op stap. Aan begin van puinweg zijn z'n baas en bazin druk. Die twee - tamelijk jonge vrouw en tamelijk oude man - staan daar te zwaaien met hun armen en benen. En dat om zes uur in de morgen! Veel tijd om me daarover te verbazen krijg ik niet, omdat dikke honderd meter verder, tegen bosrand aan, een ree loopt. Vlug zwaai ik naar baas en bazin en vlug rij ik door, om klein eindje verder te stoppen. Met m'n veldkijker bestudeer ik het ree, een geit. Als ze zekert en afspringt, rent een kalfje met haar mee, donkere eikenwal in. Even snap ik niks van dit reegedrag, maar zie dan in de achteruitkijkspiegels bazin en bazinnetje aankomen. Die twee joggen over de weg, zowat hand in hand. De geit moest om hen te kunnen zien tegen zon in kijken. Ach, elk niet blind ree ziet op honderd meter afstand bewegende wit met rode joggingpakken. 'Verdorie Ep,' verzucht ik, 'ook vanmorgen te veel mensen.' Voordat de joggers bij de pinda zijn, geef ik gas en scheur weg, naar andere plek waar ik reeën vermoed. De zomerzon schittert al fel en warm op de asfaltweggetjes. Ja, de lage zomermorgenzon, die verwarmt het asfalt voor. Die is zo vroeg in de dag nog niet heet genoeg om het wegdek te doen smelten, maar zet buiten schaduwbereik van bomen en struiken wel bosrandstammen in lichterlaaie. In eerste versnelling en zonder gas te geven stuur ik de pinda over schaduwplekken en zonnevlekken. Deze zomerzon - koperen ploert van bijna hittegolf - schijnt op vuile voorruit en in mijn ogen, verhindert goed zien, verblindt. Toch..., opeens is er een witte ree, nee een wit hert... Nee, toch niet, het is een witte hond... Nee, een albino schimmeltje, een witte pony, een geit, nee een spook want te hoog voor geit... Vreemd wit wezen... Misschien wel een engel?... Over 't midden van de weg gaat dit witte wezen. Het schuifelt voort, blijft op 't asfalt. Te gauw moet ik naar huis, want gaan werken. Even stop ik nog bij een familie kraai. De zwartrokken zitten met z'n allen op perceeltje akkerland. 't Klein maar vliegvlug kroost bedelt bij pa en ma. Plotsklaps vliegen wel vijf jonkies mekaar in de veren. Erpel wordt er gek van, begint te keffen, wil zich er mee moeien. Als ik aan zijn kant het portier open, stuift hij de akker op, jaagt de ruziemakers weg. Bolsterturf, dinsdag 4 juli 2006
469 Ik zou naar heideven. Ik wou gaan zwemmen. Onderweg dreigende donderkoppen in donkerblauwe lucht. Ik kwam uit bij muggen en moeras. Bij onweer zwemt men beter niet. Vinkenmannen sies-ke-wietten; een krooi eenden steeg op, uit bijna drooggevallen sloot; er mauwde een buizerd, éénzaam in eikeboom; ook klepten blauwe duiven van licht- naar donkerblauw en schapen en koeien stonden stom aan draad en gaas. Twee karkasjes ontsierden puinpad: † mol en † merelvrouw. Uit het ene kropen witte maden. Aan het andere zat niks dan vleugeltjes en pootjes. Vlerkenwerk van onbekend resp. sperwer.Jonge kraaien vochten om slak of regenworm van pa of ma. Zwarte veren stoven rontelom, in zonneloze lome warmte. Fox - mijn vriend - wentelde zich in schapendrek en moddersloot, moest gewassen in verwegge beek. Moe van lopen rusten in eikenwal. Onweer, bliksem, regen, donder, het bleef uit. Voor de gek gehouden door de lucht en daarom sjaggie ontevree, ging ik op zoek naar Gaffelaar en Rikke. Waarom zoeken? Waarom toch? Het is begin juli. Pas over veertien dagen begint de reebronst. Dan zullen ze mekaar achterna jagen, bok achter geit - oranje, rood of bruin, soms zwart, heel soms gevlekt of wit. Ben ik reeëgek? Net zo maf als die jongen van zeventien die hoopte op toevallige ontmoeting met mooi meisje? Bolsterturf, woensdag 5 juli 2006
470 Ik wou naar de bossen maar het begon hard te regenen. Daarom ging ik toch maar met jou mee. Voorbij stoplichten, stadskauwen en stadsduiven naar Il en Piek en koffie, koek en bier. Bolsterturf, donderdag 6 juli 2006
471 Een zwaar bewolkte, warme zomerdag. Op zoek naar wild en muizen, breekt Erpel door perceel jonge dennen. Ik loop met hem op, over door gemeente S. geëgaliseerd kuierpad. Overal tussen de dennetjes is de bodem bedekt met dode takken. Die takken werden van geoogste, wat grotere bomen afgerukt - geen boom mag echt groot groeien in dit bos. Dat deden Timberjack en Cirkelzaag. Die gingen hier samen flink tekeer, driekwart jaar geleden ongeveer en daar hebben eekhoorns, hazen, konijnen en het klein vogelgrut nu baat bij. Om vier na twaalf komen we uit de bosrand te voorschijn, wordt opeens de wereld lichter, blijer ook, ligt voor ons onder zware wolkenlucht het diepst verboden ven in de warme zomerdag. Ik kijk om me heen. We zijn alleen. We rennen naar het water. Ep zwemt als eerste. Die hoeft zich niet uit te kleden en geen horloge af te doen. Een minuut na hem ben ook ik nat, zwem ik naar het midden van het ven, om daar een poosje te gaan drijven op het water. Zo languit drijvend, zie ik waar de zon probeert te breken door stukje leigrijs wolkendek. Ook zie ik zwaluwen kringen en, ver weg, eenden vliegen. Die verwegge eenden, net een onderbroken streepje van negen zwarte horizontale ééntjes. Ep cirkelt om me heen. Overal blijft hij dicht bij me. Maar dan draai ik me alweer op m'n buik en spied naar alle kanten. Geen mens te zien. 'We zijn alleen Ep. Kom op! Wie het eerst aan de overkant is.' Als altijd wint Ep. En dan rennen we over venoever. Het zacht zuidwestenwindje droogt me af. Een handdoek heb ik niet nodig, niet meegenomen ook. Zo fijn, dit rennen, zo fijn, dit windje. Ep bereikt m'n kleren het eerst, maar ik ren door, en hij met mij. Ik wil nog een heel rondje maken om het ven, want geen mens te zien. Beweging en wind samen drogen sneller. Dit windje, dit briesje, zo fijn, zo fijn tegen armen, benen, buik en rug, maar dan moet ik lachen om mezelf, als ik kijk naar 't klein dansend klokkenspeeltje dat zorgde dat ik opa word. Bolsterturf, vrijdag 7 juli 2006
472 Twee verwegge mannen in wei aan bleke bosrand. Eentje heeft een verrekijker op zijn dikke buik; de ander houdt iets ik-kan-niet-zien-wat-het-is in de rechterhand. Ze wijzen richting bos en ze praten met elkaar, praten druk en alsmaar door. Dat ze praten, is af te leiden aan hun wijzen naar en aan hun houding en positie t.o.v. elkaar. De mannen zijn geen boeren: voor koeien en schapen hebben ze geen oog. Zijn ze jagers misschien? Reewildjagers? Vossenjagers? Bolsterturf, zaterdag 8 juli 2006
472a Ik luier in ligstoel in achtertuin. In de radio kweelt Ann Breen - roodharig Iers wijf, ook bloedmooi jong getrouwd - van liefde en blauwe viooltjes. Indachtig luist'rend poog ik wat laatste zonnestralen te verzuipen in m'n wijn. Dan, balend van de woordjes in en ik, kijk ik in de fles, in mijn wijn die rood en zacht is, lavawijn uit vurig land, rode droge drank die tong en wangen streelt. Patsamme! de fles moet leeg. Als je ruzie hebt is warmte voelen fijn. Door een mix van wijn en zuiver harde noten landt Maarten Merel op de deur over het hondehok waarin 's nachts Mien Zwerfpoes slaapt. Zijn toga ziet er uit alsof hij van een monnik komt. Hij kijkt vroom naar de cactus links van hem. En hij kijkt naar rechts, naar de tuinkabouters die straks de kwartjes en dubbeltjes komen halen. Ik gaf nog nooit een gulden, ben niet gek. Dan kijkt dominee naar mij en begint te preken over poes en bonen. Vroom geduldig ben ik weer stout jongetje en bid ik mee - beetje bang toch wel - in de gereformeerde kerk van Erica en met mij de tuinkabouters. Bolsterturf, zaterdag 8 juli 2006
473 We wonen in een huis tussen heel veel huizen meer, maar ruim rontelom ons zijn er kale bossen met klote teken en onlandjes met kloteriger pikmuggen. Ook hebben we min of meer gestronte weiden met weinig vogels, veel schapen en een paar reeën, hazen en koebeesten. Verder nog droge zandakkers. Van late lente tot in late herfst verbouwen keuterboeren daar maïs op, heel soms ook wel rogge, erpel of bieten. Een paar tuinders planten kool, asperges, prei en aardbeien, een enkele heeft tomaten of komkommers onder glas. Vooral met boeren en tuinders zijn we niet blij. Die gebruiken vaak veel gif en zijn veelal vogel- en haasonlief. Heel blij daarentegen zijn we met 'ons' moeras, ons oerig moer met z'n reeën, kikkers en een enkel vosje. En dan is er - last and least - nog de grote drukke heide van staatsbosbeheer bekeurkneus Jap. Zo jammer! Overal waar sbb de scepter zwaait, komen er voor wild en vogels horden bont uitgedoste dagjesmensen, tientallen bordjes met opschrift verboden toegang en een paar bekeurkneuzen in de plaats. Maar toch, ondanks ergernis over hoge zitten en bekeurkneuzen en de gemene watervalletjes van sbb, wandelen we op een mooie zomerdag graag 'ns rontelom. Met stevige pas erin, zijn we dan een uur of vijf onderweg. Thermosfles water, twee idem flessen witte wijn, twee glaasjes en brood en snoep mee in rugzakje. Onderweg keuvelen we dan over wat we allemaal zien, en ook over familie, chalet, buren, werk en politiek en zo. Komend van wei lopen we door eikenbosje, richting parallelweg naast jakkerbaan. Aan begin bospad staat een zwarte off-road auto geparkeerd. Die wagen staat midden op het pad en met de achterkant naar ons toe, de koplampen ervan wijzen naar de parallelweg. Pal achter de wagen zijn twee mannen bezig. Bolsterturf, zondag 9 juli 2006
473a Voetballen op televisie. Interesseert mij geen bal. Voetbal niet. Ik zal er nooit naar kijken. Ik fiets liever rontelom eikenbos, onland en moer. Erpel rent met me mee, keurig naast de trappers. We rusten vaak, want het is benauwd warm vanavond. Gelukkig zit er heerlijk badderwater in de oerige sloten. Erpel baddert graag en veel. En bij gebrek aan beter drinkt hij zonder te mopperen lauw water. Nauwelijks waterdamp in de lucht. Niks geen water uit de lucht. Het wil maar niet regenen. En nauwelijks nog water in de sloten. De boeren pompen het daarom uit de grond. Die sproeien als bezeten, die boeren. Wachtend op reewild dat niet komt, kijk ik over wegen en wei naar verre waterstralen. Schuin achter zo'n natte waaierstraal - halve kilometer ver - is de zon - oneindig ver, maar toch optisch digitaal te vangen - aan het ondergaan, wat op zich natuurlijk al lang geen wereldwonder meer mag heten.
De eigenaar van de zwarte schapen die grazen op onland van staatsbosbeheer, houdt me staande. Hij staat te kijken naar zijn keutervee dat graast op onland van staatsbosbeheer en houdt van praten. Hij vertelt me niet van voetballen te houden. Ook verklapt hij dat een jager een reebok schoot. Vanaf hoogzit aan puinweg, weet hij er bij te zeggen. Hij zag, zegt hij, de bok niet omvallen. Hij was er dus niet bij toen deze bok de kogel kreeg. Nu moet ik dus raden welke van 'mijn' bokken ik nooit meer zal zien. Het éénjarig knopspitsertje? de tweejarige bok met ongelijk hoge stangetjes? de ouwe steile gaffelaar? of de oranje zesender van een jaar of zes? Opeens vind ik de avond klote. Bolsterturf, zondag 9 juli 2006
474 Jij en Ep en ik Bolsterturf, maandag 10 juli 2006
475 Na avond/nacht werken vlug ommetje eikenbos. Tegen beter weten in, uitgekeken naar oranje bok achter rode geit. Ook Erpel deed zijn best, die speurde fanatiek, zijn zwarte dropper zowat in de bosgrond. Als er geen reeën zijn, kan je ze ook niet vinden. Bolsterturf, dinsdag 11 juli 2006
476 09.13 uur Ik ben moe, ga met hem slapen, Bolsterturf, woensdag 12 juli 2006
477 Te ver weg voor standaard kutcameraatje Bolsterturf, donderdag 13 juli 2006
478 Reesporen in drooggevallen sloot tussen eikenbos en wei 06.10 - 06.45 Het waait nogal. Noordenwind. Noordenwind is nooit fijn: noordenwind blaast altijd koud. Hij gaat door mijn dunne blouse. En dat in midzomer, in juli! Gelukkig heb ik een trui in de kofferbak. Die is zo aangeschoten, maar lang zal het niet koud blijven. De heet koperen plaat zal ook vandaag weer onverbiddelijk schroeien, ongenadig branden op het stukkie aardbol waarop wij Nederlanders wonen. En als je vrij bent, niet hoeft te werken, draaien de wijzers van je horloge sneller rond. Tenminste, dat lijkt zo te zijn. Over een uur al - zo vlug voorbij, te vlug voorbij - zal de zon flink hoger staan, zal zijn warmte het winnen van de gure wind, kan het paar graden warmer zijn, wil ik mijn trui uitdoen. Ik denk: veertien juli alweer - de reebronst is misschien al begonnen. Tussen ongeveer half juli en half augustus jagen de reebokken achter de geiten aan, moet er bevrucht worden. Vaak tuur ik door m'n kijker, in de hoop op glimpje rood of oranje van reeëhoofd in struikgewas. Meestentijds loop ik te zoeken naar hoefafdrukjes in akkerkanten en mulle zandwegen. Ook Erpel doet zijn best. Tevergeefs. Nergens een spoor van bronst en reewild. Tot Ep een sloot in duikt en me reesporen op drooggevallen diepe bodem wijst. Waar de reeprenten honderdvijftig meter verderop de sloot uit snoeren, huppelt een groot haas door bosrandwei met jonge koeien. Malle sprongen makend hobbelen de logge beesten achter hazemans of -vrouw aan. Erpel ziet het een seconde aan, sprint dan op het haas af. Iets wat hij beter had nagelaten! Opeens is hìj, Ep, het haas, vergeten de koebeesten het echte haas, dollen ze gevaarlijk op hem toe. Gelukkig rent een fox veel harder dan een koe en is Ep zo verstandig om onder schrikdraad door aangrenzend perceel maïs in te duiken. En, ook gelukkig, gaat het jongvee bijtijds op de rem, knalt het niet door weipalen en schrikdraad heen.
Geen spoor van reeën rontelom camping en hondenoefenterrein 06.55 - 07.30
Reeën, haas, kieviten, reigers en schapen in de bleke bossen 07.45 - 09.20 Ep krijgt geen moppers. Had ik maar niet moeten lopen dromen. Dan, tegen half negen, staat er opeens een reebok midden op smal paadje, dertig meter voor me. De punten van zijn hoog eng gewei blinken - felwit in hel zonnelicht. Helaas, de bok heeft me gespot, kijkt strak mijn richting uit, springt zwijgend af, dicht sparrenwoudje in. Wat witte schapen zijn in staat om me blij te houden. Zo mooi, zo vredig, zo idyllisch: trotse wollemoeders die hun jonkies zogen. Helaas kan Erpel zijn gemak weer eens niet houden. Als die lelijk naar de schapen blaft, gaan ze er vandoor, rennen ze naar andere weihoek toe. Meer ongeduldig dan daarnet en ook meer ontevree, besluit ik naar de hei te gaan. Toch wel langzaam rij ik over puinweg, bosgebied uit, heide toe. Wat konijntjes maken zich uit de voeten. Ze zijn voor de pinda niet bang, wel voor Ep. Bij 't zien van een langoortje blaft die uit door me half open gedraaid raampje. Dan een haas dat in de mooie zomermorgen laveit, zich tegoed doet in bosrandwei. Het is een meter of zestig van me verwijderd. Ik besluit om te observeren: misschien willen er een paar reeën het bos uit komen. Dit haas ziet er gezond uit, maar 't gedraagt zich onvoorzichtig. Het zekert nooit, wat toch met het oog op mevrouw Havik echt wel nodig is. Een kievit komt mijn kijkerglazen ingestapt. 't Lijkt alsof die met het haas wil gaan buurten. En dan dagdroom ik even, gaat kieft bij haas op de koffie, verzin ik wat onzin bij mekaar, tot in andere weihoek - ruige hoek - opeens in 't echt een dikke blauwe reiger achter een dunne spriet van een blauwe reiger aanzit. Bijna gevangen beurt de dunne zich de zomerlucht in, klimt hoog en snel tegen dennenbomen op. De dikke, mannetje dat wat wou? loopt langzaam en balend (?) terug naar midden wei.
Roodborsten en gentianen rontelom heizoomven 09.35 - 11.00 Een echtpaar Kraai scharrelt langs venoever. Het is samen groot, sterk en brutaal en het valt, samen met wat witte meeuwen, het meest op. Ook vijf kieviten, wat kleinere pleviertjes alsmede nog kleinere witte kwikstaartjes vertoeven op venoever. Allemaal zijn ze aan het werk. Vlijtig zoeken ze naar wormpjes en ander eetbaar spul. Alleen een krooi eenden is lui, die dut op zandbankje, vijftig meter ver het ven in. Zittend op polletje pijpestro geniet ik van blauwe gentianen, bloemen in knop die me vrolijk stemmen. Ja, ze zijn er weer, ze bloeien al bijna, met blauwe knoppen op lange steel. Hier bij dit ven groeien ze volop, tussen dophei, meer nog tussen lang taai gras. Aan gentiaanoever gaan Erpel en ik een hortje zwemmen. Nou ja, zwemmen. Ep zwemt zo best. Voor mij is het ven te ondiep, maar ik loop naar het midden. En dan ga ik even heerlijk badderen. Dit water is zo lekker zuiver, en het is warmer dan de lucht. Dat komt door de zon en ook omdat vandaag de wind koud blaast. Languit ga ik liggen. Languit lig ik. Languit blijf ik liggen, languit onder water. Zo languit liggend open ik mijn ogen, kijk ik even naar de zon. Zo mooi, zo zalig, maar al na paar minuten krijg ik het benauwd, kom ik overeind. Diep ademhalen. Zittend midden in dit ven, lach ik om mezelf. Terug lopend naar de pinda, jaagt Erpel een eekhoorn in een hoge beuk. Terwijl Ep de beuk aanblaft - de eekhoorn is dan al beuk of tien verder -, gluurt een bonte specht van achter berkenstam naar me. En dan is er de alarmroep van een roodborst. Nou ja, alarmroep? Het vogeltje maakt een steeds herhaald onrustig, maar beschaafd en zacht geluid, zoiets als tsjik-tsis-sip-tsjie. Jonge roodborstjes kan ik niet ontdekken. Zal het wijfje van dit zich druk makend en wat verfomfaaid menneke nog zitten te broeden? Tweede legsel misschien?
Nul reeën in moer en onland 11.10 - 11.55 Opa Imker is bezig met zijn bijenkasten. Erpel en ik houden niet van bijensteken. Daarom vandaag geen bezoek aan opa en zijn paradijsje. We werden allebei al flink gestoken, onder meer door opa's bijen. Alsmaar reeën zoeken. Hoeveel reeën kregen dit jaar al de kogel? vraag ik me af. Bolsterturf, vrijdag 14 juli 2006
479 Om twaalf uur start je de twinport en gaan we met jouw spearmint agila op weg naar Dalerveen. Net voor Zwolle, ergens tussen Hattem en Wezup, draai je de snelweg af, gaan we Erpel uitlaten in perceel productiebos. Terwijl ik rode verfstrepen op dunne bomen tel en uitkijk naar reewildprenten, pist Ep tegen dikke bomen en fietspadpaaltjes en komen twee boswachters in groen autootje over paardenpad voorbij. De mannen zwaaien naar jou, stoppen niet, maken zich niet druk om ons los lopend hondje. Om vijftien uur éénendertig gaan we wandelen nabij 't Schoonebeker Middendorp. Op ons gemakje lopen we een laan met rechts maïs en links gerst af. En dan dezelfde laan vlug terug. Laan in treuzelden we nogal en om vijf uur moèten we in Dalerveen zijn. Opeens krijg je erge haast, gun je me nauwelijks tijd om een foto te maken, want je wil onderweg nog je lange broek verwisselen voor mooiste rok. En ook ik moet me omkleden van je. Iets wat mag gebeuren op verlaten boerenpad, in schaduw van hoge eiken. Bolsterturf, zaterdag 15 juli 2006
480 Bloedhete zomerzondag. In grote hitte Erpel 2x goed uitgelaten. Geen reewild en geen hazen gespot. Wel tig zuigende moerasmuggen en minimaal dertig klote bosdazen dood gekletst. Per agila onderweg naar en terug van camping maar één eekhoorntje en drie konijntjes waargenomen. Lelijk woord: waargenomen. Toch genoten, van vinkenslag, duivenkoer en eksterschetter. Minder vrolijk maakten me de zwarte kraaien. Die rotzakken vermoorden te veel jong grut: konijntjes, haasjes, weidevogeltjes. Misdaden waar domme maar machtige klojo Cees Veerman de vos van beschuldigd! Op wat sjouwen met caravanmeubeltjes en zo na, nix wezenlijks gedaan vandaag. Ook nix spannends meegemaakt. Al met al de rotmoeite van 't vermelden niet waard. Ik ben ontevree. Ik wil regen. Veel regen. Heel veel regen. De vennen moeten gevuld, en het moer weer vol met oerig nat. Ja, bos en hei en moer verrekken van de dorst. Twee Drentse metworsten opgevreten en een fles rosé leeg gezopen. V roeg naar bed. Bolsterturf, zondag 16 juli 2006
481 Om even voor half zeven piept Erpel me wakker. Hij wil er uit, moet pissen. Samen sluipen we de trap af, er mag niemand wakker worden. Dan gooi ik voor Ep de achterdeur open en pist hij al tegen de muur van 't schuurtje. Kan geen kwaad, want mevrouw netjes ligt nog te pitten Tien mins na wakker worden, parkeer ik m'n pinda bij gemengd eikenbos, op brede, doodlopende boerenlaan. Paar seconden na uitstappen zie ik een ree - bruine vlek - in bosrand staan, heel even maar. Het dier zag me komen, of het hoorde 't portier dichtklappen - dat laatste gaat bij een pinda altijd te hard. Voor ik m'n camera uit de tas heb, is het al weg, opgeslokt door eiken, dennen en vogelkers. Mijn tweede ochtendree van vandaag, loopt te kuieren op kruising flikkerbospad/verharde uitloper van parallelweg langs jakkerbaan. Helaas wandelt het niet op me toe, maar verdwijnt het bocht om, raakt na één vlugge foto uit zicht. Even later wanneer Ep en ik bocht om sluipen, zien we het nergens meer, is ook dit ree opgeslokt door gemengd bos. (De foto verraadt dat deze het een hij is.) Kwartiertje later spot ik ochtendree nummertje drie, met zekerheid een bok. Zien doe ik hem echter niet, horen wel. 'Böh - böh - böh... böh ,' klinkt de reebokblaf door de stille ochtend, zomaar in muggenmoerruigte achter vernielde hoogzit langs puinweg. Verdomme, zeg ik tegen mezelf, je liep weer dom te dromen, lette niet goed op, ook deze bok zag je eerder dan jij hem.Op weg naar wei gelegen achter het flikkerbos, huppelt een konijn voor me uit. Erpel ziet het niet, die is dan net bezig met naar muizen graven. Bijna terug bij de pinda - ik hou niet van homo's, kreeg met 't klimmen van de zon haast om weg te komen van dit flikkerdatingbos - springt mijn eerste gemiste ree van vanmorgen, dat van tien over half zeven, weg uit bosrand. Erpel rakt er even achter aan. Ik roep hem terug. Ach, 'k liep al weer niet van flikkers te dromen. Bolsterturf, maandag 17 juli 2006
482 J ij en ik waren vandaag naar Zwolle. Om negen uur vanmorgen haalde mijnheer B. ons met zijn grote luxe mercedes op, precies op afgesproken tijd; om even na drie leverde hij ons weer af bij blije Erpel, jij uiterst tevree met wat we zagen en kochten. Toen hadden we al gegeten. Tegen vieren reden we met Erpel, in ons klein en simpel pindaatje, naar de bleke bossen. Ep paste goed op en mocht daarom mee uit zwemmen. Het op jou en Ep en mij na verlaten venwater, was verrukkulluk en in staat om me vree te laten hebben met extra luxe als vaatwasser en rode keuken en zo. Na 't zwemmen wandelden we een uurtje door de bleke bossen. Te voet onderweg van parkeerplaats naar verboden ven, klepte je honderd uit. Heel enthousiast somde je nog 'ns op wat je allemaal had uitgezocht, toen je opeens wees en zei: 'Kijk! Een ree Willem.' Ik zag het ree niet meteen. Kleine honderd meter ver stond het, liep het langzaam, bleef 't weer staan, in zonnig schaduwbos. Door de zoeker van de camera zag ik het helemaal niet meer, wel bomen in donkere schaduwen en helle zonnevlekken. Op goed geluk maakte ik toch wat foto's van dit dier: donker ree in donk're schaduw. En toen waren we nog een hortje blij, gingen we weer ff zwemmen. Bolsterturf, dinsdag 18 juli 2006
483 Vanmorgen tussen negen en half elf was ik naar wei achter flikkerbos, mooi gemengd bos met veel hoge eiken. Een groene specht lawaaide daar wat. In lage golfvlucht vluchtte de vogel voor me weg, daarbij uit schootsveld blijvend: te veel dikke boomstammen tussen hem en camera. Ook een eekhoorntje dat Erpel een eik injoeg, zorgde er voor stam en takken tussen hem en mij te houden. Bolsterturf, woensdag 19 juli 2006
484 Ongeveer als gister een uurtje naar wei en flikkerbos. Weer dezelfde groene specht gezien, en ook weer een konijn, en een grote buizerd. Zwarte kraaien en blauwe duiven bovendien. Ook staken de muggen en dazen weer dat 't echt niet leuk meer was en - hoe klote! - ik vond geen reeën, gelukkig - hoe fijn! - ook geen flikkers. Bolsterturf, donderdag 20 juli 2006
484a Jij reed om zes uur met de auto van camping naar huis. Later in de avond, tussen half acht en half tien ongeveer, ging ook ik naar huis, per fiets en via een veel kortere route. Met Erpel veelal in zijn hondenwagentje achter de mountainbike, trapte ik over de grote stille heide.
485 Jij en ik wandelen met Erpel in de bleke bossen. Jij vertelt. Ik loop achter je. Ik luister naar je en dicht onderwijl opnieuw een oud gedichtje van me, verander er 'n paar woorden in: VrijdagmiddagwandelingIk ben naar de bossen, met jou en hond. Ach, waarom moeten mannen altijd luisteren? Jij en Ep zien een reekalfje eerder dan ik het zie. Ik ontdek het pas als jij wijst: 'Kijk daar! een reekalfje!' Ik kan er echt NIX aan doen. Als ik naar mooie benen kijk, vergeet ik altijd om op wild en vogels te letten. Het reekalfje, klein, rank, slank, vlucht voor ons weg. Het is in de steek gelaten door z'n geile moeder. Drom doolt het heel alleen door de bleke bossen. Het hoorde jouw geklep en vlucht daarom voor ons weg. Zo vlug mogelijk wèg wil het, wèg van wandelende en druk pratende mensen, man en vrouw, meer wèg van ons fel zwartbont hondje. Ik commandeer Erpel aan de voet en gedrieën kijken we het kalfje na. Verre van pijlsnel, eerder beetje dom onhandig, vlucht het van bosvenheideoever, verdwijnt honderdvijfig meter verder in berkenopslag. Dit reetje, nauwelijks hoger dan Erpel is het, en erg dun. Paar turven hoog reetje maar. 'Hooguit drie maanden jong is het,' zeg ik, 'de moeder zal, ergens dichtbij of ergens verderop, aan 't dollen zijn met een bok.' Jij antwoordt me niet, je loopt nu stil oplettend - misschien is er nog een reetje meer? - voor me uit. En dan kijk ik weer naar je kont, en droom ik over vroeger en jou en mij en rikke en bok. Zij is bronstig nu, ze wil bevrucht, zich laten dekken door de sterkste bok, door de dominante plaatsbok. Ze laat daarvoor haar kalfje een paar dagen in de steek. De bok wil hetzelfde als de reeëmoeder: paren. Ja paren, dat willen alle gezonde bokken, jonge bokken niet minder vaak dan ervaren bokken. En de geiten willen het ook graag. Hij, de sterkste en slimste bok, achtervolgt haar, rent achter haar aan. In wilde vaart breken ze door onderhout, hei en kattenstaarten. Helaas niet nu en hier. 'Ik ben blij dat ik geen reebok ben,' zeg ik. 'Huh? Hoezo?' vraag jij. 'Een reebok moet zijn rikke vangen.' Meer uitleg geef ik niet. Jij vraagt daar ook niet naar. Stil mijmer ik, onderwijl naar je benen kijkend. Dit is de natuur zoals het hoort: struggle for life, survival of the fittest, fucking for having kids. Bok en geit. Beiden zijn ze wild op drift. Hij rakt achter haar aan, ergens in deze bleke bossen. Hij met het schuim op zijn snoet, zij schuimsnoet ook, en ze hijgt naar adem, ze kan niet voor blijven, nee, ze wil niet harder kunnen rennen. Dan racet bokmans zijn rikke tot stilstand. Zo lang geleden dat ik het zag: de beklimming, de reebokdaad. Toen had ik nog geen camera. De bok geniet, zijn grote ogen stralen. De geit kreunt zachtjes. Zij liet haar kalfje voor hem in de steek. Nee, niet voor hem. Zij wil simpelweg bevrucht. Omdat dat zo hoort. Volgend jaar april of mei zal ze bevallen, na veertig weken zwanger zijn. Ze wil - instinctief - nageslacht. (Wat een onmooi woord vind ik het: nageslacht). Veertig weken is een lange draagtijd. Voor vrouw en rikke. En dan denk ik aan mijn oudste dochter en het kindje in haar buik; ook aan toen onze dochters werden geboren. Zo lang geleden al weer. Is niet het doel van leven zorgen voor nageslacht? Bij mensen, bij alle wezens. Nog nooit zag ik een reebok een andere bok dekken, nee, nooit ontmoette ik een homobok. Ach, ik wil niet gaan schoppen en niet gaan slaan, niet gaan trappen met woorden. Iedereen mag en moet zijn eigen mening hebben, moet in de liefde mogen doen wat hij of zij wil doen. Als je veel rekening houdt met de ander, kom je zelf al gauw te kort, nietwaar? We leven in 2006. Men heeft begrip voor elkaar(?). En men is tolerant(?). Tolerantie: mooi klotewoord is dat, soortement modewoord van opperhoofd Balkenende en zijn christelijke collega's. Balkenende c.s.: hautaine schijnheiligheid die druipt van vrome smoelen. Mefisto likt zijn lippen. Maar ja, ik wil begrip tonen. Ik wil tolerant zijn. Toch, als ik in de krant lees dat de brave Nederlandse pedofiel ongestraft seks wil kunnen hebben met kinderen van twaalf, ja, van twaalf en tuurlijk mag wat ouder ook nog wel, dan wil ik zo'n nette liefhebber in de hel van rechter Chemo en wrede meesteres Castrata. Moeten wet en rechters intoleranter worden? Strenger straffen? Pedofielenballen wegwerken, via verplicht chemokuurtje? Dat kan toch niet? Dat moet niet mogen? En dan kijk ik weer naar je kont en ben dolblij met jou en met mezelf. Nederlandse mannen: hetero's hoerenlopers; homo's bumperwippers; pedofielen kinderneukers. Allemaal nette lieden die hun hobby's hebben. Ach, laat maar. Gewoon zijn en gewoon gezond denken is tegenwoordig zowat zonde. Wat is gewoon zijn? Wat gezond zijn? Wat zonde? Het is maar waar je de grens wil leggen voor jezelf, toch? Wat de één smerig vindt, vindt de ander lief. Hoe het ook zij, ik kan ontiegelijk genieten van een wegvluchtend reetje en moet kotsen bij het zien van twee homoreten aan een autobumper. Mooie gedachten. Klote gedachten. Kutgedachten. En alsmaar kijk ik naar jou, naar jou, mooi blond wijf. Langzaam vloeit narigheid en ongenoegen uit mijn hoofd. Sjonge zeg, is het zo gek om gewoon op een vrouw, mooie meid, mooi wijf, te vallen? (Vallen: ook klote woord.) Het abnormale wordt tegenwoordig zowat tot norm verheven. Is het daarom gek gek te zijn van vrouwenbenen, NIX te willen weten van sm en flikkerballen en zo?... Jij loopt voor me uit, jij, mooie vrouw en goede moeder, bijna grootmoeder. Ja, jij met je liefblauwgrijze ogen, jij met je blonde grijze haren, jij met je mooie naakte benen, jij in je sexy zwarte spikkelrokje, jij met je mooie mond en kont en billen. Ik struikel over een tak op smal pad. 'Loop je weer te fantaseren?' vraag je. 'Ja, en te genieten... van jouw benen.' 'Van mijn benen? Alweer?...' 'Ja, je benen... Zo mooi nog... Benen van een vrouw van dertig..., van een jonge meid... Wipzomerweer.' Weer thuis zuip ik rosé en bier, 'want,' glimlachte je, 'ik ben moe... Niet van 't wandelen, wel van jouw gezeur... Kom, hier is het ven al. We gaan met Eppie zwemmen. Kan je wat afkoelen.' Morgen ga ik dit niet wissen, denk ik nu ik dit type. Bolsterturf, vrijdag 21 juli 2006
486 Hittegolf. Onderweg naar bos en onland her en der geschroeide maïs. Stekelbaarsjes happen naar lucht, in handjevol slootwater. Vijf kraaien vlogen op uit de sloot. Die zitten, even verderop, te wachten tot Fox en ik verder willen struinen. Zij zullen straks het karwei afmaken, tot en met het allerlaatste stekeltje opvreten. 'Kom Fox, we gaan verder. De stekeltjes moeten dood.' Met lome benen sjok ik langs de sloot, observeer wat herkauwende dikbilkoeien in boomschaduw. Een groene specht laat zich horen, heel even maar. Dan, bocht om naar links, zoemen er dazen op me af. Ik word drie keer gestoken. Fox is minstens één keer de klos. Die probeert opeens zijn koppie in het zand te duwen. Er is geen meppen en geen happen aan! We vluchten weg, maar ik ben minder snel, word daarom nog een paar keer gestoken. Weer bocht om, ligt na uur oud regenbuitje van niks een kale akker te dampen in de windloze, gloeiende dag. 'Kom Fox, we gaan naar huis. Een reebok is niet maf. Die gaat met dit hete dazenweer echt niet geitjejagen.' Bolsterturf, zaterdag 22 juli 2006
487 Even naar de camping. In zinderende namiddaghitte. Het vogelbadderbakje dient gevuld. En de tuin moet gesproeid. Onderweg veel fietsende mensen, ook in bos en hei, maar de hazen en reeën liggen te puffen, ergens in schaduw van hoge bosrandmaïs of zo. Het wild wil nu koel verborgen zijn. Dat laat zich niet zien. Droef en dor dorstige bomen tegen strakke blauwe hemel. Het dorstigst ogen de bleke bossen rododendronstruiken. Ons niet moe te krijgen deksels foxje rakt van onder hun lang traanloos blad toch nog een konijntje te voorschijn. Koeien in kale wei zoeken onrustig bang naar schaduw die er niet is. De arme beesten verbranden hun harige ruggen. Dierenmishandeling! Nu nergens schaduw hebben is geen pretje, alsmaar felle zon in de rug doet gruwelijk zeer. Aan 't geelwitte zand van de duivelsbergen verbrand je je blote voeten. Jij en ik krijgen net geen blaren, als we met sokken en slippers uit een eindje de galgenberg oplopen. De verrekijker sjouwen we mee, want sbb-kneuzen hebben naast drinken een bonnenboekje mee en route. Alles doods en geel en troosteloos. Geen vogel wil over de zandverstuiving zingen. Als 't zo doorgaat nog maar een paar dagen, dan zullen de laatste heidevennen komen droog te staan. Alles waterloos dan. Levenloos bijna. Gelukkig ruimen vos en wezel, en ook kraai en gaai, kadavertjes van torren en kikkers en inspecteren ze slakkenhuizen op leven en dood. Eerstgenoemden werken bij nacht, kraai en gaai doen dat overdag. Wat ze levend vinden, hoeft niet meer te lijden, niet langer te snakken naar adem of regen. Fox waadt een ven in. Hij hoeft niet te zwemmen. Hij banjert vrolijk rond, rolt zich in zwarte drab. Toch, vrolijk staartwippen witte kwikjes op nu overbrede, scholle oever. Dochters en hun mannen komen op bezoek. Aankomend moedertje mag op 't mooiste plekkie onder zonnescherm en ventilator. Dan, uurtje later, is het balen, mag zowat opa gaan werken in benauwde stadsnacht. Bolsterturf, zondag 23 juli 2006
488 Fijn: voor nachtdienst in de stad half uurtje wandelen met jou en hond. Bolsterturf, maandag 24 juli 2006
489 't Heter branden op de landen meldt de middagtijd (Guido Gezelle) . Schaft. Een bonte verzameling Poolse gastarbeiders komt overeind - stram en stijf en kennelijk met rugpijn - van een aardbeiveld. Men is bruin van zon en dorstig als een paard. Men loopt gehaast van het land. De mannen en vrouwen vlijen zich in droge sloot, onder schaduw van eikenwal. Uit tas en rugzak worden broodtrommeltjes en flessen met allerhande vocht te voorschijn gehaald. Wat er precies in de trommeltjes en flessen zit, kan ik niet zien. Gaat me ook niks aan. Ik prevel een gebedje: Heer, dank u wel dat ik zo niet hoef te schaften.Dikke honderd meter verder in de sloot rimpelt in mijn voorbijgaan op slootbodem een miniem allerlaatst plasje water: wat t iendoornige stekelbaarsjes reageren op mijn voetstappen. Handjevol water maar. Als ik stil blijf staan, stopt dit lauwe water met bewegen, liggen de stekeltjes weer onbeweeglijk, centimeter ondiep. Ze zullen allemaal doodgaan, deze visjes, ze zullen stikken of opgegeten worden door kraai of andere vogel. Al weer anderhalve maand geleden dat je hier een ijsvogeltje zag, denk ik. Waarom red je de stekeltjes niet? vraag ik me opeens af. Waarom niet een trommeltje of emmertje lenen van de Polen, wat water en de visjes erin verzamelen en het allemaal dan kieperen in 't stroompje kilometer verderop? De stekeltjes liggen roerloos. Een enkele al op zijn zij. Dan een Poolse lach - harde schelle vrouwenstem. De lach passeert, vaart in hitte en wind moerrand toe, doet me stekeltjes vergeten. Bolsterturf, dinsdag 25 juli 2006
489a De zoveelste dag van hittegolf 2006. In moerkantwei wordt dikbilvee door zon en insecten gepest. De runderen hebben al of krijgen nog de zon in de rug. Ze kunnen geen kant op, kunnen zon en bloedzuigers niet ontlopen. Een jonge koe zit achter en op haar rug en flanken helemaal onder helrood bloed. Zo mag men geen dieren houden. Deze wat wanstaltig gefokte dieren zitten achter stroom en prikkeldraad. Ze hebben geen onderdak, nul komma nul beschutting. Ze kunnen geen kant op, zijn machteloos, overgeleverd aan domheid, onverschilligheid of wreedheid van hun eigenaar. Ik vloek van meelij en machteloosheid en bel de dierenbescherming, 09002021210, want weet niet de eigenaar van deze runderen. Het melden van Dierenleed: dierenbescherming.nlU kunt telefonisch melding doen van dierenleed via meldnummer 0900-2021210 (0,10 ct/min). U komt dan automatisch terecht bij de meldkamer van de LID of bij de afdeling bij u in de buurt. Om de melding zo goed mogelijk te registeren, is het belangrijk dat u doorgeeft: - om welk dier het gaat; - de locatie; - wat er precies aan de hand is; - uw eigen gegevens. Voorkom loos alarm, zorg ervoor dat u zeker weet dat het een serieuze melding is! Let op: anonieme meldingen worden niet in behandeling genomen. U krijgt wel de garantie dat er zorgvuldig en conform de Wet bescherming persoonsgegevens vertrouwelijk met uw gegevens wordt omgesprongen. Natuurlijk worden uw gegevens door de Dierenbescherming niet bekend gemaakt bij de eigenaar (beklaagde) van het dier. Bolsterturf, dinsdag 25 juli 2006
489b Dochter belde op om 12.45 uur: 'JE BENT OPA VAN MARTIJN.' Bolsterturf, dinsdag 25 juli 2006
489c Laat terug van allereerste bezoek aan kleine Martijn - moeder en zoon maken het voortreffelijk en o, zijn vader en zijn oma en opa zijn echt beretrots nu! - race ik, opa dus, nog ff naar onlandwei met dikbilvee. Al van ver mis ik het helrood van bloed op de kleinste koe van vanmiddag. Ik snap er even NIX van, tot ik ontdek dat dit koetje met kapotte kont, rug en flanken, flink met zwart zand is ingewreven. Kilo's zand, nee onlandgrond, zitten (zo te zien) op en in de runderhuid gekoekt, zo veel zand op een halve koe dat helrood bloed verdween onder smerig zwart grauwgrijs. Bolsterturf, dinsdag 25 juli 2006
490 Vingerhoedjes slootwater en wreed mozaïek Een paar vingerhoedjes slootwater en een paar slakjes. Dat is alles wat inmiddels nog in het plasje water (op slootbodem van gister) zit. Als er komende nacht nog geen regen komt, zal heel de sloot morgen waterloos zijn. Nu al zit er geen enkel stekelbaarsje meer in de paar druppels water die net nog niet verdampt zijn. Maar misschien graven stekeltjes zich in modder in? Nee, denk ik niet, want deze waterloop droogde overal al tot barstens toe uit: wreed mozaïek op slootbodem. Spitsbokje uit fluitenkruid Wanneer ik opkijk van het fotograferen van deze gisteren nog met stekelbaarsjes diepste plek in sloot, rijst een reebokje uit fluitenkruid tussen maïs en wal. De punten van zijn inmiddels geveegde maar nog altijd ongelijke spitsen glanzen in de zon. Het betreft het reebokje met ongelijk hoge stangetjes dat ik op 23 mei dit jaar voor het eerst zag. Erpel jaagt ff achter hem aan, maar geeft al vlug op, simpelweg omdat het te heet is voor rakken. Sloot over verdwijnt het bokje bos in. Ik verwonder me erover dat het niet de hoge maïs in rende. Verwaarloosd dikbilvee Het dikbilvee van gisteren loopt helemaal aan overkant van aan hun toebedeelde onlandwei. Ik probeer door bos en ruigte wat dichterbij te komen. Stier en koeien zijn erg onrustig, ze worden gruwelijk verveeld door steekvliegen en muggen. Daarom zwaaien ze alsmaar met hun staarten en houden ze hun ruggen zo goed mogelijk in nauwelijks schaduw van moerasrand. Het prikkeldraad is strak gespannen, en onverbiddelijk, de logge beesten kunnen het maïsveld niet bereiken. Veldkijker en zoomlens verklappen me, dat ze allemaal gruwelijk aan de dunne zijn. Onvrolijk breken Fox en ik nogmaals door ruigte van wilg en els, brandnetel, braam en klittenzooi, moerrand weer uit. Rakfox in maïsschaduw Alle sloten leeg. Alle poelen leeg. Nergens water, tot ik bij een badkuip kom. Ik laat Erpel drinken van vies lauw water in deze luxe witte kuip, water hier naar toe gebracht door eigenaar van zwarte schapen. Dan lopen we nog een uur, over puinpaden en wildwissels, tot Fox bij gebrek aan koelte en water er in schaduw van maïs bij gaat liggen. Mijn ijzeren Foxje, hete zon en vochttekort sloopten hem, maar na tien mins rusten en nog een kilometertje lopen jaagt i net voor langs bospad geparkeerde pinda toch nog ff een eekhoorntje eikeboom in. Bolsterturf, woensdag 26 juli 2006
491 Drie geparkeerde timberjacks op rij We rijden door zwaarbewolkte vroege zomeravond, aircoloos maar met raampjes helemaal open gedraaid. Mijn pindaatje ronkt tevree in twee. Jouw spearmint groene luxe agilaatje twinport staat thuis. Die gebruiken we niet om naar bos en hei te gaan. Dat mag niet van jou. Je wil hem mooi houden en je bent zuinig op je spearmint bekleding en op je airco en je radio met cd-player en zo. 'Erpel kan zo viezeriken in de auto!' vind je. Heb je eigenlijk wel gelijk in. Hij schudt na badderen in moddersloot gerust modder in de rondte, of - wat te vaak al in m'n pinda gebeurde - wentelt zich ongezien ff in viezigheid alvorens de auto in te springen. En te veel soepiesvolk bij de weg en te veel parkeerplaatsen keileeg als donder en bliksem dreigen. Zo nu en dan spatten wat lauwe regendropjes tegen de voorruit. We hopen op het onweer dat niet komt. Dan wijs ik: 'Kijk toch eens! De boswerkers hebben weer honderden bomen de grond uit geramd.' Langs wegkant liggen ze, lange stammen van niet meer mooie bomen, de dunnere geschild en al. 'Het zijn er zeker duizend,' tel jij. Dan stop ik de pinda, om drie timberjacks die voor woning staan geparkeerd (zo worden deze machines 's nachts niet vernield?) op de foto te zetten. Verdomme, het is niet anders. Staatsbosbeheer gaf weer 'ns opdracht om grote lappen prachtig bos naar de kloten te helpen. Jij en ik en de reeën zijn er niet blij mee. Ja, ik durf ook voor het wild te typen. Dat kan immers zelf niet melden dat het van bomen houdt, graag ongezien vrijt en ook bij winterdag, als er geen maïs en zo is, beschutting nodig heeft. Verwegge rikke in zonverbrande wei Bij aankomst in de bleke bossen is de parkeerplaats leeg. Ik rij daarom nog wat door, parkeer wat verderop, niet ver van bosven. Erpel mag een poosje zwemmen, rakt daarna bij graad of 28 door de bossen, zit achter wild konijn en achter donkerkleurig ree aan. Ondanks de lome warmte heeft Ep energie als een timberjack. Hij kan een hele dag rakken. Als i maar bijtijds vers water krijgt lukt hem dat met gemak. Lopend over paadje tussen onkruidakker (boompjesaanplant overwoekerd door 'onkruid') zie ik aan het eind van 't pad en tegen bosrand aan opeens een ree. Het zekert onze richting uit, want we waren bij Martijn en jij moet alsmaar over hem praten. Al de hele dag raak je over hem niet uitgekletst. Ik ben nix meer. Erpel wordt ook al door je verwaarloosd. Het is Martijn voor en Martijn na: Martijn huilen - Martijn boertje laten - Martijn buikkrampjes hebben - Martijn te gulzig drinken - toch zo'n mooie baby! - kaartjes moeten verstuurd - echt een jongetje, onze Martijn. En dan mis je opeens toch Erpel, schreeuw je: 'Erpulll, waar zit je??...' Als je dit laatste roept, zie ik de nek van het ree langer worden. En juist als ik knip met optisch zoom, komt Ep de bosrand uit getimberjackt. Hij ziet de geit niet, de geit hem wel. Net voordat ze afspringt, maak ik nog een paar vlugge foto's, via digitaal en optisch zoom. 'Wanneer schiet je weer een kaartje Martijn?' vraag je. Bolsterturf, donderdag 27 juli 2006
492 Net voor onweer en regen uit wandelen we naar, ook door, het moeras. Dit moer, 'ons' moeras waar staatsbosbeheer onlangs de onlandjes schoor, alles wat erop leefde, groeide en bloeide in grote rollen perste. Grassen, bloemen, kikkers, muizen, vlinders, vogels, wezeltjes, bijen, muggen, dazen, wespen, alles werd verstikt, alle leven geplet. Ach, welke mens mist eitjes van een tweede onlandlegsel, wat haasjes en een enkel reetje? Bolsterturf, vrijdag 28 juli 2006
492a Tegen donker rijden we nog even kilometer of tien naar grasland nabij drukke en lawaaiige camping. Na het onweer van vanmiddag druppen de bossen. Toch wagen hazen en reeën zich niet uit maïs en struikgewas, want hoempamuziek dreunt de camping af en een grote kudde jonge koeien die er vanmorgen nog niet was dolt over geelgroene wei, geler gras in 't midden, groener gras aan boskanten. Pech! Wat konijnen en één haas is alle wild wat we zien. Jonge koeien ( onderwerp van de zin ) houden reeën ( lv ) weg van wei!Bolsterturf, vrijdag 28 juli 2006
493 Op mijn weg naar het moeras kruipt een massa Polen over akkertje: vrolijk armzalige bonte kruipende en bukkende mensenmassa die plantjes poot. Dit in dertig gradenmiddag, maar 't lang gras in schaduw is nog nat na donderbui van gister. Geen regen nu, wel water in de lucht. Ook zit er weer beetje water in de sloten. Na hittegolf herleeft het moer. Overal in slootkanten krioelen vlindertjes, motjes, mieren, krekels, kikkertjes, muggen, dazen en vliegen. Zo lekker aan je blote benen: nat slootkantschaduwgras. De dikbilrunderen hebben het nog altijd moeilijk. Die zitten vol vliegen. Die 'trillen' willekeurig met hun spieren en vegen hun koppen af aan flank van buurbeest. Gelukkig is na gister de brand goeddeels uit de runderruggen. Toch hebben de beesten nog wel last: teveel vliegen op teveel wondjes en alle vijf zijn ze verdommes aan de schijterij. Tijdens fotograferen van de dikbillen, trekt prikkeldraad een grote winkelhaak in mijn broek. Mag ik vloeken op mezelf of op de runderboer? Schapenboer van zwarte schapen komt zijn dieren leidingwater brengen. De man heeft een melktankje aan de trekhaak van zijn auto gekoppeld, tankje vol leidingwater. Via slang doet hij het water in bad- en speciekuip stromen, heerlijk koel zuiver water. Ik drink ervan, Erpel blieft het niet. Ik maak nadat de schapenboer wegreed (stiekem) een foto van zijn tankwagentje, daarna nog een foto van mijn Erpeltje op onlandwei. Bolsterturf, zaterdag 29 juli 2006
494 Zomer 2006: Bolsterturf, zondag 30 juli 2006
495 Na regen in de nacht liggen in vroege morgen drie van vijf dikbilrunderen in het moer. Ze zijn bezig met herkauwen. Eentje is er druk, die is aan 't rollen in beetje modder, maar het kleinste koetje staat zielig overeind, dat voelt zeker nog de zonnebrand in haar rug. Toch ziet ook zij er veel beter uit dan paar dagen terug. Weg is het bloed op haar achterlijf en flanken, ook weg de ergste brand in haar rug. Regen kan fijn, kan prettig zijn. Regen doet zere runderruggen goed, en regen jaagt vliegen en muggen weg. Echter, nu het niet meer regent, zijn de vliegen en steekvliegen terug! Bij honderden zitten ze op de runderkoppen en op de uiers en tepels, zelfs op het scrotum van de stier. Met klote gevoel van onmacht en onvree loop ik door, boerenzandpad af, richting eikenbos. Graag zou ik een prikkeldraad doorknippen. Na regen in de nacht staan er in zandpaden veel reehoefjes gedrukt. Door hoefjesverzamelingen in zand te lezen, kan je vrij nauwkeurig de reewildstand bepalen. Ik schat na deze nachtregen het aantal moerasreeën op negen volwassen dieren en drie kalfjes. De negen reeën, ze zaten achter mekaar aan. Hier achtervolgde Zesender smalree. Daar probeerde Gaffelaar de ouwe geit te vangen. In vlugge vaart joegen de bokken schuimbekkend achter de geiten aan. Vluchtte hier tussen zwarte schapenwei en eikenbosje Spitsbokje voor de grote gaffel? De kalfjes zijn nu zielig, want door moeder in de steek gelaten. En ach, de reebokken, ze zijn niet anders dan mensenmannen, vechten graag 'ns met mekaar om een wijfje. Na regen in de nacht is een haas aan 't eten: verwegge bruine vlek in groen gras van boomschaduw. Dit haas, het zou makkelijk te schieten zijn, vanuit open raam van jagers- ofwel stropersauto. Drom wijs ik vooruit: 'Vooruit Ep! Haas in wei! Vooruit!' En dan kan paar seconden later een haas harder lopen dan ik een scherpe foto schieten. Na regen in de nacht eten tegen middagtijd jonge koeien - ze grazen in weken lang door zon geschroeide wei - boomblad op. De jongbeesten verrekken van de honger. In de hun toebedeelde gele wei is geen groen meer, alle gras verbrandde, ging dood. Moer juli 2006: op boomblad na ziet alles rontelom bruin en dor en geel en dood. Na regen in de nacht in voormiddag met jou - mooi wijf - en fiets op weg naar tentoonstelling bloem en tuin, zie ik een patrijs in wei. Het hoen is helemaal alleen, nergens een tweede hoen te bekennen, en ook geen jonge patrijsjes. Voorbij de patrijs - door mij opgestoten, want ik zocht dus naar partner en jonkies - komen we voorbij golfbaan en dierentuin op vuilnisbelt, en dan is daar bloem en tuin. Saaie tentoonstelling, vind ik, maar jij genoot van beeldjes, te kopen bloemen en te bezichtigen voor 1 week maar aangelegde modeltuintjes. De entree bedroeg 16 euro p.p. plus 2x een halve euro om onze bikes tegen een boom te mogen zetten. Na regen in de nacht samen met jou in de namiddag in Panbos een ree, een haas en duivelseieren bewonderd. Ook waren er grote, bleke falli te zien. De grootste fallus, u weet wel, zo'n impudicus, groeide langer waar we bij stonden, maar we kregen bijna ruzie toen ik refereerde aan fallus erectus. Tien mins later keken we naar grote vluchten blauwe duiven op graanstoppel en waren ruzie en zwamselgeur vergeten. Na regen in de nacht en mooi weer overdag brengen jij en ik mijn pinda naar de garage. Het wagentje moet apk-gekeurd. Terug op weg naar huis, zien we vanuit jouw agila een patrijzenpaar met jonkies in wegberm. Bijna reed je over een patrijsje heen. 'Ja,' mopper ik, 'op de akkers stront en gif, in wegbermen hoog onkruid en insecten. Weet je dat volwassen patrijzen tuk zijn op onkruidzaden, terwijl de jonkies liever muggen eten?' Bolsterturf, maandag 31 juli 2006
index juli 2006
|