<<<<<<<<<<<<<< Home >>>>>>>>>>>>>>
Stukjes tekst, video's en foto's van bos, hei en waterkant; over grasduinen en struinen in natuur en veld, over zon en wind en buiten zijn
IntroHoofdpaginaInhoudsopgaveNatuurdagboekRecentVideoHoogzitten en jachthuttenMuziekGedichtenOver bolsterturf en Bolsterturf

Bolsterturfs natuur

B o l s t e r t u r f s  n a t u u r

Dagboek februari 2007

680
Gaai door vuile ruit

De mooie gaai, de schuwe gaai vooral. Na ons vier maanden toeven in chalet waagt hij zich eindelijk voor de ruiten. Vrouw of ik moet komend weekend toch maar n's chaletramen wassen.

Bolsterturf, donderdag 1 februari 2007

681
Je hangt de bollen meteen op

Een nevelsaaie grijze dag met koerende duif onzichtbaar in 't hout en lachende specht over wei. Verder niks te beleven in groen en driehoekje natuurparkbos. Maar terug bij chalet doen vinken en mezen, hoewel het niet vriest of sneeuwt, zich tegoed aan strooizaad, vetbollen en nootjessnoeren.

Jij nam het weer mee van 't winkelen: zaadjes, snoertjes en bolletjes. Allemaal voor de lieve vogeltjes.
♂ Moet afgelopen zijn. De vogels kunnen echt geen honger hebben met dit weer.
♀ O ja? Dat denk ik toch! Je hangt de bollen meteen op!

♂ De bollen hangen... Zullen morgenmiddag wel al weer weg zijn.
♀ Zeur niet zo! Jij wil toch ook alle dagen port?
♂ Ja, maar da's drinken.
♀ Oke, heb ik deze week leidingwater voor je.

Bolsterturf, vrijdag 2 februari 2007

682
Erpel en zijn eerste teek
2007

Drie februari. Winterdag alsof lentedag. Volop zon na nachtvorst. Weinig wind. Veel wandelaars in de bossen. Ook veel moutainbikers. Groepjes muggen dansen in luwte en zon. Erpel jaagt in zielig woudje van veertien dagen terug omgewaaide dennen en twee jaar terug door Timberjack op hoop gekwakte takkenhopen. Hij koelt zich na 't konijnen- en hazenrakken af in diep verboden ven. Na boswandeling chalet gekomen, blijkt hij een teekje te hebben. Z'n bazin heeft scherpe, lange nagels, is experte in teekverwijdering. Erpel zit braaf stil. Knip! klinkt het, een helder knipgeluid. Teekje is verwijderd uit Erpelwang, krieuwelt machteloos met zes of acht pootjes. Ik tel ze niet, deze machteloos malende tekenpootjes. Kan het mij schelen hoe oud of jong dit teekje is? Ik neem het wriemelpootjesdingetje mee naar buiten, leg 't op terrastegel en plet onder linkerschoen. Waarom onnodig een teek laten lijden? Ook parasieten behandelt men humaan, nietwaar?

Bolsterturf, zaterdag 3 februari 2007

683
Langs de prikkeldraad

00.15
We lopen langs de prikkeldraad, Erpel en ik. Terwijl hij speurt en dabt, kijk ik naar de hemel waarin 'k kleine tweeduizend sterren zie. Nee, tellen doe ik ze niet. Geen beginnen aan, aan sterren tellen niet. Een heldere, nog vrij volle afnemende maan schijnt over wei tussen chalet en reepje bos van duizend bij paar honderd meter. In 't bleke nachtlicht beweegt er niks op het blauwe gras: geen konijn, geen haas, geen kat, zelfs geen muis.
Zowat zuivere stilte rontelom. Nergens geluid, nergens een hond die blaft of keft, en, hoe goed ik ook luister, ook geen ree of vos. Het is vossenpaartijd, waarom dan niet hese rekelkef? En waar blijft de bosuilman met zijn wijfjes lokkend hoe-oe-oe? Geluiden van mensen, vliegmachines en auto's mis ik niet.
De bleke stilte staat me tegen. Het is te stil, zo vreemd stil in dit bleke maan en sterrenlicht. Ik wil na port en voor slapen gaan zo graag nog dieren, in ieder geval vogels zien of horen. Dan, opeens, hoor ik ze, word ik blij, gakt een streep grauwe ganzen over. In lichte duisternis van maan en sterren ogen de vogels donker, zwart.

08.15
We lopen langs de prikkeldraad, Erpel en ik. De aarde bleef draaien, maan en sterren zijn weg. Maar ook is er geen zon; wel wat nog noordoosten wind onder kilometers grijsgrauw wolkendek. Onder dit dek werd het warmer, graad of vijf nu, tegen vannacht rontelom nul. Vijf kraaien krassen over weer groene wei. Vinken en mezen zijn ook al wakker. De duiven, eksters, gaaien en spechten nog niet? ik zie en hoor die nergens. Blij uitbundig keft Ep achter wat konijntjes aan, jaagt ze hun holen in. Een eekhoorntje vindt dat niks, klettert vanuit braamstruik vlug 'n grove den in, om plat liggend op dunne tak dat klote hondje in de smiezen te houden.

01.30
 Uurtje sangmoeras. We lopen rontelom, vrouw en ik en Erpel.
♂ Hoor je ze?
♀ Wie?
♂ De spreeuwen.
♀ Ja, mooi hè?
♂ Ja mooi... Samen lelijk zingen in een peppeltop... hahahah... Kijk effe mee of er weer een hoogzit staat.
♀ Jij zingt vals. Zal er geen meer staan.
♂ Nee, denk ik ook niet... Kijk, reevoeten, hier in 't pad.
♀ Ja, 'k zie ze.
♂ Zonder hoge zitten overleven de meeste reeën wel. Weinig kans dat ze onder een auto komen. Wild went aan auto's en wegen.
♀ Waar is Eppie?
♂ Weet ik niet. Erpel hierrr!
♀ Hij komt niet.
♂ Verd... hij zit achter reeën. Erpulllllllllllll hierrrrrrrrrrrrr!!
♀ Let dan ook 'ns beter op 'm!
♂ Sjonge zeg, jij loopt hier toch ook... Komt gewoon omdat jij altijd vertelt..., maakt hij gebruik van om er tussen uit te piepen.
♀ Doe niet zo mal... Daar komt i al aan... Hij is slimmer en verstandiger dan jij... Kom! we moeten terug. Ik wil om drie uur bij Marenka zijn.

23.50
Erpel rent langs de prikkeldraad. Hij pist ergens in bosrand. Ik moet ook nodig, sjok langs zelfde draad, ga niet verder dan de grote laurier schuin voor 't chalet.
Ook je al grote kinderen baren je soms zorgen, maar spaghetti en rooi Kaaps genoegen waren lekker, waarna ruby port verrukkelijk smaakte. En toen de twee flessen rood leeg waren, viel ik op de bank in slaap, tot vrouw me wakker porde: "Wakker worden! Eppie moet nog plassen!"
Ik ril in de stilte van de vriesnacht, zie geen sterren en geen maan en vind het gras niet groen en ook niet blauw.

Bolsterturf, zondag 4 februari 2007

684
Oude boer zonder zijn oude hond aan de wandel

Tegen zowat windstille schemer, van halfvijf tot zes, wacht ik bezij ruig pad tussen kloosterbos en wei. Op reewild. Ik ben alert, hou kijker in de hand en heb camera schietklaar voor de borst. Erpel zit naast me. Die is rustig, piept niet. Toch komen er geen reeën. Wel passeert na dik uur posten de mij bekende oude boer van zowat vervallen boerderij even verderop. Zonder zijn oude herdershond bij zich, schrijdt hij voorbij. De gele stumper moest in zijn hok blijven.
Fier rechtop als was hij vijftig en keizer van al het rontelomme, zo gaat de oude man, onder kleppet en in glimmende hoge laarzen. Hij ziet me, maar groet niet. Ik groet ook niet, hoewel ik met hem niet meer op voet van oorlog sta. 'k Had onlangs best wat leuke gesprekken met 'm, maar hij trots en eigenaardig, dan ik ook eigenaardig. En ik baal, omdat ik vanavond liever een ree dan een boer op foto zet.
Als de oude man kleine honderd meter ver is, zeg ik: "De ene mens is taaier dan de andere Ep."
"Pffttt!" antwoordt Erpel.
"Maar ik schoot hem in de rug Ep. Laf van me, nietwaar?"
"Ieuwwwww??"
"Ja! Oke! Vrij! Reeën komen er nu toch niet meer."
Erpel hoort mijn laatste zin niet, is al weg, bos in. Met m'n ogen op de oude boer gericht en m'n gedachten bij diens hond, hoor ik mijn hondje struinen door eiken- en berkenblad.

Bolsterturf, maandag 5 februari 2007

685
Flieft bij winterdag

Erpel en ik toeven in bleke bossen, in mooie wintermiddag. Tussen de bomen is het windstil, beetje boven nul bij lage zon en grote witte wolken. Vogelgeluiden rontelom. Eksters schetteren, koolmezen zingen, spechten roffelen, merels tsjekkeren, een buizerd mauwt en een houtduifdoffer roept z'n flieft roe-kroeè - roe-kroeè - roe-kroeè - roe-kroeè - roe-kroeè - koèk.
Bij het ondiep eilandjesven drijven de wolken niet alleen door de lucht, maar ook in het ven, waarop hier en daar vliesje ijs. En zó mooi! in schaduw van bos en wolken, waar geen bevroren water drijft op 't onbevroren, dolt heftig flieft 'n paartje wilde eenden. De woerd pronkt met glanzende groene kop en parmantige krulveertjes in de staart, maar zijn mooie mimicrybruine eendje wil hem nog niet.

Er valt in bos en hei zóveel waar te nemen, altijd is er wel iets te beleven. Veel te veel om allemaal te vertellen. Ook te veel om te onthouden.
Op de hei jakkert Erpel achter rappe konijnen, van je wef wef wef door dunne, maar hoge struikheide. Hij vangt ze niet, welnee, Ep ving nog nooit een gezond konijn. Konijnen zijn slimmer dan hazen, die vang je zomaar niet!
Bij het bruggetjesven, waarin het na rakken heerlijk afkoelen is, jaagt ook al een groenkoppige woerd achter zijn eendje - net als in 't eilandjesven die andere groenkop van daarnet deed, alleen deze doet het niet zo dicht bij de kant.

De Schotse hooglandsen, 't vaakst te vinden aan zuidelijke grootst verboden venoever, negeren vanmiddag zelfs Erpel. Ze hebben alleen maar honger, helemaal geen zin in agressie of last van van een wee gevoel in de buik, nee, ze hebben gewoon rust en vree in hun niet onlieve, maar wel erg grote koppen. Deze hooglandsen, ze grazen zo gedwee in de blauw en groen en bruine winterdag, ze kunnen makkelijk zonder stier.

Vanaf zandpad zie ik het: in dennenbos met berken beweegt een ree. Ik zie 't aan witte kont, aan witte reespiegel, wit bewegend vlekje, niet van berkenboom. Bomen verplaatsen zich niet! Nooit!
Erpel heeft geen erg in het verwegge ree, die kijkt de verkeerde kant op, naar wat anders wat ik niet zie. Of is hij alleen maar wat aan het denken? Is hij even weer bij het zwarte teefje met wie hij vanmorgen spelen mocht? Kunnen honden denken? Maar dan opeens is alles wat ik hoor gaaienschreeuw.

Gaandeweg raken alle witte wolken zoek, kleurt de hemel grijs en grijzer. Zo de lucht zo ik, denk ik.
"Misschien gaat het sneeuwen Ep."
"Pfffttt."

Bolsterturf, dinsdag 6 februari 2007

686
Gluurvos


Tot en met vandaag zette ik één vos op foto

Wanneer ik om kwart voor twaalf thuis kom van het werk ligt vrouw in bed. Terwijl Erpel me begroet, begint ze meteen te vertellen.
- Ik zag vanavond een vos op het terras.
- Een vos? Op ons terras?
- Ja, ik zat op de bank en zag een dier over het terras lopen. Eerst meende ik een rode kat met erg lange staart, maar toen ik beter keek was het een vos.
- En die liep zomaar op het terras?
- Ja, hij liep langs het chalet. Even bleef hij stilstaan, zag ik alleen nog z'n lange staart, maar toen draaide hij om, snuffelde aan de ruit en liep de wei op.
- Aaaahhhh, en dat doet zo'n vos als ik niet thuis ben. Weet je zeker dat het toch geen kat was?
- Tuurlijk..., of de vossen die we samen zagen in Drenthe en het Zwarte woud waren geen vossen.
- Haha, dat waren toen vossen, zeker weten.
- Nou, dan is deze ook een vos. Ik zag ook heel duidelijk zijn spitse snoet.
- Jaja, ik geloof je wel hoor. Sjonge toch... Hij zal honger gehad hebben.
- Ja denk ik ook. Ik wil hem eten gaan geven.
- Eten gaan geven?
- Ja, oud brood en hondeneten van Eppie.
- Zal Ep niet leuk vinden... Een vos houdt meer van konijn en haas, maar om Ep nu voor de vossen te laten jagen?
- Nee! Eppie mag niet jagen. Ik haal wel wat bij de slager.
- Voor de vossen bij de slager? Niet nodig..., vossen hebben liever muizen.
- O ja? Is dat zo?
- Nee, maar vossen lusten ook katten. We moeten Bolleke maar liever 's nachts binnen houden.
- Bolleke? Bollekeeeee??
- Haha, Bolsterturf ligt op de bank, maar dat diepe gat in z'n kop en de wonden op z'n flanken kunnen best vossebeten zijn. Nee, denk ik toch niet..., nou ja, ik weet het niet.
- Bolsterturf wil al niet veel meer 's nachts naar buiten.
- Heel goed, veel beter dat hij gewoon overdag de omgeving verkent..., en wil hij toch in het donker naar buiten, ga je gewoon ff met hem mee.
- Ben jij nu helemaal gek?
- Nee, ...

Bolsterturf, woensdag 7 februari 2007

687
Vier dode konijntjes in heel klein beetje witte winter

Gistermiddag net voor 't Erpel uitlaten, keek ik uit chaletraam en zag twee eksters. Die twee hadden het voorzien op voor mezen bedoeld vetbolletje bungelend aan touwtje aan vogelvoederhuisje. Ze zaten naast mekaar op de grond, man en vrouw ekster; ze maakten zich klaar voor de afzet en sprongen en fladderden vetbolletje toe. En ze deden dat alsmaar weer.
Na één vlugge foto van me. vertrouwden ze die enge mens al niet meer, stopten ze met proberen het bolletje te pakken te krijgen en vlogen weg, dertig meter dichtbije den in.
Helaas voor mij, de eksters kregen wat ze wilden hebben, pikten alsnog het bolletje - honderd procent zeker weten doe ik het niet, zeker weten dat de eksters het stalen niet, maar toen ik uur later terug kwam van het Erpel uit laten, was er nergens een ekster te zien en het bolletje weg.

Direct na mislukte eksterfotografie digitaliseerde ik voor avond moeten gaan werken, tijdens het Erpel uitlaten langs de draad, een witte zwam op dode stronk, stronk en zwam die ik op 1 december vorig jaar ook al op foto zette. Zwammen bewegen niet, laten zich makkelijker knippen dan vogels.

Vanmorgen tien voor half tien wees Erpel op 't pad langs de prikkeldraad tussen parkbos en wei vier koude, maar soepele lijkjes aan. Het bleken vier konijntjes, allemaal gaaf en zonder bijtwonden. Bij de lijkjes - opeten mocht Erpel ze niet van me; ik geef ze weg aan vos of verwilderde kat of zo - lag een dot konijnewol, waarschijnlijk afkomstig uit het nest, nestwol van buik van moeder konijn.
Hoe kwamen deze nauwelijks week jonge beestjes dood? En hoe op dit pad? Ik kan het niet bedenken. Kropen deze kleintjes hun holletje uit? Omdat moeders niet meer terug kwam van even eten? Verkleumden ze? of was het een bunzing - bunzings verzamelen zelfs kikkers - die ze roven wou? of een door jagers verloren fret?

Na het naar chalet toe brengen van de lijkjes, dwarrelden vanaf half tien witte vlokjes uit grijze lucht. Vlug maakte ik paar foto's van ruit, vogelvoederhuisje, wei, bosrand en beetje sneeuw. Daarna lei ik de konijntjes in tuin en op terras. Wie weet komt Reintje de Vos of een bunzing of ... ze halen.

Om halfeen sneeuwde het nog. De wereld werd lichter, reinwit. Ik stond mezelf toe even van dit zo te zien smetteloze wit te genieten, wilde toen naar bed want zou, wou, moést komende avond en nacht gaan werken.

Toch voor het slapen gaan nog wat vogelfoto's gemaakt: meesjes, vinken en een roodborst in de sneeuw.

En toen was bij het opstaan tegen donker de in voormiddag grif witte laurier weer helemaal groen, dooide het zo goed. Waardeloze kwakkelwinter! wèg speursneeuw! dacht ik, denk ik.
Braaf ging ik, na eten en Erpel uitlaten, werken.

Bolsterturf, donderdag 8 februari 2007

687a
Viersprong reeën en konijn in groot licht

Chalet toe rijdend vanaf werk vang ik viersprong reeën in groot licht. Drie rikken en een bok. De bok zonder gewei, maar met penseel. Hij staat in de berm, de rikken langs slootkant tussen weg en wei. Anderhalve seconde ongeveer blijft het sierlijk wild onbeweeglijk, alle vier de reeën. Dan stuiven ze grote geit voorop de donkerte in, wei op, richting moeras.
Als ik thuiskom ben ik het konijn dat ik ook in koplampen ving vergeten, tot ik het me hier en nu weer herinner.

Bolsterturf, donderdag 8 februari 2007

688
Anderhalf uur Sangmoeras en zwarte herriespecht

Anderhalf uur koud Sangmoeras. Onder lucht die lijkt te weifelen tussen vorst, regen en sneeuw. Tegen hopen in blijkt tijdens storm van achttien januari geen hoogzit omgewaaid. En anderhalf uur lang nergens wild. Ook geen mensen. Wel vogels: duiven, roodborst, winterkoning, merels, gaaien, kraaien, kauwen en een zwarte specht. Is een slimme druktemaker, deze specht. Hij blijft uit mijn buurt, roept alsmaar ergens ver weg zijn luid en helder 'kwik-kwik-kwik-kwikkwik', soms gevolgd door lang en melodieus 'kliiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii kliiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii kliiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii'.

Erpel vermaakt zich met muizen vangen, hazen- en reeënlegers zoeken en met eventjes baden in diep oerig slootje. Na het bad mag hij met oer op buik en poten op de foto, daarna zich droog rennen over wei.

Terug bij chalet zijn daar tegen donker vijf eksters aan het ruzie maken. Het gaat erop! Onder en rond het vogelvoederhuisje. Veren vliegen in de rondte. Tot Erpel zich moeit. Ze vluchten, alle vijf, naar eiketop, om door te gaan, met krakelen.

Bolsterturf, vrijdag 9 februari 2007

689
Meer dan duizend kollen en kijken of hij al een tandje meer heeft

Veel regen deze winter. Ook vandaag weer. Alsmaar regen, stiefregen, motregen, druilregen. Druilregen in de morgen, druilregen in de middag - om mopperig van te worden. Maar dan, opeens, lacht uit grijze lucht bleke winterzon 'ons' van nattigheid droeve park in. En dan willen we opeens toch gaan wandelen.

Net buiten het park en maar twintig meter van wandelroute vandaan, vinden we reelegers, waarbij vers boonsel. Erpel drukt fanatiek zijn snoet op de keutels en in de rustplaatsen, bewijs te meer dat de reeën hier vannacht of vanmorgen nog bivakkeerden.

Plots fel gesnerp van motorzagen bekoelt onze blijdschap om de door ons niet geziene reeën. Boswerkers vieren hun zaaglusten bot op jonge bomen. En dan komen we, onderweg naar waar ik ganzen weet, langs beuken met prikkeldraad in de bast.

Al van ver horen we kolganzen praten. En dan zien we ze ook, door onze kijkers. Ze zitten op weilanden tussen bos en hei, de meesten in grote groepen bijeen. Deze ganzen, ze zijn allemaal 'geteld' met meer dan duizend. Duizend kollen! Nee, het zijn er meer! minstens tweeduizend! Ze zitten op de weiden en ze vliegen rontelom. Telkens vertrekken er en komen er weer anderen voor in de plaats. Er is gewoon geen tellen aan, maar die we op enig moment kunnen zien zitten en vliegen zijn er veel meer dan duizend.

Met de kollen nog voor ogen is het dan kwartiertje later raar leeg in het ondiep eilandjesven. Daarin dobberen maar twee vogels, twee wilde eenden, woerd en zijn wijfje. Daarnet was het druk met vogels. Hier nauwelijks vogels. Geeft allemaal niks. Wij vinden de natuur altijd mooi. En we zijn graag alleen met de vogels, vinden het fijn om alleen met wild en vogels te mogen zijn, zo lekker helemaal alleen zonder andere mensen om ons heen.

Maar dan meen jij op het grote groene veld tegenover kerk en vroeger klooster Bolleke te zien, moet ik van jou een foto maken.
♀ Is hij het?
♂ Nee, ze is niet Bolleke.
♀ Ze?
♂ Ja ze, ze is poes.
♀ Weet je het zeker?
♂ Ja, kijk maar 'ns door je kijker... Bolleke heeft een veel dikkere kop, is veel groter, ... ook lichter van kleur.
♀ Je hebt gelijk.
♂ Zoals altijd.
♀ Welnee, ik heb meestal gelijk.
♂ Hoezo?
♀ Niet zeuren jij... Kom, we moeten opschieten... Fijn! straks naar Martijn, kijken of hij al een tandje meer heeft.
♂ Ja, met maar één tand lijkt het me slecht bijten.
♀ Moet je niet zeggen.
"Kri kri... ritritritrit."
♂ Luister! Een zwarte specht.
"Kliiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii..."

Bolsterturf, zaterdag 10 februari 2007

689a
"Kom vlug! daar is die vos weer," roep je zachtjes vanaf de bank

20 uur 45
"Kom vlug! Daar is die vos weer," roep je zachtjes vanaf de bank.
Ik laat onmiddellijk m'n toetsenbord voor wat het is, sta op, loop kamer toe en gluur vanaf de gang door chaletruit. En dan zie ik in 't licht van buiten- en schemerlampen de vos terwijl die soepvlees schrokt.
Hoe voorzichtig ik ook ben, de schrokop ziet me bewegen en vlucht terras af, donkerte in.

Gisteravond trakteerden we Reintje of Reininneke op vier lampreien - de jonge konijntjes die Erpel op bospad vond - en vanavond zette ik om zeven uur voor hem of haar een bord met soepvlees neer.

De lampreitjes kreeg Erpel dus niet. Die at de vos, zonder dat wij het zagen. En het soepvlees moet Ep voortaan delen. Vind ik niet erg, ik kreeg het immers toch al niet. "Is niet anders Ep! Zo'n vosje heeft ook honger, net zo goed als wij," troostte ik daarom Erpel.

     

22 uur 10
De vos is terug, maar Erpel ziet de hongerlap en springt blaffend en met nekhaar overeind tegen de schuifpui aan. Tuurlijk meteen wèg vos.

     

00 uur 15
Jij en Erpel zijn naar bed gegaan. Bolleke ligt naast me op de bank, in zowat stikkedonker. Ik blijf op, wil wachten op de vos, met nog halfvolle fles port en met camera op statief en in nachtstand voor me. Het ding is gericht op bakje hondeneten (PLUS paté met rundvlees en hart) buiten op het terras.

01 uur 20
Als het begint te regenen is dat reden voor me om op te houden met wachten. Een vos wordt niet graag nat, denk ik. Het nog volle bakje vlees zet ik onder 't afdakje van ons schuurtje.

Zal het bakje vanmorgen - het is al middernacht geweest - als jij bent opgestaan en ik nog slaap leeg gegeten zijn?

     

09 uur 00
"Het regent dat het giet... De vos is niet meer geweest", zeg je, "maar het bakje is leeg. Bolletje at daarnet toen ik met Eppie langs de draad was alles op."

Bolsterturf, zaterdag en zondag 10 en 11 februari 2007

690
Vlug eekhoorntje in februariregen

Vlug eekhoorntje in de regen
- roodbruin ratje met pluimstaart -
dat eikestam in klimt en nootjes gaart,
ik gun je alle lekkers, ben je genegen.

Je eet mijn nootjes in de regen.
Je lange staart komt daarbij goed van pas -
die houdt de regen tegen.
Zo eet jij droog in 't gras.

Dan begraaf je nootjes in de regen,
zomaar domweg op hoop van zegen.
Ik sta voor het raam en lach en knip en kijk
tot je wegrent, naar gekraakt eksternest in andere eik.

Bolsterturf, zondag 11 februari 2007

691
Zon en liefde dromen

Ik zit met mezelf alleen op de tweezitsbank, kijk over wei in bos.
Op de wei vijf blauwe duiven en drie zwarte kraaien.
In het bos geen konijn, geen haas, geen vos
en ook geen ree, zelfs geen gaaien.

Zestig keer vergroot door kijker
vallen regendroppen op bodem en bomen.
Ik wil vandaag niet nat, liever zon en liefde dromen.
Ik zet mijn computer aan, ga zonnig
zomerplaatje kijken.

Bolsterturf, maandag 12 februari 2007

692
In donkere en sombere middag naar de bleke bossen

In donkere en sombere, maar gelukkig wel droge middag naar de bleke bossen. Schotse hooglandkalfjes daar in stuk hei en bos, en ook schapen, en zelfs een ree. De rundjes en de schapen, ze staren zo dom naar Ep en mij. Het ree staart niet, dat vlucht weg zodra 't ons gewaar wordt.

Half uur later rent er weer een ree door 't bos, ditmaal bij het ondiep eilandjesven. De reeën zijn echt wel schuw geworden, van de boswerkers en hun machines, van al 't gezaag en getimberjack na de storm van achttien januari dit jaar.

Ep en ik breken door vergeten te timberjacken stuk bos. Veel dood hout met gele en zwarte trilzwammetjes daarin. Aan venoever een geel trillertje dat nauwelijks nog vastzit aan dode berketak, trillertje dat wappert in de wind. Ik digitaliseer het op m'n knieën, verbeeld me daarbij dat 't een raar gele wintervlinder is.

Op walkant van diepe sloot naar eilandjesven vind ik m'n eerste sterreschot 2007 . Aan de plek waar het ligt, maak ik op dat het is uitgekitst door bunzing, hermelijn of wezel, niet door reiger. Nog nooit zag ik een reiger naar kikkers vissen in een beukenbos.

En dan, richting Strabhei, een paartje brilduikers onder grauwe lucht in donker water. Ze zijn ver weg als ik ze op foto zet, ver weg want schuw. Zodra ze je zien, willen ze weg, gaan ze van je af. Wat dat betreft reageren ze als alle andere in het wild levende vogels. Nooit komt er eens een eendje naar je toe waggelen, laat staan op je schouder zitten. Nou ja, een eend op je schouder? Dan toch liever een roodborst of winterkoning, nietwaar?
Met optisch en digitaal zoom blijken de duikertjes op honderd meter nog makkelijk te knippen, ook zonder statief.

Bolsterturf, dinsdag 13 februari 2007

693
Roe-kroeè - roe-kroeè - roe-kroeè - roe-kroeè - roe-kroeè - koèk

Al bij 't opstaan om half zeven grijze lucht en alsmaar regen. (Haha, wat ben ik toch een rare! Tijdens 't slaap uit d' ogen wrijven was 'k al weer aan 't rijmen.) Om half acht zou ik met Erpel naar de bleke bossen toe. Kwam niks van terecht. Het werd slechts tien minuten samen struinen langs de prikkeldraad 't dichtst bij chalet, de draad tussen park en wei en bos, nee, niet lopen langs één draad maar langs vier draden, vier boven elkaar gespannen draden, elke draad een kleine kilometer lang.
Bij 't naar buiten gaan hing een enkel koolmeesje aan notennetje aan vogelvoederhuisje. Onderweg krasten over wei drie zwarte kraaien lelijk naar mekaar en ach, maar éne houtduif koerde in 't nat driehoekje bos. Houtduifkoer, het klinkt zo mooi en lief en zacht, en 't is zo melodieus: " roe-kroeè - roe-kroeè - roe-kroeè - roe-kroeè - roe-kroeè - koèk."

Bolsterturf, woensdagmorgen 14 februari 2007

694
Op weg naar en terug van 't werk geen wild gespot, maar we hebben een nieuwe regering

Mooie winterdag met tamelijk wind. Ik had er niks aan, aan het zonnige weer niet, want moest in de dag slapen omdat ik 's avonds en 's nachts mocht gaan werken.

Op weg naar en terug van 't werk geen wild gespot, maar we hebben een nieuwe regering. Het moet nu haast wel goed komen met Nederland en allochtone mensen en wild en vogelleven daarin, goed komen zo met aan het pluche roer onder meer een mooie jonge moslimvrouw van Turkse komaf die het vreemdelingenbeleid van niet ijzeren maar toch wel stevige tante Rita Verdonk mag voortzetten en die haar best wil gaan doen om de belangen van onder meer mij en mijn buitenlandse landgenoten inclusief die van niet westerse afkomst met twee paspoorten te behartigen. Zitten alle mensen met dubbele nationaliteit vast heel goed mee, met dit frisse en mooie jonge wijffie van wie ik in de bossen wel een wietakkertje zou mogen hebben.
Ik voor mij behartig met maar één paspoort, als het ff kan zonder hulp van goudeerlijke en slimsluwe peperdure hoog integere advocaten als Spong en Moskowicz, mijn belangen liever zelf, reden dat ik niet op bij voorbeeld Geert Wilders, Wouter Bos, André Rouvoet of Mark Rutte, maar op Marianne Thieme heb gestemd. Maar ja, wie er ook in regering en eigen belang voorop-kamers zitten, het zal wel tobben blijven met ons dieronvriendelijk Europees Economisch Genootschap en, minstens even erg! ook met bij voorbeeld een tweede kamervoorzitster die zomaar een kamerlid met wie ze het niet eens is het spreken verbiedt als dat spreken niet in haar partijstraatje past.
Ach, het komt op de heel lange duur misschien allemaal wel goed met Nederland, want er wordt hier bij ons goed gestolen en beter vergaderd, ook flink gefraudeerd, geroofd en gemoord. Bovendien is het bosbeheer weer aan het timberjacken, kleunen rechters vaak mis, zijn er ook voor nogal wat mensen met meer dan één paspoort te weinig Nederlandse huizen, is Reintje de Vos vogelvrij verklaard en zitten onze kippen weer eens opgehokt.
Leve ons Nederland van Beatrix van Oranje en haar jachtgeile zoon Willem Alexander, tevens het Nederland van Jan Peter Balkenende, onze oud geschiedenis student die nu voor de vierde keer premier mag spelen en die te oordelen naar zijn domme uitspraken over tijdgeest en de Oostindische compagnie van omstreeks 1700 nog nooit Potgieters Jan, Jannetje en hun jongste kind heeft gelezen.

Bolsterturf, donderdag 15 februari 2007

695
Geen houtduif maar holenduif?

Weer mooi weer. Als gisteren, maar met minder wind. De tweede mooie februaridag waarin ik moest slapen. Tussen in bed liggen en gaan werken tegen avond nog even met Erpel langs de prikkeldraad gelopen. In driehoekje bos koerde een duif oeroe. Met zekerheid geen houtduif. Holenduif?

Bolsterturf, vrijdag 16 februari 2007

696
Ik genoot van Bolleke, zon, port en Erpel en Erpel van een varkensoor

Fijn! 's Morgens uitslapen, 's middags naar bleke bossen en tegen avond uit beetje wind met rood portje in de zon op chaletterras. Ik genoot van Bolleke, zon, port en Erpel en Erpel van een varkensoor. Bolleke was minder tevree, die ging slapen bij de buren.

Bolsterturf, zaterdag 17 februari 2007

697
Van kapotte voet raak ik, van pindakaas mijn vrouw van slag

Om vannacht verstuikte voet keek ik lusteloos in grijze dag,
zag in vale winterwei twee zwarte kraaien.
Erpel kwam naast me staan, schooide om aaien
en mijn boterhammen met pindakaas en hagelslag.
Ik at de hagelslag. Ep ging op de bank aan 't klaaien
met de pindakaas, tot vrouw kwam aanlawaaien,
mij op m'n donder gaf wegens weer eens dom gedrag.
Van kapotte voet raak ik, van pindakaas mijn vrouw van slag.

Bolsterturf, zondag 18 februari 2007

698
Mijn eenzame scharrelvagebond

De lucht boven chalet waarbij nog geen tuin, was vandaag minder blauw dan de achtergrond
van deze webpagina, maar over bos wat blauwe duiven en in vale wei een zwarte kraai.
Met pijn in m'n poot kijk ik naar de kraai, mijn eenzame scharrelvagebond.

Bolsterturf, maandag 19 februari 2007

699
Met Erpel genieten in alsof lente februarinamiddag

Februarilente! Gulle zon en liefzachte wind. Een roodborst is er blij mee. Die zingt Erpel en mij goede reis toe, vanuit boom aan parkpoort. Maar op de foto wil hij niet. Zodra ik de cameralens op hem richt, houdt hij op met zingen, vliegt weg, hogere boom in, tiende seconde of zo na cameraklik.

Onze reis gaat naar de verboden vennen. Onderweg er naar toe, komen we door perceel bos waarin cirkelzagers van bosbeheer hun best deden. Die zagers zaagden, in al flink kaal bos, honderden bomen om. Een paar bomen konden niet vallen, omdat andere bomen in hun valweg stonden. De mannen zaagden deze bomen wel helemaal doormidden, maar ze bleven dus overeind. Nu rusten op zijn minst tien pas dode bomen met hun takken in de kronen van door de boswerkers gespaarde bomen. Moeten deze gecirkelzaagde bomen zo rusten tot hun takken zwak genoeg geworden zijn en ze gaan vallen? Is het hedendaags bosbeheer dom en immoreel genoeg om zoiets te willen? Wanneer een boom valt - deze gecirkelzaagde bomen zullen allemaal eens zomaar vallen als bosbeheer ze niet komt omduwen - en u loopt dan net in 't bos, hebt u na dat vallen waarschijnlijk uw laatste boswandeling gemaakt.

Als altijd als we samen op stap gaan, geniet Erpel ook vanmiddag. Ja, hij geniet echt wel weer volop. En ik geniet met hem mee. Zo genieten we samen, blij en tevree, van het mooizachte winterweer, van de zon en de wolken en de bomen en de hei en de wind en het blauwe venwater en van de vele diersporen. Mijn Erpeltje, hij rent over bospaden en venoevers - rakken door bos en ruigte mag hij niet zo veel meer van me. Alleen nog maar als ik hem daar uitdrukkelijk toestemming voor geef. Niet dat ik hem graag beveel en kort hou; ik wil alleen maar niet dat hij reeën opjaagt, achter hazen jakkert of 'per ongeluk' een konijn, fazant, eekhoorn of houtsnip grijpt. Ook heb ik schrik dat hij vergif gaat eten, of een grote - als hijzelf flink dominante - reu tegenkomt of dat hij tegen prikkeldraad aan rent, of zich ophangt in een wildstrik. Een ongeluk zit in een klein hoekje. Ik weet dat, Erpel beseft dat minder goed.

Op het grootst verboden ven is het een drukte van belang. Daarop dobberen toppereenden, talingen en wilde eenden. Zowat alle wilde eenden hebben paartjes gevormd. De geilgroenkoppige woerden en hun lieve bruine eendjes dobberen vanmiddag rustig bijeen, telkens als flieft paartje. Alles bij mekaar tel ik wel honderd van die fliefde paartjes. Maar de geslachtsverhouding op het ven is ongezond, is niet 1:1. Er zijn woerden teveel. Die woerden vechten met mekaar. En ze vallen de eendechtgenotes lastig. Wat de nodige kwaak- en kwekherrie geeft.

Eén wilde eendenwoerd heeft een erg opvallende witte borst. Zijn borst is als een autokoplamp over het water. Wel zo helder, niet zo snel. Jammer dat deze woerd alsmaar in het midden van het ven blijft. Zonder optisch en digitaal zoomen beide, krijg ik hem niet duidelijk op foto.

Terwijl Erpel na veel rappe rondjes venoever - tuurlijk hoeft hij van me niet overal en altijd op de paden te blijven - en een kwartier ruig rakken door hei en bunt zich ff afkoelt, ff klein stukkie zwemt, maak ik een foto van bomenweerspiegeling in venwater. Drie Schotse hooglandsen, een zwarte en twee bruine, maakt het allemaal niet uit. Die negeren Ep en mij, die vinden net als ik het water nu nog te koud en die hebben het alle dagen weer druk met het vullen van hun grote magen. Zo ontiegelijk schraal en zo belabberd weinig groen, de verbodenvenoevers koeienkost. Een ree heeft er nog te weinig aan; een ree springt over de afrastering en gaat fijn eten op boerenwei en -akker.

Op terugweg naar park en chalet is het druk met ganzen, kol- en grauwe ganzen, zowel in de lucht als op weiden. Een grote groep langnekken zit op wei tussen verboden vennen en park. Omdat ik pijn in mijn paar dagen terug flink bezeerde voet begin te krijgen, loop ik voor de ganzen niet om door het bos. Wanneer ik met aangelijnde Ep over pad tussen sparrenrand en wei chaletwaarts kuier, gaat de hele groep gakkend hoog.

Bijna de bleke bossen uit, zie ik al van verre iets wits op boomstronk, in kaal stuk hei met wat bomen. Eerst denk ik aan een wit konijn, maar al vlug blijkt het een poesje te zijn. En dan zie ik er nog drie, nog drie katjes. Eigen kats vriend Erpel commandeer ik bijtijds af. Dat om de katjes geen schrik aan te jagen. Erpel wil ze geen kwaad doen, maar als zo'n katje hem gaat krabben zal hij misschien toch gaan bijten.
Vier jonge katten driehonderd meter verwijderd van dichtsbijzijnde boerderij met katten? Hoe komen die hier verzeild? Zijn deze katjes hier neergezet door een boze mens? Of komen ze van de boerderij?
"Vort, pssttt!..." sis ik tegen de poesjes, "wegwezen hier, hup! vlug naar die boerderij daar!"
Ze luisteren niet naar me, kijken me alleen maar bang aan. Eentje probeert om in een boom te klimmen.

Beetje droef om de jonge katten, prooi voor kraaien, vos en havik, loop ik met Erpel het laatste stuk door nevelwei chalet toe. In mijn onmacht vloek ik ff en tracteer ik een onschuldige den op een schop met mijn gezonde voet. Zo mooi de natuur, zo wreed de natuur. Zo wreed ook menig mens.

Bolsterturf, dinsdag 20 februari 2007

700
Was ik wild, had ik nergens rust

Toen mijn fox in lentezon vanmorgen
onder laurier naar konijnen groef,
wou ik vos en ree gaan vinden,
chaletthuis vanaf de tweezitsbank.
Terwijl ik koffie dronk en door veldkijker keek,
wandelde mijn buurman aan overzij
van wei langs prikkeldraad voorbij,
een hond van hem hond trouw aan zijn been,
zijn andere kai inu speelde door het bos.
Ik weet: was ik wild, had ik nergens rust.

Bolsterturf, woensdag 21 februari 2007

701
In lenteachtige februarimorgen chaletgekomen tevree naar bed

In lenteachtige februarimorgen chaletgekomen, kroop ik niettegenstaande prachtig lenteweer tevree te bed. 'k Had een avond en een nacht prettig gewerkt - en voor 't gaan werken, om halfacht in de avond ongeveer, op weg naar de arbeid reewild in mijn pindalicht gevangen. Toen ik flauwe bocht van asfaltweg achteraf uitstuurde, zag ik twee reeën in dimlichtrand op wei staan, remde ik, reed paar meter terug en zette ze allebei in groot licht. Het sierlijk ranke wild bleef rustig staan. Allebei, oude bastgaffel en jonge rikke, keken ze in mijn felle licht, en tuurde ik door de 7 x 50 naar hen. Na een paar minuten kijken reed ik verder, liet ik blij hen bos en moer en wei en elkaar.

Bolsterturf, donderdag 22 februari 2007

702
Bokkende reebokken na kleurrijk oerig moerig slootje

Een donkere maar net droge winternamiddag met in zachtsomber ééntruiweer uurtje struinen door moer en wei en eikenbos. Met vlijtig Erpeltje naar reeën gezocht. Die echter niet kunnen vinden, wel hun hoefafdrukjes, boonsel, krabplekken en rustplaatsen.
Het reeën moeten speuren beu, ging Ep naar muizen dabben, waarop ik besloot om bij muziek van kraaien, merel en roodborst drie zowat gelijke foto's te gaan maken, foto's van helder blauw water, van fris lichtgroene waterplanten en van warm oerig moerig ijzerroest, moois dat zich bevindt in gezond slootje tussen eikenbos en wei.

Onderweg van moeras naar strabheirandbos, loerde op parallelweg langs jakkerbaan een jager met groene hoed op in zijn groene auto met een kijker langs bosrand en over akkerland. Voor mij reden genoeg om de pinda te stoppen en met de 10 x 50 ook over de akker te gaan turen. Er was niks op te zien. Het waarschijnlijk z.s.m. door deze of een andere jager dood te schieten reewild toefde elders.

Om kwart over zes ongeveer, zag ik vanaf asfaltweg aan strabheirand een verweg ree op groene akker. Door de kijker bleek het dier geit. Net na halfzeven kwamen twee bokken haar gezelschap houden. Twee volwassen sterke bokken en één geit. Daar moet ongeluk van komen. Twee bokken, twee rivalen, ieder met meer dan oorhoog bastgewei, twee bokken die nu al - in midwinter! - vechten om een wijfje. Ze zaten achter mekaar aan. En ze bokten zo goed, bokken zoals ook steenbokken en geitenbokken bokken kunnen. Ze renden op mekaar in, ze stootten hun koppen tegen mekaar, ze probeerden mekaar omver te duwen. Maar ze waren ver weg, zó ver weg, dikke tweehonderd meter ver weg, en in diepschemer. Toch maakte ik tegen beter weten in en met de camera op nachtstand, vanuit de auto, zonder statief, foto's van ze, wrakhoutfoto's. Nou ja, de reeën zijn erop te zien. Een ook aanwezig en geknipt! haas, kan ik op de foto's niet terug vinden.

Bolsterturf, vrijdag 23 februari 2007

703
Over reeën en blank ongedierte in een landrover

Ik wandel met vrouw en hond, in buiige zaterdagvoormiddag. Erpel - onze hond - loopt voorop, z'n neus aan de grond. Vrouw loopt voor mij. Ik kijk naar haar kont en let niet op, tot ze wijst: "Kijk! Daar!! Twee reeën."
Ik sissss: "Eppp afffff!!..."
Erpel valt alsof blok hout.
Vrouw fluistert: "Doe niet zo lelijk tegen Eppie."
Ik fluister terug: "Ssstttt... Niet bewegen! Stil blijven staan! Van zover zien ze je niet, als je maar stil blijft staan."
De beide reeën, dikke honderd meter ver weg, turen naar mij en vrouw en Erpel. Wij drie - ook op zijn buik liggende Erpel dus - kijken naar de reeën. (Erpel is heus niet gek. Die weet dat er bij "afffff!" een hond of kat, of een haas of ree, of een vos of zo in het spel is. Toch blijft hij op commado "afffff" bijna altijd braaf afffff.)
Bastbok en zijn geit doen als vrouw en ik, ze blijven doodstil staan, tot na minuut of vier de geit het welletjes vindt en Providentia's bos in wandelt. Tuurlijk gaat de bok dan met haar mee. Deze bok, ach, hij is niet anders van natuur dan ik.

Er valt een dikke bui. Vrouw, Ep en ik worden nat, zeiknat. Op onze weg terug naar chalet lopen we haastig over paadje langs stroomdraad, paadje door bosjes, paadje tussen wei en breed modderfietspad. (Vrouw en ik houden Erpel graag schoon, vieze modderspatten vrij.) Over het fietspad nadert met kilometer of vijfig per uur een bruine landrover. De auto stopt. Achter het stuur een man, naast hem een dame.
"Die willen de weg vragen," oppert vrouw.
De lady draait portierraam open. Vraagt de man meteen met scherpe stem: "Wil u niet over de wei lopen?"
Ik antwoord: "We lopen niet over de wei."
Zegt de man, terwijl hij met zijn handen trommelt op het stuur: "U mag daar niet komen, want dat is geen pad."
"Geen pad?" vraag ik dan, "wat is dit mooie en schone langs de draad paadje dan wel?"
Er komt geen antwoord. De man geeft gas, scheurt 't fietspad af, perceel onlangs grondig gecirkelzaagd bos in.
Paar mins later rijdt de landrover dit vernield stuk Brabants landschap - na het zagen echt wel de naam bos onwaardig - weer uit, om over het door de gemeente M. als fietspad(!) aangeduide modderweggetje naar oude boerderij met hondenhok waarin een oude gele herdershond te rijden. (Dit pad is een eigen weggetje, tevens deel van natuurfietsroute aan één eind waarvan een varkensproefbedrijf. Sla je vanaf Providentia, paar honderd meter al voor het proefdierbedrijf, rechtsaf dan loopt dit bij regen altijd modderpad dood op een oude boerderij, een zomerhuisje en een groter luxe onderkomen met tennisveldje en zwembad. Het onderhoud van 't weggetje wordt door de gemeente M. verricht.)
Vrouw en ik wandelen - modderspatten vrij! - verder over 't paadje langs de draad. Erpel snuffelt met nat maar schoon buikje tien meter voor ons uit.
"Wat een gefrustreerde blaaskaak," moppert vrouw.
"Ach," antwoord ik, "zo te zien en te horen waren dat blanke mensen, gewoon autochtone Nederlanders..., misschien iemand van bosbeheer..., misschien de zoon van de oude boer hier..., als de Partij voor de Dieren niks klaarmaakt in de kamer, zullen wij dan voortaan maar op Geert Wilders stemmen? Hoogste tijd toch dat Nederland van blank ongedierte wordt gezuiverd?"

Bolsterturf, zaterdag 24 februari 2007

704
Er wonen tegenwoordig meer konijnen in de stad dan in het bos

Nacht. Na bezoek aan Martijn - zeven maanden jong en soms al ondeugend - en zijn pa en ma, rijden vrouw en ik naar huis. Ergens tussen Eindhovense woonwijken en Eindhovens industrieterrein moeten we allebei opeens nodig iets doen, draait vrouw vlugst mogelijk de hoewel nacht flink drukke verkeersweg af, op zoek naar rustig plekje. Ze verlangt om fijn te kunnen plassen vaak meer ruimte om zich heen dan ik pisplek nodig heb. Als we net voorbij alsmaar huizen links en alsmaar fabrieken rechts een parkeerterreintje van sportvereniging of zo op rijden, rennen er dikke twintig wilde konijnen een voor een lady geschikt stikdonker plasbosje in.

Het bosje vond vrouw te eng en te donker. Gewoon ff tussen auto en bosje hurken leek haar fijner, maar zo raar: in wilde staat levende konijnen huizen tegenwoordig liever in de stad dan in het bos.

Bolsterturf, zondag 25 februari 2007

705
Januarihaasje in februari

Tijdens korte wandeling in kille, natte winterdag, wandeling over voor mensen door mensen verboden groot afgerasterd terrein met daarin Schotse hooglandkoeien, wees Erpel me een vuistgroot haasje aan. Dit haasje moet vorige maand geboren zijn, midden in de winter!
Erpel stond het diertje keurig voor, hij sprong niet in, probeerde het niet te pakken.
Vlug lijnde ik Erpel aan en vlug gingen we verder.

Bolsterturf, maandag 26 februari 2007

706
Mezen en het grootste varken

Regen. Alsmaar regen. De hele dag al regen. Ik zit op de tweezitsbank en kijk naar de regen, de saaie regen waarin een pimpelmeesje dat hangt aan vetbolletje aan touwtje aan vogelvoederhuisje. Het pimpeltje pikt in het vet. Het snoept er de zaadjes uit. Een lief tafereeltje, tot plots een koolmees boven op het pimpeltje landt. Deze koolmees is een deugniet. Hij pikt niet in het bolletje, wel in het pimpeltje.
Een koolmees is groter en sterker dan een pimpelmees. Pas als de pimpel is weggejaagd, gaat de koolmees zaadjes eten. Kijkend naar deze koolmees, herinner ik me een regel uit een gedicht: "Von Allem was auf Erden lebt verfolget eins das andre."
Opeens zijn er ook mensen, zie ik mensen in natte tuin en in natte wei, zie ik een klein jongetje dat een ander jongetje slaat, zie ik een ambtenaar die een burger kleineert, zie ik een werkgever die een werknemer schrik aanjaagt, hoor ik de deurwaarder aan de bel, zie ik een man die een hond schopt, zie ik een man die een vrouw slaat, zie ik een vrouw haar kindje harde klappen geven, hoor ik het kindje schreeuwen, zie ik andere dienstplichtige soldaten met geweren.
En dan ben ik weer twintig en weer thuis, loop ik met mijn vader door de wei en luister naar zijn verhalen, hoor ik hem weer vertellen, over hem en over zijn jonge jaren, zie ik hem en Joden en zigeuners en andere gevangenen in zo'n kamp, hoor ik hem weer zeggen: "Jongen wij zijn gereformeerd, maar van alles wat op aarde leeft is de mens het grootste varken."

" 'k Heb koffie voor je."
"Huh?"
" 'k Heb koffie voor je."
"Koffie?"
"Zat je weer te dromen?"
Ja! er zijn ook goede en lieve mensen, mensen van wie je houden kan.

Bolsterturf, dinsdag 27 februari 2007

707
Chiastisch kloteweer

Weersverwachting KNMI woensdag 28 februari 09.52 uur:
Fikse buien, mogelijk met hagel, onweer en windstoten.
Maxima rond
11 graden en veel wind.
Morgen opnieuw wisselvallig, veel wind en rond
11 graden.

Nu - 10.19 uur - ik de ongerijmde verwachting heb gelezen
en vanavond en vannacht weer werken mag,
morgennacht en -avond ook, voor luttel bedrag,
denk ik: 'k moet zo naar bed! Wat ben ik toch een ezel!

Maar daarnet, in dit chiastisch weer met Fox langs weidraad,
floot in twee voetbalvelden klein driehoekje broos
parkbos een duidelijk fliefde merelman schoon en klaar.
Ik luisterde, naar natte zuidwestwind en zijn Eroos.

Wacht! 'k pak voor 't slapen gaan een rummetje 54%
en luister even nog naar de groene specht
die alsmaar lachen komt rontelom chalet,
maar nooit 'ns 'n woordje zegt.

Bolsterturf, woensdag 28 februari 2007

index februari 2007
0680 donderdag 01-02-07 Gaai door vuile ruit
0681 vrijdag 02-02-07 Je hangt de bollen meteen op
0682 zaterdag 03-02-07 Erpel en zijn eerste teek 2007
0683 zondag 04-02-07 Langs de prikkeldraad
0684 maandag 05-02-07 Oude boer zonder zijn oude hond aan de wandel
0685 dinsdag 06-02-07 Flieft bij winterdag
0686 woensdag 07-02-07 Gluurvos
0687 donderdag 08-02-07 Vier dode konijntjes in heel klein beetje witte winter
0687a donderdag 08-02-07 Viersprong reeën en konijn in groot licht
0688 vrijdag 09-02-07 Anderhalf uur Sangmoeras en zwarte herriespecht
0689 zaterdag 10-02-07 Meer dan duizend kollen en kijken of hij al een tandje meer heeft
0689a zaterdag en zondag 10 en11-02-07 "Kom vlug! daar is die vos weer," roep je zachtjes vanaf de bank
0690 zondag 11-02-07 Vlug eekhoorntje in februariregen
0691 maandag 12-02-07 Zon en liefde dromen
0692 dinsdag 13-02-07 In donkere en sombere middag naar de bleke bossen
0693 woensdag 14-02-07 Roe-kroeè - roe-kroeè - roe-kroeè - roe-kroeè - roe-kroeè - koèk
0694 donderdag 15-02-07 Op weg naar en terug van 't werk geen wild gespot, maar we hebben een nieuwe regering
0695 vrijdag 16-02-07 Geen houtduif maar holenduif?
0696 zaterdag 17-02-07 Ik genoot van Bolleke, zon, port en Erpel en Erpel van een varkensoor
0697 zondag 18-02-07 Van kapotte voet raak ik, van pindakaas mijn vrouw van slag
0698 maandag 19-02-07 Mijn eenzame scharrelvagebond
0699 dinsdag 20-02-07 Met Erpel genieten in alsof lente februarinamiddag
0700 woensdag 21-02-07 Was ik wild, had ik nergens rust
0701 donderdag 22-02-07 In lenteachtige februarimorgen chaletgekomen tevree naar bed
0702 vrijdag 23-02-07 Bokkende reebokken na kleurrijk oerig moerig slootje
0703 zaterdag 24-02-07 Over reeën en blank ongedierte in een landrover
0704 zondag 25-02-07 Er wonen tegenwoordig meer konijnen in de stad dan in het bos
0705 maandag 26-02-07 Januarihaasje in februari
0706 dinsdag 27-02-07 Mezen en het grootste varken
0707 woensdag 28-02-07 Chiastisch klote weer


 
Bolsterturf © bolsterturf.nl

IntroHoofdpaginaInhoudsopgaveNatuurdagboekRecentVideoHoogzitten en jachthuttenMuziekGedichtenOver bolsterturf en Bolsterturf
Stukjes tekst, video's en foto's van bos, hei en waterkant; over grasduinen en struinen in natuur en veld, over zon en wind en buiten zijn
<<<<<<<<<<<<<< Home >>>>>>>>>>>>>>