|
Bolsterturfs natuur B o l s t e r t u r f s n a t u u r Dagboek mei 2007
769
Het avondeten op haast ik me met Erpel chaletpark af, richting Bleke bossen, ook richting hoog tonaal gejank van machinerie van gras verzamelende boeren. Echt door merg en been gaat het, dit snerpend janken van deze grasmaai-, grashark- en graskneusmachines. Ik erger me er ontiegelijk aan. Maar dan valt het me op hoe duizenden muggen alsmaar ziggezaggen, alsmaar sneller gaan ziggezaggen, boven laagje oerig water in diepe sloot. Het is alsof deze muggen gek aan 't worden zijn, zo hard suizelen ze heen en weer, ja, het lijkt wel alsof ze dol gaan draaien, omdat ze het scherpe janken niet kunnen verdragen. Hoe het ook zij, deze muggen zijn echt van slag . Ze steken niet, ze zoemen in de rondte, ze dansen en ziggezaggen, wild en heftig en tomeloos. Terwijl ik probeer om met mijn simpel cameraatje de muggen op foto te krijgen, zit opeens Erpel achter een wilde eendemoeder met pullen aan. Vlug roep ik hem bij me, waarna ik nog net moeder en kuikens kan vangen in de lens.. Dan loop ik bijna tegen een bleekwitgele zwam op voet van doodgaande eik aan. Bos, hei, weiden en akkers, die zijn allemaal kurkdroog van paar weken al overvloed aan zon en van schrale oostenwind. Toch, deze zwam gedijt, niettegenstaande de droogte. Hij helpt goed mee om de eik van kant te maken. Met Erpel aangelijnd struin ik door heideveld. Twee keer wijst hij me daarin een haas aan. Hazen die ik zonder meer voorbij gelopen zou zijn. En dan - eindelijk! - rijden de boeren met hun lawaaimachines de inmiddels als voetbalvelden zo kale weiden af, keert de rust terug in 't veld, hoor ik weer kraaien, gaaien, kieviten, spechten, vinken, duiven, merels, mezen en wulpen. En zo mooi! voor 't eerst dit jaar ook krekels. Onzichtbaar tsjirpen die voor me, in paar hectaren ruig, zowat onlandgrasland. Tussen dit perceel armzalig onlandgroen en de Bleke bossen ligt een strook vierjarige bosaanplant, strook drie jaar terug ingezaaid met rogge. Het eerste jaar stond de rog er vol en weelderig bij, was hij wel anderhalve meter hoog; het tweede jaar was hij dunner en maar een meter hoog, en dit jaar nog dunner en nauwelijks een halve meter. Op weg terug naar 't park, zie ik voorbij kale, gele wei met schapen, wilde konijnen en koebeesten regenboogkleuren in grondwater . Ik moet het toegeven. Soms creëert een boer wat leuks in 't veld. Toch kom ik teleurgesteld en onblij met klote daad van klote boer thuis. Deze boer hing een zwarte kraai op. De kraai, pikzwart en kikdood is hij, en gevuld met witte maden, en hij hangt aan een touwtje aan een plastic buis, hoog in de lucht boven akkertje met wat ik weet niet wat er in gezaaid, kraai verworden tot zwarte dissonant in ondanks Staatsbosbeheer, bosbeheerders en bioboeren nog altijd mooi Kempenland. Ja, nog altijd mooi Kempenland, waarin een klein vogeltje helemaal niet bang zit op een prikkeldraad, pal onder dode kraai. Bolsterturf, dinsdag 1 mei 2007
770
Uurtje toeven in 't sangmoeras, onderweg naar 't werk. Parkeren in Broekkantberm, puinweg af lopen, het Sangmoer in, waar ik in onlandweitje kom voorbij met groene doek gerestaureerde oude hoogzit. In tijdnood lukt het me niet om pal tegen ondergaande zon in er een goede foto van te maken. Niet erg, kan wachten die foto.
Bolsterturf
771
Het is niet anders. Wanneer vrouw bezoek krijgt van vriendinnen of collega's, word ik geacht om te gaan werken, moet ik avond- of weekenddienst gaan doen. Wat het is, waarover het gaat tussen de dames, waarom mijn aanwezigheid niet gewenst is dan? Ik weet het niet. Toch vertelt vrouw me achteraf altijd wel het een en ander: 'Nou, Til en Tien hadden echt wel een avontuurtje bij de slagboom. Toen ze hadden geparkeerd en het park op wilden lopen, sprak de parkbaas hen aan,' begroette ze me.
Bolsterturf
772
Vrouw kwam thuis met lekke band. Die band moet ze net voor of al in het park lek gereden hebben. Ze had niet eens gemerkt dat ze lekke band had. De parkeigenaar wees haar erop toen zij buiten zat en hij op graafmachine voorbij kwam. We wachtten niet. We gingen een half uur wandelden, vrouw en ik en Erpel. Langs het Eindhovens kanaal gingen we. Daarin speelden visjes aan het wateroppervlak, roeiden vrouwen van middelbare leeftijd om het hardst en bloeiden waterlelelies tussen weggeworpen flesjes en andere rotzooi. En ook zwommen er vogels op het water: een eendemoeder met maar twee pulletjes, een juveniele fuut en een volwassen fuut. Die futen waren druk met visjes vangen.
Nestverdediging. Vechten. In zonovergoten lenteavond wandelden vrouw en ik nog even park af, Providentia's terrein op, gingen we witte stenen kijken, stenen met de namen van jongens en jonge mannen die drieënzestig jaar geleden ver van huis vochten voor de vrijheid van ons Nederlandje, ons nest.
Bolsterturf
773
Je wordt ouder. Je vindt een lief meisje. Je gaat trouwen. Je krijgt kindjes voor wie je werken mag, tot die uitvliegen, op hun beurt gaan huwen. Dan hebben pa en ma even rust, mogen ze minder zorgen en werken, kan pa weer meer naar bos en hei. Maar opeens is er een jongetje op wie oma heel beslist hele weekends passen wil, mag opa korter tijden naar de bossen, en moet Fox heel zachtjes blaffen omdat de kleine ligt te pitten. En als Martijntje dan eindelijk uitgeslapen is - hij maakte al wakker om half zes, wou daarom weer gaan slapen tussen acht in de morgen en half twee in de middag - mogen oma en opa met hem gaan wandelen. Dan zit hij als een zonnekoning in zijn blauwe buggy, rijden we hem naar Providentia's park, naar speeltuintje met glijbaantjes, wipstoeltjes, draaimolentjes, bomen, bloemen, ezels, pony's, koeien, schapen, eenden, merels, duiven. Bolsterturf, zaterdag 5 mei 2007
774
Martijntje had beetje verkouden neusje Leuk! foto's maken van Martijntje met oma in bad. Opa en oma, Erpel en Martijntje gingen uit wandelen, Pad terug wees opa Martijntje dansende muggen boven oerig slootwater. Voorbij bos en zwarte akkertjes
Bolsterturf
775
Opeens geen hete lente meer, opeens is de ochtend maar tien graden. En gure wind uit west, en regen. Goed zo! Het was dikke vijf weken lang kurkdroog, tè kurkdroog op 't laatst.
Bolsterturf
776
Herfstachtige lentedag. Echt ruig weer. Vrouw liet al om zes uur Erpel buiten. Ik slaap daarom uit, tot elf uur. Vijf minuten na elf, tijdens wandeling met Erpel, spot ik in en boven park zwarte kraaien, blauwe duiven, tortelduiven, kokmeeuwen, mezen, merels, spechten en konijnen. Net na klokslag drie in de middag, wanneer ik Erpel voor de tweede keer uitlaat, valt er rontelom 't chalet en aan parkboskant meer te beleven. Net als Ep druk is met konijnen onder takkenbos, rennen er twee reeën wei over, zomaar langs tegenover chalet bosrand. Terwijl ik naar deze reeën kijk, golft lachend me een groene specht voorbij: "Sliep uit, sliep uit, jij kan m'n nest niet vinden!" Tegen zeven in de avond mag Erpel voor de vierde maal vandaag naar buiten. Dan doen een paartje zwarte kraaien en een zwerm spreeuwen zich flink tegoed aan pas ingezaaide maïs. De gebruiker van de wei tegenover het chalet vergiftigde en cultivaterde de helft van dit groenland. En hij zaaide vorige week maïs in de zo gemeen kapot gemaakte en daarna grondig omgewoelde aarde. Deze spreeuwen en kraaien, vaak ook meeuwen, roeken en kauwen, smullen daarin nu van wormpjes en jonge maïsplantjes. Vijftal spreeuwen - zo mooi met regenboogkleuren gespikkeld - dat ook eens in chalettuin komt kijken, mag op de foto. Opeens, om zes voor acht, tikken dikke hagelstenen op 't chalet. Dat tikken, fijn geluid! maar hagel is minder fijn voor vrouws bloemen en planten. Wanneer om vijf na acht het hagelen ophoudt en de lucht beetje lichter kleurt, loop ik met Erpel naar de Bleke bossen. Bij aankomst daar wordt de lucht alweer zwart, pikzwart. En dan stortregent het en vegen bliksems door het zwarte zwerk. Daarop de donder. Dan weer bliksem. Dan weer donder. Keer of tien op rij. In 't hevigst van de bui telkens na drie tellen de donder. Ik word zeiknat en ben bang, maar geniet. Zodra om twintig over acht het onweer is opgehouden, gaan we, Ep en ik, de Bleke bossen al weer uit, zowat rennend op weg naar boerenwei grenzend aan Providentia's bos waarin ik reeën weet. Ja, zomaar ineens wil ik reewild op de foto, de gemiste kans op rikke goedmaken. Maar dan, als we komen voorbij bungalowtje achteraf, is daar romantische muziek uit luidsprekers in grote stille tuin langs zandpad. Ik blijf staan luisteren, naar muziek en zuivere, zwoele vrouwestem, tot ik opeens in serre een jonge man en een jonge vrouw naar me zie kijken. Ik zie die twee denken: Wat staan die verzopen maf en dat klote hondje daar nou te doen? En dan lach ik en zwaai ik naar die twee, om vervolgens dom verder te lopen. "Sjonge toch!" zeg ik dan tegen Ep, "die muziek! zo mooi! muziek voor vogels, hazen, konijnen, egels, eekhoorns en reeën..., en voor die twee... en voor jou en mij." Met nog muziek, zangeres, vrouw en man achter raam en romantiek in 't hoofd, leg ik Erpel af op paadje tussen bos en wei. Ik zeg, zachtjes, tegen hem: "De wind staat gunstig Ep, die waait van ons af. Affff nu! En stil blijven liggen! We gaan op reeën wachten. Affff en blijfff!! En denk erom, niet blaffen en niet piepen!" Opeens heft de rikke heur hoofd, zekert ze lang, kruipt vervolgens vlug onder de weidraad door, gaat terug het bos in. En dan zie ook ik de bok, een forse bok met hoog gewei. Die staat nu bij de plek waar eerst de rikke stond. Ook van hem maak ik wat verre foto's. En dan gaat poosje later Erpel de fout in. Ik ben druk met techniek en bok, wil net m'n camera op nachtstand en digitaal zoom gaan zetten. Nee, ik heb helemaal geen aandacht meer voor Erpel en omgeving. En het gaat allemaal zo snel, te snel. De zwangere rikke moet door 't bos gekomen zijn, heel stilletjes. Ik hoorde haar niet komen, ik zag haar niet komen toen ze vlak voor me de wei betrad. Erpel wel! Die rook en zag haar wel. Die let altijd goed op. Alsof bont bliksempje, zo snelt hij onder de prikkeldraad door, wei in, jaagt dan achter haar, op maar dertig meter. Ik schreeuw, schreeuw hard: "Hier! Patsamme hierrrrr!!" De bok zekert naar mij en Ep, met lange hals, geeft me zo gelegenheid om nog 'n vlugge foto van hem te maken. Dan zweeft ook hij, met machtige sprong, over de draad. Ja, Erpel jaagt wel 'ns achter reeën. Soms. Als hij me te vlug af is. Vanavond dus ook. Achter reeën jakkeren is grote zonde, iets wat hij beslist niet mag. Maar om hem op zijn dondertje te geven, gewoon omdat zijn baas grote onoplettende dommerik kan zijn?
Bolsterturf
777
Meilente met dik donkere lucht, zwaar en zwanger van regen, zachte regen, eindeloze miezerregen, ook nog als ik anderhalf uur na 't avondmaal - aardappelen, champignons en bruine bonen - het raam uitkijk. Toch willen we gaan, Erpel en ik. Maar dan wil vrouw ook mee. 't Park net af ziet zij in de Bleke bossen een ree. Het dier zag ons eerder, 't hoorde haar kwebbelen. Snel en sierlijk sprint het weg. 't Verdwijnt tussen stammen, struiken en dooie takkenhopen - deze takkenhopen: voor wild en wandelaars timberjackkado van de bosbeheerder - uit zicht. Erpel is vanavond erg druk en onrustig. Hij luistert maar matig, speurt aan één stuk door, trekt steeds weer het bos in, moet aanhoudend terug geroepen of gefloten. Samen turen we over weide tussen bleke bossen en Strabhei, vrouw en ik. Door alsmaar natter regen wandelen we dan door alsmaar natter bos naar natte schapenwei aan zuidelijke natte Bleke bosrand, waar in luwte van struiken en bomen wat konijnen zich te goed doen aan nat gras. Erpel mocht zich hier uitleven: vijf minuten konijnen rakken, maar tuurlijk waarschuwden vrouw en ik de konijnen dat hij er aan kwam. Op terugweg, kwartier lopen nog maar naar chalet, wijst vrouw me een moedereend met pullen. Die eend met eendjes drijft met z'n achten dicht bijeen Tegen schemer zien we vanaf pad m'n bok en m'n zwangere rikke van gisteravond aan bosrand staan. We laten de twee gerust, keren om, lopen door inmiddels gestage regen via omweg chalet toe. Als we thuiskomen donkert het, en regent het pijpenstelen, maar vrouw zet koffie voor me terwijl ik paar maar half gelukte foto's online zet.
Bolsterturf
778
Mijn zus belde me: "Het gaat helemaal niet goed met onze moeder."
Bolsterturf
779
Vrouw was werken.
Bolsterturf
780
Wisselvallig.
Zo fotografeer ik vandaag verre windmolens, Zo fotografeer ik witte margrieten en wit speenkruid en reeën.
Ja, zo fotografeer ik blij mijn Drentse reeën Zij kijkt mij aan, maar ziet mij niet. Terug onderweg met vrouw nog even door het veld Moeder, misschien leef je nog paar dagen.
Bolsterturf
781
Zonloos onweersweer. Alle acht in oever weggedoken. Stil en bang fixeert ze me.
Bolsterturf
781a
Ik stond in moederavond Wel waren er pinken en een scholekster,
Waar ik pinken zag, dacht ik mensen en noodlot.
Bolsterturf
782
Om kwart na acht te voet onderweg naar bleke boswei, kwam mijn vrouw mij achterop. Ze zei niet veel, paar woorden maar: "Je zus belde. Je moeder is overleden." Ik wou beslist door, toch even naar de boswei toe, alleen zijn. Daar lette ik niet goed op. De rikke op wie ik wachten zou, zag ik paar minuten maar. Gewoon pech: de pinken in deze wei die de rikke waagde te betreden, zagen haar eerder dan ik. Die pinken joegen haar meteen weg, hun groen weer uit. Wat afwezig reageerde ik nog tijdig, digitaliseerde de rikke toen ze wei uit onder de prikkeldraad door kroop. Kwartier na haar was een haas aan de beurt om door de pinken weggejaagd te worden. Ach, mijn waanzin van wild willen kijken. Maar toen was daar opeens weer het witte konijntje van gisteren . Nu zat het dertig meter ver, tussen lorkenstammen, en het keek naar me, maar 't wachtte niet op cameraklik. Dit konijntje... Ach bijgeloof! Anderhalf uur te laat belde ik mijn vader op.
Bolsterturf
783
Ontevree over leven en dood stapte ik met Erpel park uit, bleke bossen toe. Bij wei waarin ik reeën vermoedde liep ik commanderend langs boskant, liet ik Erpel slalom zoeken. Na zijn ff zoeken maar, vluchtte een ree gindse boskant toe. Paar minuten later zag ik een rikke naar Erpel kijken, ook kijken naar haar kalfje(s) in het hoge gras. Vlug floot ik mijn hondje bij me. Deugen doe ik voor geen millimeter, maar 'k heb hart voor rikkes en hun kalfjes. Verder struinend, tussen enerzijds bosaanplant met wilde rog en hoog onkruid en anderzijds armzalig, getimberjackt bleek bos, fotografeerde ik een ver vogeltje op ver paaltje. Lijster? Bij het grootst verboden ven genoot ik van kijken naar Schotse Hooglandsen en van het kwebbelend voorbijgaan van vriendelijk groetende juffertjes met juffershondjes. In het bruggetjesven een wilde eendemoeder met jonkies. Ik durfde ze niet te tellen. De jonkies niet. 'k Wilde niet dat het er zeven zijn. Half uur later: balen bij het zien van houtophalers en een geldgierig autootje van - uiteraard tegen betaling - rondhoutverzamelaar Meulendijks. Daarna zalig uurtje toeven aan ondiep eilandjeven venoever. 'k Vond daar - temidden van blauwe juffers - nietige meizwammetjes roder dan bloedkoraal, en 'k zag en hoorde er kikkers groen en bellenblaas. Zo mooi! En 'k hoorde er ook vinkenslag, en koer van hout- en holenduif, en vanaf nooit gemaaid klote weitje kwam krekelsjirp. Zo mooi!
Bolsterturf
783a
'k Kreeg een nestkastje van m'n pa. 'k Bevestigde het aan bij chalet schuurtje. Flieft paartje Koolmees vond het. Papa Koolmees deed zijn best. Mama Koolmees legde eitje, en nu zijn pa en ma Koolmees druk met snaveltjes vullen, tot wel tien uur in lenteavond. En terwijl de koolmezen hun jonkies voeren, doen konijnen en konijntjes voor chalet zich op grens van wei en maïs tegoed. En wat zie ik meer rontelom chalet? Over mij, mezen, merels, kraaien, duiven en konijnen de verre hemel waarin - helemaal naar 't west? vast niet! - mijn niet meer zieke moeder. Mijn moeders ziel vermoed ik pal boven, maar turend naar dat west, naar die gereformeerd gloedje hete hemel waarin de duivel, heel misschien een engel op mij wacht, is er dan opeens een man in blauw, een vagebond, een struiner aan boskant. De man is in gezelschap van twee foxen. Zijn die twee hondjes van hem als Erpel? En is hij - deze man in vloekend blauw en met witte pet - stroper? Jagen hij en zijn foxen op konijn? Is het wild weer eens de klos? Patsamme! vanmiddag nog deed ik wat hij nu doet: grasduinen, struinen, mijn hondje laten zoeken. En toch erger ik me, aan hem en aan zijn foxen. Dom van me! immers onterechte ergernis. Tegen donker spelen en eten tientallen konijnen tussen chalet en bos. Een late zwarte kraai beidt kans. Elk blind of ongelukkig knijn is des kraaien prooi! Dat zal de ogen uitgepikt! Muizen- en vogeltjesmoordenaar Bolsterturf - mijn nickname naamgenoot - is naar me toegekomen. Mijn Bolsterturf, hij dutzelt wat, zowat onder m'n statief. Zomaar bij mij buiten dutzelt hij, let hij niet op, omdat hij mij vertrouwt.
Bolsterturf
784
Bolsterturf, woensdag 16 mei 2007
785
Weer even chalet en niettegenstaande morgen begrafenis van mijn moeder binnendoor op weg naar toch maar een avond werken, zie ik om halfacht van ver een viersprong Lierops reewild laveien. Gelukkig ging ik ruim bijtijds van chalet.
Bolsterturf
786
Bolsterturf, vrijdag 18 mei 2007
787
Een bunzingmoertje met haar koppie in het eigen bloed: Ook Nederland idiotenland Welvaart en doodsdreiging mogen minder van me.
Bolsterturf
788
Dagje uit met Martijn. Van huis gegaan naar Piet Plezier-huurfiets in Oisterwijk reden we door gulle zonneschijn. In Oisterwijk werd het bewolkt en halfweg ons fietsen - door villawijk, langs vennen met witte waterlelies en weiden met gele boterbloemetjes, ook over bospaden - begon het te motregenen. Nee, de regen deerde niet, want zo fijn: heel de tocht had Martijntje lol en plezier.
Bolsterturf
789
Een mooie flink zonnige meimaandag. Goed voor schuur opruimen en onkruid wieden in de tuin. Tussendoor spelen met bijna tien maanden jonge Martijn die overal aanzit en begint te kruipen. Hij mag van vrouw niet alleen op het terras. Ze bleef heel de dag dicht bij hem, zelfs toen hij lag te slapen in het hoge houten bedje waar zijn moeder ook in sliep.
Bolsterturf
790
Martijntje behoeft, vindt vrouw, een grote groene deken om op te kunnen spelen. Daarom belde ze naar een tuincentrum, bestelde ze vijfendertig vierkante meter graszoden voor in chalettuin. Morgen tussen halftwaalf en twaalf uur wordt die hoeveelheid naar "ons" natuurpark vervoerd, haar eerste bestelling groene zoden. Zodra ze er zijn mag ik ze gaan uitrollen. Zo waardeloos: zowat alle dagen zoveel van mijn tijd moeten verdoen met het typen van op school geleerde tekentjes op een monitor dat mijn spieren al zeer gaan doen van maar één dagje spitten, van zwarte aarde scheppen, die wegslingeren met de schop, en ook van egaliseren met grote hark. Zo mooi: straks, misschien komend weekend al, Martijntje zien spelen en kruipen op zijn grote groene deken.
Bolsterturf
791
Na vijfendertig graszoden uitgerold
Bolsterturf
792
Tussen arbeid en chalet spot ik om kwart over negen in de morgen vanaf Broekkant twee verwegge reeën voorbij maïsakker. Pal tegen zon in gaan ze op de foto.
Bolsterturf
793
Fijn. Zitten voor je chalet, in luie stoel, in stille windloze lente- alsof hoogzomeravond. Ja fijn. Over voor 't eerst dit jaar gehooide wei naar bosrand kijken. Genieten van het spelen der konijnen. En van het scherpe naar je loeren van zwarte kraaien. Simpelweg genieten van kijken en luisteren in allenigheid. De pas uitgevlogen meesjes zitten in de hoge denneboom. Steen- of ransuiltjes roepen, blauwe houtduifdoffers koeren, halleluja van groene kikkerkwaak. Een spechteroffel. Ik soezel weg. En dan ben ik weer jongen van jaar of zeventien, hoor ik de stem van mijn moeder die me roept, waar ik nu van wakker schrik. Ja, ik herinner het me: ze maakte zich ongerust, omdat ik zo lang op de heide bleef. Ik riep toen, als altijd als zij mij bij haar roepen wou, niet terug. Nee, ik weet niet waarom ik nooit even geruststelling schreeuwde.
Bolsterturf
794
Half zeven in mooie hoewel zonloze ochtend. Veel konijnen op de paadjes langs prikkeldraad. Geen mensen. Nergens een mens buiten caravan, tent of chalet. Alle parkmensjes behalve Erpels baasje slapen nog? Maar naast specht, kraai, houtduif, merel, vink, klaproos, mees, vlier en korenbloem zijn de parkkonijntjes klaarwakker. Ik waarschuw - keer op keer en telkens weer - alle langoortjes: "Rrrennn voor jullie leven want hierrrr komt Erpelll!... Erpulll vrij!" Half acht. Zo'n vijftig volwassen konijnen kregen les in rennen voor het leven. Laat ons hopen dat straks in herfsttij, als de parkkonijnenjacht weer los gaat, de langoortjes er baat bij hebben.
Bolsterturf
794a
Vrouw en ik wandelen in namiddag, na mijn weer graszoden uitrollen.
Bolsterturf
795
Als vrouw onverwacht thuis komt, vindt ze mij met bijna nog volle fles Martini dry naast me, m'n 20 x 50 voor de borst en met boek in de hand in de voortuin. Ze ging niet naar vriendin maar naar dochter toe en brengt me nu groot nieuws: "Martijntje kruipt het hele huis door." Ik nip, en luister en kijk. Voor me, op grens van kilometer wei en kilometer maïs, zitten wel honderd konijnen. Nogal wat rennen er achter mekaar aan. Da's konijnen eigen. Er moet gewipt bij 't leven. Wanneer vannacht de dreigend donkerblauwe wolken, nu nog hangend in het west, zich zullen openen over bos en wei moet al het werk gedaan zijn, het wippen en ook het holletjes graven om de alsmaar jonkies in kwijt te kunnen. Hebben konijnen nou nooit 'ns buik- of rugpijn? vraag ik me af. Net als mezen en merels trekken spikkelspreeuwen, zwarte kraaien, blauwe duiven en groene en bonte spechten zich niets aan van kermismuziek. Ook tiental laag boven de wei zwierende boerenzwaluwtjes doet dat niet. Al deze vogels zijn dan ook druk in de weer, gewoon net zo druk bezig als de grote mensen en de kinderen die zich vermaken in en bij draai- en mallemolen. "Het gaat flink regenen, zo kunnen we beter niet gaan," zeg ik tegen vrouw.
Bolsterturf
796
Vrouw en ik wandelen tussen moer en jakkerbaan. Mekaar dom aankijken en twintig blauwe balen links van de pinken, Maar dan ziet vrouw uur later vanuit haar agila heel verwegge ree links van rijtje berken.
Bolsterturf
797
Strontboer op tractor met injecteermachine spuit 's middags gier.
Bolsterturf
798
Foto's:
Bolsterturf
799
Na domme fotodroom in dove dag in vroege avond na verslapen Na gedane arbeid langzaam chaletwaarts niet 't binnendoor gemeden Gapend zuip ik liter rode port om zo van mezelf weer dom te mogen dromen:
Bolsterturf
index mei 2007
|