|
Bolsterturfs natuur B o l s t e r t u r f s n a t u u r Dagboek juni 2007
800
De draaihals: rare specht, luidruchtige lachvogel. Al vaak lachte hij me uit in 't Sangmoer. Te vaak zowat hoorde ik hem daar alsmaar lachen, mij uitlachen. Te zien kreeg ik hem nooit. Maar vanmiddag tegen vieren vloog hij, in golfvlucht en met alsmaar luide en schelle en snel wel tien keer herhaalde ki-ki-ki...ki-lach, op me toe. Over moer en wei kwam i, zomaar over bijenkasten en bloementuin van opa Imker, een merel en een groepje spreeuwen heen. Dikke vijftig meter van het pad waarop ik stond vandaan, streek hij neer in de wei, merel en spreeuwen negerend. Bolsterturf, vrijdag 1 juni 2007
801
Fijn!
Fijn!
Fijn!
Fijn!
Fijn!
Fijn!
Bolsterturf
802
Vanaf Huize Providentia in Sterksel is het maar dik half uur gaans naar prachtig heidevennetje aan rand van Strabrechtse heide en Heezer Herbertusbossen. Door en langs De Lange Bleek stiefelen we - vrouw, Erpel en ik - er in flink tempo naar toe. Pas bij dit idyllisch watertje schiet ik wat eerste plaatjes. Reeën en vossen kwamen we onderweg in 't bleke bos niet tegen, en waarom ouwe boerenstinkstallen of een hypermodern maar oerlelijk proefbedrijf, alles volgestouwd met varkens die pas als ze dood moeten het daglicht mogen zien, op foto zetten?
Een fox jaagt wat af. En een vrouw kwebbelt wat af. Daarom, als altijd als we samen wandelen, met haar wat discussie. Over Erpel en diens hazen en konijnen willen vangen, en verder ook nog over van alles en nog wat meer. Vrouw is het vanmiddag vaak met me eens, maar moppert op me als ik stel: "Ook een varken hoort met dit weer buiten te lopen. Ach, de Brabantse bioschurenboer is het vieste varken. En nee, ik snap niet dat er mensen zijn die bioschurenboer willen wezen." Ook maar dik half uur lopen is het van dit vennetje naar dorp en kasteel Heeze. Net als we, op maar kilometer van het dorp en al op verharde weg, het hebben over de nachtzwaluw die we zeven jaar geleden zagen in stuk armzalig bos tussen Geldrop en Mierlo, komen ons zomaar zeven meiden van jaar of achttien op rolschaatsen tegemoet. Die meiden vragen ons naar gladde weg naar het kasteel. Ach, na mijn eerlijk antwoord geven moppert vrouw op me, omdat ik ze met camera aan sta na te gapen.
Via cafetaria met lekker softijs, tuurlijk krijgt ook Erpel een ijsje, en een terrasje waarop vrouw en ik genieten van grote glazen Leffe blond en voorbijkomende soms heel rare mensen, bereiken we het kasteel van Heeze. Zo mooi! De oeroude heel erg dikke beuk met zijn zo heel kleine blaadjes naast de oprit. Zo mooi! In de slotgracht de gele dotters en witte waterlelies, en een waterhoentje met rode bles, en ook een heleboel groenkoppige wilde eendenwoerden in de rui. En in en over dit stille grachtwater hangen de grote bloemen van witte vlier en roze bosrododendron. En dan is er in het water ook nog spiegelbeeld van
vissende blauwe reiger
op de oever. Een vader en een moeder en hun twee kindjes voeren de woerden brood. Die maf gulzige eenden spetteren en spatten daarom wild door het water. De meest hebzuchtige vangt het meeste brood. Zo mooi om naar te kijken! Dit meisje en dit jongetje hebben hun plezier aan de eenden, en de ouders groot plezier aan hun kindjes. Vrouw en ik lachen. Om de mooie dag en om de eenden, ook om deze ouders en hun kroost. Na een rondje slotgracht, grasduinen we verder langs de Aa - heerlijk Heezer beekje - en over houten bruggetjes. Boven het beekje blauwe libellen en in het beekje glazenwassers, visjes en libellenlarven. Zo mooi! Waar hier aan deze Heezer beek roodborst en vink luidkeels zingen, spelen winterkoninkjes tussen de varens aan beekoever. Ja! Zo mooi! Zo heel mooi! Zoveel moois om van te genieten. In de rontelomme bossen weten we reeën, hazen, vossen, bunzings, kikkers, salamanders, hagedissen, muizen, eekhoorns en konijnen. Ook allerhande vogels en vogeltjes. Te veel om ze allemaal te noemen, maar je hoort of ziet hier naast winterkoning, roodborst en vink vooral ook vlaamse gaai, buizerd, zwarte kraai, kauw, houtduif, vink, lijster en merel. Ook spechten. En vanmiddag roepen twee koekoeken, een dichtbije en een veraffe. En soms ontdekken we een raar uitziend insect waarvan we de naam niet weten. Vlug fotografeer ik een allenig bijachtig beestje op blad van ons onbekende plant, soort topinamboer misschien.
Weer richting Strabrechtse hei lopend, is het volop genieten van vogel- en kikkerzang, maar niet van vlindervlucht. Er fladderen nauwelijks vlinders, en ook missen we bijen, krekels en sprinkhanen, want weinig bloemen en onkruiden in deze Herbertusbosrand deze lente. Soms een akkertje met overvloedig speenkruid. Hier en daar wat niet te rode zuring. Verder alleen maar groen bos en groene weiden.
Nog onmoe wandelend, richting ons chalet, is er aan overzij van provinciale weg, en niet ver van het Heezer crematorium, midden in de bossen het vergadercentrum Kapellerput met onder meer z'n in motion learning facilities. Selectief bordjes lezend komen we voorbij een verzameling her en der in het bos opgestelde zo te zien gevaarlijke en moeilijk te bedwingen bouwsels, maffe verzameling te bedwingen hindernissen Ook hangen er flink wat dikke touwen tussen de bomen. Even wanen we ons in een opleidingskamp voor commando's, s-emmersubs, terroristen of gorilla's.
Het laatste stukje Sterksel toe gaan we door Heezer gemeentebos, waarin aan pad een in naaldboom gegroeid bordje, bordje dat eigendom is van bosbeheer. Schuin tegenover deze gemartelde boom gaat een grote bonte specht tekeer. En dan zien we het ronde gat in dode berk. Door de kijker ook de grijze koppies van jonge spechtjes in dat gat. Na één vlugge gatfoto laten we de jonkies aan hun bange pa en ma. Om één uur in de middag van chalet gegaan, zijn we om zes uur 's avonds weer thuis.
Bolsterturf
803
Oppasmaandag. Oppassen op Martijn, ondernemend kereltje dat met z'n tien en een halve maand overal naar toe kruipt om overal aan te zitten. Zo verblijft Martijn lief op zijn kleed op 't gazon, zo kruipt hij naar Erpel toe, zo probeert hij de smaak van grassprietjes en zo kruipt hij tussen struiken en bloemen en heeft z'n beide handjes vol met zwarte tuinaarde. Na het handjes wassen valt er een grote bruine kever op zijn blauwe broek. Die kever wordt meteen opgepakt, moet worden geproefd. Opa pakt de kever af, zet die op een bieslookbloem. En terwijl opa dan het beestje op foto zet, probeert Martijntje zich aan buitentafeltje omhoog te trekken en gooit hij opa's appelsapje om. Dat ziet net thuis komende oma dan. En tja, zo oneerlijk, dan krijgt niet Martijntje maar opa moppers. Na 't middageten mag Martijntje mee uit wandelen, zit hij weer als zonnekoninkje in zijn blauwe buggy, doen opa en oma met Erpel en hem rondje Providentia en Lange Bleek. Het eerste half uur kijkt Martijntje met oma en opa mee, lacht hij naar zon en wolken, ook naar opa en oma en naar Erpel, bloemen, bomen, vogels, koeien, schapen. Net voorbij een boerderij met zwarte geiten voor witte was valt hij in diepe slaap, om half uur later weer wakker te worden bij kudde schapen achter prikkeldraad. Zittend in de hei en kijkend naar de schapen poept hij dan. Nee, dat geeft niks, want waar opa dom lacht geeft oma hem een schone luier.
Bolsterturf
804
Zowat elke keer als ik van vrouw, welvaart, Balkenende c.s. en Brussel arbeid mag gaan verrichten, stop ik m'n pinda halfweg het werk, stap ik bij 'n puinpaadje het oerig Sangmoer in, om eventjes te gaan genieten van natuur: bomen, bloemen, grassen, stinkzwammen, ijzeroer in moer, insecten, kikkers, vogels en wild. Als ik dan loop over puinpaadjes droom ik fijn van een aarde zonder machines, auto's, zieken-, bejaarden- en verzorgingshuizen. En wanneer ik dan zit in luie stoel van opa Imker is er in mijn fantasie de nieuwe aarde zonder wielen, machines, motoren, bakstenen en beton. En dan vergeet ik om op te letten, zie ik wild noch vogels.
Bolsterturf
805
Ik wou een avond reewild kijken waar jonge boer op tractor zijn ouwe kar ging halen van opa Imkers weitje. Teleurgesteld achter tractor en kar aan terug auto toe gelopen, was er een egel die ongegeneerd voor me ging zitten poepen.
Bolsterturf
806
Rikke doe female roe
. She paid attention better than me, saw me before I saw her. In spite of that she did not move when all at once I looked into her eyes. As if a graceful statue, she waited for camera click. Then she swung around, disappeared into the green ferruginous Lierop singing marshes.
Rikke
. Reegeit. Zij lette op. Zij zag mij eerder dan ik haar. Toch, alsof elegant standbeeld, toen ik opeens in haar ogen keek bleef zij staan. Pas op cameraklik draaide ze zich om. Snel en sierlijk verdween ze, het groen Lierops Sangmoer in. Zal ik haar nog 'ns zien? Bolsterturf, donderdag 7 juni 2007
807
Halfacht in warme lenteavond. Ik rij langzaam, in tweede versnelling, over Broekkant in Lierop. Links weiden met koeien en paarden, en ook met houtduiven, merels, spreeuwen en kieviten. Voorbij die weiden het oerig Sangmoer waarin ik eenden, kikkers, draaihalzen, zwarte-, groene- en bonte spechten weet, en ook reeën, hazen en vossen. Waagde zich al een vos, haas of ree op 't weigras? Zie ik dat dier niet, zo tegen felle en lage zon in? Naar rechts heb ik beter zicht, zie ik zonaf tot aan de benzinebossen hoge zandakkers, sommige daarvan fijn bewerkt, maar nog niet bezaaid, bepoot of beplant. In lange schaduw van hoge eiken langs het asfalt rent een patrijsje - zeldzaam geworden weidevogeltje - over het hoge, droge land. Hoefijzervormige borstveertjes zie ik niet. Het moet dus hennetje zijn. Als ik m'n pinda stop en uitstap, maakt ze zich klein en plat, is ze opeens bruin vlekje in blauw maanlandschap. Na paar minuten roereloosheid komt ze overeind, kijkt naar links, kijkt naar rechts, alsof ze gevaarlijke snelweg moet oversteken. En dan blikt ze naar mij. Ze vertrouwt me niet. Ze zet het op een lopen, ze is bang voor me. Waar eikenschaduw ophoudt, raakt ze in bruinrood van ondergaande zon en hete aarde uit camerazoekerzicht. Als ik verder rij denk ik: waar is haar haantje, waar zijn haar eitjes of jonkies?
Bolsterturf
808
Na hete lentedag genoten vrouw en ik in bed, van heftig noodweer in de nacht: door het open slaapkamerklapraam kwamen helle schichten, van recht boven chalet zware donders en ook kletterden er alsmaar slagregens op het dak. Maar helemaal niet erg, genieten is genieten en wat je in vrij weekend 's nacht aan slaap tekort komt, dat haal je overdag gewoon weer in.
Toen na de zware donderbuien te vlug de droge lentemorgen kwam, bleek het buiten toch nog benauwd, tot tegen elven de lucht betrok, er uit zwarte wolken weer donders ratelden. Tegen kwart over elf daverde felst Donars hamer en kliefden hete bliksems aarde toe. En opeens woei het ook weer hevig en viel er zware regen. Paar konijnen in de hooiwei voor 't chalet reageerden te laat op de bui, die beestjes renden alsof voor hun leven naar hun holletjes toe, die werden zeiknat. Maar de donderbui uitgeraasd, werd het gaandeweg de middag alsmaar warmer, benauwder ook. Tussen koffie drinken en brood eten door fotografeerde ik toen wat in chalettuin, moesten vrouw, foxje Erpel en kater Bolleke met dode muis, en ook regendroppen op vrouwenmantel op de foto. Daarna las ik - terwijl vrouw zeurde over gazon gaan maaien en nog minstens honderd vierkante meter gazon meer willen hebben - onder van regen nadruppende dikke Amerikaanse eik in stuk ruige tuin vol vingerhoedskruid roze en wit en hoog opgaande bloeiende wilde grassen Antoon Coolen.
Tegen half negen in mooie avond wandelde vrouw met Erpel en mij naar de bleke bossen toe. Daar zagen we na een klein uur gaans drie reeënkopjes. Die kopjes, van rikke, gaffelbok en smalree, keken naar ons, op maar dertig meter afstand in hoge hooiwei. Helaas, vrouw vertelde alsmaar door en Erpel moest terug gefloten. Toen na paar tellen al de reeën er vandoor waren gegaan, bleek dat ik vergeten was om mijn cameraatje van macrostand en leeuwenbekjesfotografie opnieuw in telestand te zetten.
Bolsterturf
809
Hoi. Zondag. Rustdag. De dag des Heeren. Zo werd mij geleerd, door dominee, mijn vader en diens vader, vroeger, zo'n dikke vijftig jaar geleden toen ik - vertelde mijn moeder mij vaak - lief, klein, altijd gehoorzaam jongetje was. En ja, deze zondag was een rustige dag waarin ik Antoon Coolen las, onze blokhut herinrichtte, luisterde naar groene kikkers, vinken, blauwe duiven, een wulp, mezen, merels en zwarte kraaien, niet naar de kerk ging, chaletterras veegde en chaletgazon maaide, ook definitief opdracht kreeg om nog dikke honderd meter² meer van de je te ruige chalettuin te gaan egaliseren voor nog meer speelgazon. Ik voel mijn arme rug nu al! maar niks aan te doen: anders dan vroeger gelden voor mij de wetten van het wijf.
Bolsterturf
810
Lente. Dit is een lente alsof hoogzomer. Een warme, van regen natte, vruchtbare lente. Dit is een lente van dertig graden in de schaduw, en vandaag ook een lente van dreigende donderbuien.
Grasboers portemonnee? Die dient gevuld door grasboers koeien, toch? Grasboers koeien? Die nuttigen, veilig voor donder, bliksem en regen, saamgeperst gras en idem hooi. En die zullen nooit nat worden. Die mogen van grasboer niet in zon en regen lopen, niet lekker buiten kauwen en herkauwen. Die staan altijd op stal.
Bolsterturf
811
Ik zou voor gaan werken een half uur met m'n camera op reejacht. In het Lierops Sangmoer. Daar over puinpad gaand, alsmaar fanatiek naar links en rechts spiedend, naar beweging in het groen, naar rode dos van bok of rikke, zie ik opeens recht vooruit een vrouw die foto's maakt van een meisje van jaar of zeventien. En dan sta ik al achter een dikke eik en heb ik mijn 20x50 die me details verklapt over dit mooie hoewel niet reerode wild aan de ogen. Door de blauwe kijkerglazen kijk ik naar een prachtige moeder, jaar of veertig, met halflang bruin haar en, zo te zien, dure kleren aan het mollig lijf; en ook naar een meisje rank en slank in witte blouse en donkere broek. Haar dochter denk ik. En dan - o, grote slechterik die ik ben - herinner ik me de eerste strofe van een gedicht van Heinrich Heine: In welche soll ich mich verlieben, da beide liebenswürdig sind? Ein schönes Weib ist noch die Mutter, die Tochter ist ein schönes Kind.
De twee zien me niet. De moeder is druk met haar camera en de dochter met elegant leunen, wat ze doet tegen een berk met zilveren stam.
Waar in Lierop de smalle klinkerstraat met naam Gebergten over gaat in net zo smalle straat zonder winkels Winkelstraat, spot ik in 't voorbijrijden een groot haas in onkruidweitje. Vlug zet ik m'n pinda stil en stap uit. Beter een haas op de foto dan helemaal niks op foto vanavond, denk ik dan.
Bolsterturf
812
Afval dumpen is strafbaar. Weten wij burgers dat? In de gemeente Someren kunnen alle mensen die wel eens naar de bossen gaan het weten. Door of vanwege het Somerens gemeentebestuur werden in deze gemeente aan bomen en telefoonpalen
grote gele borden
bevestigd. Op deze borden staat in duidelijk zwarte letters: AFVAL dumpen is strafbaar. Wij zijn actief tegen AFVAL. "Someren schoon, heel gewoon."
Nu hadden vrouw en ik nog wat oud ijzer, wat ijzeren staven en wat gewichten voor op bascule van wijlen haar vader, thuis in schuur en tuin liggen. Ik vergat alsmaar om dat oud ijzer op te ruimen, maar vrouw was zo vriendelijk om het in mijn autootje te dragen. Waar moet ik er toch mee blijven? dacht ik. Vroeger haalde de gemeente zulke weg te doene spullen voor noppes bij je op. Tegenwoordig moet je poen bijbetalen als je het hoogst persoonlijk netjes aflevert op de stort.
Bolsterturf
813
Ik wandelde met mijn moeder en mijn hond park uit, Providentia's bleke bossen in. Daar in stuk dennen tussen tehuis en boerenwei vond ik reeën, en ook weer het witte konijntje dat zo lang naar me keek na het overlijden van mijn moeder. Ook nu staarde dit witte beestje naar me, tot Fox begon te piepen van ongeduld.
Bolsterturf
814
Bijna halfzes in droge lenteochtend. Net wakker en net met aangelijnde Erpel chaletdeur uit, poseren tientallen konijnen voor me op paadje langs de prikkeldraad, paadje tussen parkbos en stukje bleek bos, paadje langs wei en maïs. Terwijl ik de konijnen digitaliseer zie ik een rode vos, een muizende vos, dikke honderdvijftig meter voorbij de konijnen, bij put in wei. De roodrok muist op mij en Erpel toe, tot hij vanaf zo'n honderd meter me plotsklaps ziet, de te vangen muizen vergeet, door nu nog lage maïs het bos in rent.
Dik uur later voor de tweede keer vrouw alleen in bed gelaten, chaletdeur achter Erpel en mij gesloten, krijgt Erpel van me op zijn dondertje, omdat hij aan rand van bleke bossenhei een kudde duttende schapen achter prikkeldraad uiteen jaagt. En dan voel ik paar droppen, begint het te regenen, zacht te regenen, harder te regenen, te gieten, lopen we in een stortbui. Maar in deze bui blij gekoekoek en een vragend miauwen. Dit laatste van een buizerd hoog over dennenbos en allang te moeten hooien wei. En bij ondiep eilandjeven doet Erpel drie reeën op, fluit ik hem terug en luistert hij naar me. Toch, als hij dan opeens op een mannetje makend konijn afstuift laat ik hem toedoen., want kan geen kwaad. 't Konijn slaat voor zijn makkertjes een harde waarschuwingsroffel op de harde bodem en schiet zijn hol in. Verder struinend, op weg naar paar bunders hei, kom ik voorbij tientallen onbeholpen fladderende dan wel aan grasspriet hangende phegeavlinders in de regen. Alles en iedereen inmiddels drijfnat: bomen, struiken, heide, grassen, vlinders, Erpel en ik. Op weg terug naar vrouw en koffie luister ik naar roodborsttapuitjes in regen in eiken, berken en zeedennen ver van zee. Ja ik zeiknat, luister naar hun alsmaar stemgeluidjes: tjerrk tjerrk tjerrk tjerrk... Erpel luistert niet naar ze, die is aangelijnd drijfnat druk met naar hazen, muizen en konijnen zoeken. Tegen negen uur houdt het op met regenen. Dan blije onaangelijnde Erpel. Dan vrolijk koeren van houtduifdoffers. Dan vrolijke vinkenslag. En dan blije kraaienkras uit druppende eik. En een ander dan daarnet in beetje zonneschijn op wacht staand konijn roffelt waarschuwing. Weer andere witpluim, een bang zich drukkend konijntje in weikant, maakt zich kleinst en platst mogelijk. Mijn stoute hond jaagt alle konijnen wei en hei uit, hun holen in. Hij vangt er, ondanks of dankzij mij, géén. Erpel mag niet jagen?? Overheid en heren jagers zeur niet zo! want zo wreed, binnenkort zullen - zeker weten - zowat alle konijnen weer ziek worden, krijgen ze de myx , gaan de meesten met gruwelijke pijn aan etterende ogen en wegrottende geslachtsdelen langzaam dood. En van de winter zullen jullie jagers weer gaan jagen, gaan jullie je uiterste best doen om de paar konijntjes die de ziekte overleefden omver te knallen. Dat mogen jullie dan met door overheid verstrekte jachtakte. En ach, met misschien wel man of dertig gaan jullie dan ook weer schieten op voor hun leven rennende hazen en op een enkel - altijd ongewapend - vosje. En is al die jachtongein dan de schuld van mij en mijn hondje Erpel?
Bolsterturf
815
Om half tien in de avond krijg ik toestemming van vrouw en televisiegek familiebezoek om samen met Erpel een uur reeën te gaan kijken. Vlug lopen mijn kameraadje en ik aan. Kwartier later sta ik met de rug tegen een dikke eik in bleke boskant en ligt Erpel aan mijn voeten. Voor ons m'n camera op statief, de lens wijzend naar stille akker met koolzaad, groen gewas waar reeën gek op zijn. En daar voorbij wei met pinken en verwegge boerderij met rode pannen, waarlangs over veldweg zo nu en dan de koplichten van een auto.
Net voor halfelf zie ik twee reeën. Ineens zijn die er, komen ze aanrennen. Door het groene land komen ze, van midden uit de akker. (Niet uit het bos.) Ik probeer om vlugge foto van ze te maken. Dat mislukt. m'n camera wel op nachtstand, maar verder nogal verkeerd ingesteld, veel te sterk ingezoomd: klein bereik en sluitertijd oneindig lang. Als het ding 'klik' doet rennen de reeën zowat mijn statief omver. En dat is teveel voor Ep. Die vliegt overeind, snelt achter de twee bokken aan, bos in. Tot ik hem terug bulder:
Kwartier te laat komen we thuis, krijg ik kouwe mopperkoffie en Erpel een varkensoor.
Bolsterturf
816
Zondagmiddag. Eerst maai ik het gazon, daarna jij mijn kop op het gazon. "Alles super kort. Wel zo fris," lach je. En na het maaien, tijdens fietstochtje met jou en Erpel, genieten we gedrietjes van lentezon, lentewindje, lentegroen en kijken naar het mugjesvangen van de zes pulletjes van een wilde eendemoeder in het grootst verboden ven. Zo raar, de pulletjes zijn tuk op mugjes; hun moeder blieft waterplanten, gras, knoppen en zaden. Wanneer Erpel even zwemmen gaat peddelen ze alle zeven weg, in mooie rechte lijn, moeders voorop. En dan, na nog veel meer simpeltjes kijken en luisteren naar vogels en vogeltjes, weer chalet gekomen, drinken we getweetjes rosé op terras omzoomd door jouw kruidentuintje.
Bolsterturf
817
05.30 uur. Vos in zicht.
06.30 uur. Nog een vos in zicht.
06.45 uur. Jagers bij het ondiep eilandjeven?
07.00 uur. Reebok in zicht.
07.15 uur. Reemoeder en haar twee kalfjes.
07.30 uur. Erpels speelkwartier.
Bolsterturf
817a
Wandelen met vrouw en Martijn. Vanaf zijn huis in Eindhoven via watertje dat alsmaar smaller wordt naar weg met grote viaducten en konijnen en eksters aan overkant van berm. Dan kleine twee kilometer ongeveer richting Best, waar we bij het kanaal rechts afslaan naar Aquabest. En vanaf dit park via fietspad door bos, langs weiden en door ander park terug naar Martijns huis.
Onderweg wel honderd foto's gemaakt. Van Martijntje en zijn oma, en van twee lieve konijnen. Ook van een blauwe reiger die viste boven zijn spiegelbeeld. Juist toen de reiger op foto mocht, bleek Martijntje maar één sok meer aan te hebben. Zijn andere sok was spoorloos. "Rood zie je nogal vlug in groen landschap," zei vrouw, "loop jij even terug om zijn sokje te zoeken?".Ik zag mezelf al terug lopen om de sok te gaan zoeken, misschien wel een dikke kilometer ver terug. Maar ik had geluk. Net toen vrouw dit aan me vroeg, fietste een meneer van jaar of veertig langs. Die meneer hoorde zeker wat vrouw van me verlangde, want hij riep naar haar: "Het sokje ligt eind terug, op 't fietspad..., ik haal het wel even." En toen draaide die man zomaar om en fietste de weg die hij gekomen was heel eind terug. Om het sokje op te rapen en dat aan vrouw te geven.
Bolsterturf
818
D'avondzon vlamt over Providentia.
En dan wachten ons bij thuiskomst
Bolsterturf
819
"Vanmiddag jaagde er een witte kwikstaart in onze chalettuin."
Terwijl vrouw op een bankje geniet
Bolsterturf
820
Nog maar net met Erpel kwartier van huis, kom ik om kwart over zes in de ochtend, op half verharde brede weg waaraan een boerderij, wat schuren en bungalowtjes, twee heren in jagersgroen tegen. Bijna bij deze mannen groet ik vriendelijk goemorgen. De wedergroet van de langste van de twee: "Wilt u uw hond aanlijnen?" verrast me. Niet veel, beetje verrassing maar voor me. Van jagers kan je zo'n vraag immers verwachten. Ik reageer op de enigszins onverwachte vraag met te blijven staan. Ook beide heren staan dan stil. Die twee jagers en ik, wij monsteren elkaar eens, kijken mekaar in de ogen. Tjonge zeg! denk ik daarbij, wat een blaaskaken. En dan komt mijn antwoord: "Ik heb met u niets te maken!"
Dik half uur na mijn ontmoeting met naar-jager-van-daarnet-zeggen Brabants Landschap-jagers, spot ik een ree op wei aan bleke bosrand. Het is ver naar deze door kijker 20 x 50 zesenderbok, zeker honderdvijftig meter ver. Paar minuten later wordt er over wei gehold. Op de voorgrond Eppie die zich droog rent, ver achter hem een drietal achter mekaar aan hollende, zich ochtendseks wensende? hazen. En dan, na half acht al, langzaam lopend over smal paadje tussen bleek bos en bosaanplant met verwilderde rog en hoog opgaand onkruid, zie ik een ree naar me kijken. Erpel loopt dan, als altijd als er jonge hazen of reekalfjes in de buurt kunnen zijn, pal achter me gecommandeerd. Hij moet me dan 'volg! achter!' volgen. Nee, niet aangelijnd volgen natuurlijk. Dat is immers veel te lastig volgen over smal en met grassen en bloemen overwoekerd pad. En 't is echt wel heel moeilijk foto's maken met je hond aan de lijn. En - met voorbijgaan aan de wetgever - waarom mijn hondje aanlijnen als hij niet aangelijnd ook heel goed luistert? Maar goed, dit ree staart me alsmaar aan. Lang genoeg om het op foto te zetten. Na paar keer haar knippen gaat ze er vandoor, helemaal niet gehaast, de bleke bossen in. Daar geeft ze me kans om nog een paar foto's van haar - pas thuis zag ik op de foto's dat ze rikke is - te maken. Als ik de camera weer in de draagtas wil doen, zitten er drie groene kevertjes op, kleine kevertjes, minder dan halve pinknagelgrootte. Op weg terug naar chalet vind ik op paar paadjes maïskorrels, korenkorrels en vogelzaad. Vogelvoer afkomstig van een man die het nodig vond om jonge vinken of andere vogels te gaan vangen voor in zijn volière? Ineens vind ik een buizerd die voor verre bosrand zweeft beetje minder mooi.
Maar toen had ik weer een ontmoeting met een mens. De oude boer die met zijn oude vrouw en oude herdershond achteraf in de bleke bossen woont, kwam me tegemoet wandelen. Hij had zijn hond niet aangelijnd. Die vloog op ook niet aangelijnde Erpel af. De oude man zag mij en Erpel niet bijtijds. Erpel en ik liepen meer naast dan op het pad. Hij schrok flink toen zijn hond op Ep afstoof.
Bolsterturf
821
Mooie ochtend. Met lieve zonsopkomst, zonder schaduw van jagers en bekeurkneuzen. Voor de blauwe bossen liggen bleek van dauw de weiden, maar echt lila pronkt al dopheide. Ik ben druk. Ik ontwaar hazenoren in lang gras. Ik word afgeleid. Door zes overgakkende ganzen. Ik baal van verwegge reebok die op me niet blijft wachten. Ik geniet van duivenkoer, vinkenslag en spelende konijntjes. Ook vanaf een heuvel van blauwe duiven witte vleugelspiegels, alsmede witte gaaiestuit. Een tweede bok, scheldende bok, verrast me. En dan loop ik, gewoon langs wandelaarsbospad, bovenop reekalfjes in de berm. Pardoes zowat bovenop ze stap ik. Ze vluchten weg. Ieder 'n kant op. "Afff! Erpel afff!" Terwijl Erpel luistert, hobbelen de kalfjes weg, onbeholpen. Maar net zoals volwassen reeën dit vaak doen, blijven ze dan staan, kijken ze om, naar wie of wat hun rust verstoorde. Het naar rechts wegvluchtend reetje krijg ik mooi op foto. Het naar links gaande niet. Zelfs diens witte lengtestreepjes worden digitaal tegen zon in zwart, zwarter dan de zwarte fotoachtergrond. Na vlug hen knippen lopen Erpel en ik vlug door. Dan, half uur later, nog een rikke, verweg naar 't schijnt alleen. Geeft niet dat ze ver is en niet op me wacht, want de drie hazen van gisteren spelen weer treintje. En aan heidezoom zijn roodborsttapuiten klaar wakker al en sieskewieten vinkenmannen om het hardst. Over dit blij vrije vroeg zomerleven zweeft de buizerd van gisteren, pal over toppen van boskant. Dan klein kwartiertje met Erpel spelen: stokken gooien, vechten om een stok. Hij krabt in vurig willen winnen mijn arm open. Geeft allemaal niet, immers tegen half negen chalet toe gaand toeft Providentia-reepaar, mooie bok en mooie geit, in koolzaad. Parmantig grasduinen Rikkes lange oren door het geel op groen, en alsof waren d'r oren magneetjes wandelen oren en geweitje van haar bok daar achteraan. Zo mooi! maar ik moet me haasten want ben in gruwelijke tijdnood.
Bolsterturf
822
- Ik zag een haas. Ik was nog maar net met Eppie buiten. Hij zat in de tuin, naast het paadje. Een grote haas. Een mooie haas. Ik zag duidelijk zijn zwarte oorpuntjes, maar toen ik dichtbij hem kwam rende hij heel hard weg. Helemaal door de wei de maïs in. En Eppie achter hem aan. Gelukkig ving hij hem niet. Hij was echt wel stout. Hij luisterde niet naar me toen ik hem terug wilde roepen. Ik wilde op hem mopperen maar hij is zo lief. En nu is hij nat en zit buiten, vol graszaadjes. Ik droog hem even af.
Bolsterturf
823
Een dooie buiendag na dertig en een half uur nachtbrakend weekendwerk.
Bij huistoe rijden, Klote bazen! Klote jacht! Klote boeren! Klote welvaart!
Tussen halfnegen en tien in de avond
Ik vraag me af:
Bolsterturf
824
Donder en bliksem en hoosbuien buiten. Binnen veilig voor Donars hamer oppassen in chalet, opletten op uitvinderig Martijntje, wat heus niet makkelijk is. Martijntje kruipt paar versnellingen vlugger dan vorige week en zit overal aan. Oppassen op Martijntje is, nu hij snel kan kruipen en beetje lopen al, ook zich optrekken aan tafeltjes, kastjes en stoelen, heus niet makkelijk meer. Ach, vrouw en ik moeten het doen, dit oppassen, zonder diploma's pedagogie of zo. Misschien is het daarom dat wij soms beetje ruzie erover maken. Tussen hoosbuien door mocht Martijntje van opa en oma in gulle zomerzonneschijn fijn eventjes spelen op geel zandheuveltje. Daarop proefde hij een konijnekeutel en ook van 't gele zand, om meteen daarop een veldje prachtig wit bloeiende kamille in te kruipen. Nee, ook kamille vindt Martijntje niet smaken. En toen, terug in 't chalet, net voor naderende bui aan, liet opa oma en Martijntje alleen, ging opa uurtje met mountainbike en Erpel naar regenbos met ven. Daar bij dat stille ven keek opa naar de regendroppen die in 't water vielen en luisterde hij naar een maffe groene kikker, naar blauwe duiven, naar een zwarte merelman en naar het kikikiki van haviken met jonkies. En ook bad opa daar om een wereld zonder klote werken voor paar euro's voor Martijn.
Bolsterturf
825
Alsof herfst. Zulk klote weer. Alsmaar wind en hoosbuien. De vuilnisbak woei om en de luie stoelen op 't gazon donderden om. Toch waren de konijnen buiten. Tot vijf keer toe vandaag vluchtten ze allemaal voor Erpel en mij wei af, bos in, hun holen toe. Nee, op eentje na renden ze allemaal. Dit ene dapper slim konijn - zo te zien heel gezond en fit - bleef gewoon zitten in de wei, open en bloot in het lange gras dat de boer met dit natte weer niet hooien kan. Terwijl Erpel op en neer jakkerde over het paadje langs de prikkeldraad, keek het me aan. 't Was alsof het tegen me zeggen wou: Ik heb het door, je hond mag van jou wei en bos niet in. Bedankt daarvoor, maar hoe vertel ik dit aan de anderen?
Bolsterturf
826
Waar gisteren - toen ik m'n camera niet bij me had - op Erpels en mijn naderen een oud en wijs konijn stil bleef zitten, bleef vandaag op zowat zelfde plek langs de prikkeldraad een nog jong en onervaren konijntje in het gras. Nee, niet dood! Dit niet zo snugger langoortje joeg ik met aangelijnde Erpel het bos in, want het was niet alleen met Erpel en mij. Het had de zwarte kraaien op zo'n zeventig meter dichtbij op weipaaltjes op de loer niet in de smiezen. Vrouw wilde na het avondmaal naar dochter toe. Ik moest weer gaan werken. Samen reden we aan. Zij in haar auto, ik in mijn pindaatje. Samen stopten we, nog maar vijf mins van chalet: er laveide een oude rikke, zo vroeg in de avond al, tegen bosrand aan op wei achter boerderij. Paar kilometer verder parkeerden we nogmaals in de berm. Een mooie bok, oneven zesender, liep in wei even voorbij camping. Helaas, deze bok was sneller dan mijn cameraatje. En toen vrouw naar links en ik naar rechts was afgeslagen, had ik, kwartier voor aan de arbeid gaan, nog een gesprekje met een aspergeteler. De pindamotor weer gestopt, liep ik vanuit smalle berm bos met aspergeakkertjes in. Ik wou een haas, vos of ree verrassen. Hoorde ik opeens een auto over zandpad naderen. Deze auto stopte bij mij. Er zat een man in, een tuinder die me vroeg of ik aan de wandel was. Om kort te gaan: ja! ik was aan de wandel. Maar toen had ik opeens een heel leuk gesprek, over reeën en vossen en over tuinder zijn, ook over Polen aan het werk hebben, met deze man van wie er nogal 'ns wat wortels, preien en asperges worden gestolen.
Bolsterturf
827
O admiraal op heftig windbeweeg sering,
Bolsterturf
828
Op weg naar 't werk - ja! weer naar 't werk! - fotografeerde ik een damhert, een hinde, waar ik ree had verwacht. Arme uitgebroken hinde, wat staat je te wachten? Een vangnet? De kogel?
Bolsterturf
829
Na onverwacht moeten overwerken is er eindelijk de mooie, helemaal niet hete, slaperige zomerdag. Op weg naar huis remde ik te slaperig moe net bijtijds voor een overstekend Lierops haas. Te suf slaperig thuisgekomen eventjes met Erpel naar Providentia's bos, zag ik te laat twee rennende hazen in aangrenzende boerenwei. Maar bijna in chalet terug, kon ik een bang konijntje in hooiwei met witte blaassilenes bloemenrand niet missen. Na konijntje op foto gezet, en na beker warme melk en twee mokken zwarte koffie mocht ik - ondanks een voor haar geplukt boeketje Silene vulgaris - van vrouw kast en kastje gaan versjouwen, kast en kastje van chalet naar huis, en andere kast en kastje van huis naar chalet.
Bolsterturf
index juni 2007
|