|
Bolsterturfs natuur B o l s t e r t u r f s n a t u u r Dagboek juli 2007
830
O dagpauwoog op heftig windbeweeg sering, Bolsterturf, zondag 1 juli 2007
831
Vrouw wilde na het avondmaal gaan wandelen. Ep en ik mochten met haar mee. Nog maar tien mins chalet uit, rook ons lieve hondje reeën in akkertje koolzaad. "Erpel hierrr!" riepen we allebei. Te laat. Bok en geit vluchtten al bos toe, met hoge sprongen door het geelbloemig groen gewas. De zowat altijd langs bosrand zwevende Providentia-buizerd maakte er zich niet druk om. Die zweefde als gewoonlijk, naar 't scheen op zijn gemakje, langs en boven verwegge boomtoppen.
Waar we, niet zo ver meer van chalet, Providentia's terrein betraden, kwam er net een auto aan. Erin twee jonge mensen, een jongen met donker haar en snor en een vlasblond meidje, op weg naar de donkerende bossen. Zoiets zien roept herinneringen bij me op, bij vrouw ook trouwens. Ach, heimwee naar lang geleden, naar dertig jaar en meer terug, toen ik mijn eerste auto had en ook al gek op hazen, vossen en reeën was.
Zandduinen en Brand
Vrije zondag. Eerst reden we naar de duinen. Hoewel zowat niets dan stuifzand daar in de omgeving, was het keidruk op de parkeerplaats naar de Loonse en Drunense duinen. Over geel stofzand en door armzalig dennenbos, bereikten vrouw en ik na half uur sjouwen een mini eivormig ven gevuld met weinig water en heel veel kikkers en kikkerdril. Zoals de parkeerplaats vol met auto's en mensen, zo zat dit vennetje stampvol met groene kikkers en hun eitjes. Op weg terug naar huis spotten we op de Strabrechtse hei twee wulpen, en in heiplas twee futen. Eén van de wulpen jubelde, toen we even uit de auto stapten, helaas beetje maar. En bijna thuis, tussen hei en boerderij, opeens een sprongetje reeën in wei met paarden. Wonder boven wonder lieten de paarden de drie reeën met rust. En daarna waren er in wei, aan rand van Somerens bos, nog grauwe ganzen, wilde eenden en zilverreigers. zondag, 23 maart 2003 Bovenstaande tekst vond ik - nog onuitgewerkt - vandaag bij dochter thuis op kladje op zolder. Ik wist niet dat de aantekeningen er nog waren. Maar zo fijn! Bij het lezen en uitwerken ervan, maak ik de tocht naar 'Zandduinen en Brand' dan nog eens.
Bolsterturf
832
Donder en bliksem en bang voor man met hond Ja, ik ben blij niet mijn hondje te zijn.
Bolsterturf
832a
Vandaag ouderwets Nederlands zomerweer:
Terwijl ik luister naar brandweersirene, Belangrijk nietwaar? die tussen-n in eike
Bolsterturf
833
Via Sangmoer rij ik na regendag naar overwerk. Ik mag weer 'ns invallen, voor zieke collega. Als ik stop bij 'n puinweg het moer in, is het droog, is het geluk met de nooit zieke onnozele werkezel. Maar nergens reeën, niet in de schapenweitjes, niet in het onland, niet op de puinweg, niet in riet, elzen en wilgen. 'k Vind zelfs geen hoefafdrukje in oerig bruine moermodder. Toch geniet ik, intens, klein half uur: van platte grassen waarop reeën rustten, van dollende pinken, van zwevende buizerds, van kokmeeuwschreeuw en kraaiekras, van luchtbellen en schuim op snel vlietende sloot na slagregens en duiker, van drie meter hoge bereklauwen voor bamboe en berken en maffer groen in opa Imkers bijentuin. En dan, even terug en verderop, aan 't doodlopend eind van puinweg, trek ik mijn trui uit en leg die op horizontale eikestam . Deze eik, hij werd geveld, door rukwind. Moerbodem is week en zacht als vrouwebuik. De windvlaag gooide hem omver met grote kluit, nu bijna vijf jaar terug al weer. Toch is hij nog niet dood, nog lange niet. Er groeien ook dit jaar weer eikels tussen zijn best nog weelderige bladertooi. En dan zittend op mijn groene trui op groene eikestam waan ik me vijf minuutjes Wodan, u weet wel, de Germaanse opperGod. Maar dan wijzen de wijzers van mijn horloge me de naakte waarheid: we gaan nog lange niet naar huis, nog lange niet, want collega is nog ziek.
Bolsterturf
834
Ik ben met Ep en bike op stap, in buienmiddag. Ik fiets hard, zodat hij flink moet rennen om bij te blijven. Zou ik langzaam trappen, schoot hij telkens naar links of rechts akker en wei op, of bos in, om te gaan zoeken naar en rakken achter wild. Eerst gaan we het park door en uit. Dan stukje Providentia toe. Vervolgens over half verhard weggetje, voorbij koolzaadakker, aardappelveld en maïs de bleke bossen in. Ik kies de route zo, dat er goede kans is op ontmoeting met ree, haas of vos. Als ik verder fiets over pad met hoge grassen, schiet er ineens uit naast bospad weikant een reebok weg, forse, snelle, rode bok met meer dan oorhoge stangetjes. Hij raakt meteen achter struiken en dennetjes uit zicht, maar Ep zit op zijn spoor. Ik schreeuw "Teruggg! Neeeee Ep! Mag niet! Hier blijven! Volg fiets!" Tuurlijk luistert Ep dan naar me. Je kan van hem zeggen wat je wil, maar luisteren, dat doet i. Maar dan, kilometer verderop ongeveer, zie ik in groene sprietenzee, meter of dertig voor me, iets bruins het bos inrennen. Vos? Ree? Die ongeveer dertig meter verder, snuft Ep dan over plat gelegen gras. En dan zie ik, flink stuk het bos al in, een ree naar me kijken. Vlugge foto makend sis ik "Afffff!!" En als Ep dan ligt op de net verlaten reerustplaats, maak ik meer foto's. "Het is een knopbokkie Ep, maar wel een heel mooi... Z'n knoppies zijn blankwit." En daarna fiets ik, en rent Ep, naar beloning voor zijn luisteren naar me. We gaan samen spelen en zwemmen, in 't diepst verboden ven. Bij en in dit ven spelen. Spelen in zomerzonneschijn. Spelen in regenbui die er zo wel zal zijn: veel meer regen dreigt in aansnellende grauwe en donkerblauwe wolken. Ook grote witte wolken drijven aan, hangen met de grauwe en donkerblauwe al boven bos en hei en verboden vennen. Ik denk: ik klaag nooit. Of toch wel? Het is nu veertig, vijftig jaar geleden. Toen kon en mocht ik alle lente- en zomerdagen zwemmen in zand- of venekoele, tot ver in de herfst. Nu is dat anders. De tegenwoordig dienstauto hebbende bekeurkneuzen van sbb zijn overdag altijd bij 't pad. In heel Nederland zowat! En met 06 bij zich heeft een voorbijkomer je zo verraden, zo de politie gebeld. Ook als die klote mens niet kan zwemmen. Maar er zwemmen er wel meer in de verboden vennen. In 't grootst verboden ven vandaag wat kikkers en wat wilde eenden, en een allene schuwe fuut. Wanneer ik de vennen voorbij op geel pad tussen bos en wei naar vossenvoetjes zoek, zie ik opeens een reegeit voor boerenhuis, boerensilo's en boerenschuren. Aan haar gedrag te zien heeft ze kalfje(s), ergens verborgen in wei of maïs, of aan slootkant. "Nee Ep! wij hoeven niet te weten waar precies." En op weg naar huis zwemt Ep dan nog 'n paar keer. Hij kan dat toch zo makkelijk, hij rent zo 't water in, hoeft zich nooit uit te kleden.
Bolsterturf
835
Alle dagen regen. Het is een natte zomer. Veel wind en donderbuien. In 't bos langs de prikkeldraad gloeien julizwammetjes, geel koraal op gifgroen mos. Ook pronken daar witte en bruine paddenstoelen. Alsof het herfst is. En op de wei, aan overkant van de scherpe draad, snoepen wel honderd konijntjes in natte wei. Nog zijn zij niet ziek. En, park af, even voorbij Providentia en boerderij, staan de hooglandkalveren te treuren onder berkeboom onder grauwe hemel.
Bolsterturf
836
Het is weekend, maar de rode soldaatjes zijn op oefening, vanavond in moerig Kervel- en Berenklauwenland. Overal rontelom helikopters, rood is de lucht, vooral naar Kervel toe. Te druk gewoon op de aanvliegroute naar de grote schermbloemige Kervellandingsbaan. Daarop landt het lekkerder dan op vliegveld Berenklauw? Vaak gaat er even iets fout, landen er op mekaar. Geen ramp nu tegenwoordig mannen en vrouwen ook in het leger wippen. Maar het gewone volk van vliegen, mieren, vlinders en torren vluchtte naar luchthaven Berenklauw. Daar wacht het, ook tienuursvlinders mimicry wit met zwarte stippen en bladhaantjes in camouflagepak, tot de rode soldaatjes klaar met vrijen zijn.
Bolsterturf
836a
Het zat op de weg. Daar waar Gebergten ophoudt en Winkelstraat begint. Een jonkie, een stekelig diertje van niks. Het zat bij doodgereden, bij platte egel. Moeder egel? Ik stopte en stapte uit. Autobanden rollen snel en pletten grondig. Daarom pakte ik het beestje op, nam het mee naar 't werk. Daarna mee naar chalet.
Bolsterturf
837
Vrouw wou een dagje uit, met vriendinnen varen op de Dieze. Wij, Erpel en ik, reden een eindje met haar mee van huis. Kilometertje of vijftien. Op rand van Peel en Kempen stapten wij uit, reed zij alleen verder naar 's-Hertogenbosch. Over grassen- en onkruidpaadje langs ondiep loopje, kwamen we in de achtertuin van een tehuis terecht. En eventjes later ook bij een kerkhofje lief katholiek. Terwijl Erpel af mocht liggen, ik ken zijn nare gewoonte van overal pootje tegen lichten, keek ik naar vrome kruizen en bloemen bloeiend roze en wit. En ik las vrouwennamen, telkens twee namen gegrift in één eenvoudig grauwe steen. En toen zag ik ze opeens weer lopen, rontelom het grootst verboden ven, collega's van deze overleden nonnen, vrouwen van liefde, van zorg en bekommernis om de zieke en hulpbehoevende medemens. Ach, te mooie woorden van me, want als monnik zou ik zeker ook niet deugen. Pas toen we - Erpel en ik dus - dit liefelijk vroom kerkhofje al weer af waren, zag ik in bosrand een wrakke paal met rechthoekig wit hardhouten bordje liggen. Tijd en weer veegden weg wat ooit op dit bordje geschreven stond. Dat zou best wel 'ns "Verboden toegang" kunnen zijn. "En nu wil ik wat heel vrolijk fleurigs zien. Ga je mee vlinders zoeken?" vroeg ik aan Ep. Terwijl Erpel pal achter me volgde, vluchtten twee reetjes uit rogge-, onkruid- en distelwoud, twee kalfjes die ik al eerder zag. Ik was vlug genoeg om er eentje van in m'n camera te vangen. En toen zag ik ook hun moeder, zo'n zeventig meter schuin vooruit. Die liep daar, rustig, langzaam, het bos in. Nee, niet diep het bos in. Ze maakte een omtrekkende beweging, ging door 't bos met grote boog om Ep en mij heen, om zich zo weer bij haar kalfjes te voegen. Maar op uur gaans van chalet lag aan slootkant een prachtig geel boeket tegen eikestam. Maar toen dook, kwartier maar meer van chalet, stout Erpeltje toch nog ongemerkt akker koolzaad in. De rikke die dat niet fijn vond, hoorde mijn naar hem lelijk schreeuwen ook.
Bolsterturf
838
- Morgen droge dag, verkondigde de weerman op tv. Als de bliksem maaiden alle grasboeren hun gras. Heel fijn! Nu kan ik heel makkelijk weer veel konijnen zien. Maar wat was dat voor vreemd konijn toen ik vanmorgen langs de prikkeldraad liep? Dat was helemaal geen konijn. Nee, dat was een eekhoorntje, een niet zo schuw eekhoorntje. Het was, het is een lief en behulpzaam eekhoorntje. Toen ik het in boskant niet vinden kon, verried het me door krabben tegen stam van spar waar het zat. Maar ons door mij bij platte egel weggeplukt egeltje werd Jopie gedoopt. Jopie! zo besliste vrouw. Zij woog het vanmiddag voor de eerste keer. Bij honderd gram stopte de wijzer. Een regenworm voor Jopie zoekend, viel me zomaar iets op, iets onbelangrijks: op chaletwand ovale weerspiegeling van water in zuiver rond vogelbad. Onze zon, die kan rare dingen doen. En sjonge toch, wie kijkt er nu om zich heen met in gedachten invalshoek ?
Bolsterturf
838a
Oppassen op en spelen met Martijn. In voormiddag vermaakte hij zich poosje op 't gazon, wilde hij grassprietjes proeven, ook tuinbloemen plukken en alsmaar naar zwart zand toe kruipen. Moe sliep hij daarna paar uur zoet en lief. Wakker geworden mocht hij met opa en Erpel klein rondje park doen, wilde hij weer 'ns kamille en geel zand proeven. Het vieze gezicht dat hij daarbij trok, verklapte het me meteen: ook geel zand en kamille smaken niet. In vooravond gingen vrouw en ik met hem wandelen, chaletpark af, Providentiapark toe. In de kleine speeltuin daar kregen we bezoek van Marijke, vriendelijke vrouw en patiënte in het tehuis. Zij vroeg ons honderd uit, naar Martijntje en naar Erpeltje vooral. En zij lachte met ons mee, om Martijn, om Erpel en om het mooie weer. Ook lachte zij heel blij, toen ze vertelde over haar mooie nieuwe driewieler. Maar Martijntje lachte het liefst, naar oma en opa, naar Marijke, naar Erpel en naar de ezels en de schapen. En hij lachte het hardst, toen hij met oma in draaimolentje en schommelschuitje zat. Na de speeltuin schoof ik de buggy Providentia's terrein af, het achter gelegen bos in. Marijke was weggegaan. Nu vertelde oma honderd uit, over haar werk, over haar vriendinnen, over Den Bosch en de Dieze. Martijntje brabbelde op zijn manier vrolijk mee. Erpel was ik eventjes vergeten, tot... een reebok opeens het pad over stoof met Erpel achter zich aan. Martijntje zag de rode bok ook en lachte. Maar toen ik Erpel terug brulde, schrok hij daarvan en huilde even. ... En toen mocht Martijn chalet gekomen met oma in bad. Bolsterturf, maandag 9 juli 2007
838b
In avondschemer spot ik vanuit chalet
Bolsterturf
839
Vroegzomeravond en zeventien graden maar. En zo dreigend donkerblauwe lucht in 't west. Wat gerommel van donder daar, maar 't bliksemt nergens. Ik zit buiten, in de tuin. Onder dikke Amerikaanse eik. Zwaluwtjes jagen rontelom. Laag en snel reppen ze voorbij, over chalet en wei en tuin. Aan overkant van de wei, net voor maïswandje, scharrelt het eeuwig kraaienpaar en laveit 'n tiental konijnen. Achter deze maïs koert een dikke blauwe doffer. Ik hoor hem wel, zie hem niet. En ook de specht die doet van kri-kri-kri kri-kri kliiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii blijft onzichtbaar voor me.
Bolsterturf
840
Tussen boerderij en Providentia sta ik op grassig pad bij bos en koolzaad, in mooi sombere zeventien graden maar zomeravond. Het is zowat westwindstil. Ik kijk naar boerenzwaluwtjes. Die zijn over zaad en wei waarin pinken druk met 't vangen van muggen en dazzeriken.
Bolsterturf
841
Een droge en friszonnige zomermorgen. Bij 11˚ Celsius lopen Erpel en ik aan. Om 07.15 uur is er achter me in bleke bosrand blije sies-ke-wiet van vink. Voor me dan op veertig meter een rikke in wei, aan maïskant. Ik was te onvoorzichtig, keek te driest om de hoek. Ze zag me. Ze zekert naar me. Ze twijfelt, blijft staren. Ik sta stokstijf. "Afffff," sis ik. Erpel ligt, paar passen achter me, op 't pad. Voorzichtig open ik het draagtasje. Langzaam pak ik m'n camera eruit, zet die aan... tuut-tuut-tuut battery empty .Toen de rikke weer ging snoepen van gras en witte klaver, trok ik me stilletjes terug. "Jammer! Volgende keer beter Ep." "Pffffftttt."
Bolsterturf
842
Deze reebok , hij lette goed op, hij zag mij eerder dan ik hem, maar de bosuil, die dikkop die onhoorbaar voor scherp reegehoor zich dertig meter achter hem stil verhief uit 't groen en op stille vleugels wilgen- en elzenwoudje in dook, vernam hij niet. Hij is een mooie jonge reebok - een toekomstbok zoals jagers van zulk een bok zeggen, een rode zomerbok om pas over paar jaar omver te schieten. Om kwart over zeven in de morgen stond hij naar Erpel en mij te kijken, alsof bokbeeld zo stil te kijken tussen riet en verdwaalde berken, zomaar aan onlandrietzoompje langs puinweggetje in 't oerig Sang. Een berkestam beschermde zijn blad, zijn hart. En rank hoog opgaand riet blokte scherpstellen op zijn koppie en hals. Toch "schoot" ik hem. Erpel kan wind af een ree niet ruiken, die reageerde nauwelijks op de bok, tot die afsprong en ik "Ep blijffff...!" siste. Terwijl de bok in 't voor hem veilig elzen- en wilgenhout aan 't schelden (beuh beuh beuh) ging, kreeg Ep in puinpadberm muis in de neus, wilde hij gaan graven, toverde hij een blauwe - in boomschaduw bijna zwarte - pad voor me te voorschijn. Ik pakte de pad op en zette hem op zachtgroen mos. Zo mocht ook hij op de foto.
Bolsterturf
843
06.15. Houtduifkoer, zacht, lief, ingetogen. Zwarte kraaien paraderen over frisgroen van pas gehooide wei. Overal konijnen waar Erpel niet achter rakken mag. Bij dubbele prikkeldraad Providentia's rikke tussen wei en koolzaad. Wilde eendewoerd en zijn eendje wieken hoog uit diepe sloot. Willen deze twee nog wippen? nog pullen? Van achter bleek bos komt de zon al kijken in de ochtend. Het belooft een warme en zonnige dag te worden. De schapen in weihoek tussen oud heideveld en armzalig bos slapen nog. Vluchtje van vier ganzen gakt over. Groepje van zes volgt. En over westboskant zweeft een buizerd. 06.30. De zon tovert in ondiep ven groen eilandjeschaduw diep in 't water. Vinkeman sies-ke-wiet en uit donkerhoge douglastop komt roep van holenduif: hoeroe hoeroe hoeroe. 06.40. Ik (typt deze gek) en mijn hond Erpel en blauwe reigers op gisteren gemaaide hooiwei. Waar Erpel door hoge grassen banjert, stuift stuifmeel, flappen blauwe reigers door pollenwolken. Boven boskant tweede buizerd. Eén van de twee reekalfjes (die Erpel en ik hier weten te wonen) vlucht weg, door bloemen, onkruid, verwilderde rog en gras. Ik wijs tegenovergestelde kant op: "Kom Ep! we gaan terug. Op naar 't zuidoosten." En dan ligt daar om zeven uur dieper ven in zon en nevel. Wij zwemmen. 08.00. Rikke sprint uit bosrand, rent, snel en sierlijk, in adelaarsvarens uit zicht. "Nee Fox! Je mag er nièt achteraan." 08.15. Ik, typt de narcist, maak schaduwzelfportret over stervend boeket wormkruid van hond en ik. Aan eikvoet. (Zo raar! Weer thuis, tijdens het verkleinen van de foto, valt me op dat op of in de schors 1o, en net daaronder er(?), te lezen is.) 08.45. Staat ginds een ree? "Affff Ep!... Heb ik weer Ep. Iedere keer dat ik te laat een reebok spot, staat die achter een boomstam, of tussen stammen, krijg ik z'n koppie haast niet scherp." 08.55. Wij, Erpel en ik, staan stil. Ik lees tussen rode linten op wit bordje op rode plank boven uitgesleten vale traptreden naar niet-jagers-uitkijkplatform een tekst. 09.00. Wij, Erpel en ik dus, observeren voor ons tegen zon in spelende wilde eenden op het grootst verboden ven. 09.10. Tussen wei en maïs overstekend haas. Erpel wil er achteraan. "Terug! Hierrr blijven! Volg fiets!" Ik had onderofficier in 't leger moeten worden, nietwaar? Kilometer verder ongeveer nog een haas. Dat huppelt op me toe. "Stop! Zit Ep." En dan pak ik m'n cameraatje uit het draagtasje, zet het ding aan, fiets met het toestelletje knipklaar in hand verder. "Volg fiets Ep."
Bolsterturf
844
Om vijf uur vanmorgen zonder Erpel van chalet gegaan, was ik om half acht chalet terug. Erpel mocht niet mee, want ik had snelle rit op mountainbike in gedachten. 's Middags met vrouw en Erpel uurtje in 't Sang gewandeld. Daar onder meer genoten van zon op bijen en bijenkasten in 't stukje paradijs van opa Imker.
Bolsterturf
845
Maandag. In hete dag oppassen op Martijn. Die was wat jengelig, had last van doorkomende tandjes (volgens vrouw), maar hij sliep paar uur lief en speelde daarna fijn buiten op zijn fleurig kleed. Ook toen voorbij blokhut en chalet een felblauw vogeltje met lange zwarte snavel parkvijvertje toe vloog, speelde Martijn. Maar hij zag het blauwe vogeltje en lachte, omdat vrouw lachte omdat camera en opa weer te langzaam waren om dit ijsvogeltje te vangen. Bolsterturf, maandag 16 juli 2007
845a
Toen vrouw en ik Martijn hadden thuis gebracht, en samen met zijn pa en ma flink bij hem thuis in de tuin hadden gewerkt, wilden wij tegen half elf nog eventjes Erpel uitlaten langs bosweg aan voorzijde park. Net de parkpoort uit, kwam er een grote donkere personenauto vanaf Providentia met vaartje van dikke kilometer of 100 over de ter plaatse 60 km/uur-weg aangesuisd. Een konijn dat net overstak was te langzaam. Dof bonkje. De bestuurder van de auto scheurde door. Het konijn lag roerloos op het asfalt, tot... het bijkwam van de klap, met zijn pootjes begon te trappelen en flink hard te gillen ook. Terwijl vrouw Erpel stevig aan de lijn hield, rende ik naar het beestje, klapte het stil, keihard achter de oren.
Bolsterturf
846
Om half acht vanochtend zat Jopie stilletjes in de blokhut, op hoopje hooi. Hij had niets gegeten en ook niets gedronken van de voor de nacht voor hem klaargezette schaaltjes met kattenvoer en kattenmelk. Toen ik hem oppakte reageerde hij nauwelijks. En weer neergezet kon hij niet lopen, probeerde hij wel van plek te komen, maar tevergeefs. Ook rolde hij zich niet meer op toen Erpel aan hem snufte. Zijn kringspier en zijn pootjes wilden niet meer. Ik probeerde nog wel om hem beetje verdunde kattenmelk te geven. Dat lukte me niet, omdat hij niet meer slikte. Waarom een beestje laten lijden? Jopie stierf een snelle en pijnloze dood. Hij ligt begraven in de tuin.
Bolsterturf
847
Vroeg in de dag struinden Erpel en ik door Brabants Landschaps Lange Bleek. Om zes uur gingen we van chalet. Pas tegen tienen kwamen we thuis. Daar tussenin vier te vlug voorbij gegane uren speuren door kalende bossen en over dorre hei, en ook langs kanten van maïs, aardappelen, bieten, weiden en koolzaad. Naar vos, ree, haas, konijn en vogel zochten we, Ep en ik. Ep vooral met z’n neus. Ik meer met m’n ogen en dikke verrekijker. Ik spotte vijf hazen; drie reeën, bok en zijn geit en een allenig knopbokkie; twee reekalfjes, reetjes die ik al vijf respectievelijk zes keer eerder zag; vier buizerds, drie zwevend boven boskant en eentje zittend in wei; wat blauwe duiven; zeker tien blauwe reigers; een heleboel kieviten en meer spreeuwen. Ook over komende ganzen; keer of vijf een vink, waarvan eentje sieskewietend; verder nog een roodborst en paar roodborsttapuiten. En niet te vergeten zo’n konijn of honderd, drie zwarte en één witte niet meegeteld.
Soms lees ik wel 'ns wat over jacht en natuur in boek of krant. Hier volgt een alinea van Maartje Smeets, door mij overgenomen uit het Eindhovens Dagblad van zaterdag j.l.: De landelijke reeënpopulatie telt 60.000 dieren. Daarvan wordt jaarlijks tien procent aangereden.Helaas vertelt Maartje ons niet hoeveel van deze zestigduizend reeën er ieder jaar door jagers worden dood- of ziekgeschoten.
Om reden dat ik toch wel wat meer te weten wil komen over de aantallen door kogels gedode en gewonde reeën, stuurde ik een e-mail naar Brabants Landschap en stelde daarin volgende vragen: jacht uw mail van 19 juli 2007 David Schilleman dschilleman@brabantslandschap.nl Geachte heer, In het kader van de Flora en faunawet is jacht slechts mogelijk op de als wild aangewezen zes soorten. Dit zijn haas, fazant, patrijs, wilde eend, konijn en houtduif. De jacht op de patrijs is gesloten. Bij ingrijpen in andere populaties spreekt men van faunabeheer. Hiervan is ook sprake bij het ree. Aan de hand van tellingen wordt het afschot bepaald. Door de WBE (Wildbeheerseenheid) worden vervolgens aan de diverse jagers een gedeelte van het afschot toegewezen. Op terreinen van Brabants Landschap wordt jacht uitgeoefend door particulieren, wij kennen geen eigen jagers. De jacht is binnen een aantal beperkingen als het broedseizoen en jachtvrije zones open voor de genoemde vijf soorten, het ree en de zwarte kraai. Op andere diersoorten als de vos en exoten mag slechts bij aangetoonde schade worden gejaagd. Met vriendelijke groet David Schilleman === In de terreinen van Brabants Landschap mag dus worden gejaagd, ook op het ree. Daarbij vraag ik me af hoe met het oog op aan te vragen afschotvergunningen de heren van Brabants Landschap en/of Faunabeheer en/of WBE de reeën tellen. Werden er in De Lange Bleek dertig of vijftig reeën geteld terwijl de populatie ter plaatse maar uit een volwassen ree of twaalf bestaat? Mijn mening: het is schande dat ook in de Brabantse Landschappen mag worden gejaagd, zelfs op reeën. En ach, een beetje vossenschade is toch zeker zo verzonnen, zodat ook Reintje en Reininneke Vos kunnen worden doodgeschoten. Ik kan er niks aan doen, zo min als van Staatsbosbeheer heb ik een hoge pet op van Brabants Landschap. Maar de waarheid mag gezegd: Staatsbosbeheer maakt iets moois van haar tijdschrift Onverwacht Nederland. En Stichting Het Noordbrabants Landschap doet dat ook met haar blad Brabants Landschap.
Bolsterturf
848
Vakantietijd en structureel personeelstekort.
Bolsterturf
849
Na gedane arbeid huiswaarts rijdend stop ik in 't Gebergte, maak ik tegen ochtendzon in foto's van zo'n honderd Nederlandse aardbeitjes plukkende Polen en Poolsen.
Bolsterturf
850
Na na het werk om half tien gemiste foto op twintig passen dichtbije reebok en zijn rikke, ga ik met mezelf ontevree slapen in de tuin. De reeën - rode bok en smalree - sprongen plots weg van onlandje langs puinweg in 't Sangmoer. Is niet anders: als je in het veld nog met je werk bezig bent, overkomt je zoiets. Wakker geworden van felle Erpelkef, lees ik wat Vasalis in late middag. Daarbij drink ik witte wijn, zo uit de fles uit koelkast, en luister naar de buizerds die jonkies hebben. Dit luisteren naar doe ik ook graag naar zwarte kraaien die deze jonkies lusten. Ja, soms luister ik wat af, want luisteren naar vogels, vooral naar houtduifkoer, dat is toch zo fijn! Tegen acht in mooie avond met vrouw en Erpel de Bleke bossen in. Nog maar net van chalet, krijgt Erpel lucht van 'n reebok en zijn rikke in koolzaad. Kwartiertje verderop zingt een lijster in bosrand hoge sparretop, tegenover ouwe boerderij. Zo mooi, ja zo mooi, zijn zingen en fluiten, variatie van volle tonen helder en zuiver. Weer kwartier verder spartelt een schaap met haar pootjes door de lucht. Ik klim over prikkeldraad, loop de wei in, help haar overeind. Overal trippen muizen en laveien konijnen. Erpel is er flink druk mee. Maar dan is daar opeens bij het ondiep eilandjeven een wat oudere man (wat oudere man? welke mannen zijn oudere mannen?) in groene kleren. Ja, deze man ongeveer zo jong als ik wandelt in natuurtenue, niet zozeer in jagerstenue. Hij groet vrouw en mij en zegt: "Ik hoorde de zwarte specht." Uur later plukt vrouw onder zwierende zwaluwtjes geel veldboeket knopjeskruid. Ze doet er ook wat grote witte schermbloemen bij. In vroegschemer bijna in chalet terug, begint het zachtjes te regenen tegen rode gloed van ondergaande zon.
Bolsterturf
851
Kwart over zes. Na regen in de nacht ging ik biken zonder Erpel, trapte ik onder witte wolken door Lange Bleek en Pan, ontmoette ik vluchtig wild en vogels: Chalet terug om kwart voor tien fotografeerde ik vanmorgen geen haas of ree van dichtbij. Ik fietste te hard en het stuurtassie rammelde nogal. Misschien heb ik morgen of overmorgen meer geluk, want m'n bike is inmiddels (kwart over tien) tassieloos.
Bolsterturf
852
Natte dag. Heel de dag natte dag. Alsmaar regen. Regen uit grijze en grauwe luchten. Niks aan. Klote zomer zo. Alsof herfst in reebronsttijd. Toch wat konijnen in de wei en onder de prikkeldraad. En maffe mugjes voor me, ook in deze regen, in deze treurige regen die valt op bodem en sparrentakken. De mugjes dansen, precies voor m'n gezicht, onder sparretakkenplu. Verder weinig te beleven op 't paadje langs de prikkeldraad. Soms even fel geluidje links of rechts, van buizerd of specht. Heel soms kraaiekras. Ach, deze regen, al dit water, het sijpelt over mijn broek, door mijn broek, langs broek en benen, zo mijn klompen in. Ik heb al natte kop, krijg nu ook natte rug en natte voeten. Dat voelt niet fijn. Geeft niet, want de reebokken hebben groter pech dit jaar. Twee weekjes van het jaar hooguit hebben hun rikken zin. Maar met kou en regen willen die niet met ze spelen, niet door ze achterna gezeten worden, geen pak-me-dan spelletjes met ze doen, staan de reewijffies er maar zielig bij, zo van moet het dan moet het maar. Ja, met dit weer moeten reebokken genoegen nemen met een vluggertje in kletsnat bos. Re(e)ïncarnatie: een mooi iets om in te geloven? Ik denk daar wel eens aan. Aan misschien leven na dit leven. Ook nu denk ik daaraan. En nu weet ik het opeens, heel zeker, wil ik in later leven geen reebok zijn, ook niet in een wereld zonder mensen en geweren. Ik zie geen zon, geen maan en ook geen sterren, heb even nergens zin in.
Bolsterturf
853
Regenbuien kletterden over chaletdak, zowat om het uur. Dat vond ik niet erg. Er is een erger iets. Ik heb pijn in de rug. 'k Kan nauwelijks beetje bukken. Stijve spieren. Van zwemmen, kou, wind en regen, zegt vrouw. Maar zo raar: als ik voorzichtig loop voel ik de pijn nauwelijks, en als ik stil zit voel ik die ook bijna niet. Alleen zodra ik of opsta of ga zitten doet het verrekkes zeer. Al paar dagen.
Bolsterturf
854
Als ik niet oppas word ik er sjaggie van. Van m'n rugpijn, bedoel ik. Maar toen ik dit sprinkhaantje scheef door de tuin zag springen werd ik opeens heel blij, dacht ik: beter paar dagen gruwelijke spierpijn dan geen linkerpoot.
Bolsterturf
855
Van toch gaan werken beterde mijn spierpijn niet. En toen ik gisteravond tussen chalet en werkplek even mijn pinda stopte om mijn rug te rechten, pronkten rijpe bramen langs moerpuinpad. Vossen zijn dol op bramen. En ook ik vind ze lekker. Heel hebberig at ik er stuk of twintig. Meer blauwe bramen kon ik niet vinden tot ik uitgleed en omviel van de pijn. Maar niks aan de hand, ik krabbelde weer overeind. Ondanks over nacht nog niet genezen rugpijn - nog kan ik mijn sokken niet alleen aan - vanmorgen dik uur met Erpel gewandeld. We gingen niet ver, maar tot kwartier lopen van parkpoort af. Maar 't was fijn, want een rikke was ook uit wandelen. Die kuierde uit wei met pinken koolzaadakkertje toe. Ze snoepte van het zaad, keek even nog om naar de pinken en verdween in 't hoog geelbloemig groen gewas.
Bolsterturf
856
LET OP: U BETREEDT EEN GEBIED WAAR GROTE GRAZERS WILD RONDLOPEN DAAROM: . Houd minstens 50 meter afstand tot de dieren. . Loop nooit door de kudde. . Let er op dat uw kinderen zich daar ook aan houden. . Honden dienen altijd aangelijnd te zijn. . Dieren niet voeren. . Betreding van het terrein vindt plaats op eigen risico. ___________________________________________________ De grote grazers in het terrein beschouwen honden als roofdieren die vervolgd moeten worden. Zeker in kuddes waar kalfjes of veulens aanwezig zijn, zal de kudde daarom honden agressief kunnen benaderen. Dit zorgt voor grote onrust in het terrein, die ook de vele bezoekers van het gebied tot last kan zijn. Iemand was ijverig bezig voor Stichting Het Noordbrabants Landschap. Die man - een jager? - schroefde groene bordjes met witte tekst vast aan dikke palen waaraan bevestigd toegangshekjes tot heidegebiedje ter begrazing gegund aan zogenaamde
grote grazers
. Een bordje bij de ingang en een zelfde bordje bij tweede ingang.
Beste mensen van Stichting Het Noordbrabants Landschap, tuurlijk kunnen grote hooglandstieren en hooglandkoeien die kalfjes hebben gevaarlijk zijn, maar die toeven hier niet in dit nauwelijks paar voetbalvelden groot armzalig heide- en grasterreintje. Ze zouden verhongeren!! Beste mensen van Stichting Het Noordbrabants Landschap, hoezo zorgen honden voor grote onrust in dit terrein? Beste stichtingmensen, ik kan er ook niets aan doen, maar mijn Erpeltje houdt van konijnen, niet van koeien! En deze konijnen die, weet ik, zo graag door jagers worden doodgeschoten mag hij van me niet vangen. Beste mensen van Stichting Het Noordbrabants Landschap, waar vind ik de vele bezoekers van dit uw heideterreintje? Beste mensen, waar haalt u deze vele bezoekers vandaan? Waar en wanneer zag u ze? Ik kwam nauwelijks 'ns een mens tegen in dit uw verwaarloosd gebiedje met uw dorre hei, uw armzalig gras en uw armelijke kalfjes. Is het misschien puur uit hondenhaat en uit jagershebzucht dat u deels domme tekst op uw groene bordjes verft? Beste mensen van Stichting Het Noordbrabants Landschap, is het niet zo dat hagel uit jachtgeweren en kogels uit buksen veel gevaarlijker zijn dan Schotse hooglanders en honden? Stop toch 'ns met uw anti wandelaarshondbeleid. Maak liever een einde aan de jacht met gloeiende hagel op konijnen, houtduiven, eenden en kraaien. En verbied het schieten met buksen op reeën en vossen. Beste mensen van Stichting Het Noordbrabants Landschap, ontklit uw beide kalfjes, en geef deze kalfjes op kale hei schuilplaats tegen kou en regen. Beste mensen van Stichting Het Noordbrabants Landschap, gun niet jagende honden en hun eigenaren vrijheid blijheid, verbied de jacht op uw terreinen en u bent dier- en mensvriendelijk bezig.
Bolsterturf
857
Toen stortregen me wakker maakte en ik door 't slaapkamerraam naar buiten keek was het daar al beetje licht, huppelde in natte ochtendschemer een haas voorbij, richting wei en maïs. Door alsmaar regen nog, waarin parkkonijnen alsof verdwaasd rond huppelden, liepen Erpel en ik aan, park uit, de bleke bossen toe. Nog maar net van chalet hadden we pech, bleek het koolzaad bij Providentia geoogst, zat er niks geen wild op kale koolzaadstoppelakker. En ook in de bossen was alles nat. Grote plassen op de paden, dikke droppen uit de bomen en mijn broek was te gauw al zeiknat van het alsmaar regen natte lange bosgras. Hoewel ik met Erpel vlak achter me best voorzichtig over paadje met meer dan anderhalve meter hoog sprietgras wandelde, moet een moeder Rikke met twee kalfjes me hebben horen aankomen. Het water dat van mijn broekspijpen in m'n laarzen stroomde zompte daarin nogal, bij iedere stap, in te luide zompe-zompe-links-rechts-maat. Ook in regentikjes op blad stil bos valt zulk zompen enorm op. De reegeit ging er plots vandoor, op zo'n dertig meter voor me en van bezij het pad, haar kalfjes in haar kielzog. Zo stil en zo snel verdwenen ze dat Erpel ze niet zag of hoorde. Wel gaf hij even later aan waar ze hadden gelegen in de regen, maar toen waren ze al opgegaan in verderwegge ook natte hoge grassen. Ook de reebok die, paar honderd meter verder, plots afsprong en dichter dekking toe rende, zal m'n zompen hebben gehoord. Gelukkig was hij zo lief om bijna uit zicht even te blijven staan, om Ep en mij 'ns flink uit te schelden. Even voorbij wei met haas hield het op met regenen, was er opeens de zon, bad een torenvalkje boven wei, vlogen er zwaluwtjes laag en snel en begonnen blauwe doffers met koeren : roe-kroeè - roe-kroeè - roe-kroeè - roe-kroeè - roe-kroeè - koèk. Hoewel bukken me nog altijd pijn bezorgt, goot ik toen luisterend naar dit koeren mijn laarzen leeg. Weer chalet thuis werd Erpel door het vrouwtje droog gewreven en mocht ik in heet bad, waarna haar zachte handen m'n zere rug masseerden. En toen moest ik weer naar bed, want mag vanavond en vannacht gaan werken.
Bolsterturf
858
Voor en na vandaag Martijn één jaar gevierd: bosverbod. Bos-, hei- en waterkantverbod eigenlijk, verbod me opgelegd door vrouw. Toch zag ik vandaag reeën, heel even maar. Tegen schemer van het verjaardagsfeestje op weg terug naar huis, zag ik ze vanuit vrouws auto lopen in wei halfweg. "STOP!" riep ik, "ik zie reeën." Maar vrouw reed te ver door. "Terug!" zei ik, "je reed weer veel te ver door!"
Bolsterturf
859
Twee koppies in wei aan boskant: flieft paartje geniet ochtendzon. 'k Zag de twee liggen, dicht bijeen. 'k Wou ondanks schrikkelijke rugpijn graag nader kennis maken met ze, maar toen Erpel vosje in de smiezen kreeg en daarom kefte, kwamen ze overeind, keken ze even richting vermeend gevaar, doken ze de bosjes in. Ook reeën houden van mekaar en privacy. Een boerenfox heeft scherpe oogjes. Het vosje was best ver weg, maar toch dom vosje. Het was zomaar aan 't muizen vangen, bij klaar daglicht. Even maar blikte het richting vermeend gevaar. Het zag de man achter dikke boom en 't inmiddels afffff!!! liggend foxje niet. Toen er niks gebeurde, alles stil bleef, ging het vrolijk verder met vangen op 't kaal geschoren groene land.
Bolsterturf
860
06.20 uur 06.30 uur 07.00 uur 07.30 uur 08.00 uur Jammer, maar helaas. Hoewel niet opzettelijk verstoren man en hond toch vaak bos- en velddieren. Dat meestal vanaf door onze overheid voor wandelaars niet verboden paden en paadjes. In gebied waar mag worden gejaagd is dat geen ramp, blijft het wild attent. Maar hoe kan een ree zich met succes verdedigen tegen mannen die met tot twee kilometer ver gaande kogels schieten? 09.00 uur 09.10 uur Het is niet anders, een vos kan ondanks door alle eeuwen vanaf jaar 0 meedogenloos door de mens te zijn bejaagd nog altijd niet schuw en voorzichtig genoeg zijn. Er zijn immers hedendaagse jagers met jachtdiploma en geweren die hem, koste wat het kost, nog altijd willen doden. Zo goed als dat deze kerels thuis een mooi reegeweitje aan de muur willen hebben, aarzelen ze niet om puur uit primitieve jachtdrift - ook immorele drift? - een vos omver te knallen.
Bolsterturf
index juli 2007
|