|
Bolsterturfs natuur B o l s t e r t u r f s n a t u u r Dagboek augustus 2007
861
Als gisteren, een koude maar vier graden ochtend. Al tegen zessen schijnt gele zon door bleke bossen. Van ver lijkt het wel alsof er kaarsen in de sparren branden. En tegenover deze zon, aan andere kant van hemelboog, is er nog de bleke maan die schijnt over hei en wei en schapen. Om half zeven laveit fliefde zesender, zelfde als die van gisteren, alleen op wei. Hij heeft zeker honger van het rikke rakken. Waar is zijn rikke gebleven? Is zij nu bij haar kalfjes? De bok in vrede latend wandel ik met Erpel over smalste paadjes, naar overzij van bleek bos, naar waar ik andere rikke met twee kalfjes weet te wonen. Helaas, waar ook vanmorgen een nimbus met ons mee wandelt en boerenwormkruid felgeel bloeit, zie ik op dikke honderd meter alleen maar een rood knopbokkie in voor foto's maken te hinderlijke dauwnatte hoge bomen- en sprietenwildernis. Richting Sterksel knalt het. Twee keer. Eerst schot met buks, daarna doffer knal van hagelgeweer. Ik loop naar boskant, spied over wei en akker, spot nergens jager of stroper. Wachtend op meer schoten, die niet komen, jakkert dan opeens om kwart over negen zesenderbok achter zijn rikke aan. Zij vlucht voor hem. Zij wil hem nog niet. Ze gaat er vandoor. In vliegende galop gaat het, wei over, onder schrikdraad door, over prikkeldraden en sloten heen. Dan stukje akkerland op. En weer terug. Paar keer achter mekaar. Alsmaar in de rondte, met de bok soms pal achter haar. Ook reeën stellen prijs op privacy. Maar dan zijn er bijna al weer thuis de roodborsttapuitjes van heiderand. En allerhande kleuren vlinders op paars en rose, ook paddenstoelen groot en klein op vochtig bospad. Bolsterturf, woensdag 1 augustus 2007
862
Heel ander weer dan gisteren. Waar het om zes uur aan noordoostelijke blokhutwand toen vier graden was, geeft de kwikkolom daar om zelfde tijd nu tien graden aan. En waar gister zon en maan volop schenen, zijn die er nu allebei niet. Ik ben blij met de zes graden meer warmte, maar de lucht bevalt me niet in 't minst. Naar 't noorden toe is die leigrijs van kleur, naar 't oosten toe met zacht orange vegen in dit grijs, vrolijk oranje kleursel van achter het wolkendek poetsende zon. In 't zuiden evenwel ziet de lucht donkerblauw, zowat zwart. Chalet uit zetten Erpel en ik er flink de pas in. Ik heb haast, want moet vandaag beslist naar de club en wil vanmiddag nog wat slapen, alvorens een avond/nacht te mogen gaan werken. Bovendien reken ik op gauw al regen. Met flink minder pijn in mijn rug dan gisteren en op gympies, betreed ik met Erpel aan de lijn om tien minuten over zes de bleke bossen. Meteen horen we daar een ree blaffen. Dat blaffen klinkt als een roepen uit woeste wildernis. Het is een wild en fel beuh beuh beuh. Het overstemt 't monotone tsjakke tsjakke tsjakke van verwegge vroege trein heel makkelijk. Of het aan zon- en maanloosheid ligt, beide hemellichamen blijven onzichbaar voor me, weet ik niet, maar vanmorgen is er weinig vogelzang en ook komen we minder wild dan gister en eergister tegen. Wel laat een groep Canadese ganzen me volop genieten, gewoon omdat ik domweg naar ze mag kijken. De reebok en -geit van gister zijn nog bij mekaar. En de rikke die met heur kalfjes in bleke bosrand woont, in reeparadijsje van onkruid, jonge boompjes en verwilderde rog, blijkt ook thuis te zijn. En ook zie ik, van verre, de rode dos van het rode knopbokje. En dan dringt tot me door dat er ook reeën rontelom het ondiep eilandjeven huizen. Aan de overkant daarvan staat vanmorgen een oranje ree, ook heel mooi weerspiegeld in het water. Maar als dan niet meer aangelijnde Erpel heel onbesuisd het water in rent, plast opeens ook een reekalf door dit ven, bulder ik mijn hond bij me. Het oranje ree, oranje rikke - moeder van dit kalfje? - dat ik net met combi van optisch en digitaal zoom zo mooi en groot mogelijk op foto wilde zetten, blijft daarom niet wachten tot ik m'n cameraatje in knipstand digitaal zoom heb. Tegen achten gaat het helemaal niet goed met het weer, wordt de lucht boven me alsmaar donkerder, alsmaar dreigender. Chalet toe lopend mag Erpel dan achter konijnen aan en muizen vangen. Vlug fotografeer ik nog een hongerig schaap dat eikenblad eet, in kaal weitje bij oude boerderij met rode pannen. Als we even na half negen weer thuis zijn en ik mijn in gympies van nat gras nat geworden sokken uitwring, begint het te regenen.
Bolsterturf
863
's Avonds om zeven uur met nog maar beetje rugpijn naar het werk gereden. Onderweg moerpuinpad in en uit gelopen. Niks bijzonders waargenomen. Maar bij aankomst op het werk zat een blauwe doffer – geen tamme vogel - zich tegoed te doen aan weggeworpen broodkorst.
Bolsterturf
864
Vrouw heeft een hekel aan vliegen en muggen in huis. Daarom plaatste vanmorgen een vakman het nog na te leveren hor in de toegang tot het terras. Dit op zaterdag, omdat zij gister een telefoontje kreeg van zijn baas dat het op maat te maken hor klaar was, en vooral ook omdat ze beslist niet nog een weekend met midden in de zomer potdichte tuindeuren wilde doorbrengen. Vrouw was toen de man klaar was met z'n karweitje meteen heel blij en tevree met dit laatste hor. Ze trakteerde vakman tevens vogelkenner op extra mok koffie met extra groot stuk koek erbij. En ik? Ik kreeg ook koffie en koek, ik haat insecten niet en verrek weer van de rugpijn. Dit laatste omdat ik zo lief was om gisteravond drie plantenbakken met planten er in te verzetten.
Bolsterturf
865
Net wakker mag om kwart voor zes Erpel kwartier kort uit over 't paadje langs de prikkeldraad. Daarna bike ik zonder hem mee te nemen meteen in mooie al zonne zondagmorgen om zes uur van chalet, op z'n gemakjes, want m'n rugpijn. Na tien minuten fietsen spot ik een vos. Die is zo te zien bezig met het uitoefenen van de muizenjacht. Voorzichtig rem ik, want m'n rugpijn dus. Maar hij heeft me al gezien. En dan beginnen vos en ik een spel mekaar observeren. Hij kijkt naar mij; ik kijk naar hem. Na een poosje kijken gaat hij staan, waarop ik verder fiets. Als ik na zo'n honderd meter weer stop met fietsen - omkijken gaat niet want mijn rugpijn! - en me dan voorzichtig omdraai, is hij weer aan 't muizen vangen. Ik fiets langzaam, en vanmorgen voor het eerst zonder rammeltasje aan het stuur dat mijn er aan komen kan verraden aan vossen, reeën, hazen en konijnen. Zo zonder tasje ben ik 15 km/uur stil spook in groene kleren in groene natuur en verras ik tientallen konijnen. Om half zeven laveit een mij goed bekend reepaar in weihoek waarin ik het niet had verwacht. Helemaal tegen provinciale weg aan lopen deze reeën, waarbij ze zich niets aantrekken van voorbij racende auto's. En ook een vroege mens op knetterende brommer wordt door ze genegeerd. Mij worden ze niet gewaar. Deze reeën, ze zijn best ver weg van me, zo'n dikke honderd meter ver. Met ochtendzon in de zere rug krijg ik ze toch goed op blauwe foto. Kwartiertje - dit is weer zo'n morgen van ongeveer elk kwartier iets het vermelden waard zien, maar dan gewoon te veel om allemaal te vertellen - na de blauwe foto bike ik over brede puinweg de bleke bossen in. En dan staat ze daar opeens, een mij ook bekende mevrouw Rikke. Zij hoorde me niet aankomen. Ze zag me echter wel! Ja, ze zag me eerder dan ik haar. Pats! knijp ik in de remmen. Net voordat ze afspringt, door veldbloemen, rog en onkruid het bleek bos in rent, lukt het me haar digitaal te vangen. Kleine twee kwartiertjes verderop, en helemaal aan de andere kant van 't bleke bos, spot ik op smal paadje weer een rikke die ik goed ken. Ook zij hoorde mij op m'n bike niet komen. Zij zag me ook niet. Zij is bezig met snoepen. Zij zoekt malse blaadjes aan jonge berkjes. Zij komt op me toe, alsmaar sneukelend. Zij is mooi van lijf en van dos, slank en gracieus, een prinses, nee de koningin van dit bleke bos. Maar dan ontdek ik rechts van haar heur kindjes. Terwijl ik die probeer te vangen in cameralens, schreeuwt zij opeens bèh! bèh! bwèèèh! Ik kon er niets aan doen, ze liep te ver door, ze zag me of ze kreeg verwaaiing van me. Ja, ze zal me, ik gevaarlijke en stinkende mens, hebben geroken. Weer twee kwartieren later, wanneer ik fiets door landschapsmengelmoes van bosjes, wei en maïs, laveit er voor maïsmuur - ver achter deze groene muur de torens van Providentia - een ree, aan gedrag en houding te zien een volwassen rikke. Zo mooi, dit ree, dit landschap. Bijna wil ik het prikkeldraad en de twee enorme giertanks vlakbij vergeten. En dan laat om kwart over acht op zandpad tussen bleke bossen en de Pan een boerin een dikke labrador uit. Ook zij is dik. En ze heeft zwart haar en korte zwarte pon aan. Onder de pon een paar stevige witte benen en dikke witte billen. Als ik in 't voorbij fietsen naar haar gezicht en in het ponnetje kijk, groet ze met een glimlach. Om half negen bijna weer chalet thuis, loopt er dan aan overkant van wei en voor maïs en panbossen een ree dat uur later op foto geen ree blijkt te zijn. Ach, een man kan zich wel 'ns vergissen, zeker als zijn gedachten niet meer bij zijn rug maar bij benen en billen zijn.
Bolsterturf
866
We kwamen laat te bed, vrouw en ik. We dronken tot na middernacht wijn, buiten voor 't chalet. Daarbij genoten we van vleermuisjes, van een uil en van elkaar. Half uur later en midden in de bleke bossen erger ik me aan een man van Brabants Landschap. Deze man - man die zich ook wel eens met een jachtgeweer bij zich in de bossen ophoudt; ook man die me onlangs naar mijn naam vroeg - komt me in zijn bruinrode auto achterop over smal en met grassen begroeid pad. Erpel en ik maken ruimte voor hem. We gaan naast het pad staan, half achter een dikke den. Als hij voorbij rijdt, groet hij niet. Ook ik vergeet mijn hand op te steken. De lul, denk ik, hij zal wel weer dood te schieten reeën aan het dubbel tellen zijn. Maar als dan de bloeiende calluna er opeens is, pal en paars voor me ligt onder gouden zon in blauwe hemel, vergeet ik man en Stichting Het Noordbrabants Landschap, zet ik me op stam van omgewaaide boom en zeg tegen Erpel: "Vrij! Zoek muis!" Na een verdere morgen en een voormiddag van douchen, eten, anderhalf uur lezen in de zon, half uur programmeren en uur schrijven, en ook nog anderhalf uur overleg hebben met de jongens van de club, bike ik, en rent Erpel, over zand- en puinpaden, gaan we langs maïs, aardappelen, bieten, weiden. Als we voorbij plas, poel of sloot komen mag Ep even zwemmen. Maar dan, om paar minuten voor vier, loopt er een (mij goed bekende
Zo mooi! Een moeder Rikke met heur kalfjes. Een mooie reebok ook. Elke reebok is mooi, toch?
Bolsterturf
867
Na donkere zomerdag is er de zonnige avond, waarin ik mag gaan werken. Ook vanavond wandel ik onderweg arbeid toe een puinpad door moerasgebiedje in en uit. Terwijl ik daar sneeuwwitte vogelpoep aan onder eiketak kwart baksteen vastgekoekt op foto zet, breken en plonzen opeens twee reeën door moer en poel, zit een grote bok een bokje achterna.
Bolsterturf
868
Somber beeld in somberavond:
Straks zal hun eigenaar wel komen, De havik boven 't pad spot ik te laat,
Bolsterturf
869
Regen. Alsmaar regen. Buitensporig regen. Nu is 't weer avond, bijna nacht, is de regen eindelijk opgehouden,
Bolsterturf
870
Rikke.
Bolsterturf
871
Ik wandel met vrouw en Erpel. We lopen voorbij akkers, hei en weiden, de bleke bossen in. Over veldweg tussen bos en maïsveld komen we bij een wei, waarvan drie reeën vluchten. Waarom rennen deze reeën halsoverkop het bos in? Vrouw vertelde zachtjes, bijna fluisterend. Erpel volgde keurig aan de voet. En de wind waait op ons toe. Ons drie kunnen deze reeën onmogelijk vroegtijdig hebben opgemerkt. Maar dan komt het antwoord aanzweven: een luchtballon.
Bolsterturf
872
Fietsen. Biken. Ik. In lieve zomeravond. Bleke bossen toe. Erpel mag niet mee. Die mocht vanmorgen al met me mee, fietste ik, en rende hij, de anderhalve kilometer enkele reis ondiep ven met ruig en rond eilandje daarin toe. En wij samen, hij en ik, ook weer naar park en chalet terug natuurlijk. Toen, vanmorgen dus, was er haast bij, moesten Ep en ik beslist op tijd weer thuis zijn, want mijn vader, twee zussen van me, twee zwagers, m'n dochters, schoonzoon en vriend, en niet te vergeten Martijn, moesten tijdig bij parkingang opgevangen. "Mooi! Jullie woon'n min'n in 't veld," aldus overopa. Feest dus. Feest ter ere van overopa Berend, zijn kleinkleinzoontje Martijn en 't nieuw chalet. Koffie vooraf. Borrel vooraf. Borrel erbij. Borrel na. Borrels. Ook bier en cola en appelsap, en voor vrouw koel wit wijntje. Ook koffie na. Met kersen- en abrikozenvlaai. En slagroom. En worstebroodjes met soep waarin laurierblad van eigen terras, en weet ik veel wat allemaal nog meer aan rare blaadjes erin. Dat alles groen geplukt van vrouws kruidenkweek. Ja, ze deed haar best. Mooie lieve sloof. Ik kan niet koken. Geeft niks, toch? Er was in ieder geval genoeg, want er bleef over, maar tuurlijk blieft ook Erpel worstebroodjes. Eventjes maar wat geblèr, toen Martijntje z'n hypermodern min of meer digitaal speelgoedjengelhuisje omtrok en hij z'n koppie stootte. Niet zo erg, welnee, want ook met blauwe plek op kinderkoppie smaakt kinderlimonade. Nu de visite onderweg huistoe is, en vrouw bezig met volproppen van haar vaatwasmachine, bike ik dus twee uurtjes me voorgenomen verblijf bij wei en maïs en in bleke bossen toe. Opeens rem ik bij iets droevigs: dood koekalfje in wei. Werd het dood geboren? Of stierf het meteen na geboren worden? Is het, was het te dikbil dikbilkalfje? Strop voor de boer. Ik voor mij heb meer meelij met de moeder die ligt bij haar kalf, moeilijk opstaat, strompelt, haar kop neigt naar haar kind en bloedt. Maar toch best goeie veeboer hoor, de eigenaar van deze dieren. Gisteravond tegen schemer zag ik hem nog kijken naar zijn in verwachting koe. Zijn andere koeien hebben allemaal al 'n kalfje, wat ze bij zich mogen houden. Ik jakker door bleke bossen. Hard. Snel, voel geen rugpijn meer. Bijna bij Strabhei troepen canadaganzen, kieviten en spreeuwen in pinkenwei bijeen. Ik jakker langs de draad en jaag ze hoog, alle vogels allemaal. De pinken, nieuwsgierig jong vrouwvolk, dertien tel ik er, kijken dom naar me. Plots spot ik ze door de dennen heen, knijp ik weer in m'n goed geoliede, en daarom pieploze, remmen, staan daar mij bekende reebok en zijn rikke. Bok achter zijn geit. Nog is de reebronst niet voorbij. Nog hoopt hij op poosje prettig samenzijn met haar. Nog zwerven heur twee kalfjes hier ergens helemaal alleen, maar waar precies toeven die in deze zomeravond, in deze bleke bossen waar van Stichting Het Noordbrabants Landschap op reeën schieten mag. 't Knopbokje, 't zelfde bokje als dat van gister, laveit op wei, achter maïs achter bos. Als ik stop en vlugge foto van hem en z'n knoppies maak, kijkt hij op zijn beurt naar mij. Pas wanneer ik verder bike sprint hij het maïsveld in. Dan parkeer ik m'n bike in de maïs, loop ik langs maïskant, tot aan andere wei. Op gras met klaver laveit de rikke van gisteren met heur kalfjes. Zij is een goede moeder, zij let goed op, zij zekert veel. Toch zag ze me niet komen. Na minuut of tien leidt ze haar kroost greppel in, gaat alle ree plat in deze greppel, zijn ze opeens alsof uit de wei, alle drie. Tuurlijk laat ik ze gerust, want ben geen man met schietgeweer. Kwartier na deze rikke en heur kalfjes, en voorbij onder meer een wezeltje, wat verwegge reeën en een heel ver haas, kijk ik naar een bleek oranje schijfje zon, waar achter dreigend gerommel in loden lucht: onweer op komst. Zo snel mogelijk trap ik chalet toe. Dat snelle hou ik niet vol, 'k moet wat langzamer aan, voel verdomme weer m'n rug. Bijna bij chalet ratelt er donder. Met bliksemschicht en eerste dikke regendroppen bike ik de blokhut in, keft in chalet Erpel blij me welkom. Hoewel 'k ook nu op tijd thuis kom, niet eens nat, moppert vrouw op me, terwijl ze trakteert op nog 'ns groot stuk abrikozenvlaai met slagroom en glaasje brandewijn met bruine suiker.
Bolsterturf
873
Zon van tussen witte wolken glundert bij tussenpozen over Peel en Kempen. In deze zo nu en dan korter of langer zonneschijn rent Erpel naast me, bike ik met hem langs boskant, langs heideveldje met Schotse hooglandsen en schapen, voorbij wei met koeien met kalfjes - het dode kalfje van gisteren is al weggehaald. Ook bike ik onder meer voorbij twee in wei verwegge reeën die ruime cirkels makend achter elkaar aan zitten maar me te vlug maïsveld inrennen. En dan valt een boer die hoekje aardappels van bunders groot aardappelveld aan 't uitdoen is op.
Bolsterturf
874
Na het avondeten - vandaag voor 't gemak 'ns boterhammen met gebakken ei - gingen vrouw en ik buiten zitten lezen, eventjes maar lezen, want warme aanwakkerende zuidwestwind woei harde eikels uit de eik die pal voor ons chalet staat. Met in m'n hoofd de gedachte dat zo'n puntige eikel je best pijnlijk kan raken, lukte het me niet om Simon Vestdijk (1898-1971) in zijn lange zinnen goed te begrijpen. "Zal het droog blijven? Even nog vossen en reeën kijken?" opperde ik daarom voorzichtig.
Nog maar net van huis observeerden we, vrouw en ik, Erpel was druk met snuffelen en muizen, aan Providentia-bosrand door de 10 x 50 kwartier kort een rikke die laveide onder prikkeldraad. "Ze is alleen... 'k Zie nergens haar kalfje of een bok," mompelde ik wat ontevree.
Bolsterturf
875
Vandaag wandelden wij niet, want nog is mijn rugpijn niet over. Bijna de wei bereikt waar vrouw en ik in onze blauwe klapstoeltjes, Nadat ik paar honderd meter was terug gereden,
Bolsterturf
876
Om tien voor acht fietste ik van chalet, met de vrij krachtige westenwind het eerste stukje op weg naar Bleke bossen, Pan en Boksenberg in m'n rug die ook nu ik dit stukje tik nog altijd zeer doet. Tot negen uur bleef het droog. Daarna fietste ik drie keer door regen, in ondanks de harde wind milde augustusbuitjes. Zomin als ik vinden dieren regen fijn. Daarom spotte ik vanmorgen weinig wild en vogels? 'k Zag alleen maar een buizerd en wat konijnen, kraaien, kieviten, houtduiven, spreeuwen, eksters, gaaien, mezen, vinken en merels. En in de Pan, vrijwel onder dubbele hoge zit, een reegeit in gezelschap van een zeker vijf jaar jongere bok. Ouwe snoepgeit dus. De twee oranje verliefden zaten elkaar achterna, maar kregen me vroegtijdig in de smiezen. Dat omdat de wind van mij af en naar hen toe woei. Laten wij bidden dat de hoge zitjagers niet geit of bok zullen doodschieten.
Bolsterturf
876a
Akelig? Nee fijn! Samen zitten lezen voor chalet - vanwege 't klote zomerweer allebei met trui aan - en dan schrikken van de doodsschreeuw van een konijn, korte schreeuw door merg en been, vanuit de maïs. Erpeltje die naast me lag, vliegt overeind, met zowat al zijn haren overeind. Kater Bolleke komt halsoverkop de blokhut uitrennen, gaat met dikke staart naast Erpel staan. En als die twee dan grommend en blazend naar het maïsveld staren, vraagt vrouw: "Wat was dat?" Vanaf puinpad zien vrouw en ik dan kwartier later een Rikke en haar kalfje rennen. Die twee vluchten wei af, bos toe. Waarom ze rennen, komen we niet achter. Ze hebben in ieder geval geen haast omdat wij er aan komen, want daarvoor zijn ze te ver weg. Terug fietsend chalet toe, genieten vrouw en ik van boerenzwaluwtjes. Die zijn bezig met de mugjes- en vliegjesvangst. Ze zwieren en zwenken, voor vlammend ondergaande zon, over hei en bos en zonnebloemen en wei met koeien en kalfjes. Als vrouw naar 't zuiden toe wijst, zijn daar de beide torens van Huize Providentia, waarachter, straks, na thee en wijntje, het slapen fijn zal zijn. Scherp en hoog staan deze torens, tegen smalle reep witte wolken, waarboven dreigend donkerblauw een bui. Maar vanaf tien uur zitten we nog paar uur voor chalet, vrouw en ik. Zij met in wit glas groene thee en ik met Rheinhessen weiß in m'n groene wijnglas. Erpel dronk dorstig geworden van het naast bikes rennen al gretig kraanwater. Die vermaakt zich met een gedroogde bullepees. En dan landt er een grote, stille vogel, uil? bosuil? in wei voor chalet. Muis dood? Vleermuisjes fladderen, grillig en snel, over onze glazen als ik haar lippen kus, haar knieën streel. Ja, zo is het leven goed in het Brabantse land.
Bolsterturf
877
Met felle ochtendzon in m'n gezicht en beetje rugpijn nog maar, bike ik van chalet, ga ik op weg naar bleke boswei waarop ik gisteravond een moeder Rikke en haar kalfje zag, kom ik net op tijd om, vanmorgen zowat pal tegen zon in, deze moeder Rikke en heur kalfje weer 'ns zelfde wei uit, over zelfde reewissel heen, bos toe te zien rennen. Ditmaal gingen ze op de loop voor een over 't puinpad aanjakkerend in fel geel gestoken groepje jonge mannen op renfietsen dat luidruchtig schreeuwt. Het lijkt wel of de zon altijd in verkeerde hemelhoek moet staan, denk ik als ik vlugge foto maak. Maar, corrigeer ik m'n gedachten dan meteen, erger is dat reeën altijd en overal moeten vluchten voor de mens. Om acht uur ben ik terug chalet, laat ik Erpel uit over 't paadje langs de prikkeldraad, en dan kruip ik weer met hem bij vrouw en Bolleke in bed, draai ik me op m'n rug, voel ik niks geen pijn meer, val ik meteen in slaap. Wanneer dan vrouw - 'n andere vrouw: zo denk ik eventjes in m'n wakker worden - me om kwart voor elf wakker maakt is ze naar de kapsalon geweest, meen ik dat een jonge meid me wakker maakt en maait pachtboer, voor de derde keer al dit jaar, zijn wei tussen park en bos.
Bolsterturf
877a
Om kwart voor vier wandel ik met m'n jonge meid Na foto's maken en na dik uur wandelen door het bos, komen we weer op zelfde plek uit, mag ik van achter eikelzware tak nog 'ns foto's maken van deze moeder Rikke, en nu ook van haar kalfjes, laveien ze gezellig gedrietjes bij mekaar, aan boskant, in wei met volop witte klaver. Zo mooi! zo feeëriek! zo sprookjesachtig lief, zo bijna onwerkelijk, zo voor de slang in Hof van Eden-achtig. Na weer half uur wandelen wijst vrouw opeens: "Kijk! zo raar, dat blauw..., daar tussen de bomen." Wanneer ik ook het blauw zie, meen ik eerst: "Gewoon de blauwe lucht", maar dan verklappen zoomlens en 7 x 50 dat het om een midden in het bos opgezet tentje gaat. Dit tentje staat ons niet in de weg. Beter een tentje in het bos dan een hoogzit, nietwaar? Maar alles lieve wordt gruwel, als vrouw en ik op weg terug naar chalet in wei naast armzalig Het Brabants Landschapheideveld ontdekken dat van kuddetje koeien met grote stier erbij de watervoorziening is omgekieperd, waarschijnlijk door de stier. Terwijl ik probeer om door prikkeldraden boven elkaar heen het zware ijzeren geval, wat tussen zomaar ook prikkeldraden op het gras ligt, weer op zijn pootjes te krijgen, komt mijn wijsvinger tussen ijzer en hoorn van de stier terecht en vindt vrouw uit dat een moederkoe met kalf drie kleine tepels en één grote tepel heeft. En, wat erger is, die éne grote tepel bloedt en is helemaal bedekt met vliegen. Als ik het aan vee waterbrengend ding eindelijk overeind heb, zie ook ik dat het op de bloedende tepel krioelt van de vliegen. En dan is er even daarna ook nog mijn ergernis om de eigenaar van een roodbruine terreinwagen die bij oude boerderij staat geparkeerd. Deze eigenaar, hij is hagelschutter, kogelschutter en bal gehakt, en hij is iets bij Brabants Landschap. Ach, te veel immorele mensen. Toch is het door vrouw geplukt boeket van bloeiende calluna heel mooi, zoals het daar in oude vaas van Rhodos paars staat te wezen in haar chalet.
Bolsterturf
877b
In laatavond bike ik bleke bossen toe, doe ik dit voor de derde keer vandaag. De koe met kapotte tepel, haar boer is geweest, 't slordig in wei liggend prikkeldraad opgeruimd, de watervoorziening nog zoals ik die vanmiddag op pootjes zette, staat me aan te kijken als ik bij haar stop. Dan, paar minuten maar voorbij stier, koeien en kalfjes, laveien in avondschemer twee reeën in wei. Zonder kijker herken ik ze niet. Zonder statief bij me kan ik ze niet goed op foto krijgen. Dat op foto krijgen lukt me ook niet met het knopbokkie dat, meer dichtbij dan de andere reeën, verwaaiing van me krijgt en voor weipaal staat, alsof staande dood, zo stil. En dan ben ik weer thuis en tijdens 't Erpel uitlaten over 't paadje langs de prikkeldraad opeens heel blij, voel ik geen spierpijn meer, kan ik weer krom, met rechte benen m'n lijf voorover buigen en dan met mijn vingers het pad aantikken. Toch moet ik nu ik deze zin tik aan haar denken, aan de koe met kalf en kapotte tepel.
Bolsterturf
878
We fietsten een zaterdagje, vrouw en ik, op onze mountainbikes en met Eppie in z'n hondekarretje ook mee, naar Achelse Kluis en Leenderheide en verder nog naar de bossen van Belgisch Beverbeek. Nou ja, Eppie ìn z'n karretje? Hij rende meer mee naast vrouw en ik dan dat hij in het wagentje zat. Wil hij gewoon niet, stil zitten of liggen in z'n wagentje niet. Hij wil alsmaar rennen. Het is voor zijn eigen veiligheid en voor zijn voetjes dat we hem als het over verharde wegen gaat aanlijnen in zijn karretje. Vanaf kampeerpark reden we Sterkstel uit, Leende toe, alsmaar rechtdoor, langs veenmuseumpje van paar meter rails waarop één lorry en vervolgens voorbij de echte spoorlijn. Net na de spoorwegovergang fietsten we voorbij grote zeker weten peperdure landhuizen. Ook kwamen we voorbij lieve weitjes en leuke akkertjes en min of meer gekanaliseerde stroompjes waarin een ijsvogeltjes dat we niet zagen zou hebben kunnen vissen. Daarna stond er in Leende een kermis midden op straat. Voorbij dit Leende, met z'n zo vroeg in de zaterdag, tien uur 's morgens, nog kleuterlege draaimolen, maar ook met z'n kraaien, roeken, kauwen, houtduiven en drie mussen van de dag in een ouwe heg, kwamen we in het gehucht Strijp, waar we bij koffiehuis tevens restaurant De Hospes cappuccino bestelden, alleen maar cappuccino want ons is Nederlander zodat we brood en koek van huis meenamen. Tuurlijk aten we dit laatste pas later op, pas toen we languit in de hei pauzeerden. Terwijl vrouw en ik onze cappuccino genoten, vertelde de De Hospeseigenaar een verhaal over besjes aan een struik die zomer en winter mooi groen staat te wezen aan zijgevel van zijn koffiehuis. "Van het eten van één van deze besjes vallen koe en paard om," verhaalde hij, "maar vogels niet. Weten jullie waarom een vogel niet?" Waar komend uit Leende voorbij de kern van het gehuchtje Strijp de verharde weg ophoudt en een grote, smalle strook bos begint, kwamen we de Leenderheide toe voorbij een enorme bioschuur temidden van koelege grazige groene weiden . Een jonge boer op tractor reed net een enorme baal hooigras de schuur binnen. "Kijk!" wees ik, "moderne boer is bezig." Vrouw lachte daarom niet, maar keek me droevig aan zei: "Ja, weer zo'n lul die ze altijd op stal heeft staan." Voorbij deze klote schuur van jonge boer die zijn koeien heel weinig bewegingsvrijheid geeft, en ze helemaan niet het genot van buiten weiden gunt, mocht Erpel voor de tweede keer uit zijn wagentje, dook hij meteen een sloot met weinig water en veel kroos in. Toen vrouw daarom op hem mopperde, begonnen in bosje aan padkant een gaai en een roodborst te schelden, de gaai het hardst. En toen, na kleine kilometer zandweg en even nog stevig trappen door mul weggetje in perceeltje larix, lag daar in al zijn stille paarsheid
de Leenderhei
voor ons, mocht Erpeltje rakken door bijna meter hoge calluna en gingen vrouw en ik onder douglas op een houten bankje zitten. Eventjes rusten, wat eigenlijk niet nodig was, want vrouw is nog fit alsof meid van vijfentwintig en mijn zere rug helemaal genezen, nacht over verdween daar zomaar ineens alle pijn, kou en stijfheid uit. Tijdens het, over smalle paadjes binnendoor, oversteken van deze heide mocht Erpel links en rechts wat rakken, ook van vrouw, en daarna weer even zwemmen in een vogelleeg ven . Erpel had dan ook geen dorst toen we, net de grens met België over, de Achelse Kluis betraden. Daar fijn in binnenplaats zittend aan een tafeltje, op makkelijke stoelen, en kijkend naar druk zwierende zwaluwtjes op muggenjacht, en ook - we bekennen - naar allerhande rare vogels van mensen - smaakte ons de donkere trappist overheerlijk. Een monnik in mooie kwasi vrome klederdracht die uit het restaurant kwam, knikte vriendelijk naar ons. Vrouw knikte terug, maar toen hij voorbij was mopperde ik: " Die klote monniken worden steenrijk van hun trappist ..., of hun winst op bier ons zal helpen in de hemel te komen?" Vrouw begreep dit niet van me, maar verlangde, gelukkig maar, geen nadere uitleg. Met matig trappist in 't lijf fietsten we - vrouw en ik dus - van Achelse Kluis de Belse bossen in. Vanaf zandpaden daar tuurden we de Vlaamse weiden af. Dat
in de hoop op een laveiend Belgisch ree
. Ging het opeens van piep piep piep - piep piep piep. Vrouws telefoon! Berichtje van de KPN
: "Welkom in België." Na kort tochtje langs mooie Warmbeek, waarlangs de bosbessen (die vorig jaar heel lekker smaakten) nog niet rijp waren, toefden we even bij midden in mooie natuur restaurant De Bever . Daar bij dat Vlaams eet- en drinkgelegenheidje is een mooie grote plas, waarlangs gekandeleerde eiken en amfibietunnels . En toen we in tijdnood gekomen België weer uit waren en flink doortrappend via Cranendonc met zijn vele irritante Staatsbosbeheerbordjes, Soerendonk en Maarheeze weer chalet toe fietsten, nu met Erpel weer in zijn karretje, moesten we van een verkeeersregelaar van politie net voor Sterksel een kwartier van de weg af, zagen we wel twaalf andere verkeersregelaars, ook van politie, op motoren voorbij komen gevolgd door een stoet fietsende mannen om het hardst, waar achter weer een lange rij auto's, zodat we toch een kwartier later dan gepland chalet thuiskwamen. Maar niets aan de hand, de visite was er nog niet, vrouw dus heel tevree en blij en mijn rug deed nog altijd helemaal niet meer zeer.
Bolsterturf
879
Tijdens tegen twaalven ontbijt in mooie, helaas nogal bewolkte zomerzondag, leert vrouw me na ons te lang uitslapen de namen van haar kruiden. Van noordoost via oost naar zuidwest toe pronken die in palissadebakken rond het terras. Het lukt me alsmaar niet om alle namen ervan te onthouden. Daarom wijst zij ze aan en noemt zij ze allemaal nog eens voor me op: maggie = lavas, laurier, valeriaan, basilicum, wijnrak, van deze weet ik de naam niet meer, venkel, van deze weet ik ook de naam niet meer, rozemarijn, citroen, tijm, bieslook, oregano, selderij en salie. Met de opdracht om in 't internet de kruidennamen die zij ook niet meer weet op te sporen, verhuizen we dan naar voor chalet, samen met Bolleke, Erpel, 06, boeken, paar flesjes gisteren uit Achel meegenomen trappist, liter tonic en liter koele witte wijn. Wel fijn dat ik 't opzoeken van de kruidennamen nog wat mag uitstellen. Tussen lezen en drinken door luisteren vrouw en ik naar spechten, eksters en gaaien en kijken we rontelom ons, naar spelende konijntjes in maïskant aan overzij van onlangs gemaaide wei, naar kraaien in de wei, naar een buizerd en blauwe duiven tegen witte wolken boven park en wei en maïs en bos, naar wat meesjes, naar de merels die nog jonkies hebben en om wie we moeten lachen als ze tussen grote bolle laurierstruik en maïsveld de wei oversteken en dan heel druk en zenuwachtig doen. Deze merels, die hebben het ontiegelijk druk. Hun net nog niet vliegvlugge jonkies in de voor sperwer, boomvalk en havik veilige laurier willen alsmaar eten, en om dat eten te halen moeten pa en ma wel naar de overkant. Eigenlijk heel gemeen om zo'n vogel die eigenlijk niet durft maar wel moet oversteken uit te lachen. Na het avondeten, een mens vreet en zuipt wat af, is er een film die vrouw wil zien op televisie, maar die ik niet hoef te zien. Liever dan film kijken ga ik met bike, camera, kijker, statief en Erpel nog een uur naar bleke boswei. Bijna de wei bereikt, lawaaien er misschien wel duizend spreeuwen in een alleenstaande eik. Plots spatten deze vogels - allemaal - boom uit, zijn ze ineens Bolsterturf vol zwarte punten geworden, zwarte vogelwolk die me poosje het zicht beneemt op wassende maan tussen grijze wolken. Nog maar net bij de wei aangekomen, betreedt knopbokkie gras- en klavergroen. Zo mooi parmantig zijn blankwitte geweistangetjes! Hij blijft klein half uurtje, gaat dan weer op zelfde plek als van waar hij kwam het bos weer in. Maar dan staat er opeens een rikke, een mij bekende moeder van twee kalfjes, veertig meter voor me ongeveer, aan maïswand in de wei. Zij zekert links, zij zekert rechts, wel minuut of vijf aan een stuk. Is er iets wat ze niet vertrouwt? Ze gaat de wei niet op, Ze gaat terug, de maïs weer in. Een half uur ongeveer blijft op drie konijntjes na de wei wildleeg. Maar er zijn gaaien die achter me lawaaien in het bos. Net als ik hoop op komst van vos met welpen, staat dan de rikke van daarnet weer voor het maïsveld. En nu loopt ze wel de witte klaverwei in. Zestig meter achter haar en twintig achter mij ligt Erpel op het pad. En die ziet haar ook deze keer. Daarom gaat hij, goed wetend dat hij dat niet mag, in starthouding staan. Gelukkig merkt de rikke niet dat ik hem met armgebaar weer "afffff!" dirigeer. Wanneer Erpel dan weer ligt, zijn er ook Rikkes kalfjes. Die huppelen vrolijk achter hun moeder aan. Tot ze alle drie plots stil staan, de lange oren gespitst. Nee, de reeën ruiken, horen of zien Erpel niet. Die ligt heel braaf af op 't pad achter me. Ikzelf ben de rustverstoorder, omdat ik moet niezen.
Bolsterturf
880
Somber en nat de dag
Bolsterturf
881
Het regent als ik opsta en het regent alsmaar door. Ook tijdens mijn om zes uur binnendoor werk toe rijden regent het, nog altijd. En tegen middernacht, op weg terug naar thuis, regent het harder, rijd ik door plensregen nog 'ns binnendoor.
Bolsterturf
882
In vroege avond onderweg naar 't werk stop ik - zoals zo vaak - bij doodlopend puinpad, loop ik dat pad in tot ongeveer halverwege, sla daar linksaf en dan voorbij de groene bijenkastjes van opa Imker zie ik door groene wilgenbosjes in onlandweitje de twee bruine ruggetjes van laveiende reekalfjes nauwelijks drie maanden jong, maar 'k heb dikke pech: terwijl 'k de camera uit de draagtas gris waarschuwt hun moeder hen, kreeg zij verwaaiing van me, rennen ze achter haar aan, door groot gat in schapengaas het donker zompig Sangmoer in.
Bolsterturf
883
Met Erpel met me meerennend bike ik in mooizomeravond tegen halfacht bleke bosrand toe, over pad tussen wei en bos, over ander pad voorbij bungalow met blauw zwembad en Duitse staande jachthond altijd in zijn hok of ren, voorbij andere bungalow waarbij grote tuin waaruit altijd muziek komt, en ook voorbij oude Duitse herdershond altijd als ik de oude boerderij met rood pannendak passeer in zijn gevangenisje. Zo zielig, deze honden. Zulk klote volk, hun eigenaren. Tenminste, dat vind ik. Maar ja, het mag, je hond altijd opgesloten hebben, ook in Nederland waar men onder meer kippen, koeien, vissen en varkens nog veel beroerder huisvest. Bijna bij de wei waarin ik een koe met kapotte tepel weet zwiert een ovale wolk spreeuwen, telkens heen en weer, alsmaar voorbij een alleenstaande eik. Het is alsof de spreeuwen aarzelen: gaan we wel of gaan we niet met z'n allen in deze boom zitten? Wanneer een andere, een grotere en rondere spikkelwolk van spreeuwen nadert, gaat dit spreeuwovaal op in de ronde wolk die groter geworden achter boskant uit zicht verdwijnt. En dan zijn er in het avondblauw nog maar wat blauwer duiven, twee zwarte kraaien en een torenvalkje over. De koe met zere tepel en de koe wier kalfje 2007 doodgeboren weiden rustig. Ik maak van ver paar foto's van ze, want de grote stier kijkt aan één stuk door dom maar dreigend naar Eppie en mij. Met hem in de buurt waag ik me niet over de prikkeldraden met schrikstroom. Even later, wanneer Ep en ik staan te kijken over weiden tussen bleke bossen en Somerense gemeentebossen, komt er een man op een motor aan. Die man komt 'ns naar me kijken, want hij zag me vaker en hij woont in de buurt. "Daar aan dat doodlopend verharde weggetje, waar altijd die ouwe collie naar je hondje komt kijken," zo wijst hij me. En dan heb ik een leuk gesprek met hem, over buiten wonen, over boeren, over jacht en jagers, over reeën, hazen, vossen en konijnen. Wanneer deze sympathieke jonge kerel is weggeronkt op z'n zwarte BMW, loopt tegen achten m'n knopbokkie in zelfde klaverwei als vorige keer - maak je reeën niet bang kan je ze terug verwachten op zelfde plek. m'n knopbokkie? Mijn knopbokkie? Ach, ik verbeeld me maar dattie van mij is -, hij zekert zo vaak, maar ook zo onvolkomen, de wind waait naar Erpel en mij toe en zijn ogen kunnen ons niet zien zolang we niet bewegen. En m'n knopbokkie, m'n bokkie met z'n zwarte snoetje en z'n olijke blanke knoppies, hij snoept zo argeloos de klavertjes en hij pist, niet wetend dat mens en fox hem gadeslaan. Naar hem kijken, da's simpelweg genieten. Tenminste, dat vind ik. m'n Erpeltje denkt daar, denk ik, weet ik, iets anders over.
Bolsterturf
884
Erpel vocht en raakte gewond. Hij knokte met de hond - een bastaard van alles en nog wat iets groter en forser dan hij - van de autohandelaar die woont langs verharde weg grenzend aan parkbos. Het gebeurde vanmorgen, net na half twaalf toen hij tijdens het hem uitlaten langs de prikkeldraad te ver van me vandaan rakte, alleen op stap ging dus. Ik zag niets van het gevecht dat maar evenjes duurde, hoorde het alleen maar: een grommen en grauwen van jewelste, naar schatting honderd meter van me vandaan. Nadat de vrouw van de autohandelaar haar hond had geroepen en het weer stil geworden was in 't bos, akelig stil, ik dus maar "Erpullllllll" schreeuwde in die akelige stilte, rende hij best hard op me toe, zag ik niks aan hem, maar gaandeweg de middag werd hij alsmaar langzamer. En nu ik hem grondig onderzocht, blijkt hij een gat in zijn linkerpoot, linkerbil te hebben, bijtwond. Eigenlijk meer kapot gescheurd vel dan een vleeswond. Toch deed vanmiddag en vanavond z'n poot hem flink pijn. Tijdens mijn onderzoek jankte hij toen ik zo'n tien centimeter boven het gat in z'n huid met mijn vingers op zijn bil duwde. En vanavond toen ik terugkwam uit de bossen bleef hij onder de tafel liggen, deed hij heel erg zielig, alsof zijn hele poot eraf zal moeten. Toch vrat hij wel zijn eten helemaal op. En ook accepteerde hij een varkensoor. Om acht uur fietste ik, zonder Erpel dus deze keer, bleke bossen toe, maakte ik net park af foto van ondergaande zon. Vijf mins na deze zonnefoto van me, ontmoette ik de de eigenaar van het vee waar ik gisteren over verhaalde, gaf deze man het kalfje van zijn vijftienjarige zwarte spikkelkoe - hij bewees me uitvoerig dat deze koe inderdaad oud is - te drinken uit de uier van zijn jonge rode koe wier kalfje van dit jaar nog geen dag oud mocht worden. Terwijl hij het kalfje hielp met drinken raakten we in gesprek, vertelde hij dat het kalfje van de oude koe niet dood geboren werd, maar door de stier doodgedrukt. Zeker weet ik dat niet, vertelde hij me, maar het zou goed kunnen. Na gesprek met deze boer die ik mag, ging ik half uurtje staan wachten op wild, aan rand van bos en maïs, met optimaal zicht over weiland. Terwijl ik mijn statief opzette zweefde een grote buizerd over de wei en trad een rikke uit de maïs. Vijftig meter achter me stak zij het pad waarover ik vijf minuten tevoren nog fietste over. Meteen na haar renden ook haar kalfjes maïs uit, bos in. Bij gebrek aan foto van boer, koeien, stier, koekalfje, ree, vos, haas, konijn, buizerd en havik maakte ik voor naar huis toe gaan een foto van helemaal niet ronde maan.
Bolsterturf
885
Vandaag, zaterdag, de eerste dag van 'ns helemaal vrij weekend, deed ik onze chalettuin: 't gazon gemaaid, rontelom tussen bomen en struiken gewied, geschoffeld en geharkt, ook wat gespit en gesnoeid, waarna weer beetje rugpijn. Moest ik vrouw toch gelijk geven dat m'n zowat te erge rugzeer niet alleen maar kwam van zwemmen in te koud water. Wat de precieze reden van deze gruwelijke spierpijn dan is geweest? Dat doet er niet toe. Belangrijk is dat de pijn helemaal over was, nu ik dit type weer bijna helemaal over is en dat ik weer krom kan. En niet minder belangrijk het blije feit dat 't met Erpels kapotte achterpoot, hoewel er vocht zich ophoopt boven het kniegewricht, het ook al stuk beter gaat. Vrouw en ik zijn het eens: nog maar dag aankijken met die poot. Mijn rug niet naar de dokter, dan Erpels bil ook niet, tenminste niet zolang hij geen koorts heeft, al z'n vier pootjes gebruikt bij 't lopen en de bil niet nog dikker wordt. Eigen schuld, mijn zere rug. Eigen schuld, Erpels bijtwond, en dan dikke bult voor baas en hond, nietwaar? Moet hij maar niet vechten. Ja, vrouw zal best gelijk hebben als ze zegt dat Erpeltjes lichaam het vocht wel aankan, dat z'n lijf het zal opnemen en afvoeren. Meestal heeft zij het grootste gelijk - toch wou ik niet naar de dokter - en Erpeltje is taai als onze laat in het voorjaar nog gezette rode bosrododendron die nauwelijks groeide, al zijn krachten stopte in beslist willen bloeien.
Bolsterturf
886
Het wondvocht in Erpels gewonde achterpoot bleek vanmorgen goeddeels door zijn lichaam opgenomen. De gewonde bil was nauwelijks nog dik. Hoewel ons hondje bij betasten ervan nog wel pijn aangaf, mocht hij toch met vrouw en mij mee, gingen we kleine twee kilometer met hem wandelen, naar bleke bossen ondiep eilandjeven, tochtje waarbij we na elk kwartier lopen telkens minstens vijf minuten rustten. Al met al waren we dik drie uur van chalet, want het was heerlijk toeven bij het ven. Wel jammer dat er helemaal geen eenden en ganzen op het water zwommen, maar op de heenweg rende een rikke langs Huize Providentia-bosrand en zaten er veel konijntjes in heidezoom. Erpel mocht naar die beestjes alleen maar kijken. En tijdens ons aan het water zitten zweefde een buizerd aldoor boven het bos, riepen er spechten, koerden er duiven en twitterden er meesjes. Andere honden zagen we nergens en in totaal kwamen we buiten het park maar vier mensen tegen: een jonge man met raar rood petje op en een lief groetende jonge vrouw die juist hun auto parkeerden aan einde puinweg, en een ouder echtpaar op nieuwe fietsen dat hopeloos was verdwaald. Die jonge mensen gingen lopen met van die nordic sticks, iets waar vrouw en ik niet voor voelen, en het ouder echtpaar, iets ouder toch wel dan vrouw en ik en waarvan de vrouw aan vrouw de weg naar Sterksel vroeg, vond zowel Erpel als het ven heel mooi.
Bolsterturf
887
Juist toen ik om kwart voor zes in frisse ochtend via puinpad bleke bossen toe ging, bijna bij weide was waarop altijd wel een ree of haas, kwam een jonge vrouw uit nevelwei langs aardappelakker aanlopen, 't pad waarover ik fietste toe. Zij stapte flink door en ze had felrode trui en donkerkleuriger lange broek aan. Om haar heen dolde een zwart hondje Verrast door haar verschijning zwaaide ik. Zij zwaaide ook. En toen ik kwartiertje later met mijn kijker over nevelflardenweiden spiedde, kwam ze met heur hondje me achterop. Terwijl ik door de 7x35 in de verte 'mijn' knopbokkie heel mistig zag, koos zij zijpad de bossen in. Zal wel boerendochter met slecht weekend achter de rug zijn, dacht ik, denk ik. Of ze is jonge boerin die met haar man ruzie heeft over de kippen of de varkens of zo. Of ze is gewoon een meid die houdt van natuur en buiten zijn. Ja, waarom is ze zo vroeg al aan de wandel? Waaròm? Een man kan zich heel wat afvragen, maar, zo raar, opeens miste ik Erpels "pfffttt". Ik had hem zo graag even geraadpleegd, over dit moois in 't veld, maar hij mocht van vrouw niet met me mee om wild en vogels te gaan kijken. Zijn gewonde achterpoot is nog niet helemaal genezen. En toen vergat ik zomaar deze jonge vrouw met rode trui aan: 'mijn' knopbokkie stond in nevelflardenwei. Ik hoopte dat hij op me toe zou komen, in het maïsveld waarbij ik stond de dag zou willen doorbrengen. Toen hij juist de andere kant op laveide, te ver van me weg voor fatsoenlijk op de foto, besloot ik kilometer of vier om te fietsen, om zo via het ondiep eilandjeven, langs strook bosaanplant met verwilderde rog, en dan het laatste stuk over half verhard breed pad tussen gemeentebossen en bleke bossen hem met opkomende zon in mijn rug alsnog op foto te zetten. Anders dan in de weiden was het in het bos niet nevelig, maar bij het ven gekomen zweefden witte wolkenflarden over 't water. Het leek alsof dit nevelwit kringde rontelom het eilandje. Helaas, zo jammer, stond er geen ree voor ven en nevel. In de strook verwilderde rogge in bosaanplant, te vinden aan noordkant van de bleke bossen, hing de nevel in duizenden spinnenwebben, maar zo raar! nergens vond ik een spin. Ook niet toen de zon doorbrak en die glinsteringen toverde over de miljoenen blanke neveldrupjes in de webben. Nadat ik de aanplant boompjes en de rogge verliet, fietste ik een flink stuk over de lange grensweg tussen bleke bossen en Somerense gemeentebossen, richting Sterksel, zag ik van plek waar de bleke bossen daar ophouden - de gemeentebossen van Someren strekken zich dan nog verder uit, die gaan tot bijna aan de Pan en Boksenberg toe - met de zon in mijn rug weer "mijn" knopbokkie. Hij liep het maïsveld aan rand waarvan ik dik uur eerder naar hem stond te kijken in, gaf me nog net gelegenheid om drie verre foto's van hem te maken. Maar na knopbokkies verdwijning waren er drie hazen. Die hazen speelden over verwegge wei waarin ik rode en witte klavers weet. Ze zaten elkaar achterna door het natte gras, maar zo jammer, ze wachtten niet op me. Terug fietsend chalet toe besloot ik, zomaar een ingeving van me, nog 'ns langs het ondiep eilandjeven te fietsen, even kijken of de wolkjes nog om 't eilandje wilden kringen. Toen zag ik vanaf 't paadje dat voor de helft rond het ven loopt - de andere omtrekhelft heeft het ven geen pad, sluit het meteen aan op bos en ruigte - nauwelijks nog nevelwolkjes op het water. Maar ineens was er een ree, vlakbij, een bok. Deze kreeg mij niet in de smiezen. Hij krabde met zijn hoefjes in de humus, hij schuurde zijn stangetjes tegen boompjes, hij gedroeg zich erg baldadig, meanderde zo'n veertig meter voor me uit, bijna parallel aan het pad rond het ven waarover ik hem volgde. Zo jammer dat hij me geen vrij schootsveld gunde. Telkens stonden er bomen en struiken tussen hem en mij. Toch kwam ook hij, hoewel ook niet mooi, op de foto.
Bolsterturf
888
Na vandaag vijf keren met Erpel wandelen over 't smalle paadje langs de prikkeldraad, iedere keer driekwart kilometer meter heenweg, en dan ook iedere keer weer zelfde afstand terug, had ik konijntjes genoeg gezien, wou ik tegen acht uur in de avond nog vlug even alleen met bike, camera en statief naar bleke boswei waarop ik ree, haas en vos verwachtte. Dit voornemen van me werd echter niet waargemaakt, want toen Erpel bij mijn zonder hem de deur uitgaan nogal piepte en jankte, riep vrouw, van wie hij gisteren beslist niet mee mocht, me na: "Wat ben jij voor man? Kom maar terug! Je neemt hem mooi mee!" Om precies torenslag acht liepen we aan, Erpel en ik, naar andere, meer dichtbije wei. In deze wei spotte ik wat konijntjes en kraaien, niks geen vossen, hazen of reeën, maar de zon kleurde over natuurpark en bos de westerkim prachtig oranjerood. En, ook mooi, de dikke twintig vleermuisjes die voor bosrand langs om m'n oren dwarrelden, alsmaar door, en, minstens net zo mooi, het roepen van een bosuil, telkens weer: hoeoeoeoeoeoe - hoe-hoe-hoe - hoe-hoe-hoe - hoe-hoe-hoe - hoeoeoeoeoeoe, luid gehoeoeoe, oerkreten vol drift, passie en verlangen, alsof uit de tijd toen er nog geen auto's en computers waren. Tegen half tien kwamen we thuis, Erpel en ik, lag vrouw in bad, liep Ep nog - niet hard, ook niet mank - als een verwende haan. Ja, het gaat boven verwachting goed met zijn gewonde poot.
Bolsterturf
889
Soms kan een man wat mankeren,
Lol, luchtigheid en verbazing in de natuur? Bij Juffertje in 't Groen wel!
Bolsterturf
890
Dit type ik op mijn werk wat ik zowat zonder te hoeven lopen kan bereiken, waar ik met de auto naar toe kan, maar ik durfde twee dagen niet naar bos en hei, want ook gister en vandaag was augustus nat en fris. 'k Heb kou gevat in mijn rug. Is ook beetje kapot mijn rug. Eigen schuld, dit laatste, dat wel, maar verd... 't genezen schiet maar niet op. En ik wil niet niks doen in mijn vrije tijd, kan dat ook niet, niks doen niet, en 'k heb al zo veel gelezen en ik haat de televisie, mis dus de heide, het moer, de vennen en de bossen. Maar chalet thuis zie ik een haas, kraaien en konijnen op de wei, eksters en gaaien in de eiken en in de lucht een torenvalkje, spechten, blauwe duiven en buizerds. En Erpels gebeten poot is al helemaal genezen. Die mocht de laatste dagen met vrouw mee uit wandelen, heel 't park over, ook over 't paadje langs de prikkeldraad, nee, niet de poot alleen, Erpel helemaal. Maar Martijn kwam bij opa en oma op bezoek, in 't chalet. Martijntje, da's toch zo'n vlug lief ondeugend jochie. Zie hem 'ns lief staan kijken, voor heidetuintje en raam waar hij oma's hebbedingetjes allemaal van de vensterbank plukte. Niks is veilig voor zijn vlugge handjes, ook Erpel en Bolleke zijn dat niet. Daarom mag hij alleen maar met die twee spelen als oma of opa erbij zijn, want een jaloerse hond kan bijten en een zich geplaagd voelende kat gevaarlijk krabben.
Bolsterturf
891
Augustus 2007, een koude en natte zomermaand met zowat alle dagen regen en weinig langzame mieren op de mierenhoop naast 't paadje langs de prikkeldraad waarover ik paar keer per dag wandel. Met de mieren die in andere mierenhopen wonen was het en is het ook vandaag vast niet anders gesteld, met koud zomerweer zijn immers alle mieren langzaam. Met weinig langzame mieren bedoel ik in mijn eerste zin van dit columnpje dus niet dat veel mieren zich vlug en rap bewogen, maar wel dat maar een paar mieren traag, helemaal niet snel en vlotjes dus, zich over hun berg voortbewogen. Alle augustusdagen op twee na, ook in wind en regen, ook vandaag, wandelde ik langs de mierenhoop. Terwijl ik al wandelend wat rondkijk, naar vogels en konijnen en daarbij zoek naar de pootafdrukjes van haas, ree en vos, dolt Erpel dan door het bos, zich nauwelijks de tijd gunnend om te pissen en te poepen, dit laatste nooit op 't paadje. Je kan van Erpel zeggen wat je wil, maar hij is goed opgevoed. Hij doet het altijd netjes in de bosjes, luistert goed en volgt beter aan de voet dan menig afgerichte herdershond, maar tuurlijk heeft hij - zo goed als ik die veel heb - minpuntjes: hij rakt en vecht graag en beschouwt inmiddels heel het parkbos als zijn territorium.
Bolsterturf
index augustus 2007
|