|
Bolsterturfs natuur B o l s t e r t u r f s n a t u u r Dagboek november 2007
953
17 uur 45 wintertijd Tijdens mijn biken door windstille grijze dag is 't fijn genieten van alledaagse Bleke bossen saaiheid: paddo's met en zonder hoed; veelkleurig doodgaand blad; mezentwiet; spechteklop; gaaiekrijs en kraaiekras; en een schuwe, voor mij doodsbange, magere zwarte kat; en plus honderd eenden in drie soorten en zo'n zestig Canadese ganzen die drijven op het grootst verboden ven. De wilde eenden kwaken en kwekken, en de talinkjes fluiten over 't water, maar deze ganzen zijn rustig: die sliepen zowat allemaal en zijn nu stil boos op mij. 18 uur 25 wintertijd Huistoe spot ik geen reeën op de weiden, wel, te ver voor m'n cameraatje, op donker bietenland nu alweer zonder bieten, de driesprong van Providentia. Toch probeer ik, statiefloos in diepschemer, paar verre foto's. En dan net na half tien het eten op en tukkie gedaan, ga ik met Erpel naar uilen luisteren. De bosuil houdt zich stil, maar van rans- en steenuilen is er "kiewww" en "schriekkk". Zo jammer! Erpel geeft niet om uilen, die luistert liever naar gepiep van muizen. Om ze te vangen! Hij is wat muizen betreft weinig beter dan uilen en zijn huisvriend kater Bolleke. Bolsterturf, donderdag 1 november 2007
954
Vandaag in als gisteren sombere dag las ik weer 'ns de jeneverzuiperd J.C. Bloem, de gestoorde Gerrit Achterberg (die zijn huishoudster vermoordde) en de lieve mevrouw Margaretha Droogleever Fortuyn-Leenmans (wier gelatiniseerde meisjesnaam Vasalis is), en ook las ik nog andere dichters en dichteressen. En tijdens 't Erpel uitlaten heb ik wat lopen denken, niet lopen denken aan, maar lopen denken over dichters, zuiperds en gedichten.
Zo raar! Of toch niet raar? Ik vind vips, dichters, bazen, collega's soms moeilijker en minder integer dan mijn hond, woninglozen, ex-gedetineerden, zuiplappen en anderszins verslaafden. Maar tuurlijk zegt dit zo hier mijn geschrijf meer over mij dan over u en hen. Hen. Zo ik ze vertalen kon?
Bolsterturf
955
Toen het vanmorgen mooi droog weer was buiten sliepen vrouw en ik uit. Toen wij tegen tweeën in de middag naar de benzinebossen reden begon het te motregenen. Nadat we vijf berkjes, berkjes gemiddeld zo hoog als ik, en twee bospest (Amerikaanse vogelkers), bospest iets langer dan vrouw, naar onze tuin hadden verzet waren we vies en nat geworden van alsmaar motten, bruine bosbodem, zwarte tuinaarde en zwarter potgrond, moest ik met haar in bad.
Bolsterturf
956
Reeën zijn in de zomer veelal rood van dos, soms vlammend oranje, soms meer naar de bruine kant. Maar ook zijn er zwarte reeën, melanisten genoemd, en soms zie je gevlekte, de zogenaamde kakkerlakken. In de winter zijn zowat alle reeën grijs tot bruingrauw van kleur. Hoe jonger een ree, hoe vroeger het verhaart. Dit geldt voor voorjaar en voor najaar. Bij reeën hebben alleen de bokken een gewei. In de herfst werpen de bokken hun gewei af, de oude bokken doen dat eerder dan de jonge. In nawinter krijgen ze dan hun nieuwe gewei, het bastgewei. Dit bastgewei is met huid bedekt en groeit vanuit de rozenstokken, de verdikkingen onder aan de geweistangen. De basthuid wordt door de bokken afgeschuurd tegen boomstammetjes, tegen veegboompjes. De vorm en grootte van de geweistangetjes is afhankelijk van onder meer leeftijd, biotoop en goede of slechte gezondheid. Een bok met een kapotte linkerpoot zal een zwak rechter stangetje hebben, en omgekeerd. De mooie bruine kleur van het gewei is gevolg van schuren en vegen tegen bodem, plantenstengels en boompjes. Oxiderende planten- en humusstoffen geven de stangetjes hun mooie bruine kleur. Daarbij kleurt naaldhout donkerder dan loofhout. Na februari komen er kale plekken in de wintervacht, krijgen prins en prinses van het bos weer zomerdos. De bokken gaan dan hun nieuw opgezette bastgewei(tje) vegen; de oude bokken beginnen daar het eerst mee. De geweicyclus is hormonaal bepaald; bokken vegen niet hun gewei omdat ze jeuk eraan hebben.
Reebokken hebben dus niet heel het jaar door een gewei. Gelukkig kun je in de geweiloze periode bij het zien van een ree vaak toch makkelijk het geslacht bepalen. Ook vanaf enige afstand. Dat kan dan door te kijken of het dier een penseel heeft. Bovendien is aan een reekont makkelijk te zien of je met een geit of met een bok van doen hebt. Beide geslachten hebben daarop een spiegel, een grote witte vlek. Bij geiten hangt daar nog een wit sikje, schort genoemd, onder. Bij lente- en vroegzomerdag leeft de reebok graag met een jonge bloem smalree. Na in juli en augustus met zoveel mogelijk geiten vrijen, sluit hij zich tegen winter bij een reesprong aan, bij een geit met jonkies en nog wat andere reeën meer. Tegen einde winter vallen de reesprongen (groepen reeën) uiteen. De kalveren van vorig jaar april, mei, juni worden dan verjaagd. In Nederland zijn zulke sprongen zelden groter dan een ree of zeven; in Duitsland zag ik er wel van zo'n dertig stuks. Bovenstaande geldt voor gezonde reeën. Zieke dieren kunnen afwijkend gedrag, langzame verharing en abnormale geweistangetjes hebben. Zo ongeveer tussen half juli en half augustus paart het reewild. Dan is de reebronst gedurende paar weken in volle gang, kunnen reeën hun schuwheid voor de mens verliezen. Alleen sterkere bokken komen aan paren toe; jonge bokken, en ook oude en zwakke, worden door de sterkeren van smalree (jonge rikke) en rikke weggehouden. In de bronsttijd verlaat een reegeit tot paar dagen lang haar kalfje(s) om bij de bok te zijn. Het reekroost is dan vaak fiepend (zachte maar heldere fluitgeluidjes makend) op zoek naar moeder. Volwassen reeën kunnen ook fiepen. Zo kan een geit de bok lokken met verleidelijke fiepjes. Maar reeën kunnen ook blaffen (ongeveer zoals een hond) en min of meer geitachtige geluiden maken. In de maanden april, mei en juni worden de meeste reekalfjes geboren. Dan is de rikke veelal veertig weken (even lang als een vrouw) zwanger geweest. Soms is er sprake van nabronst, dan dekt een bok een geit pas in september of nog later in de herfst. Het mooie daarbij is, dat de kalfjes dan toch in of rond mei worden geworpen, de draagtijd dus korter duurt dan veertig weken terwijl de jonkies wel voldragen zijn. Tot midwinter groeien in de baarmoeder de reekalfjes nauwelijks. Een reegeit krijgt meestal één of twee kalfjes, soms drie.
Bolsterturf
957
Gisteren drie hulst en drie lariksjes verzet.
Bolsterturf
958
Ik las on line: "Wild waarop mag worden gejaagd: in de flora- en faunawet worden nog slechts zes diersoorten als wild aangemerkt waarop zou kunnen worden gejaagd: haas, fazant, wilde eend, konijn, houtduif en patrijs." Er wordt lezers veel wijsgemaakt! immers ook op bij voorbeeld kraaien, muizen, ratten, muskusratten, wilde zwijnen, dam- en edelherten, reeën en vossen mag in Nederland gejaagd. En de konijnen gingen zowat allemaal al dood aan de myxomatose, en patrijzen zijn in Nederland zowat uitgestorven! Die zijn bijna uitgeroeid! door de mens - nièt door de vos! - met z'n moderne landbouw en z'n wrede jacht. Daarom laat ik de in de eerste zin van dit stukje door me geciteerde woorden "zou kunnen worden gejaagd" gelden. Ik las on line: "Serieuze restaurantkoks beschouwen Nederlands wild als het beste en meest smakelijke ter wereld. Er wordt in Nederland gejaagd volgens het wise use principe: er wordt alleen geoogst uit het overschot van de wildstand ter plaatse." Of dat wat die serieuze koks beweren waarheid is, weet ik niet. Mij lijkt bij voorbeeld een Duits zwijn niet minder lekker dan een Nederlands zwijn. (Ja! ik lust vlees maar eet het weinig.) En hoezo jagen volgens het wise use principe? Ik zie reejagers loeren op reeën in reearme stukken cultuurland; ik zie hazenjagers met wel twintig man uren lopen zoeken naar een heleboel hazen, terwijl ze nul hazen vinden. En ik zag en hoorde zaterdag j.l. duivenjagers knallen op blauwe duiven. Op zijn minst één houtduif overleefde dat niet. Die wentelwiekte de lucht uit en raakte, goed of slecht geraakt, al dood of nog levend, de zijruit van mijn op boerpad geparkeerde zwarte pinda. Toen ik het blauwe, verfomfaaide verenhoopje opraapte zat er geen leven meer in. Mijn waarheid is uw waarheid niet? Gelooft u mij dan gerust maar niet: de waarheid van de plezierjager is zijn geweer; de waarheid van een baas zijn macht. De waarheid mag vaak niet gezegd, en al helemaal niet gedrukt, en een duif is niet kleurenblind.
Bolsterturf
959
Langer dan een maand was het een raadsel.
Kater Bolleke verried zichzelf:
Bolsterturf
960
Wijlen prins Bernhard hield van konijnen en olifanten, maar schoot dolgraag zwijnen en herten dood.
Bolsterturf
961
't Gebeurde net na middernacht.
Bolsterturf
962 I k kijk beurtelings
Ik sliep uit tot na klokslag twaalf,
Bolsterturf
963
Ik heb in heerlijk fris najaarsweer
Stofzuigen, strijken en de vaatwasmachine bedienen en zo,
Mijn reeën, mijn bokken en mijn rikken,
Bolsterturf
964
Toen ik vanmorgen opstond in mooi friskoude beetje maar natte dag, ruzieden drie eksters in chalettuin, om een voor veel kleinere vogeltjes bedoelde vetbol. Maar zo fijn! Net na één uur kwam vrouw thuis met kleinzoontje, mocht ik helpen oppassen op Martijntje, keken hij en ik samen door de ruiten naar de vogeltjes in en rontelom de vogelvoederhuisjes, vertelde ik hem op Erpeltjes luie bank een paar verhaaltjes, hielp ik hem met plaatjes kijken en ook met zijn blokken en zijn grote houten vrachtauto. En daarna wandelde ik met hem en z'n oma heel het parkbos door. Fijner dan naar vechtende eksters kijken: Martijntje oppakken, in je nek zetten en zijn paardje spelen. Toen Martijntje na lang wandelen en goed schaften van vrouw tukkie moest gaan doen, - wat hij echt niet deed! zij haalde hem omdat hij te lang (kwartiertje?) heel hard blèrde weer uit zijn bedje - ging ik drie nestkastjes ophangen, kastjes met kleine vlieggaatje, kastjes bedoeld voor meesjes en winterkoninkje en ander klein vogelgrut, aan oostelijke en westelijke blokhutwand. Die aan de westkant hing ik onder afdakje, mooi beschut tegen wind en regen. In de kastjes mogen de vogeltjes gaan slapen en schuilen. Wanneer één kastje van de drie door een vogelpaartje als woninkje om in te nestelen zal worden gebruikt, zullen vrouw en ik komend voorjaar heel blij zijn.
Martijntje mocht niet met opa mee reeën kijken. De dag was daarvoor te koud en te nat. Martijntje is nauwelijks vijftien maanden! Maar Erpeltje, fel, ook jaloers, Foxje van viereneenhalf jaar, wil àltijd mee uit struinen naar bos en hei. Daarom bikete ik tegen het vandaag miezerige novemberavondschemeruur met m'n hondje alleen naar de Bleke bossen. Toen vrouw en ik Martijntje naar zijn huis en ouders reden, ging hij eindelijk slapen, in zijn kinderzitje. Als een roos! Zo mooi! zo fijn! zo prettig! zo leuk! om Martijntje te zien, of hij wakker is of slaapt, dat maakt me niet veel uit, altijd naar hem te kijken, zijn willetje te lezen, m'n kleinzoontje, zo mooi, zo lief, zo jong, zo onbedorven nog, maar toch wel al verwend. Verwend door wie het meest? Vraag om ruzie over te maken?
Bolsterturf
965
Ik zat in mijn computerhok, staarde naar het rood van reeën op fleurig lentegroen scherm van monitor. Maar 'k keek ook door de ruiten naar buiten, naar grauwe lucht en novemberregen. 'k Had weinig zin om nat te worden, maar met steeloogjes van het lezen ging ik toch maar wat lopen, met Fox, die nodig pissen moest, over 't paadje langs de prikkeldraad. Daarna maakte ik foto's van chalet waarin m'n computerhok met voorjaarsgroen scherm. Ook van stukkie zijtuin met vogelvoederhuisje gekregen van mijn vader schoot ik plaatjes, en tuurlijk ook van Fox, die nat van regen vlug naar binnen wou, om in 't laat namiddaguur, zoals hij doet op al haar te werken doordeweekse dagen, voor glazen terrasdeur te gaan zitten wachten op thuiskomst van het vrouwtje. Novemberregen. De door vrouw bij boerin goedkoop gekochte kleurpompoenen rotten op de stoep. Daarom verzamelde ik al haar cucurbitaceae in palissadebak, waarin voordien een door me naar tuin verzette rozemarijn. Een toompje wilde vinken joeg ik daarbij weg van 't door haar gestrooid gemengd strooizaad. Dat zaad strooide ze op door mij van 't zomer uitgerolde groene zoden. Ook meesjes en een roodborst verjoeg ik. Maar onze lichtblauwe emaille pispot, erfenisje van haar opa en oma die nu dient als biobakje, raakte al weer vol met alsmaar novemberregen. Geeft niet, want zo mooi! onze helemaal niet vloekende lichtblauwe emaille pispot, waarop voor regenwater te passeren ook lichtblauwe emaille deksel, aan voet van vlinderstruik, zomaar tussen haar vrouwenmantels. Ik graaf met oude schop een gat in de tuin. Bij droog weer alleen op zaterdagen. Bij hoosbuien en gestage regen vaker, giet dan regenwater met erpel-, sinasappel-, appel- en bananenschillen uit de blauwe pot.
Bolsterturf
966
Misschien overdreven: drie nestkastjes aan 'n blokhutwand op 't oosten. Maar het zijn drie kastjes van verschillende grootte en ook de diameter van de drie in- en uitvlieggaatjes is ongelijk. Van 't zomer broedde met succes een koolmees in het grootste kastje. En nu vraag ik me af, of er komende lente misschien een roodborst-, winterkoninkje- of ander klein vogelpaartje naast een kool-, pimpel-, staart-, zwarte- of kuifmeespaartje wil gaan wonen. En tuurlijk wens ik ongelijksoortige mezenfamilies ook welkom naast elkaar.
Bolsterturf
967
Mijn chaletomgeving is ingrijpend veranderd, want met bulldozer schoongepoetst, opgehoogd en ingezaaid met gazonnetjesgras. En op last van parkeigenaar, opstalverzekering en vrouw zijn er bomen omgedaan en is alle onkruid omgewoeld en diepgespit. Zo jammer vind ik dat! Wèg het natuurlijk kikkerpoeltje! Straks een cultuurvijvertje. Ach, het liefst zou ik altijd wonen tussen honderd meter hoge bomen en drie meter opgaand onkruid. Kap ik me wel een ruimtetje om zomers...
Bolsterturf
968
Ik kreeg post van Vereniging "Het Reewild", mooie post keurig gericht aan Bolster Turf en verzonden naar mijn huisadres in M. Hoewel ik me kan ergeren aan jagers en hoogzitten, moet en wil ik naar deze vereniging toe best wat toegevend zijn als het gaat om reewild en beheersjacht. Een liefhebber van reeën en reeën kijken kan het immers moeilijk goedvinden dat alle reeën oud gaan worden en vervolgens dan stokoud, blind, kreupel en zonder tanden (versleten gebit) òf verhongeren òf verdrinken òf onder een auto terecht komen. Het is helaas niet anders, we leven nu eenmaal in een natuurarm en onomkeerbaar verstedelijkt Nederlandje met miljoenen mensen in razend snelverkeer, te voet of op de fiets. Ook in een Nederlandje waarbinnen, omdat er tegenwoordig zowat overal huizen, boerderijen, bioschuren, (weide)winkels en fabrieken staan, waarin ook allemaal mensen, geen plaats meer is voor wolven en lynxen. Ik moet en wil het er dus mee eens zijn: reeregulatie en reeafschot is onvermijdelijk. Wanneer afschot, wanneer onnatuurlijke regulatie heel weidelijk, heel zorgvuldig en reevriendelijk en ook alleen maar indien absoluut noodzakelijk gebeurt, heb ik daar - me in gedachten verplaatsend in de reeën en hun belang, in het welzijn van bokken en rikken en hun kalfjes - vrede mee.
Bolsterturf
969
Lang gewandeld. Met vrouw en Erpel. Vanmiddag. Door dansende muggen en zonneschijn. In de Bleke bossen. Ook over heideveld. We spotten paartje nijlganzen alsof met brilletjes op, op 't diepst verboden ven. Verder ook veel eenden in en boven het grootst verboden ven, alsmede mountainbikers en andere mensen bij dit grootst verboden ven. En telkens weer, onderweg naar nergens toe, graaft Erpel naar muizen en konijnen, en rakt hij een haas wèg van onder enorme bosrododendronstruik, rododendron veel te groot voor hedendaagse woningbouwtuintjes. En van eenzaam appelboompje in zwaar getimberjackt bos, oud knoestig boompje dat groeit bij eenzaam ruïneplekje, restantje, deelfundamentje van huisje waarin vroeger arme mensen woonden, pluk ik twee appels voor vrouw en twee appels voor mezelf. Erpel lust geen appels. Die blieft konijn en haas, ook varkensoor. Maar dit zijn gave appels, mooie groene appels, ondanks de nachtvorst van de laatste nachten nog onbevroren appels, appels zonder piersteken ook (pieresteekn, zo noemde vroeger mijn moeder wormgaatjes in eigen Drents fruit). Vrouw en ik bijten in deze appels. Ze smaken overheerlijk. Ja! zo lekker! dit blanke, zo verrukkelijk frisse appelvlees. En dan, al smekkend, wandelen vrouw en ik verder, wil ik reeën vergeten, praat ik met haar en volle mond over vroeger, ziet zij weer haar vader in zijn boerderijtuin te S. boompjes planten, zie ik weer mijn vader, in zijn met mest van enige eigen koe gemeste veenarbeiderstuin in 't Ericase veld, op de lange ladder de hoge appelbomen snoeien, hebben vrouw en ik het over het gezin dat hier in dit nu bos vroeger armoeide, zeg ik: "... en dan bloeide iedere lente dit appelboompje, zo mooi wit, of hij of zijn vader of diens vader het plantte weet ik niet, maar tussen het kindjes baren door plukte zijn vrouw elke herfst de appels." En dan komen we appels op weer chalet. En dan bike ik na het avondeten nog eventjes met Erpel, kijker en camera Bleke bosrand toe. Op de bleke nevelweiden niks te zien dan schapen, pinken en een blauwe reiger. Geen konijn of ree of haas of vos. Wel maak ik bij wassende maan, half zichtbaar, met vrieskoude handen te late foto van mooie boskant na rode zonsondergang.
Zo dom van me! Maar vrouws schuld!
Bolsterturf
970
Wanneer vrouw en ik rond het middaguur boterhammen met jam en honing eten, fox Erpel schooit om ook een boterham en kater Bolleke in ons bed ligt te pitten, doet buiten voor 't chalet een bonte specht zich tegoed. Vrouw verwent niet alleen maar het kleinst vogelgrut, ze doet dat ook de spechten, met onder meer pindanootjes in ekster-, gaai-, kraai- en eekhoornbestendige gaasmetalen containertjes. Maar tuurlijk heeft ze voor de jatgrage kraaiachtigen altijd wel wat oud bruin brood of zo. Zelfs de buizerd verwent ze. Alleen de sperwers voedert ze niet, "dat zijn lelijkerds, die pakken lieve vogeltjes, die mag ik niet," zegt ze.
De boterhammen op rijden vrouw en ik met Erpel naar bosrand net voorbij Leenderstrijp. Vandaar wandelen we tussen boskant en akkers Leenderheide toe. De grote heide betreden we niet. Op deze heide lopen en fietsen ons op mooi zonnige zondagen te veel mensen. Dan toeven vrouw en ik liever heel allenig in zompig wilgen- en elzenoord en in benteruigte met beetje hei maar. Dan worstelen zij en ik door dichte berken- en dennenbosjes naar een met waterplanten zo gevuld vennetje, meer een poel, dat je door de planten het water niet meer ziet. Vandaag waren we weer bij deze poel waarin je, denken wij, zelfs al kan je zwemmen heel makkelijk verdrinkt: moer zuigt, alsof drijfzand.
Thuis gekomen uit het Leendermoer gaat vrouw groentensoep en spaghetti maken. Omdat ik nog altijd niet koken kan *heksensnot = sterreschot = door reiger of bunzing uitgekitste eileiders van kikkers
Bolsterturf
971
Vandaag, heel maandag 19 november, heb ik in bed gelegen. Toen ik gisteren thuiskwam van Bleke boskant mankeerde me niets, maar opeens werd ik ziek, werd ik bank hangend verkouden, moest ik alsmaar hoesten, kreeg ik droge mond en keel, had ik rillingen en beetje koorts. Gelukkig bood vrouw vroeg in de avond aan om Erpeltje laat in de avond uit te laten. Ik had daar echt de fut niet meer toe. En toen vannacht "onze" bosuil roepen ging, zette zij voor mij heel eventjes het slaapkamerraam van op kier stukje verder open.
Bolsterturf
972
Bij mijn opstaan vanmorgen om vijf uur regende het, kroop ik hoestend en snotterend weer in bed. En om zeven uur regende het nog, liet ik Erpeltje uit in de regen en ging daarna ook weer te kooi, herstel: modern bed met dikke matras. Maar eindelijk, om even na twee in de middag, na nog twee keer opstaan, en beurtelings lezen (Novalis: Hymnen an die Nacht) en dromen (over van alles en nog wat maar niks goeds), had het opgehouden met regenen. (Zo mooi! de Duitse taal: hatte es aufgehört zu regnen). Toen ik van chalet bikete rommelden merels, mezen en een winterkoninkje in padkant. En zwarte kraaien schuimden boven en over kale akkers en weiden. Ook paradeerde er een buizerd en hipten er drie eksters, maar de schreeuwgaaien waagden zich niet uit het bos. Zomaar opeens, op nog geen tien minuten biken van chalet, spotte ik Providentia reeviersprong, drie volwassen dieren en een kalf, op bietenland. De reeën waren meer dan tweehonderd meter ver weg en onrustig. Vooral één ree was erg druk. Dat rende alsmaar heen en weer, zo te zien zonder ergens naar toe te willen. Jonge bok bang voor oudere bok of moedergeit? Of gewoon dartel smalree? Toen ik onder eikenzoom bleef staan kijken, kwam de sprong na een poosje op dikke honderd meter voor me langs. Daarop bikete ik met Erpel naar overzij van smalle strook bos. En toen zag ik drie van deze reeën weer, stonden ze voor pinken en oude boerderij om zich heen te kijken. Erpel en mij zagen ze niet. Nadat deze nu driesprong tot rust kwam en de reeën in boskant gingen rusten, fietste ik met Erpel verder, andere kant op, de verboden vennen toe.
Of bij dit sprongetje nu twee geiten of twee bokken waren? Dat is onbelangrijk toch? En of de bok(ken) nu wel of niet al een nieuw geweitje op had(den)? Dat is ook onbelangrijk toch? Nou, tuurlijk niet! vind ik. Ach, ik voelde me nog wat slapjes van verkoudheid en had keikouwe handen, verzuimde dus gewoon om langer dan heel even door m'n 7 x 50 naar de minisprong te koekeloeren. Van dit reesprongetje had ik nu veel meer kunnen weten, maar helaas, al te vaak is er weinig keus: of je probeert koste wat het kost dichtbij te sluipen met overgrote kans om wild of vogels nodeloos op te jagen, of je mist details en mooiste foto. Kijken naar. Nog voor het venwater zag ik ze: de drie lomp bevallige schoonheden. Ze lagen bijna op het fietspad, ze herkauwden op hun gemakjes, twee bruine lady's en een zwarte, zomaar open en bloot in de najaarsdorre heide. Ze genoten tot zover het geluk van hun leven, mooi leven zonder werken in mooie natuur. Ja, nog altijd hoefden de rontelom verboden vennen Schotse hooglandsen van gemeente Someren of Staatsbosbeheer niet naar het slachthuis, kregen ze geen dodelijke stroomstoot toegediend, of een scherp stalen lemmet in keel of hart gestoken. Op de kleinere vennen dobberden wat tafeleenden. Op ieder vennetje maar een paar. Maar op het grootst verboden ven sliepen honderden eenden. Slechts tientallen eenden dutten op de oever. De meeste eenden "gewone" wilde eendenmannetjes, van die bonte, glanzend groenkoppige woerden. Het lijkt er echt op, dat er veel meer wilde eendenwoerden dan wilde eendenwijfjes zijn, alsof deze woerden ieder voorjaar, paringstijd, niet alleen de eendjes bevruchten maar ze ook verdrinken. Ja, ieder jaar opnieuw zie ik meer woerden en minder eendenwijfjes. Maar zo mooi, onze kleinste eendensoort was er vanmiddag ook, en wakker: het wintertalinkje. De wintertalinkjes, die fluiten zo mooi. Ook vandaag floten ze weer, over dit stille ven door de weeks vaak zonder mensenherrie. In regenavond ging ik om negen uur weer naar bed. Samen met Erpel, want de kater wilde nog op stap en vrouw televisie kijken. Niks aan, aan televisie kijken niet. Bah!
Bolsterturf
973
Toen ik met Erpel thuiskwam uit de bossen, - 'k zag daarin weinig meer dan een wandelaar met bruinbonte jachthond, een ook loslopende grauwe kater, wat kraaien, wat gaaien, wat mezen en wat vinken, een zwarte specht en een winterkoninkje, - waren kraaien, eksters en gaaien druk doende met het plunderen van vetbollen uit net vanmorgen vroeg door vrouw voor klein vogelgrut opgehangen metalen kokertje, te grofgazig kokertje dus. En toen Erpel de vet- en nootjesrovers had weggejaagd, spatten uit tot tien uur droge morgen de eerste regendroppen tegen chaletruiten.
Ik pak nog drie rosé, ga ook nog even wat lezen en dan pas pitten, want mag vanavond weer gaan vergaderen, heel gezellig
Bolsterturf
974
Gisteravond onderweg binnendoor naar vergadering en werk ving ik een ree, een haas en wat konijnen in wegberm in groot koplamplicht. Allemaal mochten deze dieren van me blijven leven. Daarna spotte ik ook nog een bunzing in 't zelfde licht. Deze bunzing scharrelde, toen ik langzaam rijdend flauwe bocht nam, over zwart akkerland. En vanmorgen van het werk chalet toe rijdend, stak om half tien en op halfweg afstand werk - chalet een aan rechtervoorpoot kreupel ree verharde binnenweg over.
Ook kwam ik - zowel gisteravond als vanmorgen - voorbij de plaats waar gisteren door drie mannen uit een auto een man uit andere auto aangevallen werd, vervolgens in sloot getrapt en verder in elkaar gemept. Het slachtoffer brak (onder meer?) zijn rug.
Al heel veel jaren ben ik niet meer trots om Nederlander te zijn! Te gruwelijk gewoon, dat zoiets als zomaar in elkaar geslagen worden, in ons Nederlandje van Balkenende c.s. met zijn vrome praatjes, zomaar kan en mag gebeuren.
Bolsterturf
974a
Toen ik na middagslaapje
Vrouw is werken.
Bolsterturf
975
Ik was allenig achteraf woon-werkverkeer in droef sombere nevelmorgen toen ik een ree spotte op grens van bos en akker, langs verharde bochtenweg. Na mijn de auto stoppen stonden er twee reeën, twee geiten, moeder en dochter. Een half uur later zaten er drie reeën in m'n camera: twee geiten en een bok? of drie geiten?
Bolsterturf
976
Mijn vrouw zag een ree terwijl ik naar haar luisterde,
Bolsterturf
977
Ik zit in mijn hok en kijk beurtelings naar monitor en door het raam, naar html en naar vogels en vrouws kleinste vogelvoederhuisje. Eksters, gaaien en tortelduiven doen zich tegoed aan strooizaad, nootjes en vetbollen. Bang voor deze grotere vogels kijkt vrouws doelgroep, allerhande meesjes en vinken, toe. Ja, de verkeerde doelgroep doet zich buiten tegoed.
Bolsterturf
978
Mijn klein kleinzoontje Martijn. Nog geen zestien maanden is hij. Pas onderweg naar anderhalf is hij. En nog maar weinig woorden kan hij zeggen. Maar wat hij kan, dat is lief ondeugend zijn en vlug lopen. Zo zit Martijntje met zijn speelgoedjes te spelen, zo zet hij oma's televisie of opa's computer uit. Voor Sinterklaas en Zwarte Piet is hij helemaal niet bang en de nulzes van z'n moeder roosterde hij in de magnetron. En daarnet stond hij parmantig rond te kijken in het grote bos, besloot hij zomaar om zelf eens zijn buggy te gaan duwen, duwde hij die van 't pad af, een heel eind 't bos in. Terug van boswandeling, toen oma Martijntje schone luier had gegeven en hem te eten gaf, daarna te bed zou stoppen, ging opa met Erpel langs Bleke bosrand biken, zag opa geen ree, haas of vos, maar fotografeerde hij zonsondergang achter Providentia waarachter chalet waarin Martijntje moe en koud van anderhalf uur buiten zijn vandaag maar liefst twee namiddaguren sliep.
Bolsterturf
979
Ik sta met mijn hondje in boskant, in berm van in lengterichting door bleke bossen en langs akkers en weiden aangelegde puinweg. Aan deze puinweg staan geen huizen. Hij ligt uiterst afgelegen. En hij zit vol kuilen en gaten. Hoewel deze weg voor iedereen zowel te voet als per vervoermiddel vrij toegankelijk is, komt er nauwelijks volk over: wat boeren, een jong paartje dat vrijen wil, twee ieder in eigen auto en niet bij elkaar wonende getrouwde mensen die ook graag vrijen, wat jagers meestal bewapend, wat stropers veelal ongewapend, een enkele vogelaar en soms ook een jonge knuppel die even ruig wil scheuren in andermans auto. Terwijl mijn hondje snuffelt in boskant sta ik maar wat te staan, sta ik te denken dat ik hoop dat heel deze puinweg binnenkort zal worden opgebroken, al het puin verwijderd. En dat er dan aan de beginpunten van het zandpad een grote slagboom komen mag, zodat er geen auto's meer over kunnen. Nou ja, aan de paar boeren met grond aan de puinweg kan een sleutel van de slagbomen worden gegeven.
Een bruinrode auto rijdt me voorbij. In deze auto een oudere man en een oudere vrouw. Gelukkig geen mannen met geweren die op me willen schieten. Ik sta met mijn hondje in boskant en filosofeer. Raar landje leef ik in, leven wij in, raar landje met maffe machthebbers en maffe wetgeving. Immers, wanneer wij in stille bos-, heide- en poldereenzaamheid onze paspoorten niet bij ons hebben, kunnen we een bekeuring krijgen. Die bekeuring wegens niet kunnen legitimeren, indien een kinderachtig of overijverig boswachter of agent hem geven wil, zal ik overleven, maar... wanneer er nu een man of mannen in auto voorbijkomen, of me straks als ik huistoe bike me passeren, dan kan ik zomaar van mijn bike gereden, zomaar beroofd of zomaar neergeschoten worden. En dat zal ik dan, zowat zeker weten, niet overleven. Heren wetgevers en kamerleden, als u nu dat domme gedoe van verplicht paspoort bij je moeten hebben eens afschaft, alle afgelegen wegen zonder huizen eraan eens laat afsluiten voor gemotoriseerd verkeer en ook nog eens aan iedere brave burger een schietcursus met machinepistool kado doet, dan wordt ons inmiddels bandieten-met-vuurwapens-gevaarlijk Nederlandje vast een heel stuk veiliger. Ik - een tegenwoordige Nederlander denkt toch altijd het allereerst aan zichzelf? - erger me aan het feit dat ik me ongewapend niet kan verdedigen. Dit geeft me soms een gevoel van hopeloze machteloosheid.
Bolsterturf
980
Stille eind novemberochtend. Koude winterlucht. Maar een voor 't oog lieve lucht, een lucht met naar 't oosten toe roze wolkjes in 't hemelblauw, alsof duizend nimfen hun roze kleertjes te drogen hingen in afwachting van de zon. Maar de zon, die kan vanmorgen niet komen. Die blijft verscholen achter vlug het roze bedekkend grauw en grijs van grotere wolken. En dan doe ik dom, zoek ik toch de eerste zonnestraal van de dag. Zo dom doende mis ik om half negen zowat twee reeën, oude bok en jonge rikke, die wegvluchten van kaalslagje in bleke bossen bruingele grashalmenzee. Mijn camera en ik zijn te langzaam. Na de klik zijn er in het monitortje alleen maar halve bomen, halmtoppen en sprieten te zien. Ja, ik lette niet op. Al zonnestraal en reeën zoekend, spotte ik weer eens te lange tijd naar de verkeerde kant. Maar dan, om kwart over negen, zijn er nog altijd twee witte vlekken midden in groene wei, sneeuwwitte dotten, die er gisteravond ook al waren. Ik weet dat dit wit het wit van witte zwanen is. En dan, o somberblije ochtend! zie ik ook zwaangroot zwart en kleiner vogelgrauw daarachter, silhouetjes in wei die ik hier gisteravond in schemer niet zag, spot ik grauwe ganzen achter zwarte zwanen. Vanaf het weggetje waarover ik langzaam bikete zijn deze vogels ver. Alleen een vlucht blauwe duiven, zo mooi in vlucht de witte vleugelvlekken, een alsof tropisch zo kleurrijke Vlaamse gaai en wat zwarte kraaien zagen Erpel en ik van dichtbij.
Bolsterturf
980a
Hij doet zich tegoed en hij doet aan werkverschaffing. Hij zette zich op groen geverfd ijzeren dwarsstangetje van zaadjescontainertje. Hij knoeit meer dan hij eet: de groenlingman. Vinken en tortelduifjes zijn blij met hem. Die pikken van 't gazon de zaadjes die hij knoeide. Ik fotografeer hem door chaletruit. Als ik voorzichtig langzaam de schuifpui eindje openen wil, schettert een ekster, die me in de kamer ziet bewegen, alarm. En dan zijn meteen alle vogels voor eventjes wèggevlogen.
Bolsterturf
981
Buiten regent het, druilregent het alsmaar, maar binnen is het knus en warm, draaide ik de thermostaat op eenentwintig graden. Warmer mag het binnen van vrouw niet zijn, "want," zegt ze, "dat is ongezond." Zij heeft de griep en haar amandeltjes spelen op. Voor dit laatste kreeg ze capsules met antibiotica van de dokter. Arme meid! Maar als zij dan heerlijk in bed ligt met Erpeltje en de kater, of even op is, goed ingepakt op de bank zit tussen dikke kussens in, en een video of naar de vogels kijkt, snoepen en ruzieën haar lieve vogels in de alsmaar druil. Allemaal: eksters, gaaien, kraaien, torteltjes, merels, mezen, groene specht, bonte specht, roodborstje, boomkruipertjes, groenlingen en vinken doen ze zich beducht voor elkaar tegoed, aan het door mij over het gazon gestrooid vogeltjeszaad. Ook van door vrouw in containertjes gedane grotere zaden en kleine nootjes snoepen ze. En ze pikken al het lekkers uit vetbollen.
Bolsterturf
982
't Is wat! Waar het hier rontelom chalet gisteren druilregende, miezerregende het vandaag. En dat de hele dag. Toch geen ramp. Ik zaaide weer vogelzaad en zieke vrouw, - het gaat gelukkig al weer stuk beter met haar, - genoot ondanks rillerigheid en zere keel opnieuw van ''haar'' tuinvogeltjes. Vandaag kwam er zelfs een winterkoninkje op het terras, zat dat op nog geen drie meter afstand haar aan te kijken, het wipstaartje parmantig hoog. 't Is wat! Ik wiste - helemaal niet per ongeluk - alle inhoud uit mijn gastenboek. En daarna lukte het me niet om naar mijn tevredenheid zelf een ander, een beter gastenboek te fabrieken. Toch geen ramp, want ik typte zelf het meeste in m'n gastenboek. Dat wil ik voortaan niet meer doen. Dit gastenboek is er voor u, mijn lezers. Bolsterturf, vrijdag 30 november 2007
index november 2007 0953 donderdag 01-11-07 Fijn! Alledaagse Bleke bossen saaiheid 0954 vrijdag 02-11-07 Denken en lezen in sombere dag 0955 zaterdag 03-11-07 Vies en nat van motten en aarde in bad 0956 zondag 04-11-07 Beetje over reeën. Op verzoek van lezer 0957 maandag 05-11-07 Toch heb ik echt niet het lef om te klagen 0958 dinsdag 06-11-07 De waarheid mag vaak niet gezegd, en een duif is niet kleurenblind 0959 woensdag 07-11-07 Langer dan een maand was het een raadsel 0960 donderdag 08-11-07 Toch 'n paar gezonde konijnen zie 0961 vrijdag 09-11-07 Het geplette haas 0962 zaterdag 10-11-07 Ik kijk beurtelings 0963 zondag 11-11-07 ..! maar 't is niet hierom 0964 maandag 12-11-07 Over eksters, nestkastjes, Erpeltje, Martijntje, patrijsjes en een ree 0965 dinsdag 13-11-07 De blauwe pot 0966 woensdag 14-11-07 Drie nestkastjes aan 'n blokhutwand op 't oosten 0967 donderdag 15-11-07 Kap ik me wel een ruimtetje om zomers... 0968 vrijdag 16-11-07 Ik kreeg post van Vereniging "Het Reewild" 0969 zaterdag 17-11-07 Van oud bosboompje appels plukken en eten 0970 zondag 18-11-07 Vrouw verwent ook spechten en ik word ziek na heerlijk buiten zijn 0971 maandag 19-11-07 Vandaag heb ik in bed gelegen 0972 dinsdag 20-11-07 Over Providentia reeviersprong, Schotse lady's en eenden 0973 woensdag 21-11-07 Rovende vogels en ruziënde vrouwen 0974 donderdag 22-11-07 Ben ik ook nog 'ns de klos omdat er 'n paar konijnenharen... 0974a donderdag 22-11-07 Ook volwassen mannen hebben hun verbeelding 0975 vrijdag 23-11-07 Drie reeën. Twee geiten en een bok? Of drie geiten? 0976 zaterdag 24-11-07 Mijn vrouw zag een ree terwijl ik naar haar luisterde 0977 zondag 25-11-07 Ik kijk naar verkeerde doelgroep 0978 maandag 26-11-07 Martijntje onderweg naar anderhalf 0979 dinsdag 27-11-07 Een gevoel van hopeloze machteloosheid 0980 woensdag 28-11-07 Twee witte en vier zwarte zwanen midden in verre wei 0980a woensdag 28-11-07 Groenling schaft uit zaadjescontainertje (foto's vanuit chalet) 0981 donderdag 29-11-07 Vrouw heeft de griep en heel de dag druilregen 0982 vrijdag 30-11-07 Zieke vrouw bestudeert winterkoninkje en gewist ''oud'' gastenboek in ere hersteld
|