|
Bolsterturfs natuur B o l s t e r t u r f s n a t u u r Dagboek februari 2008
1045
Vandaag zou ik volgens mijn agenda naar het Sang, om daar nog 'ns alle jachthutten bijeen te sprokkelen. Maar ik mocht van vrouw en dokter beslist de deur niet uit. En ook medicijn, koppijn, hoesten en snot hielden me thuis. Toen heb ik heel sjaggie alvorens tegen elven vanmorgen weer in slaap te sukkelen, maar wat on line gelezen over vroeger en februari. Bolsterturf, vrijdag 1 februari 2008
1046
Jongste dochter liet vandaag Erpel uit. Ook verzorgde zij hem, de kat en het chalet. Bovendien maakte ze voor zieke pa en ma een sneeuwfoto van 't park. En ook vertelde ze: "... en vannacht kwamen er een vos en twee hazen langs jullie raam." Bolsterturf, zaterdag 2 februari 2008
1047
Heel de dag en heel de nacht in bed gelegen en nergens zin in. Ook niet in eten. Wel beetje gedronken en heel veel geslapen. Gelukkig was er dochter om voor vrouw, Erpel, Bolleke en mij te koken en zo.
Bolsterturf
1048
Toen ik ziek en lusteloos het raam uitkeek, kwam ook een groene specht - zie zijn heldere en scherpe oog! - eventjes bij me op bezoek.
Bolsterturf
1049
't Is toch wat! Vrouw en ik. Wij twee. Wij twee samen ziek in bed. Wij twee samen ziek op de bank. Wij twee samen ziek naar vogels kijken. Wij twee waren nog nooit eerder samen ziek. Vandaag kwamen tortelduifjes, eksters, vlaamse gaaien, zwarte kraaien, vinken, groenlingen, allerhande meesjes, groene specht, bonte spechten, merels, een houtsnip, een roodborstje en een winterkoninkje op tuinbezoek. Bovendien liepen er al mieren over het terras. En ook paar mensen kwamen langs, deze laatsten tot in 't chalet. En toen Erpel met het bezoek naar buiten mocht, wilde hij een door hem dood gevonden eekhoorn niet afgeven. Moest ik vlug jas aangeschoten hem de eekhoorn afpakken, mocht Erpel het dode beestje van me achter laten op het terras. Dat laatste was iets waar hij en vrouw en ik nog last mee kregen. Toen 's avonds het bezoek al weer huistoe was, lieten vrouw en ik Erpel in het donker alleen buiten. Nou, en toen zocht hij de eerder op de dag van hem afgepakte dode eekhoorn weer op, at hij het dode diertje op. Gewoon met huid, kop en pluimstaart en al verslond hij het. Het was tegen tienen toen vrouw en ik al sliepen dat Erpel de eekhoorn overgaf, hem met staart en al uitkotste in bed. En toen waren opeens vrouw en ik weer ziek en was heel de verdere nacht ook Erpel ziek.
Bolsterturf
1050
"De reeën zijn er weer!" maakt als ik tegen zessen in de avond lig te dromen vrouw me wakker. En dan ziek uit bed gekomen fotografeer ik een bastbok, een rikke en een reekalf in chaletavondschemer.
Bolsterturf
1051
Om tien voor negen vanmorgen liepen er tussen Lierop en Mierlo vijf reeën in broekboskant.
Bolsterturf
1052
Vandaag was het een alsof lentedag. Volop zon en nauwelijks wind. Graad of elf in de schaduw. Drie tortelduifjes ruzieden op het vogelvoederhuisje. Aan overkant van chalet gingen in de bosrand groene, bonte en zwarte spechten te keer. Maar ach, penicillinne is een lelijk iets. Vrouw en ik, allebei mochten we van bijsluiter en van extra pilinstructies op grote A3-vellen door de apotheker meegegeven ons niet in de zon begeven. Wij zaten dan ook binnen op de bank toen een snelle sperwerman een wijfjesvinkje kwam halen. Voor ik kon vloeken, was de snelle grijpvogel al weer weg met zijn prooitje. Nee, vrouw en ik klagen niet. Wij hebben griep en beetje bronchitus nu. En we hebben daarvoor goede medicijn. Maar hoeveel mensen - en ook dieren - hebben iets veel ergers dan zij en ik? Ouder worden vinden vrouw en ik geen lolletje. Haar ouders allebei al dood. Ver weg mijn oude vader met zijn hartkwalen. Hier wel een goede vriend met niet te genezen spierziekte. Daar ook een goede vriendin met kanker. En daar een eeuwige hokhond, en daar een stal vol erbarmelijk gehuisvest vee. En waarom moet een moordenaar, althans oetlul, als Joran van der Sloot zes advocaten en wordt zo'n jongen niet gewoon voorgoed vastgezet? Het zal je dochter maar zijn die door of vanwege zo'n klojo in de golven werd gekieperd! Nederlandse justitie en rechterlijke macht, pas gerust op de immorele leugenaar wat onorthodoxe verhoormethoden toe en hang hem aan de leugendetector. Maar goed, het was vandaag dus een alsof lentedag.
Bolsterturf
1053
Als gisteren het weer. Opnieuw een alsof lentedag. Maar toen ik vanmorgen om acht uur wakker werd, had ik erge hoofdpijn. Na twee paracetamolletjes, mijn penicillinnepil en nog drie uur slapen opnieuw wakker geworden, was de hoofdpijn niet meer zo erg. En omdat mijn pindaatje nodig 'ns een stukje rijden moest en dochter belde over een belangrijke brief, tuften vrouw en ik met Erpeltje in de voormiddag aan zwanen en kraaien voorbij naar Mierlo. Maar toen gromde Erpel, lag er aan puinpadkant zomaar een dode reegeit. Zij bleek een gruwelijk groot gat in haar rug te hebben. Hoe dat gat in haar rug kwam? Dat is vrouw en mij een raadsel. Waarschijnlijk kreeg ze een kogel door haar rug. Maar 't kan ook zijn dat ze werd aangereden. Ik trok de rikke het pad af, tussen de stammen van twee door Staatsbosbeheer vrouw en ik begrijpen niet waarom omgedane eiken, en toen bedekten zij en ik haar met takken. Vrouws antwoord beviel me niet, en ik had er niet van terug. Ze zei: "Misschien zit over twintig jaar Martijn ook wel op zo'n motor."
Bolsterturf
1054
Waar het gisteren opeens stuk beter met me ging, had ik vanmorgen fikse hoofdpijn, kroop ik tot in de middag het bed weer in. Hoewel mooi zonnig voorjaarsweer, waagde ik me niet buiten. Het bazinnetje liet Foxje uit. En zij verzorgde ook mij en de kat.
Bolsterturf
1055
De vijfde zonnige februaridag 2008 op rij. Maar waar gisteren ik meeste hoofdpijn had, heeft vrouw dat vandaag. Het lukt haar maar niet om haar vastzittende hoest kwijt te raken. Toch gaat ze tussen twee en halfvier in de middag met mij en Erpel mee op Bleke bossenwandeling. Er is ook vandaag nauwelijks wind en de zon voelt weldadig en lief op onze gezichten en handen. Haarwild zien we niet, zelfs geen konijntje, maar vlaamse gaaien, houtduiven en spechten laten zich volop horen. En ook het kleinst vogelgrut, meesjes, winterkoninkje en roodborstje, probeert zo nu en dan al een riedeltje te zingen.
Bolsterturf
1055a
Lopend over het onlangs weer 'ns platgeschoven halfverharde kuilenpad Peelven op weg naar de Bleke bossen is er ook mijn boomlange schaduw. Die laatste schuift langzaam, stil en plat voor me uit, die beweegt bij elke stap die ik doe nauwelijks. Kleine vijftig meter voor rode-pannen-boerderij met nummer 13 draai ik me om, schiet ik zomaar wat foto's tegen zon en schaduw in, gewoon om te kijken hoe straks thuisgekomen de plaatjes zullen zijn. Ik fotografeer zowat witte zon, ook dikke eiken en beuken met donkere mosplekken op de knoerend harde stammen. Bovendien neem ik wat foto's van Erpel in boomschaduw en van zonneguldsel over februariwei. En dan is er mijn verwondering om hoe paar meter naar 't westen toe de zon verzuipt in diepe sloot met maar ongeveer vijfentwintig centimeter ondiep weinig water erin. Verder wandelend, voorbij de boerderij met rode pannen en eeuwige Duitse hokherdershond en door twee houten klaphekjes waartussen een slecht onderhouden heideveldje van Het Brabants Landschap, zie ik zo'n vierhonderd meter voor me groepje grauwe ganzen, flieft paartje nijlganzen en twee ook vroeg fliefde reeën. Allemaal in wei langs boskant. Als de auto verder rijdt en Erpel weer vrij mag, loopt de stouterik door mij ongemerkt een eindje de wei in. Daar heeft het paartje nijlganzen moeite mee. Onder veel kabaal gaan gans en gent op de vleugels om vijftig meter verder in andere wei te landen. Terwijl beide reeën aandachtig zekeren richting ganzen, zet ik de exotische watervogels op vlugge foto. En NU meen ik thuis achter hen de bovenbouw van een hoogzit te zien. Op weg terug naar chalet spot ik vanaf Peelweg en net voorbij de oude en wrakke schuur bij boerderij met nummer 13 beweging bij rare kronkel van een dikke weipaal. En dan knip ik in schemering vier foto's van "mijn" Providentia-driesprongetje. Ja, dit zijn dezelfde reeën die vorige week woensdag in boskant tegenover chalet laveiden en die ik toen vanuit de kamer op foto zette. Reeën. Het lijkt vaak of er heel veel zijn. Maar neem je goed waar, dan leer je dat er echt niet te veel zijn. Zo zwerft dit Providentia-reesprongetje van drie soms vier dieren al heel de winter rontelom Providentia en natuurpark. Ook zag ik het meermalen in het noordwestelijk deel van de Bleke bossen, zelfs in Heezer gemeentebos. Vandaag toeven ze hier. Morgen zijn ze weer op- en weggejaagd en verblijven ze noodgedwongen elders. Onze Sterkselse bos- en ruigtegebiedjes zijn te vaak ontiegelijk klein en kaal. En overal lopen wegen, fiets- en voetpaden door bos en veld. Nergens hebben de dieren lang rust. En nu tegenwoordig steeds meer jachthutten duivelszitjes in boshoeken verrijzen, zal de reestand er echt niet op vooruitgaan.
Bolsterturf
1056
Waar ik op weg naar de Bleke bossen vanmorgen een buizerd verwachtte, zag ik een blauwe reiger. Niet erg, want om twintig voor tien was ik met Erpel bij hoogzit in ruige drie meter hoog opgaande wirwar van braam- en boomtakken. Dankzij gisteren genomen foto van paartje Nijlganzen ontdekte ik deze hoogzit. Maarrr... waar ik dacht dat het een onlangs door jagers neergepote hoge zit betrof, bleek deze hoogzit oud. Het bouwsel bestaat uit niet meer dan een vuilwitte tuinstoel op gammele en roestende ladder. Helemaal niet op mijn gemak zat ik in de stoel, genoot ik toch echt wel van vrij uitzicht naar alle kanten toe, keek ik over weiden en akkers, tot aan enerzijds op dikke honderd meter De Lange Bleek en andere kanten op en veel verder weg de bossen van gemeente Someren, de Pan en Boksenberg toe. Maar dan tovert tegen tienen de warme zon miljoenen morgendauwdropjes op lange rijen geel kortstelig akkerbouwgewas langs puinweg. De naam van dit gewas? Kan ik nergens in internet vinden. Zal het toch echt moeten vragen aan een verdomde boer die geen moete heeft met hoge zitten en duivenafknalhutjes op zijn landen. Om even na tien uur tel ik vijf reeën in langer gele sprieten. De dieren bewegen dikke honderd meter ver voor me uit. Soms zie ik eventjes een koppie, kont of rug. Tiental tellen maar, dan zijn ze allemaal opgeslokt door het alsmaar lange gele gras, bomen, struiken, dode stompen en dode takken van het beetje heuvelachtig Lange Bleekterrein. Tegen kwart voor elf tiereliert het boven drassig pad tussen Bleek bos en wei, zingen en rumoeren honderden spikkelspreeuwen in paar boomtoppen. Deze uitbundige spreeuwenzang maakt me warm en blij! En hij - deze zang - laat me de nijlganzen van gisteren bedanken. Ik ga zitten op een rotte boomstam en prevel dan met smoel in volle zon: "Nijlganzen die er vanmorgen niet zijn, heb dank! Dankzij jullie weet ik dat een ouwe hoogzit al jaren uitzicht biedt op plek waar ik vaak naar reeën zat of stond te kijken."
Bolsterturf
1056a
Vrouw en ik hebben last van sperwers. Deze snelle en voor kleine vogeltjes dodelijke grauwe schichten hebben "onze" mezen en vinken de schrik aangejaagd. Ondanks het strooien van volop nootjes en zaadjes is het de laatste dagen akelig stil rond vrouws vogelvoederhuisjes. Zoals vrouw en ik zijn, zo hoeven u en andere mensen niet te zijn. Terwijl wij voor chalet in warme zon en Canadian deckchairs koffie en koek zitten te nuttigen, knallen er om twee uur in de middag ineens geweerschoten, heel dichtbij. En dan mogen vrouw en ik gratis en voor niks toekijken hoe uren lang in schaduwboskant zeven mannen met honden, fret en geweren bij zich zoeken naar en schieten op konijntjes. Konijntjes hebben geen geweren en kunnen nu in februari al jonkies hebben.
Bolsterturf
1056b
Tegen kwart voor zes in de avond van de zesde mooi zonnige februaridag 2008 op rij, tuf ik in m'n pinda binnendoor van Sterksel over Lierop en Mierlo naar Eindhoven. Zo'n anderhalve kilometer voor Lierop tel ik op dikke tweehonderd meter vijf reeën in wei. Wanneer ik ben gestopt en uitgestapt en drie minuten over zes m'n camera op statief heb, verdwijnt de laatste van deze dieren in donkerte van verre boskant. Ik was te onvoorzichtig! Ze zagen mijn lopen eindje op hen toe. Of ze vertrouwden 't al te lange stilstaan van de pinda niet.
Bolsterturf
1057
Ik wandel met vrouw en hond. Op ons pad in stille-drie-graden-maar-februarimiddag onderweg naar het Bleke-bossen-ondiep-eilandjeven zijn drie werknemers van een tuintechnisch bedrijf even voorbij boerderij Peelweg nummer 13 met zwaar materieel een mooie bungalowtuin aan het slopen.
Bolsterturf
1058
Net na schemer binnendoor op weg naar 't werk Net na schemer binnendoor op weg naar huis
Bolsterturf
1059
Vandaag een koude dag van lelijke oostenwind. Eén ree zag ik van ver in gele bunt,
Bolsterturf
1060
Het is inmiddels wetenschappelijk bewezen:
Bij grote kou krijgen wilde konijntjes grote honger.
Bolsterturf
1061
Onderweg van chalet naar huis parkeert vrouw net na enen haar Agila bij ingang doodlopend moerpuinpad. Zij en ik zijn nieuwsgierig naar de dode rode rikke die we acht dagen terug in berm van dit stille pad vonden. Nog maar paar minuten het oerig moer toe, wijst ze opeens: "Kijk! Roze kroos." En dan geef ik aan haar uitleg over de bijtjes van opa Imker en het stuifmeel van de zwarte els op groen kroos. Maar dan heeft Erpel de dode rikke al gevonden. Die ligt nog exact op de plek waar ik haar tussen eikenstammen neervlijde. De vorst van de laatste week zorgde ervoor, dat ze er nog helemaal als rikke uitziet. Maar vanmiddag heeft ze naast het grote gat in haar rug ook gaten in haar buik. Roofdiertjes hebben volop van haar vlees gegeten. En na het mooi van kleur roze kroos en de lelijkheid van dood en rikke genieten wij van zon en broekbos weerspiegeld in helder oerig moer met ijsvliezen en frisgroene voorjaarswieren.
Bolsterturf
1061a
Overwonnen de klote griep bike ik tegen avondschemer en in vrieskou met Erpel Bleke bossen toe. Om tien voor zes spot ik een ree in perceel geel kortstelig akkergewas langs breed puinpad waarop alle uren van de dag wel een of meer auto's. Het schemert dan al. Een kijker heb ik niet bij me, maar met camera op maxi optisch zoom zie ik een bastbok. Die staat aanvankelijk met wat kromme rug. Waarom is deze bok alleen? Waarom heeft hij geen sprong om zich heen? Waarom geen rikke of smalree bij zich? Even denk ik: "mijn" knopbokkie . Maar dat heeft of had - leeft "mn" knopbokkie nog? - geen witte halsvlek. En ach, hoe dom van me, van knopbokkie zomaar winter over naar hoge gaffel- of zesender is tè onwaarschijnlijk. Dan meen ik een poosje dat deze bok ziek is, want hij laveit met kromme rug.Langzaam loop ik door het kort geelsprietig gewas, richting bok. Ineens rekt die zijn lijf, zie ik ook spiegel en penseel. Hij is zo te zien wel gezond. Toch zekert hij weinig en kort. Nee, hij is helemaal niet schuw. Hij is onvoorzichtig. Ik vind hem een domme bok. Het lukt me met Erpel op mijn hakken hem tot dikke vijftig meter te naderen. Dan zekert hij. Ik sta pal stil. Erpel staat pal stil. En als hij dan weer gaat laveien, komen we tot kleine vijftig meter. Nu blijft hij naar ons kijken, alsmaar staren. Ach, ik ben te opvallend lang, en Erpeltje is te zwart-wit maar zit wel doodstil. Ik besluit om deze bok een lesje te leren, aai mijn hondje over zijn koppie en wijs: "Vrij! Vooruit!" Na dertig meter achtervolging roep ik Erpeltje terug. Ja! in principe mag Erpel niet achter reeën aan. Maar deze bok laveide op nauwelijks honderd meter van voor hem levensgevaarlijke puinweg - een kogel uit beetje jagers- of stropersbuks is tot meer dan 'n halve kilometer dodelijk! Bovendien liep hij recht op stiekeme hoge zit van jagers af. En waar politie, parlement, provincie, boeren, de vereniging Het Reewild, KNNV, IVN, dierenbescherming, Faunabeheer, Staatsbosbeheer, Het Brabants Landschap, de gemeente Someren en de gemeente Heeze-Leende allemaal in gebreke blijven mogen u, Erpel en ik toch moete doen om dieren, om ons res nullius, tegen kogel, hagel en strop in bescherming te nemen?
Bolsterturf
1062
Buiten beetje vriesweer, somber vriesweer. Samen met Erpel pas ik op lieve deugniet Martijn. Kater Bolleke heeft geen zin in oppassen, die blijft met Martijn over de vloer liever de hele dag buiten, die loert vanaf 't terras naar mezen, duiven en merels. Zo loerend en soms een sprintje trekkend houdt hij ook eksters, kraaien, gaaien, konijnen en de felle sperwer uit de tuin. Toch doet Bolleke de vogels geen kwaad. Hij ving er deze winter bij mijn weten geen. In muizen vangen is hij veel beter, maar daarin heeft hij duidelijk geen zin meer. Ik vind geen tijd en het is geen weer om met Martijn naar bos en hei te gaan, dus let ik keurig in 't lekker warm chalet op de jongen. We puzzelen samen, we kijken tv, hij mag de aanrechtkastjes uitladen, we voetballen, we computeren, we tekenen en ik lees hem het verhaal van de boze wolf en de drie biggetjes voor. Maar dan komt tegen donker Martijns oma thuis. Zij geeft mij op m'n donder, omdat ik het lieve joch foutief verschoonde en omdat Bolleke in bed poepte. De rotzak was door beetje open raam de slaapkamer ingekomen. Zo gemeen, nietwaar? Uitgemopperd verwent ze dan Erpel, de klote kater en 't meest van al Martijn. Tegen half zeven brengen oma en ik Martijn over Leende en de snelweg terug naar zijn pa en ma. Dan zien we de kerk van Leende in gloed van oranje en rode wolken. "Kijk eens! Zo mooi!" wijs ik Martijn op de roodoranje lucht. Maar ach, de dreumes heeft het te druk met zijn schoenveters. En dan luister ik bij dochter en schoonzoon naar de weerberichten, vertelt de weerman: "Bij de avondschemering waren er in ons land fraaie oranje en rode polaire stratosfeerwolken te zien. Dit wolkentype hangt samen met extreme kou in de stratosfeer op twintig kilometer hoogte."
Bolsterturf
1063
Om kwart over acht in koude nevelmorgen ga ik met Erpel op weg, Bleke bossen toe. Nog maar net van chalet komen zwanen over. Eerst een vlucht van dertien en daarna nog drie. Snel wieken de grote witte vogels over bos en weiden, hun rustplaats voor de dag paar honderd meter vanaf Heezer bosrand toe. En dan bike ik tot tien voor negen zonder konijn, haas, vos of ree te zien langzaam door de Bleke bossen. Erpel draaft blij met me mee. Alles wat ik verder nog aan dierlijk leven waarneem bestaat uit een verre buizerd, alsmede wat verre duiven en kraaien en paar kleine vogeltjes. Huiswaarts kakelpaar, bastbok, Providentia-driesprongetje en eekhoorntje Maar dan op weg terug naar chalet zie ik hem op kleine honderd meter in nevel staan, op plek waar ik half uur geleden nog voorbij bikete. Hij is de bastbok, de zesender, die ik zondagavond in geel kortstelig akkergewas zag en achter wie Erpel even mocht racen. Soms heb je geluk! Net na negen uur is daar ook nog eens op boerenwei het Providentia-driesprongetje. Maar helaas, een mountain bike stopt niet onmiddellijk bij in de remmen knijpen. Ondanks de afstand en de vette nevel heeft de bok me gezien. Meteen springt hij af, dicht bosselke tussen wei en Providentia-bijgebouwen in. Rikke en haar kalf (van vorig voorjaar) blijven nog eventjes staan zekeren, tot bokmans zijn stem laat horen. Als die begint te blaffen, te schelden, rennen ook zij het bosselke in. En dan opeens schrik ik, schiet er een eekhoorntje met Ep achter zich aan langs mijn benen een spar in.
De lange jager van De Lange Bleek en zijn vrouw in auto op bospad Tussen vijf en zes in de avond maak ik met Erpel nog een avondrondje Bleke bossen. Beurtelings bike en loop ik, al met al zo'n vijf kilometer heen en zo'n vijf kilometer terug. Erpel kan niet biken, die heeft alleen maar zijn rappe pootjes om vooruit te komen. Iets waar ik heel goed rekening mee wens te houden. Ik zie een paartje Nijlganzen, een houtsnip en een buizerd heel donker van veren. Ook nog twee reeën. Deze laatsten helemaal tegen Strabhei aan. En op weg terug naar huis komen we de lange beheerder, of lange jager die zich voordoet als beheerder, van De Lange Bleek en zijn vrouw in grote bruine terreinwagen tegen. Die rijden dan over smal onverhard pad door langgele buntsprietenwildernis in perceel te grof en te schunnig getimberjackt bos. De beheerder heft zijn hand op in 't voorbijrijden. Ik groet terug.
Bolsterturf
1064
Van half tien tot elf uur in vier graden schaduwtemperatuur bewolkte klein beetje nog maar zonnemorgen - nu ik dit type is het midden in de dag in mijn studiehok negentien-en-een-halve graad en buiten aan noordoostelijke blokhutwand zeven graden in inmiddels lichter morgen - verbleef ik met Erpel in de Bleke bossen. Daar troffen wij wel de buizerds van boskanten en het fliefde paartje Nijlganzen, dat juist kwam aangevlogen. De exoten landden in nog ongestronte wei tussen Bleke boskant en hoge jagerszit. Vos, ree, haas en konijn lieten zich niet zien. Om ook die te zien, hadden Erpel en ik eerder op moeten staan. Ach, ons wild houdt niet van hond en mens, dus waagt het zich in de dag liever niet de dekking uit. Wel houden vooral reeën van zon. En nu het weer lente wordt, zullen mijn hondje en ik ze binnenkort in heel veel morgens en avonden kunnen gadeslaan op weiden en akkers. Helaas, ook dappere mannen met buksen en kogels zullen ze daar vanuit stiekeme hinderlaag verwelkomen. Welke partij is de partij met voldoende macht en invloed om jagers en jachthutten voorgoed bos en veld uit te bannen? En waar overal kan ik jachthutten en hoogzitten voor afbraak melden?
Bolsterturf
1065
Met vijftig in winterdonkerte rij ik door bos. Geen ree, vos, haas of konijn in 't groot pindalicht, zelfs geen muis. En ook geen vogel. Ineens rem ik voor witgrijs dwarrelmotje. 'k Wou 't niet doden of bezeren.
Bolsterturf
1066
Het waren dertien uren leuke arbeid. Moe maar tevree en best nog scherp rij ik naar chalet. Ruim na ochtendschemer al laveit en dolt in motregen een reesprong op weiland aan noordoostrand waarvan een jachthut op palen . Tweehonderdvijftig meter rij ik door. Uitgestapt open ik de kofferbak om m'n laarzen te pakken. Met laarzen aan klap ik kofferbak en portier dicht en loop dan de kwart kilometer terug. Helaas, de sprong bevindt zich om even over negen niet meer op de dan nog eens zo ongeveer zelfde afstand verwegge wei. Tussen rijtjes sparretjes door sluip ik naar het weiland. En dan zie ik even later vanuit dun perceel beukenbos een ree op maïsstoppel. Het dier kijkt naar me. Omdat het een takje hoorde kraken? Of omdat het verwaaiing van me kreeg? Vlak achter hem of haar zekeren meer reeën. Deze laatsten hebben echter geen erg in mij, wel in twee mannen die bij bioschuur met een tractor bezig zijn en naar elkaar schreeuwen. Wanneer de reeën - ik tel er zeven - afspringen ren ik onder de beuken door terug. Net nog op tijd zet ik vanonder de hoge zit respectievelijk vier, vijf en vijf reeën op foto. En dan zijn ze weer uit mijn zicht, deze keer richting hondenterrein verdwenen in hoog maar dicht en donker naaldhout.
Bolsterturf
1067
Vol goede moed op reewild zien bike ik avondrondje. Het Bleke-bossen-Providentia-buizerdpaar rent over zwarte akker. De grote grijpvogels zijn aan 't muizen, maar zodra ze me gewaar worden gaan ze bang voor de mens in 't algemeen op de brede vleugels. En dan kom ik langs reeks boskant fors gestronte weiden. Op één wei helemaal tegen Stabhei aan toeven ganzen. Deze ganzen blijken minder mest- en drekgevoelig dan reeën. De laatsten mijden en meden (geen reeprenten in paden en weiranden) duidelijk stront en gier.
Bolsterturf
1068
Met Erpel aan de trapper in slakke Paartje nijlganzen vrijt voor kuddetje misschien wel ritueel te slachten schapen. Een ree vlucht weg door pijpe Erpel dient gecorrigeerd. Toch, mijn boze daad maakt dat ik het koeren van blauwe doffers minder flieft dan anders ervaar. Bijna chalet doet een zwarte kraai zich tegoed aan doodgereden konijn. Erpel mag het dode diertje afpakken. Is hiermee het aan zijn oren trekken goedgemaakt?
Bolsterturf
1068a
Zijn mama heeft de griep, zijn oma chalet voor de tweede keer de griep en zijn papa is bezig met slaapkamer voor zijn straks broertje. En zijn andere opa en oma wonen ver weg. Daarom mag opa chalet op lief deugnietje Martijn passen.
Bolsterturf
1069
Vandaag na regen in de vroege morgen plus twintig in de zon. Toch maar twaalf in schaduw. Zo veel jaren terug en toch zo pas geleden dat ik wulpe
Bolsterturf
1070
Voor mìj tussen halfacht en half tien 'k Durfde niet te vragen of de dames op foto wilden.
Bolsterturf
1070a
Sterksel. Het is net droog buiten. Aan de ruiten hangen nog regendroppels. In 't west dreigen al weer zwartblauwe wolken. Ik zit met tussendeur dicht te vloeken in mijn hok. Iets wil me niet lukken. Vrouw kijkt en luistert op de bank in de kamer naar tv-oranje. Zij zit ingepakt in haar rode slaapzak. Ze heeft voor de tweede keer deze winter de griep. Ook last van haar amandeltjes. Uit de klote herriekast komt onzinnelijk gemauw, Frans Bauer of zo. Die jankerd hoef ik echt niet te horen. En al helemaal niet te zien. Maar dan roept vrouw met hees stemmetje: "Kom vlug! Reeën." Meteen is mijn beetje boze bui over en vergeet zij voor eventjes heur zere amandeltjes. "Onze" Providentia-driesprong laveit voor chalet, bijna honderd meter verder dan de voorruiten. Vanuit de blokhut overbruggen kijkers en camera eerst twintig meter tuin, dan veertig meter boerenwei en nog eens veertig meter maïsstoppel. Rontelom de stoppels ontsproten zomaar allerhande grasjes, plantjes en kruidjes uit de zwarte aarde. Vrouw en ik bestuderen de sprong: zesender reebok in bast, bokkalf ook in bast en een zwangere rikke. Het kalfje heeft nog maar half oor korte spitsen. Deze rikke is zijn moeder. Of de zesser zijn vader is? De reeën zijn druk met laveien. Door 60x-telescoop, 7x50 en 20x50-kijkers en camera-zoeker zien we de kaken bewegen. Door de telescoop ontdek ik wat bultjes en wondjes - allebei veroorzaakt door parasieten? - in reedos. Dan wandelt er meter of vijftig achter de reeën een man met herdershond over paadje, klote wandelpaadje. De reeën horen deze twee. Of ze krijgen verwaaiing. Daarom verbergen ze zich - deze keer heel onnodig - in boskant. Door de kijkers zien we nog net hun spiegels. Wanneer man en hond voorbij zijn, trekken zesender, rikke en spitsertje langzaam schuin weg dieper 't bos in.
Bolsterturf
1071
Net als gisteren kom ik vanmorgen geen konijn, haas, ree of vos tegen in het Bleke bos. Ook geen wandelmannen, wandelvrouwen, vogelaars, hondenuitlaters en hun honden, jagers, trimmers en wielrenners. Wel zie ik een buizerd donkerbruin van kleur, paartjes zwarte kraaien, een familie bonte gaai en vluchten blauwe duiven. En horen doe ik nog veel meer vogels.
Bolsterturf
1072
Het is half acht en al donker. Ik rij in m'n pinda aan oostkant van het Sang, de camera in nachtstand op de duozitting. Ik denk: misschien zijn er reeën, hazen en vossen die zich laten vangen in groot pindalicht. Maar dan zie ik twee mannen in de berm. Deze mannen hebben groene kleren aan en groene hoeden op. Het zijn jagers. In fel groot licht glanzen de lopen van hun kogelbuksen. Ik rem, ga langzamer rijden, wat achteraf bekeken weinig nut heeft. De mannen voorbij kan ik die in het donker in de spiegels immers niet meer zien. En dan huiver ik eventjes: twee buksen weet ik in jagershanden en in mijn rug. Misschien zochten deze jagers in dit avonddonker naar een geraakt maar toch nog weggekomen rikke en konden ze haar niet vinden. Misschien crepeert zij nu in natte eenzaamheid. Misschien zal ik in dit Sang binnenkort mijn zoveelste dode ree vinden. Op negen februari j.l. wees Erpel op puinpad hier nog een rikke met rugwond aan. Het Sang, leuk oerig moerig broekbosgebiedje tussen Lierop en Mierlo, wordt voor een groot deel, misschien wel voor het grootste deel, beheerd door Staatsbosbeheer. Staatsbosbeheer is overheidsinstantie. Staatsbosbeheer beheert de natuurgebieden van de Nederlandse staat. Het is in die gebieden om zo te zeggen de baas van alle in wilde staat levende natuur. Staatsbosbeheer is de mening toegedaan dat wild, ook wild binnen rasters en roosters, zichzelf moet kunnen redden. Het beleid van Staatsbosbeheer is daarom enerzijds om in voedselarme tijden wild te laten verhongeren, wild niet bij te voederen, het gewoon te laten creperen. Anderzijds gedoogt Staatsbosbeheer jachthutten en jagers in de door haar beschermde gebieden, bevordert ze zo het dood en ziek schieten van reeën en ander wild. Staatsbosbeheer past dus zijn eigen regel dat de wildstand zich te allen tijde zelf moet reguleren allesbehalve consequent toe. Wat betreft jacht en jagers? Mijn mening over jacht en jagers? Ik schreef het al vaker: zouden de dieren terug kunnen schieten dan jaagden er geen jagers met geweren. Het wordt, vind ik, hoog tijd dat de jacht op jagers op veel meer fronten wordt geopend.
Vanochtend zoek ik met Erpel in het Sang. Gelukkig vindt hij er aan dood dier alleen wat over is van de rikke met rugwond die hij negen en zeventien februari j.l. al eerder aanwees .
Bolsterturf
1073
De weervrouw van de televisie voorspelde veel regen. Daarom wou ik vanmiddag, toen het best mooi droog hoewel niet zonnig weer was, naar de bossen. Eindelijk zag ik daarin weer eens een haas! Zo klote: ik zag tot vanmiddag deze maand geen enkel haas! Alsof de hazen aan het uitsterven zijn! Eergisteren schreef ik: "Als ik het bos verlaat zijn boeren bezig met de oogst van bovengronds geelkleurig en kortstelig akkergewas waarvan ik nog altijd de naam niet weet. Ik wil ook vanmorgen deze boeren niet vragen naar de naam van dit gewas. Daar wens ik nu geen tijd voor vrij te maken, daar heb ik echt geen zin in." Na tussendoor in chalet verpozen, vrouw verhaalde over dochters en Martijn en ze trakteerde op koffie, brood met honing en jam, koek, hondenbrokjes en een bullepees, ging ik tegen donker nog eventjes met Erpel terug naar de bossen. Daar reed de lange beheerder of gewoon lange jager van De Lange Bleek rond in zijn bruine off-the-road-car. Of hij vrouw, geweer of buks bij zich had, weet ik niet. Dat kon ik van grote afstand zonder kijker, en in schemer en regen, niet zien. Ik neem aan dat de beheerder zelf en niet iemand anders in des beheerders jachtwagen rijdt.
Nu ik dit type loeit zuidwestwind om 't chalet en klettert regen tegen de ruiten. Buiten bij boskant is het stikkedonker. Daar hoorde ik toen ik even met Erpel, en met lange regenjas met capuchon aan, langs de prikkeldraad liep boven wind uit blauwe duiven eik uitvliegen. Eentje vloog flink laag, die suisde langs mijn hoofd. Zien kon ik ook deze vogel niet.
Bolsterturf
index februari 2008
|