|
Bolsterturfs natuur B o l s t e r t u r f s n a t u u r Dagboek april 2009
1470 Ik wandel met mijn vrouw en mijn Erpel in tijdgebrek en mooi zonnig hoewel winderig weer. Voorbij Providentia ploegt een boer op tractor almaar heen en weer. Streepsgewijs kleurt die zijn zwarte akker zwarter. Bij 't keren moeten de ploegbladen eventjes de aarde uitgetild. Dan schitteren de scherpe ijzers in de zon. Mooi gezicht, vindt vrouw. Toch kijkt ook zij liever naar de ganzen op en over na gieren en regen nu eindelijk frisgroene weiden. Inlandse grauwe gansvogels en hun allochtone familie helemaal uit het Nijlgebied naar hier gekomen, dutten her en der. Van nog verder weg gansfamilie, heetgebakerde vogels uit Canada of Amerika, lawaait achter elkaar aan. Ja! de Canadese genten hebben vandaag echt wel de liefde in de kleine koppies. Almaar zitten ze achter hun gansjes aan. Ineens wijst vrouw: "Kijk! Heel veel kikkerdril." Terwijl zij aan slootkant op kikkers wacht en Erpel muist in slootkant, maak ik foto's van eitjes en dril. De foto's gemaakt moeten we helaas al weer terug huistoe, want er is mijn horloge en ook het elke werkdag weer werk wat moet verricht voor het kunnen hebben van lekker eten en luxe dingen. Bijna thuis merkt vrouw op: "... Zo raar! zoveel kikkerdril maar nergens een kikker."
Werktoe reepaar, vijfsprong en nog 'ns reepaar Wat te vroeg in de avond rij ik domme werkslaaf avonddienst toe. Ga ik vroeg van huis, heb ik voor werken gaan nog beetje tijd voor vogels, hazen, konijnen en reeën kijken. Vooral voor reeën kijken is het nu dè tijd van het jaar, immers voorjaar, lentetijd. In de vroege lente komt het reewild vaak ook overdag naar wei en akker, geniet het daarop dan lekker in het zonnetje van prilfrisse onkruidjes, grasjes, boomknopjes en -blaadjes. Maar gauw genoeg zullen de rikken nu hun kalfjes krijgen. Dan zullen ze zich nauwelijks nog bij daglicht durven vertonen. En ook gauw genoeg zal de bokkenjacht weer los gaan, zullen de dappere sluipschutters van het groene gilde de van flieftheid doldwaas onvoorzichtig geworden reebok bij zijn rikke wèg willen schieten. Nog maar tien mins de niettegenstaande nogal 'ns wat onverwachte gebeurtenissen op het werk toch altijd saaie arbeid toe, laveit een reepaar op wei bij het Lierops hondenterreintje aan de Kempenweg. Dit terreintje ligt beetje achteraf en toch vlakbij de drukke Provinciale weg tussen Someren en Heeze. Helaas zijn de onverharde wegen er naar toe meestal met houten slagbomen afgesloten. Dan moet ik lopend naar deze wei toe, wat tijd vergt. Zolang er op het hondenterreintje geen mensen en honden zijn, kunnen de reeën hun buiken vullen. Altijd bij het komen van de eerste man met hond vluchten ze meteen het bos in. Van bovenbedoeld reepaar ziet u maar één ree op foto. Het andere zit te soortement pijpenstrootjesgeeloverbelicht in mijn archief min of meer mislukte foto's. Dat is me te lelijke pic voor in deze website. Er zijn vaak meer reeën verderop, en er is mijn horloge en ook het elke werkdag weer werk wat moet verricht voor het kunnen hebben van lekker eten en luxe dingen. Net na zessen spot ik vanaf parallelweg langs A67 vaag beweeg op (on)kruidjesakker, beetje voor boskant. Reeën! weet ik meteen. Vlug omrijden en pinda in berm van Broekkant parkeren. En dan schiet ik ze alle vijf mijn cameraatje in. Het schieten van reeën, zò makkelijk, tè makkelijk. Ach, je kan ze moeilijk missen als ze mooi dwars en stil staan. Wou ik reeën verkopen en was m'n cameraatje beetje kwaliteit repeteerbuks, waren ze nu alle vijf - de hoge zesender, het bijna jarig bokkalfje, het ook bijna jarig rikkekalfje en de beide zwangere rikken - dood. En dan is daar, vanaf zelfde Broekkant-weg maar wat verderop en de andere kant op, een bruin stipje in Sangmoerwei. Door de kijkerglazen wordt dit stipje rikke. En na even zoeken is er ook heur bok. Die ligt te rusten bij weipaal. Deze reeën, ze zijn zo'n tweehonderd meter ver, maar met cameraatje op maxi optisch zoom schiet ik ze toch allebei heel makkelijk digitaal. Reeën schieten, dit kan ook een schutter met een buks. Toch, er is een groot verschil: waar ik nooit doodschiet, schiet een jager meestal dood. Als een jager misschiet is er geen foto mislukt, dan is er alleen maar (!?) veel te vaak een dier min of meer ernstig gewond. Wanneer het geraakte dier dan ontkomt, gaat dit heel vaak na ellendig lijden alsnog dood. Het geeft me vaak een klootgevoel: de kogel uit een jachtbuks gaat wel tot twee kilometer ver. Bolsterturf, woensdag 1 april 2009
1471 Uurtje 't veld in is het daarin als in voorbije lente: De aardbeiplantjes zijn gezet.
Ik wandel 'mijn' tamme reewild tussen ondergaande zon en mij Na aardbeiplantjesfoto wandel ik bij Providentia met mijn Erpel langzaam voorzichtig 'mijn' tamme Bleke bossen reewild - reewild? hoezo wìld? - tussen ondergaande zon en mij. Ook wandel ik dit goede mensen gewend reevee camera in. Een wel nog wilde rikke kreeg ik niet tussen zon en mij. Die racete al op meter of zeventig wei af, boskant in. Bolsterturf, donderdag 2 april 2009
1472 Ook vanavond waren ze er weer, keurig op tijd: moeder Rikke met heur bijna jarige bokjes en heur huidige vriend Zesender. Deze oudere bok is niet de vader van de bokjes. Weet ik zeker. Hun vader was veel schuwer bok. Die deed niet zo dom als deze bok. Die waagde zich bij daglicht niet in wei. En dan heeft deze nieuwe vriend ook nog het onfatsoen om moeder Rikke almaar te vervelen. Het lijkt wel of hij met de seks niet wachten kan tot straks juli. Toch is hij geen verkeerde bok. Hij duldt de tweeling nog altijd bij haar in de buurt. Het is of hij begrijpt dat de broertjes het niet makkelijk hadden tijdens strenge winter en koude maart. De twee hebben ondanks van 't winter sneeuw en veertien dagen min twintig dankzij, denk ik, de goede zorgen van moeders leuke geweitjes op de koppies. Het ene bokkie is spitsbokkie, het andere zowaar al gaffelaartje. Ik zag ze alle vier om zes uur al laveien in de verte, in wei net voorbij Providentia. Meteen stapte ik af van bike en ging door veldkijker naar ze staan kijken. Zulk mooi en lief tafreeltje in warme vroeglenteavond! En toen liet ik bike bike, wandelden Erpel en ik over pad tussen bos en wei langzaam op dit ree"wild" toe. Zo ongeveer elke tien passen maakte ik foto van de vier. Het duurde best een tijdje tot ze ons zagen aankomen. Moeder Rikke ontdekte ons het eerst. Die ging toen met lange nek tijdje naar ons staan staren. Ik werd toen zij zo keek meteen stokstijf, maar niet zo lange tijd als zij. Na paar minuten ging ze verder met laveien, liepen Ep en ik voorzichtig weer voort over 't pad. Nu zekerden ze alle vier onze kant op. Weer hielden we in, en weer liepen we tien pas verder, en weer tien pas verder, langzaamaan wat sneller. Ik ken deze reeën goed, zag ze alle vier al veel vaker. En deze reeën kennen mij. En ook Erpel kennen ze. Maar hoe goed ze hem en mij kennen? En of ze herkennen? In ieder geval vluchten ze niet als hij en ik op en neer wandelden over pad tussen bos en wei. Erpel volgde braaf, zijn koppie zowat tegen m'n linkerbeen aan. Na een poosje gingen de vier weer verder met laveien, op maar meter of veertig van hem en mij vandaan. Zo nu en dan een foto makend liep ik, nu met Erpel op mijn hielen, tweemaal het pad op en neer, om vervolgens met de reeën gelijk op te gaan. Die negeerden ons inmiddels. Die deden alsof man en fox er helemaal niet waren. Toch was het foto's van ze maken niet zo makkelijk: meter of veertig is best heel eind om te overbruggen voor klein cameraatje. Bovendien ging de zon zich verstoppen achter almaar dikker wolkendek, werd het vlug donker. Maar toen hij om kwart voor zeven heel vaal aan lage hemel weer eventjes te voorschijn kwam, wandelde ik net als gisteren de reeën tussen hem en mij en Erpel. Erpel en ik, wij lieten deze vier reeën gerust. Wij twee laten reeën en ook alle andere wild àltijd met rust. Nou ja, soms vergiste Erpel zich wel n's. Dit vergissen van hem was dan altijd mijn schuld, nooit zijn schuld!! Ik ben er verre van gerust op dat als straks 1 mei de reebokkenjacht los gaat ook de dappere jagers van het groene doodschietgilde deze zesender en de beide bokkies met rust zullen laten. Bolsterturf, vrijdag 3 april 2009
1473 In mooie beetje zonnige middag wandel ik dik twee uur met vrouw en Erpel. We parkeren bij de heide. We lopen blij en vrij door de bossen door de heide, zuidflank Strabrechtse heide. Over best brede zandpaden gaat het. Dit zijn paden benut door wandelaars, boeren, wild en Staatsbosbeheer, paden door hei en pijpenstrootjes, door dun bos ook, langs groene onlandweitjes ook.
Zij is Rikke, zij is helemaal alleen en zij is zwanger Ín vroegavond ben ik alleen op stap, staat zij in groene boerenwei. Zij is Rikke, zij is helemaal alleen en zij is zwanger. Zij eet tussen haar zekeren door het buikje rond. Dit tegen voor boskant achtergrond van als sneeuw zo witte streep landbouwfolie over pas gezette aardbeistekken.
Reeën blieven geen stof En ja! ze zijn er weer, keurig op tijd op de wei bij Providentia: andere Rikke, moeder Rikke met heur bijna jarige bokjes en heur vriend Zesender. Terwijl ik naar ze kijk, rijden er mensen in auto's en mensen op bromfiets, scootmobiel en fietsen over puin- en gruis Ten Brakeweg. Als een automobilist hard rijdt, ademen de minder duur mobiele mensen stofwolk. De stofwolken waaien wind mee wei toe, wei in. Reeën blieven geen stof. Het viersprongetje blijft meer dan vijftig meter van deze stoffige racebaan Ten Brakeweg vandaan. Bolsterturf, zaterdag 4 april 2009
1474 Ik loop de deur uit en zeg tegen vrouw: "Ben uur met Erpel weg." En dan staat daar vijf minuten later al de zesenderbok van gister- en eergisteravond alsof naar me uit te kijken. De beide jonge bokjes liggen bij hem, zomaar bij nog goed daglicht midden in wei. Moeder Rikke kan ik nergens ontdekken. Ik vraag aan Erpel: "Is zij er niet bij omdat ze kalfje krijgt, misschien al heeft?" Zo aan hem te zien hoort Erpel me nauwelijks. Hij is te druk met muizen in padkant. Bolsterturf, zondag 5 april 2009
1475 Met oma, Martijn en Thomas onderweg van Eindhoven naar Sterksel ziet oma hem scharrelen door reepje bos tussen maïsstoppel en regenwolkenblauwe bunders landbouwfolie. Vlug parkeert ze in berm. Hij is ongedurig en oneven zesender door de veldkijker. Wanneer ik vanuit berm voor varkensbedrijf Van Dijk (Oostrikkerdijk 26 te Leende) hem knip via opengezoefd portierraam, ruiken we de varkens in de grote schuren. Sorry lezer, foto's van de schuurvarkens heb ik niet, maar zo mooi! als bokmans ineens wegloopt onduidelijk waarom terug bosreepje in, blaft hij paar keer op z'n Duits böh böh böh.
Tijn het tuinmenneke en zijn verkouden broertje En toen werd het wat later dan gepland chalet gekomen een prachtige zonnedag. Toen mochten de jongens mee uit wandelen naar het bos en naar de ezels, de geiten, het grote paard en de haan met kippen. En toen snipverkouden Thomas daarna niet in zijn bedje slapen wou, speelde Martijn fijn buiten met geel zand en gaf hij oma en heur boompjes en bloemetjes water.
Reeën springen bij voorkeur niet over maar duiken onder of tussen weidraden door Met oma, Martijn en Thomas nog maar net onderweg van Sterksel naar Eindhoven ziet oma ze laveien in wei langs de Albertlaan. Vlug parkeert ze in berm. Maar hoewel nog best ver weg wantrouwt een grote rikke mijn daarna over bospaadje komen aanlopen. Ze gaat er meteen vandoor en met haar vier andere reeën. Toch maak ik wat foto's. Kijk! reeën springen bij voorkeur niet over maar duiken onder of tussen weidraden door. Wat later dan gepland in Eindhoven aangekomen, slaapt niet meer zo verkouden Thomas en is Martijn nog klaarwakker. Bolsterturf, maandag 6 april 2009
1476 Vijf reeën op groen van prille grasjes maïsstoppel laveien Bolsterturf, dinsdag 7 april 2009
1477 Toen ik vanmorgen nog flink slaperig van huis naar chalet door de bossen binnendoor over de Kempenweg in Lierop reed, stond er in flauwe bocht een man in camouflagegroen met een geweer. Een jager dacht ik en trapte fors op de rem, keek toen in het zwart gemaakt gezicht van een soldaat. Wat verderop stonden er jeeps en meer militairen langs de weg. Eén man, iemand met drie sterren, had gewoon schoongewassen gezicht. Vanavond bijna donker ging ik met Erpel trimmen. Nou ja, ik trimmen... Trimmen en joggen en zo is iets wat hij ontiegelijk veel beter kan dan ik. Bolsterturf, woensdag 8 april 2009
1478 Wildlife. Veel gehoorde loze kreet tegenwoordig. Hoezo wildlife in Zuidoost-Brabant? Waar ik woon in Brabant, en ook waar u woont, is de natuur wat betreft wildlife echt wel armzalig. Zo tel ik bij winterdag - en telt als u oplet ook u - in het veld meer jagers op twee benen met groot geweer bij zich dan vossen en hazen. Vandaag zette ik ze weer op foto. Het res nullius. De reeën. Mijn reeën, nee! de reeën van Staatsbosbeheer en Stichting Het Noordbrabants Landschap, de reeën van de dappere jagers van het Koninklijke groene doodschietgilde. Voor en na vergadering van het werk waar ik naar toe moest, schoot ik ze mijn camera in. Klik gerust op ze en kijk naar de grote plaatjes. Erg mooi zijn deze reefoto's niet geworden, want ik schiet meestal 'mijn' reeën van grote afstand. Voor mooie foto's is duurdere camera nodig, of ik moet 'mijn' reeën onnodig bang en onrustig maken. Belangrijker toch dan mooier, is het niet dood gaan, is het fijn en rustig leven van ze hebben, is het overleven van alle reeën? Ach, kijk naar de plaatjes. Heel veel zou ik kunnen vertellen over deze niet mijn reeën. Helaas, daarvoor vind ik nu niet de tijd. Ook omtrent deze op de foto vier katjes op akkerland heb ik geen nader nieuws. Deze katjes lijken alleen, maar ze zijn echt wel dicht bij thuis. Het thuis van hen en van een mevrouw op d'r katten na in eenzaamheid. Nooit 'ns vind ik grasduinen, struinen en zwerven saai. Vaak valt me iets op in 't veld. In dit fotogeval een klote paaltje van een nutsbedrijf bij allene reebok. Maar wat te denken van klote prikkeldraden waartussen het laveien van een allene rikke. Ach, zij glipt hoewel zwaar zwanger zo tussen de stekeldraden door. En toen was daar stuk later in deez' avond een rikke met haar bijna of net nog niet éénjarig kalf. Ze gedroegen zich als jagers op twee benen; ze hadden niet het fatsoen om ff te wachten tot ik ze goed in beeld had. Daarnet, toen het al donkerte, bikete ik, en rende Erpel, aan nog drie reeën in wei voorbij, helemaal aan de andere kant van de Bleke bossen. En toen ik, meer recent daarnet, voor zo meteen gaan slapen nog even buiten was, riep de bosuilman bij volle maan en rende Erpel - de stouterd! - twee of meer reeën van wei tussen chalet en bos. Ree. Reeën. Reebok. Rikke. Reekalf. Reesprong. Soms een haas, of wat konijnen. Snelle boeren en snelle heren jagers, ik wil verdomme meer wildlife. Niet alleen maar reeën! Nee!Reeën wil ik veel meer! Dus donder op met uw snelle tractoren waarachter maaimachines en maïskneuzers, ook oprotten met uw vergif, uw klemmen, uw hagelgeweren en uw buksen. Dan komen zeker weten bunzing, hermelijn, wezel, boom- en steenmarter, das, otter en heel veel vossen terug. En nu baal ik voor heel lang slapen gaan, want vergat de vele vogels die er waren, die er niet meer zijn. O, het in stille avonden roepen van patrijzen, ik mis het. Bolsterturf, donderdag 9 april 2009
1479 Wintertijd werd zomertijd. Ik vergat bijtijds mijn camera aan te passen aan de zomertijd. Is dit ree er minder mooi om? Wintertijd werd zomertijd. Ik vergat bijtijds mijn camera aan te passen aan de zomertijd. Rent dit haas bang voor ikke mens er minder snel om? Ach, de slechte mens en het goede dier. Ik rijd over Lungendonk als een chauffeur van grote en lange vrachtwagen met grote en lange aanhanger mij in m'n pinda voorrang verleent. Hij chauffeert de combinatie van zijn baas uit grote uitrit bij grote blinde schuren, schuren zonder ruiten. In de voor zon, wind en regen goed bereikbare laadbakken van wagen en aanhanger zitten blote varkens twee etages hoog op elkaar gepakt. Deze varkens zagen, denk ik, nog nooit het daglicht. Zij moesten de laadkleppen op, op Goede Vrijdag notabene. Zij werden de laadruimten ingedreven. Daarin moeten ze nu, in mooie zonnige avond met donderbuien net voor Pasen, op weg naar het slachthuis, naar hun dood. Als de chauffeur van het dierenleed op de rem trapt, hoor ik de varkens gillen. Bolsterturf, goede vrijdag 10 april 2009
1480 Hij rijdt door stille zaterdagavond. In z'n pindaatje. Hij moet, vooral van zichzelf, gaan werken. Ook 's avonds en 's nachts zijn er mensen die zorg behoeven. Zelfs in 't weekend en op feestdagen is dat zo. Hij spot een reepaar, bok en geit dus, op Kempenweg. Ze staan in overkant boskant, voorbij de groene sprieten van een korenakker. Hij kan ze echter wegens te ver weg en veel bomen en struiken in de weg met z'n cameraatje niet goed bereiken. Maar bij hondenterreintje Kempenweg 3 in Lierop, eventjes later maar, ziet hij een ander reepaar ook ver weg, zo'n dikke tweehonderd meter ver weg. Geeft allemaal niks, want dit haas, en ook deze reeën, deze mooie nu hoogzwangere rikke en deze mooie forse kapitale reebok, ze hebben het getroffen. Ja, ze hebben het geluk van hun leven. Ze wonen nog net in Lierop, dichtbij zowel voor mensen als voor dieren drukke en gevaarlijke provinciale weg. Ze wonen ook bij een door honden en hun bazen druk bezocht hondenoefenterrein. Maar het ging ze tot dusverre dus erg goed. Dit wild is honden en hondenmannen gewend. Het weet dat het van hondenmannen en politiehonden niets te vrezen heeft. Ook kent het snelverkeer, en last but not least woont het in het jachtveld van jagers die niet meteen ieder dier zich willen toeëigenen, dood willen schieten. Maar dan ziet hij in beetje tijdnood, zijn werk wacht op hem, hulpbehoevende mensen wachten op hem, een haas in alsof grassprieten wei zo jong nog korenveld. En ook is er een haas in wei bij camping aan de Bussersdijk. Dit haas gaat er bij zijn komst juist vandoor, omdat mensen met honden lawaaiig komen aangewandeld. En dan is er even later ook nog een reepaar in 't Sang. Ach, hij lette niet goed op, hij zocht te ver voor zich uit, hij was al bezig met de mensen van zijn werk. Hij keek teveel afwezig almaar naar Sangmoerrand en naar weitjes verder weg. Zo zag hij beide reeën te laat, zagen zij hem het eerst. Alleen de rikke, die even treuzelt, even nog omkijkt naar hem, komt op foto. En dan hangt daar aan 't eind van 't Sangmoerpad nog altijd een vernielde hoogzit aan een halfdode eik. Dat deze hoogzit nu al weken, misschien al wel maanden, er zo bij hangt is een bewijs dat de reewildjagers in dit gebiedje Het Sang alleen maar uit zijn op buit, op het bemachtigen, op het doodschieten van reeën. Nu er tijdelijk niet op reeën gejaagd mag worden, tot 1 mei mag het niet, komen de Sang- en Oeijenbraakjagers niet in het jachtveld. Nergens vindt hij nu de bandensporen van hun jeeps en landrovers. Met natte voeten komt hij op zijn werk. Met natte sokken in je schoenen werkt het niet prettig. Maar daar zitten de zwarte sokken van een cliënt met grote voeten in de wasdroger. Deze sokken passen hem precies. Van op 90 graden gewassen sokken van een arme en ongelukkige mens wordt hij niet ziek. Misschien nog wel 'ns ziek van gezeik van Overheid en bazen. Bolsterturf, stille zaterdag 11 april 2009
1481 Lierop. Oeijenbraak. In vroegmorgen tussen A67 en motorcrossbaan laveien drie reeën: zwangere moeder rikke met heur bokkalfjes vorig jaar deze tijd geboren. In jagersmensenogen zijn deze bokjes, deze knopbokjes, deze mislukte spitsbokjes minne bokjes. Maar heren klojo jagers, stel u voor, u in uw blote konten in barre Brabantse winter van sneeuw en min twintig en kouder, had u dat overleefd? Deze bokjes overleefden hun barre eerste winter, ze zijn er nu! Ze eten goed! Hun moeder is nog bij ze! Ze zullen het redden! Nee! heren jagers, nee! Nu niet meteen straks in mei deze bokjes dood gaan schieten! Dat is immers nergens voor nodig. Ze zijn maar met twee, niet met z'n tienen of nog meer. Ze lopen dus niemand in de weg. Bovendien lopen of rennen ze heus niet vaker of vlugger tegen een auto aan dan reeën met meer dan oorhoge geweistangetjes. Er leefde nog niet zo lang geleden een man, een Oostenrijker, later Duitser geworden, nog later spoorloos verdwenen, gezelfmoord zeggen ze. Deze man heette Hitler. Hij verafgoodde een ongezonde theorie, de theorie van de Übermensch. Mensen volgens hem niet Arisch genoeg, niet gezond genoeg ook, hoefden niet langer te leven. Die dienden opgeruimd. Het gaat al niet goed met Nederland. Moet dat nog erger worden? Straks staat er nog een politicus met charisma en zo op die vindt dat Nederland inmiddels echt wel tè vol is. Stel je voor hoe deze man dan gaat invoeren dat mannen met kale koppen dood moeten en alleen die met mooie volle haardos mogen blijven leven. Nou ja, dan gaan zeker weten pruikenmakers en harentransplanteurs een gouden toekomst tegemoet. Een reebok met "maar" knopjes tussen de oren heeft niet de mogelijkheid om mooi hoog gewei op zijn verder niets en niemand kwaad doende miezerspitsjes te laten monteren. Anderzijds heeft een zogenaamde teruggezette reebok, een vanwege ouder worden niet meer kapitale reebok, ook niet de mogelijkheid om zijn stangen met plastieken chirurgie of zo wat op te hogen of breder te maken. Ach, geen ramp allemaal. Geen ramp voor de knopbokkies. Geen ramp voor de oude bokken, immers jagers schieten het liefst een kapitale trofee voor aan de muur te hangen. Om mee te pronken!!? Heren jagers, bent u echt erger dan een ijdel wijf? Een kapitale geweitrofee zit dus op de koppies van de bokken en herten van middelbare leeftijd. Kijk heren jagers, zo is een reebok maakt niet uit met wat voor gewei dus altijd de lul. Tjonge toch! Waarom is een reebok met "maar" knoppies tussen de oren minder dan een reebok met gaffel- of zesendergewei? Omdat een vrouw met kleine borsten minder is dan een vrouw met grote borsten?? Zoek ik maar mijn troost bij een rode paastulp in sombere maar zachte paasmorgen, een heel allene rode tulp op bospad. Maar dan is het alweer middag. Mag ik van vrouw en dochters wijn, zijn er Martijn en Thomas. Ben ik alle jacht en alle jagers voor zolang het duren mag vergeten. Martijn zoekt paaseieren terwijl Thomas speelt met vooral alles waarmee hij niet spelen mag. Bolsterturf, 1ste paasdag 12 april 2009
1482 Het is Pasen en het regent niet. Daarom is dit een mooie Lentepaas om met vrouw en Erpel doorheen te grasduinen. Zij en ik gaan voorbij akkers en weiden, ook door bos, veelal ieder aan eigen padkant. Erpel rakt meestal op en neer voor ons uit, soms blijft hij wat achter. Ons foxie mag alles zolang hij maar op de paden en in de bermen blijft. Meesttijds onderweg vertelt vrouw. Meestal luister ik naar haar. "Ja, zo raar," vind ook ik, "nergens in de weiden koe of pink, en ook nergens wulpen, kieften, grutto's, tureluurs... Alleen maar wat schapen, grauwe-, nijl- en canadese ganzen." Aan brede ondiepe schutsloot rusten twee ongeschoren schapenrammen. "Deze schapen stinken," vindt zij met vies gezichtje. "Niet hun eigen schuld. Kruipen ze in de sloot, zuigt het water in hun wollevacht, verzuipen ze!" meen ik. Vlug loopt ze verder, tot ze wijst: "Kijk! twee frisse eenden." De eenden vliegen weg, wieken laag blijvend voorbij een oude al halfdode berk met kleine blaadjes. Aan zuidoostkant staat deze berkopa, of berkoma, boomopa of boomoma weten zoveel mensen niet, met zijn wortels in kikkerdril, maar heur en ik zijn het heel erg eens: "Deze berk is toch zo mooi!" Wij, vrouw en ik dus, knielen bij de sloot. We zoeken het gewriemel van de dikkopjes. Hun staarten zijn breed, dik en sterk achter de te dunne korte pootjes. "Kijk! het Met dik vertraging aangekomen in de Bleke bossen, duikt Erpel in een sloot vol beukenblaren rottend zwart. De houthakkers van 't Brabants Landschap deden goed hun best. Die hielpen echt wel het Bleke bos heel ijverig naar de kloten. "Wij, vrouw en ik dus, staan er stil en verslagen bij. Sip kijken we naar drie beuken, door de houthakkers gespaarde bomen maar nu alsnog ten dode opgeschreven want vakkundig geringd. "Verdomme!" roep ik, welke gekken ringden deze mooie beuken? Waarom toch?... Verdomme! je breekt hier zowat je nek over al geringde bomen en ook over omgezaagde nooit opgehaalde stammen en takken." Vrouw vloekt nooit. Een bonte specht lacht alsof bezopen als ik ik weet niet hoeveel dooie nooit opgeruimde stammen op foto zet. Kwartiertje later maar, moe en droef geworden van de geringde beuken, zien we ze, wijzen we, zij en ik dus: "Kijk! Daar! De reebokkies van Providentia." Nog zijn deze jonge bokkies bij hun ma die spoedig werpen zal. "Mijn god, wat een term: werpen." Wij kunnen er niks aan doen. We hebben met deze bokkies meelij, want 't is zo de eerste mei.
Tegen schemer ben ik met vrouw en Erpel Strabhei toe... Tegen schemer ben ik met vrouw en Erpel Strabhei toe. Hier vanaf een bankje aan boskant op meter of honderd op grens van wei en akkertje het geflikflooi van een paartje Canadese ganzen. En er is ook de avondzon rood over zandpad tussen bomen. Ineens twee rennende reeën. Deze reeën rennen voor hoogzit langs. "Verdomme," vloek ik, "nergens meer een weitje zonder hoge doodschietzit?" Vrouw vloekt nooit. Maar nu ik dit type is het na halftwee in lentenacht, geen Pasen meer, slaapt ze - ze is veel verstandiger vrouw dan ik man ben - al anderhalf uur, hoor ik man bosuil roepen door open raam: "Hoe hoe hoe oe oe oe ... hoe hoe hoe oe oe oe... hoe hoe hoe oe oe oe." Bolsterturf, 2e paasdag 13 april 2009
1483 Vrouw wil uit fietsen met de jongens, met Martijn en Thomas, dus wou ze ineens een fiets, een nieuwe fiets, spiksplinternieuwe fiets, dure fiets. Ik heb ouwe fiets, zo eentje met maar drie versnellingen en grote fietstassen. Nou ja, ik heb ook nog damesmountainbike in gebruik, heur bike. Mijn herenbike trapte ik in 't veld naar de kloten. Maar tja, nu is van heur mountainbike inmiddels ook zowat alles kaduuk, bike ik daarmee inmiddels in altijd zelfde versnelling. Hoe het ook zij, ik moest mee naar de fietsverkoper, ik kreeg inspraak in heur nieuwe fiets. Ach, ik ben slapjanus, we, zij en ik dus, kochten twee nieuwe fietsen, een dames en een heren.
Reeën te tam Na vrouws gezonde Brabantse kost maar wel met honger in de portemonnee, wandel ik met foxie Erpel tegen schemer bleke bossen toe. Al gauw ontmoeten hij en ik daar een stelletje domme reeën, een sprongetje ree"wild" zo onvoorzichtig en zo mak dat hij en ik ieder individu ervan inmiddels kennen als onze broekzakken. O nee, sorry, Erpel heeft geen broekzakken, immers nooit een broek aan. Maakt verder niet uit, want het moet hier, vind ik, gaan om reeën en natuur, om reeën in de vrije natuur. Als al zo vaak eerder gedaan, wandelen Ep en ik over pad tussen bos en wei met deze vier reeën in wei mee. Zonder moeite wandelen we ze tussen zon en ons. Helaas staat de avondzon nog wat te hoog en te fel aan de westerhemel, worden de tegenlichtfoto's niet fraai. Graag zou ik Erpel 'ns los laten op dit domme reewild. Ze 'ns alle vier grote schrik bezorgen. Maar dit mag dus niet van jagers, dierenbescherming, regering en politie. Ook mag het niet van vrouw. En te groot de kans dat dan in paniek deze reeën, die Ep en mij hun vertrouwen gaven, tegen prikkeldraad onhoog vliegen, zich dan bezeren. "Toch is dit te gek!" zeg ik tegen Erpel, "over veertien dagen al gaat de reebokkenjacht los. Dan mogen de dappere jagers van Het Koninklijke Groene Gilde reebokken weer van weiden en akkers afknallen, ze doodschieten... Kom mee! Aan de voet! Volggg!" En dan wandelen Erpel en ik achter de reeën aan. Langzaam gaat het over de wei. Op meter of dertig wandelen Ep en ik achter de reeën aan. Als we wat versnellen, versnellen de reeën ook en zekeren ze vaker, laveien ze zo langzaam richting bos. En als ik dan het spelletje moe in m'n handen klap en heel hard schreeuw: "Erpel afffffffffffffffffff en blijfffffffffffffff" en vervolgens naar de reeën ren, rennen die iets harder maar dan ik bos toe, bos in. Erpel bleef. Daarmee verdiende hij - o domme ironie, o wreed cynisme - een varkensoor. Bolsterturf, dinsdag 14 april 2009
1484 Zij is een goede vrouw van net in de vijftig. Zij wilde haar moeder helpen met grote caravanschoonmaak, maar dat pakte verkeerd uit. Toen de oude moeder me in paniek riep, zat ze, goede dochterlief dus, op haar knieën met mooie dikke kont in dunne witte broek omhoog. Het was echt wel een prachtpanorama, maar haar rechterarm stak diep in een konijnenpijp en over d'r grote borsten, wipneus en een roze wang krioelden rode bosmieren. Ze kon niet meer overeind komen en ze woog, vertelde ze me meteen heel eerlijk, honderdvijfentwintig kilo. Toen zij door mij bevrijd Bolsterturf, woensdag 15 april 2009
1485 Anderhalf uur te vroeg ging ik van huis, want wilde voor werken gaan nog wat struinen door Sangmoer en broekbos. Maar het begon te regenen, dus reed ik wat door het buitengebied van Lierop. Toen daar een pauw aan verkeerde kant van zijn gevangenis zat te dutten, parkeerde ik in berm van Winkelstraat zonder winkels, stopte er een ook wit bestelautootje. In dit autootje een man die naar mij in m'n zwarte pinda kijken ging. Deze man, die ik wel eerder zag, hij heeft wat pony's bij reewildweitje, zal wel gedacht hebben: "Wat is dit voor vieze schooier? Die wil zeker pauw jatten." Bolsterturf, donderdag 16 april 2009
1486 Vrouw en ik kochten ons nieuwe sportieve fietsen. Ieder eentje met zestien versnellingen of zo. Vandaag konden beide fietsen opgehaald. Mijn fiets ook al. Meevaller voor me, dat de fietsverkoper toch nog een zelfde merk herenfiets vond in zijn grote magazijn. Wij waren trouwens echt wel aan nieuwe fietsen toe. Mijn oude fiets, eentje met maar drie versnellingen, heeft na in pikkedonker in de bleke bossen botsing tegen onverlichte slagboom scheef stuur, inmiddels ook lekke band. En mijn mountain bike sneuvelde in het jachtveld van een onweidelijk jager. En van de week trapte ik de versnellingsbak van heur oude bike helemaal kaduuk. Deze bike is nog wel bruikbaar, maar je kan er niet meer mee schakelen. Voor het de fietsen gaan ophalen, moesten van vrouw heur spechten nog vlug getrakteerd op nootjes. Spechten lusten net zo goed als mensen nootjes in de lente, vindt zij. Maar zo gemeen, ze gunde me niet de tijd om de spechten mooi op foto te zetten. De fietsen moesten ineens hals over kop opgehaald. Maar ook over de spechten ben ik niet tevree. Zowel meneer als mevrouw Bonte-Specht wilden niet eventjes stil in beeld hangen, niet mooi poseren. In mijn pinda reden vrouw en ik naar Mierlo. Onderweg mocht ik, omdat ik zo zeurde over de spechten, vanaf de weg Broekkant drie verwegge Lieropse reeën op foto zetten. In Mierlo aangekomen parkeerden we de pinda bij dochter in de straat. En toen was het nog maar tien minuten lopen naar de fietsen. Dikke duizend euro lichter fietsten vrouw en ik, zij met leeg kinderzitje achterop, over de Strabrechtse heide terug Lierop toe. Leeg en kaal deze heide, op wat stukken dun bos en de miljoenen bleekgele pijpenstrootjes na. Staatsbosbeheer kapte de laatste jaren heel veel mooi bos weg uit de slecht van kwaliteit heide. Ja, Staatsbosbeheer kan het echt niet laten, dat wil almaar kappen, kappen, kappen. Dat wil hout verkopen, verkopen, verkopen. Het Staatsbosbeheer gunt de vogels nauwelijks een boom om in te nestelen. Het gunt reewild, vossen en marters echt geen grote stukken zowat ondoordringbaar dicht bos. Liever laat het zijn heidereeën door jagers van de spaarzame weitjes afknallen. Van Staatsbosbeheer moet alle bos als alle hei kapot gereguleerd. Waar vrouw en ik op deze heide graag reeën hadden ontmoet, vinden we alleen maar paarden en schapen. Wel zien we een enkele kraai, een enkele vink of ander vogeltje en wat eenden en ganzen. In Lierop genieten we, vrouw en ik dus, bij een cafetaria ieder twee blikjes bier en een satehschoteltje. Dan gaat het weer verder, terug de heide op, de heide over, richting De Lange Bleek en Sterksel. De fietsen, merk Montego, fietsen fantastisch. Het schakelen is simpeltjes knopjes drukken. De omgeving vinden vrouw en ik echter echt wel minder van kwaliteit dan die van onze nieuwe rijwielen. We komen langs groene weiden, sommige met bloemen geel en lila. Maar in de grote schuren van de boeren staan de koebeesten heel het jaar op stal. Die mogen van de Brabantse boermensen het hele jaar door niet naar buiten, niet de groene weiden in. Tegen schemering chalet gekomen, wil ik dan nog even half uur met Erpel op stap. Erpel vindt met me meegaan fijn, reuzefijn. Hij draaft vrolijk met fiets mee. Al meteen bij Providentia kuiert daar één van de bokkies met kale nekkies , goeie bekende van Erpel en mij, in weikant. En dan zie ik ook zijn broertje. Dat staat honderd meter verder ineens midden op bospad naar me te kijken. Wanneer Ep en ik verder gaan, springt het toch maar af. Vlug verder gefietst, Erpel verder gerend, De Lange Bleek in, loopt daar een boer gezwind over de weiden, zijn uit bioschuren stront- en zeikverzamelplaats toe. Op meter of zestig van Erpel en mij vandaan staat een zwangere rikke te zekeren naar deze boer. Maar dan kijkt zij onverwacht bezij naar Erpel en mij. Ze zal verwaaiing van ons twee gekregen hebben. Met haar rennen nog drie reeën het bos in. Erpel en ik gaan zelfde weg terug. En dan staan daar in het laatste daglicht, in over donkergroen beetje nog maar geel van paardenbloemen wei, de zowat handtamme zesender en zijn voor zolang het duren mag zo mogelijk nog tammere rikke. Eén van heur zoontjes is bij ze. Waar het andere bokje zit? Misschien is dat daarnet, voorzichtig aan, al wat gaan zwerven, is het moeders rok beu, is het op zoek gegaan naar eigen territorium, naar verderwegge habitat, naar al lief smalree of lieve rikke voor zich alleen. Bolsterturf, vrijdag 17 april 2009
1487 Toen ik met wat gevloek een bij hondenwagentje behorend onderdeeltje vanaf vrouws kapotte mountain bike naar mijn nieuwe fiets had verhuisd, kon Erpels hondensuite mee, waren zij en ik gereed om met Erpel als passagier uur of drie te gaan fietsen. In de namiddag ging het via Lange Bleek de Herbertusbossen en Kasteel Heeze toe. Het eerste stuk mocht Erpel meerennen. Stoppen we hem bij vertrek meteen in z'n van zonneschijn wat verschoten aan fiets gekoppeld wagentje, kan hij dat echt niet waarderen, begint hij te piepen en te blaffen. Ach, met zo'n twintig minuten snel rennen heeft hij geen moeite. Maar veiligheid voor alles, bij het oversteken van de Provinciale weg tussen Someren en Heeze moest hij erg verplicht aan de lijn. Wat zagen vrouw en ik aan wild aan vogels? Bolsterturf, zaterdag 18 april 2009
1488 Als na regen zonneschijn is er na strenge Brabantse winter ook in De Lange Bleek de lieve lente. Tijdens zondagmiddagwandeling met vrouw en Fox pluizen al in slootkant honderden pluizebollekes van gele blommekes. En in natte groene wei bloeit het pinksteren wit zachtroze. Over de duizenden bloemetjes en bolletjes een hese reigerschreeuw. Vette blauwe reiger vol kikkers. Maar in de boerensloten alles wriemel van miljoenen dikkopjes. Nymfen en bloedzuigers zullen ook dit jaar niet verhongeren. Helaas geen vogelovervloed. Hier 'n kievitroep niks uitbundig, daar eventjes maar wulperiedel. Wat meer eendenkwek en ganzenflap. Toch is het alles mooi, mooi om te zien, mooi om naar te luisteren.
'Mijn' vandaag nog 4 reeën Na het avondeten alleen met mezelf op stap zijn ze er wel, 'mijn' vier reeën, 'mijn' op nu van paardenbloemengeel Brabants Landschap-onlandwei vier reeën, 'mijn' vier Providentia-reeën. Als ik met m'n cameraatje en dikke 20x60-kijker over bospad kuier, zie ik ze de gele wei op komen. Eerst zijn er door camerazoeker alleen moeder Rikke en eentje van heur bokkies vorig jaar lente geboren. Welke van de bokkies dit is? Dat maakt niet uit. Dat zie ik straks wel. Nee, ik gun me nog niet de tijd om de kijker te gebruiken. Na paar vlugge foto's loop ik snel verder. En dan komen ook de zesender en het andere bokkie wei op. Het spitsbokkie dat alleen op stap ging is weer terug bij broertje en ma. Na nog paar vlugge foto's pak ik pas de kijker. Bestudeer ik ze alle vier. Ze zijn mooi, mooier dan een opgedirkte jonge meid. Tenminste, dat vind ik. Ja! heel mooi zijn ze! Alle vier zien ze er prima uit. Hun dikke winterdos zijn ze inmiddels heel eind kwijt. Het rode zomerhaar groeit te voorschijn op de niet meer zo ontiegelijk kale nekkies van de jonge bokkies. O, wat hadden die week terug toch kale nekkies! Maar zo raar! Waar het ene kleine bokkie, het gaffelaartje, nauwelijks nog de bast van z'n geweitje veegde, heeft zijn broertje spitsbokkie al tegen boomstammetjes mooi glad gepoleist geweitje. De gewei-enden van de zesserbok blinken in ondergaande zon. Bolsterturf, zondag 19 april 2009
1489
Al drie weken allene reebok met liervormig gewei in wei voor chalet Ook heel mooi, 'mijn' allene zesender reebok met liervormig gewei voor chalet. Bolsterturf, maandag 20 april 2009
1490 Zo jammer! (vindt alleen zijn opa) Terwijl oma, Martijntje en Erpel even blijven wachten, fietst opa stukkie om Opa en camera zijn te langzaam: Vosje komt niet op foto. Wat later op de avond wanneer Martijntje en oma samen badderen in badkuip, Bolsterturf, dinsdag 21 april 2009
1491 Ik wandelde voor werken gaan half uur 't Sang in. Daar links een schreeuwend witte streep in pinksterbloemenmoddersloot schijtend op de brede flappen gaande blauwe reiger. Daar rechts drie groenkoppige wilde eendenwoerden uit zelfde sloot. Daar wat reevoeten in modder, maar nergens bok of rikke. Zelfs niet op Opa Imkers schapenweitje ree. Trouwens ook nergens schaap. Daar een aan puinpadeind vernielde hoogzit slordig nog gecamoufleerd, reeleger aan de kromgebogen laddervoet. Daar wat reeprenten rondom, maar nergens verse bandensporen van een jeep. Bolsterturf, woensdag 22 april 2009
1492 Net voor negen uur parkeerde ik m'n pinda aan de de Bussersdijk in Lierop, liep ik meter of vijftig langs boskant 't veld in, begluurde vervolgens door m'n 10 x 50 wat konijnen en twee reeën, een rikke en heur bok. De konijnen speelden door nog maar centimeter of twintig lage jonggroene korenakker. Beide reeën laveiden verder weg, op grens van 't jeugdig graan en bos. Ze liepen net teveel tussen de bomen. Ik kreeg ze daardoor niet scherp in beeld: te veel takken met groen lenteblad in de weg. Om kwart over negen zag ik in chalettuin een zanglijster pierenvangen. Ik stond erbij en ik keek ernaar, ...♪♪♪. De muziek kwam van houtduifdoffers die almaar zacht, heel lief verlangend ook, roe-kroeè - roe-kroeè - roe-kroeè - roe-kroeè - roe-kroeè - koèk! koerden over recreatiepark en camping. En nu u niet zeuren dat wat betreft de tijd mijn lijsterfoto's verkeerde volgorde hebben, want deze lijster ving meer dan één pier. Terug chalet, - voor late ochtendboterham met honing, ook gevulde koek erbij (die houtduiven kunnen me wat met hun koèk!), ook rood landwijntje erbij, mjammmmm, daarna dit beetje website typen, daarna slapen, - vlug uurtje met Erpel bij Providentia de bleke bossen in. Daarin 'mijn' spitsbokkie gedag gezegd. Toen ik dit stukje tekst al slordig schreef in 't jachtveld, zongen vele vogels en speelden en dolden twee keer twee verwegge hazen in van paardenbloemen gele wei en over grijze maïsstoppel. Bolsterturf, donderdag 23 april 2009
1493 Gisteravond spotte ik in wei bij camping De Somerense Vennen in Lierop een zwangere rikke. Zij stond er wat onzeker en bang bij, want achter haar graasde jongvee. Pinken of vaarzen. En vanmorgen zag ik tijdens wandeling met vrouw en Erpel maar liefst twee reebokken. Allebei met flink gewei. Deze bokken renden over onland aan noordkant van De Lange Bleek, bijna bij Provinciale weg, bijna dus over de Strabrechtse heide. Ook waren er vanmorgen vier hazen, maar anders dan gisteren dolden die allemaal in zelfde paardenbloemenwei. Bolsterturf, vrijdag 24 april 2009
1494 Vrouw en ik hebben ieder een nieuwe fiets. Nieuwe fietsen koop je om mee te fietsen, om op te fietsen. En omdat dit een heerlijke morgen is met gulle zonneschijn en lekkere wind, fietsen we om tien uur in de morgen aan. Erpel in zijn wagentje achter mijn fiets ook mee. Vanaf chalet gaan we voorbij Providentia Sterksel door. Verder over stofweg en verharde wegen zonder fietspad. Richting Leende eerst. Van daaruit verder naar gehuchtje Strijp, en vervolgens tussen boskanten en op akkers stofzand producerende boeren door de Leenderheide toe. Net voor deze Leenderheide komen we voorbij een grote blinde boerenschuur. De baander van deze schuur staat open. In de donkere ruimte koeien, weerszij van breed middenpad. De boer voorziet net met behulp van tractor waaraan grote grijper zijn ongelukkige dieren van voer. Groen de veelege rontelomme weiden; groen de bomen en struiken links en rechts, echter dorbruin nog alle heide. Als vrouw en ik fietsen aan de hand over geel stofzandpad door hoge heide gaan, vindt Erpel - alleen als het over verharde wegen gaat laat hij zich graag rijden - heel per ongeluk Gelukkig is er dan rechts bezij fietspad een verukkulluk ven, het laatste ven voor België en de Achelse Kluis. Erpel die het water al ruikt, rent er meteen naar toe, erin. Vrouw moet daarom lachen. Alleen wat eenden mopperen nog en troepje meeuwen krijst, wat ik niet erg vind. Al vlug wil Erpel verder rakken. Beetje baalt hij wel, omdat hij niet van pad en bermen af mag. Hij nog nat van 't ven komen we aan bij de Kluis, waar ons al altijd de donkerzoete Grimbergen dubbel uitmuntend smaakt. Met al zware benen fietsen we verder, België in, bereiken we voorbij Beverbeek en stukje Warmbeek de Tomp, een oeroude helaas gerestaureerde toren in bosmidden, en ook de grafheuvels van Haarterheide. Dit zijn grafheuvels uit de bronstijd. In deze heuvels werden in boomstamkisten mensen begraven, zo'n drieduizendvierhonderd jaar geleden. Vrouw heeft picknick en Grolsch meegenomen. Daarom stel ik voor om boven op een grafheuvel te gaan picnicken. Picknick voorbij en Grolsch op fietsen we de bosrijke Belgische Kempen uit, via Hamont-Achel naar Weert. Terug in Nederland is daar meteen weer onze ergernis om een ontiegelijk teveel aan blinde bioschuren, schuren waarin vee - koeien, varkens, kippen, en weet ik veel wat voor ander vee nog meer - dat wij veel liever in weiden en grote buitenrennen zien. Bij Weert is de Weerterheide, bedorven natuurgebied, want oefenbebied voor het Nederlandse leger. Ook hebben ze in deze Weerterheide een schietbaan. Dof klinken geweerschoten van over enorme geluidswal. Er klinken in de mooie middag en net voor Weert ook nog andere schoten. Een jager schiet vanuit dichte bosjes langs spoorbaan op kraaien en duiven. Alsof deze vogels nog helemaal geen eieren hebben!! In Weert hebben ze twee kanalen. Langs een van deze kanalen fietsen we. Dit is het mooiste stukje fietsen van de dag. Het gaat, nog maar net centrum Weert uit, over half verhard pad langs Weerter kanaal. Tussen pad en kanaal staan hoge oude bomen, eiken meest. En tussen pad enerzijds en huizen en fabrieken anderzijds is er een vijftig tot honderd meter brede strook onland. Daarop allerhande bomen, struiken, grassen, en bloemen. En ook heel veel brandnetels. Vogelzang volop. Zelfs koekoeksroep en het kokken van een haanfazant. Vrouw en ik fietsen langzaam. Erpel struint links en rechts met ons mee. Maar dan ineens jankt hij verschrikt, is hij in het kanaal terecht gekomen, erin gesprongen of erin gevallen. Vrouw en ik denken dit laatste. Fiets tegen de grond gekwakt, ren ik naar kanaalkant, naar Erpels janken, kniel ik aan kanaalkant, trek hem aan zijn nekvel het water uit. Dit kanaal heeft brede ijzeren beschoeiingen, streng verticale wanden, steile wanden, hoge wanden. Was Erpel hier alleen geweest, leefde hij nu niet meer, was hij verzopen. Nadat Erpel gered van de verdrinkingsdood maak ik paar foto's van vrouw en hem, en ook plaatjes van eenden, meerkoeten en een fuut tegen achtergrond van Waterstaats moordwapen beschoeiing. Van Weert gaat het via Nederweert richting Maarheeze, komen we voorbij een grote nertsenfarm waarbij wildwisselwaarschuwingssysteem. Zo'n wildwisselwaarschuwingssysteem vinden vrouw en ik echt wel een slecht alternatief voor wildviaducten en wildtunnels. Tussen de wildwaarschuwingsborden liggen een geplette eend en zo mogelijk een nog platter konijn op het asfalt. En dan deze nertsenfarm! Het fokken van nertsen, het houden van dieren om bontjassen en andere overbodige troep van te maken, vinden wij hartstikke immoreel, vinden we om de centen dierenmishandeling. Kijk! Het zootje regering wat we nu in ons hartstikke dieronvriendelijk Nederlandje hebben is duizend keer niks, maar de man die dat het hardste roept in Tweede Kamer der Staten-Generaal, Geert Wilders is zijn naam, vinden vrouw en ik ook duizend keer niks. Zij en ik zullen weer Partij voor de Dieren gaan stemmen. Via Boksenberg en De Pan fietsen we door stille namiddag terug Sterksel toe. In al met al voor ons twee, nee voor ons drie, ontiegelijk mooie dag. Voor vooral Erpel ook een leerzame dag. Blij dat we hem nog hebben, genieten vrouw, hij en ik een etentje in centrum Lierop, waarna drie softijs.
En dan, hahah, laveit er tegen schemer door chaletruiten 'onze' zesenderlierbok in wei. Helaas wel ver wei in. Ook in te donker al met tegenlicht van lage zon. Bolsterturf, zaterdag 25 april 2009
1495 Dit is het goede leven, mijn goede leven: zittend in luie stoel wachten op Lierbok, konijnen en vogels als buizerd en kraai. Maar de Lierbok, 'mijn' Lierbok wil niet komen laveien. Dan maar vlug nog ff Bleke bossen toe. Bij Providentia zie ik meteen al reewild. Door de kijker zijn het 'mijn' nog 3 reeën, 'mijn' tweeling bokjes en 'mijn' moeder Rikke, nee hun moeder Rikke. Mijn moeder is al paar jaar dood. Zo raar! Nu, nu ik kijk naar deze reeën mis ik haar. En ook raar: de grote zesender bok is nu niet bij moeder Rikke. Nog altijd koos deze moeder voor heur bokjes, voor heur kids, niet voor de grote sterke zesser. En nu ik dit type regent het in donkernacht, guts lenteregen naar benee. Deze regen, goed voor de tuin, goed voor gras, veldvruchten en bomen. Wel is overvloedig regen minder goed voor jonge reekalfjes net geboren en voor jonge haasjes en konijntjes. Kan me niet bommen allemaal. Ik ben hartstikke blij met deze regen. Ik wil de bos- en heidevennen overvol. Maar zo jammer, vind ik echt, dat al die beesten, al dit vee in de grote boerenschuren tegenwoordig geen weet meer hebben mag van zon en regen. Toch te maf? Toch te immoreel van klote boeren en klote regering? Toch te dieronvriendelijk? Toch te gek dat zoveel dieren van de mens het daglicht nooit 'ns mogen zien, dat ze nooit 'ns mogen zonnen, dat ons Nederlandse biostallenvee nooit 'ns lekker in zonneschijn en in lente- en zomerregen mag? Bolsterturf, zondag 26 april 2009
1496 Sorry Martijn en Thomas, sorry Erpel, sorry bloemen en beestjes Bolsterturf, maandag 27 april 2009
1497 Het is een mooie lenteavond. Vier reeën laveien in wei bij hondenterrein Kempenweg 3, Lierop. Deze reeën eten echt wel op hun gemakje. Ze zekeren nauwelijks. Dit terwijl er in het bos bij deze wei druk wordt geoefend door mannen met politiehonden. De mannen schreeuwen hard en veel. Hun honden blaffen geweldig. Toch blijven de reeën - op maar meter of honderddertig van de schel en fel blaffende honden en het harde schreeuwen van commando's gevende mannen vandaan - rustig laveien. Maar als ik auto uit, portier hard dichtgeklapt, klein eindje heel voorzichtig de wei in wandel, ritsen er onverwacht twee konijnen voor mijn voeten weg, rennen die door het groepje reeën boskant toe, rennen de reeën meteen met ze mee. Tja, sorry heren goede Lieropse jagers, mijn excuses, ik verwonderde me erover dat deze reeën zo volkomen africhters en honden negeerden. Ik kon het daarom niet laten om uit te proberen hoeveel het lijden kan voordat uw reeën afspringen. Bolsterturf, dinsdag 28 april 2009
1498 Ik reed langzaam in mijn pinda over verharde binnenweg door bos en veld. Een idioot in groter auto racete me met over honderd km/uur voorbij. Hij zag niet moeder Rikke en haar pasgeboren kalfje. Ik zag beiden wel. Moeder Rikke, zij leidde het kalfje wei uit, geduldig, lief, aarzelend en angstig. Aarzelend om snelle auto's? Angstig omdat ze de man zag die haar en haar kalfje op foto zette. De mensen die hebben tegenwoordig de grote haast. In hun hersens en ogen. Een dier, ook een ree, is zo doodgereden. Maar dit prille reetje en zijn moeder overleefden dus de oversteek bochtige racebaan binnendoor over. Zij bracht haar kalfje veilig van wei naar bos. Deze moeder is een goede en dappere moeder. Zij kreeg heur kalfje. Zij kreeg het heel alleen in groene wei. Zij heeft er nu haar geduld mee. Zij leidde het wei uit, het snelle asfalt over. Nu ik zo slapen ga toeven zij en heur reetje fijn en veilig in het Lierops bos. Nu zal ik na veertien uren werken goed en lang kunnen slapen.
Via de wei bij hondenterrein Kempenweg 3, Lierop, wei waarop een reepaar, reed ik blij tevree naar vrouw en bed. Bolsterturf, woensdag 29 april 2009
1499 Ik heet Willem, gewoon Willem, Willem zonder dubbele naam, zonder dubbele achternaam ook. Mijn vader was geen prins die veel vrouwen beminde. Die hield simpelweg van mijn moeder en die moest tot zijn vijfenzestigste werken. Nee, nu lieg ik, hij redde het met werken niet, niet totdat hij vijfenzestig werd. Hij kon niet anders. Hij moest wel stoppen met werken. Hij moest tegen zijn wil de ziektewet in. Zijn lijf ging al voor zijn zestigste flink kapot, ging ook voor de inkomstenbelasting en zo te vroeg kapot. Het ging kapot ten gevolge van ontberingen in Duits kamp en van beulen bij de boer, in het veen, op aardappelmeelfabriek en als stukadoor. Ik ging wat langer school dan mijn vader, maar ook ik verloor teveel levenstijd aan werken, hoewel niet half zo hard werken als dat mijn vader moest. De avond en de nacht voor koninginnedag arbeidde ik ook. Op mijn gemakjes. Maar dat moet ik mogen toch? Ik werk echt wel wat af hoor! Zelfs de avond en de nacht van koninginnedag werkte ik. Ook op mijn gemakjes, dat wel, want op feestdagen is het op mijn werk gelukkig zelden druk. Opa, oma's, vader, moeder en de dominee onderwezen me het grondig: dat werken gezond is. Ik heb me er al lang bij neergelegd. Dat ik werken mag en moet. Moet ik ook wel, genoegen nemen met mijn werkzaam leven, immers ik jaagde nooit op wilde zwijnen en patrijzen. Ook krijg ik geen miljoen per jaar voor makkelijk en eenvoudig werk, voor domme uitspraken doen en voor simpel lintjes doorknippen. Maar geeft verder allemaal niks, want ik moet ook van mezelf echt niet mijn lage lusten bot vieren op ongewapend haar- en vederwild. Ik heb daar gewoon geen wreed plezier in. De avond van koninginnedag reed ik heel gelukkig en blij werktoe. Onderweg in Lierop, in Oeijenbraak, tussen 't Sangmoer en de motorcrossbaan langs de A67, schoot ik bij hondenterreintje blij een blij reepaar mijn cameraatje in. In tijdnood - een werkezel moet wel op tijd met werken beginnen! - parkeerde ik in berm van Broekkant, rende ik nog ff het Sangmoer in. Puinpad af. Puinpad terug. Met tweemaal een nog altijd kapotte hoge zit van immoreel moordlustig reewildjager aan het reepaar in m'n cameraatje toegevoegd, moest ik vlug verder, mijn willen moeten werken toe. Maar wat was dat? Met zestig km/uur op de teller rijdend over Lierops Veldweg, zag ik toch nog hoe een haas vlak voor maaibalk aan tractor wègsnelde, al gemaaid stuk wei over rende. De langoor hield pas op met rennen in andere nog niet aan de beurt om gemaaid te worden wei. Na onbeschoft hard remmen fotografeerde ik dit haas. Ook de boer op tractor met maaibalk kwam in mijn cameraatje terecht, door al open gedraaid portierraampje. Sneller dan met zestig km/uur scheurde ik vervolgens bebouwde kom van Helmond in, werktoe. Mijn racen kon geen kwaad, want er was geen kip op straat en de politie had zeker weten de handen vol aan straks Helmonds koninginneavond/nacht. Ik moest stukkie omrijden vanwege geplaatste dranghekken bij parkeergarage en fietsenstalling. Vond ik niet erg, want 'k was nog op tijd. En de mooie lentedag lang had ik goed geslapen. Van de vreselijke gebeurtenissen in Apeldoorn had ik nog nauwelijks weet, wist ik alleen van wat onderweg vrouw me in vluggigheid via nulzes vertelde. Gelukkig heb ik geen armlastig werkgever. Op mijn werk is er foon, tv en internet. Beter, veel beter om gebruik van te maken dan van een schop, riek, troffel of schuurbord. Toen ik onder het genot van kop koffie met gebakje via internet en televisie zag en hoorde van het vreselijk gebeuren in Apeldoorn, was ik het met collega en cliënten helemaal eens: "Ja! dit is tè gruwelijk."
Na toch fijne avond en nacht werken - andermans leed is o zo makkelijk te dragen! - lag er mijn thuistoe een doodgereden haas op het asfalt. Ik riskeerde een bekeuring, nam dit haas mee in plastic tas in kofferbak. Kater Bolleke kreeg een hazevoorpoot van me, foxie Erpel een hazeachterpoot. Wat toen nog over was van het dode dier, gaf ik weg aan bij me in de buurt wonende hoogzwangere Reininneke Vos. Maar over dit haas wil ik het verder niet meer hebben. Wat is een haas vergeleken bij een mens? Er werden, nu ik dit type, zeven mensen doodgereden door een door oranje lint en schrikhekken gereden man. Zo droef, dat niet een klojo als bij voorbeeld onze minister van sociale zaken en werkgelegenheid, u weet wel, die man met dat duivels innemend hautain glimlachje, die jurist, die christen, die man die zich laat rijden door een gigantisch overuren makende chauffeur, die man die ons werkezels allemaal - tot ons zevenenzestig worden toe! - wil laten boeten voor vaak al meer dan veertig jaar werken en premie AOW en zo betalen, zo droef dat zo'n man, zulk een sluw politicus, zo'n geraffineerde rekel, dat die ... Je kan niet altijd zeggen, en schrijven al helemaal niet, wat je denkt. En dit is een natuursite, dus houd ik het netjes en beschaafd, maar misschien komen er vlug verkiezingen. Misschien wordt ons koningshuis gauw afgeschaft, de miljarden afgepakt. Misschien kan onze dappere jager op zwijnen en patrijzen dan tot zijn zevenenzestigste verjaardag de fabriek in en is er voor zijn vrouw dan tot heur zevenenzestigste een verplicht poetsbaantje bij een schoonmaakbedrijf. Wil ze niet poetsen, dan maar flink korten op de uitkering. En oma Bea? Die kan straks mooi op de kleinkindjes passen. Haalt ze heur kinder-ehbo, betalen Balkenende c.s. haar daarvoor dan ook nog 'ns een leuk vergoedinkje. Vaak kan ik het leven, de mensen, slecht begrijpen. Ook nu begrijp ik een man die in Apeldoorn een te maffe aanslag pleegde niet. Weelde en rijkdom, meestal een gevolg van macht en invloed, zijn in de mensenwereld heel erg oneerlijk verdeeld. Ook in ons Nederlandje. Misschien ligt in deze ongelijke verdeling de oorzaak van een wanhoopsdaad, van een aanslag. Maar hoe dan ook, wat in Apeldoorn gebeurde is tè erg, tè gruwelijk. Zoiets doen, doden, moorden, lost vaak niks op. Wat kon in het voor hem gunstigste geval de winst voor de dader, voor de moordenaar zijn? Was de aanslag gelukt en hij inmiddels niet overleden, zou hij immers voor een jaar of dertig het gevang in gaan. Dit oranje feest had niet moeten zijn, deze moordpartij niet mogen gebeuren. Zo'n vreselijke gebeurtenis zou niet moeten kunnen plaatsvinden. Maar toch, dat een man die alles in zijn leven kwijtraakte, die zijn vrouw, zijn kinderen, zijn baan, zijn huis, zijn thuis moet missen, dat zo'n man ontiegelijk door het oranje lint kan gaan, dat vind ik niet raar, dat kan ik goed begrijpen. Bolsterturf, donderdag zwarte koninginnedag 30 april 2009
index april 2009
|