|
Bolsterturfs natuur B o l s t e r t u r f s n a t u u r Dagboek mei 2009
1500 Net wakker keek mijn vrouw door ons slaapkamerraam de morgen in en porde me: "Vlug! Word wakker! De Lierbok staat bij de put." De Lierbok, 'onze' Lierbok voor zolang het duren mag, is zesenderreebok met liervormig gewei. Ik had, en heb, hem nog altijd niet mooi op foto. Dus vloog ik bed uit, schoot broek aan, griste camera van de kapstok en rende op blote voeten deur uit. Hoewel vlug was ik toch te langzaam. Waar ik hem bij weiput wist, stond hij niet meer. Nog net bijtijds vond ik hem in dik honderd meter verwegge donkere boskant. Daar stond hij te zekeren naar buurtbewoner die, voor hem Lierbok aan overkant van wei, over paadje langs prikkeldraden driehoog zijn hond uitliet. En hij bleef niet lang genoeg staan. Voor ik camera beter had ingesteld en weipaaltje als statief kon gaan gebruiken, sprong hij de donkerte van het hout in.
Toen ik in de namiddag met Erpel bij Providentia al dik uur een koekoek - klote koekoek die almaar koekoekte, maar niet wilde poseren - achterna zat, kwamen twee reeën onlandwei op: een moeder Rikke en één van heur zoontjes. Die gingen samen een hortje laveien. Dit heur bokkie op de foto's is Spitsbokkie. Waar Rikkes ander zoontje Gaffelaartje gebleven is? Ik weet het niet. En waar Rikkes vrijer, een grote zesender, uithangt? Ook dit weet ik niet.
In vroegschemer wandelden vrouw, Erpel en ik door De Lange Bleek. Daaromheen lawaaiden boeren. Die waren druk met het verzamelen van in te kuilen gras voor hun nooit naar buiten mogen koeien. Wel twee koppels tractoren, aan de ene tractor van ieder koppel een machinale grasverzamelaar gekoppeld, achter de andere tractoren een te vullen grote kar, lawaaiden om het hardst over de gemaaide landen. Voor er regen komen kan moet altijd in idioot tempo alle gras van 't land. Vrouw en ik keken naar dit oogsten. Erpel muisde onderwijl. Er wiekten wat eenden en ganzen laag voorbij. Een timmerende bonte specht en een zingende lijster probeerden boven de boerenherrie uit te komen. Alsof ze wilde stadskonijnen waren speelden wat wilde konijnen over pad tussen bos en wei. Ineens zag ik een ree op dit pad. Ik wees vrouw "Kijk daar!" en overhandigde haar mijn 20 x 60-kijker. Ook vroeg ik heur om Erpel aan te lijnen en te willen wachten. En toen liep ik door diepe droge sloot gebukt van haar en Erpel weg. Zeven minuten later sprong het ree sloot over, zagen hij en ik elkaar meteen. Maar ik had m'n camera schietklaar. Onderdeel van seconde voordat hij in fraaie boog terugsprong digitaliseerde ik hem. Op de foto van de terugsprong, het bos weer in, is hij ruige bruinrode streep. Vrouw zag zijn tweemaal springen beter dan ik. Bolsterturf, vrijdag 1 mei 2009
1501 Vrouw en ik fietsten in mooi zonnige middag een rondje Gijs de Guit, route van zo'n vijfendertig kilometer door mooi Sterksel, mooi Heeze, mooi Strijp en mooi Leende. Erpel mocht in zijn aan mijn fiets gekoppelde wagentje ook mee. Zelfs de zwarte koeien en de zwarte koekalfjes bij Kasteel Heeze vonden we, op de door onze dieronvriendelijke overheid verplicht gestelde grote gele oormerken na, heel mooi. Onderweg veel andere fietsers, solexzitters, bromfietsers, mountainbikers en wandelaars, veelal op maar meter smal geteerd fietspad. Nergens wild konijn, vos, ree of haas. Ook nergens fazant of patrijs. Wel waren er spechten, eksters, gaaien, kraaien, roeken, kauwen, een torenvalkje, vinken, eenden, ganzen, meerkoeten, waterhoentjes, meeuwen, kwikstaartjes, roodborstjes, winterkoninkjes, vissen, muizen en kikkers. Ook onderweg lekker bier en lekker ijs. De Gijs de Guit-routes: prachtroutes door afwisselend Brabants landschap. Het zijn routes die vrouw en ik 's morgens vroeg en 's avonds laat op gewone doordeweekse dagen vaker willen fietsen. En zeker weten dat we dan wel haas, ree, vos en konijn zullen zien.
In de avond bikete ik alleen, ging het door en om De Lange Bleek. De boerenweiden leken wel te grote voetbalvelden, zo kaal na maaien en weghalen van het geoogste gras. Over de lichtgroene kaalte een jammerende wulp en nergens kieften. Maar boven het Eliasven, 'mijn' ondiep eilandjeven, ontiegelijk veel muggen. En in dit ven een herrie makende canadagent, een blauwe reiger, een nijlgans en een wilde eend met pulletjes en een haar vervelende geile groenkoppige woerd. En toen waren er kwartier later ook nog een kudde pinken en drie reeën in onlandwei tussen schandalig getimberjackte Lange Bleek en Provinciale weg Heeze-Someren. Toen de pinken op de reeën af kwamen, kropen deze laatsten onder prikkeldraad door het onland uit, gingen ze in strookje verwaarloosde bosaanplant tussen wei en bos wachten of de grote bonte rustverstoorders weer weg wilden gaan. Of de pinken weggingen, terug verharde wegkant van wei toe, weet ik niet. Daar kon ik niet op wachten. Bolsterturf, zaterdag 2 mei 2009
1502 Een oud boerenmensenbouwseltje: drie kromme wrakhouten wanden en een krommer dak. Ik vind het mooi. Altijd fascineert het me. Steeds weer moet ik ernaar kijken. Iedere keer opnieuw als ik er voorbij kom bewonder ik het paar minuten. Dit bouwseltje bevat niks. Het is keileeg. Het hangt al jaren scheef en leeg. Al die jaren keerde het zich af van oude schuur behorend bij oude boerderij met rood pannendak en oude boer aan overkant van puinweg. Dit slappe bouwseltje, dit keetje zonder voorkant, het viel nooit om. Zelfs storm kreeg er geen vat op. Twee scheef gezette halve boomstammen stutten het. Altijd, echt altijd, als ik dit scheve lege hok bewonder, en soms met verrekijker gluur naar vogeltjes, muizen en ratten in de met allerlei rotzooi volgestouwde schuur, ziet de in zijn kooitje opgesloten grote hofhond me. Zoals een goede waakhond betaamt blaft die dan en joenkert wat. Behalve wanneer Erpel bij me is. Dan gaat hij alsof een hondsdolle wolf tekeer, alsof heel de wereld moet verscheurd. Toen ik vanmorgen eens wat langer naar schuur en hok had gekeken, kwam me in de Bleke bossen een cowboy op een groot bruin paard achterop. Deze cowboy heeft in schaduw van hoedrand open lief gezicht met rond mond en lippen grote grijze krulsnor. Zijn beige cowboybroek en zijn zwarte jasje doen denken aan cowboy kaartspeler, maar aan de ook zwarte rijlaarzen geen gemene sporen. Wel lege revolverholster aan brede broeksriem. Uit kleiner holstertje steekt een vaalbruin heft. Het keukenmes van zijn vrouw? Misschien heeft hij ook een lasso bij zich. Daar vergat ik op te letten. Deze cowboy zag ik vaker, maar niet vaak. Bij regenweer had hij laatst een lange donkergele regenjas aan. De flappen van die jas flapten toen in buienwind. De meeste mensen zijn mijn vrienden niet. Ik wil Outlaw zijn. En deze me te mode bewuste cowboy stelde zich nooit aan me voor. Hij rijdt me altijd zomaar voorbij, alsof ik rover Skunk ben. Daarom schoot ik hem heel laf met camera in zijn rug.
Thomas-Willem 1 jaar Na moppers krijgen voor te laat thuis komen, moest ik vlug met oma mee, reden zij en ik in heur Agilaatje naar de jongens, naar onze jongens. Een lief bandietje vierde dinsdag zijn eerste verjaardag. Lang zal hij leven, lang zal hij leven, honderdzesenzeventig of meer jaren leven... Ik ben een rare opa, want ik wens hem, en ook zijn zo mogelijk nog lief ondeugender iets ouder broertje, een gelukkig en gezond ouder mogen worden dan aartsvader Abraham. Ziet u het ook? Alsof hij me al kan lezen, zo zit Thomas-Willem op foto twee te denken in zijn kinderstoel, vergeet hij zelfs voor even om taart te eten. Bolsterturf, zondag 3 mei 2009
1503 Maandag oppasdag, beetje frisse naar best mooi zonnige oppasdag, oppasdag met oppasuitje dichtbije natuur in. Oma op d'r nieuwe fiets. Martijn in nieuw luxe zitje bij oma achter op de fiets, fijn achter mooie rug en kont en uit de wind. Thomas warm ingepakt in zijn buggy. Opa duwt de buggy. Erpel is ook te voet mee. Die snuffelt links en rechts en pist tegen zowat iedere boom. Wanneer oma met Martijn terug chalet toe fietst, gaat opa nog anderhalf uur met Thomas verder wandelen, over brede en smalle paden de Bleke bossen door. In chalet wil Thomas nooit zoet gaan slapen, maar zodra rijdt opa over hobbelige paden door bos en veld slaapt hij binnen een kwartier. Te vlug moest er gegeten, is het al vroegavond, brengen opa en oma de jongens naar thuis. En als oma en opa onderweg dan praten over de te vlug voorbij gegane dag, als opa vindt: "Toch wel raar dat Martijn soms zo ongeduldig doet," zegt vanuit zijn zitje op de achterbank Martijn: "Opa niet zo zeuren." Martijn en Thomas teruggebracht naar pa en ma, gaat opa nog vlug met Erpel er op uit, zet hij in al schemer het Providentia-reepaar van dit voorjaar, mooie rikke en sterke zesender, op foto. De zesender eiste deze rikke weer voor zich op. Heur beide jaarlingbokjes werden voor altijd bij haar weggejaagd. Die moeten zich nu zien te redden zonder hun moeder bij zich. Bolsterturf, dodenherdenking maandag 4 mei 2009
1504 Heel de dag lekkere regendag. Wat zeurt u nu? Bolsterturf, bevrijdingsdag dinsdag 5 mei 2009
1505 Na tuin schoffelen, heideveldje wieden en wat niksen in de middag, wachtte ik tegen schemer in boskant op ree, vos, haas, bosuil en koekoek. Vrouw zette toen bij chalet door heur duur gekochte violen en margrieten, en andere plantjes ook, in grote bloempotten en terrasbakken. Doen zij en ik plantjes zetten en zo samen, kibbelen we altijd veel. En omdat Erpel dan altijd voor haar partij kiest, moest hij van me vanavond chalet blijven. Een koekoek riep, verweg, paar keer koekoek, maar wild liet zich niet zien. De bosuil wilde ook niet komen, bovendien niet roepen. Wel tierelierden, kweelden, floten en zongen er andere vogels. Vooral een lijster had het op z'n heupen. Die ging echt wel tekeer. Hij deed van je tuut tuut tuut wiet wiet wiet krewiet, in top van de boom waar ik tegenaan zat. Om hem te kunnen zien moest ik opstaan en wel dertig passen de wei inlopen, wat veel te grote afstand is om zonder statief in schemering een mooie vogelfoto te kunnen maken.
Om half tien hield de lijster het voor gezongen en gefloten, en ik het voor gezien en geluisterd, bikete ik chalet toe. Daar gekomen was vrouw nog bezig met heur bloemetjes. Erpel had ze binnen gedaan, "want," wees ze, 'onze' Lierbok staat in de wei." Het was heel stil. De mensen maakten 'ns geen lawaai. Ook ik dus niet. Wel riep met tussenpoosjes de Providentia-bosuilman: "Hoe hoe hoe oe oe oe ... hoe hoe hoe oe oe oe... hoe hoe hoe oe oe oe." Dit roepen vonden vrouw en ik fijn en de bok stoorde er zich niet aan. De Lierbok laveide tegen wind in. Hij kreeg geen verwaaiing, geen lucht van vrouw en mij. En ook zag hij ons niet. Reeën zien slecht, in het donker bar slecht. Maar ook ik ben geen uil of valk. Ik zag hem nauwelijks, moest telkens naar hem zoeken. Gelukkig werd hij door m'n 7x50 stuk beter zichtbaar. Vrouw ging naar binnen, naar de televisie. Terwijl ik foto's maakte, riep almaar de bosuil. Lierbok zekerde nauwelijks. Die vertrouwde op de donkerte, die had me echt niet in de smiezen. Maar toen ik na wat foto's van hem maken het klepje van de flitser te onvoorzichtig open klapte, hoorde hij dat. Ik met bril en kijker en hij alleen maar met zijn ogen keken elkaars kant op. Door bril en kijker zag ik hem best goed. Of hij mij zag? Ik weet dat niet. Misschien zag hij in mij en statief alleen maar een struik of boompje. Voorzichtig duwde ik op de ontspanknop. Toen flitste het. Een bliksem zonder donder.
Bolsterturf, woensdag 6 mei 2009
1506 Vrouw is een dag en avond er van tussen. Oppassen op en spelen met de jongens. Dus vraten en zopen Erpel en ik er goed van. Hij pensstokjes, vlees uit blik, hondenbrokjes, door hem gejatte kattenbrokjes, vette varkensoren en koel kraanwater; ik witte wijn, witbier, champignonsoep, boterhammen met gebakken scharrelei, ook gebakken erpel, appelmoes, koekjes en gebak. Niet goed voor hem en mij. Daarom maar samen sportief op stap gegaan, snel rondje Bleke bossen. Ik bike zo'n rondje op vrouws kapotte bike. Altijd in zelfde lage versnelling. Moet ik echt wel snel de trappers in de rondte trappen. Zo ook vanavond dus. Erpel draaft op zijn gemakje met me mee. Die weet dat hij het pad niet af mag, moet volgen achter, of aan de trapper. Soms trekt hij stiekem toch een sprintje. Als een konijn wegschiet. Iets wat ik hem graag vergeef. Het is een mooie avond. Er kwitten mezen. Er koert een blauwe doffer. Er krast een kraai. Er zingen merels, lijsters, vinken, roodborsten. Ook buitelen er kieften en jodelt er een verre wulp. Negen wielrenners, jonge sterke kerels, racen zwetend mij en Erpel voorbij. Die zien alleen maar elkaar en het pad. Eentje schreeuwt er naar de anderen: "Verdomme, dit is het verkeerde pad! Deze negen, niet of nauwelijks bewust natuur ziende jakkeraars, over hun verkeerde pad terug geraced, staat verderop een ree op mijn en Erpels pad. Het wil niet op foto. Stil springt het pijpenstrootjes in. Dan in rand van berkenopslag voor kale dennen waarin een lelijkerd van een gaai klikspaan nog twee reeën. Die snellen ook de pijpenstrootjes in. Te vlug tovert rode zon zijn fel bleekwit licht door het bos. Alsof hoge en dunne cactussen staan de uitlopers van pijnboomtakken voor de lage bol, ook voor spinrag in dooie takkenwirwar. De rikke die altijd naar mij staat te turen, tuurt ook vanavond weer naar mij en Erpel. Zij waant zich op veilige afstand. Ze springt niet af. Ze staat wat mij en Ep betreft dan ook altijd veilig. Ineens ligt de bike in hei met knopjes nauwelijks ontloken. "Kom op Ep! Rennen! Mag je zwemmen." Ach, Erpel is ontiegelijk veel sneller dan ik. Maar ik doe mijn best en ren. Toch, voorzichtig open en sluit ik de klaphekjes waarbinnen paar ruige Schotse stiertjes. Ik hou niet van 't luide klappen van hout op hout. Maar dan is daar al het Eliasven. Erpel sprint erin. Eruit flapt een blauwe reiger. Een canadagans en een nijlgans blijven gewoon drijven bij het eilandje in het midden: twee genten die hun gansjes op het nest bewaken. Zes wilde eendenwoerden aan de overkant drijven in rij. Geile vogelmannetjes in fraai verenkleed. Een rijtje mooi ogende verkrachters. Ze hebben zeker met z'n allen het eendje wat hier d'r eitjes uitbroedde doodgewipt. Ik kan haar en haar kroost nergens ontdekken. De slome buizerds die hier wonen kunnen vast geen pulletjes vangen. Maar eenden, ganzen en reigers moeten tegen muggenprikken kunnen. Mij en Erpel steken ze zowat kapot, de klote muggen dus, die gemenerikjes die met duizenden boven het water dansen, het water raken. Het lijkt wel of het muggen regent. Met Erpel de ronde venoever rond gegaan, voorbij ik weet niet hoeveel stille kikkers en dikkopjes, is daar nog vrouws bike, raap ik die op, trap ik opnieuw aan, in altijd zelfde lage versnelling, schakelen lukt met het ding niet meer, rent Erpel met me mee. Ineens, op tweehonderd meter, draaft een ree boskant uit, aardbeiveld toe. In de aardbeien laveit groter ree. Verder weg nog huppelt een haas, over kale wei. Met camerainstelling maxi optisch & digitaal zoom wordt dit dravend reetje smalree. Het andere ree rikke. Wanneer na paar foto's ik voor Erpel een stok weggooi, met hem ga ravotten, horen en zien rikke en reetje, gezond schuwe reeën, mij en hem, zo schel en luid zijn blij blaffen, zo zwartwit zijn jas, rennen ze de aardbeiplantjes uit, het van pijpenstrootjes bleke bos in. Erpel en ik jaagden deze reeën weg? Hoezo is dat erg? Aardbeiboer houdt van zijn aardbeiplantjes, niet van reeën. Zijn plantjes worden rijkelijk met gif besprenkeld. En in wei en bos groeit voldoende ander lekkers voor reewild. Bolsterturf, donderdag 7 mei 2009
1507 Ik wandel met vrouw en Erpel. Zij wandelt het liefst over vlakke paden. Ep en ik struinen bij voorkeur door bos en veld, wat van bordjes met wat tekst niet mag. Dus opper ik: "Gaan we door het bos en over 't onland zien we meer." Wij wandelen. Zij en ik dus. Erpel wandelt nooit, die heeft daar het geduld niet voor. Wij wandelen over paadje tussen klaphekjes, terwijl Erpel tussen berm en berm grasduint. Wij wandelen de bleke bossen in, richting Eliasven, met Erpel die achter een konijn aanging aan de lijn. We komen voorbij koeien en een stier in vlakke onlandwei. Een koe in buurwei likt haar paar dagen jong bont kalfje. Een andere koe staat bij pas geboren wit kalfje. Hoe trots staan deze moeders bij hun jonkies! Nee, de grote stier mag er niet bij. Te groot de kans dat deze lomperd een kalfje dood zal drukken. Wij struinen door zowat kapot getimberjackt bos. Erpel mag voor en achter ons meegaand mee. Hij mag niet van het wildpaadje af. Een groot haas snelt voor vrouws voeten weg. Het vlucht voorbij geeloranje paddenstoel aan stam van zowat dode nog jonge eik. Erpel wil er achteraan. Mag hij niet. Voor hem geldt: buiten wegen en paden in de bossen in de lente bijna altijd aan de lijn. Hij baalt. We zien duidelijk aan hem dat het gesprek over koningin en vorstenhuis hem geen reet interesseert. Wij struinen door onland. Erpel volgt tussen ons in. We houden hem kort. Hele stukken wrak geelwit zijn bezaaid met oude paardendrollen. De drollen van inmiddels dode paarden. Zij en ik struinen verder, met Erpel weer aan de lijn. Te groot de kans dat hij anders reekalfje of haasje vindt. Voorbij een door reebok gemarteld alleenstaand boompje en wat witte zwammetjes, verlaten we het onland. Bijna het onland uit, wijst zij: "Kijk! Lenteeikje (lente-eikje? lenteëikje?) , zomereikje, wintereikje en een nog net niet dooie grote eik." Zij en ik wandelen weer. We willen nog even koekeloeren over groene boerenweiden en zwartbruine akkers. Maar waar door me in aardbeiveld ree of haas gedacht, zijn Polen aan het werk. Erpel, ons Erpeltje, ons soms klote hondje. Na stout te zijn geweest, krijgt hij van me beetje maar ontiegelijk op zijn dondertje, speelt de kleine bonte deugniet al weer over alsof biljartlaken zo kale boerenwei. Onze bijna oranje koning Willem-Alexander mag meer dan Erpel, ook meer dan ik. Die WA mag in onland komen, die mag zelfs op wilde zwijnen en patrijzen schieten. Tuurlijk mag hij dat! Vanzelfsprekend mag hij dat! Hij is immers bijna koning. En hij heeft er zijn nu nog prinselijk, straks koninklijk wreed plezier in. Wat vrouw en ik nou eigenlijk moeten in dit onland van vandaag? Simpel. Checken of de dappere Landschapsjagers er een jachthut creëerden. Deden ze niet. Het onland en de boskant ter plekke zijn voor zolang het duren mag jachthutvrij. 'k Ben blijer met dit toevallig konijntje dan met Lierboks bult Lierbok. Hij oogt gezond, hij laveit zo best, Deze bult, en ook het konijntje ook op foto, 'k Ben blijer met dit toevallig konijntje dan met Lierboks bult. Bolsterturf, vrijdag 8 mei 2009
1508 Met Erpel in vroeg middaguur het Eliasven toe. Erpels badderen, zwemmen en drinken En toen stak er, vanuit pinda gespot, in vroegavond ook nog een reebok Bussersdijk over, Bolsterturf, zaterdag 9 mei 2009
1509 Het Sang is een oerig moerig broekbosgebiedje in mooi Brabants Kempenland. Het ligt tussen de dorpen Mierlo en Lierop. Oerig is het omdat er ijzeroer in de bodem zit, oer dat bodem, oeverkanten en water van sloten en poelen roestbruin kleurt. Ook vind ik het oerig omdat het mij op sommige plekken altijd weer laat denken aan oernatuur, natuur zonder cultuur. En moerig noem ik het omdat op heel veel plaatsen de bodem er nat, modderig en zompig is. Zowat aan het eind van doodlopend puinpad wist ik in dit Sang een vernielde hoogzit. Als gisteren wandelde ik vanmorgen dit pad in, en tuurlijk ook weer pad terug. En ook vanavond kon ik het niet laten, ging ik opnieuw op zoek naar kapotte hoogzit en Sangmoerreeën. Op 20 maart, zowat drie weken na het sluiten van de reegeitenjacht, trof ik aan zowat het doodlopend eind van dit puinpad voor de eerste keer deze vernielde hoogzit aan. Misschien werd dit ladder-met-plankje-hoogzitgeval, een tegen halfdode eik geplaatste ijzeren ladder met bovenaan een plankje om op te zitten, kapot gemaakt door een echte natuurgek, door zo'n vrijgevochten vandaal, zo'n stomme anti-jachtmens. Of waren er andere deugnieten, gewoon onschuldige kwajongens, jongens met gevoel en met liefde voor zeldzame wildernisjes, die zin hadden in zinnig kapotmaken? Wie zal ooit weten wie deze hoge zit vernielde(n)? Is trouwens niet belangrijk om te weten. Vind ik echt, immers een hoogzit heeft geen gevoel en kent geen angst of pijn. Bovendien horen doodschietbouwsels niet thuis in onze natuur. De eerste mei ieder jaar, tenzij die dag op een zondag of christelijke feestdag valt, gaat de reebokkenjacht los. Na 30 april jl. was ik niet meer het Sang. Op die dag was de hoogzit nog vernield. Vandaag trof ik een door de Sangmoerjagers gerepareerde hoge zit aan. Er zijn de Sangmoerjagers, de Sangmoerreedoodknallers. Deze mannen plaatsen jachthutten en hoogzitten. Deze mannen zitten in ochtenden en avonden in en op hun doodschietzitten. Zittend wachten ze op reeën. Vaak lopen er reeën het bos uit onder hun hoge zitten door het onland op, kunnen de Sangmoerjagers eventjes daarna de trekker overhalen. Soms sliepen er bij hun komen reeën onder een hoge doodschietzit. Die jaagden de jagers dan per ongeluk weg. Maar niet erg. Voor de jagers niet, immers jagers hebben hun weidelijkheid en hun jagersgeduld. Zij zitten en wachten in en op hun hoge zitten, de kogelbuks geladen. Wanneer dan na een tijdje het argeloze wild terug komt, wordt dit heel dapper vanuit hoge hinderlaag kapot geschoten. Nou ja, de Sangmoerjagers zitten niet alle dagen van het jaar in of op hun hoge zitten. Echt niet! Gedurende de dagen dat er niet op reeën mag worden gejaagd, zitten deze jagers gewoonlijk thuis. Alleen maar in de afknalperioden zitten ze graag hoog. Die afknalperioden zijn van 1 januari tot 16 maart, reegeiten- en reekalverenjacht geopend, en van 1 mei tot 16 september, reebokkenjacht open. Gedurende deze tijden mogen dus de dappere Nederlandse jagers van Overheid, Vereniging Het Reewild, Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging, Staatsbosbeheer en weet ik veel van wat voor instanties allemaal nog meer reeën doodschieten. Ik sta onder de hoge zit aan einde van dit Sangmoerpuinpad. Ik sta met mijn rug tegen de halfdode eik waaraan de ladder bevestigd. Ik kijk tussen de laddertreden door. Het avondschemert al, maar dan zie ik beweeg in riet en grassen. Het is een ree. Ik richt mijn camera en druk af. Mis! Mislukte foto! Te donker al? Camera beetje verkeerd ingesteld? Of teveel riet en grassen in de weg? Camera iets anders ingesteld zie ik het ree niet meer. Was mijn camera een buks, had ik het dier ook geraakt, maar niet zuiver, niet dodelijk. Het zou weggekomen zijn, aangeschoten om te creperen. Zowel ik als omwonenden van Broekkant 13, waar het puinpad 't Sangmoer in begint, vonden in 't Sang aangeschoten en daarom doodgegane reeën. Haas voorbij schapengaas, waarna verwegge haas vanuit pinda Wanneer ik terug pinda toe loop, eventjes het zijpaadje naar opa Imkers bijenparadijsje insla, is er voorbij dit paradijsje met daar achter opa's schapenweitje een groot haas. Het zit net aan overkant van 't schapengaas, gaas om de schapen in het weitje te houden. Puinpad terug gegaan zitten er, net als gister- en eergisteravond, onder mijn pinda poezen. Deze keer zijn het er drie. De poezen hun thuistoe gejaagd, spot ik op driekwart Lierop-Helmond vanaf Veldweg een ander groot haas voor kraai voor late boer op tractor voor hoogspanningsmast. Bolsterturf, zaterdag 9 en zondag 10 mei 2009
1510 Mooi! Mooier? Het mooist! Bolsterturf, maandag 11 mei 2009
1511 Het is een zwaar bewolkte lenteavond. Ik sta in boskant en heb het koud, want natte rug. Maar gelukkig is het zonet opgehouden met regenen en laveit zij in na dikke bui lekker frisse wei. Ik herkende haar meteen aan d'r koppie en aan het grote litteken. Zij is Rikke, de nu begin mei zowat tonronde moeder van Spitsbokkie en Gaffelaartje. Zij is helemaal alleen, wat me verwondert. Bolsterturf, dinsdag 12 mei 2009
1512 In tijdgebrek vluggertje Bleke bossen. Nog een sloot met kaal gemaakte oeverkanten,
Buurman vertelt: "Overbuurman heeft hier gisteren een hert gezien" Zo raar! Zo raar! Enzovoorts.
Zo mooi! Bolsterturf, woensdag 13 mei 2009
1513 Mag ik voorstellen? Dit is Lierbok, oudere zesenderreebok schuw met grijze snoet. Hij is alleen, hij is mijn buurman en mijn vriend, maar ik weet niet wat voor bult hij heeft aan zijkant hals-nek. Ik mocht daarnaar van hem nooit kijken. Hij vertrouwt me niet. Hij liet me nooit dichtbij komen. Iets waar hij groot gelijk in heeft, want ik ben mens. En weer nam ik niet de tijd om met telescoop of 20x60-kijker hem te bestuderen, zijn bult van dichterbij te zien. Liever liet ik hem alleen, ging ik veel te vroeg van huis, maakte ik voor mijn werken gaan een lange tussenstop, wandelde ik dik twee uur door Sangmoer, kwam ik daarin een egel tegen, zocht ik naar andere reeën op onlandweitjes, in broekbos en tussen gele lissen. Bolsterturf, donderdag 14 mei 2009
1514 Mooie lente, mooi wandelweer vandaag. En ze waren er weer. In het Eliasven. Moeder wilde eend met acht kleintjes en moeder wilde eend met zes kleintjes. De kleine nauwelijks vuistgrote eendjes waren op de muggenjacht. Ze repten zo ontiegelijk rap over het water dat ik me echt wel oud en traag ging voelen. Het ven voorbij en zoekend over en in de fundamenten van Huize Elias - eens vond ik hierin een vogelnestje met zeven eitjes en toch altijd weer hoop ik een pot goud te vinden - jankte ik ff hoewel zonder tranen om onlangs door Het Brabants Landschap omgedane prachtbomen. Daar waren dikke bomen bij die wortelden tussen stenen en stukken tegelvloer. Het ven terug voorbij en onderweg naar Providentia was er een musklein vogeltje, van wie ik ook geen naam weet. Het woont tussen dennen- en sparrenbomen en door boswerkers achtergelaten dooie takkenwirwar van omgecirkelzaagde bomen, het is wit van borstje en buikje en het plaagde me. Het liet me niet dichtbij komen. Het vloog telkens naar verderop. Ineens waren er Providentia Zesender, moeder Rikke en nog een ree, zag ik ze lopen door dun bos. De zesser en heur ving ik in foto. Het derde ree - heur Spitsbokkie? heur Gaffelaartje? - was zomaar ineens verdwenen. Tussen hopeloze dooie takkenwirwar vond ik het niet terug. Bolsterturf, vrijdag 15 mei 2009
1515 In mooie morgen In nog steeds mooie morgen Het is mooie middag geworden Camera op statief geschroefd sluip ik de deur uit. Ik wacht tot hij het bos in is, klim dan over de prikkeldraad Maar echt wel klotezooi.
Anderhalf uur later, bijna avond Ik richt overnieuw, ditmaal uit de vrije hand. Ik richtte op zijn blad, zijn hart, Hij leeft. Bolsterturf, zaterdag 16 mei 2009
1516 Regen in Brabant. Onderweg Drenthe toe vijf ooievaars in regen. Regen ook in Drenthe, maar met de oude Bolsterturf alles goed. Later in de dag, in nog altijd regen, gaan vrouw en ik wild en vogels kijken, doen we rondjes zuidzuidoost-Drenthe, kammen we zo het zuidelijkst deel van het vroegere Bourtangermoeras uit: de Ericase Peel, stukje Schoonebeek en lapje Weiteveen. Erpel vanzelfsprekend ook mee in de Agila. Schokkend! Alle drie de auto uit, vindt foxie Erpel in kant van veldpad en in de regen koppie en geweide - dit alles deels afgedekt met witte landbouwfolie en rijkelijk bezaaid met witte maden - van gaffelaar reebokkie. Het beestje werd gestroopt en ter plaatse geslacht. Geen jager en geen politie heeft er weet van!? Met de auto stuk verderop alweer gekomen, wankelt heel ver weg, maar zo te zien door blauwe veldkijkerglazen echt wel doelgericht gezond, in de regen een reekalfje zijn moeder toe, mag het bij haar drinken. Ook wat reeën voor Twister windmolens en elders op de kale landen. De altijd hongerige reigers van de oude wijken zal het een rotzorg zijn. Maar dan heeft Het blijft droog en in de droge avond meer reeën links en rechts, hoewel nergens veel en allemaal verweg van verharde weg. In bijna donkerte knip ik mijn laatste Drentse reeën van de dag. En dan chauffeert vrouw mij en Erpel voorbij vijf Overijsselse reeën langs snelweg terug Brabant toe. Het gaffelbokkiekoppie mocht van haar niet mee naar huis. Bolsterturf, zondag 17 mei 2009
1517 Maandag oppasdag. Maandag speeldag met de jongens. Maandag wandeldag met de jongens. Deze maandag wandelen naar het Eliasven. Daar vandaan maakt Thomas kennis met een Schotse hooglandstier. Ach, Thomas is ieders lievelingetjes. Daarom komt hij, vindt zijn opa, misschien wel te vaak op foto. Martijn niet, die komt de laatste tijd minder op foto, die heeft voor mooi poseren echt geen tijd. Wel maakt Martijn zelf graag foto's. Ook gooit hij voor Erpel om te apporteren stokken in voor hem Martijn diep water. O Martijn doet soms heel gevaarlijk. De jongens weer thuistoe gebracht, digitaliseert tegen donkerte opa nog gauw het Providentiareepaar. Bolsterturf, maandag 18 mei 2009
1518 Eendenpulletjestijd. Eendenwijffies met hun pulletjes, je ziet ze nu overal op plassen en poelen en in sloten. Mooie vlugge kuikentjes zijn het, deze eendenpulletjes.
Mijn buurman Lierbok in boskant en wei Om kwart voor zes vanmorgen porde vrouw me wakker: "Kijk! De Lierbok loopt in nevelwei." Heel de morgen kruimelde Lierbok in boskant, op zo'n dikke honderd tot soms wel tweehonderd meter van chalet, net te ver weg en in net achter bomen en struikgewas te donkerte om hem goed in foto's te kunnen vangen. Tegen avond, ook om kwart voor zes, lag ik in luie stoel, en naast camera op statief, te slapen in de tuin, fluisterde vrouw me wakker: "Kijk! De Lierbok loopt voor je neus." Ik heb goede buren. Ook deze Lierbok, mooi ree, prachtzesenderreebok is mijn buurman. Zijn bult, zijn wond aan zijkant hals-nek is gelukkig zo goed als genezen, maar nu al langer dan een maand is zijn Rikke spoorloos. Zelfs foxie Erpel kan haar nergens vinden. Zoals in voorgaande avonden en nachten, lieten Erpel en ik hem met het roepen van de bosuil heel alleen. Bolsterturf, dinsdag 19 mei 2009
1519 Het is lieve lente. Maar streng was de laatste winter, erg streng. Toch ondanks toen dikke twintig graden vorst nu volop teken in de bossen, ook muggen in 't moeras, bladluis en witte vlieg in de tuinboompjes, zelfs wolluis in de jonge beukjes. Al deze stoute kleine beestjes hebben het geluk van hun leven, want meer dan hen haat ik vergif.
Het is lieve lente en in deze lente rij ik vrouw en Erpel naar De Pan. m'n zwarte pinda geparkeerd in boskant bij boerderij gaan we Panwandeling maken. Het loopt lekker langs het Sterksels kanaal, alleen zij en ik en Erpel zijn er. We zien aan mens verder alleen maar een boer op tractor. Hoewel reeën hier en daar wat toppen laveiden uit de haver, begrijpen vrouw en ik niet waarom jagers overal in ons kleine landje, zelfs hier, het mooie reewild dood willen schieten. Ik mopper: "Ook deze jagers gunnen een paar reeën het leven en wat eten niet. Ze willen zich onder het mom van natuurbeheer volvreten aan reebout en ze geilen op geweitjes aan de muur." Wanneer we sjouwen over rulle zandweg door met draad en roosters afgezette kale Panheide, zijn vrouw en ik het alweer helemaal met elkaar eens: deze gele oormerken in de heideschapenoren zijn echt wel lelijk en verschrikkelijk.
Weer chalet gekomen loopt 'onze' Lierbok bij de waterput tussen bos en chalets. Ik ben nog niet moe, ik wandel anderhalve kilometer om, zet vanuit boskant Lierbok ook voor chalets op foto. Als overbuurman Alex wat herrie maakt bij zijn blokhut, rent bokmans naar overkant van wei.
En dan is het alweer mooie lenteavond geworden, een mooie lenteavond in de tuin. Een mooie lenteavond met vogelzang, koekoekroep en houtduifkoer. Ook hoor ik het hoe hoe van holenduif. Kortom: het is een mooie stille lenteavond tot... knàl! een buksschot de stille vrede aan flarden scheurt. Het schot kwam van de kant van Provinciale weg en Heeze. Ik spring op bike, gris camera mee, maar kom niet ver. In pinkenwei bij Providentia laveit een me bekend reebokkie. Door 20x60-kijker is het Gaffelaartje. Zijn broertje Spitsbokkie kan ik nergens ontdekken. Die zal al wel zijn geboorteplek opgegeven hebben, die zal bang zijn voor de vrijer van zijn moeder, de zesender met eivormig gewei, die zal de wijde wereld ingetrokken zijn. Misschien werd hij daarnet wel neergeknald. Dan zie ik, vanaf het smalle bospad waarop ik sta, voorbij de wei over 't breed puinpad een bruinrode jeep aankomen. De jeep rijdt langzaam. Ik herken deze jeep als de jachtjeep van een reewildschutter. Niet onverwacht voor me stopt de jeep, kijken jager en ik door onze verrekijkers naar elkaar. Zo argeloos dit Gaffelaartje! Ik wandel en zing het de pinkenonlandwei af, verras daarna de dommerd eventjes later toch nog van heel dichtbij, laveit de klojo alsof ik hem niet weiafwandelde in ruigte tussen wei en bos. Hem deze keer doelgerichter het bos ingewandeld, poseert hij alvorens te willen vertrekken nog eventjes tussen wat gespaarde bomen in gruwelijk getimberjackt Brabants Landschap. Ik blijf wachten tot de jeep weer terug rijdt, het puinpad af, De Lange Bleek uit.
Kwartier later is er een haas, zijn er bovendien twee andere reeën, zie ik Rikke, de moeder van Spitsbokkie en Gaffelaartje, in boskant. Heur vrijer Zesender, bok met eivormig gewei, laveit in weiderand. Als hij me gewaarwordt, gaat hij naar me staan staren. Knip! zit hij al in m'n cameraatje. Dan wandel ik verder over het pad. Met hem springt Rikke af.
In late schemer en in donkerte zie ik nog drie hazen meer en luister ik naar de bosuil. Bovendien is er dan overnieuw de Lierbok, laveit die helemaal bij Vlaamse weg. Bij hem wat konijnen. Achter hem de mensen in hun auto's met kunstlicht. Bolsterturf, woensdag 20 mei 2009
1520 Vrouw en ik zijn aan de wandel. Bolsterturf, hemelvaart donderdag 21 mei 2009
1521 Ik ben net op, kijk naar buiten in zonnedag.
'Mijn' Lierbok in schaduw en zon Het is mooie meiavond. En toen wou half uur later een haas van mij alleen niks weten. Collega praat graag, was blij dat ze me zag. Bolsterturf, vrijdag 22 mei 2009
1522 Zo gewoon, maar ik vind het mooi:
Zo ongewoon, maar ik geniet ervan: Bolsterturf, zaterdag 23 mei 2009
1523 "Een schoppe is een mooi ding, maar veur een aander," zei mijn opa altijd tegen me.
Bomen, takken en bladeren zijn vaak lelijk in de weg als je wild en vogels fotografeert. Toch! Dankzij heel dichtbije eikenbladeren knip ik, het meest van al voor mezelf, konijntjes in sprookjesgroen.
Makkelijk foto's maken vind ik fijn om te doen. Je richt je digitale camera, je drukt op de ontspanknop en kijk staat er 1 haas van 3 hazen in te lang gras pinkenonlandwei op foto. Bolsterturf, zondag 24 mei 2009
1524 Maandag oppasdag. Wandelt opa in zijn tijdgebrek met Thomas. Welnee! Niks tijdgebrek! Voor je kleinzoon maak je tijd! Altijd! Wandelen met Thomas is reuzefijn! Thomas slaapt elke maandag overnieuw het eerste half uur met opa op stap, maar hij voorbij Schotse hooglandstiertjes wakker geworden wijst opa hem wat opa mooi vindt: vandaag fraaie rimpelgolfjes waarin wilde eenden 5 op 1 die in mooi boogje zwemmen in het Eliasven, en Erpel die een hortje baddert voor ijdel paartje zich ofdoffende nijlganzen. Thomas houdt van geel, kijk maar zijn gele Bumba, dus parkeert opa Thomas bij groene kikkersloot vol gele lissen. Op het groen en geel van stelen en bloemen kuieren spinnen, lieve diertjes waar Thomas geen schrik van heeft. Bijna trekt hij zich aan de lissen sloot in. Weer omathuis speelt Thomas met broer Martijn, ook met veel geel zand en beetje water. Terwijl oma oppast op twee mag opa Zesender Lierbok bij de put in wei op foto gaan zetten. En als dan de lieve broertjes zoooooooo moe van 't buiten spelen hun namiddagtukkies doen, ook Erpel en de kater tukkies doen, oma alleen oppast, ontmoet opa in het bos bij Providentia Zesender Eibok en zijn rikke, volgt hij die twee in 't hout, digitaliseert ze daarna in weiderand. Na lekker eten de jongens weer hun thuistoe gebracht, zien oma en opa onderweg tussen Leende en Sterksel, bij Oostrikkerdijk 2 en 2a, vijf zwarte kraaien of roeken bungelen aan touwtjes aan stokken, maakt opa foto van de opgehangen vogels. De Brabantse boer, misschien is hij nog goed Christen, stemt hij CDA of zo, houdt zijn koeien vaak heel het jaar op stal. Die beesten mogen van hem niet fijn buiten. Ook schiet deze boer kraaien of roeken dood, of laat die doodschieten, om aan touwtjes aan stokken uiterst onweidelijk te vergaan. En wat te denken van de jonkies van deze opgehangen vogels? Die moesten van deze boer verhongeren. Later in de avond kijkt oma televisie, luistert opa naar Lange Bleekkoekoek en Providentialijster, ziet opa een sperwer flitsen over bospad, ook hazenoren bewegen in onlandwei, ergert hij zich aan een gaai die 'n jong vogeltje rooft. De gaai vliegt weg met het geroofde vogeltje, de oudervogeltjes in hopeloze paniek er achteraan. Opa denkt: de liefde voor het kind is iedere gezonde ouder aangeboren. Tegen donker wenst opa 'zijn' Lierbok goedenacht, wil hij niet meer denken maar fijn gaan dromen van een aarde zonder bloed. Bolsterturf, maandag 25 mei 2009
1525 "Kijk!" wijst vrouw, "de Lierbok geniet in boskant."
Het onweerde in de nacht. Ook regende het heel de morgen. Maar dan is het in namiddag droog, gaan vrouw en ik per pinda naar de Stiphoutse bossen. Tuurlijk Erpel ook mee. In deze bossen jonge aanplant van eik en beuk, op stukken kaalslag van om en nabij de hectare, alle boompjes netjes in de rij, want commerciële bosbouw. Wij, vrouw, ik en Erpel, komen in door storm toegetakeld bos voorbij het graf van bouviers Boris en Nouschka. Dan in het Witven een reiger en een meerkoet. Ook wat wilde eendenwoerden plus een eendemoeder met bruine en gele pulletjes. Wij, vrouw, ik en Erpel dus, staan bij dit Witven. Erpel gaat naar muizen graven. Wij mensen kijken over 't stille water. Wat zijn dit voor plotselinge kringetjes? Eerst denkt vrouw dat het kikkergolfjes zijn. Maar dan ineens weten we beter en lachen we om het rappe spelen van meer dan watervlugge dodaarsjes, merelgrote eendjes. Waar ik aan de Stiphoutse weg, in woeste ruigte bijna bij het Alvershool, populierenpluis wit als sneeuw dacht te vinden, ritselen canadassen alleen maar groen en vloekt in dikke eik een houten hoge zit, de houten ladder tegen de ruwe stam gespijkerd. Bij deze hoge zit een zoutliksteen. Vanaf de zit is er uitzicht op kaalslag en verderwegge akkers, maar nergens vos of ree. Ook niks geen haas en konijn en zeker niet te veel vogels: paar spechten, paar kraaien, wat merels, wat roodborstjes, één snelle havik heel eventjes tussen grove dennen en twee heel verre kieviten boven ook door 20 x 60 maïssprietjes. Wij, vrouw, Erpel en ik, komen voorbij het graf van rottweilers Feiko en Glitter, ook voorbij de graven van de lieve asbakjes Ukkie en Poppel, zo ook voorbij het graf van rooie kater Minus. Honden en katten, je hebt ze te kort, veel te kort. Te vlug zijn ze oud geworden, gaan ze dood, moet je ze begraven. "Kijk! een specht."
Terug onderweg is er een rikke die bos uit komt. Zij steekt om te gaan laveien in Lierop de Bussersdijk over. Als ik, vlug geremd, de pinda uit, het portier open gelaten, weikant toe geslopen, haar op foto zet, hoor ik gepiep van vogeltjes uit ongeveer één meter en vijfenzestig centimeter hoge, polsdikke ijzeren buis komen, richt ik tussendoor met flitslicht in de buis.
Weer chalet thuis laveit, alsof vrouw, Erpel en ik niet van chalet weg geweest, 'onze' Lierbok op z'n gemakje in 'zijn' groene lentewei. Bolsterturf, dinsdag 26 mei 2009
1526 Kijk! De Lierbok, 'mijn' Lierbok kijkt naar me op vijftig meter. Bolsterturf, woensdag 27 mei 2009
1527 Ik vond koolmeesjes in een nauwe buis. Gewoon toevallig. Eergisteren toen ik een rikke op foto zette, hoorde ik ze piepen, maakte ik met flitslicht paar foto's van ze. Ze zaten op mekaar gepakt in de lange ronde nauwte, ongeveer zestig centimeter diep, maar alle meesjes bijna vliegvlug kwiek blij hongerig lawaaiig. Gisteravond onderweg naar avond/nachtdienst ging ik eventjes bij de meesjes kijken, scheen ik met extra meegenomen staaflantaarn in de buis. Wat ik zag stemde me droef: in het nauwe donker diep één dood meesje en één levend meesje. Gelukkig ontsnapten hun broertjes en zusjes naar zon en vrijheid. Gedurende avond en nacht moest ik denken aan dit meesje, vond ik het vreemd dat ik de oudermezen niet meer had gezien en gehoord. Een groot klootgevoel van opgesloten zitten, van niet weg kunnen, alsmede een angstgevoel dat een vogeltje aan 't verhongeren is, maakte dat de werknacht me lang duurde. Vanmorgen parkeerde ik weer bij de buis, scheen ik weer in de buis, zag ik het al langer dood meesje en een gedurende de nacht doodgegaan meesje. En toen werd ik zomaar woedend op mezelf en om het domme wrede leven, om de echt niet lieve natuurwet van Struggle for life and Survival of the fittest, zocht ik een tak ietsje dunner maar dan de buis, rukte er de zijtakken af, duwde krachtig deze stok in de buis, duwde zo het nestje met de vogeltjes dood naar buisbodem. Ik haalde de stok terug, vulde de buis met zand, puin en steentjes, tot aan de rand. Nu kan geen vogeltje nog nestelen in deze buis. Ja! ik weet het wel. Beter had ik het meesje werktoe doodgemaakt. Nu voel ik me waardeloos, want bezorgde het de wrede hongerdood. Bolsterturf, donderdagavond 28 mei en vrijdagmorgen 29 mei 2009
1528 Gaffelaartje, het broertje van spoorloos verdwenen Spitsbokkie. Hij laveide. Vrouw, Erpel en ik hadden hem al gespot, liepen langzaam op hem toe. Zekerde hij, stonden wij onbeweeglijk. Heel stil. Laveide hij bewogen we weer, langzaam op hem toe, maar toen hoorde hij het piepje van de camera, draaide zich om, keek naar ons onbeweeglijk, één minuutje ongeveer, toen pas rende hij, niet razend snel maar op z'n reegemakje, bos toe. Nog een minuutje ongeveer bleef hij staan, op 't pad, in gouden meiavondzonneschijn. Moeder Rikke en Zesender Eibok onbereikbaar voor camera Toen Gaffelaartje het bos in was, spotte vrouw door 7x50 zijn moeder en Zesender Eibok in ruigte honderd meter verderop, haast onbereikbaar voor camera. Moeder Rikke en Zesender Eibok minuut voor gouden meiavondzon Dik uur later kwamen wij, vrouw, Erpel en ik, weer bij zelfde wei, spotte vrouw in hoog weigras - zij heeft ook zonder kijker valkenogen - moeder Rikke en heur Zesender Eibok. Nu bleven vrouw en Erpel achter, zij zou mijn jacht via heur kijker volgen, liep alleen ik over 't pad de reeën toe, de reeën tussen mij en ondergaande zon. Ze zagen me aankomen, bleven laveien, zekerden alleen wat vaker. Achter hen de gouden bol die heel de boskant in alsof lichterlaaie zette. Ik bleef op meter of vijftig, besloot te wachten op lager minder felle zon, wou dit reepaar knippen in de zon, maar toen lawaaiden er lawaaiwandelmensen aan, lawaaiden die de reeën van de wei. Bolsterturf, vrijdag 29 mei 2009
1529 Ranke Rikke snoept aardbeiplantjes. Zesender Eibok en Moeder Rikke Ook Gaffelaartje Hahah, de pinken zijn ver en hij staat mooi dwars, dusss... Bolsterturf, zaterdag 30 mei 2009
1530 Kijk! Dit is Erpel. Het is niet mijn schuld. Reeën kunnen staren Reeën kunnen staren. Vaak zie ik dat. Vandaag was het een rikke die staarde. Ineens kreeg hij verwaaiing van heur, zag hij heur staan. Bolsterturf, 1ste Pinksterdag zondag 31 mei 2009
index mei 2009
|