<<<<<<<<<<<<<< Home >>>>>>>>>>>>>>
Stukjes tekst, video's en foto's van bos, hei en waterkant; over grasduinen en struinen in natuur en veld, over zon en wind en buiten zijn
IntroHoofdpaginaInhoudsopgaveNatuurdagboekRecentVideoHoogzitten en jachthuttenMuziekGedichtenOver bolsterturf en Bolsterturf

Bolsterturfs natuur

B o l s t e r t u r f s  n a t u u r

Dagboek mei 2009

1500
Beetje over boeren, Erpel, gras, vogels en konijnen, en wat meer over vier reeën

Net wakker keek mijn vrouw door ons slaapkamerraam de morgen in en porde me: "Vlug! Word wakker! De Lierbok staat bij de put."

De Lierbok, 'onze' Lierbok voor zolang het duren mag, is zesenderreebok met liervormig gewei. Ik had, en heb, hem nog altijd niet mooi op foto. Dus vloog ik bed uit, schoot broek aan, griste camera van de kapstok en rende op blote voeten deur uit.

Hoewel vlug was ik toch te langzaam. Waar ik hem bij weiput wist, stond hij niet meer.

Nog net bijtijds vond ik hem in dik honderd meter verwegge donkere boskant. Daar stond hij te zekeren naar buurtbewoner die, voor hem Lierbok aan overkant van wei, over paadje langs prikkeldraden driehoog zijn hond uitliet. En hij bleef niet lang genoeg staan. Voor ik camera beter had ingesteld en weipaaltje als statief kon gaan gebruiken, sprong hij de donkerte van het hout in.

Toen ik in de namiddag met Erpel bij Providentia al dik uur een koekoek - klote koekoek die almaar koekoekte, maar niet wilde poseren - achterna zat, kwamen twee reeën onlandwei op: een moeder Rikke en één van heur zoontjes. Die gingen samen een hortje laveien.

Dit heur bokkie op de foto's is Spitsbokkie. Waar Rikkes ander zoontje Gaffelaartje gebleven is? Ik weet het niet. En waar Rikkes vrijer, een grote zesender, uithangt? Ook dit weet ik niet.
"Weet jij het Erpel?"
"Pfffttt," antwoordde Erpel me.

In vroegschemer wandelden vrouw, Erpel en ik door De Lange Bleek. Daaromheen lawaaiden boeren. Die waren druk met het verzamelen van in te kuilen gras voor hun nooit naar buiten mogen koeien. Wel twee koppels tractoren, aan de ene tractor van ieder koppel een machinale grasverzamelaar gekoppeld, achter de andere tractoren een te vullen grote kar, lawaaiden om het hardst over de gemaaide landen. Voor er regen komen kan moet altijd in idioot tempo alle gras van 't land.

Vrouw en ik keken naar dit oogsten. Erpel muisde onderwijl. Er wiekten wat eenden en ganzen laag voorbij. Een timmerende bonte specht en een zingende lijster probeerden boven de boerenherrie uit te komen. Alsof ze wilde stadskonijnen waren speelden wat wilde konijnen over pad tussen bos en wei.

Ineens zag ik een ree op dit pad. Ik wees vrouw "Kijk daar!" en overhandigde haar mijn 20 x 60-kijker. Ook vroeg ik heur om Erpel aan te lijnen en te willen wachten. En toen liep ik door diepe droge sloot gebukt van haar en Erpel weg.

Zeven minuten later sprong het ree sloot over, zagen hij en ik elkaar meteen. Maar ik had m'n camera schietklaar. Onderdeel van seconde voordat hij in fraaie boog terugsprong digitaliseerde ik hem.

Op de foto van de terugsprong, het bos weer in, is hij ruige bruinrode streep.

Vrouw zag zijn tweemaal springen beter dan ik.

Bolsterturf, vrijdag 1 mei 2009

1501
Rondje Gijs de Guit, waarna eend met pulletjes, waarna pinken en drie reeën

Vrouw en ik fietsten in mooi zonnige middag een rondje Gijs de Guit, route van zo'n vijfendertig kilometer door mooi Sterksel, mooi Heeze, mooi Strijp en mooi Leende. Erpel mocht in zijn aan mijn fiets gekoppelde wagentje ook mee. Zelfs de zwarte koeien en de zwarte koekalfjes bij Kasteel Heeze vonden we, op de door onze dieronvriendelijke overheid verplicht gestelde grote gele oormerken na, heel mooi. Onderweg veel andere fietsers, solexzitters, bromfietsers, mountainbikers en wandelaars, veelal op maar meter smal geteerd fietspad. Nergens wild konijn, vos, ree of haas. Ook nergens fazant of patrijs. Wel waren er spechten, eksters, gaaien, kraaien, roeken, kauwen, een torenvalkje, vinken, eenden, ganzen, meerkoeten, waterhoentjes, meeuwen, kwikstaartjes, roodborstjes, winterkoninkjes, vissen, muizen en kikkers. Ook onderweg lekker bier en lekker ijs.

De Gijs de Guit-routes: prachtroutes door afwisselend Brabants landschap. Het zijn routes die vrouw en ik 's morgens vroeg en 's avonds laat op gewone doordeweekse dagen vaker willen fietsen. En zeker weten dat we dan wel haas, ree, vos en konijn zullen zien.

In de avond bikete ik alleen, ging het door en om De Lange Bleek. De boerenweiden leken wel te grote voetbalvelden, zo kaal na maaien en weghalen van het geoogste gras. Over de lichtgroene kaalte een jammerende wulp en nergens kieften. Maar boven het Eliasven, 'mijn' ondiep eilandjeven, ontiegelijk veel muggen. En in dit ven een herrie makende canadagent, een blauwe reiger, een nijlgans en een wilde eend met pulletjes en een haar vervelende geile groenkoppige woerd.

En toen waren er kwartier later ook nog een kudde pinken en drie reeën in onlandwei tussen schandalig getimberjackte Lange Bleek en Provinciale weg Heeze-Someren. Toen de pinken op de reeën af kwamen, kropen deze laatsten onder prikkeldraad door het onland uit, gingen ze in strookje verwaarloosde bosaanplant tussen wei en bos wachten of de grote bonte rustverstoorders weer weg wilden gaan.

Of de pinken weggingen, terug verharde wegkant van wei toe, weet ik niet. Daar kon ik niet op wachten.

Bolsterturf, zaterdag 2 mei 2009

1502
Brabantse cowboy voorbij scheef leeg hok

Een oud boerenmensenbouwseltje: drie kromme wrakhouten wanden en een krommer dak. Ik vind het mooi. Altijd fascineert het me. Steeds weer moet ik ernaar kijken. Iedere keer opnieuw als ik er voorbij kom bewonder ik het paar minuten.

Dit bouwseltje bevat niks. Het is keileeg. Het hangt al jaren scheef en leeg. Al die jaren keerde het zich af van oude schuur behorend bij oude boerderij met rood pannendak en oude boer aan overkant van puinweg.

Dit slappe bouwseltje, dit keetje zonder voorkant, het viel nooit om. Zelfs storm kreeg er geen vat op. Twee scheef gezette halve boomstammen stutten het.

Altijd, echt altijd, als ik dit scheve lege hok bewonder, en soms met verrekijker gluur naar vogeltjes, muizen en ratten in de met allerlei rotzooi volgestouwde schuur, ziet de in zijn kooitje opgesloten grote hofhond me. Zoals een goede waakhond betaamt blaft die dan en joenkert wat. Behalve wanneer Erpel bij me is. Dan gaat hij alsof een hondsdolle wolf tekeer, alsof heel de wereld moet verscheurd.

Toen ik vanmorgen eens wat langer naar schuur en hok had gekeken, kwam me in de Bleke bossen een cowboy op een groot bruin paard achterop. Deze cowboy heeft in schaduw van hoedrand open lief gezicht met rond mond en lippen grote grijze krulsnor. Zijn beige cowboybroek en zijn zwarte jasje doen denken aan cowboy kaartspeler, maar aan de ook zwarte rijlaarzen geen gemene sporen. Wel lege revolverholster aan brede broeksriem. Uit kleiner holstertje steekt een vaalbruin heft. Het keukenmes van zijn vrouw? Misschien heeft hij ook een lasso bij zich. Daar vergat ik op te letten.

Deze cowboy zag ik vaker, maar niet vaak. Bij regenweer had hij laatst een lange donkergele regenjas aan. De flappen van die jas flapten toen in buienwind.

De meeste mensen zijn mijn vrienden niet. Ik wil Outlaw zijn. En deze me te mode bewuste cowboy stelde zich nooit aan me voor. Hij rijdt me altijd zomaar voorbij, alsof ik rover Skunk ben. Daarom schoot ik hem heel laf met camera in zijn rug.

Thomas-Willem 1 jaar

Na moppers krijgen voor te laat thuis komen, moest ik vlug met oma mee, reden zij en ik in heur Agilaatje naar de jongens, naar onze jongens.

Een lief bandietje vierde dinsdag zijn eerste verjaardag. Lang zal hij leven, lang zal hij leven, honderdzesenzeventig of meer jaren leven...

Ik ben een rare opa, want ik wens hem, en ook zijn zo mogelijk nog lief ondeugender iets ouder broertje, een gelukkig en gezond ouder mogen worden dan aartsvader Abraham.

Ziet u het ook? Alsof hij me al kan lezen, zo zit Thomas-Willem op foto twee te denken in zijn kinderstoel, vergeet hij zelfs voor even om taart te eten.

Bolsterturf, zondag 3 mei 2009

1503
"Lama is naar kapper weest" en "Opa niet zo zeuren"

Maandag oppasdag, beetje frisse naar best mooi zonnige oppasdag, oppasdag met oppasuitje dichtbije natuur in.

Oma op d'r nieuwe fiets. Martijn in nieuw luxe zitje bij oma achter op de fiets, fijn achter mooie rug en kont en uit de wind. Thomas warm ingepakt in zijn buggy. Opa duwt de buggy. Erpel is ook te voet mee. Die snuffelt links en rechts en pist tegen zowat iedere boom.
Bij park Providentia doen als iedere maandag de hanen kukelekuu en hebben de kippen kale konten. Ook zijn er weer de geiten, het paardje, de vette zwarte varkens, twee lapjespoezen en de zwarte lama.
De varkens slapen meter of twintig van het hek. Opa zoekt een stok, gooit die dan naar het dikste varken. Raak! Martijn lacht als dit varken met zijn te dikke lijf opspringt en heel hard snuift. Oma lacht ook, maar moppert wel op opa.
Even verderop is er de lama. "Lama is naar kapper weest," ziet ook meteen Martijn. En als dan Martijn gele paardebloemen voor de dun geworden lama plukt, fantaseren oma en opa een lief sprookje:
"Nu breien de kaboutervrouwtjes zwarte truien voor de reuzen."
"Wel honderd truien breien ze."
"Zoveel haren had de lama."
Plots let de lama niet meer goed op. Hij ziet een kip aankomen. Die moet weggejaagd. Hij vergeet in z'n wegjaaghaast om de hem door Martijn aangeboden paardebloem op te eten. Martijntje Ongeduld wordt daarom beetje boos.
 "Martijn moet niet zo zeuren," moppert opa. Waarna oma, als altijd, Martijntje troost en op opa moppert. Oma is als mama, die twee verwennen de jongens.

Wanneer oma met Martijn terug chalet toe fietst, gaat opa nog anderhalf uur met Thomas verder wandelen, over brede en smalle paden de Bleke bossen door. In chalet wil Thomas nooit zoet gaan slapen, maar zodra rijdt opa over hobbelige paden door bos en veld slaapt hij binnen een kwartier.
Opa ziet de bossen nog niet in al een ree. Het is wel honderdvijftig meter ver. Thomas ziet het ree niet, het is voor hem te ver weg. Hij kan het met zijn felle blauwe oogjes nog niet fixeren. Nou ja, felle oogjes? Als opa van het ree weer naar Thomas kijkt, gaapt die en wrijft met zijn knuistjes in zijn oogjes. Thomas vecht zo tegen de slaap. Vlug duwt opa de buggy verder. En dan slaapt Thomas al.
Nu kijkt alleen opa al duwend naar witte en zwarte schapen in onlandweitjes, naar wat verre paarden en koeien op kaler boerenweiden ook. Over de weiden niks dan paartjes zwarte kraaien op zoek naar bloed en kapot gemaaid leven. Buiten de kraaien is er alleen maar een heel allene wulp.
Met weer wakker heel tevree Thomasje komt opa uur te laat chalet. Oma is dan met Martijn boekje aan het lezen.

Te vlug moest er gegeten, is het al vroegavond, brengen opa en oma de jongens naar thuis. En als oma en opa onderweg dan praten over de te vlug voorbij gegane dag, als opa vindt: "Toch wel raar dat Martijn soms zo ongeduldig doet," zegt vanuit zijn zitje op de achterbank Martijn: "Opa niet zo zeuren."
"Ach," weet dan toch nog opa, "ook stout zijn heeft zijn bekoring."

  

Martijn en Thomas teruggebracht naar pa en ma, gaat opa nog vlug met Erpel er op uit, zet hij in al schemer het Providentia-reepaar van dit voorjaar, mooie rikke en sterke zesender, op foto. De zesender eiste deze rikke weer voor zich op. Heur beide jaarlingbokjes werden voor altijd bij haar weggejaagd. Die moeten zich nu zien te redden zonder hun moeder bij zich.

Bolsterturf, dodenherdenking maandag 4 mei 2009
Vrouw en ik doen aan dodenherdenking en bevrijdingsdag, maar wij hebben daar geen andere mensen en geen uiterlijk vertoon bij nodig. En anders dan, denken wij, Balkenende en de koningin en zo denken wij ook aan bij voorbeeld in de laboratoria van de mensen wreed dood gemartelde proefdieren. Zelfs aan voor bontjassen vergaste nertsen en doodgeknuppelde zeehondjes denken wij. Dit laatste denken dus net zo goed als denken aan de mensendoden van àlle oorlogen.

1504
Een dag tuinieren, maar wie vreet zich vet aan dierenvlees?



Heel de dag lekkere regendag.
Meiregen.
Zachte regen.
In natte morgen 'onze' lierbok voor chalet in wei.
Parkbeheerder lawaait hem weg met bulldozertje.
Heur grote cactus chalet uit, tuin in sjouwen.
Samen hem pot uit, volle grond in doen.
Klote klus!
Ik doe het weer 'ns verkeerd,
krijg moppers en doe me zeer:
vijf zwarte stekels in rechterhand.
Gewond naar Heezer boerenbond.
Koopt ze me daar veel te dure sierconiferen,
ook potgrond, gewone tuinmest, coniferenmest en buxusmest.
Terug chalet laveit de lierbok weer in wei.
Erpel lawaait hem weg met dom geblaf.
Mijn hand doet almaar zeerder.
Ze komt met grote scherpe naald.
Ze pikt te diep onder de stekels.
Het bloedt flink en het doet zeerder.
Maar zonder pleisters met schop en handen
flink wat potgrond over zwarte tuin.
't Groen gazon kreeg al eerder gazonmest.
Ook alle tuinmest strooien.
Dit laatste te slordig volgens heur.
Daarom wil ze beslist heurzelf coniferenmest bij alle coniferen doen.
Ook de buxusmest bij de buxussen vanzelfsprekend.
En dan is het avond geworden,
stinken wij twee als bange bunzings,
moet ik met heur voor het eten eerst in bad.
Na de pap wil ze televisie kijken,
mag ik met camera en statief alleen op stap,
spot ik in nog altijd motregen 'n rikke verweg in onlandwei,
ik denk een rikke die pas kalfje kreeg:
door 20x60 heeft ze de uier van een koe.
Drom laat ik haar gerust.
Bij tegen donker chalet heeft Bolleke konijntje gevangen.
Door zijn voor Erpel te nauw kattengat stelde hij het veilig,
klootte hij ermee in de blokhut.
Bolleke en dood konijntje moeten van heur eruit.
Meteen als ik blokhut binnenga, vliegt Bol met konijntje buiten,
begint hij op 't gazon het op te vreten.
"Vannacht moet hij kotsen," zeurt ze.
Erpel chalet uit.
Die pakt meteen 't konijntje af.
Nu is er niks, helemaal niks van het beestje over.

Wat zeurt u nu?
Wie schiet er konijnen dood?
Wie vreet zich vet aan dierenvlees?
U en u of ik en zij?

Bolsterturf, bevrijdingsdag dinsdag 5 mei 2009

1505
"Bweuh! beuh-beuh-beuh," reageerde hij

Na tuin schoffelen, heideveldje wieden en wat niksen in de middag, wachtte ik tegen schemer in boskant op ree, vos, haas, bosuil en koekoek. Vrouw zette toen bij chalet door heur duur gekochte violen en margrieten, en andere plantjes ook, in grote bloempotten en terrasbakken. Doen zij en ik plantjes zetten en zo samen, kibbelen we altijd veel. En omdat Erpel dan altijd voor haar partij kiest, moest hij van me vanavond chalet blijven.

Een koekoek riep, verweg, paar keer koekoek, maar wild liet zich niet zien. De bosuil wilde ook niet komen, bovendien niet roepen. Wel tierelierden, kweelden, floten en zongen er andere vogels. Vooral een lijster had het op z'n heupen. Die ging echt wel tekeer. Hij deed van je tuut tuut tuut wiet wiet wiet krewiet, in top van de boom waar ik tegenaan zat. Om hem te kunnen zien moest ik opstaan en wel dertig passen de wei inlopen, wat veel te grote afstand is om zonder statief in schemering een mooie vogelfoto te kunnen maken.


Onbewerkte foto's, zo uit de camera

Om half tien hield de lijster het voor gezongen en gefloten, en ik het voor gezien en geluisterd, bikete ik chalet toe. Daar gekomen was vrouw nog bezig met heur bloemetjes. Erpel had ze binnen gedaan, "want," wees ze, 'onze' Lierbok staat in de wei."
"Waar?"
"Daar," wees ze nog eens.
En toen zag ik hem, net zichtbaar reesilhouet in avonddonkerte, laveien. Vlug binnen statief gehaald, camera erop geschroefd, het ding op nachtstand en voorzichtig naar de prikkeldraad.

Het was heel stil. De mensen maakten 'ns geen lawaai. Ook ik dus niet. Wel riep met tussenpoosjes de Providentia-bosuilman: "Hoe hoe hoe oe oe oe ... hoe hoe hoe oe oe oe... hoe hoe hoe oe oe oe." Dit roepen vonden vrouw en ik fijn en de bok stoorde er zich niet aan.

De Lierbok laveide tegen wind in. Hij kreeg geen verwaaiing, geen lucht van vrouw en mij. En ook zag hij ons niet. Reeën zien slecht, in het donker bar slecht. Maar ook ik ben geen uil of valk. Ik zag hem nauwelijks, moest telkens naar hem zoeken. Gelukkig werd hij door m'n 7x50 stuk beter zichtbaar.

Vrouw ging naar binnen, naar de televisie. Terwijl ik foto's maakte, riep almaar de bosuil. Lierbok zekerde nauwelijks. Die vertrouwde op de donkerte, die had me echt niet in de smiezen. Maar toen ik na wat foto's van hem maken het klepje van de flitser te onvoorzichtig open klapte, hoorde hij dat.

Ik met bril en kijker en hij alleen maar met zijn ogen keken elkaars kant op. Door bril en kijker zag ik hem best goed. Of hij mij zag? Ik weet dat niet. Misschien zag hij in mij en statief alleen maar een struik of boompje.

Voorzichtig duwde ik op de ontspanknop. Toen flitste het. Een bliksem zonder donder.
Helaas, de flits bereikte Lierbok niet. Hij stond net te ver weg. Blaffend reageerde hij. "Bweuh! beuh-beuh-beuh ... beuh-beuh-beuh ... beuh-beuh-beuh ...", rende hij naar overkant van de wei. Daar ging hij in boskant nog meer staan schelden.
Vrouw kon hem horen door open raam. Zij lachte, maar de bosuil was er stil van geworden.


Bewerkte foto
Van de flitsfoto viel geen ree te maken, daarop alleen maar twee witte stipjes van zijn ogen in verder heel de foto grote zwarte rechthoek.

Bolsterturf, woensdag 6 mei 2009

1506
Snel rondje Bleke bossen

Vrouw is een dag en avond er van tussen. Oppassen op en spelen met de jongens. Dus vraten en zopen Erpel en ik er goed van. Hij pensstokjes, vlees uit blik, hondenbrokjes, door hem gejatte kattenbrokjes, vette varkensoren en koel kraanwater; ik witte wijn, witbier, champignonsoep, boterhammen met gebakken scharrelei, ook gebakken erpel, appelmoes, koekjes en gebak. Niet goed voor hem en mij. Daarom maar samen sportief op stap gegaan, snel rondje Bleke bossen. Ik bike zo'n rondje op vrouws kapotte bike. Altijd in zelfde lage versnelling. Moet ik echt wel snel de trappers in de rondte trappen. Zo ook vanavond dus. Erpel draaft op zijn gemakje met me mee. Die weet dat hij het pad niet af mag, moet volgen achter, of aan de trapper. Soms trekt hij stiekem toch een sprintje. Als een konijn wegschiet. Iets wat ik hem graag vergeef. Het is een mooie avond. Er kwitten mezen. Er koert een blauwe doffer. Er krast een kraai. Er zingen merels, lijsters, vinken, roodborsten. Ook buitelen er kieften en jodelt er een verre wulp. Negen wielrenners, jonge sterke kerels, racen zwetend mij en Erpel voorbij. Die zien alleen maar elkaar en het pad. Eentje schreeuwt er naar de anderen: "Verdomme, dit is het verkeerde pad! Deze negen, niet of nauwelijks bewust natuur ziende jakkeraars, over hun verkeerde pad terug geraced, staat verderop een ree op mijn en Erpels pad. Het wil niet op foto. Stil springt het pijpenstrootjes in. Dan in rand van berkenopslag voor kale dennen waarin een lelijkerd van een gaai klikspaan nog twee reeën. Die snellen ook de pijpenstrootjes in. Te vlug tovert rode zon zijn fel bleekwit licht door het bos. Alsof hoge en dunne cactussen staan de uitlopers van pijnboomtakken voor de lage bol, ook voor spinrag in dooie takkenwirwar. De rikke die altijd naar mij staat te turen, tuurt ook vanavond weer naar mij en Erpel. Zij waant zich op veilige afstand. Ze springt niet af. Ze staat wat mij en Ep betreft dan ook altijd veilig. Ineens ligt de bike in hei met knopjes nauwelijks ontloken. "Kom op Ep! Rennen! Mag je zwemmen." Ach, Erpel is ontiegelijk veel sneller dan ik. Maar ik doe mijn best en ren. Toch, voorzichtig open en sluit ik de klaphekjes waarbinnen paar ruige Schotse stiertjes. Ik hou niet van 't luide klappen van hout op hout. Maar dan is daar al het Eliasven. Erpel sprint erin. Eruit flapt een blauwe reiger. Een canadagans en een nijlgans blijven gewoon drijven bij het eilandje in het midden: twee genten die hun gansjes op het nest bewaken. Zes wilde eendenwoerden aan de overkant drijven in rij. Geile vogelmannetjes in fraai verenkleed. Een rijtje mooi ogende verkrachters. Ze hebben zeker met z'n allen het eendje wat hier d'r eitjes uitbroedde doodgewipt. Ik kan haar en haar kroost nergens ontdekken. De slome buizerds die hier wonen kunnen vast geen pulletjes vangen. Maar eenden, ganzen en reigers moeten tegen muggenprikken kunnen. Mij en Erpel steken ze zowat kapot, de klote muggen dus, die gemenerikjes die met duizenden boven het water dansen, het water raken. Het lijkt wel of het muggen regent. Met Erpel de ronde venoever rond gegaan, voorbij ik weet niet hoeveel stille kikkers en dikkopjes, is daar nog vrouws bike, raap ik die op, trap ik opnieuw aan, in altijd zelfde lage versnelling, schakelen lukt met het ding niet meer, rent Erpel met me mee. Ineens, op tweehonderd meter, draaft een ree boskant uit, aardbeiveld toe. In de aardbeien laveit groter ree. Verder weg nog huppelt een haas, over kale wei. Met camerainstelling maxi optisch & digitaal zoom wordt dit dravend reetje smalree. Het andere ree rikke. Wanneer na paar foto's ik voor Erpel een stok weggooi, met hem ga ravotten, horen en zien rikke en reetje, gezond schuwe reeën, mij en hem, zo schel en luid zijn blij blaffen, zo zwartwit zijn jas, rennen ze de aardbeiplantjes uit, het van pijpenstrootjes bleke bos in. Erpel en ik jaagden deze reeën weg? Hoezo is dat erg? Aardbeiboer houdt van zijn aardbeiplantjes, niet van reeën. Zijn plantjes worden rijkelijk met gif besprenkeld. En in wei en bos groeit voldoende ander lekkers voor reewild.

Bolsterturf, donderdag 7 mei 2009

1507
Door bos en over onland

Ik wandel met vrouw en Erpel. Zij wandelt het liefst over vlakke paden. Ep en ik struinen bij voorkeur door bos en veld, wat van bordjes met wat tekst niet mag. Dus opper ik: "Gaan we door het bos en over 't onland zien we meer."
"Helemaal niet," weet ze heel eigenwijs.
"Ik wil je graag toch een diepe poel laten zien," beslis ik eigenwijzer.

Wij wandelen. Zij en ik dus. Erpel wandelt nooit, die heeft daar het geduld niet voor.
"Kijk daar!" wijst ze, "wat zijn dat voor vogels?" Meteen zie ik dat het een paartje nijlganzen betreft. De platvoetvogels stiefelen rond onder het groen van wat dikke eikenbomen, bij oude schuur bij oude boerderij met rood pannendak.
"Nijlganzen op zoek naar nestgelegenheid," zeg ik dus.
Wanneer we dichterbij komen, gaan beide vogels op de wieken, tonen die ons tropische kleurenpracht in vlucht. Heel klein eindje maar wordt er gevlogen. Dertig meter verder landen gansje en gentje in van paardenbloemenpluis zowat wit groen.

Wij wandelen over paadje tussen klaphekjes, terwijl Erpel tussen berm en berm grasduint.
"Ik zie een mens zitten," zeg ik.
"Waar?"
"Daarginds... In dat bosje achter die schapen."
En dan zien zij en ik door onze verrekijkers een grote kale kop achter grote schapenuiers. Ergens achter kop en schapen jubelt een wulp.

Wij wandelen de bleke bossen in, richting Eliasven, met Erpel die achter een konijn aanging aan de lijn. We komen voorbij koeien en een stier in vlakke onlandwei. Een koe in buurwei likt haar paar dagen jong bont kalfje. Een andere koe staat bij pas geboren wit kalfje. Hoe trots staan deze moeders bij hun jonkies! Nee, de grote stier mag er niet bij. Te groot de kans dat deze lomperd een kalfje dood zal drukken.

Wij struinen door zowat kapot getimberjackt bos. Erpel mag voor en achter ons meegaand mee. Hij mag niet van het wildpaadje af.  Een groot haas snelt voor vrouws voeten weg. Het vlucht voorbij geeloranje paddenstoel aan stam van zowat dode nog jonge eik. Erpel wil er achteraan. Mag hij niet. Voor hem geldt: buiten wegen en paden in de bossen in de lente bijna altijd aan de lijn. Hij baalt. We zien duidelijk aan hem dat het gesprek over koningin en vorstenhuis hem geen reet interesseert.
"Deze zwam, mooier oranje dan het oranje van koningshuis en oranjegekke mensen," meen ik. Zij, vrouw dus, is het helemaal met me eens.

Wij struinen door onland. Erpel volgt tussen ons in. We houden hem kort. Hele stukken wrak geelwit zijn bezaaid met oude paardendrollen. De drollen van inmiddels dode paarden.
Zij en ik zijn blij geen paardenslagers te zijn.
"Dan nog liever samen zwerven en aan de sociale dienst," zegt zij.
Uit lager, natter en dichter groen ineens een wegsnellend ree. Een grote blauwe reiger schreeuwt boven dit kleine hertje. En dan banjerend door nog natter groen, ligt daar zo mooi de diepe onlandweidepoel voor ons. Een grauw ganspaar erin doet lelijk, wat Erpel niet pikt. Pardoes stuift die het water in. Met veel kabaal gaan de grauwen op de wieken. Ik brul Erpel terug. Hij krijgt voorzichtig op zijn donder. Helemaal onnodig dus, deze ganzenpaniek. Maar misschien hebben deze vogels eieren of jonkies. Gauw dus weggaan, wij dus. Toch meent een rappe rikke ons nog haar kont en achterlopers te moeten laten zien.

Zij en ik struinen verder, met Erpel weer aan de lijn. Te groot de kans dat hij anders reekalfje of haasje vindt. Voorbij een door reebok gemarteld alleenstaand boompje en wat witte zwammetjes, verlaten we het onland.

Bijna het onland uit, wijst zij: "Kijk! Lenteeikje (lente-eikje? lenteëikje?) , zomereikje, wintereikje en een nog net niet dooie grote eik."
Ja! Hoe is het mogelijk? Waar de landschapsbeheerder duizenden bomen weg liet halen door een bosvernielfirma, plantte zelfde beheerder maar liefst drie eikjes rond een grote bijna dode eik.

Zij en ik wandelen weer. We willen nog even koekeloeren over groene boerenweiden en zwartbruine akkers. Maar waar door me in aardbeiveld ree of haas gedacht, zijn Polen aan het werk.
"Schijtpolen zijn het!" mopper ik.
"Ja, heel de boskant vol mensendrollen en pleepapier."
Erpel is het allemaal een rotzorg. Die rakt plots achter een haas.

Erpel, ons Erpeltje, ons soms klote hondje. Na stout te zijn geweest, krijgt hij van me beetje maar ontiegelijk op zijn dondertje, speelt de kleine bonte deugniet al weer over alsof biljartlaken zo kale boerenwei.

Onze bijna oranje koning Willem-Alexander mag meer dan Erpel, ook meer dan ik. Die WA mag in onland komen, die mag zelfs op wilde zwijnen en patrijzen schieten. Tuurlijk mag hij dat! Vanzelfsprekend mag hij dat! Hij is immers bijna koning. En hij heeft er zijn nu nog prinselijk, straks koninklijk wreed plezier in.

Wat vrouw en ik nou eigenlijk moeten in dit onland van vandaag? Simpel. Checken of de dappere Landschapsjagers er een jachthut creëerden. Deden ze niet. Het onland en de boskant ter plekke zijn voor zolang het duren mag jachthutvrij.

 

'k Ben blijer met dit toevallig konijntje dan met Lierboks bult

Lierbok.
Zesender.
Hij is schuw.
Hij is slim.
Hij wantrouwt de mensen.
Ook mij dus.
Bijna donker komt hij pas laveien.
Vandaag kwam hij ietsje vroeger,
stond hij tegen schemer in de wei,
als altijd verweg
en met tussen hem en mij in lage hemel ondergaande zon.

Hij oogt gezond, hij laveit zo best,
maar heeft wel gigantisch dikke bult zijkant hals-nek.

Deze bult, en ook het konijntje ook op foto,
zag ik niet toen ik hem, Lierbok dus, camera in knipte.
Pas thuis op de monitor zag ik zijn bult en het konijntje.

'k Ben blijer met dit toevallig konijntje dan met Lierboks bult.

Bolsterturf, vrijdag 8 mei 2009

1508
Vlug vroeg middaguurtje Eliasven, en na mijn middagslaapje snel overstekende reebok

Met Erpel in vroeg middaguur het Eliasven toe.
Van achter bike rennen wordt zelfs mijn Erpel moe.
Daarom STOP bij 't Eliasven.

Erpels badderen, zwemmen en drinken
was kikkers, eenden en ganzen niet in de weg.

En toen stak er, vanuit pinda gespot, in vroegavond ook nog een reebok Bussersdijk over,
waarna ik half uur wandelde, puinpad Het Sang in en uit.

Bolsterturf, zaterdag 9 mei 2009

1509
Ree in zicht bij Sangmoer pas gerepareerde hoogzit

Het Sang is een oerig moerig broekbosgebiedje in mooi Brabants Kempenland. Het ligt tussen de dorpen Mierlo en Lierop. Oerig is het omdat er ijzeroer in de bodem zit, oer dat bodem, oeverkanten en water van sloten en poelen roestbruin kleurt. Ook vind ik het oerig omdat het mij op sommige plekken altijd weer laat denken aan oernatuur, natuur zonder cultuur. En moerig noem ik het omdat op heel veel plaatsen de bodem er nat, modderig en zompig is.

Zowat aan het eind van doodlopend puinpad wist ik in dit Sang een vernielde hoogzit. Als gisteren wandelde ik vanmorgen dit pad in, en tuurlijk ook weer pad terug. En ook vanavond kon ik het niet laten, ging ik opnieuw op zoek naar kapotte hoogzit en Sangmoerreeën.

Op 20 maart, zowat drie weken na het sluiten van de reegeitenjacht, trof ik aan zowat het doodlopend eind van dit puinpad voor de eerste keer deze vernielde hoogzit aan. Misschien werd dit ladder-met-plankje-hoogzitgeval, een tegen halfdode eik geplaatste ijzeren ladder met bovenaan een plankje om op te zitten, kapot gemaakt door een echte natuurgek, door zo'n vrijgevochten vandaal, zo'n stomme anti-jachtmens. Of waren er andere deugnieten, gewoon onschuldige kwajongens, jongens met gevoel en met liefde voor zeldzame wildernisjes, die zin hadden in zinnig kapotmaken?

Wie zal ooit weten wie deze hoge zit vernielde(n)? Is trouwens niet belangrijk om te weten. Vind ik echt, immers een hoogzit heeft geen gevoel en kent geen angst of pijn. Bovendien horen doodschietbouwsels niet thuis in onze natuur.

De eerste mei ieder jaar, tenzij die dag op een zondag of christelijke feestdag valt, gaat de reebokkenjacht los. Na 30 april jl. was ik niet meer het Sang. Op die dag was de hoogzit nog vernield. Vandaag trof ik een door de Sangmoerjagers gerepareerde hoge zit aan.

Er zijn de Sangmoerjagers, de Sangmoerreedoodknallers. Deze mannen plaatsen jachthutten en hoogzitten. Deze mannen zitten in ochtenden en avonden in en op hun doodschietzitten. Zittend wachten ze op reeën. Vaak lopen er reeën het bos uit onder hun hoge zitten door het onland op, kunnen de Sangmoerjagers eventjes daarna de trekker overhalen. Soms sliepen er bij hun komen reeën onder een hoge doodschietzit. Die jaagden de jagers dan per ongeluk weg. Maar niet erg. Voor de jagers niet, immers jagers hebben hun weidelijkheid en hun jagersgeduld. Zij zitten en wachten in en op hun hoge zitten, de kogelbuks geladen. Wanneer dan na een tijdje het argeloze wild terug komt, wordt dit heel dapper vanuit hoge hinderlaag kapot geschoten.

Nou ja, de Sangmoerjagers zitten niet alle dagen van het jaar in of op hun hoge zitten. Echt niet! Gedurende de dagen dat er niet op reeën mag worden gejaagd, zitten deze jagers gewoonlijk thuis. Alleen maar in de afknalperioden zitten ze graag hoog. Die afknalperioden zijn van 1 januari tot 16 maart, reegeiten- en reekalverenjacht geopend, en van 1 mei tot 16 september, reebokkenjacht open. Gedurende deze tijden mogen dus de dappere Nederlandse jagers van Overheid, Vereniging Het Reewild, Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging, Staatsbosbeheer en weet ik veel van wat voor instanties allemaal nog meer reeën doodschieten.

Ik sta onder de hoge zit aan einde van dit Sangmoerpuinpad. Ik sta met mijn rug tegen de halfdode eik waaraan de ladder bevestigd. Ik kijk tussen de laddertreden door. Het avondschemert al, maar dan zie ik beweeg in riet en grassen. Het is een ree. Ik richt mijn camera en druk af. Mis! Mislukte foto! Te donker al? Camera beetje verkeerd ingesteld? Of teveel riet en grassen in de weg? Camera iets anders ingesteld zie ik het ree niet meer.

Was mijn camera een buks, had ik het dier ook geraakt, maar niet zuiver, niet dodelijk. Het zou weggekomen zijn, aangeschoten om te creperen.

Zowel ik als omwonenden van Broekkant 13, waar het puinpad 't Sangmoer in begint, vonden in 't Sang aangeschoten en daarom doodgegane reeën.

 

Haas voorbij schapengaas, waarna verwegge haas vanuit pinda

Wanneer ik terug pinda toe loop, eventjes het zijpaadje naar opa Imkers bijenparadijsje insla, is er voorbij dit paradijsje met daar achter opa's schapenweitje een groot haas. Het zit net aan overkant van 't schapengaas, gaas om de schapen in het weitje te houden.
Dan huppelt dit haas akker op. In de mooi zonnige lenteavond. Het lijkt wel of het huppelt over sneeuw, zò wit kleurt lage lentezon de zwarte en bruine akkertjes.

Puinpad terug gegaan zitten er, net als gister- en eergisteravond, onder mijn pinda poezen. Deze keer zijn het er drie. De poezen hun thuistoe gejaagd, spot ik op driekwart Lierop-Helmond vanaf Veldweg een ander groot haas voor kraai voor late boer op tractor voor hoogspanningsmast.

Bolsterturf, zaterdag 9 en zondag 10 mei 2009

1510
Het mooist! De bossen in met Martijn en Thomas

Mooi!
Tijdens pindarit werk-chalet een haas voor blauwe duiven.

Mooier?
Kijken naar een reebok op 150 meter onder achter omgewaaide lork.
(Afstand nagemeten achteraf,
maar ach, zo dom van me!
nameten doe je immers altijd achteraf.)
 

Het mooist!
De bossen in met Martijn en Thomas.

Bolsterturf, maandag 11 mei 2009

1511
Rikke en Zesender in na regenbui zwaar bewolkte lenteavond

Het is een zwaar bewolkte lenteavond. Ik sta in boskant en heb het koud, want natte rug. Maar gelukkig is het zonet opgehouden met regenen en laveit zij in na dikke bui lekker frisse wei. Ik herkende haar meteen aan d'r koppie en aan het grote litteken. Zij is Rikke, de nu begin mei zowat tonronde moeder van Spitsbokkie en Gaffelaartje. Zij is helemaal alleen, wat me verwondert.
Waar de beide jaarlingbokjes de laatste tijd uithangen? Ik weet dat niet, wou dat ik het wist. Misschien zijn ze nu de reebokkenjacht sinds 1 mei weer open is al doodgeschoten.
Ah kijk! Hier komt Rikkes vrijer, sterke zesender, ook het weigroen in. Terwijl ik naar hem en Rikke kijk, krijg ik ineens kramp in mijn benen van het ongelukkig knielen voor een weipaaltje. Ik liep zojuist naar dit paaltje toe, omdat je zonder zonder statief in al schemer reeën op meer dan vijftig meter afstand echt niet scherp genoeg op foto krijgt. Leg je je camera op weipaaltje, heb je statief wat je niet hoeft mee te zeulen. Met wat takjes onder de camera gelegd kan je hoger of lager richten.
De schuld van een groot haas dat ik zo'n pijn in mijn benen kreeg. Dit haas zat opeens schuin achter me, zijn zwartgepunte oren te poetsen. Om hem ook mijn camera in te krijgen, moest ik nogal rare draai maken.
Als ik wat moeilijk overeind kom om mijn ledematen te strekken, maakt de langoor dat hij wegkomt. Rikke ziet dat. Ook ziet ze mij dan. Ze zekert een tijdje aandachtig, gaat weer verder met laveien. Haar vriend Zesender waarschuwt ze niet. Die is oud genoeg om op zichzelf te passen, zal ze denken.
Zesender gaat tot mijn verwondering liggen in het natte gras. Alleen zijn koppie met de lange oren en de langer dan zijn oren geweistangetjes kan ik nog van hem zien. Maar wanneer ik, langzaam, over het pad tussen bos en wei op de twee toeloop, komt hij overeind, zekeren ze allebei. Ik sta stofstijf. Pas wanneer hun snoetjes weer om te kunnen eten in het gras verdwenen zijn, schuifel ik pad af, paar pasjes naar ander weipaaltje toe, paaltje waar ik niks mee kan: de bovenkant ervan is niet vlak genoeg. Verder naar het volgende paaltje. Nu zekeren beide reeën langer naar me. Op maar dertig meter zijn ze en nog springen ze niet af. Ze laten me mijn, nee, hun in scheem'ring foto's maken. Dan vinden ze het welletjes, gaan ze weikant toe, kijken ze paar keer om, toch onzeker wat te doen, snoepen ze nog een klavertje en een sprietje, kruipen ze tussen de weiafrastering, klote prikkeldraden, door. Rustig elegant glijden ze het druipend natte bos in.

Bolsterturf, dinsdag 12 mei 2009

1512
In tijdgebrek vluggertje Bleke bossen

In tijdgebrek vluggertje Bleke bossen.
Eend met 5 pulletjes in pas geschoonde ondiepe rattensloot met hoge oeverkanten:
zodra vogels eitjes en jonkies, schoont Stichting Het Noordbrabants Landschap zijn sloten.
In het Eliasven eend met 8 pulletjes plus eend met 6 pulletjes.
Niet teveel pulletjes per eend, maar 19 pulletjes totaal vind ik mooie dagscore.
Ook in dit ven: canadagans op donkere kluit van bleek geelbruin pijpenstro,
het opvallends zijn wangenwit mooi weerspiegeld in 't ondiep water.
Neen, deze gans zit niet te broeden,
maar in oeverkant ligt op geelgroen mos stinkend rot ganzenei.
Over het ven lawaait paartje nijlganzen.
Canadagans plus nijlganzen maken dat ik het niet meer weet:
komt er na de nu opwarming van onze aardbol al gauw een nieuwe ijstijd?
Als ik straks dood ben zal ik het antwoord niet weten.
Aardbeiboer laat sprinklerinstallatie water waaieren
dag en nacht.
Aardbeiboer laat de Bleke bossen graag verdrogen.
Zijn aardbeiplantjes gaan altijd voor.
Hij heeft niks met vogels, wild en natuur.
Hij heeft weinig met tijdelijk van uitzendburo Polen.
Hij heeft veel met allerhande mest en gif:
zo'n 5x per jaar krijgen z'n aardbeien allebei, en heel de boskant ligt vol Poolse stront.

2 Mannetjes zwarte spechten roepen almaar kliiiiiiiiiiiii kri kri kri kri kri naar elkaar.
Erpel speelt
- als altijd wat éénmalige tijd later -
door Stichting Het Noordbrabants Landschap onwijs hoog weigras.
Nauwlettend hou ik hem in de smiezen.
Nog weiden er geen pinken en paarden in dit hoge gras,
hoog gras waarin rikken graag hun jonkies krijgen,
hoog gras waarin geen weidevogel wonen wil.

Nog een sloot met kaal gemaakte oeverkanten,
het water erin met tractor waaraan schoonmachine gekoppeld troebel gemaakt,
heel veel vogelnesten echt wel naar de verdommenis geschoond,
maar in de mooie meimiddag laveit een ree voor Providentiatorens.
Onder deze torens weet ik mensen,
oude en jonge mensen die altijd moeten lopen met een helm om de hersenpan.
Dit weten maakt dat ik niet ontevree en sjaggie durf te zijn,
maar verdomme!
loop ik op weg naar uilenkast onverwacht tegen nieuwe prikkeldraden aan:
als het maar ff kan weert Stichting Het Noordbrabants Landschap,
samen met veel euro's betalende jagers en jagende boeren,
natuurminnaars uit gebiedjes waar het liever jachthutten dan uilenkasten ziet.
Prikkeldraden, Erpel gaat er zo onderdoor, tussendoor of overheen.
En ik?
Ik ben groter, ouder en wat strammer en ik lach om de hebberige mens met zijn idioterie.

Buurman vertelt: "Overbuurman heeft hier gisteren een hert gezien"

Zo raar!
Waar ik bij Recrenova maar 1 reebok, de zesender Lierbok, telde, tel,
telden en tellen boeren en buren er 3.

Zo raar!
Waar ik bij Providentia maar 6 reeën telde, maar 2 reeën tel,
telden en tellen jagers en boeren er minstens 12.

Enzovoorts.

Zo mooi!
Buurman vertelt: "Overbuurman heeft hier gisteren een hert gezien."
Vrouw en/of ik zien dit 'hert', ons aller Zesender Lierbok, alle dagen.
Alle laatavonden en vroegochtenden laveit hij,
al langer dan een maand,
op wei voor chalets.

Bolsterturf, woensdag 13 mei 2009

1513
Dit is Lierbok, zesenderreebok schuw met grijze snoet

Mag ik voorstellen? Dit is Lierbok, oudere zesenderreebok schuw met grijze snoet. Hij is alleen, hij is mijn buurman en mijn vriend, maar ik weet niet wat voor bult hij heeft aan zijkant hals-nek. Ik mocht daarnaar van hem nooit kijken. Hij vertrouwt me niet. Hij liet me nooit dichtbij komen. Iets waar hij groot gelijk in heeft, want ik ben mens.

En weer nam ik niet de tijd om met telescoop of 20x60-kijker hem te bestuderen, zijn bult van dichterbij te zien. Liever liet ik hem alleen, ging ik veel te vroeg van huis, maakte ik voor mijn werken gaan een lange tussenstop, wandelde ik dik twee uur door Sangmoer, kwam ik daarin een egel tegen, zocht ik naar andere reeën op onlandweitjes, in broekbos en tussen gele lissen.
Ik schoot nog nooit een reebok kapot, maar goede vriend ben ik zeker niet.

Bolsterturf, donderdag 14 mei 2009

1514
Van eendjes, van fundamenten waarop bomen, van een vogeltje met veel wit en van drie reeën

Mooie lente, mooi wandelweer vandaag. En ze waren er weer. In het Eliasven. Moeder wilde eend met acht kleintjes en moeder wilde eend met zes kleintjes. De kleine nauwelijks vuistgrote eendjes waren op de muggenjacht. Ze repten zo ontiegelijk rap over het water dat ik me echt wel oud en traag ging voelen.

Het ven voorbij en zoekend over en in de fundamenten van Huize Elias - eens vond ik hierin een vogelnestje met zeven eitjes en toch altijd weer hoop ik een pot goud te vinden - jankte ik ff hoewel zonder tranen om onlangs door Het Brabants Landschap omgedane prachtbomen. Daar waren dikke bomen bij die wortelden tussen stenen en stukken tegelvloer.
De boswerkers spaarden een klein naaldhoutboompje dat wel nog wortelt in kapotte tegelvloer, een taxus of zo. Maar nu kwam er deze lente een reebok met jeuk aan zijn bastgewei. Die schuurde zijn stangetjes bruin aan het stammetje. Volgende lente zal daarom dit boompje niet meer groen zijn.

Het ven terug voorbij en onderweg naar Providentia was er een musklein vogeltje, van wie ik ook geen naam weet. Het woont tussen dennen- en sparrenbomen en door boswerkers achtergelaten dooie takkenwirwar van omgecirkelzaagde bomen, het is wit van borstje en buikje en het plaagde me. Het liet me niet dichtbij komen. Het vloog telkens naar verderop.
Wie wel de naam van dit vogeltje weet, mag het me zeggen.

Ineens waren er Providentia Zesender, moeder Rikke en nog een ree, zag ik ze lopen door dun bos. De zesser en heur ving ik in foto. Het derde ree - heur Spitsbokkie? heur Gaffelaartje? - was zomaar ineens verdwenen. Tussen hopeloze dooie takkenwirwar vond ik het niet terug.

Bolsterturf, vrijdag 15 mei 2009

1515
Van een tak, een roodborst en 'mijn' zesender Lierbok

In mooie morgen
Een gevorkte tak in gulle zonneschijn en een roodborst in schaduw.
Deze zonnestraal vergulde tak: de arm en hand van naakte heks?
Een geweistang van gaffelaar reebok?

In nog steeds mooie morgen
'Mijn' Lierbok loopt ginds door groene wei?
Met camera kan ik door gesloten ruit hem net bijtijds bereiken.
Hoewel de eik zo groot en dik is mijn werpschot raak.

Het is mooie middag geworden
'Mijn' Lierbok staat aan de overkant,
net achter het daar prikkeldraad,
op 100 meter ongeveer.

Camera op statief geschroefd sluip ik de deur uit.
Van achter vlier en rododendron neem ik hem op de korrel.
Knip, knip, knip en driemaal raak.

Ik wacht tot hij het bos in is, klim dan over de prikkeldraad
en meet na.
Ja! 94 meter nauwkeurig afgepast.

Maar echt wel klotezooi.
Ik ontkom er niet aan,
aan het zien van zijn bult niet, aan zijn laag op hals en nek gezwel niet.


Foto drie is gespiegelde foto. De bult in hals-nek zit alleen maar links

Anderhalf uur later, bijna avond
Weer is hij, Lierbok dus, present,
paradeert hij, alleen voor mij! elegant door tussen prikkeldraden wei,
op ongeveer 60 m maar.

Ik richt overnieuw, ditmaal uit de vrije hand.
Nu staat hij mooi breed. Ik richt en knip.
Dit mijn hem knippen is niet moeilijker dan een kogel laten glippen.

Ik richtte op zijn blad, zijn hart,
ook op zijn hals, zijn bult.
 Missen kon ik hem niet.

Hij leeft.
Hij is er voor u en mij.
Ook nog nu na mijn hem knippen.

Bolsterturf, zaterdag 16 mei 2009

1516
Dagje Drenthe met regen, reeën, reekoppie, hazen en meer

Regen in Brabant. Onderweg Drenthe toe vijf ooievaars in regen. Regen ook in Drenthe, maar met de oude Bolsterturf alles goed.

Later in de dag, in nog altijd regen, gaan vrouw en ik wild en vogels kijken, doen we rondjes zuidzuidoost-Drenthe, kammen we zo het zuidelijkst deel van het vroegere Bourtangermoeras uit: de Ericase Peel, stukje Schoonebeek en lapje Weiteveen. Erpel vanzelfsprekend ook mee in de Agila.
Heel langzaam rijdt vrouw over de Griendsveenstraat en over smalle geasfalteerde racebaantjes zoals daar zijn Veenschapswijk/Ellenbeek en Valendisweg. Soms, als er wat te kijken valt, stopt ze even. Dan turen we naar wild of vogels in de regen.
Wat zien we zoal? Wat reeën, elf hazen, wat konijnen, tig haanfazanten, paar wulpen en paar kieviten, ook spreeuwen, reigers, kraaien, roeken, eenden, ganzen, merels, een vink, een gaai, een scholekster, een koekoek, een bonte specht, een witte kwikstaart, een leeuwerik of pieper of wat, alsmede wat ik vergeet om op te sommen.

Schokkend! Alle drie de auto uit, vindt foxie Erpel in kant van veldpad en in de regen koppie en geweide - dit alles deels afgedekt met witte landbouwfolie en rijkelijk bezaaid met witte maden - van gaffelaar reebokkie. Het beestje werd gestroopt en ter plaatse geslacht. Geen jager en geen politie heeft er weet van!?

Met de auto stuk verderop alweer gekomen, wankelt heel ver weg, maar zo te zien door blauwe veldkijkerglazen echt wel doelgericht gezond, in de regen een reekalfje zijn moeder toe, mag het bij haar drinken.

Ook wat reeën voor Twister windmolens en elders op de kale landen. De altijd hongerige reigers van de oude wijken zal het een rotzorg zijn.

Maar dan heeft de regen opgehouden, spelen er vier hazen voor schapen voor kraaien voor boerenrommeltje. Als ik in mijn handen klap gaan drie hazen netjes zitten, kan ik ze van best verweg toch mooi genoeg op foto zetten. Het vierde haas is het slimst. Dat drukt zich, maakt zich subiet onzichtbaar.

Het blijft droog en in de droge avond meer reeën links en rechts, hoewel nergens veel en allemaal verweg van verharde weg.

In bijna donkerte knip ik mijn laatste Drentse reeën van de dag. En dan chauffeert vrouw mij en Erpel voorbij vijf Overijsselse reeën langs snelweg terug Brabant toe.

Het gaffelbokkiekoppie mocht van haar niet mee naar huis.

Bolsterturf, zondag 17 mei 2009

1517
Maandag: met de jongens speel- en wandeldag

Maandag oppasdag. Maandag speeldag met de jongens. Maandag wandeldag met de jongens. Deze maandag wandelen naar het Eliasven. Daar vandaan maakt Thomas kennis met een Schotse hooglandstier. Ach, Thomas is ieders lievelingetjes. Daarom komt hij, vindt zijn opa, misschien wel te vaak op foto. Martijn niet, die komt de laatste tijd minder op foto, die heeft voor mooi poseren echt geen tijd. Wel maakt Martijn zelf graag foto's. Ook gooit hij voor Erpel om te apporteren stokken in voor hem Martijn diep water. O Martijn doet soms heel gevaarlijk.

De jongens weer thuistoe gebracht, digitaliseert tegen donkerte opa nog gauw het Providentiareepaar.

Bolsterturf, maandag 18 mei 2009

1518
Elfpulletjesmoeder

Eendenpulletjestijd. Eendenwijffies met hun pulletjes, je ziet ze nu overal op plassen en poelen en in sloten. Mooie vlugge kuikentjes zijn het, deze eendenpulletjes.
Eenden hebben net als mensen zo hun bijgeloof, eendenmoeders leggen bijna altijd een oneven aantal eieren, ze krijgen zowat altijd een oneven aantal kuikens, ze houden van negatieve aantallen. Soms heeft een eendenmoeder maar drie of vijf jonkies, of zelfs maar één, meestal zijn het er zeven of negen, soms elf of nog meer. Verras je ze zijn alle pulletjes meestal druk aan 't muggenvangen, tot jij dus hun plezier en jacht komt verstoren. Dan opeens is eendenmoeder bang, probeert ze zich met jonkies en al onzichtbaar te maken. Komt het gevaar toch dichterbij, doet ze net of ze niet meer goed kan vliegen, lokt ze zo het gevaar bij haar kroost vandaan.
Deze elfpulletjesmoeder op de foto's had niet bang hoeven te zijn. Toen ze me gewaar werd wou ze met de kleintjes wegkruipen, opgaan in de kaalte van door Het Brabants Landschap geschoonde sloot met gemaaide oeverkanten, maar na twee foto's al liet ik haar en pulletjes gerust. Van mij hoefde ze geen vleugellamheid voor te wenden. Ik laat eieren en kuikentjes, en ook alle oudervogels, graag met rust.

Mijn buurman Lierbok in boskant en wei

Om kwart voor zes vanmorgen porde vrouw me wakker: "Kijk! De Lierbok loopt in nevelwei."
En ja! meteen zag ik hem door het slaapkamerraam laveien. Ik vlug bed uit, camera op statief geschroefd, broek aangesjord, klompen aangedaan, tuin ingelopen, zag ik nog net hoe de bok bostoe rende. Meestal vroeger dan ik opgestane buurtbewoner wandelde met zijn veel te dikke bruine Labrador over het paadje langs de prikkeldraad hem van de wei.

Heel de morgen kruimelde Lierbok in boskant, op zo'n dikke honderd tot soms wel tweehonderd meter van chalet, net te ver weg en in net achter bomen en struikgewas te donkerte om hem goed in foto's te kunnen vangen.

Tegen avond, ook om kwart voor zes, lag ik in luie stoel, en naast camera op statief, te slapen in de tuin, fluisterde vrouw me wakker: "Kijk! De Lierbok loopt voor je neus."
En ja! toen schoot ik hem wel mijn cameraatje in. Dit later in de avond nog paar keer, zelfs ook nog tussen het op visite zijn bij de buren door.

Ik heb goede buren. Ook deze Lierbok, mooi ree, prachtzesenderreebok is mijn buurman. Zijn bult, zijn wond aan zijkant hals-nek is gelukkig zo goed als genezen, maar nu al langer dan een maand is zijn Rikke spoorloos. Zelfs foxie Erpel kan haar nergens vinden.

Zoals in voorgaande avonden en nachten, lieten Erpel en ik hem met het roepen van de bosuil heel alleen.

Bolsterturf, dinsdag 19 mei 2009

1519
Van luizen tot en met reeën en een reewildjager in mooie lente


Wolluis op stam van beukje

Het is lieve lente. Maar streng was de laatste winter, erg streng. Toch ondanks toen dikke twintig graden vorst nu volop teken in de bossen, ook muggen in 't moeras, bladluis en witte vlieg in de tuinboompjes, zelfs wolluis in de jonge beukjes. Al deze stoute kleine beestjes hebben het geluk van hun leven, want meer dan hen haat ik vergif.


Jachthut, vrouw, fox en schapen in De Pan

Het is lieve lente en in deze lente rij ik vrouw en Erpel naar De Pan. m'n zwarte pinda geparkeerd in boskant bij boerderij gaan we Panwandeling maken.

Het loopt lekker langs het Sterksels kanaal, alleen zij en ik en Erpel zijn er. We zien aan mens verder alleen maar een boer op tractor.
Plots wijst zij: "Kijk! Daar!... achter dit haverveld... een jachthut."

Hoewel reeën hier en daar wat toppen laveiden uit de haver, begrijpen vrouw en ik niet waarom jagers overal in ons kleine landje, zelfs hier, het mooie reewild dood willen schieten.

Ik mopper: "Ook deze jagers gunnen een paar reeën het leven en wat eten niet. Ze willen zich onder het mom van natuurbeheer volvreten aan reebout en ze geilen op geweitjes aan de muur."
Op haar beurt moppert vrouw op mij. Dat doet zij altijd zomaar, gewoon omdat ik mopperde of omdat ik foute woorden bezigde. Toch... samen mopperen wij op Erpel als die almaar te ver voor ons uit wil rakken.

Wanneer we sjouwen over rulle zandweg door met draad en roosters afgezette kale Panheide, zijn vrouw en ik het alweer helemaal met elkaar eens: deze gele oormerken in de heideschapenoren zijn echt wel lelijk en verschrikkelijk.


Zesender Lierbok bij waterput en chalets

Weer chalet gekomen loopt 'onze' Lierbok bij de waterput tussen bos en chalets. Ik ben nog niet moe, ik wandel anderhalve kilometer om, zet vanuit boskant Lierbok ook voor chalets op foto. Als overbuurman Alex wat herrie maakt bij zijn blokhut, rent bokmans naar overkant van wei.


Reebok Gaffelaartje in pinkenonlandwei en getimberjackt bos

En dan is het alweer mooie lenteavond geworden, een mooie lenteavond in de tuin. Een mooie lenteavond met vogelzang, koekoekroep en houtduifkoer. Ook hoor ik het hoe hoe van holenduif. Kortom: het is een mooie stille lenteavond tot... knàl! een buksschot de stille vrede aan flarden scheurt.

Het schot kwam van de kant van Provinciale weg en Heeze.

Ik spring op bike, gris camera mee, maar kom niet ver. In pinkenwei bij Providentia laveit een me bekend reebokkie. Door 20x60-kijker is het Gaffelaartje. Zijn broertje Spitsbokkie kan ik nergens ontdekken. Die zal al wel zijn geboorteplek opgegeven hebben, die zal bang zijn voor de vrijer van zijn moeder, de zesender met eivormig gewei, die zal de wijde wereld ingetrokken zijn. Misschien werd hij daarnet wel neergeknald.

Dan zie ik, vanaf het smalle bospad waarop ik sta, voorbij de wei over 't breed puinpad een bruinrode jeep aankomen. De jeep rijdt langzaam. Ik herken deze jeep als de jachtjeep van een reewildschutter. Niet onverwacht voor me stopt de jeep, kijken jager en ik door onze verrekijkers naar elkaar.

Zo argeloos dit Gaffelaartje! Ik wandel en zing het de pinkenonlandwei af, verras daarna de dommerd eventjes later toch nog van heel dichtbij, laveit de klojo alsof ik hem niet weiafwandelde in ruigte tussen wei en bos. Hem deze keer doelgerichter het bos ingewandeld, poseert hij alvorens te willen vertrekken nog eventjes tussen wat gespaarde bomen in gruwelijk getimberjackt Brabants Landschap.

Ik blijf wachten tot de jeep weer terug rijdt, het puinpad af, De Lange Bleek uit.


Zesenderreebok met eivormig gewei en haas in pinkenonlandwei

Kwartier later is er een haas, zijn er bovendien twee andere reeën,  zie ik Rikke, de moeder van Spitsbokkie en Gaffelaartje, in boskant. Heur vrijer Zesender, bok met eivormig gewei, laveit in weiderand. Als hij me gewaarwordt, gaat hij naar me staan staren. Knip! zit hij al in m'n cameraatje. Dan wandel ik verder over het pad. Met hem springt Rikke af.


Zesender Lierbok in donkerte en hooiweikant bij Vlaamse weg, Sterksel

In late schemer en in donkerte zie ik nog drie hazen meer en luister ik naar de bosuil. Bovendien is er dan overnieuw de Lierbok, laveit die helemaal bij Vlaamse weg. Bij hem wat konijnen. Achter hem de mensen in hun auto's met kunstlicht.

Bolsterturf, woensdag 20 mei 2009

1520
Gespot haas blijkt reebokkie

Vrouw en ik zijn aan de wandel.
Ons foxie Erpel is er ook bij.
"Kijk! Daar laveit een rikke..., en daar zit een haas," wijs ik.
"Ja, ik zie ze," antwoordt vrouw.
Over pad tussen bos en wei dichterbij gekomen
wordt het haas almaar groter,
blijkt het reebokkie te zijn.

Bolsterturf, hemelvaart donderdag 21 mei 2009

1521
Kijken en luisteren in mooie lentedag

Ik ben net op, kijk naar buiten in zonnedag.
Ik zie 'mijn' Lierbok, allene zesenderreebok, laveien,
ook twee kwikstaartjes vechten met mekaar,
witte veertjes stuiven in de rondte.
Ik luister naar de jonge meesjes in 't nestkastje,
hoor ook holenduif en koekoek roepen door het open raam.

'Mijn' Lierbok in schaduw en zon

Het is mooie meiavond.
Ik baal, mag gaan werken.
Eerst vlug nog met Erpel mee over 't paadje langs de prikkeldraad.
Voor het pissen hebben we de aandacht van 'mijn' in schaduw Lierbok.
Na wij gepist poseert hij voor ons in gulle zon.

En toen wou half uur later een haas van mij alleen niks weten.

Collega praat graag, was blij dat ze me zag.

Bolsterturf, vrijdag 22 mei 2009

1522
Zo gewoon, zo ongewoon

Zo gewoon, maar ik vind het mooi:
een hommeltje op esbloemtros.

Zo ongewoon, maar ik geniet ervan:
de naar de kloten geholpen hoogzit
van veel-te-veel-reeën-doodknallen Sangmoerjager.

Bolsterturf, zaterdag 23 mei 2009

1523
Een schoppe is een mooi ding, maar veur een aander

"Een schoppe is een mooi ding, maar veur een aander," zei mijn opa altijd tegen me.
Dit koolmeesje op de foto's zal het met opa's woorden helemaal eens zijn. Het hakt voor zijn bijna vliegvlugge jonkies in nestkastje aan blokhutwand stukjes noot uit vogelvoersilootje gepikt nog kleiner op schopsteel.

Bomen, takken en bladeren zijn vaak lelijk in de weg als je wild en vogels fotografeert. Toch! Dankzij heel dichtbije eikenbladeren knip ik, het meest van al voor mezelf, konijntjes in sprookjesgroen.
O? U gelooft niet in sprookjes? Ik wel.

Makkelijk foto's maken vind ik fijn om te doen. Je richt je digitale camera, je drukt op de ontspanknop en kijk staat er 1 haas van 3 hazen in te lang gras pinkenonlandwei op foto.
Voorbij de drie hazen bijsamen - te lelijk germanisme, maar kan me niks verdommen - laveien Zesendereibok en zijn Rikke voor zolang het duren mag. Heur kids, Gaffelaartje en Spitsbokkie, joeg hij van hun moeder weg. Ik weet niet of deze twee bokjes nog leven. En dit laatste zit me dwars.

Bolsterturf, zondag 24 mei 2009

1524
Wat van het goede en wat van het slechte leven

Maandag oppasdag. Wandelt opa in zijn tijdgebrek met Thomas. Welnee! Niks tijdgebrek! Voor je kleinzoon maak je tijd! Altijd! Wandelen met Thomas is reuzefijn!

Thomas slaapt elke maandag overnieuw het eerste half uur met opa op stap, maar hij voorbij Schotse hooglandstiertjes wakker geworden wijst opa hem wat opa mooi vindt: vandaag fraaie rimpelgolfjes waarin wilde eenden 5 op 1 die in mooi boogje zwemmen in het Eliasven, en Erpel die een hortje baddert voor ijdel paartje zich ofdoffende nijlganzen.
Thomas echter kijkt geboeid, eventjes maar, naar een teek die van zijn linker witte sokje zijn blote been op kruipt. Opa vangt meteen de teek op beuke
n blaadje, gunt het beestje zijn teke n leventje op en tussen bleekwitte pijpe n strootjes.

Thomas houdt van geel, kijk maar zijn gele Bumba, dus parkeert opa Thomas bij groene kikkersloot vol gele lissen. Op het groen en geel van stelen en bloemen kuieren spinnen, lieve diertjes waar Thomas geen schrik van heeft. Bijna trekt hij zich aan de lissen sloot in.

Weer omathuis speelt Thomas met broer Martijn, ook met veel geel zand en beetje water. Terwijl oma oppast op twee mag opa Zesender Lierbok bij de put in wei op foto gaan zetten.

En als dan de lieve broertjes zoooooooo moe van 't buiten spelen hun namiddagtukkies doen, ook Erpel en de kater tukkies doen, oma alleen oppast, ontmoet opa in het bos bij Providentia Zesender Eibok en zijn rikke, volgt hij die twee in 't hout, digitaliseert ze daarna in weiderand.

Na lekker eten de jongens weer hun thuistoe gebracht, zien oma en opa onderweg tussen Leende en Sterksel, bij Oostrikkerdijk 2 en 2a, vijf zwarte kraaien of roeken bungelen aan touwtjes aan stokken, maakt opa foto van de opgehangen vogels.

De Brabantse boer, misschien is hij nog goed Christen, stemt hij CDA of zo, houdt zijn koeien vaak heel het jaar op stal. Die beesten mogen van hem niet fijn buiten. Ook schiet deze boer kraaien of roeken dood, of laat die doodschieten, om aan touwtjes aan stokken uiterst onweidelijk te vergaan.

En wat te denken van de jonkies van deze opgehangen vogels? Die moesten van deze boer verhongeren.

Later in de avond kijkt oma televisie, luistert opa naar Lange Bleekkoekoek en Providentialijster, ziet opa een sperwer flitsen over bospad, ook hazenoren bewegen in onlandwei, ergert hij zich aan een gaai die 'n jong vogeltje rooft.
Opa weet het wel, dit vogeltje wil blijven leven, maar ook de gaai wil dat.

De gaai vliegt weg met het geroofde vogeltje, de oudervogeltjes in hopeloze paniek er achteraan. Opa denkt: de liefde voor het kind is iedere gezonde ouder aangeboren.

Tegen donker wenst opa 'zijn' Lierbok goedenacht, wil hij niet meer denken maar fijn gaan dromen van een aarde zonder bloed.

Bolsterturf, maandag 25 mei 2009

1525
Van Sterkselse Lierbok via Stiphoutse bossen naar Sterkselse Lierbok

"Kijk!" wijst vrouw, "de Lierbok geniet in boskant."
"Waar?... Ja! ik zie hem. Hij geniet alsof er geen bokkenjagers bestaan."
En dan genieten zij en ik door open kamerruit van 'onze' zesenderbok.

Het onweerde in de nacht. Ook regende het heel de morgen. Maar dan is het in namiddag droog, gaan vrouw en ik per pinda naar de Stiphoutse bossen. Tuurlijk Erpel ook mee.

In deze bossen jonge aanplant van eik en beuk, op stukken kaalslag van om en nabij de hectare, alle boompjes netjes in de rij, want commerciële bosbouw.
"Toch! de gemeente Helmond deed eindelijk haar best, plantte voor jou en mij deze boompjes aan."
"Ja, en ook voor Erpel."
"Ja, maar o o, wat ligt dit eens zo mooie Meertje er vies slordig en verwaarloosd bij."

Wij, vrouw, ik en Erpel, komen in door storm toegetakeld bos voorbij het graf van bouviers Boris en Nouschka.

Dan in het Witven een reiger en een meerkoet. Ook wat wilde eendenwoerden plus een eendemoeder met bruine en gele pulletjes.
"Die witte jonkies worden dat witte eenden?"
"Ja, denk van wel."

Wij, vrouw, ik en Erpel dus, staan bij dit Witven. Erpel gaat naar muizen graven. Wij mensen kijken over 't stille water. Wat zijn dit voor plotselinge kringetjes? Eerst denkt vrouw dat het kikkergolfjes zijn. Maar dan ineens weten we beter en lachen we om het rappe spelen van meer dan watervlugge dodaarsjes, merelgrote eendjes.

Waar ik aan de Stiphoutse weg, in woeste ruigte bijna bij het Alvershool, populierenpluis wit als sneeuw dacht te vinden, ritselen canadassen alleen maar groen en vloekt in dikke eik een houten hoge zit, de houten ladder tegen de ruwe stam gespijkerd. Bij deze hoge zit een zoutliksteen. Vanaf de zit is er uitzicht op kaalslag en verderwegge akkers, maar nergens vos of ree. Ook niks geen haas en konijn en zeker niet te veel vogels: paar spechten, paar kraaien, wat merels, wat roodborstjes, één snelle havik heel eventjes tussen grove dennen en twee heel verre kieviten boven ook door 20 x 60 maïssprietjes.

Wij, vrouw, Erpel en ik, komen voorbij het graf van rottweilers Feiko en Glitter, ook voorbij de graven van de lieve asbakjes Ukkie en Poppel, zo ook voorbij het graf van rooie kater Minus.

Honden en katten, je hebt ze te kort, veel te kort. Te vlug zijn ze oud geworden, gaan ze dood, moet je ze begraven.
"Zij rusten in vrede. Begraven mensen worden tegenwoordig weer opgegraven. Om plaats te maken voor andere doodgegane mensen. Onze honden en katten niet. Onze Nouschka, Boris, Glitter en Feiko, zo ook onze asbakjes Ukkie en Poppel, zo ook onze katten die ook beste vrienden en vriendinnen waren, hadden allemaal een prachtig dierenleven. Nu rusten ze, twee meter diep, in hun mooie want rustieke bosgraven... Nou ja, rustiek?... Het omwaaien van bomen kon en kan hen niet deren, zo min als het boven hun botten door de mens knallen met jachtgeweren en tekeergaan met timberjacks."

"Kijk! een specht."
"Waar?... Ja! ik zie hem."
Ook zie ik de tranen in heur ogen.

Terug onderweg is er een rikke die bos uit komt. Zij steekt om te gaan laveien in Lierop de Bussersdijk over. Als ik, vlug geremd, de pinda uit, het portier open gelaten, weikant toe geslopen, haar op foto zet, hoor ik gepiep van vogeltjes uit ongeveer één meter en vijfenzestig centimeter hoge, polsdikke ijzeren buis komen, richt ik tussendoor met flitslicht in de buis.
Deze buis heeft de functie van weihoekpaal, zit goed vast in de grond. Erin het nestje met vogeltjes op elkaar gepakt, zo'n zestig centimeter vanaf de open bovenkant. En wanneer ik dan denk: 'zo'n diep donker nestje kan geen koekoek bij, slim bekeken van moedertje mees, maar hoe en wat als het heel erg hard gaat regenen? en hoe komen deze vogeltjes straks vliegvlug de buis uit?' komt er flink kwekkend fietsvrouwvolk langs, gaat de rikke er vandoor, rent die in boog over de wei, vang ik haar in fotoklik, als ze op het asfalt eventjes stil blijft staan, in laatste foto van de dag.

Weer chalet thuis laveit, alsof vrouw, Erpel en ik niet van chalet weg geweest, 'onze' Lierbok op z'n gemakje in 'zijn' groene lentewei.
Ik kan, wil ik dat, iedere dag opnieuw van hem 1000 foto's maken. Beter toch dan 1x doodschieten?

Bolsterturf, dinsdag 26 mei 2009

1526
'Mijn' Lierbok op vijftig meter

Kijk! De Lierbok, 'mijn' Lierbok kijkt naar me op vijftig meter.
Vanmorgen keek hij ook, stond hij in zelfde wei veel dichterbij,
op maar vijftien meter.
Toen had ik camera niet bij.

Bolsterturf, woensdag 27 mei 2009

1527
Ik liet een vogeltje de wrede hongerdood

Ik vond koolmeesjes in een nauwe buis. Gewoon toevallig. Eergisteren toen ik een rikke op foto zette, hoorde ik ze piepen, maakte ik met flitslicht paar foto's van ze. Ze zaten op mekaar gepakt in de lange ronde nauwte, ongeveer zestig centimeter diep, maar alle meesjes bijna vliegvlug kwiek blij hongerig lawaaiig.

Gisteravond onderweg naar avond/nachtdienst ging ik eventjes bij de meesjes kijken, scheen ik met extra meegenomen staaflantaarn in de buis. Wat ik zag stemde me droef: in het nauwe donker diep één dood meesje en één levend meesje. Gelukkig ontsnapten hun broertjes en zusjes naar zon en vrijheid.
Het nog levende meesje was niet meer vlug en kwiek, piepte zwakjes. Wel keek het nog naar omhoog, naar het licht, in het licht van mijn lantaarn. Maar ik was gehaast, moest op tijd beginnen met de arbeid, wist niet wat te doen. Redden kon ik dit vogeltje niet. Daarvoor zat het te diep, en mijn handen te groot. En waar moest ik er dan mee blijven? Vlug reed ik naar het werk.

Gedurende avond en nacht moest ik denken aan dit meesje, vond ik het vreemd dat ik de oudermezen niet meer had gezien en gehoord. Een groot klootgevoel van opgesloten zitten, van niet weg kunnen, alsmede een angstgevoel dat een vogeltje aan 't verhongeren is, maakte dat de werknacht me lang duurde.

Vanmorgen parkeerde ik weer bij de buis, scheen ik weer in de buis, zag ik het al langer dood meesje en een gedurende de nacht doodgegaan meesje. En toen werd ik zomaar woedend op mezelf en om het domme wrede leven, om de echt niet lieve natuurwet van Struggle for life and Survival of the fittest, zocht ik een tak ietsje dunner maar dan de buis, rukte er de zijtakken af, duwde krachtig deze stok in de buis, duwde zo het nestje met de vogeltjes dood naar buisbodem.
Ach, het nestje zag er van boven af best stevig uit, maar het hing heel losjes. Maakt niet meer uit. Dood is dood, ook als het maar vogeltjes betreft.

Ik haalde de stok terug, vulde de buis met zand, puin en steentjes, tot aan de rand. Nu kan geen vogeltje nog nestelen in deze buis.

Ja! ik weet het wel. Beter had ik het meesje werktoe doodgemaakt. Nu voel ik me waardeloos, want bezorgde het de wrede hongerdood.

Bolsterturf, donderdagavond 28 mei en vrijdagmorgen 29 mei 2009

1528
Gaffelaartje twee minuutjes van heel dichtbij

Gaffelaartje, het broertje van spoorloos verdwenen Spitsbokkie. Hij laveide. Vrouw, Erpel en ik hadden hem al gespot, liepen langzaam op hem toe. Zekerde hij, stonden wij onbeweeglijk. Heel stil. Laveide hij bewogen we weer, langzaam op hem toe, maar toen hoorde hij het piepje van de camera, draaide zich om, keek naar ons onbeweeglijk, één minuutje ongeveer, toen pas rende hij, niet razend snel maar op z'n reegemakje, bos toe. Nog een minuutje ongeveer bleef hij staan, op 't pad, in gouden meiavondzonneschijn.

Moeder Rikke en Zesender Eibok onbereikbaar voor camera

Toen Gaffelaartje het bos in was, spotte vrouw door 7x50 zijn moeder en Zesender Eibok in ruigte honderd meter verderop, haast onbereikbaar voor camera.

Moeder Rikke en Zesender Eibok minuut voor gouden meiavondzon


Dik uur later kwamen wij, vrouw, Erpel en ik, weer bij zelfde wei, spotte vrouw in hoog weigras - zij heeft ook zonder kijker valkenogen - moeder Rikke en heur Zesender Eibok.

Nu bleven vrouw en Erpel achter, zij zou mijn jacht via heur kijker volgen, liep alleen ik over 't pad de reeën toe, de reeën tussen mij en ondergaande zon.

Ze zagen me aankomen, bleven laveien, zekerden alleen wat vaker. Achter hen de gouden bol die heel de boskant in alsof lichterlaaie zette.

Ik bleef op meter of vijftig, besloot te wachten op lager minder felle zon, wou dit reepaar knippen in de zon, maar toen lawaaiden er lawaaiwandelmensen aan, lawaaiden die de reeën van de wei.

Bolsterturf, vrijdag 29 mei 2009

1529
Ranke Rikke, Zesender Eibok, Moeder Rikke en Gaffelaartje

Ranke Rikke snoept aardbeiplantjes.
Aardbeiboer is met haar niet blij en op de plantjes zit vergif.
Hoewel ik 't niet mag van wet en jagers jaag ik ze van 't aardbeiveld.

Zesender Eibok en Moeder Rikke
- zij is de moeder van de jaarlingbokjes Spitsertje en Gaffelaartje -
wagen zich telkens weer in vijftienpinkenwei.
Hun jaag ik niet wei uit, de pinken doen dat wel.

Ook Gaffelaartje
- hij dus een zoontje van hierboven Moeder Rikke -
waagt zich almaar in de pinkenwei.

Hahah, de pinken zijn ver en hij staat mooi dwars, dusss...
Ik schoot mis!
U ziet hem onder de zon, niet in de zon.

Bolsterturf, zaterdag 30 mei 2009

1530
In lente en zomer mag Erpel zowat nooit vrij rakken

Kijk! Dit is Erpel.
In lente en zomer mag hij van me zowat nooit vrij rakken.
Maar in zo'n twintig bunders idioot hoog onlandgroen,
daarin geen weidevogel, haas en ree,
wel op voor hem veilige afstand
de kudde schonkig bonkige pinkenmeiden,
mocht i het vandaag van me.

Het is niet mijn schuld.
Ik kan er ook niks aan doen.
Tussen idioot hoog opgaand onlandgras, pinken en pinkenvlaaien
vind je geen weidevogeleitjes, en ook geen jonge haasjes en reetjes.

Reeën kunnen staren

Reeën kunnen staren. Vaak zie ik dat.
Dan staat een ree in boskant, staart het naar Erpel of mij op pad.
Heel soms staarden Erpel en een ree naar elkaar.

Vandaag was het een rikke die staarde.
Zij fixeerde Erpel druk met muizen in padkant.

Ineens kreeg hij verwaaiing van heur, zag hij heur staan.
Voordat ik fluisteren kon van "Afffffff... en blijfffffff..."
lag hij al op het pad.

Bolsterturf, 1ste Pinksterdag zondag 31 mei 2009

index mei 2009
1500 vrijdag 01-05-09 Beetje over boeren, Erpel, gras, vogels en konijnen, en wat meer over vier reeën
1501 zaterdag 02-05-09 Rondje Gijs de Guit, waarna eend met pulletjes, waarna pinken en drie reeën
1502 zondag 03-05-09 Brabantse cowboy voorbij scheef leeg hok /
Thomas-Willem 1 jaar
1503 maandag 04-05-09 "Lama is naar kapper weest" en "Opa niet zo zeuren"
1504 dinsdag 05-05-09 Een dag tuinieren, maar wie vreet zich vet aan dierenvlees?
1505 woensdag 06-05-09 "Bweuh! beuh-beuh-beuh," reageerde hij
1506 donderdag 07-05-09 Snel rondje Bleke bossen
1507 vrijdag 08-05-09 Door bos en over onland /
'k Ben blijer met dit toevallig konijntje dan met Lierboks bult
1508 zaterdag 09-05-09 Vlug vroeg middaguurtje Eliasven, en na mijn middagslaapje snel overstekende reebok
1509 zaterdag 09 en zondag 10-05-09 Ree in zicht bij Sangmoer pas gerepareerde hoogzit /
Haas voorbij schapengaas, waarna verwegge haas vanuit pinda
1510 maandag 11-05-09 Het mooist! De bossen in met Martijn en Thomas
1511 dinsdag 12-05-09 Rikke en zesender in na regenbui zwaar bewolkte lenteavond
1512 woensdag 13-05-09 In tijdgebrek vluggertje Bleke bossen /
Buurman vertelt: "Overbuurman heeft hier gisteren een hert gezien"
1513 donderdag 14-05-09 Dit is Lierbok, zesenderreebok schuw met grijze snoet
1514 vrijdag 15-05-09 Van eendjes, van fundamenten waarop bomen, van een vogeltje met veel wit en van drie reeën
1515 zaterdag 16-05-09 Van een tak, een roodborst en 'mijn' zesender Lierbok
1516 zondag 17-05-09 Dagje Drenthe met regen, reeën, reekoppie, hazen en meer
1517 maandag 18-05-09 Maandag: met de jongens speel- en wandeldag
1518 dinsdag 19-05-09 Elfpulletjesmoeder /
Mijn buurman Lierbok in boskant en wei
1519 woensdag 20-05-09 Van luizen tot en met reeën en een reewildjager in mooie lente
1520 donderdag 21-05-09 Gespot haas blijkt reebokkie
1521 vrijdag 22-05-09 Kijken en luisteren in mooie lentedag /
'Mijn' Lierbok in schaduw en zon
1522 zaterdag 23-05-09 Zo gewoon, zo ongewoon
1523 zondag 24-05-09 Een schoppe is een mooi ding, maar veur een aander
1524 maandag 25-05-09 Wat van het goede en wat van het slechte leven
1525 dinsdag 26-05-09 Van Sterkselse Lierbok via Stiphoutse bossen naar Sterkselse Lierbok
1526 woensdag 27-05-09 'Mijn' Lierbok op vijftig meter
1527 donderdag 28-05-09 Ik liet een vogeltje de wrede hongerdood
1528 vrijdag 29-05-09 Gaffelaartje twee minuutjes van heel dichtbij /
Moeder Rikke en Zesender Eibok onbereikbaar voor camera /
Moeder Rikke en Zesender Eibok minuut voor gouden meiavondzon
1529 zaterdag 30-05-09 Ranke Rikke, Moeder Rikke, Zesender Eibok en Gaffelaartje
1530 zondag 31-05-09 In lente en zomer mag Erpel zowat nooit vrij rakken /
Reeën kunnen staren


Bolsterturf © bolsterturf.nl

IntroHoofdpaginaInhoudsopgaveNatuurdagboekRecentVideoHoogzitten en jachthuttenMuziekGedichtenOver bolsterturf en Bolsterturf
Stukjes tekst, video's en foto's van bos, hei en waterkant; over grasduinen en struinen in natuur en veld, over zon en wind en buiten zijn
<<<<<<<<<<<<<< Home >>>>>>>>>>>>>>