|
Bolsterturfs natuur B o l s t e r t u r f s n a t u u r Dagboek juni 2009
1531
Maandag is mijn oppasdag. Maandag is onze wandeldag. Zo ook deze mooizonnige Pinkstermaandag. Vandaag wandel ik met Thomas 'ns een extra lange wandeling. Hij fijn in z'n buggy. Ik fijn te voet. Ik duw de buggy. Hij kijkt blij in de rondte. Eventjes maar. Dan valt hij in zoete slaap. Hij slaapt voorbij maaiende en hooiende boeren op tractoren, echt wel heidense boeren. Hij slaapt voorbij eenden en ganzen in zandafgraving. Hij slaapt voorbij lieve Schotse stiertjes in al te kaal heideveldje. Hij slaapt voorbij eenden en ganzen in vijf vennen. Hij slaapt voorbij spelend hazenpaar in vijftienpinkenonlandwei. Hij slaapt voorbij kraaienkras en gaaienschreeuw. Hij slaapt terwijl Fox baddert en zwemt en door me vèrgegooide stokken apporteert. Zelfs de blauwe reigerschreeuw over zilvervechtmeeuwen hoort hij niet. Is hij lui of ziek? Welnee! Hij kan al lopen als een kievit en is te goed wakker vaak te ondeugend. Dan wil hij niet naar bedje toe, niet gaan slapen. Met mij op stap kan Thomas gewoon te goed slapen. Bolsterturf, 2e Pinksterdag maandag 1 juni 2009
1531a
Deze Pinkstermaandag was ik drukke oppasopa, tot ik tegen acht uur 's avonds halsoverkop moest gaan werken. Werken. Getver! Werken is helemaal niet fijn als het Pinksteren is. Van het werk snel onderweg naar huis reed ik in donkernacht een ree aan. Het dier kwam van weikant, ging naar boskant, in snelle sprint stak het verharde weg over, pal voor mijn fiat pinda langs. Remmen als een gek. Niet stuurkant bumper raakte het arme dier nog net. Bumper kapot. Het was maar een botsinkje van niks. Uitgestapt zag ik nergens bloed. Ook was er geen geluid van het slachtoffer. Inwendige wonden bloeden niet zichtbaar. Gelukkig aan de pinda verder niks kapot. Iedere auto, ook een kleine auto, kan veel meer hebben dan een mens of dier. Vlug vrouw gebeld. Half uur na de botsing al arriveerde zij per agila met Erpel op de onheilsplek. Ook had ze een krachtige staaflantaarn meegenomen. Waar m'n pinda het ree raakte zette ik Erpel op het reespoor. Meteen ging zijn neus aan de grond, volgde hij al het reespoor het donkere bos in. Ik liep op meter of tien met de lamp achter hem aan. Helaas, na dikke honderd meter raakte m'n altijd trouwe makkertje het spoor kwijt. Twee keer opnieuw hem aanzetten mocht niet baten. Bij een breed en zanderig wandelpad door het bos ging iedere keer op zelfde plaats het spoor verloren.
Dit aanrijden van een ree, echt wel een onnodig klote ongelukje. Hoe kon het eigenlijk gebeuren? Wildspiegels staan er langs de Bussersdijk niet. Bovendien mag je er van politie en wetgever gerust tachtig kilometer per uur rijden, wat zeker in het donker veel te snel is. Omdat het Pinksterfeest was en ik na avondwerk flink haast had om thuis te komen, reed ik toen ik het ree raakte minstens zeventig, misschien zelfs wel tegen de tachtig aan, of nog harder. Ik was de enige automobilist op de weg. Ik dacht zo snel te mogen racen, te kunnen racen ook. Ik vertrouwde op mijn rijvaardigheid en mijn goede kennis van de door het bos bochtige verharde weg. Ik was alle konijnen, hazen, vossen, bunzings, muizen, uilen, verwilderde katten en reeën helemaal vergeten. Ik reed gewoon veel te hard, een misdrijfje waar een onschuldig ree de dupe van werd. Ja! het is verkeerd maar niet anders, reeën moeten zowat altijd en overal wegen oversteken om te kunnen laveien. En ja! het spijt me, het zit me helemaal niet lekker dat ik dit goed wetende toch te hard reed. En ja! ik besef: het geraakte ree is met dit mijn jammeren niet geholpen. Het heeft, zowel als het vrijwel niks mankeert als wanneer het dodelijk gewond is, niks aan mijn menselijke spijt. Ik wil, ik zal van nu af aan me er weer aan houden: in donker op alle binnenwegen maximaal zestig kilometer per uur. Bolsterturf, zwarte 2e Pinksternacht van maandag 1 juni op dinsdag 2 juni 2009
1532
Om halfzeven deze ochtend was ik overnieuw met Erpel op de plek waar ik dikke zeven uur eerder met m'n auto een ree raakte. Hij en ik zochten tot kwart over acht naar het geraakte en hoogstwaarschijnlijk flink gewonde dier. We vonden het niet. Bolsterturf, dinsdagmorgen 2 juni 2009
1532a Van de weersomslag is het na hete dag plots stuk frisser geworden. Daarom wandelde ik in 't donker worden een half uur met vrouw en Erpel. Terwijl hij aangelijnd speurde en snuffelde, en zij vertelde over onze jongens, heur en mijn kleinzoons, zette ik 'ons' Gaffelbokkie en ook, paar honderd meter verderop, 'onze' Zesender Eibok op foto. Moeder Rikke, de moeder van dit hier Gaffelbokkie, was niet bij Zesender. Ook niet bij Gaffelbokkie. Zal zij dan toch ook dit jaar jonkie of jonkies hebben? Toen Erpel aangaf wild in de neus te hebben, liepen vrouw en ik achter hem aan tot twee grote hazen het hazenpad kozen. Zo snel deze hazen en zo donker al de schemer toen, dat ik en camera te langzaam bleken, de hazen niet in hun door onland snelle sprinten konden vangen. Terug televisie en computer toe, vloekte ik nog ff stevig: om een man die met bestelauto knoerend hard over stoffige puinweg jakkerde. Vrouw mopperde daarna flink op me, maar ook zij hapt niet graag stof. Maar patsamme, dat juist mij dit moest gebeuren, dat ik gisternacht een ree aanreed. Het zit me niet lekker. Het zit me hartstikke dwars. Die klote bumper interesseert me niet, zo'n ding van de sloop gehaald kost zowat niks, maar zo heel onnodig een dier aanrijden, een ander wezen leed berokkenen... Ja! ik maak me druk om een ree. Ik vraag het me nu ik dit type echt af: ben ik gek? of zijn al die medemensen die jagen voor de fun, die vivisectie een grote zegen vinden, die bont willen dragen, die rijk willen worden aan elkaar en van bio-industrie en andere vuiligheid en die zich vet vreten aan wildbraad en allerhande ander vlees gek? Nu is het weer bijna middernacht geworden, pak ik nog een fles wijn, want wil kunnen slapen, niet almaar denken aan een gewond, misschien al dood, ree. Ach, kan geen kwaad. Wijn en bier niet, want morgenvroeg zal ik weer spijt hebben van dit uur zuipen. Ach, zo is een man die domme dingen kan doen, zo ben ik. Bolsterturf, dinsdagavond 2 juni 2009
1533
Nederland stemde. Na het stemmen hielden de fractieleiders van de aan de verkiezing meegedane grootste partijen een televisiedebat. Tjonge toch! dit debat leek wel op een vergadering van mijn werk, een vergadering van zich allemaal belangrijk voelende bazige grote mensen die als een stel kleuters allemaal tegen elkaar aan schreeuwen. Het televisiedebat, niks dan woorden en schoppen, zoals gewoonlijk. Wat daden betreft zal er van alle mooie, lieve en boze woorden niks worden waargemaakt. Gelijk van toentertijd boer Koekoek en homo Pim Fortuyn verwacht ik ook van Geert Wilders en zijn kornuiten voor arme dieren en arme mensen geen Sieg Heil. Regeringsleiders, fractievoorzitters, kamerleden, leden van bestuur en directeuren, in mijn ogen allemaal mooilullers en zakkenvullers. De arme werknemers en dieren in Europa, en dus ook in Nederland, hadden en hebben nooit baat van door de elite mooi lullen en zakken vullen. Ik vind: mensen goed voor dieren zijn goed voor mensen. Toch lukte het de Partij voor de Dieren, mijn Partij, niet om een zetel te veroveren. Bolsterturf, woensdag 3 juni 2009
1534
Het is voor Zuidoost-Noord-Brabantse begrippen Bolsterturf, donderdag 4 juni 2009
1535
Na drie avond/nachten werken fotografeerde ik bij dag met camera op nachtstand een kwikstaart op terras, een beetje winterkoningachtig vogeltje op scheef hek, plus ook nog verweg wippende konijnen. Niet te erg, want 'k ben nu vrij van werken tot op vrije donderdag aanstaande zeer verplicht gestelde werkvergadering die 1 tot 1½ uur moet duren. Bolsterturf, vrijdag 5 juni 2009
1536
In stille zaterdagmiddag tussen kwart over twaalf en kwart voor twee kamden vrouw, Erpel en ik op zoek naar door me aangereden ree (zie item 1531a) het bos bij de aanrijplek uit. Erpel vond gezond reewild, ook haas en konijn, gelukkig nergens een dood of mank ree. Ik heb inmiddels goede hoop dat het door me aangereden dier met niet meer dan de schrik en maar lichte verwonding is weggekomen. Maar zo klote! hoop is vaak ijdel en met wishful thinking kan je jezelf ontiegelijk voor de gek houden. Toch ondanks alle ellende heel mooi om te zien: een wielewaal. Deze vogel vloog op uit eik langs de Bussersdijk, het bos in.
Tussen kwart over acht en halfelf in winderige avond was ik weer op de Bussersdijk, reed ik vier keer langzaam heen en weer over deze weg. Tussendoor parkeerde ik in berm en spiedde met 7x50 over weiden en maïsakker. Zo dus gezocht naar een mank lopend ree. Om even voor half tien kwam een in slordige bruine dos rikke bij de aanrijplek het bos uit. Ze stak hollend de Bussersdijk over, maakte vervolgens veel haast om verder van weg af te gaan laveien. Pas toen ze al voorbij midden wei was, kreeg ik kans om heur op foto te zetten. Ik lette niet goed op, keek teveel naar deze rikke. Hierdoor zag ik de bok met hoog gewei die paar minuten later achter haar aankwam te laat. Ook bokmans maakte haast om voorbij midden wei te komen. Helaas stond ik, in m'n geparkeerde pinda, op de Bussersdijk te ver weg om door 7x50-kijkertje deze reeën goed te kunnen aanspreken. Met maximaal optisch zoom en beetje digitaal zoom kreeg ik ze wel allebei op foto. Toen een in buurwei lopend wit paard richting reeën kwam, gingen die er vantussen, verderwegge wei in. Een paard is gewoonlijk veel minder schuw dan een ree. Zo kwam deze schimmel wel groot en duidelijk op foto. Toen ik in late schemer over de Bussersdijk tufte, stak, meter of twintig voor de pinda langs, een bruinrode reebok met hoog vertakt gewei over. Paar honderd meter verder kruiste op meter of vijftig ook nog een ander ree, jonger, ranker en roder van dos, deze verharde weg. En dan stond er ook nog in al donker een 1-jarig ree in weikant. Dit laatste reetje rende weg toen ik de pinda stopte. Veel konijnen, zes hazen, één hazenpaar en vier allene hazen, waren allemaal te ver weg voor mooi op de foto. Vandaag reed ik op de Bussersdijk maximaal dertig, geen tachtig, raakte dus 0 overstekend wild. Bolsterturf, zaterdag 6 juni 2009
1537 Een stille zondagavond. Ondanks onweer in de lucht was ik een eind gaan biken. Zonder Erpel mee. Die mag van me nooit te lang met bike meerennen en ik wilde ver gaan biken. Net ik afgestapt bij mooie reeënwei en stilletjes vloekend om een boer die met tractor en slangenzooi aan het lawaaien was bij enorme stront- en giertank, belde vrouw me op via nulzes: "De Lierbok is nog niet gekomen, en ik wil met Ep gaan wandelen. Waar ben je?" De afspraak gemaakt om vrouw tegemoet te biken, racete ik een haas, wat konijnen, een reebok en een rikke van Lange Bleek aardbeiplantjesveld. Zij en ik hadden afgesproken op pad tussen Providentiabos en idioot hoog gras Brabants Landschap pinkenonlandwei. Net toen ik dit pad in bikete, belde vrouw nog eens: "Ep en ik staan aan het begin van het pad, maar voor ons loopt het gaffelbokje en ongeveer vijftig meter verder dan het bokje van ons weg nog een ree. Ik blijf hier met Ep bij de slagboom anders jagen we ze weg. Kan jij ze op foto zetten." De afstand tussen vrouw en mij was tijdens dit tweede telefoontje ongeveer een halve kilometer. Die halve afstand bikete ik nog, daarna ging ik te voet verder met camera in de aanslag. En ja! daar zag ik al het nog een ree. Dit ree bleek een rikke te zijn, maar pas de eerste foto van haar gemaakt kwamen er vijftien pinken aangehold. Die pinken waren allemaal nieuwsgierig naar mij. Domme domme klote pinken! Ze zagen me al veel vaker en toch komen ze me iedere keer weer vervelen. Zodra de rikke de pinken zag en hoorde komen, vluchtte ze wei uit, richting vrouw en Erpel. Het gaffelbokje rende de andere kant op, Lange Bleek heide- en pijpenstrootjesveld toe. Toen moest ik vlugge keuze maken: òf snelle verre foto maken van bokje, òf vaker de rikke op foto zetten met vrouw en Erpel op de achtergrond. Meter of dertig maar voor heur en Erpel kroop de rikke onder de prikkeldraadweiafrastering door en ging ze het bos in, waarna de pinken zich een padlange wandeling, heen- en terugwandeling, mochten vergapen aan Erpel, vrouw en mij. Als dollen dolden ze met ons mee, gelukkig wel aan overkant van drie rijen prikkeldraad. Vrouw had er haar groot plezier aan.
Net thuis werd in het zuiden de hemel zwart, begon het gauw genoeg te bliksemen en donderen van jewelste. Hagel en regen striemden inene ruiten en dak. Kater Bolleke kroop van schrik onder de grote kast. Erpel niet, die is voor de duvel nog niet bang. Bolsterturf, zondag 7 juni 2009
1538 Opa wandelt met Thomas, zijn jongste kleinzoon van net een jaar, in mooie junidag met hier en daar grauwe wolken tussen wel duizend witter wolken. Door De Lange Bleek bij Providentia gaat het. Over de lange grassen van onlandwei zwieren en zwenken daar kokmeeuwen, grote witte vogels met bruin kopje. Net als zwaluwen lusten meeuwen graag insecten. Telkens wanneer de zon van achter de wolken te voorschijn glundert, worden opeens de meeuwen en ook alle halmen en sprieten onder hen witter, bleker. Eén allene reiger staat dan ineens bleekwit tussen vijftien zwartbonte pinken. Zò dun en bleek deze reiger. En zò wit, tè wit bijna in de gulden zonneschijn, het wit van de jonge koeien. Thomas kijkt tevree in de rondte. En alles is zo stil, tè stil bijna. Alleen tiereliert er soms een roodborst. Of er roept een specht of buizerd. Of er klinkt het vrolijk maar eentonig si si si sies-ke-wiet van vink. Van heel in de verte, van op de Pan op aan, komt de jubel van een wulp, en overal als achtergrondmuziekje de zachtschelle geluidjes van mezen en het roe-kroeè - roe-kroeè - roe-kroeé - roe-kroeè - roe-kroeè - koèk van houtduifdoffers. Thomas let niet zo op kleuren. Ook niet op vogelgeluidjes. Die vindt het alles en allemaal wel goed. Zolang het maar lekker wiebelt en hobbelt is alles okidoki. Na wel een half uur felle zonneschijn achtereen wil hij in schaduw van eiken en berken best lief poseren. Opa maakt daarbij twee Schotse stiertjes en een kudde schapen wakker. Geeft allemaal niks. Thomas zingt nu zachtjes van hahaha hihihi. Zal hij wel van zijn moeder geleerd hebben, dit zingen van hem. En straks gaan de stiertjes en de schapen wel weer verder met slapen. Ja mama! Je Thomas is vandaag nog klaar wakker na al drie kwartier met hem wandelen. Waar opa Thomas vlug slordig parkeert op groen pad staat een reebok in het hout. Deze bok, een gaffelaar, wil niet op foto, springt meteen af. "Potver Erpelll! Teruggg! Hierrrr!" schreeuwt opa dan. Erpel luistert, komt terug. De bok breekt weg door 't bos. Thomas zag de bok niet. En van opa's schreeuwen trekt hij zich niks aan. Thomas heeft zijn schoenen uitgevogeld. En nu is hij druk met zijn sokken aan het spelen. Opa pakt Thomas sokken en schoenen af. Thomas zal ze zeker kwijtmaken. Maar dit vindt Thomas helemaal niet goed. Vlug geeft opa hem Erpels lijn om mee te spelen, en ook een mooie tak met groot kastanjeblad. Thomas echter wil lijn en tak niet, gooit ze op de grond. Maar dan, wanneer opa de buggy verder duwen gaat, zakt Thomas fijn achterover in z'n buggy, zet opa de buggy op slaapstand, slaapt de lieve kleine man heel de weg terug oma toe.
Wanneer oma in mooie namiddag alleen oppast op de twee jongens, struint opa met Erpel alleen half uurtje door De Lange Bleek bij Providentia, heeft hij poosje zijn plezier aan meteen door Erpel gevonden Zesender Eibok en moeder Rikke.
Thomas' groter broertje Martijn van bijna drie wou vandaag niet met opa mee uit wandelen. Martijn blijft meestal liever bij oma in chalet, want Martijn doet iedere maandag samen met haar bouwen, kleuren en puzzelen. En oma leest hem lieve en spannende sprookjes voor. En ook mag hij van haar knippen en plakken. Kan Martijn heel goed, knippen en plakken. Hij knipt al zijn eigen plakpleisters van groot rolletje en hij knipte met zijn kinderschaartje drie grote lokken van zijn krullenbol. Maar het liefst van al helpt hij met koffiezetten en koken en zo, nee, nog liever bedient hij televisie, video recorder en computer.
Bolsterturf, maandag 8 juni 2009
Laatavondportret van Zesender Eibok Martijn en Thomas terug gebracht naar hun pa en ma, gingen opa en oma nog eventjes op bezoek bij moeder Rikke en Zesender Eibok. Zij wou niet opstaan uit 't idioot hoge onlandgras. Hij was te nieuwsgierig, gaf zich wel bloot, kwam zonder haar op schemerfoto. Bolsterturf, schemeravond maandag 8 juni 2009
1539
Ik wandelde vandaag door 't Brabants platland. Bolsterturf, dinsdag 9 juni 2009
Foie gras van de menukaart
Ik keek en luisterde vanavond even televisie, het nieuws: "De hotelketens Bilderberg, Carlton en Mövenpick halen in hun Nederlandse vestigingen foie gras van de menukaart." Bolsterturf, dinsdag 9 juni 2009
1540 Na onweer en regen in de nacht kwart over vijf bed uit keek ik door kamerruit naar buiten, lege wei over. 'Mijn' Zesender Lierbok was er weer niet. Ik mis hem al paar dagen en dat doet me zeer, hoewel veel minder zeer dan denken aan het ree dat ik aanreed en ook nergens terug kan vinden. 'Mijn' Zesender Lierbok, mooie zesender met liervorming gewei, hij kent me. Hij kent me goed. Hij heeft van mij geen schrik. Ik mocht paar keer tot op minder dan dertig pas hem benaderen. Zo is het gekomen dat ik denken kan dat hij van mij is. Halfzes fietste ik aan, Providentia voorbij De Lange Bleek in. Daar miste ik Gaffelaartje, Zesender Eibok en moeder Rikke alle drie. Gaffelaartjes broertje Spitsbokkie is al langer spoorloos. Wel sprong er een haas door 't idioot hoog onlandgras. En zo mooi! er koerden al blauwe doffers en van ver kwam zacht een koekoeksroep.
Ondanks nog geen reeën gespot, fietste ik vrolijk verder, op mijn gewone oude fiets. Zonde om een nieuwe fiets mee het veld in te nemen. Die kan je nergens eventjes laten staan, zelfs niet op slot. In Nederland is een fiets zo gejat! Om kwart voor zes, kwartier van chalet weg, zag ik een ree. Een allene bok stond in idioot hoog gras van Brabants Landschap onlandwei naar me te kijken. Hij was niet de Lierbok, daarvoor stonden zijn geweistangen te dicht opeen. Misschien was hij de Eibok van Providentia. Ik kon hem zo vlug onmogelijk goed bekijken, want hij reageerde hoewel best ver weg erg schuw, sprong meteen af. Een kijker had ik niet bij me, en het was net daglicht, bovendien zonloos donker weer. Kleine tien fietsminuten later laveide een reepaar op meter of zestig in pas gestronte wei voor aardbeiveld langs puinweg, net niet in gemeente Someren, net nog in De Lange Bleek. Deze twee reeën waren ook erg schuw. Ze renden meteen bos toe, de bok wat sneller dan de rikke die precies voor slangenhaspel inhield, bleef staan om nog momentje naar me te kijken. Deze reeën en ook een nijlgans en wat zwarte kraaien hadden met de haspel duidelijk minder moeite dan met mij.
Na stuk zelfde weg terug gegaan, dwarste ik net voor de Somerense weg de Vlaamse weg. Via een zelden betreden pad tussen Somerense weg en momenteel allemaal idioot hoog gras weiden, trapte ik vervolgens zowat almaar rechtdoor, de Heezer gemeentebossen toe. Bij deze bossen aangekomen ging ik linksaf, langs boerengroen grenzend aan de gemeentelijke boskant, richting Kempenhaege. Net voor achterkant Kempenhaege sloeg ik rechtsaf, fietste ik almaar rechtdoor tot einde bos om daar weer rechtsaf te gaan. Zo kwam ik bij het Heezer crematorium en dat voorbij en de Somerense weg overgestoken in de Herbertusbossen. In deze laatste bossen spiedde ik in allerhande vogelzang langs alle weiden tussen Strabrechtse Heide en de Somerense weg. Zowel in de Heezer gemeentebossen als in de Heezer Herbertusbossen zag ik 0 reeën, 0 hazen en 0 vossen. Wel een paar konijnen. Bovendien stonden hier na de regens van de nacht nergens de scherpe hoefafdrukjes van reeën in de paden. Heel graag had ik toch van deze drie wildsoorten - haas, ree en vos - er eentje gespot. Gisteren was ik ook in de Heezer gemeentebossen, wandelden vrouw, Erpel en ik er. Ook toen nergens ree, haas en vos. Nu vraag ik me af: 'Is het zien van helemaal geen hazen, vossen en reeën in deze Heezer gemeente- en Herbertusbossen een ongelukkige momentopname, of werden hier echt zowat alle reeën, alle vossen en alle hazen door jagers doodgeschoten?' Ik moet maar vaker lange fietstochten maken, zal ik het weten.
Om kwart over acht weer chalet, fotografeerde ik vlug een van 'onze' chaletkwikstaarten, kroop daarna weer te bed. Erpel zat toen met vrouw in het campingbos. Ik hoorde ze om halfnegen binnenkomen. Ze hadden een haas en heel veel konijnen gezien, maar wilden niet meer komen slapen. Bolsterturf, woensdag 10 juni 2009
1541
De hele nacht regende het. Zo ook de hele dag. Een zegen voor de boeren, een zegen voor de tuinen. Het gazon was beetje geel al en ook bomen en planten hadden grote dorst. Maar in de regendag kwam boer zijn wei voor chalet gieren. Niettegenstaande boers moderne injecteermachinerie en de regen hing er daarna strontlucht. Na het avondeten was het eindelijk droog geworden, scheen lief en gul felle zomerzon. Een merel, een roodborst en paar vinken begonnen met zingen. Tijdens anderhalf uur wandelen met Erpel waren dichtbij hun holen konijnen aan het dollen, maar nergens haas, ree of vos. Die durfden zeker allemaal het bos niet uit vanwege in de verte donderwolken.
De donderbui naderde sneller dan ik had ingeschat. Daardoor maakte ik te laat haast om thuis te komen. Net nadat een kuddetje pinken begon te hollen andere kant van hun wei toe, bliksemde en knalde het. Ep en ik liepen toen in boskant, onder eiken en dennen. Gelukkig was vrouw niet thuis, was die de hort op, zodat ik zonder moppers krijgen met grote handdoek Erpel kon droogpoetsen, waarna ik tot en met ondergoed van kleren wisselde. Om half tien gaf ik Bolleke en Erpel hun avondeten, keek daarbij door kamerruit en zag een vage roodbruine vlek in de bosrand, aan overzij van vanmorgen gestronte wei, op ongeveer honderdvijftig meter. Door veldkijker bleek de vlek duidelijker een ree, zag ik 'mijn' Zesender Lierbok.
Inmiddels had de regen opgehouden Bolsterturf, donderdag 11 juni 2009
1542 Staatsbosbeheer Leende gaat de komende weken zeventien hectare bos kappen in het zuidelijke deel van het Leenderbos, in het grensgebied met België. Tweeduizend kubieke meter hout zal geoogst worden. Het vellen van de bomen wordt met velmachines uitgevoerd. Als argument voor het kappen voert Staatsbosbeheer aan: "Er is nog maar weinig heide in Nederland, terwijl Brabant een eeuw geleden voor een groot deel uit heide bestond. Men kon vroeger vaak de kerktorens van omliggende dorpen zien liggen, zo open was het landschap. Ook voor heideafhankelijke diersoorten als levendbarende hagedis en hazelworm is het van levensbelang dat de heidebiotoop wordt uitgebreid en met elkaar verbonden. Andere diersoorten die op heide het onderkomen vinden zijn bedreigde dagvlinders zoals gentiaanblauwtje, heideblauwje en heikikker. Voor hen is uitbreiding en verbinding van heidegebieden hard nodig, zij hebben het nu vaak zwaar." Zowat onvoorstelbaar, zoveel medeleven met heidebewonertjes van een organisatie die ganzen vergast. In de eerste alinea van dit item leest u tussen de aanhalingstekens het zoveelste lulverhaal van Staatsbosbeheer, immers waar nu volgens Staatsbosbeheer heidebewoners worden geholpen zijn bosbewoners als bosmieren, havik, spechten en houtsnip de pineut. En hoezo meer open landschap in Brabant dan vroeger? Nog meer vroeger was heel Nederland bos! Wanneer Staatsbosbeheer open landschap wil, zal het ook weidewinkels, industriecentra, stads- en dorpsuitbreidingen, verharde wegen met daarop vaak heel grote en hoge vrachtwagens, zendmasten, enz. enz. moeten weghalen. Dit alles beton, staal, glas en steen was er immers vroeger ook niet. Staatsbosbeheer heeft twee poten: zijn vaak waardeloze natuurbeheer en zijn geld in het laatje brengende houtexploitatie. Wat er nu hier in het Leenderbos aan de hand is, is simpelweg dat Staatsbosheer wil verdienen aan bos, aan bomen. Zijn directie, zijn ambtenaren, zijn boswerkers, zijn bekeurkneuzen en ook zijn machinepark moeten immers betaald. De hoge Pieten van Staatsbosbeheer hebben gezien de bomenkap niet genoeg aan alleen maar onze belastingcenten. Trouwens, natuurliefhebbers als u en ik hebben niets aan het door Staatsbosbeheer creëren van meer heide, want zodra er heide is zet het er bordjes "Verboden Toegang" bij, mogen we er niet doorheen lopen. Doen we dat wel komt er een bekeurkneus in camouflagegroen autootje aan, moeten we boete betalen. Bolsterturf, vrijdag 12 juni 2009
1542a
Sterksel, vrijdag 12 juni 2009 Bolsterturf
1543
Halfacht van huis half tien weer thuis waren vrouw en ik prachtige zomeravond bij 't bospad. Wij fietsten 'mijn' fietsroute van 10 juni jl. Waar alleen ik toen nul reeën spotte, spotten we samen er vanavond negen: Hoe later in de avond, des te meer kans op reewild zien. Daarom zagen we vanavond minder reeën in de Gemeentebossen dan in de Herbertusbossen? De door ons bezochte onlandweiden in de Heezer Herbertusbossen, allemaal bosweiden allemaal dichtbij de Somerense weg. In het midden van de grootste wei eiken- en berkenbos in hoek waarvan de hoge zit .
Deze hoogzit, een wachttoren waarop vanavond - op zaterdagen mag er van wetgever gejaagd worden, alleen maar op zondagen mag het niet - gelukkig geen met buks en 7.65 mm kogels bewapend jager aanwezig.
Toen ik
deze foto van een rikke
maakte, kwamen er
een man en vrouw
aanfietsen. Deze mensen, mijn zeker weten nièt-jagers echte natuurminnaars, mensen met de verkeerde kleuren aan - wit ziet zelfs een ree op kilometer afstand - hoewel geen alleen maar met de mond natuurvrienden, waren ook aan 't reeën kijken. Bolsterturf, zaterdag 13 juni 2009
1544
Mijn stukjes worden eentonig. Ik weet het, maar het maakt me niet droevig. Kijk! Zo mooi! vind ik echt, vannacht droomde ik me ree in een veld zonder buksen en geweren. Bolsterturf, zondag 14 juni 2009
1545 Halfvijf op in vette nevelochtend, kwart voor vijf met Erpel en oude fiets bossen toe, reewild kijken. Een Sterksels ree heel dichtbij in de mist. Ook in Sterksel drie reeën in voor driekwart met 1.70m hoog net afgezet aardbeiveld. Eerste koekoeksroep om zes uur. Blauwe doffers dan ook al wakker. Meer reeën in de Heezer Herbertusbossen, de meesten te onduidelijk nevelver voor op foto, sommigen nabij een hoogzit. Net na acht uur terug in Sterksel daar het aardbeiveld uit omgelopen reeën. De dieren verzuimden, kon ik uitmaken uit geen reeprenten ter plaatse, om via reep ingestort net naar wei te gaan. Bijna weer thuis zoveelste ontmoeting met 'mijn' Eibok. Hij en ik keken paar minuten naar elkaar. Toen wandelde hij weg, zijn slaapstee toe. Al met al dertien reeën geteld, waarvan elf rikken. Een elftal rikken dus. Maarrr... maar twee bokken! Geen reekalfjes! Toch echt wel treurig heren jagers: een door u gecreëerde verhouding bok : geit van 1 : 6½. Bolsterturf, maandag 15 juni 2009
1545a
In mooie nalenteavond in Lierop: wat pinken; wat schapen; wat paarden; een boer op tractor met gifmachine; wat kieviten; wat spreeuwen; hier en daar en overal een kraaienpaar; meer vogels ook; een haas voor roodbonte pinken; stinkzwammen met vliegen op de kop; gele kamperfoelie; geler lissen; witte boerenjasmijn en reuzen van berenklauwen langs puinpad in opa Imkers bijenparadijsje. Meer bloemen en een hete kerel en een geile meid ook. Bolsterturf, maandag 15 juni 2009
1546
Onderweg werktoe kijk ik vanuit m'n pinda graag naar argeloze hazen en zo.
Ook mooi! Bolsterturf, dinsdag 16 juni 2009
1547
Ik zit aan weikant in Lange Bleek bij Providentia Bolsterturf, woensdag 17 juni 2009
1548 Ik ben bij 't bospad, voor reewild kijken best al laat in laatlenteochtend. Toch! waar ik in hoek van weidebosje een hoge zit weet, laveit een moeder Rikke in allerhande kleuren gras. Zij oogt blij, snoept zo goed van kruidjes en grasjes, maar waar nu in juni tot na de reebronst de paar nog over Herbertusbossen rode bokken door het hoog geduldig zittend, borreltje erbij, jagers-op-twee-benen-gilde mogen doodgeschoten, komen de rikken straks weer zwanger in januari aan de beurt. Bolsterturf, donderdag 18 juni 2009
1549
Sterksel, vrijdag 19 juni 2009 Alsof langzaam kruipend, zò ontiegelijk traag gleden tractor, vleugels en mensen over de grijze met groene planten akker. De platte Polen gingen daarbij met vlugge handen door de rijen aardbeien, alle bloesem, rijpe en onrijpe vruchten verwijderend. Onverwacht stopte boer zijn tractor, zomaar midden in het veld. Hij stak zijn kop uit de cabine, schreeuwde en gebaarde naar de meteen overeind komende man - de voorman van groep Uitzendaardbeipolen? - het meest dichtbij op rechtervleugel. Deze mens liep vervolgens voor de tractor langs, naar platte Pool op twee na ligplaats aan het eind van linkervleugel. Wat boer beval en wat op zijn beurt de opgestane uitzendslaaf aan nog geen tien tellen terug door boer ongevraagd eventjes opgestane nummer twaalf van twee keer zeven duidelijk maakte? Ik weet dit niet met zekerheid, maar alleen deze ene man, deze kennelijk leidinggevende, richtte zich in opdracht op, gebruikte in opdracht zijn benen. Al de anderen bleven in horizontale positie. Twee minuten maar duurde de stop, toen gleden veertien gezichten weer over en zaten achtentwintig handen weer aan de ik weet niet hoeveel keer dit jaar al met vergif besproeide aardbeiplanten.
Foxie Erpel verveelde al gauw het kijken naar tractor, vleugels en platte Polen. Die wou vlug verder gaan. Bolsterturf
1550 Fijn! vind ik echt fijn! naar buiten kijken en een ree zien. Bolsterturf, zaterdag 20 juni 2009
1551 Een domme mens als ik werkt veel en vandaag begint koud en nat de kalenderzomer, heb ik kapot van plus zestig uren werken nergens zin in, slaap ik fijn de hele dag, maar nu ik pissen moest, nu ff website bijschrijf, zie ik 'mijn' Zesender Lierbok scharrelen in boskant. O klote corrupte immoreel sociaal democratisch kapitalistische mensenmaatschappij, hij 'mijn' Lierbok is tot kapot geschoten altijd VRIJ. VRIJHEID is wat ik mis. Nee!! ik wil met hem niet ruilen. Bolsterturf, begin van de kalenderzomer zondag 21 juni 2009
1552
Vandaag wandelen met Thomasje, waarna fietsen met Martijn. Met Thomasje naar achter Providentia en met Martijn naar achter Providentia en naar de Herbertusbossen.
'Onze' Zesender Lierbok kilometer van huis Op weg terug van onze jongens, onze Martijn en Thomas, hun thuistoe brengen, trapte vrouw op de rem, stuurde ze berm van Sterkselse Albertlaan in, wees ze: "Kijk! daar! onze Lierbok". En toen zag ik hem ook, 'onze' Zesender Lierbok. Hij laveide aan boskant, schuin tegenover het Centrum voor Creatief Leren, zo'n kilometer van chaletjes, tussen herenhuizen.
De vanuit auto jacht, een manier van reejacht
Tijdnood! daarom type ik slordige telegramstijl. Mooie zomeravond tussen half tien en elf. Heezer Herbertusbossen. Ik fiets Somerense weg af, bospad in naar bosweiden. Plots voor me aanfloepende rode remlichten. Dan onregelmatig knipperend rode lichten. Kleine halve kilometer rijdt een auto voor me uit. Dan ben ik auto met zo nu en dan de felle rode lichten kwijt. Het voertuig reed ander bospad ook langs weiden in. Ik fiets over alle paden de weiden toe. In de weiden reeën en een enkel haas. Na tien minuten de wagen kwijt geraakt, komt deze, een bruinrode terreinwagen, langzaam rijdend me tegemoet gereden. Erin twee jagers, een van hen me bekende jager Jan K. De jagers groeten en rijden langzaam door. Ik fiets verder, mag met auto nergens de bossen in. Met de auto de bossen in hoeft van mij trouwens ook helemaal niet. Fietsen vind ik veel fijner. Negen reeën gespot, waarvan drie bokken. Geslachtsverhouding geiten : bokken = 3 : 1. Momenteel is de jacht op reegeiten niet toegestaan, de jacht op reebokken wel. Is er na het schot van vanavond waarschijnlijk weer een reebok minder in de mooie Heezer Herbertusbossen, dit reebokkie ? De jagers reden rond in terreinwagen. Met portierruiten open. Zo langzaam rijdend langs weiden waarin het voor auto's veel minder bang dan voor mensen wild, is het wel heel erg makkelijk om een ree dood te schieten: mikken vanachter het stuur of vanaf de duozit, vervolgens de trekker overhalen, en hebbes. Een ree is veel minder bang voor een auto dan voor een mens. Stappen de jagers uit voordat ze schieten, zal nauwelijks een ree het schot afwachten, zal het meesttijds niet stilstaand de kogel krijgen. Ik verdenk de heren jagers ervan dat ze het wild vanuit hun heerlijk comfortabele terreinwagenzit neerknallen. Menig stroper woonwagenbewoner jaagt sportiever. Jagers voeren aan dat de Heezer Herbertusreeën gevaarlijk zijn. Dit omdat die op de Somerense weg kunnen worden doodgereden, worden doodgereden. Mijn antwoord: de meeste reeën kennen de gevaren van het snelverkeer, maar om ieder ongeluk met wild te voorkomen zijn er tig mogelijkheden om ongelukken tegen te gaan: verlaag de maximum snelheid, leg drempels in de weg, zet afrasteringen langs de weg, creëer wildviaducten en wildtunnels, doe alles mogelijke om doodrijden tegen te gaan. Heel erg ondapper doodschieten van reewild is dan niet meer nodig. Ik zie veel liever reeën dan jagers in de bossen. Dus rijk en machtig Staatsbosbeheer alsmede van natuurminnaars donatiegelden verzamelende Stichting Het Noordbrabants Landschap, doe er 'ns wat aan. Het Brabants Landschap en Staatsbosbeheer zijn er toch meer voor echte natuurminnaars dan voor doodschieters jagers? Het overgrote merendeel van de Nederlandse bevolking is TEGEN de jacht. Toch mogen jagers van Staatsbosbeheer en Stichting Het Noordbrabants Landschap en ook van onze Overheid nog altijd hun laffe hobby uitoefenen. Waar Jan K. met de door hem doodgeschoten reeën blijft? Ik weet het niet. Misschien verkoopt hij ze aan hotels. Bolsterturf, maandag 22 juni 2009
1553
Ik fietste vandaag door De Lange Bleek. Daarin trof ik Gaffelbokkie, het broertje van spoorloos verdwenen Spitsbokkie.
Ik fietste vandaag ook rond complex aaneengesloten onlandweiden in de Heezer Herbertusbossen. Maar liefst vier keren deed ik dit. Het was viermaal een kwartier fietsen over bospaden, zandpaden waarover ook makkelijk een jachtauto rijden kan. Waar zowat alle reebokken doodgeschoten is het moeilijk reebokken vinden. Zo vond ik in Herbertusbossen en Lange Bleek samen maar vier reebokken. Wel zette ik in deze dag gelukkig stille vrede, onder koekoeksroep, zon en maan en vleermuisfladder, meer moeder rikken, smalreeën en hazen op foto. Waar in de Herbertusbossen en in De Lange Bleek het onnozel als de reeën wandelpubliek denkt: 'wat mooi! hoe schoon! een bloemetjesakkertje,' ziet het een voerakkertje voor wild, voor reeën en hazen. Waar zijn voedsel is, daar vindt men het wild. De meeste reeën en hazen die ik vond toefden in voerakker aan oostkant van 't weidecomplex in Heezer Herbertusbosmidden. Waar de jager zo goed als het wild het voedsel weet, rijdt hij rond in zijn terreinwagen, knalt hij het wild weiden en voerakkers af. Rond een uur voor middernacht fietste ik voor de laatste keer vandaag. Toen laveide op wildvoerakker een reepaar in de stilte van de donkerte. Waar het voedsel is verzamelen zich de hongerigen, zowel bij dag als bij nacht. Dit etmaal in totaal in Lange Bleek en Herbertusbossen 14 reeën gespot, waarvan 4 bokken en 10 rikken. Aantalsverhouding bokken : geiten = 4 : 10 = 1 : 2½. Bolsterturf, dinsdag 23 juni 2009
1554
W e r k s t e r
Zij kent de onderkant van kast en ledikant,
Zij heeft zichzelve aan de vloer verpand,
God zal haar eenmaal op Zijn bodem vinden,
Symbolen worden tot cymbalen in de Gerrit Achterberg Bolsterturf, woensdag 24 juni 2009
1555
Lierop, Bussersdijk, Bolsterturf, donderdag 25 juni 2009
1556 Vandaag: veel gevreten, meer gezopen. Voor de feestelijke opening en erna allebei, en nu weer home in schemer nog pheagevlinders rond 't chalet en vrouw beheerster croste op brommer over 't park, jaagde Zesender Lierbok weg van weikant. En almaar wilde eendepulletjes en een verdachte jeep en een reepaar bij door wind of wolken plaatselijk van stokken gehaakt aardbeinet bij puinweg dazen door m'n kop Ach, Martijntje mocht van me champagne proeven, maar wie kreeg er van zijn oma en zijn moeder op zijn donder omdat hij niet wachtte op het einde van de speech, al meteen het ter ere van de feestelijke opening voor hem neergezette glas met champagne nuttigde? Bolsterturf, vrijdag 26 juni 2009
1557
Het zomert, het hoogzomert. Zelfs de nacht was heet. En nu in vroegmorgen zijn de Herbertusbossen warm en broeierig. Ik fiets door deze bossen, zie voorbij een haas met dunne lange oren bredere en langere oren bewegen. Na vlug fiets neergevlijd en oren toegeslopen is zij er dan helemaal. Zij is een rikke. een moeder Rikke. Zij zekert vaak, soms is het alsof ze me aandachtig aankijkt. Ze is maar dertig meter ver. Blijf ik onbeweeglijk en is de wind me goed gezind, zal ze me niet gewaar worden. Maar waarom kijkt ze zo vaak naar links? Pas na paar minuten aandachtig links zoeken ontdek ik heur kalfje. Dat heeft zich verstopt in minibosje met varens, grassen, berkjes, dennetjes en sparretjes. Terug uit de bossen fiets ik nogmaals Heeze toe, deze keer met vrouw, gaan we samen naar de bakkerskraam in dorpsmidden, broodjes halen. Ook doen we nog wat boodschapjes meer. Fietstassen volgeladen rijden we via onverhard pad door bos en akkers terug Sterksel toe. Een grote reebok staat naar ons te kijken. Hij wacht helaas niet af, niet op de foto, hij springt weg, rent berkenopslag in. Heter dan de morgen brandt de middag. Alle groen kleurt langzaam geel. Toch, in deze gloeiende middag wandelen vrouw, foxie Erpel en ik naar het Eliasven. Daar spelen we en vinden we nijlganzen, dodaarsjes en een door boswerkers vergeten stuk rondhout met boktorren heel mooi.
Een vrije dag gaat altijd vlug voorbij. Te gauw is het alweer avond geworden, een na hete dag zwoele avond met rommel van donder in de verte. Per fiets op weg naar moeder Rikke en heur kalfje van vanmorgen, zie ik de jeep van jager Jan K. rijden over de Somerenseweg. Is wel makkelijk voor me: een reewildjager verraadt zichzelf altijd wel: òf hij zit in of op een hoogzit, óf hij zit in zijn off-the-road-jachtwagen. Lopen doet hij niet graag, fietsen ook niet. Daar voelt hij zich, denk ik, te voornaam en te dapper voor. Een kogel uit een jachtbuks gaat tot twee kilometer ver! Vanaf heel ver en vanachter dikke eik maak ik foto van de jachtwagen. Dan laat ik de dappere jagersmannen braaf gerust, fiets ik vlug verder, de Herbertusbossen aan overkant van Somerenseweg toe: ik wil moeder Rikke terug zien bij haar kalfje. Wanneer straks een schot de mooie avond in flarden rukt, zal ik weten zonder te zien dat de reebok van langs de Somerenseweg dood of gewond is. Moeder Rikke en haar kalfje gevonden en op foto gezet, sta ik poos later, om tien over elf, op het fietspad langs de Somerenseweg naar vleermuisjes te kijken. Dan komt daar opeens de bruinrode jachtwagen van Jan K., komt die zonder verlichting te voeren over zandpad aan, bijna geluidloos, rijdt die op de houten slagboom waarbij ik sta toe. Behoefde om met deze jagers te praten heb ik niet, dus fiets ik aan. Gelukkig maar, vanavond werd er niet geschoten. De mooie reebok op wie de mannen loerden liet zich niet zien, waagde zich niet in wei, mag van Diana of Artemis of hoe het opperjagerswijf ook mag heten nog eventjes blijven leven. Bolsterturf, zaterdag 27 juni 2009
1558
Het is bijna negen uur in prachtige zomermorgen. Ik fiets de Herbertusbossen toe, om reeën te kijken veel te laat al eigenlijk. Op zandpad tussen bos en weiden, het meest dichtbije pad parallel aan de Somerense weg, aan de zuidkant ervan, staat voorbij groen bordje met witte tekst "Herbertusbossen - verboden voor auto's" nu niet de bruinrode terreinwagen van reewildschutter Jan K. Op zondag mag ook deze onverschrokken jager die beweert dat Reintje de Vos van een tweeling reekalfjes er altijd wel eentje opvreet van wetgever, Staatsbosbeheer en Stichting Het Noordbrabants Landschap niet schieten. Bolsterturf, zondag 28 juni 2009
1559
Beste lezers, ik heb last van stijve rug, gruwelijke last. Het voelt als van kou of tocht stijve nek, maar het doet zeerder. Het doet zo zeer dat ik in bureaustoel maar eventjes kan zitten. Ook op keukenstoel lukt me het zitten niet, zelfs in luie stoel kan ik niet zitten. Ik kan alleen nog maar lopen, staan en liggen. Blijf ik langer dan paar minuten zitten, kan ik niet meer opstaan, val ik zowat om van de pijn. En om met dit hete weer van nu lange tijd staande in deze website te typen? Beste lezers, mijn excuses, tot m'n rugspieren weer voldoende soepel zijn deze maand uit weinig tekst, wel plaatjes. Bolsterturf, maandag 29 juni 2009
1560
Aardbeiboer wilde wildschadevergoeding? Bolsterturf, dinsdag 30 juni 2009
index juni 2009
|