<<<<<<<<<<<<<< Home >>>>>>>>>>>>>>
Stukjes tekst, video's en foto's van bos, hei en waterkant; over grasduinen en struinen in natuur en veld, over zon en wind en buiten zijn
IntroHoofdpaginaInhoudsopgaveNatuurdagboekRecentVideoHoogzitten en jachthuttenMuziekGedichtenOver bolsterturf en Bolsterturf

Bolsterturfs natuur

B o l s t e r t u r f s  n a t u u r

Dagboek januari 2010

1745
Van een bisschop, een minister, geiten, konijnen en reeën

Gelukkig Nieuwjaar maar mooi klote! werken in Oudjaarsavond- en nacht. En dan is er op kantoortelevisie, na oud nieuws en mijn niet ergernis om het langdurend buiten op straat harde knallen, voor de zoveelste keer in de werknacht het recente nieuws. Enthousiast en blij doet de nieuwsvertelster verslag van een Q-koortsmis. Bossche bisschop Hurkmans preekte deze jaarwisseling over de Q-koortsramp, en waarachtig! het schijnt hem te zijn gelukt om de de katte geliek Nederlandse mens vrede te doen hebben met het ruimen van tienduizenden geiten, gezonde en zieke geiten.

Het was een druk bezochte mis. Zelfs Gerda Verburg, onze minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, woonde de dienst bij. Zij was in haar nopjes met de troostende en verzoenende woorden van Hurkmans. Zij vond het dus een mooie dienst, een mooie mis en zij deed niets verkeerd met het opdracht geven tot ruimen van gezonde en zieke dieren. Zo zei zijzelf. Nou ja, u hebt het zelf kunnen zien en horen, en het staat ook allemaal dom breed uitgemeten in alle grote kranten.

Ik zie het zo: als je wat lettertjes en cijfertjes hebt geleerd en er een overmaat aardigheid en ambitie in hebt om te besturen, dan mag je zowel in kerk als in politiek, net naar gelang je Bijbellettertjes of Landbouwlettertjes vrat, lulverhalen ophangen.

Wat is er aan de hand? Enerzijds moet nadat de banken de boel bedonderden koste wat het kost de landseconomie, zelfs de wereldeconomie weer gaan groeien; anderzijds dient verwarming en verarming van de aarde tegengegaan. Iets wat elkaar bijt als een kat een muis, maar zoiets snappen onze lands- en kerkbestuurders niet. Hoe moeten deze op euro's en zieltjes beluste mensen dan kunnen begrijpen dat je dierziekten kan voorkomen door dieren niet met honderden en duizenden op elkaar te proppen. En onbegrijpelijk raar maar waar: in idiote aantallen bij elkaar gepropte dieren worden lang niet altijd gevaccineerd tegen ziekten waarvan men weet dat ze die kunnen krijgen, zullen krijgen.

Het is zowel voor mens als dier heel makkelijk om ziek te worden. Stop maar n's duizenden mensen net zoals bioschurenkippen of mestvarkens bijeen in enge ruimten. Vaccineer deze mensen vooral niet tegen ziekten die ze makkelijk kunnen krijgen, zullen krijgen. Zeker weten breekt er in bijna geen tijd een pandemie uit.

Van het gezwets van een kerkbestuurder die geen kindjes maakt, alsmede van de lulkoek van een politica die mede ten koste van dieren de menseconomie de hel in wil laten groeien, zal de wereld niet beter en mooier worden. Wat nodig is is een andere moraal, een moraal van minder liefde voor macht en centen en vliegend en rijdend blik en nachtelijke seksreclames op televisie, een moraal van meer liefde en respect voor milieu, medemens en dieren. Maar laat ik positief blijven en wachten op de uitvinding van de motor die op zeewater loopt, alsmede wachten op de fabricage van kippenbilletjes, biefstukjes en karbonaadjes gekweekt uit celletjes van mooie meiden en aardige jongens. Misschien komt het dan toch nog goed met bio-industrie, groei-economie, kernbommen, aarde, mens en dier.

Ik hou veel van mooie natuur en de dieren daarin, minder van kerkbestuurders - katholiek, hindoe, moslim of gereformeerd of wat dan ook voor geloof maakt me geen reet uit - en politici. Mooie dieren waren er voor me toen ik van de arbeid huistoe reed. Eerst spotte ik in Lierop vanaf parallelweg langs de A67 twee verwegge reeën. Helaas, het mooiranke wild laveide zo ver weg dat ik in ochtendschemer, er gloorde nog geen zonnestraaltje, niet kon vaststellen of ik twee reegeiten of dat ik een reegeit en een reebok zag.

En toen Lierop voorbij ik twintig minuten later m'n auto in stille boskant parkeerde, om een kleine honderd meter naar wei bij hondenterrein - hier worden vaak en veel politiehonden afgericht - langs Provincialeweg en Kempenweg te wandelen, zaten tussen bomen en struiken in beetje witte wereld twee konijnen voor hun holletje. Het leek wel of deze langoortjes ruzie met elkaar hadden, maar ik genoot van 't lieve plaatje. Zo mooi! toen ze me zagen komen, ging er maar eentje meteen naar binnen. Het andere bleef nog paar tellen naar me kijken.

Pas nadat ook het tweede konijn ondergronds dook, zag ik twee reegeiten, een moeder en haar geitekind, laveien tegenover het hondenterrein, helemaal aan overkant van de wei.

         

Eindelijk thuisgekomen mopperde vrouw gelukkig niet te erg op me, dat ik zo laat was. Welnee! zij en ik gingen meteen op weg naar Eindhoven, om daar twee boefjes en hun altijd grote honger hebbend kleiner broertje Gelukkig Nieuwjaar te wensen.

Bolsterturf, Nieuwjaarsdag vrijdag 1 januari 2010

1746
Vijf stille reeën, plus honderd stille witte schapen en één stil zwart schaap

Heel de dag was het buiten droog bij rond nul Celsius maar telkens wanneer Erpel en ik vlug eventjes naar dikke eik gingen, voelde de lucht waterkouder aan. Toch, het bankhangen moe tijgen tegen schemer hij en ik Bleke bossen toe. Het is een stille avond waarin een stille fietser, en daar een stille blauwe reiger, en daar de stille koplampen van een stille auto over puinweg. Maar waar ik stil loop en hij stil rakt, ruist het soms. Dit is het ruisen van vleugels. Heel onnodig vluchten blauwe duiven uit groene sparrentoppen. Deze vogels wilden daarin zeker al slapen gaan. En ginds een stille kudde indianenpaarden en, ook ginds, één stil zwart weischaap binnen stille kudde witte weischapen. Ook best ver weg één stil ree. Het laveit tegen boskant aan, in kale wei, pal voor vergeten blanke akkerfolie op net voor paar nachten matig vriezen geoogste akker.
"Het is koud Ep. We laten dit ree gerust... we gaan blokkie om door de pijpenstrootjes."
"Wrefff!"

Dan is klein half uur later het éne ree een reesprongetje van vijf geworden. Net bijtijds zet ik drie van de vijf, samen met op voorgrond de door Aardbeiboer 'vergeten' repen folie en op achtergrond de torens van Providentia, op foto. Helaas! ineens rent het elegante wild verder de weide op. Ik weet niet het waarom van dit rennen, snap er niets van, want nergens een mens te bekennen en ook nergens lawaai.

Vlug paar nog verderwegge foto's gemaakt, wat niet meevalt in schemering en zonder statief bij je. En dan rennen de stille reeën - het lijkt of ze niet meer blaffen, smalen en fiepen kunnen - weer verder. Niet te snel gaan ze, en telkens blijven ze om te zekeren poosje stil staan. Zonder buksknal niet te stoppen, begeven ze zich langzaam naar verder weg. En nog altijd weet ik niet waarom deze reeën vanavond zo onrustig zijn, want alles alles rondom zo lekker stil.

Voorbij de stille kudde schapen, plus honderd witte en één zwarte, struinen Erpel en ik huistoe.
"Dat éne zwarte schaap Ep, wat denk jij, is dat de ram of ook een ooi?"
"Pffftttttt..."

Bolsterturf, zaterdag 2 januari 2010

1747
Roodborsten, reeën en een moeder Schot met kalfje in witte wereld

Het sneeuwde in de nacht.

Ik drink koffie voor de ramen, kijk naar vogels achter de ramen.
Dit met camera schietklaar in hand.

Vrouw bezemde al pad en terras. Ook strooide zij reeds met gul handje vogelzaad.
Hoewel ik dit jaar nog geen alcohol genoot, lag 'k toen zij bezemde en strooide nog in bed.

Ik zie Turkse tortels, merels, kraaien, gaaien, vinken, eksters, houtduiven, groenlingen, kool-, pimpel-, kuif- en staartmezen, een zwart- of matkop, een roodborstman en een helemaal niet rode borst roodborstvrouw. Roodborstman zit in de rode kornoelje. Hij blikt naar links, hij blikt recht vooruit, hij blikt naar rechts en dan vliegt hij weg, zijn 't rood missende druk zaadjes zoekende echtgenotetje achterlatend in de sneeuw.

         

Druk drukker drukst vanmiddag in de bossen, want het is beetje vriezen mooi zonnig weer over witte wereld.

Ik zoek mensenleeg bos. Mensen zie ik door de week te veel. Maar vrouw met Erpel selectief aan de lijn struint met me mee. Wij drie zoeken reeën. En ook bunzings, vossen, hazen en konijnen willen we vinden. Sporen in de sneeuw verraden waar 't wild toeft. Wanneer ik vosvoeten achterna van slootkant afdwaal, gaat zij lief geduldig met Erpel op me staan wachten. Vanaf honderd meter zie ik haar in camerazoeker. Kijk! hoe ze spiedt door gele maïsstengels. En dan is ze ineens voor de gelegenheid mijn Lappenvrouw, ergens in nog witter, nog kaler en nog kouder grensgebied van bijna Noordpool.

Half uur later wijst ze naar een ver ree. Zonder haar mee had ik dit ree nooit gezien. Met zoomlens haal ik het tegen bleke zon in in stapjes dichterbij, wordt het een bok. Kort nog maar zijn bastgeweitje.

En dan mag Erpeltje poos vrij dollen door hei, pijpenstrootjes en sneeuw.

         

Helder blauwe lucht over sneeuw brengt vaak ijzige kou in avond en nacht. Toch wil ik om vier uur gaan fietsen door Heezer dreven.

Kijk! hier staat op maar honderd meter van de drukke Somerenseweg een fors ree op met prikkeldraad voor auto's ontoegankelijk gemaakt bospad. Zonder de witheid van de sneeuw zou ik het niet of nauwelijks op foto kunnen zetten. Het sneeuwwit maakt dat de camera, dit dood vernuftig scherpziend ding, een half uur langer dan op sneeuwloze avonden goed zicht heeft.

Door camerazoeker blijkt het ree een bok. Ik zag weinig reebokken het laatste jaar. Toch laat ik hem gerust, wil hem niet verjagen, fiets door.

Paar minuten later Somerenseweg over, zijn daar meteen twee reeën op bospad.
Met koude vingers kluns ik wat, schiet ze overbelicht camera in.
Echt wel ongelukkig sta ik erbij, half nog zittend op de fiets. Zo mis ik goede balans, kan camera nauwelijks stil houden. Afstappen durf ik niet. Dit niet omdat vingers en tenen alsof dood voelen.

Dan zijn er onverwacht vier reeën meer.

Maar heel eventjes blijft het wild op 't pad.

Nee, ze alle zes 'schieten' lukte me niet.

En dan, in al donkerte, wordt over de weiden witter nog de wereld: langzaam stil, maar toch echt wel snel, kruipt witte nevel dichterbij.

Reeën zoeken bij sneeuw en vorst niet gauw weimidden op. Deden ze dit per ongeluk wel, kan je ze in mist of nevel niet meer ontdekken. En om bos toe verre foto te maken, daarvoor is het in wintertijd januari om vijf uur zelfs bij sneeuw te donker geworden. Dus doe ik op huis op aan, ren om weer warm te worden stukje met fiets aan de hand. Daarvan schrikt een Schots hooglandkalfje. Dat was meter of dertig afgedwaald van de koeien, stond alleen met de bonkige grote stier aan 't prikkeldraad. Terwijl deze laatste me sullig aankijkt, hobbelt het kleine ding moeders toe.

Bolsterturf, zondag 3 januari 2010

1748
Struinen door stukje Zuidoost-Noord-Brabant

Ik struin met m'n foxie Erpel door stukje Zuidoost-Noord-Brabant witte winter. Ik zie - ze hebben Erpels aandacht niet - op de sneeuw vluchten grauwe ganzen. De ganzen staan, grazen en slapen voor kudde bonte indianenpaarden voor bosrand.

Zo jammer, vind ik, dat de sneeuw maar paar centimeters dik is. Zelfs de stoppeltjes van ruw afgehakte maïsstengels pieken uit het wit.

Wat eigenlijk is sneeuw? Ik las in het internet dat sneeuw bestaat uit onregelmatig aan elkaar geklitte ijsnaaldjes en stofdeeltjes, met heel veel lucht ertussen, saamgekoekt tot onregelmatige zespuntige kristalletjes.
"Waarom zespuntig?" vraag ik me af. Wanneer ik dit aan Erpel vraag, antwoordt hij me uiterst oneerbiedig met "Pffttt!" en spuit weg, achter een uit slootkant sprintend konijn aan. Iets wat hij niet mag van mij, politie, doodschietjagers, officieren van justitie en rechters. En toch probeert hij het telkens weer om een konijn, soms ook een haas of een ree, te vangen. Dit, denk ik, omdat het zijn taak is om thuis en bij de buren de konijnen uit de tuinen te houden. Maar dan ligt hij daarna altijd meteen plat als ik "Erpulllll affffffffffffffffffffff..!!" schreeuw.
Ik vind het echt wel moeilijk allemaal, want hoe leer je een hondje het verschil tussen een tuinkonijn en een bos- of veldkonijn? En loopt u graag aan het lijntje met een strop rond uw nek?

Maar dan is daar voorbij ganzen, patrijzen, reeën, winterkoninkjes, mezen, buizerd, zwarte kraaien, merels, vinken, zwarte specht, bonte specht, sperwer, vogeltjes waarvan ik niet kan zeggen welke vogeltjes precies, blauwe reigers, haas en nog paar konijnen meer ineens een donkere, een in de verte bijna zwarte vlek, een vlek die beweegt in de witheid van weiden en akkers. Net voor ik camera schietklaar heb, is de vlek hoger en groter geworden, rent een ree, bij nader inzien een bok, over de sneeuw. Ik volg hem door de zoeker tot hij met rennen stopt, rustig gaat laveien.

Erpel en ik speuren een vos in voor Brabantse begrippen zeldzaam dicht berken- en sparrenbosje. En we stellen vast dat reeën graag rusten onder de lage en brede takken van zeedennen.

En dan is het bijna donker geworden, dwarsen we toegevroren brede sloot en komen we nog voorbij een kuddetje schuw nieuwsgierige schapen.

Bolsterturf, maandag 4 januari 2010

1749
Deze maand en nog tot 16 maart worden zwangere reeën
en hun kalfjes van vorig jaar doodgeschoten

Reeën zoeken in de winter elkaar op. Dan vormen ze groepen. Jagers noemen meer dan twee reeën bijeen een sprong. Deze winter zag ik tijdens mijn woon-werkverkeer nog nergens een grote reesprong. Een zessprong was het record. Ik wil sprongen zien zoals ik ze zag in Zuidoost-Drenthe en in de Duitse laagvlakte, sprongen van twintig reeën, nee, van dertig reeën, nee, van nog meer reeën.

Ach, nu woon ik in Brabant en zal ik direct ten noorden en ten oosten van Lierops dorpskern wel nooit een grote sprong reewild vinden.

De reewildjacht is begin deze maand weer geopend, is weer los! De jagers mogen weer knallen op het altijd ongewapend wild. Onze dappere Lieropse Sangmoerdoodschietjagers hebben zeker weten hun buksen reeds geladen.

Deze maand en komende maanden, tot 16 maart, zullen - waarom toch? - zwangere reegeiten en hun kalfjes van vorig jaar worden doodgeschoten.

De rikken van foto's één tot en met vijf, moeder en dochter, kwamen vanuit de auto op foto. Allebei maken ze goede kans al voor de lente dood te zijn.
Zo makkelijk als ik reeën vanuit de auto op foto zet, zo makkelijk schieten jagers ze vanuit hun auto's dood.

Gelijk alle reebokken mag de bok van foto's vier en vijf, al dan niet reewildtelling dubbel of driedubbel geteld, vanaf de eerste mei doodgeschoten. Maar zie op de laatste foto dit driesprongetje genieten van elkaar. De reeën van dit groepje van drie, van dit driesprongetje dat pal tegen verharde weg Broekkant aan laveide, speelden nog toen ik wegens tijdnood verder moest rijden, werktoe.
Terwijl ik ze bestudeerde speelden de reeën in kou en sneeuw alsof het al lente is, alsof er geen winter, geen jacht en geen dood bestaat.

         

Terwijl geen strafbaar feit gepleegd almaar wachten op de dood

Wat is dit voor wereld waarin ik leef? Meer nog dan aan jacht en jagers kan ik me ergeren aan de heel veel grote en blinde bioschuren in het landschap, voor mij veelal Verboden Toegang schuren.

Ik vind dat dieren niet heel het jaar door in enge en donkere ruimten bijeen moeten worden gepropt, erger me daarom aan iedere bioschuur.

Ik vraag me af: hoe zullen de bioschurenboeren het vinden als ze worden veroordeeld tot levenslange opsluiting? Zien ze zichzelf al zitten, met medeboeren bijeen gepropt in een donkere schuur, in hopeloze verveling almaar wachten op de dood?

Zie de foto. Witter nog dan de witte sneeuw zijn de deuren van de bioschuren. Zo valt dierenleed en dierenmishandeling - leed en mishandeling vaak met goedvinden van onze Overheid - niet op.

Bolsterturf, dinsdag 5 januari 2010

1750
Over vogelzaad mag ik niet zeuren, en sporen in sneeuw liegen niet

Ook vanmorgen kwamen heel veel vogels, grote en kleine, naar vrouws vogelvoederhuisjes in de tuin. Die vogels kwamen zich allemaal zat eten aan peperduur vogelzaad. Iets waar ik van vrouw niet over mag zeuren.

Mijn Erpel en ik, ook vanmiddag struinden wij twee, naar en voorbij waar wij reeën onder zeedennen weten, naar waar ook Reintje en Reininneke Vos.

En ook fietste ik vanavond weer een grote ronde door bos en veld, over sneeuw en over de bandensporen van jachtauto's van dappere Brabants Landschap- en Staatsbosbeheerdoodschietjagers.

Ja! inmiddels weet ik van alle mijn rontelom bos en veld - sporen in sneeuw liegen niet - waar er matig, waar er weinig en waar er helemaal geen reeën wonen.

Maar zo zielig! in avondvorst en schemering hoorde ik het in de Herbertusbossen tussen prikkeldraden gevangen Schots hooglandvee klagelijk loeien. Zelfs voor het kalfje is er in de daar kale en witte wei geen vlieg- of zeeden beschikbaar, om uit de wind en sneeuwvrij lekker onder te kunnen slapen.

Bolsterturf, woensdag 6 januari 2010

1751
Kraaien maken ruzie met fazant, en een reiger staat stil gedoken

Januariwinter 2010. Veel en lange tijd sneeuw over de velden. Alle door bomen en struiken verloren zaden zoek onder het wit. De reeën graven naar eikels. Ook de vogels hebben grote honger.

Honger maakt mens en dier strijdvaardig.
Zie je niet gauw. Dat een fazant ruzie maakt met kraaien. De ruzie die ik vandaag zag, ruzie tussen kraaien en haanfazant, ruzie om ik weet niet wat, duurde dan ook maar paar seconden. Te laat had ik op gladde Lieropse Veldweg m'n pinda gestopt en camera aangezet. Toch kwamen kraaien en fazant op foto.

Misschien ging de ruzie om door boer van nabije boerderij verloren maïskolf.

Heer Fazant hield de eer aan zichzelf. Die schreed waardig langs wegkant weg, slootkant in. Kijk hoe hij loopt, zo beetje bang eigengereid, zo dandyachtig ook.

Januariwinter 2010. Veel en lange tijd sneeuw over de velden. Sloten en kanalen toegevroren.

Op de drie foto's staat op witte stoppelakker stil gedoken een blauwe reiger te wachten op muis of mol.

Terwijl ik spiedend naar reewild in m'n pinda langzaam over spiegelglad Broekkant tufte, zag ik deze grote mooie blauwe vogel op de akker, bij T-splitsing met parallelweg langs de A67. Toen ik stopte om door zijraampje foto van hem te maken, flapte hij bijna meteen al weg, om kleine vijftig meter verder weer neer te strijken. Vlug, maar niet snel want de weg was glad, reed ik hem achterna, maakte ik nog 'n foto.

En nu ik dit schrijf ben ik even de lieve geitenbisschop van Den Bosch: "Beminde gelovigen, laten wij bidden dat de winter gauw voorbij zal zijn en dat ook deze wilde vogel ijs en sneeuw mag overleven. Gelukkig is het niet onze schuld dat hij stinkt naar levertraan en niet te vreten is, dus niet in hokken en schuren behoeft te worden gehouden."

Bolsterturf, donderdag 7 januari 2010

1752
Na min 13 in de nacht struinen bij min 3

Na min 13 in de nacht struinen foxie Erpel en ik bij min 3 door de dag. Soms lopen we onder grauwe lucht, soms is er fletse zon uit beetje helblauw. Veel diersporen in de sneeuw. Oude sporen en nieuwe sporen kruisen elkaar, maar het wild gebruikt ook telkens weer zelfde wissels. Grauwe ganzen in honderdtallen bij door boerjager 'vergeten' om te oogsten maïsveldje annex voerakkertje. Ook zijn er op dit akkertje altijd wel vinken en houtduiven. Zelfs een blauwe reiger wiekt er van weg. Deze laatste probeerde om muizen, die dolgraag maïskorrels lusten, te vangen. En dan zijn er voor alweer huistoe moeten nog drie reeën in een berkenbosje en een winterkoninkje dat zich telkens voor me in kniehoge struikheide verstopt.

Bolsterturf, vrijdag 8 januari 2010

1753
Ik meende een vos te zien

In jeugdig daglicht reed ik binnendoor van stad naar dorp, meende ik in de verte een vos te zien.
Van dichterbij bleek deze vos een hondje, een keffertje dat ik weet te wonen. Het was duidelijk helemaal alleen op stap in 't winters wit. Het zal ergens bij 'n teefje de nacht hebben doorgebracht.

Op dit hondje na waren zowat overal in buiten kille wind - bij toch maar drie graden vorst - de witte akkers en de landwegen leeg van zichtbaar leven. Alleen maar wat mensen ook in een auto. Nergens een wandelaar. Nergens een fietser. Nergens een bromfietser. Nergens een vos. Ook nergens 'n haas of 'n konijn. Wel wat vogels en halverwege heel in de verte twee reeën. Die laveiden door m'n 10x50-kijker aan boskant. En ik bijna thuis renden, ik weet niet voor wie of wat op de vlucht, langs puinweg drie reeën uit dun wegkantbos dichter bos in.

Voor bij Erpel en Bolleke op de bank in slaap te vallen, waren er de tuinvogels: houtduiven, Turkse tortels, eksters, kraaien, kauwen, een Vlaamse gaai, vinken, groenlingen, kool- en pimpelmezen, merels, een roodborst, twee heggenmussen en een winterkoning.

Alle vogelfotografie wilde maar niet lukken. De vogels kwamen van 't camera-geheugenkaartje min of meer wazig in m'n computer terecht. Ik klootfotograaf geef daarvan graag de schuld aan de buiten sneeuwstorm, en meer nog daarvan de schuld aan door vrouw van binnen en van buiten niet goed gewassen ruiten.

Bolsterturf, zaterdag 9 januari 2010

1754
Wandelen, speuren, fietsen en wat foto's in witte wereld

Over verse sneeuw doen vrouw, onze Erpel en ik zondagmorgenwandeling bij min één. We verkennen de Sterkselse Lange Bleek.
In de sneeuw veel sporen van konijnen, minder sporen van reeën en mensen, nog minder sporen van hazen en maar twee sporen van de familie Vos.

Met honderden tegelijk op de wieken gaande grauwe ganzen schrikken een ree uit door boerjager vergeten om te oogsten maïsveld. Dit ree snelt schapenwei over. Door de hoge maïsstengels kan ik het meteen al niet meer bereiken, maar dan zie ik wat seconden later aan weioverkant, bijna in heideveld al, door de zoeker nog twee reeën meer.

Eekhoorns houden een winterslaap. Toch rent bij boerderij met rood pannendak een eekhoorntje het ter plekke spiegelglad puinpad over. Erpel wijst de spar aan waarin het verdween. Helaas, in de dichte kruin en ook in buurbomen is het diertje nergens meer te vinden.

Na vanaf de luie kamerbank vogels kijken - ik zag meesjes zonder staart, een dansende kauw en zelfs een wijfjeshavik (blauwer en veel groter dan een wijfjessperwer) - alsmede na flink koffie drinken en boterhammen verslinden, trek ik dan er alleen op uit, in inmiddels één graad dooi. Zodra in de bossen, bijt ik me meteen vast in een zo te zien niet meer dan hooguit paar uur oud vosspoor.
De afdrukken van een vosspoor vormen veelal een rechte lijn, een snoer. En ja! heel netjes zette Reininneke heur pootjes precies achter elkaar. Na een half uur het snoer volgen, volg ik ineens de sporen van twee vossen. Reintje Vos voegde zich bij zijn vrouwtje. En dan ben ik, toch kwartier later maar, bij een me reeds bekend vossenhol.
(Een vos kan wel kilometer of dertig rondzwerven in een nacht. Het heeft daarom weinig zin om een ouder dan paar uur vosspoor na te lopen.)
Beide sporen gaan ondergronds.
Ik maak twee foto's, draai dan meteen om, ga terug naar huis.

Ik hou van maar weinig schrijvers. En de grote kranten kunnen me al jaren niet meer bekoren. Bovendien heb ik aan televisie kijken een bloedhekel. Laatst maar niet het minst word ik inmiddels van chatten doodziek. Daarom ging ik tegen donker nog met m'n fiets op stap. Fietsdoel: een in erbarmelijk slechte staat verkerende puinweg door bos en veld heen- en terug fietsen.

Net als ik in boskant en al flink schemer een winterkoninkje op foto wil zetten, komen allemaal tegelijk zes reeën weide op. Ze zijn best wel ver weg, meer dan honderd meter, maar dat hindert niet. Alle zes komen ze op foto. Zie ze spelen en ravotten met elkaar!
Om een lang verhaal kort te maken: deze reeën maken dat ik het kleine vogeltje helemaal vergeet.

Na de zessprong zijn er dan, ook ver weg in wei, nog drie reeën meer. Deze drie - bok, rikke en een kalfje - laveien langs de puinweg en voor veemans alsof indianenpaarden zo bonte paarden, ik denk slachtpaarden, en ook voor grote stronttank en kleine stronttanks van boermans.

Bolsterturf, zondag 10 januari 2010

1755
Reeën rusten, slapen en laveien in hoogzit- en jachthutzicht

Mij ontbreekt de tijd

voor 't schrijven

van 'n lang verhaal,

maar mijn plaatjes lezen mag u altijd.

En toen waren tegen donkeravond er nog de ganzen en ook nog de reeën.

Bolsterturf, maandag 11 januari 2010

1756
Goudgele korrels en loden korrels voor het wild, in De Pan van Staatsbosbeheer

Fijn en gezond! over sneeuw zwerven door vroegmorgen. Ik zoek met ogen en oren naar wild en vogels; mijn hondje Erpel zoekt met neus, oren en ogen. Overal waar we gaan is het rond nul Celsius, maar tegen wind in zorgt het matig oostenwindje voor heel veel kouder gevoelstemperatuur.

Na best veel dagen sneeuw lijkt het wel of er duizend reeën, honderd hazen en honderdduizend konijnen wonen in 't rontelomme bos en veld. Dat komt omdat deze dieren iedere nacht er weer sporen bij maken. Waar het reewild veel over zelfde wissels ging, lijkt het of een zessprongetje wel dertig reeën telt.

We gaan voorbij een zeeden met horizontale stam, voorbij konijnenholen en voorbij een vossenburcht. Hoewel veel vossenpootjes in de sneeuw, zie ik aan Erpel dat er zich geen vos in dit grote hol met vier in- en uitgangen bevindt. Ook voorbij zwarte kraaien, roeken, blauwe duiven, merels, vinken, mezen, spechten, een gaai, winterkoninkjes, roodborstjes en paar honderd grauwe ganzen komen we. Waar we reewild weten in dicht dennenbosje en onder zeedennen, laten we het gerust. Wel wijst Erpel me nog drie konijnen in hoge struikheide aan. Nadat hij even voorstaat, sprinten de langoortjes weg, een konijnenpijpje binnen.

Tegen schemering laat ik Erpel bij het vrouwtje thuis, fiets ik naar De Pan van Staatsbosbeheer. Hier laveit om twintig over vier in echt wel gure oostenwind één ree in weikant. Het lijkt wel of dit ree speurt. Langzaam lopend gaat het met z'n snoet over de sneeuw. Het heeft helemaal geen erg in de ijzeren hoogzit in boskant. Het speurt bos in. Gelukkig is met dit koude weer het hoogzitding onbemand, zit er geen doodschietjager op.

Een minuut later spot ik nog een ree, in andere boskant. Dit ree is druk met laveien in de luwte van het bos. Telkens krabt het met voorvoethoefje beetje sneeuw weg. Weer minuut later komt nog een ree te voorschijn uit boskant. En dan, weer minuut later, laveien er drie reeën.

Waren er veel reeën, zou ik dertig of meer reeën zien en niet maar vier.

Ik laat de reeën gerust, ga verder om mijn fiets te verstoppen, iets wat bij speursneeuw niet makkelijk is.

Ondanks twee paar sokken aan wandel ik met kouwe tenen over bospaadje mijn spoor van gisteren achterna. Plots valt me op dat groter voeten dan de mijne mijn gisteren voetstappen ook achterna liepen. Zo mijn eigen spoor en het spoor van de man met groter voeten volgend, kom ik uit bij de jachthut die ik gisteren in dit bosgebied, deze boswachterij De Pan ontdekte. En ik ontdek meer: bij de jachthut werden met gulle hand maïskorrels gestrooid. Hier is nu een tientallen meters lange en meter brede baan van maïskorrels, mooi in vanuit de hut schootsveld.

Fazanten, patrijzen en duiven lusten maïs. Kraaien en roeken ook. Zelfs reeën vinden het lekker!!

Ik ben zo brutaal, maak ook vandaag wat foto's van jachthut en van hoogzit, deze geschutstorens in bos van Staatsbosbeheer van waaruit, van waaraf ons mooie reewild wordt doodgeschoten. Ook de omgeving komt op foto.

En dan zijn in donkeravond bij Providentia weer veel ganzen en slechts vier reeën, maarrrr... zo klote... ook bij Providentia heel duidelijk weer de bandensporen van de jachtauto van dappere mannen met kogelbuksen.

Bolsterturf, dinsdag 12 januari 2010

1757
Boshaas op topspeed

Een groot boshaas op topspeed.
Dit haas rende mij bijna omver,
knalde zowat tegen me op.
Het had zeker weten groter op foto gekund,
en heel veel mooier ook,
wanneer ik niet over 't pad had lopen dromen.

Bolsterturf, woensdag 13 januari 2010

1758
Twee verwegge Lieropse reeën in vroegmorgen in dooisneeuw

Kijk! zie de reeën, zie de argeloos oplettende rikke, zie de zo mogelijk nog meer argeloos dom oplettende oren en het kontje van de reebok. Zo mooi! twee verwegge reeën gespot door camerazoeker, in vroegmorgen in vrije natuur in dooisneeuw. Langs takken van onlangs door boswerkers omver gecirkelzaagde beuken zekeren ze, naar op de Lieropse Kempenweg uit zwart autootje gekomen man in groene trui.
De man zag, over door het vriezen van de laatste weken geel geworden groengewas heen, deze reeën staan in wei. Hij stopte z'n autootje en stapte vlug uit. Dit uitstappen hoorden ze - in stille wereld maakt open doen van een blikken portier reuzenklik. Dit uitstappen zagen ze ook, immers de man bewoog. Op enige afstand neemt een ree een niet bewegend mens niet waar wanneer die geen lawaai maakt en de wind alle mensengeur wildaf meeneemt. Maar het autootje stopte zo plots, en het is groot genoeg, en de koplampen doen het allebei. En de man probeerde om over kale dofwitte akker tiental meters dichterbij te komen. Zo wilde hij voorbij met cirkelzaag neergehaalde en daarna witte akker opgesleepte rode beuk beter schootsveld krijgen. Daarom vertrouwen de reeën het allemaal niet meer. Toch blijven ze - tegen hun beter weten in? - staan zekeren, kijken, staren.
Onbeweeglijk nu man en reeën. En maar kijken naar elkaar. Lang genoeg en dichtbij genoeg voor de man om ondanks nog beetje schemer - nog rees grote rode zon niet boven door gek op dikke-boomstammen-euro's-bosbaas tot deze winterdag gespaarde verderoppe hoge beuken uit - ze op foto te zetten.

Bolsterturf, donderdag 14 januari 2010

1759
Vraag aan jagers en Staatsbosbeheer: waarom wordt in boswachterij
De Pan bij jachtkansel het reewild bijgevoerd met maïs?


Door 20x50-kijker en cameralens 24x optisch zoom snoepen reeën in Staatsbosbeheer De Pan van bij doodschietkansel gevoerde maïskorrels

Sterksel, Staatsbosbeheer Boswachterij De Pan
In laatschemerochtend
Ik ben op puinweg eigen weg - betreden op eigen risico, een puinweg door het Sterksels veld. Hier zit ik in mijn auto en loer door dikke verrekijker. Naar 't noorden toe tel ik voor en boven bio-industrieschuren meer dan duizend grauwe ganzen. De vogels zijn rusteloos, gakken soms van jewelste en vliegen af en aan.

De andere kant op begint voorbij akkers en weiden zo'n kilometer verderop boswachterij De Pan. Deze boswachterij is bezit van Staatsbosbeheer. En nu verklapt m'n kijker me daar in boskant een sprongetje reeën. De ranke dieren doen zich bij jachtkansel, bij jachthut op palen, tegoed aan onlangs met gulle handen rijkelijk gestrooide maïskorrels. De jagers doen hier echt wel alle moeite om reeën naar hun kansel te lokken. Hebben ze de reeën goed op 't voer, kunnen ze er vanuit de hut makkelijk veel doodschieten.


Bij jachthut door jagers gul verstrekte maïskorrels, waarbij de sporen van dood te schieten reeën

Sterksel, Staatsbosbeheer Boswachterij De Pan
In laatschemeravond

Waar ik vanmorgen vanuit m'n auto heel in de verte reeën zag, daar kom ik vanavond fijn fietsend door bos en veld voorbij. Ik ga jachtkansel en heel veel maïskorrels toe. Zo kom ik voorbij ganzen, en ook voorbij een zo te zien halfdode reiger, een paar kraaien en verder niks geen wild. Ook zijn er nu geen reeën bij hoogzit en maïskansel. Waarschijnlijk zijn ze tijdelijk verjaagd door de jagers die weer kwamen bijvoeren, want ondanks dat de reeën kwamen snoepen is de maïslaag nu dikker dan vorige keer dat ik hier was. Wèl zijn er nog de afdrukjes van de reehoefjes in de dooisneeuw, vooral daar waar het gulst de goudkleurige korrels werden gestrooid.

En dan is even later er ook weer de ijzeren hoogzit. Staande bij het onding ontdek ik toch nog een ree. Het laveit paar honderd meter verderop bij boshoek.

In al donker over zand- en puinpaden huistoe fietsend, komt op puinweg - slecht wegdek (soms is de tekst op een verkeersbord echt wel allerdomst) een donkere terreinauto zonder licht aan langzaam me tegemoet gereden, en rent één ree van zandpad weg. De bestuurder van de wagen, man in donkere kleding, kijkt naar me, maar rijdt, net zo langzaamaan nog, voorbij. En ook zijn er dan weer de duizend ganzen. Deze laatsten babbelen almaar vrolijk in de beetje dooiavond. Soms echter maken ze herrie. Dit wanneer er een vlucht vertrekt. Groter herrie maken ze als er uit de grauwe winterlucht een vlucht arriveert. De ganzen, in de schemering haast onzichtbaar op de donkere weiden en akkers, worden bij op de wieken gaan tegen de lichter lucht zwarte bonken, snel daarop zwarte stippen. Bij aankomst worden stippen bonken, tot geland de ganzen opgaan in groezelig grauwwit, de kleur van beetje sneeuw nog over wei, of opgaan in 't meer zwartwit van beetje sneeuw nog over akker.

Dames en heren van Staatsbosbeheer De Pan en dames en heren Panjagers, ik meen te weten dat Staatsbosbeheer geen voorstander is van het voederen van wild. Waarom wordt in boswachterij De Pan het reewild dan wel met maïs gevoerd, zelfs verwend?

Bolsterturf, vrijdag 15 januari 2010

1760
'k Ben ziek

Vandaag zou ik een verhaaltje schrijven over ouwe stropers, maïs, anijs en brandewijn, maar 'k werd ziek. 'k Ben nog ziek hoewel niet meer tè erg. Toch ga 'k weer terug naar waar ik heel de dag al was, terug naar bed.
Ik weet niet wat ik voor verkeerds nuttigde, maar gisteravond werd ik plotsklaps zo beroerd als een mens maar beroerd kan zijn, kotste ik al het avondeten uit en liep ik zomaar van onderen helemaal leeg.

Bolsterturf, zaterdag 16 januari 2010

1761
Weer zowat beter van dag ziek geweest paar uur met fiets op stap

Weer zowat beter van dag ziek geweest paar uur met fiets op stap. In vroegmorgenschemer, miezelregen en nevel. Bij plus drie spiegelglad op door auto's sneeuw tot ijs gereden. In dooisneeuw van de nacht sporen reeën, vossen, hazen, katten, bunzing en konijnen. Onderweg geen mens. Nauwelijks zelf 't wild: vier reeën, haas, drie konijnen, wat zwarte kraaien en blauwe duiven maar. Wel ook merels, buizerd, twee blauwe reigers en vogelgrut. Laatst maar niet minst honderden ganzen op wei naast wei met bonte (ik denk slacht)paarden. Reeën bij hoge zit en jachtkansel. Afstand kansel - hoge zit 150m. Hier ontkomt bij buksen aanwezig geen ree of vos 't kruisvuur. Deze kansel en deze hoogzit? Ik denk illegaal eigendom. Van wie? Ik denk van dappere Staatsbosbeheer Panjagers. Van breed pad naar hoogzit paar meter. Steeds smaller paden kom je netjes bij kansel. Kan ook rechtstreeks. Over wei dan. Blik in en uit kansel? Kijk! luxe bureaustoel voor zittend schieten. Kijk! Uitzicht naar drie kanten. Zorgvuldig sluit ik bij vertrek schietluikjes en deurtje.

Na tukkie doen in dag rikke en heur rikkekalf: kogelvoer bij Providentia. Gelukkig niet hier kansel. Gelukkig hier geen hoogzit. Wel wei en Stichting Het Noordbrabants Landschapjagers. Die ook dappere mannen. Ze - de dapperen dus - rijden op geregelde tijden rond. In terreinwagens: ruime bakken met verwarming van waaruit alle wild moeiteloos valt neer te knallen.

Bolsterturf, zondag 17 januari 2010

1762
Groot lief boefje en klein lief boefje,
'n rikke zonder kalfje en 'n rikke met kalfje

Oma, Erpel en opa mochten met ze mee uit wandelen, met groot lief boefje en klein lief boefje. Kijk! hier wijst Martijn aan oma, opa, Erpel en Thomas de weg, stappen onze boefjes hand in hand vooruit, naar de zwarte lama van Providentia. En kijk! ook gele Bumba mocht niet thuisblijven.

Later in de dag, terwijl groot lief boefje met oma stamppot boerenkool maakte en klein lief boefje dut deed, kwamen opa en Erpel in de bleke bossen een allene rikke tegen. Opa kent deze rikke, verwonderde zich dat ze helemaal alleen was. Ze liep door heideveld met overmaat aan pijpenstrootjes, prikkeldraadafrastering langs pad toe. Soepel en lenig gleed ze tussen twee van vijf strak gespannen prikkeldraden door - zonder ook maar eventjes een draad te raken. Om te zekeren, stil te blijven staan op het pad, gunde ze zich geen tijd. Meteen verdween ze in boskant van lorken en sparren.
Toen de rikke uit zicht was, mocht Erpel, uiteraard aangelijnd, van opa gaan zoeken naar haar kalf vorig jaar april geboren.
Erpel en opa vonden het jonge ree niet. Waar kan het gebleven zijn??

Maar toen was daar later in de middag, in namiddag al, in bijna donkerwinteravond al, een andere rikke wèl met haar kalf. Deze twee reeën, rikke en kalf allebei: ook kogelvoer van 2 januari tot 16 maart.

Het is echt wel klote gesteld met het respect voor dieren in goeddeels christelijk en ruimschoots sociaaldemocratisch geregeerd Nederland. De idioten machthebbers willen zowat overal Erpel zien lopen met een strop rond z'n nekkie! En echt wel onbegrijpelijk dat van alle Nederlanders alleen maar Geert Wilders beveiliging behoeft? En ... en ... en ... en zo goed als dat zieke en gezonde varkens, koeien, geiten, schapen en kippen geruimd en geslacht mogen en moeten worden van draaikont Balkenende en diens om macht en poen vechtende goed voor zichzelf zorgende mederegeerders, moeten en mogen ieder jaar weer hazen, reeën, herten en zwijnen doodgeschoten. Zelfs drachtige dieren en jong grut nog geen jaar oud dienen de kogel of een schot hagel te krijgen.
Ach, wat kan, wat mag, wat wil ik er van zeggen? Dierenbeulerij vinden machthebbers, dappere jagers, vieze koks en vette Nederlanders nou eenmaal een summum van genot.

Ander onderwerp want ik wil geen Christus zijn. Zie reeën in de verte maar eens uit de losse hand scherp op foto te krijgen. Dat is heel veel moeilijker dan ze dood te schieten. Maar minder moe word ik van drie uur struinen en wat foto's knippen dan van me ergeren aan mijn medemens vleesvreter, werkslaaf en auto- en eurogek.

Ach, wat zeurt deze opa toch weer! Zoiets als scherpe of scherper foto's is helemaal onbelangrijk toch? Het moet gaan om de belevenis! En zekerder dan je leven is je dood. Nou ja, gelukkig zijn er wel zekerheden in het leven. Ik weet, en ik weet het zeker, want kan schieten en knippen, makkelijker en meer comfortabel is het om vanaf hoogzit of vanuit auto een ver weg ree dood of ongelukkig te schieten, dan met fiets en camera in schemering zo'n ree uit de losse hand beetje fatsoenlijk op foto te zetten.

Bolsterturf, maandag 18 januari 2010

1763
Een in vette nevel ochtendwandeling langs Heezer boskant

Vrouw chauffeert door vette morgennevel. Ze rijdt naar Geldrop, wil daar zijn om negen uur, geeft Erpel en mij 'n lift. Ze stopt bij smal paadje. Daar stappen Ep en ik uit. Na paar minuten lopen hij en ik tussen hekwerk achterzijde Kempenhaeghe en Sterkselsche Aa. Houten boogbruggetje over grasduinen we verder, over breder pad tussen boerenweiden en oostrand van de Heezer gemeentebossen, helemaal de Somerenseweg toe.

Erpel en ik doen langzaam en voorzichtig. Herrie en veel beweging zijn taboe. Hij mag van me zelfs niet muizen. De geluiden van vogels, soms ook van beetje wind, vind ik genoeg. Een houtduif koert in de stilte. Die heeft zeker al de lente in de kop. Een specht roffelt zo goed. Die heeft zeker grote honger. Bezij het pad rumoeren troepjes mezen in berken en lorken.

Ineens staat op kleine tweehonderd meter voor ons een ree op 't pad. En dan is daar paar tellen later nog een ree. Het eerste ree een rikke, het tweede haar kalf. Ik sta al onbeweeglijk. Erpel zit al op z'n kont. Samen zijn wij onbeweeglijk nu, nee, niet helemaal onbeweeglijk: zijn oren en zijn natte neus kan hij maar niet stilhouden, die moeten altijd bewegen.

Onverwacht en onwelkom komt van in de nevel onzichtbare boerderij een geluid als van ijzer op ijzer. De reeën storen zich hier zichtbaar aan. Ze worden onrustig, zekeren richting klìnggg en klanggg, doen het bos in.

Dat de reeën gingen is niet erg. Nauw twintig minuten later, bijna bij 't begin van de Herbertusbossen al, laveit een reebok in wei. Ook hij is best ver weg, vanwege de vette nevel bijna niet digitaal te vangen.
De bok ziet Erpel en mij niet. Langzaam laveit hij van ons weg, verder nog de nevel in.

Tien mins voorbij de bok mag Erpel eindelijk vrij. Gaan wij fijn samen poosje spelen. Heeft hij wel verdiend. Muisstil zat hij langs me, muisstil keken wij naar de reeën. En wanneer ik dan voor hem een stok om te apporteren wei in smijt, rent er een vosje weg, meter of dertig maar van ons vandaan. Dit vosje kon zich zo dun als een vloerkleedje maken. Het kàn zoiets. Zowel Erpel en ik zagen het niet op 't weigroen. Allebei dachten we de wei wildleeg.

Nogmaals tien mins later luisteren Ep en ik naar het hoe-hoe-hoe-hoe-hoe van een ook al lentegekke holenduif. Maar dan toetert een auto voor de afsluitpaal van 't pad Somerenseweg toe de duif stil, is Eps en mijn ochtendwandeling ten einde, arriveerde taxichauffeuse vrouw.

Bolsterturf, dinsdag 19 januari 2010

1764
Waar zijn de reesprongen van tien of meer reeën gebleven?

Zij eet, zij graast, nee! zij laveit. Deze Mevrouw Rikke hier op foto was vanmorgen de helemaal allene Koningin van motorcrossbaanbos langs de A67.

Als ik heur ontwaar, vraag ik aan mezelf: waar toch zijn hier de grote reesprongen (de wintergroepen reeën) van paar jaar terug tien of meer reeën gebleven? Zowat alle reeën doodgeschoten door de kogelgeile Sangmoer- en Oeijenbraakjagers?

Bolsterturf, woensdag 20 januari 2010

1765
Dertien Lieropse reeën in twee sprongetjes in sombernatte vroegmorgen

Gisteren vroeg ik het nog aan mezelf: 'Waar zijn de reesprongen van tien of meer reeën gebleven?'
In mijn omgeving, zowel waar ik woon als waar ik meesttijds toef, tref ik nooit meer dan zes reeën bijeen. Toch! vanmorgen kom ik tussen huis en chalet zomaar twee reesprongetjes tegen, een negensprongetje - bijna sprong van tien! - en een viersprongetje.

Het negensprongetje laveit en speelt - de bokken hebben beetje al de zoete zomer in de kop, ze rivaliseren zo goed, ze zitten mekaar in dominantiedrift achterna, over wei bij Lieropse camping De Somerense Vennen. Àlle negen spelen ze, ook de rikken en ook de kalfjes van vorig voorjaar.
Als ik naar deze reeën kijk, is het alsof er geen jagers met buksen bestaan.

Helaas! allemaal spelen de reeën achter in de wei. In de beetje schemer nog zonloze en sombere ietwat natte witte vlokken en miezelregenmorgen zit ik er op afstand in auto bij en maak foto's. Vanaf de Bussersdijk komen de ranke dieren onscherp op foto. En waar ik ze alle negen tegelijk digitaal probeer te vangen, lukt me dit niet.

Al foto's makend denk ik: 'Misschien is het jonge ree dat je voorbije zomer domweg aanreed ook bij deze negen'.

Kilometer verder zijn er nog meer reeën. Bij hondenterrein Kempenweg 3 staan er aan overzij van wei drie in boskant.

En dan eindelijk chalet en de thermostaat flink hoog gedraaid, zijn er ook nog honderd of meer tuinvogels, meest klein grut. Maar haha, ook spechten, duiven, kraaien, kauwen, eksters en gaaien heeft mijn vrouw lief.

Bolsterturf, donderdag 21 januari 2010

1766
Twee reebruine ogen, die keken de jager an

In vanmorgen grauwe vroegte fietste ik en reden twee jagers in poepbruine terreinwagen door Heezer en Sterksels bos en veld. Nog maar paar dagen strenge winterperiode voorbij, moeten er al weer dieren doodgeschoten. Voorbij deze jagers, tweemaal kwam ik de mannen tegen, was er een mini sprongetje reewild. Ik meen een moeder rikke met twee kalfjes, maar kan ook zijn dat het rikke, jonge bok en kalfje betrof.
De reeën speelden en laveiden, langs zandpad, in wei. Ze oogden blij nu weken lang durende barre kou met sneeuw en ijs en honger lijden voorbij is. Ja! ze waren blij op hun gemakjes, maar plotsklaps raceten er twee de wei af. Dit laatste omdat een man begon te zingen: Twee reebruine ogen, die keken de jager an. ... ♪♪.
Alleen moeder Rikke hield even stil op 't pad, heel even maar.
Reekalf rende eerst eind verkeerde kant op, de wei verder in, bedacht zich, keerde om, snelde ook 't bos in, moeders achterna.
Ach, reeën zijn geen domme dieren, maar ze kunnen net als mensen best te veel vertrouwen in mensen hebben, of eigenwijs zijn, of argeloos zijn, of ervaring missen en dan domme dingen doen.

Later in de morgen, tegen tienen, toen ik fietste over bospad zonder autosporen, glipte plots een vos, zo te zien een rekel, van onlandwei. Hij had me op m'n stille fiets niet horen aankomen. Toch was hij me te vlug af, na camera aanzetten onbereikbaar. Heel knap hield hij ruige pollen en weipaaltjes tussen hem en mij. Op de foto's in vluggigheid toch nog gemaakt, is hij drie keer vage veeg.

Dikke zeven uren later waren er, tijdens mijn overnieuw de route van de morgen fietsen, in het laatste daglicht nergens mannen in jachtwagen. Wel telde ik 2 + 4 + 3 + 4 reeën, doet er niet toe waar precies.

Bolsterturf, vrijdag 22 januari 2010

1767
Reeënslachters rijden rond op zoek naar zwangere reegeiten en hun kalfjes


Zaterdagmorgen

Onverschrokken reeënslachters rijden rond op zoek naar zwangere reegeiten en hun kalfjes.
Ik zie de mannen in terreinwagens rijden, en ik zie reeën zekeren, spelen, rennen en laveien.

Een schot hoor ik heel de avond niet.

Zaterdagavond
Onverschrokken reeënslachters rijden rond op zoek naar zwangere reegeiten en hun kalfjes.
Ik zie de mannen in terreinwagens rijden,
ik zie de man die me politie thuis bezorgde met zijn jachthond spelen,
en ik zie reeën zekeren, spelen, rennen en laveien.

Terwijl 'k een foto van twee reeën maak, knalt het.
Schot van bij Heeze - Kempenhaege of van wat verder zuidelijk.

Terwijl 'k een foto van twee andere reeën maak, knalt het.
Schot vanuit De Lange Bleek of van ietsje meer zuidoost daarvan.

Twee reeën werden, denk ik, weet ik, doodgeschoten.
Waren dit zwangere reemoeders? of moesten bijna jaar jonge reetjes dood?

En weer vraag ik het aan alle jagers op twee benen:
hoe moedig ben je als je drachtige rikken bij hun kalfjes nog geen jaar oud wègschiet?
hoe moedig ben je als je vanuit je auto met dikke buks 'n reekalf durft dood te schieten?

Bolsterturf, zaterdag 23 januari 2010

1768
Op zondagen blijven de mannen van het groene doodschietgilde liever thuis

Plus twee graden Celsius schemeravond, met natte sneeuw en miezelregen. Maar niettegenstaande dit klote weer struinen Erpel en ik, vinden we op wei en onlandwei niet te missen schietschijfjes: reeën geven zich ook bij slecht weer open en bloot. Toch hebben onze reeën vanavond niets te vrezen. Het is zondag en op zondag mogen de dappere mannen van het groene doodschietgilde van wetgever niet jagen, niet schieten. Daarom blijven deze mannen op zondagen liever thuis. En geef ze eens ongelijk, want waarom op een hoogzit klimmen of door bos en veld gaan rijden als je niet op levensgevaarlijke beestjes schieten mag?

Bolsterturf, zondag 24 januari 2010

1769
Zondag voorbij dienen drachtige reegeiten en bijna reejaarlingen
meteen weer doodgeschoten

Drie en een half uren fiets ik door bos en veld,
in vaalgrauwe half waterkoude half vrieskoude morgen,
ver rontelom,
meest over wegen, paden en paadjes langs boskanten.

Wat tel ik aan wild?
3 reeën: 1 bastbok, 1 rennende oude rikke en 1 rennend rikketje van bijna een jaar;
1 vosje, zo te zien teefje;
3 konijnen.

Verder niets?
Jawel, verder zijn er vogels, meest grauwe ganzen.
En dan kom ik ook nog in hun poepbruine jachtauto
de reeënslachters van BosbederfStichting Het Noordbrabants Landschap tegen.
Langzaam rijden deze jagers in hun warme wagen langs kaalslagen en weiden:
zondag voorbij dienen drachtige reegeiten en bijna reejaarlingen
meteen weer doodgeschoten.

Bolsterturf, maandag 25 januari 2010

1770
Eén allene rikke in bitterkoude ochtendschemer,
één allene rikke in bitterkoude avondschemer

Het is laatschemer en min zeven en fletse zon komt rood al gluren door kalend Herbertusbos. Waar drachtige reegeiten moeten doodgeschoten op puinpaden en zandwegen voor de verandering eens geen doodschietjagers in jachtwagens. Wel lawaaien met grof geweld boswerkers in de vrieskou dikke stammen van onlangs omgedane bomen op laadbakken van vrachtwagens en aanhangers.
Waar ik rust zoek fiets ik om dit laatste naar verderop.
Dan, daar verderop, zowat bij kasteel Heeze, staan vijf magere blauwe reigers in rij te vissen, in geschoonde sloot waarvan op 't water geen ijs.
Waarom heeft dit stille slootwater niet flinterdun ijslaagje?
Beter dan dit denken had ik vlugger foto gemaakt. Nu kwamen niet alle vijf reigers digitaal. Maar dan, met stenen voeten en blauwe vingers naar nog verder weg gefietst, staat daar een ree op meter of dertig naar me te kijken. Het is een rikke. Alsof zij er niet is fiets ik haar voorbij, om honderd meter verder pas af te stappen. Langzaam diep gebukt sluip ik terug naar waar 'k haar weet. En dan staat ze er nog. Mooi dwars staat ze. Mooi ranke schietschijf lage zon af, is ze zo.
Langzamer nog treuzel ik, maar met camera schietklaar.
Nu ben ik, vind ik, dichtbij genoeg, mik ik op heur hals, heur hart.
Paar keer knippen. Dan is ze, ook paar keer, digitaal en staat ze er nog steeds.

Kom vanavond of morgen of andere dag niet ik aan heur voorbij, begroet heur dan een dapper doodschietjager, zal ze daarna nooit meer staan.

Het is laatschemer en min vijf en de fletse zon zakt langzaam geel tussen kale stammen van pijpenstrootjesdennenbos. Ik struin met foxie Erpel over paden en paadjes door de strootjes. Op het waaien van de wind - deze kille wind die maakt dat het min twintig voelt - en bij tussenpozen ver gebabbel van grauwe ganzen na, is het stil. Waar Ep en ik door beukenbosje gaan, hoor ik ons twee lopen, hoor ik dertig passen achter me een konijn wegrennen, hoor ik hem achter dit konijn aan gaan.
En dan ben ik opeens iemand, bulder ik de stilte stuk: "Patsmme Ep! Klojo...! Teruggg...! Kommm hier...!!"
Voor straf moet de deugniet tien tellen aan de lijn.
Maar wanneer in zowat helemaal donker al ik een ree naar hem en mij zie kijken, zit hij op mijn zachtjes "sssttt... 'n ree" al roerloos aan mijn linkerbeen. Het ree, een allene rikke, blijft waar ze is. Zij staat en zij zekert, onbeweeglijk. Zo geeft zij me de tijd om camera op haar te richten, haar te schieten.
En meteen, zij inmiddels in volle ren, komt ze nog paar keer op foto.
En dan krijgt m'n lieve hondje schouderklopjes en een aai.
"Pfffttt...," is zijn dank.

Op vrouwtje thuis op aan praat ik wat met Erpel: "... één allene ochtendschemerrikke, één allene avondschemerrikke. Dit waren de reeën van vandaag Ep... Twee allene rikken... Nergens nog meer rikken..., nergens een bastbok... en nergens reekalfjes... Ik vraag het je: waar toch zijn de vorig voorjaar geboren kalfjes van deze rikken gebleven?"
"Pfffttt..."

Bolsterturf, dinsdag 26 januari 2010

1771
Ik ben weer kind en met m'n hond op stap

Ik ben weer kind en met m'n hond op stap.
Ik stamp in akkerkant bomijs kei kapot.
Hij mag van me achter vlucht grauwe ganzen jagen.
Bijna zakken we samen door venijs.

Bolsterturf, woensdag 27 januari 2010

1772
Reeën die van de ter plekke jagers niet allemaal meteen moeten doodgeschoten

Vanuit m'n auto spotte ik ze: drie van ik denk meer Lieropse reeën. Ze stonden in bosje bij heideveldje, aan overzijde van Kempenweg hondenterreintje.
Alleen ene rikke kreeg ik klein duidelijk op foto, want deze reeën - ze hoeven van de ter plekke jagers gelukkig niet allemaal meteen doodgeschoten - wilden zich niet laten bekijken. Ze bleven niet. De rikke op de foto tuurde poosje maar naar de pinda.
Langzaam verdwenen reekonten en reeruggen naar achteren toe, verder 't bos in. Vlug raakten ook ruggen en konten uit beeld achter dunne boomstammetjes, dode takkenwirwar en bleke pijpenstrootjes.

Bolsterturf, donderdag 28 januari 2010

1773
Klote weer en m'n fut flut

Klote weer en m'n fut flut: weinig zicht, almaar regen, net maar boven nul, slaap.
Toch blijf ik nog even op, kijk door de ruiten, naar de regen en naar tuinvogeltjes.

Bolsterturf, vrijdagmorgen 29 januari 2010

1774
Kijk! zò klein, lief en dapper zonder dak boven 't koppie het kalfje

Ik ben vroeg bed en deur uit, want het sneeuwde in de nacht. In nog donkerte druk gebabbel van ganzen. En in het sneeuwwit spoor van vossen-, hazen-, konijnen- en reeënvoeten. Bovendien vind ik wat ik niet zoek: gelaarsde reuzenpoten. Deze poten, sorry grote voeten, moeten van een mens al voor mij bed uit zijn. Reuzen bestaan immers alleen in sprookjes. Maar eerlijk waar! was ik bijgelovig zou ik weten: de eigenaar van deze reuzenvoeten is de sneeuwman van de Himalaya. Zò enorm in de sneeuw de afdrukken van de laarzen. Zò groot de stapafstand. Het spoor volgend spring ik bijna. Om in de voetstappen te blijven.

Gelukkig! Het spoor leert me dat deze grote man een lieve grote man is. Hier liep geen jager of stroper. Op plekken waar je vanaf even bezij pad over weiden en kaalslagen turen kan, gingen gelijk een vossnoer de voetstappen in rechte lijn verder.

Nog gelukkiger! nergens bandensporen van terreinauto's, van jachtauto's.

Reuzenspoor af ontdek ik twee reeën, twee helemaal allene rikken. Deze rikken zijn zelfs niet bij elkaar. Eén rikke zoekt in boswegkant naar eikels. De andere laveit paar kilometer meer noordelijk in bosweikant. Ik vraag me af: waar zijn hun kalveren van vorig jaar gebleven? Die zouden nog bij ze moeten zijn!
Ja, waarom zijn deze zo te zien drachtige rikken zo alleen? Ook een reebok is nergens te bekennen.
Ik denk: jagers schieten de reesprongen, de wintergroepjes reeën, uiteen. Bovendien worden de dieren almaar opgejaagd door voortdurende andere negatieve menselijke activiteit in het bos: het met cirkelzagen en timberjacks tekeer gaan. Het Staatsbosbeheer, Stichting Het Noordbrabants Landschap en ook al gek op houteuro's andere boseigenaars beminnen de bomenkap. Die maken alle bos almaar kaler en kaler. Die zorgen samen met de jagers ervoor dat de reeën de kluts en elkaar kwijt raken.

Wat betreft het doodschieten van reeën door jagers: het wègschieten van een ree uit een sprong (groepje reeën) verstoort in hoge mate het sociale leven van reeën. Ze raken ervan in stress en in slechte conditie. Vaak al gebeurde het dat reeën bang voor jacht en schieten de dorpen van de mensen invluchtten!
Nee! het zijn niet de 'gewone' burgermensen die het 'onze' reeën moeilijk maken. Het zijn jagers met buksen en het zijn boswerkers met cirkelzagen, timberjacks, grijpers en vrachtauto's die de dieren geen rust en vree gunnen.

Tijdens koffie drinken met vrouw en visite, dolt er door de tuin een snel sperwerwijfje dat niet op foto wil. Te gek gewoon, ook heer Sperwer en meneer en mevrouw Havik vertikken het al heel de winter om 'ns fatsoenlijk voor me te poseren.

Tijdens middagwandeling met vrouw en fox maak ik foto's van Brabants bos. Kijk! de bomen zijn dun en ieletjes en ze staan ver uiteen en er is haast geen ondergroei. Het wild mist alle dekking. Dat kan zich nergens verbergen, zich nergens verstoppen. Heel vaak al zag ik van pad af reeën op meter of vijftig, of meer meters ver nog, staan of liggen in het bos. Ja! het kan makkelijk tegenwoordig: dat een jager staande in de ene wei dwars door het bos een ree in andere wei doodschiet. Zò kalend, zò kaal zijn de bossen, zò toegetakeld, zò mishandeld.

En wanneer ik dan in al donkerte met dode blauwe vingers (van het over gladde paden fietsstuur vasthouden) voor de derde keer vandaag terug gekomen ben uit de bossen, zag ik onderweg geen haas, geen ree, geen vos en geen konijn. Wel waren er in vroegschemer honderden ganzen, een sloom hamerende specht, wat kraaien, wat mezen, wat merels, wat meeuwen, drie gaaien, een armzalige reiger en één donker en één licht van verenkleed buizerd. Pas in laatschemer, toen het inmiddels zo'n vijf graden C. vroor, vond ik in bevroren sneeuw de bandensporen van jachtwagens van dappere ree- en vosdoodschietjagers.

Gelukkig knalde het niet. De jagers kregen denk ik geen kans om een dier neer te knallen. Dit omdat van overal en nergens vette witte nevel kwam hangen over alle van sneeuw witte weiden en kaalslagen. Maar in de witte sluiers kon ook ik de reeën niet vinden. En te zwart en schimmig van donkerte al de bospaden. Wel ontwaarde ik dicht aan prikkeldraad nog Schots hooglandvee. Een rund is zòveel groter, lomper, beter te vinden en minder schuw dan een ree.
Waar de nevel in boskant dunner, kwamen vanaf dertig meter wat Schotten en Schotsen op foto.
Kijk! zò klein, lief en dapper zonder dak boven 't koppie het kalfje.

Bolsterturf, zaterdag 30 januari 2010

1775
Fox Erpel poseert met tegenzin bij haas- en eigen spoor

Na dooi in de dag struin ik met m'n foxie Erpel, door min 1 lichte nevel over knisperende schemeravond zondagssneeuw. We zien twee reeën ik weet niet bokken of rikken te ver voor op foto. Over ons babbelen eenden en ganzen. Verder weg nog, op de sneeuw van zwarte akker, een streep zwarte stippen. Ik denk deze stippen zijn grauwe ganzen. Die zijn helemaal veel te ver voor op foto. Maar kijk! Erpel poseert met tegenzin bij haas- en eigen spoor.

Bolsterturf, zondag 31 januari 2010

index januari 2010
1745 vrijdag 01-01-10 Van een bisschop, een minister, geiten, konijnen en reeën
1746 zaterdag 02-01-10 Vijf stille reeën, plus honderd stille witte schapen en één stil zwart schaap
1747 zondag 03-01-10 Roodborsten, reeën en een moeder Schot met kalfje in witte wereld
1748 maandag 04-01-10 Struinen door stukje Zuidoost-Noord-Brabant
1749 dinsdag 05-01-10 Deze maand en nog tot 16 maart worden zwangere reeën en hun kalfjes van vorig jaar doodgeschoten /
Terwijl geen strafbaar feit gepleegd almaar wachten op de dood
1750 woensdag 06-01-10 Over vogelzaad mag ik niet zeuren, en sporen in sneeuw liegen niet
1751 donderdag 07-01-10 Kraaien maken ruzie met fazant, en een reiger staat stil gedoken
1752 vrijdag 08-01-10 Na min 13 in de nacht struinen bij min 3
1753 zaterdag 09-01-10 Ik meende een vos te zien
1754 zondag 10-01-10 Wandelen, speuren, fietsen en wat foto's in witte wereld
1755 maandag 11-01-10 Reeën rusten, slapen en laveien in hoogzit- en jachthutzicht
1756 dinsdag 12-01-10 Goudgele korrels en loden korrels voor het wild, in De Pan van Staatsbosbeheer
1757 woensdag 13-01-10 Boshaas op topspeed
1758 donderdag 14-01-10 Twee verwegge Lieropse reeën in vroegmorgen in dooisneeuw
1759 vrijdag 15-01-10 Vraag aan jagers en Staatsbosbeheer: waarom wordt in boswachterij De Pan bij jachtkansel het reewild bijgevoerd met maïs?
1760 zaterdag 16-01-10 'k Ben ziek
1761 zondag 17-01-10 Weer zowat beter van dag ziek geweest paar uur met fiets op stap
1762 maandag 18-01-10 Groot lief boefje en klein lief boefje, 'n rikke zonder kalfje en 'n rikke met kalfje
1763 dinsdag 19-01-10 Een in vette nevel ochtendwandeling langs Heezer boskant
1764 woensdag 20-01-10 Waar zijn de reesprongen van tien of meer reeën gebleven?
1765 donderdag 21-01-10 Dertien Lieropse reeën in twee sprongetjes in sombernatte vroegmorgen
1766 vrijdag 22-01-10 Twee reebruine ogen, die keken de jager an
1767 zaterdag 23-01-10 R
eeënslachters rijden rond op zoek naar zwangere reegeiten en hun kalfjes
1768 zondag 24-01-10 Op zondagen blijven de mannen van het groene doodschietgilde liever thuis
1769 maandag 25-01-10 Zondag voorbij dienen drachtige reegeiten en bijna reejaarlingen meteen weer doodgeschoten
1770 dinsdag 26-01-10 Eén allene rikke in bitterkoude ochtendschemer, één allene rikke in bitterkoude avondschemer
1771 woensdag 27-01-10 Ik ben weer kind en met m'n hond op stap
1772 donderdag 28-01-10 Reeën die van de ter plekke jagers niet allemaal meteen moeten doodgeschoten
1773 vrijdag 29-01-10 Klote weer en m'n fut flut
1774 zaterdag 30-01-10 Kijk! zò klein, lief en dapper zonder dak boven 't koppie het kalfje
1775 zondag 31-01-10 Fox Erpel poseert met tegenzin bij haas- en eigen spoor


Bolsterturf © bolsterturf.nl

IntroHoofdpaginaInhoudsopgaveNatuurdagboekRecentVideoHoogzitten en jachthuttenMuziekGedichtenOver bolsterturf en Bolsterturf
Stukjes tekst, video's en foto's van bos, hei en waterkant; over grasduinen en struinen in natuur en veld, over zon en wind en buiten zijn
<<<<<<<<<<<<<< Home >>>>>>>>>>>>>>