|
Bolsterturfs natuur B o l s t e r t u r f s n a t u u r Dagboek april 2010
1835
Langzaam stuur ik m'n pindaatje door stille Zuidoost-Brabantse dreven, voorbij groene en voorbij gele weiden. Waar alle gras geel zaaide een boer gif, vergif, vergift.
Eén kievit maar snoept al dagen volop op almaar geler wei! Eén kievit maar! Zo te zien een haantje.
Langzaam stuur ik m'n pindaatje door stille Zuidoost-Brabantse dreven, voorbij groene en voorbij gele weiden. In de morgen van deze eerste april hoop ik na gedane arbeid naar huis rijdend tussen Helmond en Sterksel reeën op groen te spotten. Ik zie - omdat sinds zondag de klok een uur vooruit gezet? - er geen.
Gisteren toen ik tegen schemering van de pas ingegane zomertijd van huis werk toe tufte, telde ik één ree langs de Provincialeweg Heeze - Someren, 'n driesprongetje reeën in wei aan Lieropse Bussersdijk, en ook nog 'ns één allenig ree, een bokje, in zelfde wei. Bolsterturf, donderdag 1 april 2010
1836
Waar jagers met de smoes "wij doen aan wildbeheer" Bolsterturf, vrijdag 2 april 2010
1837
Het zit niet altijd mee. Het zit me niet altijd mee. Ook in de bossen niet. Zo wilde vandaag een boomklevertje beslist niet eventjes dichtbij en stil aan tak of stam van boom gaan hangen, en een best verwegge Bleke bossen reebok bleek ontiegelijk schuw, ging er bij maar één takje kraken als een haas - o dom gezegde - vandoor. Bolsterturf, zaterdag 3 april 2010
1838
Bolsterturf, Paaszondag 4 april 2010
1839
Ik wandel met vrouw en hond,
Ik zie en hoor de gehaaste medemens voorbijflitsen
Ik rij naar m'n werk, stop onderweg bij reeën op groene maïsstoppel langs Lieropse parallelweg langs A67, zie en hoor tegen avonddonkerte de gehaaste medemens in staal en blik voorbijflitsen. Bolsterturf, Paasmaandag 5 april 2010
1840
Mooi weidepanorama: van tegenlicht zwarte spreeuw baddert in verdund landbouwgif. Bolsterturf, dinsdag 6 april 2010
1841
Bijna aan het eind van door ochtendzonneweelde slaapdronken langzame autorit ligt daar het bewijs dat in ons euromaf Idiotenlandje te hard gejakkerd wordt op tussendorpse wegen: fel bloedrood het vermorzeld vlees van groot doodgereden haas. Aan de bloedrode vleesklomp beetje maar nog huid en haar, en 1 maar zwartgepunt oor. Als ik foto maak vanuit de berm, veilig (?) van achter dikke eik, trilt de camera van 't machtig geweld van voorbij razende dikke vrachtwagen. Ik hoop dat dit haas rammelaar was, was het moerhaas sterven nu ik dit type jonge haasjes de hongerdood.
Drie maar Providentia Sterkselse reeën
Moe van werken, autorijden en koffie drinken, maar met nog geen zin in slapen gaan slof ik op m'n sloffen en met m'n Erpeltje deur uit, poort door, hek voorbij de bossen in, ligt daar zomaar in boskant een wondermooie mimicry jonge reegeit naar hem en mij te kijken. Om haar te vangen voldoet Erpeltjes speurlijn waaraan aan 't einde grote lus gemaakt. Nou ja, ik bedoel: zou voldoen, want 'k ben niet in het minst dapper jager. 'k Heb geeneens groen hoedje met gaaienveertje, ook geen groen uniform, zelfs geen geweer of buks, en alleen maar groene laarzen aan als ik met kleinzoontjes kikkereitjes zoeken ga. Ik gun zoals ik alle wild het gun ook dit ree ongestoorde vrijheid, haar vrije blije reeleven.
Onderweg naar 't werk twee Sterkselse reeën en drie Lieropse reeën
Na paar uur fijn maar niet lang genoeg slapen, waren er onderweg naar 't werk tweemaal reeën. Nog maar net van huis stonden daar heel onverwacht bij dikke hoekpaal een rikke met haar bastbokje. Die twee waren vanaf de weg met camera bijna niet te bereiken. En halfweg de arbeid spotte ik weer de drie Lieropse A67-reeën van Paasmaandag. Van deze drie reeën de bok ook nog met bastgeweitje. Bolsterturf, woensdag 7 april 2010
1842
Dit is een koude en stille lenteavond. Daarin wandel ik met m'n kameraadje Erpel. Daarin nauwelijks blije zangvogelzang. Daarin tussen kievit- en gruttolege weiden een jongen op een knetterende crossmotor. Daarin de witte meeuwen en de zwarte kraaien. Daarin één jubelende wulp. Daarin wat ganzen grauw op groen. Daarin één flieft koerende blauwe doffer. Daarin een klein van stuk boerderijpoes muizend in hoge walkant van ondiepe rattensloot. Daarin in pijpenstrootjesheideveldje heideschapen met lammetjes goed voor later ruimen en rituele slacht. Daarin de poepbruine jachtwagen van de doodschietjager van Stichting Het Noordbrabants Landschap. Daarin, bijna te ver weg voor m'n cameraatje, één ree wisselend van 't pijpenstrootjesheideveldje naar door boerjager 'vergeten' om te oogsten maïsveldje. Daarin, richting oost, door ondergaande zon in alsof lichterlaaie gezet gouden toppen van maïs en bos. En daarin - ondanks biostront, vergiften, hazenjacht met gloeiende hagel en klote snelverkeer - een paartje, één paartje, fliefde hazen. Bolsterturf, donderdag 8 april 2010
1843
Ik wandel door lieve lentemorgen. Foxie Erpel is met me mee. Duiven koeren, vinken slaan en heel veel andere vogels zingen. Iedere vogel zingt, of fluit, of timmert, z'n eigen lied.
En dan zijn in de avond, wanneer ik zonder Erpel fietstocht maak, deze mannen niet meer in de wei, zijn ze huistoe. Maar als gisteren wisselt een ree, duidelijk een rikke, van heideveldje naar 'vergeten' om te oogsten maïsveldje. Zo te zien is zij hetzelfde ree dat gisteren ook wisselde van hei naar maïs. Vanavond echter maakt ze beduidend minder haast dan gisteravond, elke tien meter laveit ze eventjes. Half uur voorbij deze rikke komen er tamelijk gehaast drie reeën van onlandwei langs de Somerenseweg bos toe. Met camera kan ik ze door struikgewas en pijpenstro niet scherp bereiken. Weer half uur later is daar op dikke tractor knecht van Aardbeiboer nog laat bezig met het zwarten van voormalig arbeidveld, alle groene grasjes en kruidjes weg, ronkt hij twee reeën vlakgroene weide af, reeën van wie bos in gevluchte rikke toch nog op foto komt. En dan terug huiswaarts fietsend door avondschemering, zijn daar drie van de vier Bleke bossen - Providentiareeën bij het 'vergeten' om te oogsten maïsveldje, de reeën die ik veel vaker zag, de reeën die de mannen van Het Brabants Landschap ook zagen. Helaas! de kraanvogels kan ik nergens vinden. Bolsterturf, vrijdag 9 april 2010
1844
Vandaag drie fruitboompjes gehaald,
Oma plantte aan hun boompjesvoeten violen,
En nu doe ik m'n ogen dicht,
Ze zitten onder de fruitbomen, Bolsterturf, zaterdag 10 april 2010
1844a
Hier en nu alleen maar wat reeplaatjes, plaatjes van reeën, reewildplaatjes, want ik denk me suf: doe ik goed om nog langer reelocaties te verraden? Het is immers zo de 1ste mei. Vanaf 1 mei mogen in heel Nederland reebokken weer door dappere doodschietjagers dood- of ziekgeschoten. Bolsterturf, zaterdag 10 april 2010
1845
Dit is lente, een nieuwe lente, een te koude lente. In kille wind en niks niet onder van zonsondergang mooirode verre hemel laveien een reegeit en haar kalf van bijna één jaar op wei, zo'n driehonderd meter van waar in boskant foxie Erpel en ik over weiden en akkers staan te gluren vandaan. Verder zijn, ook door de veldkijker, akkers en weiden reewildvrij, ook haas- en vosvrij. Wel zitten er wat ganzen grauw op zwartbruine akker. Soms jubelt heel even heel klein beetje een wulp. Maar er zijn de eeuwige paartjes zwarte kraaien, ook een schreeuwgaai in het hout, ook de blauwe duiven met hun witte nekring en hun witte vleugelspiegels en laatst en kleinst maar niet minst ook de stille vinken en stille mezen. Ik vind het alles te stil, veel te stil. Geen specht die ook maar een moment roffelt in harde stam of, net nog hoorbaar, hakt in rotte tak. Maar wat is dit? Waarom gaat moeder Rikke er opeens vandoor? Zij laat haar kalf echt wel schrikken. Zonder dat ik ergens onraad bespeur, rennen beide reeën wei af.
Vanavond wil ik wachten op andere reeën. Maar het is nog te vroeg voor wachten. Om de wachttijd te vullen klim ik over prikkeldraden, help er telkens Erpel eerst onderdoor. Kleine moeite om voor hem de onderste prikdraad wat hoger te tillen. Toch wat gehaast komen dan vijf fors geknotte knotwilgen en hun spiegeling, bij en in eendenpoel waarlangs straks de reeën van dorre hei naar grazig geile boerenweiden zullen gaan, op foto.
Tien minuten lopen maar voorbij de knotwilgen spot ik vanaf paadje door heideveld een rikke. De zojuist van achter witte wolk te voorschijn gekomen avondzon kleurt haar grauwbruine reedos lichter, meer lichtbruin, meer oranje. Toch valt het tegen om haar zonder statief maar met maxi optisch zoom en flink wat digitaal zoom camera in te 'schieten'. Zodra de reeën uit zicht ren ik, met Erpel voor me uit, plaats toe waar ik verwacht dat de reeën pad naar wei zullen oversteken. Gelukkig is het geluk met mij en Erpel. Aangekomen bij deze plek, zo'n dertig meter voor reewissel, zien we, hij en ik allebei goed verscholen achter dikke stam van eik en alleen ik nog hijgend van het rennen, de reeën al naderen. Maar wat is dit? De ranke dieren steken niet over. Ze blijven dralen in hei en pijpenstrootjes. Pas nu vallen me heel bewust de Schotse hooglanders op. Die grazen en liggen op pad en in padkant. Het ziet er naar uit dat de reeën het pad niet over durven. Ineens begint Erpel te grommen en te grauwen en wil hij opstaan, niet meer stil blijven liggen. Ik berisp hem, sis dat hij stil moet zijn: "Sssttttt... kop dicht!" Dan heeft de leidster van de vier reeën, een moeder rikke met genezende borstwond, hem of mij gehoord of gezien. Waar de andere reeën - oudere zesender, gaffelbokje nog met bastgeweitje en een smalree rikketje, niets merkten van Erpel en mij, gluurt en tuurt moeders heel argwanend een tijdje richting de dikke eikenstam. Poosje later is oude Rikke niet meer argwanend, waagt zij de oversteek, rent ze pad over en neemt de prikkeldraadhindernis naar wei. Maar haar ene kalfje springt niet, dat rent pardoes tegen de onderste strak boven elkaar gespannen - ik vergeet naderhand om de draden te tellen, het zijn er vier of vijf in totaal - prikkeldraden op. In paniek rent dit kalfje terug, heikant weer in. Nu zijn er twee reeën het prikkeldraad over al in de wei. De andere twee renden terug de hei in. Maar zo mooi en lief: de reeds Schots hooglandvee en prikkeldraden gepasseerde reeën wachten op de andere twee. Pas wanneer die ook, na opnieuw en gelukte poging, de prikkeldraden voorbij gekomen zijn, draven alle vier reeën naar verder wegge en graziger wei. Op video's van me kan u onder meer zien en horen hoe het jonge ree tegen de prikkeldraden knalt. Echt wel rotzooi: prikkeldraad.
Met de hoop dat geen ree zich aan het klote prikkeldraad erg bezeerde 'schiet' ik ten afscheid nog 'ns de vier reeën wanneer die het lekkere weigras bereiken. Bolsterturf, zondag 11 april 2010
1846
Deze dag vind ik in bos, hei en veld nergens de forse zesenderreebok van gisteren. Wel zijn er moeder Rikke, haar gaffelbokje en haar rikketje. Die trekken in de namiddag, zomaar op klaarlichte dag, van bos bij door boerjager 'vergeten' om te oogsten maïsveldje over maïsstoppelakker naar groter bos.
Door veldkijker volg ik de drie reeën. Tussendoor mogen, deze keer niet in schemering maar tegen van achter witte wolk te voorschijn piekende lentezon in, vijf knotwilgen en hun in eendenpoel knotwilgenspiegeling nog 'ns op foto.
Behoedzaam de drie reeën volgend, kom ik langs het nest van een wilde eend. Eergisteren lagen er vier eieren in. Vanmiddag heeft de eend heur legsel toegedekt met strootjes, en ook met donsveertjes uit 't eigen eendenlijf. Van afstandje maak ik foto. De nu aanwezige eieren hoeven niet geteld. Na de inspectie van het eendennest verken ik met Erpel - heel langzaam en heel stil gaan we over brede en smalle paden - het bos waarin de drie reeën wisselden. En dan opeens, als wilde vierpotige wrede duivels uit krakende hel, rakken er twee grote honden met ontiegelijk brede en dikke koppen achter de drie reeën aan. Meer dorre takken kraken. Erpel rukt aan zijn lijn. Ik schreeuw ''Verdomme..!!" Pijlsnel vlucht het reewild weg. De ranke dieren racen op hun lange dunne lopers aan Erpel en mij voorbij, het bos uit, hoog prikkeldraad over. In paar tellen zijn ze ook gindse prikkeldraad en een sloot over, en uit zicht. De achtervolging van de reeën gestaakt, komen nu de honden, zij zijn doggen, zij zijn pitbulls of familie daarvan, langzaam op mij en aangelijnde Erpel toe. Maar dan is er gelukkig ook hun eigenaar. Die geeft zijn honden met zachte stem op hun donder. Die verontschuldigt zich bij mij. Hij zegt tegen me dat zijn honden lieve honden zijn - wat waar is, immers twee wel gevaarlijke doggen verscheuren een Erpeltje en diens alleen maar met 'n mesje gewapend baasje in een ommezien.
Maar kijk! deze man, de eigenaar van de twee honden, liet zijn honden niet expres jagen. Hij had hun jachtinstinct onderschat; hij had onverwacht en eventjes geen stuur meer over ze. Wel zat hij toch goed fout, immers hij liet zijn honden los lopen in bosgebied waar een reegeit een kalfje kan hebben, of waar mensen met kinderen kunnen wandelen. Hij handelde dus verkeerd, heel foutief. Maar ik ga hem zeker niet verklappen bij de politie, want nu zijn deze drie me eigenlijk te makke reeën 'ns goed bang gemaakt, gaan ze in 't vervolg denk ik verder weg van breed bospad rusten. En zijn doodschietjagers - dappere Heel zelden maar zag ik een hond van een niet-jager op een haas, konijn of ree jagen, heel zelden maar. Heel vaak zag ik jachthonden jakkeren achter een mis- of aangeschoten haas, ook wel achter een vos; heel vaak zag ik jagers in jachthutten, op hoogzitten en in hun terreinwagens waarin ook buks aanwezig loeren op ons lieve reewild.
In laatschemer moet ik er nog even op uit, wil ik nog 'mijn' reeën kijken. De dieren die ik zoek, vind ik echter nergens. Die hebben de schrik te pakken, die durfden nog niet terug komen. Wel zijn er wat andere reeën verder weg van huis. Nergens een vos. Nergens een haas. Eén wulp maar en één paartje kieviten maar. Bolsterturf, maandag 12 april 2010
1847
Twee reeën laveien dikke honderd meter ver weg in boskantwei. Ik spot ze als ik met Erpel hoek om wandel. Maar meteen komen er negen in vloekend fel wit, vloekend fel rood en vloekend fel geel geklede mensen aan. Deze mensen, allemaal mannen jaar of dertig, zijn aan het joggen. Ze lopen tamelijk snel. De reeën schrikken van het geel, rood en wit beweeg, gaan er vandoor. Foto's die ik te vlug tegen lage zon in maak mislukken grandioos, wat alleen maar mijn eigen schuld is. De camera stond nog van gisteravond laat op 6400 asa.
Twee andere reeën, een rikke en haar jaarlingbokje, komen dik half uur later bos uit, gaan laveien op andere wei, een half wei half onlandwei. Het bokje heeft grif kale nek van 't verharen, maar tegen boomstammetjes nog niet de bast van z'n geweitje geveegd. Erpel en ik kijken een poosje naar deze twee reeën. Die laveien gretig, langzaam naar achteren toe het lente(onland)groen op.
Weer twee andere reeën, rikke met genezende borstwond en haar jaarling rikketje, staan in weer andere wei, bij 't bos waarin gisteren twee grote doggen achter ze aan zaten. Moeder rikke waagde zich terug, nu al terug. Wat me verwondert. Het gras in deze wei moet, denk ik nu, wel heel erg lekker zijn. Maar moeder rikke laveit niet. En de jonge rikke ook niet. Ze zekeren zo goed, maar niet richting mij en Erpel. Ons twee zagen en hoorden ze niet. Ook kregen ze geen verwaaiing van Erpel en mij. Maar kijk! over het bospad naderen hand in hand een jonge man en een jonge vrouw. Die twee hebben een wit windhondje bij zich. Dit snelle hondje, het is zo'n tien centimeter hoger dan Erpel, rent almaar over 't pad ver vooruit en weer terug. De reeën, en ook Erpel en ik, zien dit witte hondje rennen. Rikke, smalree en nog een derde ree wat ik in boskant niet eerder opmerkte, ik meen gaffelaartje in bast, spurten weg, denderen het smalle bos door, om dan verder te stuiven over maïsstoppel, naar perceeltje door boerjager 'vergeten' om te maaien maïs. Het is echt wel erg! Gisteren kwamen deze drie reeën van 't maïsakkertje naar dit bos, deze smalle strook bos, te smalle strook bos, om door doggen te worden opgeschrikt en nagezeten. Vandaag waagden ze zich terug, om in de vroege avond overnieuw te moeten vluchten. Nu voor een wit windhondje. Nou ja, moeten vluchten? Zo aan dit witte hondje te zien weet het niet eens het verschil tussen een haas en een konijn. Bolsterturf, dinsdag 13 april 2010
1848
Het is vroegavond en ik rij langzaam door Zuidoost-Brabant. Als ik de immense bio-industrieschuren overvol met op elkaar gepropt vee wegdenk, tuf ik door mooi Zuidoost-Brabant. Eigenlijk ben ik wat te vroeg al bij 't pad, want de schemering is nog uur ver en de reeën nog niet op akkers en weiden. Toch is daar één laveiend ree. Wanneer ik in berm parkeer, zodat ik nauwkeuriger kijken kan, is dit ree een rikke, een - goed te zien - drachtige rikke. Helaas wil zij niet wachten tot ik ben uitgestapt om haar voorbij wat bomen en struiken nu tussen haar en mij op foto te zetten. Voordat ik auto uit ben, rent ze bos toe, bos in. Bolsterturf, woensdag 14 april 2010
1849
Eventjes ben ik, want ik verrek van de rugpijn: vastzittende spieren, in namiddag met Erpel wandelen, de Bleke bossen in. We spotten in open bos, zodanig open bos dat je er doorheen kan kijken, een haas. De langoor huppelt op zijn gemak, snuft 'ns hier, snuft 'ns daar. Helaas zijn er toch zoveel bomen in de weg dat heer Hazemans heel onscherp op foto komt. Maar dan is daar het eendennest van drie dagen terug, van 12 april. Ook vanmiddag is het zorgvuldig toegedekt, deze keer met weer veertjes uit het eigen eendenlijf en met een groot boomblad. Over vier weken ongeveer moeder eend zal aan het eten zijn, of gelijk een mensenvrouw met andere vrouwen ergens in de buurt aan het kwebbelen met andere eendenvrouwtjes. Een wilde eend legt één ei per dag. In totaal legt ze tussen de vijf en vijftien eieren. Pas als het laatste ei gelegd is, begint ze met broeden. Als dit nest niet geplunderd gaat worden door een mens of kleiner rover, zal het nog een maand duren eer de jonge eendjes geboren zijn. Ik doe daarom wijs, blijf op grote afstand van het nest.
Paar uur later, in vroegavond, strek ik tijdens autorit van drie kwartier mijn zere rug, wandel ik over puinpad het Lierops Sangmoer binnen. Hier spot ik een buizerd en twee Nijlganzen, en vind ik paar reeprenten in padkant. Maar dan is daar de rustplaats van een reebok. Hij schuurde zijn geweitje aan het dunne stammetje van kamperfoelie. Aan het stammetje en de rustplek te zien, betreft het een jonge bok, in ieder geval geen oudere bok met kapitaal gewei. Met een foto van dotterbloemen felgeel neem ik voor toch maar werken gaan afscheid van het mooi oerig moerig broekbossig Sang. Bolsterturf, donderdag 15 april 2010
1850
Een mooie lentedag, maar wel ook schriele dag want weinig zonnig, en liever heb ik dat het giet van de regen, want ik verrek van de pijn in mijn rug. Poos zitten lukt goed, maar sta ik op, dan helse pijn. Stuk lopen gaat prima, maar loop ik te lang, dan idem dito. Het beste lukt languit liggen.
En dan lig ik in slaap gevallen op de bank, maakt vrouw me wakker: "Er zitten wel vijf lijsters in de tuin." Je kan zanglijsters makkelijk onderscheiden van grote lijsters. Zanglijsters, de lijsters op de foto's, hebben op borst en buik pijlvormige donkere vlekken. Bij grote lijsters zijn deze vlekken rond van vorm. Bolsterturf, vrijdag 16 april 2010
1851
Hazen zijn er weinig meer in 't Zuidoost-Brabants landschap.
Verwegge reeën met optisch zoom Met pijn in de rug wandel ik met Erpel door trage lenteavond, kom ik ze op afstand tegen: me goed bekende Bleke bossen moeder Rikke met smalree op dikke honderd meter, plus veel verder weg, op zo ongeveer driehonderd meter, nog een andere Bleke bossen moeder rikke met ook smalree. En dan ga ik zitten wachten, met zere rug tegen witte berk, zijn daar (ook door veldkijker en camera zoeker) over prikkeldraad omzoomde weiden heen in wildvoerakkertje binnen door boerjager 'vergeten' om te oogsten maïsakkertje tegen acht uur weer de reeën. In dit akkertje rakken geen pitbulls en geen windhondjes. Hier hebben 'mijn' Bleke bossen reeën tot de reejacht met buks en kogels op 1 mei los gaat rust. Van ruimschoots kwart kilometer afstand zet ik zonder statief te gebruiken het ranke wild op foto. Ook met een buks kan je reeën meer dan kwart kilometer van je vandaan nog wel bereiken. Een kogel uit een buks gaat verder dan twee kilometer! Bolsterturf, zaterdag 17 april 2010
1852
Om reden van pijn in de rug en daarom nul typelust alleen wat plaatjes. Bolsterturf, zondag 18 en maandag 19 april 2010
1853
Om reden van pijn in de rug en daarom nul typelust bijna alleen wat plaatjes, Bolsterturf, maandag 19 april 2010
1854
Ik ben gelukkig mens, Bolsterturf, dinsdag 20 april 2010
1855
Slapen, wat wakker liggen, verhaaltje lezen, wat eten, wat zuipen, weer slapen. Bolsterturf, woensdag 21 april 2010
1856
Dit is een mooie warme zonnige lente.
Viersprongetje met pijn in de rug Met pijn in de rug wandel ik met Erpel door trage lenteavond, spot paar honderd meter maar deur uit me goed bekende Bleke bossen moeder Rikke (zij zo te zien genezen van borstwond) en haar beide kalfjes vorig jaar lente geboren. En dan is, als altijd hij er was, grote eibok Zesender er ook. Het viersprongetje scharrelt wat rond in het hout. Helaas gaan zowat meteen al alle vier de reeën rusten. Drie vlijen zich neer achter een richel. Alleen de zesender kan ik, door takken heen en tussen boomstammen door, net nog met camera bereiken. Makkelijk zittend, met zere rug tegen dikke eik, wacht ik geduldig tot het sprongetje wil gaan laveien. Dat is twintig minuten later het geval. Dan zijn de reeën overeind gekomen, begeeft het sprongetje zich weide toe. Toch maakt het allerminst haast. Lang, heel lang, zekert moeder Rikke in boskant. Zo lang wacht en zekert ze, dat ik video's van haar kan maken. Pas na dikke twintig minuten waagt Rikke het erop, betreedt ze het smalle pad, zekert ze nog eventjes alle kanten op, ziet ze mij en Erpel niet, steekt dan over. Meteen volgt in rap tempo haar kroost vorige lente geboren. Als laatste betreedt eibok Zesender de wei. Maar wat is dit? Na nauwelijks tien minuten laveien gaan de reeën al weer rusten, vlijen ze zich aan rand van poel in grazige wei, laat ik ze daar gerust, kuier ik met stramme rug en met Erpel aan de voet langzaamaan terug huistoe. Bolsterturf, donderdag 22 april 2010
1857
Ook kleinste kleinzoontjes, best al mannetjes met eigen wil, komen graag logeren.
Mogen ze mee uit wandelen naar lama, schapen, varkens, ezels, herten,
Als in stille avond beide jongetjes zoet slapen, Of dit laatste zien belangrijk is? Bolsterturf, vrijdag 23 april 2010
1858
Ik was in lieve lentemiddag met oma, Thomas, Wouter en Erpel wandelen. Eventjes net deur uit nog 'ns naar het Providentia speel- en dierentuintje. Wouter, acht maanden nog maar, keek onderweg meesttijds naar witte wolken in mooie blauwe luchten. Wouter kan nog niet rechtop zitten in hobbelende kinderwagen.
En er was de koekoeksroep van eindelijk teruggekomen koekoek
Toen oma de lieve deugnietjes terug bracht naar hun pa en ma, waren er voor opa in stille avond door 20x60-kijker en door tot 60x telescoop zeven reeën. Alle zeven reeën rikken, alle zeven reeën geiten: moedergeiten, zwangere geiten, en smalreetjes vorig jaar lente geboren. Maar daarna, eventjes maar voorbij achterdeur en sloot met eenden, waren er ook nog eens vier andere reeën en twee hazen dichtbij. En er was de koekoeksroep van eindelijk teruggekomen koekoek, het mooi monotone koekoek - koekoek - koekoek over hei en bossen en weiden en akkers en huizen en chalets.
Bolsterturf, zaterdag 24 april 2010
1859
Ik wandel met vrouw en hond. Wij zien - vrouw en ik zien, Erpel ziet niet, die is te druk met muizen - een oude bekende, de grote reebok. Nog staat die - zonet met onze ongewapende mensenogen waargenomen was hij vaagdonkere vierkante gedaante, zou hij een ree kunnen wezen - naar ons, wij twee van verrekijkers en camera voorzien, te kijken. En nog is hij niet, al zeven of nog meer reebokjachtseizoenen niet, door een dapper Hij lette goed op, of hij hoorde op dik tweehonderd meter vrouws lachen, of Erpels blaffen. Even nu blijft hij stil staan turen. Zolang we niet bewegen ziet hij ons niet. Gelukkig blijft hij lang genoeg turen om niettegenstaande de tweehonderd meters hem goed te kunnen digitaliseren. Met moderne techniek is veel mogelijk, en de kogel van een zuiver schot doorboort op tweehonderd meter een hart niet minder goed dan een camera met zoom tweehonderd meter verwegge silhouetten vastlegt. Voor hem veel te laat, ik schoot hem inmiddels al zeven keren uit de losse hand, hoewel maar vijf keren beetje zuiver scherp, het camerageheugenkaartje in, sprint hij door boerjager 'vergeten' om te maaien maïsveld binnen.
Maar dan zijn er eenden. Wilde eendvogels zijn schuw en rap, schuwer en rapper nog dan vos, haas of ree. Ze zijn zò rap dat ik met camera vanmiddag maar ene keer ze vangen kan in ondiepe sloot met idioot hoge walkanten. Wanneer ze meteen op de snelle wieken gaan, ben ik te langzaam. Trager echter nog dan ik, is de camera.
Drie uren later loop ik, stiekem gaat wandelstok mee, tegen schemer nog eventjes zonder vrouw, ook zonder Erpel, de deur uit. Ik wil denken, ik wil, ik moet rustig denken, want ... en er dreigt onweer. Ineens staat daar een reebok, zo te zien een jonge bok. Die staat naar me te kijken, achter struik en in hoge geelwitte grassen. Hij hoorde me zeker aankomen. Maar als ik hem vijf keer op foto heb gezet, staat hij er nog, onbeweeglijk. Nee, zijn oren bewegen. Of toch niet? Even later is hij helemaal geen reebok, maar een paaltje. Word ik gek? Welnee! maar straks is het zover, is de regen gekomen, de lang verbeide regen die sloten en plassen bij gaat vullen uit te donkerblauwe zowat zwarte wolkenlucht. Het begint al hard te waaien. De koekoek van gisteravond doet z'n snavel nu niet open. En nergens kikkerkwaak en nergens kikkerdril en nergens vogelzang. Zelfs de tamme heideschapen met hun lelijke grote gele en groene blikken, gele merken voor de ooien, groene merken voor de lammetjes, geven geen geluid, blaten niet. Maar één specht, zo te horen een grote bonte, hakt in hout. En het felle geel van paardenbloemen dooft met het ondergaan van bleke zon.
Bolsterturf, zondag 25 april 2010
1860
Ieder lichtbruin wild konijntje langs verharde weg
'Mijn' maar vier eerst zo tamme Bleke bossen Providentia reeën Bolsterturf, maandag 26 april 2010
1861
Hoi! mijn rug doet het weer, Bolsterturf, dinsdag 27 april 2010
1862
Een viersprongetje reewild, mijn fox Erpel en ik genieten de lente, tot weer eens een man en een vrouw met loslopende windhonden er aan komen. Het is al een ramp, vind ik, dat de doodschietjagers van Stichting Het Noordbrabants Landschap onder het laffe mom van wildbeheer de vier maar reeën - oudere Zesender bok met dit jaar begin april al geveegd eivormig gewei, jaarling Gaffelaartje met nu eind april pas geveegd geweitje, zijn zusje Smalree alsmede moeder Rikke met genezen borstwond - van het rond Providentia door boswerkers in opdracht van de stichting kapot getimberjackte bos almaar buit willen maken. En dan komen er, in onverkwikkelijk voorval me vandaag niet voor de eerste keer overkomen, ook nog eens een jonge man en een jonge vrouw met onaangelijnde windhonden langs, honden die Erpel komen vervelen en die de reeën verjagen, die achterna rakken. Het is, vind ik ook, toch zo simpel en zo vanzelfsprekend: hou in de lente als er reekalfjes, jonge haasjes en jonge konijntjes zijn je hond of honden aan de lijn, of hou in ieder geval je dier(en) onaangelijnd bij je op de paden. Laat in lente en zomer je honden nergens rakken door veld en bos. En heb altijd het fatsoen om wanneer er een andere hond in zicht komt ze even aan te lijnen.
En ja!! ik was echt wel over de rooie.
Bolsterturf, woensdag 28 april 2010
1863
Het is een prachtige lenteavond. Allene reebok staat in groene pinkenwei bij Lieropse camping. Hij staat te zekeren, in deze wei aan de Bussersdijk. Hij blijft doodleuk staan als ik m'n auto stop en foto van hem maak. Wanneer ik verder rij, laveit hij inmiddels op z'n gemakje.
Ik heb lang nagedacht: doe ik goed om de lokaties waar ik reewild weet, waar ik reewild vind hier in deze website niet meer te vermelden? Bolsterturf, donderdag 29 april 2010
1864
Langzaam tuf ik in m'n zwarte pinda naar mijn werk en kijk naar links en rechts. Links is groen bos. Rechts zijn groener weiden. Achter de bossen, soms ook even laag over de weiden, schijnt de lentezon. De zon die neigt ter kimme. Mooie domme in gedicht zin van ik weet niet meer welke dichter al heel lang dood. Maar de zon is dus bijna weg, bijna ondergegaan. Toch! in het laatste licht van deze Konininneavondzon ontwaar ik een haas, een Lierops Bussersdijkhaas. 't Haas zit stil en 't blijft stilzitten als ik in berm parkeer. Vlug zet ik, waarom weet ik niet, het op vlugge foto.
En dan laveien er de andere kant op in wei langs bos en zandpad een reebok en zijn rikke. Beiden zijn wat onrustig. Ze zekeren almaar, want er komt een mens aan. Gelukkig vlug al vluchten ze voor een vrouw in rood. Snel jakker ik de arbeid toe. Bolsterturf, vrijdag 30 april 2010
index april 2010
|