|
Bolsterturfs natuur B o l s t e r t u r f s n a t u u r Dagboek juni 2010
1896
Ik wandel, zoals zo vaak ik wandel, door de Bleke bossen. Mijn Erpel wandelt, nou ja wandelt, met me mee. Fanatieker dan ik spiedt hij in de rondte, en zowat almaar raakt zijn zwarte neusje bijna padbodem. We gaan voorbij in sloten stekeltjes, kikkers, ratten en eendenmoeders met pulletjes. Ook struinen we voorbij haasjes, konijntjes en reetjes ergens en overal weerszij de paden. Waar tegen wind in wild te vinden is, wil Erpel het bos in, wat hij van me niet mag. Hele stukken moet hij aan de lijn. Dit laatste vind ik best zielig voor hem, maar in de lente gaat 't niet anders: in zomaar door me ongezien vlug sprintje kan Erpel haasje, konijntje of reekalfje grijpen, zal hij grijpen.
Ineens zie ik haar. Te laat zie ik haar. Zij jonge rikke, mooi rank roodoranje smalree, rikketje van net een jaar, zag Erpel en mij al aankomen. Onbeweeglijk staat zij daar. In de groene bosjes. Zo staart ze naar mens en hond. Erpel ziet haar ook, die zit zo stil aan mijn been als de rikke op pas of dertig stil staat. Waar ik haar paden, haar wissels weet door 't bos, zie ik haar even later terug. Dat is als ze staat te zekeren, rond te kijken, nu op meter of zestig. Dan draaft ze weg, kunnen mijn ogen haar niet meer volgen in na de zachte regens van de laatste dagen 't uitbundig groen van pijpenstrootjes bleek lentebos. Klein uur later laveien er andere rikken op groene wei, paar honderd meter voor koevee en ook pal voor de veel verderwegge torens van Huize Providentia. Deze rikken zijn een moeder geit met haar smalree. De oude geit heeft ook een kalfje, maar het lukt me niet om het kleine ding te spotten. Ah! liet ik Erpel los, had die het in mum van tijd gevonden.
Tegen donker worden zitten Erpel en ik in tussen bos en wei droge sloot te wachten op moeder rikke van vanmiddag, haar smalree en haar kalfje. Pas tegen tien uur komen de oude geit en haar geitje van een jaar de wei op. Ook nu is het kalfje er niet bij. Wel zijn er ook 'n nog laatoppe buizerd, canadaganzen, nijlganzen, een konijntje of tien en twee hazen. Moeder rikke zekert veel, meesttijds richting Erpel en mij. Toch heeft ze geen weet van ons twee, want we maakten geen lawaai en de wind waait bos toe. Maar dan, in veel te donker al om mooie foto en mooie video te maken, is er opeens toch het kalfje. Wanneer Erpel en ik op huis aan gaan, rent het kleine ding uit padberm plotsklaps voor Erpels neusje weg, moet ik de klote Bolsterturf, dinsdag 1 juni 2010
1897
Lente. Juni. Begin juni nog maar. Alle kalenderzomer moet nog komen. Maar ik loop zonder jas zonder trui en met winter in de kop tegen het avondschemer door bos en hei en veld. Ik loop en ik zoek. Ik kijk naar voren en naar achter. Ook naar links en rechts kijk ik, en te vaak naar schuin omhoog, naar dreigend donkerblauwe hemel. En dan vind ik daar boven niks, vind ik alleen maar in en op groen: reeën, hazen, konijnen, een vos, vogels en vogeltjes. Niets en nergens is waarnaar ik in gedachten zoek. Maar er is dus wel ook die almaar dreigend donkerblauwe lucht, iedere keer mijn opzien naar daar boven dat dreigend donkerblauw toch telkens weer beetje anders donkerblauw. Bolsterturf, woensdag 2 juni 2010
1898
Ik had ze weer: BSOD's, Blue Screens of Doom, Blue Screens of Death. m'n oude en geliefde Windows doet het weer!
Gelukkig is het leven heel veel meer dan computers en computeren. Bolsterturf, donderdag 3 juni 2010
1899
Deze stemwijzer, een stemwijzer met het oog op het gelukkig of ongelukkig zijn van onze dieren.
Gezien deze stemwijzer: Met dank aan Faunabescherming.nl Bolsterturf, vrijdag 4 juni 2010
1900
Ik type weinig tekst nu.
Bolsterturf, zaterdag 5 juni 2010
1901
Deze zondagmorgen was zonnig en warm. 's Middags echter trok de hemel ineens dicht, kleurde die grauw, naar 't westen toe heel donkerblauw. Dit bracht beetje regen, geen donderbui. Maar nu in de vooravond stond zij daar in weikant, in na zacht regentje 't nat lang weigras. Ik remde niet, haalde alleen maar m'n voet van het gaspedaal. Zo'n tweehonderd meter verder stopten de wielen vanzelf in de berm. Ik terug gelopen stond zij er nog, helaas niet meer voor lang. Zij zag mij komen. Ze zag een mens aankomen, zo'n klote mens voor wie je echt wel bang moet zijn. Zij en ik keken eventjes elkaar recht in de ogen. Toen al rende ze weg, om na paar seconden de voor alle wild en vogels levensgevaarlijke Lieropse Bussersdijk over te steken. Ree eigen bleef ze midden op de rijbaan stilstaan, kon ze het niet laten om eventjes nog te zekeren naar die in stille zondagavond klote rustverstoorder mens. Bolsterturf, zondag 6 juni 2010
1902
Vanwege mijn om te schrijven tijdgebrek hier en nu alleen wat zomerplaatjes. Bolsterturf, maandag 7 juni 2010
1903
Fanatiek met vrouw en foxie Erpel in de Bleke bossen naar reeën gezocht.
1903a
Stukje 't Sang, op grens van Brabantse dorpen Lierop en Mierlo.
Bij de foto met de auto: Bolsterturf, dinsdag 8 juni 2010
1904
Deze dag, nu ik dit op 1 juli 2010 type, is een wat natuur en wildleven betreft door me vergeten dag. Bolsterturf, woensdag 9 juni 2010
1905
Deze dag, nu ik dit op 1 juli 2010 type, is ook een wat natuur en wildleven betreft door me vergeten dag. Bolsterturf, donderdag 10 juni 2010
1906
Zoals mijn wandelen en struinen met m'n foxie iedere keer opnieuw fijn was, was het ook deze keer weer heel plezierig. Tot we opeens in het Heezer dodenbos geraakten. Zonder te beseffen kwam ik met Erpel daarin terecht. Uit mooie dagdroom wakker geschrokken, deed ik hem toen vlug aan de lijn. Dit omdat hij aanstalten maakte om tegen een dennenstam aan voet waarvan een hoopje grauwe as en witte kerkhofbloemen te gaan wateren. Soms is Erpel echt wel het onfatsoen ten top. Dit omdat hij nooit nauw kijkt waar hij watert, het principe hanteert dat iedere boom en iedere paal goed genoeg is om tegen aan te pissen.
Maar toen wij, Erpel en ik dus, het dodenbos hadden verlaten was er in mij meteen weer liefde en haat, zette ik een merrie met haar veulentje en de huls van een hagelpatroon afgevuurd door een doodschietjager op foto. En nu ik dit type denk ik, misschien kom ik als hoopje as toch aan boomvoet terecht, kruip ik dan duizend jaren later als bont spechtje uit een ei in houten gat. Bolsterturf, vrijdag 11 juni 2010
1907
De video's van Bolsterturf vind je in 123Video.nl Bolsterturf, zaterdag 12 juni 2010
1908
Ik was er weer, in het Heezer gemeentebos achter Kempenhaeghe. Bolsterturf, zondag 13 juni 2010
1909
Vind ik reuze jammer! dat het wezeltje dat ik ontmoette op oeverkant van de Sterkselsche Aa achter Kempenhaeghe mij en m'n camera te vlug af was, wègschoot onder over paadje gevallen dode dikke boomstam en niet meer te voorschijn wilde komen. Bolsterturf, maandag 14 juni 2010
1910
Waar ik toef worden de reeën goed bijgehouden door doodschietjagers.
Waar ik toef worden de reeën goed bijgehouden door doodschietjagers. Bolsterturf, dinsdag 15 juni 2010
1911
Vorig voorjaar en zomer zagen mijn vrouw en ik vaak reeën langs de Oostrikkerdijk tussen Leende en Sterksel. Bij en in de omgeving van deze Oostrikkerdijk toefden daar toen op zijn minst een ree of zeven. Bolsterturf, woensdag 16 juni 2010
1912
Nederland - Noord-Brabant - Zuidoost-Noord-Brabant - grensgebied van Kempen en Peel - Lierop - Broekkant - Het Sang: Bolsterturf, donderdag 17 juni 2010
1913
Het is na middernacht. Ik rij in m'n auto over stille stikdonkere asfaltweggetjes. In bochten tast het grootlicht weiden, akkers, boskanten en heide af. Ineens komt daar een konijn van links. Dat komt zomaar berm uit geraced, schuin van voren recht op me af. Het zal zeker onder de wielen komen. Maar dan rem ik, zie ik ook het beestje remmen, kijk ik het van maar meter afstand in de ogen, botst het net niet. Bolsterturf, vrijdag 18 juni 2010
1914
Dit was voor opa een mooie lentedag Bolsterturf, zaterdag 19 juni 2010
1915
Juni. Kalenderlente nog. Bolsterturf, zondag 20 juni 2010
1916
Om kwart voor vijf in de ochtend van de langste dag 2010 kan ik niet meer slapen, ga ik fijn fietsen door Sterksels Lange Bleek, door de Heezer Herbertusbossen en door het Heezer gemeentebos. En dan bij het vinden van mijn vriend Zesender Eibok en diens rikke vraag ik het me niet meer af: is het mijn eigen schuld dat ik kijken naar voetballen en pilsjes zuipen haat, dat ik liever leidingwater drink en loer naar wild en vogels? Sterkselse Eibok en zijn vrouwtje voor deze lente - zij is moeder van een kalfje vorige maand geboren, maar of hij de vader is? - verlaten juist van dauw natte witte wei. Zij spoedt zich naar haar kalfje in perceel door boswerkers met cirkelzagen en timberjack vernield bos. Altijd weer laat ze het achter tussen varens en dode en dorre takken. Kraak en kraktakken zijn het! takken waar ik niet van hou, takken die me in de weg zijn, die mijn naderen zeker aan het kalfje wat nog te klein is om met moeder wei mee op te mogen zullen melden. De ranke reeën echter glippen geluidloos door het hout. Ik zie ze gaan door het bos. Zij betreedt dichte takkenbossenwirwar. Haar Eibok loopt door, die gaat zeker weer slapen in slootkant van sloot door aardappelakker.
Om kwart voor zes zie ik een andere Lange Bleek rikke aankomen. Zij is wezen laveien in wei langs de Somerenseweg. Nu heeft ze ondanks het vroege uur grote haast, wil ze vlugst mogelijk naar onder een vliegden in heideveldje. Heeft ze daar haar kalfje? Wanneer ik even fluit staat ze even stil, wordt haar spiegel witter groter. Dan glipt ze, behendig, tussen prikkeldraden door, loopt ze de heide op. Opeens is er de lentezon, nee! de zomerzon. Die schijnt laag en pal en fel in mijn gezicht, die maakt dat ik een reebok niet bijtijds zie. Hij echter had goed zicht op mijn eraan komen. "Beuh! beuh! beuh!" scheldt hij vanuit witgeel pijpenstrootjeswoud. Tussen zes en zeven fiets ik langs de weiden en wildvoerakkertjes in het groot weide- en wildvoerakkertjescomplex in het Heezer Herbertusbos. Hier tel ik een ree of tien en meer koevee. Zo jammer! reewild moet je zoeken. Dat laveit echt niet bij tientallen op de weiden. Bovendien - ja! zo jammer - is het doodsbang voor mensen, ook bang voor mij, man zonder buks. Waren de bokken en rikken niet zo bang voor de mens, zou ik zeker weten op iedere wei een reekalfje kunnen vinden. Maar zo mooi! De paar reeën die nog niet doodgeschoten hoefden vinden en bespieden. Kijk! zo mooi! een rode rikke en een meer bruin ree tussen berkengroen. Kijk! zo mooi! een oranje rikke in 't groen en bruin met wit en zilver. Kijk! zo mooi! tegen lage zon in een rikke op groen en geel van grassen en rood van zuring en andere grassen. Tuurlijk zie ik meer dan reeën. Alles rontelom is interessant, vind ik interessant. Hier een jonge buizerd zowat voor 't grijpen laag op boomtak. Daar een zowat knalrode mug. Daar een rare kever. Daar blijken twee haasoren een gevorkte tak. Kraaigekras en gaaigeschreeuw. Jonge lijsters hippen onvoorzichtig. Een eekhoorntje die me echt wel zag aankomen, draait me bang voor over suizend groot havikwijf z'n bruine ruggetje toe. En dan kom ik op het fietspad langs de Somerenseweg jongens en meisjes op de fiets tegen. Op hun ruggen en pakjesdragers hebben die dikke boekentassen. Ze, de jongens en de meisjes, ze moeten ook met dit mooie weer allemaal naar school. Ik hoef dat gelukkig niet meer, ik ben lekker vrij, hoef zelfs niet te werken vandaag. Het leven, je leven, mijn leven: naar school gemoeten, willen leren, willen werken, moeten werken. Zonde van je leven al dat leren? Zonde van je leven: werken. Al dat werken, al dat moeten voor wat rotcenten en een huis en een chalet en overbodige luxe als auto's en televisie, centen en luxe die je dood altijd kwijt bent. Wat ik haat is moeten. Maar wat zeur ik nou toch? Kom op! Op naar de grens van Herbertus- en gemeentebos! Kijk! daar staat in groene klaverwei een reebok naar me te kijken. De reebok bleef niet kijken. Die - zo klote - is bang voor me. Die snelde er vandoor. Boos op mezelf banjer ik dan sokken, klompen en broekspijpen zeiknat door de lange klaver, zet van louter onvree met mezelf wat dooie rietsigaren op foto. Terug in De Lange Bleek ga ik, bijna tien uur al en de zon wèg achter wolken, van paden af zoeken naar het kleine kalfje van de magere vriendin van Zesender Eibok. Had ik m'n foxie Erpel bij me, zou die het klein zo gevonden hebben. Maar Erpel mocht niet mee vanmorgen. En die mag in lente- en zomertijd sowieso van me nooit rakken. Mocht hij zijn jachtlusten bot vieren, dan zou er rontelom waar hij woont geen reekalfje groot worden. Ach, dan zouden de dappere mannen met de grote kogelbuksen en met hun onzintheorie van wild- en natuurbeheer na paar jaar nog nul reeën dood te schieten hebben. Ach, wou ik het, schoot ik in één jachtseizoen alle reebokken en reegeiten met pistool dood. Maar hahah, dat wil ik echt niet. Ik blijf gewoon simpelweg op bordjes en schijfjes schieten.
Ineens is het geluk met de man met goedkope camera. Ineens staat daar moeder rikke in het dorre hout. En kijk! nu is ze bij haar kleine kalfje.
Ik ben blij en ik baal. Ik zie een gelukkig paar, een moeder en haar kindje. Maar ik kan ze met camera niet goed bereiken. De kraak- en kraktakken zijn in de weg. Waar naar toe moeder rikke ging, ik weet het niet. Opeens is er een jonge buizerd. Na beetje praten tegen de jonge grijpvogel, hij zei niets terug, fladdert die bang van me weg. In de avond van de langste dag 2010
Tussen kwart voor negen en kwart voor elf in de avond van de langste dag wandel ik met vrouw en foxie Erpel door bos en over heide. Ook gaan we langs akkers en weiden. Heel veel wild en vogels zien en horen we niet. Maar toch altijd vinden we het fijn: luisteren naar de wind en kijken naar de wolken waaronder wat boeren en jagers nog over lieten van natuur en dierenleven. We blijven optimist, want kijk! een haas is een haas, zelfs wanneer het toeft bij stront- en zeikverzamelplaats van bioboer. Bolsterturf, maandag 21 juni 2010, om 13.28 uur begin van de kalenderzomer
1917
In heerlijk warme zomermiddag Een eenzame stier, een stookplaats op venoever, de rug van een reebok en drie keer moeder Rikke van Lange Bleek bij ProvidentiaZoals zo vaak wij twee samen zwierven zwierf ik ook deze middag met foxie Erpel door bos en veld. We gingen over gele wei en bruine akkertjes, de akkertjes met van dorst en droogte slappe plantjes, naar de Sterkselsche AA. We liepen langs 't snel vlietend beekwater waarboven blauwe libellen en waarin nul visjes. Ook gingen we voorbij de jonkies van konijnen, winterkoninkjes, lijsters, merels, spechten, eenden en buizerds. Op langs Vlaamseweg van pijpenstrootjes bleek heideveld stond een jonge hooglandstier. Onbeweeglijk en alleen stond hij daar. Het leek wel alsof hij dagdroomde van een grote kudde bruine pinkenmeiden. Erpel negeerde de stier. Ik niet, ik groette hem met "Dag stier, mooi weer vandaag". Maar in de oever van het Eliasven stookte de jeugd vuurtje. Daar liggen as en verkoolde takken en een driekwart rookworst en glazen potjes en bierblikjes. Als Het Brabants Landschap of ik de rotzooi niet gaan opruimen, zal het er nog lang liggen. Glas en blik vergaan niet snel. Worst vergaat wel. Toch mocht Erpel van me de echt wel onsmakelijk ogende worst niet consumeren. Van ongenoegen daarover lichtte die maar weer 'ns pootje, piste in de as. Na drie en een half uur zwerven kwamen we in door boswerkers kapot getimberjackt bos waarin ik een rikke met kalfje wist. En ja hoor, na een poos goed zoeken zag ik mevrouw Rikke staan. Onbeweeglijk als de stier van paar uur eerder stond zij daar in het hout, op meter of vijftig. Ik fluisterde naar Erpel dat hij af moest gaan, moest gaan liggen. En toen lag Erpel onbeweeglijk en stonden zij en ik onbeweeglijk naar elkaar te kijken. Haar kalfje zag ik nergens. Dat verstopt ze altijd goed, ergens in de buurt, maar waar precies?
In prachtige laatzomeravond
Het is negen uur in de prachtige zomeravond als ik naar het bos met de rikke en haar kalfje toe fiets. Erpel gaat niet met me mee deze keer, die blijft thuis, bij het bazinnetje dat zo op televisie een akelige horrorfilm wil gaan zien. In het bos zet ik fiets tegen een berk, wandel ik langzaam verder, van pad af almaar spiedend in het hout. En dan zie ik haar al. Ze staat ook deze keer meter of vijftig van pad af. Maar er zijn takken en struiken en knoesten en kluiten en boomstammen in de weg, en het is al bijna half tien, bijna donker. En een statief heb ik niet bij me, en nergens een weipaal waarop ik de camera kan leggen. Mensen in een mandje onder een ballon in een roze luchtTerwijl achter me de zon ondergaat onder roze hemel met ballonnen waar weer onder, nauw te zien, mensjes in mandjes, kijken zij en ik naar elkaar. Langzaam wandel ik verder. Maar dan blijf ik staan, keer ik om, kruip terug. Wanneer ik voorzichtig overeind kom, zie ik haar weer. Ze snoept net paar boomblaadjes. Een hele tijd duurt het voordat ze echt in beweging komt, dieper nog het bos in gaat. Moeder Rikke van Lange Bleek bij Providentia zoogt haar tweelingEn dan eindelijk, eindelijk wordt m'n geduldig wachten verguld, zie ik moeder Rikke bij haar kalfje, nee! bij haar tweeling. De jonge reetjes drinken zo gulzig bij moeders, ze drinken terwijl zij ze koost en troetelt. Ik sta stil op het pad. De afstand is zo ver, en er zijn takken en struiken en knoesten en kluiten en boomstammen in de weg, en het donkert reeds zo goed in 't bos, en mijn armen tintelen van het camera vast en stil houden, en muggen en vliegen steken in mijn hoofd en handen. Langzaamaan maar veel te vlug is het dan stikkedonker geworden, wint de korte nacht het van de lange dag, ziet de camera de reeën niet meer. Bolsterturf, dinsdag 22 juni 2010
1918
Deze dag gewerkt, gewerkt en gewerkt, ik gewerkt dus, en onderweg naar en van het werk niets op foto gezet. Bolsterturf, woensdag 23 juni 2010
1919
Ook deze dag gewerkt, gewerkt en gewerkt, ik gewerkt dus, en onderweg naar en van het werk niets op foto gezet, ook niet het groot Lierops haas dat wegrende, dat rende en rende toen ik de pindamotor afzette en portierruit omlaag zwengelde. En zo klote, nu ben ik alle schone teksten die ik van en naar het werk bedacht weer eens heel dom vergeten. Bolsterturf, donderdag 24 juni 2010
1920
Er waren twee groene spechten, die hakten samen in een eik, net toen ik voorbij kwam, maar ik klunsde en klungelde met m'n camera. Daarom ziet u hier op foto maar één van deze twee groene spechten. Bolsterturf, vrijdag 25 juni 2010
1921
Ik heb fijn leven, genoot ook deze zomerdag. Bolsterturf, zaterdag 26 juni 2010
1922
Van mij mag het iedere dag op televisie voetbal zijn, heb ik fijn alle dagen alle bos en veld voor mij alleen. Maar nu ik dit type ben ik veertien dagen na het maken van bovenstaande foto’s de teksten die ik in de bossen erbij bedacht goeddeels weer vergeten, ben ik ze vergeten, heb ik ze vergeten.
Maakt het uit hoe en waarom je vergeten hebt als je niet vergeten bent? Bolsterturf, zondag 27 juni 2010
1923
Deze zomerdag zagen Erpel en ik vier vossen, een moeder met drie jonkies, en onder meer ook nog wat u op de foto’s ziet. Bolsterturf, maandag 28 juni 2010
1924
Het is beetje al laatochtend in van zomer warm Heeze en ik mag zo per auto door het mooie weer naar mijn baas toe, op heur 'streng verplicht verzoek', jakker daarom op de fiets eerst mijn agressie weg door Sterksels Lange Bleek bleke bossen en Heezes weinig minder bleke Herbertusbossen. Dat ik zo jakkerend wat reeën en paar hazen van weiden afjaag, da's dus de schuld van mijn baas, niet mijn schuld. Toch?
Het is vroegmorgen over van zon heet Kempenland. Ik ben per pinda onderweg naar baas en functioneringsgesprek. Ik ben ook wat laat, heb daarom beetje haast, beetje maar. Maar dan staat daar een rikke in het bos. Wanneer ik haar op foto zet, komt stinkende kadaverwagen voorbij, wagen gevuld met dierenlijken van dieren doodgegaan in de lelijke grote blinde bioschuren van dit eens zo mooi Brabants Kempenland. Terwijl de rikke de kadaverauto naoogt, rij ik verder, naar functioneringsgesprek en baas.
Het is vroegavond over van zon heet Kempenland. Aan blokhutwanden - houten blokhutwanden maar is een blokhut niet altijd van hout? - schrapen wespen. Die verzamelen zo het materiaal waarmee ze hun wespennesten bouwen.
Het is laatavond over van zon heet Kempenland. Ik wandel met mijn Erpel. Het gaat door en langs en voorbij bleke boskanten. Ik groet wat rododendrons die verr... verdorren van de dorst. Ik zwaai naar 'n reegeit onder mensen in mandjes onder rode en blauwe ballonnen. De geit vertrouwt ballonnen en mensen niet. Ze sprint beregende maisakker in. Ik spied naar hazen, vossen en konijnen. Naar meer reeën ook. En dan staat Erpel voor. Hij verwijst een moeder- of vadermuis. Deze muis maakt mannetje. Pal voor Erpels neus. Zo waagt een muis haar leven voor nest en jonkies. Ik roep mijn fox terug. Muis en muizengezin overleven. In bijna donker al scheldt een reebok in het hout ons twee heel mooi uit. Bolsterturf, dinsdag 29 juni 2010
1925
Juni. Bolsterturf, woensdag 30 juni 2010
index juni 2010
|